Aanschrijving nr. 4 dd. 12.03.1999
AANSCHRIJVING 99/004
Aanschrijving nr. 4 dd. 12.03.1999
BTW-Revue nr. 141, blz. 173
Regeling opmaken en boeken van facturen en stukken
Invoering van de euro.
Onderwerp van de aanschrijving
1. In het Belgisch Staatsblad van 10 november 1998 werd de wet van 30 oktober 1998 betreffende de euro gepubliceerd. In het Belgisch Staatsblad van 28 november 1998 werd in dit verband het koninklijk besluit van 18 november 1998 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van de wet van 30 oktober 1998 betreffende de euro gepubliceerd. Tenslotte werd in het Belgisch Staatsblad van 1 december 1998, tweede editie, naar aanleiding van de invoering van de euro op 1 januari 1999, het koninklijk besluit van 26 november 1998 tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 8, 23, 24, 41, 42, 44 en 50 inzake belasting over de toegevoegde waarde en het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten gepubliceerd.
2. Voor de periode vanaf 1 januari 1999 tot in beginsel 31 december 2001, dienen alle elementen van de facturen en stukken beoogd door de BTW-reglementering, per factuur of stuk, te worden uitgedrukt in eenzelfde munteenheid, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro. Rekening houdend met de in de huidige aanschrijving opgesomde regels en voorwaarden mogen deze facturen en stukken evenwel worden opgemaakt in de beide munteenheden, dit is in Belgische frank en in euro. Niets belet de belastingplichtige die deze facturen en stukken uitreikt om van factuur tot factuur en van stuk tot stuk te veranderen van munteenheid.
3. De huidige aanschrijving heeft hoofdzakelijk tot doel de draagwijdte van de wijzigingen die inzake facturering zijn aangebracht aan artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, te bespreken en verduidelijken. Deze wijzigingen inzake facturering, opgesomd onder nr. 5 infra, betreffen de vermeldingen die verplicht moeten worden aangebracht zowel op de factuur en op het stuk bedoeld in respectievelijk artikel 1 en artikel 2 van bovengenoemd koninklijk besluit als, meer algemeen, op alle stukken die door de BTW-reglementering zijn voorgeschreven en die in de onderhavige aanschrijving worden beoogd. De gecoördineerde tekst van artikel 5 van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 1 is gemakshalve opgenomen in bijlage bij de huidige aanschrijving.
Aangebrachte wijzigingen
4. De volgende wijzigingen werden aangebracht aan artikel 5, § 1, van het voormeld koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 :
5. De huidige aanschrijving geeft tevens een overzicht van de na te leven regels bij de opname van de facturen en stukken in de boekhouding, inzonderheid in het geval waarin de bovengenoemde facturen en stukken zijn opgemaakt in een andere munteenheid dan deze waarin de boekhouding wordt gevoerd.
6. Ze preciseert bovendien, op het gebied van de boekhouding, de draagwijdte van de nieuwe bepalingen ingevoegd in artikel 15, §§ 3 en 4, van bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 en de na te leven regels voor het houden van bepaalde registers zodat de overeenstemming tussen de boekhouding en de BTW-aangiften verzekerd blijft wanneer deze laatsten worden opgemaakt in een andere munteenheid dan deze waarin de boekhouding wordt gevoerd.
AFDELING 1 : TOEPASSINGSGEBIED VAN DE NIEUWE BEPALINGEN
A. Draagwijdte in de tijd
7. De nieuwe bepalingen op het gebied van de vermeldingen op de facturen evenals de toelichtingen die in de huidige aanschrijving worden gegeven zijn van toepassing gedurende de overgangsperiode van de derde fase van de Economische en Monitaire Unie.
Zij treden in werking op 1 januari 1999 en hebben betrekking op de facturen en stukken (z. ook infra nrs. 57 en volgende) uitgereikt na 31 december 1998 die handelingen vaststellen waarvoor de belasting ten vroegste opeisbaar is geworden vanaf 1 januari 1999. De facturen en stukken uitgereikt na 31 december 1998 met betrekking tot handelingen waarvoor de belasting opeisbaar is geworden vóór 1 januari 1999 worden aldus niet beoogd.
B. Bedoelde belastingplichtigen
8. Het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 en bijgevolg artikel 5 van dit besluit is van toepassing op alle Belgische belastingplichtigen en alle in België gevestigde belastingplichtigen, ongeacht de plaats waar zij hun activiteiten uitoefenen.
9. Het voormelde koninklijk besluit nr. 1 is overigens ook van toepassing op niet in België gevestigde ondernemingen voor zover zij handelingen verrichten die plaatsvinden in België.
10. In verband met het geval bedoeld in nr. 9 hierboven wordt opgemerkt dat de nieuwe bepalingen van toepassing zijn op het stuk dat de aansprakelijke vertegenwoordiger van de buitenlandse onderneming moet opstellen overeenkomstig artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992 met betrekking tot de toepasssingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen.
Bovendien zijn de bovengenoemde bepalingen eveneens van toepassing op de factuur die de buitenlandse onderneming rechtstreeks verstuurt naar zijn medecontractant in het geval waarin gebruik wordt gemaakt van de machtiging die wordt verleend aan de aansprakelijke vertegenwoordiger om het afzonderlijk stuk als bedoeld in artikel 4, § 2, van het hogervermeld koninklijk besluit nr. 31 niet op te stellen en die het voorwerp uitmaakt van de beslissing van 28 april 1994, nr. E.T. 80.910 (z. BTW-Revue nr. 110, p. 1028 tot 1030).
11. Indien een belastingplichtige ondanks het feit dat hij krachtens artikel 1, § 2, van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 1 ervan ontheven is een factuur uit te reiken, toch een factuur uitreikt aan een natuurlijk persoon die de betreffende goederen of diensten bestemt voor zijn privé-gebruik, zijn de gebruikelijke regels in verband met het uitreiken van een factuur van toepassing. Aangezien een dergelijke factuur dient konform te zijn aan de bepalingen van artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1, zijn de nieuwe bepalingen eveneens van toepassing op een in bovengenoemde omstandigheden uitgereikte factuur.
AFDELING 2 - DRAAGWIJDTE VAN DE NIEUWE BEPALINGEN
12. Bij toepassing van de bepalingen van artikel 5, § 1, 8° en 9° (nieuw), van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 moeten de volgende bedragen, per factuur, verplicht worden uitgedrukt in eenzelfde munteenheid, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro :
a. per BTW-tarief, de elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld (1);
b. de maatstaf van heffing per BTW-tarief (2);
c. het bedrag van de verschuldigde belasting per BTW-tarief (3);
d. in het geval de gefactureerde handelingen onderworpen zijn aan onderscheiden BTW-tarieven, het totaalbedrag van de verschuldigde belasting(4).
[(1) Tot 31 december 1998 konden deze bedragen worden uitgedrukt in een andere munteenheid dan BEF.
(2) Tot 31 december 1998 dienden deze bedragen te worden uitgedrukt in BEF (z. K.B. nr. 1 van 29 december 1992, artikel 5, § 1, 8° oud).
(3) Tot 31 december 1998 dienden deze bedragen te worden uitgedrukt in BEF (z. K.B. nr. 1 van 29 december 1992, artikel 5, § 1, 9° oud). (4) Nieuwe vermelding van toepassing vanaf 1 januari 1999.]
13. Wanneer de bedragen bedoeld in nr. 12 hierboven op de factuur tevens in de andere munteenheid worden vermeld, moeten bij toepassing van artikel 5, § 1, 9°bis (nieuw), van het voormeld koninklijk besluit nr. 1 de volgende regels strikt worden nageleefd :
a) op de factuur moet men de volgende vermelding aanbrengen, al naargelang van het geval : "omrekening in euro louter ter informatie" of "omrekening in Belgische frank louter ter informatie";
b) de omrekening van elk bedrag wordt individueel verricht (principe van de horizontale omrekening);
c) de in punt b) bedoelde omrekening geschiedt volgens de door de Verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 bepaalde regels;
d) minstens de volgende bedragen worden omgerekend in de andere munteenheid :
A. Factuurbedragen uitgedrukt in één munteenheid.
Na te leven regels.
14. De belastingplichtige die de factuur uitreikt kan per factuur de keuze maken in welke munteenheid (BEF of EUR) hij de in nr. 12 hierboven beoogde gegevens vermeldt.
15. De belastingplichtige moet op elke factuur duidelijk de munteenheid aanduiden die hij heeft gekozen om de in nr. 12 hierboven beoogde bedragen te vermelden. Het is in dit opzicht aangeraden om de isostandaardcode "BEF" of "EUR" die overeenstemt met de gebruikte munteenheid op de factuur te vermelden.
Een factuur waarop enkel de betreffende bedragen vermeld worden, zonder aanduiding van de gebruikte munteenheid, is bijgevolg onregelmatig.
16. Indien de gefactureerde handelingen onderworpen zijn aan onderscheiden BTW-tarieven, dient te worden opgemerkt dat het totaalbedrag van de verschuldigde belasting voortaan verplicht moet worden vermeld op de factuur. Het betreft een nieuwe vermelding die op de factuur moet worden aangebracht vanaf 1 januari 1999. Indien slechts één BTW-tarief wordt toegepast op de factuur is deze vermelding, zoals voorheen, niet verplicht.
17. Anderzijds dienen eveneens vanaf 1 januari 1999, de elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld, verplicht op de factuur te worden uitgedrukt in dezelfde munteenheid als de munteenheid waarin de maatstaf van heffing zelf is uitgedrukt, dit wil zeggen hetzij in Belgische frank, hetzij in euro.
Onder elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld, wordt verstaan de elementen die worden beoogd door artikel 26 van het BTW-Wetboek, met name alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt, of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van de handelingen verband houden.
Tot de maatstaf van heffing behoren onder meer de sommen die de leverancier van het goed of de dienstverrichter aan degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt in rekening brengt als kosten van commissie, verzekering en vervoer, ongeacht of zulks al dan niet bij een afzonderlijk debetdocument wordt gedaan of ingevolge een afzonderlijke overeenkomst.
Belastingen, rechten en heffingen moeten eveneens in de maatstaf van heffing worden opgenomen.
Onder elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld moet men bovendien verstaan alle elementen die de maatstaf van heffing verminderen en die zijn beoogd in artikel 28 van het BTW-Wetboek, zoals de sommen die als disconto van de prijs mogen worden afgetrokken, de prijsverminderingen die door de leverancier of de dienstverrichter aan de afnemer worden toegekend en die door deze laatste zijn verkregen op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt.
Al deze elementen dienen op de factuur te worden uitgedrukt in dezelfde munteenheid als deze van de maatstaf van heffing zelf, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro.
18. Over het algemeen bestaat bij een verkoop de tegenprestatie van de klant uit de tussen de partijen overeengekomen prijs. Deze prijs kan uitgedrukt zijn in één globaal bedrag of in onderscheiden bedragen die elk individueel in rekening worden gebracht.
Wanneer de partijen een transactie afsluiten op basis van een onderling overeengekomen eenheidsprijs, moet deze eenheidsprijs verplicht in dezelfde munteenheid als deze van de maatstaf van heffing, ofwel in Belgische frank, ofwel in euro, op de factuur worden vermeld.
Ook wanneer de partijen een disconto zijn overeengekomen, moeten de bedragen die als disconto van de prijs worden afgetrokken, verplicht in dezelfde munteenheid als deze van de maatstaf van heffing, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro, op de factuur worden vermeld.
19. De volledige omschrijving van de geleverde goederen of van de verstrekte diensten en de elementen die toelaten om de maatstaf van heffing te bepalen, moeten niet altijd op de factuur zelf worden vermeld.
In dit opzicht mag de factuur naar andere documenten verwijzen (b.v. een prijsopgave, een contract, een inventaris, een gedetailleerde nota, ...). In dit geval maken laatstgenoemde documenten deel uit van de factuur; de erop aangebrachte vermeldingen moeten bijgevolg beantwoorden aan de vereisten met betrekking tot de vermeldingen op de factuur zelf en worden uitgedrukt in dezelfde munteenheid als die van de factuur, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro.
20. De keuze om de factuur in één van beide munteenheden op te maken is niet afhankelijk van de door de uitreiker of de ontvanger van de factuur gebruikte munteenheid voor het houden van zijn boekhouding of voor het vervullen van zijn declaratieve verplichtingen inzake BTW.
21. De factuur moet steeds worden opgemaakt rekening houdend met de bepalingen omtrent de maatstaf van heffing, opgenomen in artikel 26 van het BTW-Wetboek, ongeacht in welke munteenheid de factuur is uitgedrukt (Belgische frank of euro).
22. Het bedrag van de verschuldigde belasting of het totaalbedrag van de verschuldigde belasting (in het geval de gefactureerde handelingen onderworpen zijn aan onderscheiden BTW-tarieven) moet op de factuur worden afgerond volgens de gewone regels, ofwel op de hogere of lagere frank (factuur uitgedrukt in BEF), ofwel op de hogere of lagere eurocent (factuur uitgedrukt in EUR).
De in dit opzicht na te leven regels zijn vastgelegd in het koninklijk besluit nr. 8 van 12 maart 1970 (z. nr. 1 van de huidige aanschrijving). Wanneer het bedrag van de verschuldigde belasting een fractie van een frank bevat, moet die fractie op de hogere of op de lagere frank worden afgerond naargelang ze al of niet 50 centiem bereikt. Wanneer het bedrag van de verschuldigde belasting een fractie van een euro met meer dan twee decimalen bevat, moet die fractie op de hogere of de lagere cent worden afgerond, naargelang de derde decimaal 5 bereikt of 5 niet bereikt.
23. Deze afronding gebeurt per stuk, telkens wanneer het bedrag van de belasting moet worden vermeld ofwel op een factuur of op een ander stuk opgemaakt ter uitvoering van het BTW-Wetboek, ofwel in één van de boeken bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit nr. 1. De afrondingen op de factuur mogen evenwel worden uitgevoerd per goed of dienst, per element van de maatstaf van heffing, per tarief of anderszins, op voorwaarde dat dit gebeurt overeenkomstig de bepalingen voorzien in nr. 22 hierboven.
Bijzondere gevallen
24. In bepaalde gevallen dient de aan een particulier uitgereikte factuur de in de prijs begrepen BTW niet afzonderlijk te vermelden (z. aanschr. nr. 119/1971 en nr. 116/1972).
Dit geldt eveneens voor facturen waarvan het bedrag niet meer bedraagt dan 2.500 Belgische frank of 61,97 euro, zelfs wanneer ze aan niet-particulieren worden uitgereikt, voor zover de handeling wordt verricht in een kleinhandelszaak en de factuur onmiddellijk wordt uitgereikt (z. aanschr. nr. 22/1981).
25. Voor de leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten evenals tweedehandse vervoermiddelen, verricht onder de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge als bedoeld in artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek, moet de door de afnemer te betalen prijs op de factuur inclusief BTW worden vermeld (z. aanschr. nr. 1/1995 en nr. 2/1995).
26. Het spreekt voor zich dat in de gevallen beoogd in de nrs. 24 en 25 hierboven de prijs inclusief BTW wordt uitgedrukt in dezelfde munteenheid als de andere elementen van de factuur, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro.
Voorbeelden van facturen
27. De factuurvoorbeelden zijn opgemaakt rekening houdend met de volgende hypothese :
verkoop van :
5 goederen a onderworpen aan het BTW-tarief van 6 % met een
eenheidsprijs van 40 BEF/0,992 EUR;
2 goederen b onderworpen aan het BTW-tarief van 6 % met een
eenheidsprijs van 130 BEF/3,223 EUR;
6 goederen c onderworpen aan het BTW-tarief van 6 % met eenheidsprijs
van 90 BEF/2,231 EUR;
1 goed x onderworpen aan het BTW-tarief van 21 % met een
eenheidsprijs van 1.559 BEF/38,647 EUR;
80 goederen y onderworpen aan het BTW-tarief van 21 % met een
eenheidsprijs van 200 BEF/4,958 EUR.
28. De factuur uitgedrukt in BEF dient als volgt te worden opgemaakt :
+ ----------------------------------------------------------+ +-----------+ ¦goederen (of ¦Eenheidsprijs ¦Verkochte hoeveelheden ¦ ¦ BEF ¦ ¦diensten) aan 6 % ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦-----------¦ ¦ goed a ¦ ... 40 ... ¦ ... 5 ¦ ¦... 200¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed b ¦... 130 ... ¦ ... 2 ¦ ¦... 260¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed c ¦ ... 90 ... ¦ ... 6 ¦ ¦... 540¦ +----------------------------------------------------------+ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ +----------------------------------------------------------+ ¦ ¦ ¦Goederen (of ¦Eenheidsprijs ¦Verkochte hoeveelheden ¦ ¦ ¦ ¦diensten) aan 21 % ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed x ¦ ... 1.559 ...¦ ... 1 ¦ ¦... 1.559¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed y ¦ ... 200 ...¦ ... 80 ¦ ¦... 16.000¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ ... ¦ ... ¦ ... ¦ ¦... ¦ +----------------------------------------------------------+ ¦ ¦ ¦-----------¦ Maatstaf van heffing aan 6 % ¦... 1.000¦ ¦ ¦ Maatstaf van heffing aan 21 % ¦... 17.559¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ BTW 6 % ¦... 60¦ ¦ ¦ BTW 21 % ¦... 3.687¦ ¦ ¦ ¦ ¦ Totaalbedrag van de verschuldigde belasting ¦... 3.747¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦-----------¦ Totaalbedrag van de factuur ¦... 22.306¦ +-----------+ 29. De factuur uitgedrukt in EUR dient op haar beurt als volgt te worden opgemaakt :
+ ----------------------------------------------------------+ +-----------+ ¦goederen (of ¦Eenheidsprijs ¦Verkochte hoeveelheden ¦ ¦ EUR ¦ ¦diensten) aan 6 % ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦-----------¦ ¦ goed a ¦ ... 0,992... ¦ ... 5 ¦ ¦... 4,96¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed b ¦ ... 3,223... ¦ ... 2 ¦ ¦... 6,45¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed c ¦ ... 2,231. ¦ ... 6 ¦ ¦... 13,39¦ +----------------------------------------------------------+ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ +----------------------------------------------------------+ ¦ ¦ ¦Goederen (of ¦Eenheidsprijs ¦Verkochte hoeveelheden ¦ ¦ ¦ ¦diensten) aan 21 % ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed x ¦ ...38,647 ...¦ ... 1 ¦ ¦... 38,65¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed y ¦ ... 4,958 ...¦ ... 80 ¦ ¦... 396,64¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ ... ¦ ... ¦ ... ¦ ¦... ¦ +----------------------------------------------------------+ ¦ ¦ ¦-----------¦ Maatstaf van heffing aan 6 % ¦... 24,80¦ ¦ ¦ Maatstaf van heffing aan 21 % ¦... 435,29¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ BTW 6 % ¦... 1,49¦ ¦ ¦ BTW 21 % ¦... 91,41¦ ¦ ¦ ¦ ¦ Totaalbedrag van de verschuldigde belasting ¦... 92,90¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦-----------¦ Totaalbedrag van de factuur ¦... 552,99¦ +-----------+ B. Administratieve afwijking
Onderwerp van de afwijking
30. Het is mogelijk dat de elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld op de factuur worden uitgedrukt in een andere munteenheid dan de Belgische frank of de euro, namelijk hetzij in de munteenheid van een andere Lidstaat die de euro heeft aangenomen, hetzij in de munteenheid van een derde land of van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen (Griekenland, Zweden, Denemarken, Verenigd Koninkrijk).
31. Rekening houdend met wat onder nr. 12, a) hierboven is gezegd, moet de belastingplichtige die de factuur uitreikt in principe de hierboven beoogde bedragen hetzij in Belgische frank, hetzij in euro uitdrukken.
32. In afwijking hiervan dient de belastingplichtige evenwel enkel de maatstaf van heffing per BTW-tarief om te rekenen in één van beide munteenheden, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro. De elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld blijven derhalve in onderhavig geval uitgedrukt in de oorspronkelijke munteenheid.
Het in Belgische frank of in euro te bepalen bedrag van de maatstaf van heffing wordt, rekening houdend met artikel 26 van het BTW-Wetboek, niet verkregen door elk element van deze maatstaf omgerekend in Belgische frank of in euro op te tellen, maar is daarentegen het resultaat van de omrekening, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro, van het totaalbedrag van de maatstaf van heffing uitgedrukt in de andere munteenheid dan de Belgische frank of de euro.
Anderzijds dient in dit geval het in Belgische frank of in euro te bepalen bedrag van de verschuldigde belasting per BTW-tarief te worden berekend op basis van het in Belgische frank of in euro omgerekend bedrag van de maatstaf van heffing. Om deze reden dient het bedrag van de verschuldigde belasting uitgedrukt in een andere munteenheid dan de Belgische frank of de euro niet verplicht op de factuur te worden vermeld.
33. In dit verband dient te worden opgemerkt dat de belastingplichtige tevens het bedrag van de maatstaf van heffing per BTW-tarief mag omrekenen in de beide munteenheden, dus zowel in Belgische frank als in euro (z. nr 13 hierboven). In voorkomend geval worden bijgevolg drie munteenheden (3 kolommen) vermeld op de factuur. Alle regels die gelden voor de facturering in de beide munteenheden (BEF en EUR) dienen in dit geval te worden nageleefd (z. infra, nrs 44 tot 56).
34. De belastingplichtige moet in ieder geval op een duidelijke wijze de gebruikte munteenheden op de factuur aanduiden. Er wordt in dit opzicht aangeraden om gebruik te maken van de vermelding van de isostandaardcodes van de gebruikte munteenheden. Minimum twee codes moeten in dit geval op de factuur worden vermeld (of, in voorkomend geval, drie, wanneer de belastingplichtige gebruik maakt van de mogelijkheid voorzien in nr 33 hierboven).
Toepasselijke omrekeningsregels
35. De toepasselijke omrekeningsregels verschillen naargelang de overeengekomen prijs is uitgedrukt in de munteenheid van een andere Lidstaat die de euro heeft aangenomen of in de munteenheid van een derde land of van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen.
Toepassing van de omrekeningskoersen
36. De nationale munteenheden van de andere Lidstaten van de "euro-zone" moeten worden omgerekend naar de euro of de Belgische frank, rekening houdend met de Verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 over enkele bepalingen betreffende de invoering van de euro. Het betreft de toepassing van de op 31 december 1998 onherroepelijk vastgelegde omrekeningskoersen. De door de Verordening (EG) nr. 2866/98 van de Raad van 31 december 1998 vastgelegde koersen zijn :
1 euro = 40,3399 Belgische frank (BEF)
= 1,95583 Duitse mark (DEM)
= 166,386 Spaanse peseta (ESP)
= 6,55957 Franse frank (FRF)
= 0,787564 Iers pond (IEP)
= 1936,27 Italiaanse lire (ITL)
= 40,3399 Luxemburgse frank (LUF)
= 2,20371 Nederlandse gulden (NLG)
= 13,7603 Oostenrijkse schilling (ATS)
= 200,482 Portugese escudo (PTE)
= 5,94573 Finse mark (FIM)
37. Voor wat betreft deze omrekeningskoersen en de bij de omrekening na te leven regels, bepaalt artikel 4 van de bovengenoemde Verordening (EG) nr. 1103/97 het volgende :
"1. De omrekeningskoersen worden vastgesteld als één euro, uitgedrukt in de afzonderlijke nationale munteenheden van de deelnemende Lidstaten. Deze koersen worden vastgesteld in zes significante cijfers.
2. Bij omrekeningen worden de omrekeningskoersen niet afgerond of verkort.
3. De omrekeningskoersen worden gebruikt voor omrekening van de euro-eenheid naar de nationale munteenheden en vice versa. Inverse koersen, die van de omrekeningskoersen zijn afgeleid, mogen niet worden gebruikt.
4. Geldbedragen die van de ene in de andere nationale munteenheid moeten worden omgerekend, moeten eerst worden omgerekend in een geldbedrag in euro, dat op niet minder dan drie decimalen wordt afgerond en vervolgens wordt omgerekend in de andere nationale munteenheid. Alternatieve berekeningsmethoden mogen niet gebruikt worden, tenzij zij tot dezelfde resultaten leiden.".
Artikel 5 van dezelfde Verordening bepaalt bovendien dat :
"Te betalen of te boeken geldbedragen die na omrekening in de euro-eenheid volgens artikel 4 (z. supra) afgerond worden, moeten naar boven of naar beneden worden afgerond op de dichtstbijzijnde cent. Te betalen of te boeken geldbedragen die in een nationale munteenheid worden omgerekend, moeten naar boven of naar beneden worden afgerond op de dichtstbijzijnde ondereenheid of, indien die niet bestaat, op de dichtstbijzijnde eenheid, of naar de nationale wetgeving of het nationaal gebruik op een veelvoud of fractie van de ondereenheid of eenheid van de nationale munt. Als toepassing van de omrekeningskoers tot een resultaat leidt dat precies de helft van een (onder)eenheid is, wordt het bedrag naar boven afgerond.".
Toepassing van de wisselkoersen
38. Indien de gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing van de belasting over de toegevoegde waarde voor een andere handeling dan een invoer van goederen in de munteenheid van een derde land of van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen zijn uitgedrukt, dient de omrekening te gebeuren op basis van de regels vastgelegd in artikel 27 van het BTW-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 42 van 29 december 1992 (z. nr. 1 van de huidige aanschrijving). Het betreft de toepassing van de wisselkoersen voor de omrekening tussen deze munteenheden en de euro.
Deze koersen zijn :
1° de laatste indicatiekoers van de euro die wordt gepubliceerd door de Europese Centrale Bank;
2° voor de deviezen waarvoor de Europese Centrale Bank geen indicatiekoers publiceert, de laatste indicatiekoers van de euro die wordt gepubliceerd door de Nationale Bank van België (z. art. 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 42).
De indicatiekoersen worden op de volgende wijze gepubliceerd : 1 EUR = ...
Indien echter een wisselkoers overeengekomen is tussen de partijen, hij vermeld staat in het contract, op de factuur of op het vervangend stuk, en de werkelijk betaalde prijs overeenkomstig die koers is betaald, wordt de overeengekomen koers in aanmerking genomen (z. art. 1, lid 2, van het koninklijk besluit nr. 42).
39. Toepassingen
1°. Er werd een prijs overeengekomen in FRF.
B.v. : de overeengekomen prijs bedraagt 1.000 FRF :
1.000 FRF : 6,55957 = 152,449 EUR afgerond op 152,45 EUR
B.v. : 1.000 FRF : 6,55957 = 152,4490 EUR afgerond op 152,449 EUR
152,449 EUR x 40,3399 = 6.149,77 BEF afgerond op 6.150 BEF.
2°. Er werd een prijs overeengekomen in GBP.
Het bedrag uitgedrukt in GBP moet worden omgerekend op basis van de regels vastgelegd in artikel 27 van het BTW-Wetboek en in het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 42.
B.v. : de overeengekomen prijs bedraagt 10.822 GBP. Er wordt aangenomen
dat 1 EUR = 0,69890 GBP volgens de laatste indicatiekoers van de
euro gepubliceerd door de Europese Centrale Bank.
C. Bepaalde factuurbedragen zijn uitgedrukt in de beide munteenheden
40. In de hierna opgesomde gevallen waarin bepaalde bedragen op de factuur in de beide munteenheden (in Belgische frank en in euro) worden vermeld, dient op de factuur niet de in artikel 5, § 1, 9bis, van het koninklijk besluit nr. 1 beoogde vermelding "omrekening in ... louter ter informatie" te worden opgenomen. Daarenboven dienen de bedragen van de maatstaf van heffing, per BTW-tarief, van de verschuldigde belasting, eveneens per BTW-tarief, en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting niet verplicht te worden omgerekend in de andere munteenheid; het volstaat dat de bedragen die zijn uitgedrukt in de beide munteenheden zijn omgerekend volgens de door de hierboven vermelde Verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 vastgelegde regels (z. nr 37 hierboven).
De volgende gevallen worden beoogd :
1° wanneer enkel het door de klant te betalen totaalbedrag van de factuur (bedrag inclusief BTW) en, in voorkomend geval, het daarbijhorende bedrag van de korting voor contante betaling, worden omgerekend in de andere munteenheid. Het totaalbedrag van de factuur is namelijk een gegeven dat niet is beoogd door de BTW-reglementering;
2° de bepalingen met betrekking tot het totaalbedrag van de factuur opgenomen onder 1° hierboven, zijn eveneens van toepassing in de gevallen waarin hetzij het bedrag van belasting niet afzonderlijk op de factuur moet worden vermeld (z. nrs 24 tot 26 : vereenvoudigde facturen en bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge), hetzij geen enkel bedrag aan belasting in rekening moet worden gebracht. Ondanks het feit dat het "totaalbedrag van de factuur" in deze beide gevallen een tweede betekenis heeft aangezien dit bedrag tevens hetzij de prijs inclusief BTW (eerste geval), hetzij de maatstaf van heffing (tweede geval) vormt, zal de Administratie hierop geen kritiek uitoefenen;
3° de Administratie aanvaardt bovendien dezelfde oplossing indien de eenheidsprijs (al dan niet inclusief BTW) in de andere munteenheid wordt omgerekend.
D. Andere op de factuur in de twee munteenheden vermelde bedragen.
41. Hierna zijn twee voorbeelden van facturen opgenomen. In deze voorbeelden is dezelfde hypothese van toepassing als deze beoogd in nr 27 van de huidige afdeling (cijfergegevens).
42. Eerste voorbeeld
Factuur opgemaakt in Belgische frank en waarop eveneens bedragen in euro zijn vermeld.
(Model verkrijgbaar op aanvraag.)
43. Tweede voorbeeld
Factuur opgemaakt in Belgische frank en waarop eveneens bedragen in euro zijn vermeld.
(Model verkrijgbaar op aanvraag.)
Na te leven regels.
44. De hierna uiteengezette regels zijn "mutatis mutandis" zowel van toepassing op de factuur opgemaakt in BEF waarop eveneens bedragen in EUR zijn vermeld (voorbeeld 1), als op de factuur opgemaakt in EUR waarop eveneens bedragen in BEF zijn vermeld (voorbeeld 2).
45. Anderzijds worden bij de uiteenzetting van deze regels twee gevallen beoogd, al naargelang de bedragen van de elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld al dan niet in de andere munteenheid zijn vermeld op de factuur.
Uit artikel 5, § 1, 9°bis, van het koninklijk besluit nr. 1 volgt dat de bovengenoemde bedragen niet verplicht moeten worden omgerekend in de andere munteenheid.
In het eerste geval worden de cursieve bedagen van het factuurvoorbeeld (z. factuurvoorbeelden hierboven, nrs 42 en 43) niet vermeld op de factuur.
In het tweede geval worden de cursieve bedragen van het factuurvoorbeeld (z. nrs 42 en 43) wel vermeld op de factuur.
Eerste geval : de bedragen van de elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld worden op de factuur niet vermeld in de andere munteenheid.
46. Wanneer in dit geval één van de volgende bedragen - hetzij het bedrag van de maatstaf van heffing per BTW-tarief, hetzij het bedrag van de verschuldigde belasting per BTW-tarief, hetzij het totaalbedrag van de verschuldigde belasting - op de factuur tevens in de andere munteenheid is vermeld, moeten al deze bedragen verplicht worden omgerekend in de andere munteenheid.
47. Bovendien moet de belastingplichtige in dit geval op de factuur, al naargelang van het geval, de vermelding : "omrekening in EUR louter ter informatie" of "omrekening in BEF louter ter informatie" opnemen (z. factuurvoorbeelden, tweede kolom van de factuur, verwijzing (2)).
De belastingplichtige dient daarenboven op een duidelijke wijze de munteenheid van de factuur aan te duiden (z. eerste kolom van de factuur, verwijzing (1)). Er wordt in dit opzicht aangeraden om gebruik te maken van de isostandaardcode "BEF" of "EUR".
De factuur waarop de hierboven genoemde vermeldingen niet voorkomen of waarop slechts één van beide vermeldingen voorkomt is bijgevolg onregelmatig.
48. De omrekening van elk bedrag moet individueel gebeuren (principe van de horizontale omrekening).
49. De omrekening dient te gebeuren volgens de door de Verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 vastgestelde regels en overeenkomstig de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de euro en de Belgische frank :
De omrekening van een bedrag in BEF naar een bedrag in EUR wordt bekomen door het bedrag te delen door de door de Europese Raad onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers, namelijk 40,3399. Het resultaat moet worden afgerond op de cent. De fracties van een cent worden afgerond op de hogere of op de lagere cent naargelang de derde decimaal 5 bereikt of 5 niet bereikt.
De omrekening van een bedrag in EUR naar een bedrag in BEF wordt bekomen door het bedrag te vermenigvuldigen met de door de Europese Raad onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers, namelijk 40,3399. Het resultaat moet worden afgerond op de frank. De fracties van een frank worden afgerond op de hogere of op de lagere frank naargelang ze al of niet 50 centiem bereiken.
50. Voor de vaststelling van het bedrag van de verschuldigde belasting in de andere munteenheid volgt uit het principe van de horizontale omrekening (z. nr 48) dat :
51. Indien het totaalbedrag van de factuur (inclusief BTW) ook in de andere munteenheid wordt vermeld, kunnen in deze andere munteenheid omrekenings- en afondingsverschillen ontstaan wegens het feit dat de som van de verschillende omgerekende en afgeronde bedragen niet overeenstemt met de omgerekende en vervolgens afgeronde eindsom. In onderhavig geval kan er een positief of negatief verschil in de andere munteenheid ontstaan op het volgende niveau : totaalbedrag van de factuur (BTW-inbegrepen) verminderd met de som van de maatstaven van heffing en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting. Dit verschil mag op de factuur worden vermeld (z. verschil (B), verwijzing (6) van het factuurvoorbeeld).
52. Voor zover rekening wordt gehouden met artikel 26 van het BTW-Wetboek heeft de schuldenaar voor de betaling van de verschuldigde belasting de keuze om via zijn aangifte de bedragen van de belasting die blijken uit de factuur, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro te voldoen.
Wanneer echter de regels met betrekking tot de horizontale omrekening niet worden gerespecteerd (berekening van de verschuldigde belasting in elke kolom van de factuur) zal op grond van artikel 51, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek, steeds het hoogste bedrag van de belasting verschuldigd zijn en dit onverminderd andere sancties.
Tweede geval : de bedragen van de elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld worden op de factuur vermeld in de andere munteenheid.
53. Alle regels opgenomen onder de nrs 46 tot 52 hierboven zijn ook hier van toepassing en dienen verplicht te worden nageleefd.
54. Er dient tevens te worden opgemerkt dat in dit tweede geval, alle op de factuur vermelde bedragen worden omgerekend in de andere munteenheid, behalve, in voorkomend geval, het totaalbedrag van de factuur (BTW inbegrepen) dat geen door de BTW-regelgeving beoogd gegeven is. Bij toepassing van artikel 5, § 1, 9°bis, van het koninklijk besluit nr. 1 dienen namelijk, wanneer de elementen van de maatstaf van heffing op de factuur worden omgerekend in de andere munteenheid, ten minste het bedrag van de maatstaf van heffing per BTW-tarief, het bedrag van de verschuldigde belasting per BTW-tarief en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting verplicht te worden omgerekend.
55. De omrekening van elk bedrag van de elementen van de maatstaf van heffing dient eveneens individueel te gebeuren (principe van de horizontale omrekening).
Uit dit principe volgt dat de louter ter informatie omgerekende eenheidsprijs niet mag worden vermenigvuldigd met de verkochte hoeveelheden teneinde de elementen van de maatstaf van heffing alsmede het bedrag van de maatstaf van heffing zelf op de factuur in de andere munteenheid uit te drukken.
56. Behalve het in nr 51 hierboven beoogde verschil (z. verschil (B), verwijzing (6) op de factuur), kan er in het onderhavige geval ingevolge omrekeningen en afrondingen een positief of negatief verschil in de andere munteenheid ontstaan op het volgende niveau : de som van de maatstaven van heffing verminderd met de som van de elementen waaruit die maatstaven van heffing zijn samengesteld (z. verschil (A), verwijzing (4) op het factuurvoorbeeld). Dit verschil mag op de factuur worden vermeld.
Er dient te worden opgemerkt dat geen compensatie mogelijk is tussen de twee hierboven beoogde verschillen.
AFDELING 3 - ANDERE DOCUMENTEN BEOOGD DOOR DE NIEUWE BEPALINGEN.
Opsomming en na te leven regels
57. De in de huidige aanschrijving op het gebied van de factuur gegeven commentaren voor wat betreft de op de factuur aan te brengen nieuwe vermeldingen en de na te leven regels wanneer op de factuur bedragen worden uitgedrukt in de beide munteenheden (Belgische frank en euro), zijn "mutatis mutandis" van toepassing op de andere documenten die de factuur vervangen, ongeacht of zij worden uitgereikt door de leverancier van het goed of de dienstverrichter, of door de klant.
58. Behalve de in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1 bedoelde factuur, worden ook de volgende documenten door de nieuwe bepalingen beoogd:
59. Anderzijds worden ook de verbeterende stukken met betrekking tot de factuur en de bovengenoemde documenten beoogd, evenals de door de medecontractant op te stellen verbeterende afrekening (z. art. 12 van het kon. besl. nr. 1).
60. Alle hierboven bedoelde documenten (ns 58 en 59) dienen bijgevolg te worden opgesteld in dezelfde munteenheid, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro (z. Afdeling 2, punten A en B). De belastingplichtige mag in dit opzicht per document de gebruikte munteenheid kiezen (z. evenwel nr 63 - verbeterende stukken).
Het is evenwel ook mogelijk de op deze documenten vermelde bedragen eveneens uit te drukken in de andere munteenheid. In voorkomend geval zijn de in de huidige aanschrijving opgenomen regels met betrekking tot de facturering in de beide munteenheden van toepassing en dienen ze te worden nageleefd (z. afdeling 2, punten C en D).
61. Sommige van de hierboven vermelde documenten die worden opgemaakt door de belastingplichtige moeten niet worden overhandigd aan de medecontractant. Het betreft in het bijzonder het transfertdocument (z. art. 2 van het kon. besl. nr. 1), het stuk dat handelingen vaststelt die gelijkgesteld zijn met dienstverrichtingen en andere dan intracommunautaire leveringen van goederen (z. art. 3 van het kon. besl. nr. 1) en het stuk bedoeld in artikel 9, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 dat door de belastingplichtige of de niet-belastingplichtige rechtspersoon moet worden opgemaakt wanneer zij nog niet in het bezit zijn van de factuur of het als zodanig geldend stuk. Hoewel de belastingplichtige bij de opmaak van deze documenten de bedragen eveneens in de andere munteenheid mag vermelden, wordt evenwel aangeraden slechts één munteenheid te gebruiken (ofwel Belgische frank, ofwel euro), namelijk de munteenheid waarin de boekhouding wordt gevoerd.
62. Er dient bovendien te worden opgemerkt dat, wanneer de opmaak van de documenten beoogd in nr 61 hierboven eerst een omrekening van de bedragen in de andere munteenheid vereist (bijvoorbeeld, het stuk met betrekking tot de aankoop van een goed is opgemaakt in BEF en het stuk met betrekking tot de met een levering gelijkgestelde handeling of overbrenging van datzelfde goed is opgemaakt in EUR), het principe van de horizontale omrekening strikt moet worden nageleegd bij de vaststelling van de maatstaf van heffing, per BTW-tarief, in de andere munteenheid. Er wordt opgemerkt dat in dit geval de verschuldigde belasting moet worden berekend over de in de andere munteenheid omgerekende maatstaf van heffing.
63. Rekening houdend met de in artikel 5, § 1, 8° en 9°, van het koninklijk besluit nr. 1 uiteengezette regels (alle bedragen moeten worden uitgedrukt in een zelfde munteenheid) en teneinde een bepaalde fiscale neutraliteit te verzekeren, dient bij de opmaak van de verbeterende stukken bedoeld in nr 59 hierboven het principe te worden nageleefd dat deze documenten worden opgesteld in dezelfde munteenheid dan deze waarin de te verbeteren oorspronkelijke facturen of stukken zijn opgesteld (zodanig dat alle bedragen in een zelfde munteenheid worden uitgedrukt, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro). Bijgevolg moet een stuk dat oorspronkelijk is opgesteld in Belgische frank worden verbeterd door een stuk opgesteld in Belgische frank en moet een stuk dat oorspronkelijk is opgesteld in euro worden verbeterd door een stuk opgesteld in euro. In afwijking van dit principe en teneinde hun organisatie niet te belemmeren, mogen enkel die belastingplichtigen die op het ogenblik waarop ze een verbeterd stuk moeten opmaken, reeds zijn overgegaan tot het systematisch gebruik van de euro, een oorspronkelijk in Belgische frank opgesteld stuk verbeteren door een stuk opgesteld in euro, zelfs wanneer het oorspronkelijk in Belgische frank opgestelde stuk slaat op een handeling waarvoor de belassing opeisbaar is geworden vóór 1 januari 1999.
Opmerking : door de bestemmeling te vervolledigen factuur of zodanig geldend stuk
64. De in de huidige aanschrijving geformuleerde regels en gegeven commentaren zijn tevens "mutatis mutandis" van toepassing in het geval waarin de belastingplichtige die de factuur of het zodanig geldend stuk ontvangt, dit document moet aanvullen met de vermeldingen bedoeld in artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 met het oog op het uitoefenen van zijn recht op aftrek (z. art. 3, § 1, 5° en § 3, van het kon. besl. nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde).
Het betreft de door de belastingplichtige ontvangen factuur of het zodanig geldend stuk met betrekking tot een door hem gedane intracommunautaire verwerving van goederen of een aan hem verrichte handeling, waarvoor hij zelf de schuldenaar is van de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2 of § 4, van het BTW-Wetboek.
Voorbeeld
65. Een belastingplichtige ontvangt van zijn medecontractant naar aanleiding van een door hem gedane intracommunautaire verwerving van goederen, een factuur waarop de elementen van de maatstaf van heffing en de maatstaf van heffing zelf zijn uitgedrukt in Franse frank. Deze belastingplichtige moet het bedrag van de maatstaf van heffing omrekenen teneinde dit bedrag op de factuur hetzij in euro, hetzij in Belgische frank te vermelden. De elementen van deze maatstaf van heffing moet hij echter niet omrekenen (z. nr 32).
Andere stukken dan de factuur of het zodanig geldend stuk : rekeningen en ontvangstbewijzen beoogd in artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1.
66. Hoewel dit niet uitdrukkelijk is voorzien in artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1, hebben de in dit artikel bedoelde exploitanten de keuze om op de aan hun klanten uitgereikte rekeningen of ontvangstbewijzen het door hun klanten verschuldigd of te betalen bedrag, inclusief belasting over de toegevoegde waarde, hetzij in één enkele munteenheid (ofwel Belgische frank, ofwel euro), hetzij in de beide munteenheden te vermelden. In dit laatste geval is het voldoende dat het bovengenoemde bedrag in de andere munteenheid wordt omgerekend volgens de regels uiteengezet door de bovengenoemde Verordening van de Raad van 17 juni 1997. De exploitant moet in ieder geval de gebruikte munteenheid of de gebruikte munteenheden voor de aanduiding van bovengenoemd bedrag vermelden op de rekening of het ontvangstbewijs. In dit opzicht is het aangewezen gebruik te maken van de ISO-code van de gebruikte munteenheid of munteenheden. Deze laatste vermelding mag bovendien worden voorgedrukt door de erkende drukker.
AFDELING 4 - BOEKHOUDING.
A. Inschrijving van de documenten in de boekhouding.
67. De belastingplichtige kan zijn boekhouding in één munteenheid voeren, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro. Er is evenwel geen enkel bezwaar tegen het feit dat de belastingplichtige zijn boekhouding in de beide munteenheden voert; een deel van de boeken wordt dan in Belgische frank gehouden, een andere deel in euro.
68. De belastingplichtige die zijn boekhouding voert in slechts één munteenheid kan er een document moeten in opnemen uitgedrukt in de andere munteenheid, in de munteenheid van een andere Lidstaat die de euro heeft aangenomen ofwel in de munteenheid van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen of in de munteenheid van een derde land. Bij de inschrijving van dit document in zijn boekhouding moet de belastingplichtige dit document omrekenen volgens de toepasselijke regels voor de omrekening (z. ook nrs. 35 tot 39).
69. De belastingplichtige die zijn boekhouding in euro voert kan er bijgevolg een document moeten in opnemen uitgedrukt in :
a) Belgische frank (b.v. : factuur met betrekking tot een aankoop van goederen in België, uitgedrukt in BEF) : bij de opname ervan in de boekhouding gebeurt de omrekening in euro van de bedragen in Belgische frank door laatstgenoemde bedragen te delen door de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de euro en de Belgische frank, namelijk 40,3399. Het resultaat moet worden afgerond op de dichtstbijzijnde hogere of lagere cent (2de decimaal), naargelang het derde cijfer na de komma groter of gelijk is aan 5 enerzijds of kleiner is dan 5 anderzijds.
Voorbeeld : 1.000 BEF : 40,3399 = 24,789 EUR afgerond op 24,79 EUR;
b) de munteenheid van een andere Lidstaat die de euro heeft aangenomen (b.v. factuur met betrekking tot een intracommunautaire verwerving van goederen, uitgedrukt in FRF) : bij de opname ervan in de boekhouding gebeurt de omrekening in euro van de in Franse frank uitgedrukte bedragen door laatstgenoemde bedragen te delen door de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de euro en de Franse frank, namelijk 6,55957. Het resultaat moet op dezelfde wijze worden afgerond als onder a) hierboven.
Voorbeeld : 1000 FRF : 6,55957 = 152,449 EUR afgerond op 152,45 EUR.
c) de munteenheid van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen (b.v. : factuur met betrekking tot een intracommunautaire verwerving van goederen, uitgedrukt in GBP), of in de munteenheid van een derde land (b.v. : factuur met betrekking tot een invoer van goederen, uitgedrukt in USD) : bij de opname ervan in de boekhouding gebeurt de omrekening in euro van deze bedragen door ze te delen door de laatste indicatiekoers van de euro gepubliceerd door de Europese Centrale Bank of door de Nationale Bank van België indien het bedrag is uitgedrukt in een munteenheid waarvoor de Europese Centrale Bank geen indicatieve koers publiceert. Het resultaat moet op dezelfde wijze worden afgerond als onder a) en b) hierboven.
Voorbeeld : Stel dat 1 EUR = 0,69890 GBP volgens de laatste indicatiekoers gepubliceerd door de Europese Centrale Bank.
1000 GBP : 0,69890 = 1430,819 EUR afgerond op 1430,82 EUR.
70. De belastingplichtige die zijn boekhouding in Belgische frank voert kan er eveneens een document moeten in opnemen uitgedrukt in :
a) euro (b.v. factuur met betrekking tot een aankoop van goederen in België, uitgedrukt in EUR) : bij de opname ervan in de boekhouding dient het in euro vermelde bedrag te worden vermenigvulsigd met de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de euro en de Belgische frank, namelijk 40,3399. Het resultaat moet worden afgerond op de hogere of lagere frank naargelang het getal na de komma groter of gelijk is aan 50 centiem enerzijds, of kleiner is dan 50 centiem anderzijds.
Voorbeeld : 24,79 EUR x 40,3399 = 1.000,02 BEF afgerond op 1.000 BEF;
b) de munteenheid van een andere Lidstaat die de euro heeft aangenomen (b.v. : factuur met betrekking tot een intracommunautaire verwerving van goederen, uitgedrukt in FRF) : bij de opname ervan in de boekhouding dient het in Franse frank uitgedrukte bedrag eerst te worden gedeeld door de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de euro en de Franse frank, namelijk 6,55957 (omrekening in een bedrag uitgedrukt in euro). Het resulaat mag niet worden afgerond op minder dan drie decimalen en wordt vervolgens vermenigvuldigd met de omrekeningskoers vastgesteld tussen de euro en de Belgische frank. Het eindresultaat moet op dezelfde wijze worden afgerond als onder a) hierboven.
Voorbeeld : 1.000 FRF : 6,55957 = 152,4490 EUR
152,449 x 40,3399 = 6.149,77 BEF afgerond op 6.150 BEF;
c) de munteenheid van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen (b.v. factuur met betrekking tot een intracommunautaire verwerving van goederen, uitgedrukt in GBP), of in de munteenheid van een derde land (b.v. : factuur met betrekking tot een invoer van goederen, uitgedrukt in USD) : bij de opname ervan in de boekhouding dient het initiële bedrag eerst te worden gedeeld door de laatste indicatiekoers van de euro gepubliceerd door de Europese Centrale Bank of door de Nationale Bank van België indien het een munteenheid betreft waarvoor de Europese Centrale Bank geen indicatieve koers publiceert. Het resultaat moet vervolgens worden vermenigvuldigd met de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de euro en de Belgische frank. Het eindresultaat moet op dezelfde wijze worden afgerond als onder a) en b) hierboven.
Voorbeeld : Stel dat 1 EUR = 0,69890 GBP.
1.000 GBP : 0,69890 = 1.430,8198 EUR.
1.430,820 x 40,3399 = 57.719,135 BEF afgerond op 57.719 BEF.
71. Indien de belastingplichtige, zoals hierboven werd uiteengezet, de bedragen van een document dient om te rekenen teneinde ze op te nemen in zijn boekhouding, zal de Administratie niet eisen dat de omrekening van de te boeken bedragen op het boekingsstuk zelf dient te gebeuren, behalve wanneer het een document betreft dat door de belastingplichtige zelf dient te worden aangevuld teneinde zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen en waarop, in voorkomend geval, bedragen moeten worden omgerekend om het document in overeenstemming te brengen met de bepalingen van artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1 (z. nrs. 64 en 65).
72. Indien de belastingplichtige zijn boekhouding in een andere munteenheid voert (b.v. in BEF) dan deze waarin de maatstaf van heffing is bepaald op de factuur (b.v. maatstaf van heffing in EUR), zijn er twee mogelijkheden :
a) ofwel is op de factuur een tweede kolom vermeld (eerste kolom in EUR, tweede kolom in BEF) : de belastingplichtige moet deze factuur boeken op basis van de in deze tweede kolom vermelde bedragen (bedragen omgerekend louter ter informatie);
b) ofwel komt op de factuur geen tweede kolom voor (factuur uitsluitend in EUR opgesteld) : de belastingplichtige die de te boeken bedragen moet omrekenen (omrekening EUR->BEF) dient bij de inschrijsing van deze factuur in zijn boekhouding het principe van de horizontale omrekening te respecteren (hetzelfde principe als bij de facturering in de beide munteenheden).
73. Uit het principe van de horizontale omrekening dat eveneens van toepassing is bij de boeking van een factuur in de andere munteenheid en voor zover er verscheidene BTW-tarieven voorkomen op de factuur, vloeit voort dat :
a) in hoofde van de leverancier of dienstverrichter, schuldenaar van de belasting, het in rooster 54 van de BTW-aangifte te vermelden bedrag van de verschuldigde belasting gelijk is aan het omgerekende bedrag van het totaalbedrag van de verschuldigde belasting (en niet de som van de omgerekende bedragen van de verschuldigde belasting per BTW-tarief);
b) in hoofde van de klant (met een volledig recht op aftrek), het in rooster 59 van de BTW-aangifte te vermelden bedrag van de aftrekbare belasting gelijk is aan het omgerekende bedrag van het totaalbedrag van de belasting.
Toepassingen
74. Ter illustratie van de bepalingen opgenomen onder nr. 73 hierboven wordt verwezen naar het factuurvoorbeeld onder nr. 43 (tweede factuurvoorbeeld - opgemaakt in EUR, waarop tevens bedragen in BEF zijn vermeld).
In bovengenoemd voorbeeld is het in de BTW-aangifte in BEF op te nemen bedrag van de verschuldigde (of aftrekbare) belasting het resultaat van de omrekening van de som van 9 en 10, namelijk :
1,49 EUR + 91,41 EUR = 92,90 EUR (11).
92,90 EUR x 40,3399 = 3.748 BEF (11').
Het bedrag van de verschuldigde (of aftrekbare) belasting is dus niet het resultaat van de som van 9' en 10', namelijk :
60 BEF + 3.687 BEF = 3.747 BEF.
Tussen beide bedragen kan men in casu een verschil van 1 BEF vaststellen.
Uitzondering
75. In de gevallen waarin de klant zelf schuldenaar is van de belasting het betreft hier dezelfde persoon die de belasting tegelijkertijd betaalt en, in voorkomend geval, in aftrek brengt - en in afwijking van de bepalingen met betrekking tot de berekening van het in de BTW-aangifte te vermelden bedrag van de verschuldigde of aftrekbare belasting die hierboven onder de nrs. 73 en 74 zijn opgenomen, dient de klant het bedrag van de verschuldigde en aftrekbare belasting onmiddellijk te berekenen in de munteenheid waarin hij zijn boekhouding voert.
Voorbeeld : Ontvangst van een factuur met betrekking tot een intracommunautaire verwerving van goederen waarin de maatstaven van heffing in euro zijn uitgedrukt :
maatstaf van heffing aan 6 % : 32,89 EUR (= 1.327 BEF);
maatstaf van heffing aan 21 % : 352,98 EUR (= 14.239 BEF)
32,89 x 6 % = 1,97 EUR 352,98 x 21 % = 74,13 EUR ------------------------- totaal : 76,10 EUR
1.327 x 6 % = 80 BEF 14.239 x 21 % = 2.990 BEF ------------------------- totaal : 3.070 BEF 76. Met betrekking tot de inschrijving van de documenten in de boekhouding dient te worden opgemerkt dat de omrekenings- en afrondingsverschillen niet in de BTW-aangifte worden opgenomen.
B. De boekhouding en de BTW-aangiften.
Draagwijdte van de nieuwe bepalingen die zijn ingevoegd in artikel 15, §§ 3 en 4, van het koninklijk besluit nr. 1.
77. Voor wat betreft de inschrijvingen in de registers beoogd in artikel 14, §§ 2, 5 en 6, van het koninklijk besluit nr. 1, voorziet artikel 15, § 3, g), van datzelfde koninklijk besluit dat op het einde van elke aangifteperiode, per rooster van de aangifte, het totaalbedrag van de periode moet worden uitgedrukt in de munteenheid waarin de in de artikelen 53, eerste lid, 3° en 53ter, 1°, van het Wetboek, bedoelde aangiften worden opgemaakt.
Anderzijds voorziet artikel 15, § 4, vijfde lid, van het koninklijk besluit nr. 1 het volgende : "Bovendien worden op het einde van elke aangifteperiode, per tarief, het totaalbedrag van de maatstaf van heffing en van de overeenkomstige belasting met betrekking tot de periode, uitgedrukt in dezelfde munteenheid waarin de in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek bedoelde aangiften worden opgemaakt, ingeschreven".
78. Uit de hierboven vermelde bepalingen volgt dat de totaalbedragen van de in artikel 14, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 beoogde factuurboeken (boek voor inkomende en boek voor uitgaande facturen) en van het dagboek van ontvangsten op het einde van elke aangifteperiode in deze registers moeten worden opgenomen per aangifteperiode en per rooster van de aangifte.
Het betreft een nieuwe verplichting die van toepassing is vanaf 1 januari 1999.
Deze verplichting is tevens van toepassing met betrekking tot her register beoogd in artikel 14, §§ 5 en 6, van het koninklijk besluit nr. 1 dat moet worden gehouden door de belastingplichtigen onderworpen aan de vrijstellingsregeling van de belasting, de belastingplichtigen onderworpen aan de bijzondere regeling voor landbouwondernemers, de belastingplichtigen die uitsluitend handelingen verrichten die vrijgesteld zijn van de belasting krachtens artikel 44 van het BTW-Wetboek en die geen enkel recht op aftrek hebben, en de niet-belastingplichtige rechtspersonen.
Deze verplichting is bovendien van toepassing met betrekking tot de andere registers beoogd in de huidige aanschrijving (z. infra, nrs. 93 en volgende), voor zover deze verplichting nog niet is voorzien in de bepalingen die het houden van deze registers regelen.
79. Uit de bovengenoemde bepalingen volgt bovendien dat de bedoelde totaalbedragen in alle hierboven beoogde registers moeten worden uitgedrukt in dezelfde munteenheid als deze waarin de BTW-aangiften (periodieke en bijzondere) worden opgemaakt.
80. Onder voorbehoud van de bepalingen van nr. 79 hierboven, hangt de munteenheid waarin de in de artikelen 53, eerste lid, 3° en 53ter, 1°, van het BTW-Wetboek beoogde aangiften worden opgemaakt niet af van de munteenheid waarin de boekhouding wordt gevoerd.
Elke belastingplichtige kan :
a) zijn boekhouding in BEF voeren en zijn aangifte in BEF opmaken;
b) zijn boekhouding in BEF voeren en zijn aangifte in EUR opmaken;
c) zijn boekhouding in EUR voeren en zijn aangifte in EUR opmaken;
d) zijn boekhouding in EUR voeren en zijn aangifte in BEF opmaken;
e) zijn boekhouding gedeeltelijk in EUR en gedeeltelijk in BEF voeren en
zijn aangifte in BEF opmaken;
f) zijn boekhouding gedeeltelijk in EUR en gedeeltelijk in BEF voeren en
zijn aangifte in EUR opmaken.
81. De keuze om de bovenbedoelde BTW-aangiften in een andere munteenheid op te maken dan deze waarin de boekhouding wordt gevoerd is echter afhankelijk van het vervullen van de voorwaarden en regels opgenomen onder de nrs. 82 tot 98 hierna.
In deze zin is de keuze om een BTW-aangifte in euro in te dienen ook afhankelijk van het vervullen van deze voorwaarden.
Na te leven voorwaarden en regels in het geval de BTW-aangifte wordt opgemaakt in een andere munteenheid dan deze waarin de boekhouding wordt gevoerd.
82. Teneinde de coherentie en de overeenstemming tussen de boekhouding en de BTW-aangiften (periodieke en bijzondere) te verzekeren in de gevallen beoogd onder nr. 79, b), d), e) en f) hierboven, bepaalt bovengenoemd artikel 15, §§ 3 en 4, dat de in de roosters van de BTW-aangifte op te nemen bedragen van de factuurboeken (boek voor inkomende en boek voor uitgaande facturen) en van het dagboek van ontvangsten (beoogd in artikel 14 van het koninklijk besluit nr. 1), moeten worden omgerekend in de munteenheid van de aangifte indien ze zijn uitgedrukt in een andere munteenheid dan deze van de BTW-aangifte. De aldus bekomen bedragen moeten worden ingeschreven in de factuurboeken en in het dagboek van ontvangsten.
Dezelfde verplichting geldt voor de bedragen van het register beoogd in artikel 14, §§ 5 en 6, van het koninklijk besluit nr. 1, dat moet worden gehouden door de belastingplichtigen onderworpen aan de vrijstellingsregeling van de belasting, de belastingplichtigen onderworpen aan de bijzondere regeling voor landbouwondernemers, de belastingplichtigen die uitsluitend handelingen verrichten die vrijgesteld zijn van de belasting krachtens artikel 44 van het BTW-Wetboek en die geen enkel recht op aftrek hebben, en de niet-belastingplichtige rechtspersonen, en waarvan de bedragen moeten worden opgenomen in de roosters van de door deze personen in te dienen bijzondere BTW-aangifte. Indien de betreffende bedragen in het register in een andere munteenheid dan deze van bovengenoemde aangifte zijn uitgedrukt, moeten ze worden omgerekend in de munteenheid van de aangifte; de aldus bekomen bedragen moeten daarenboven in dit register worden ingeschreven.
83. Teneinde veelvoudige omrekeningen te vermijden, dient er te worden opgemerkt dat ingevolge bovengenoemde bepalingen, op het einde van elke aangifteperiode, slechts de totaalbedragen van de periode, per rooster van de aangifte, voor zover ze in een andere munteenheid dan deze van de BTW-aangifte zijn uitgedrukt, dienen te worden omgerekend in de munteenheid van de aangifte.
Bijzonderheden inzake de boeken voor inkomende en uitgaande facturen.
84. Indien de belastingplichtige meerdere (hetzij inkomende, hetzij uitgaande) factuurboeken bijhoudt die zijn uitgedrukt in een andere munteenheid dan deze van de aangifte, dient enkel op het einde van elke aangifteperiode, per type van factuurboek, het totaalbedrag van de periode, per rooster van de aangifte, te worden omgerekend. Dit totaalbedrag is gelijk aan som van de in de diverse factuurboeken vermelde bedragen in de andere munteenheid.
85. Indien de belastingplichtige in de onder het vorige nummer bedoelde hypothese bepaalde factuurboeken in Belgische frank en andere (of één ander factuurboek) in euro houdt, dient de omrekening te gebeuren - en het verkregen resultaat te worden ingeschreven - in het factuurboek of in één van deze factuurboeken dat is uitgedrukt in dezelfde munteenheid als deze van de aangifte, of in een centralisatieregister.
86. Voor de aankopen van goederen die zijn bestemd om bij wederverkoop te worden onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge (met betrekking tot gebruikte goederen, kunstvoorwerpen en voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten), voorzien in artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek, moet de belastingplichtige een aankoopregister houden dat voor dergelijke aankopen het boek voor inkomende facturen vervangt.
Wanneer de belastingplichtige zijn registers (boek voor inkomende facturen en aankoopregister) in een andere munteenheid houdt dan deze van de aangifte, moeten, rekening gehouden met de bepalingen van nr. 84 supra, de in het aankoopregister opgenomen totaalbedragen van de periode op het einde van elke periode worden opgeteld bij de bedragen van het boek voor inkomende facturen van dezelfde periode; de aldus bekomen bedragen moeten vervolgens worden omgerekend in de munteenheid van de aangifte en worden ingeschreven in het boek voor inkomende facturen.
87. Wanneer de belastingplichtige de aankopen van goederen onder de in nr. 86 hierboven bedoelde regeling opneemt in het boek voor inkomende facturen (bij ontstentenis van een afzonderlijk aankoopregister) en wanneer de bedragen van het boek voor inkomende facturen zijn uitgedrukt in een andere munteenheid dan deze van de aangifte, zijn de hierboven genoemde regels (z. nr. 82) van toepassing.
88. Indien de belastingplichtige gebruik maakt van de normale belastingregeling en van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge en zijn boekhouding voert in een andere munteenheid dan deze van de aangifte, zijn voor wat betreft het boek voor uitgaande facturen de volgende bepalingen van toepassing :
Bijzonderheden inzake het dagboek van ontvangsten
89. Het totaalbedrag, inclusief BTW, van de dagontvangsten wordt van dag tot dag ingeschreven in het dagboek van ontvangsten, hetzij in EUR, hetzij in BEF. De ontvangsten met betrekking tot de leveringen van goederen waarvan de prijs per in de handel gebruikelijke eenheid meer bedraagt dan 10.000 Belgische frank of 247,89 euro, inclusief BTW, dienen het voorwerp uit te maken van een afzonderlijke inschrijving met vermelding van de aard van de verkochte goederen. Deze afzonderlijke inschrijving mag worden vervangen door een dagelijkse globale inschrijving wanneer de verantwoordingsstukken die moeten worden opgesteld, behoudens de ontvangst, ook de aard van de verkochte goederen vermelden. Indien de ontvangsten onderworpen zijn aan onderscheiden BTW-tarieven, moeten ze in principe per BTW-tarief worden vermeld. Wanneer het niet mogelijk is om dit onderscheid te maken op het moment waarop de handelingen plaatsvinden, mogen de ontvangsten worden ingeschreven zonder onderscheid te maken naar het tarief van de belasting. Opdat hij zijn BTW-aangifte zou kunnen invullen, is de belastingplichtige in dit geval echter gehouden de ontvangsten op basis van een door de Administratie goedgekeurde verdeelsleutel om te delen over de diverse BTW-tarieven (z. aanschr. nr. 101/1970).
90. De belastingplichtige moet vooreerst, met het oog op het invullen van zijn BTW-aangifte (maatstaven van heffing in de roosters 01, 02 of 03 en verschuldigde belasting in rooster 54), uit de bedragen van het dagboek van ontvangsten, inclusief BTW, die zijn uitgedrukt in een andere munteenheid dan de munteenheid van de BTW-aangifte, per BTW-tarief, het bedrag van de verschuldigde belasting en het bedrag van de ontvangsten exclusief BTW bepalen in de munteenheid van het dagboek van ontvangsten. Het aldus bekomen resultaat moet dan worden omgerekend in de munteenheid van de BTW-aangifte.
Voorbeeld
91. Dagontvangstenboek, gehouden in BEF, van een belastingsplichtige die kwartaalaangiften in EUR indient :
+ -----------------------------------------------------------------------+ ¦ BEF ¦ 6 % ¦ 21 % ¦ ¦-----------------------+-----------------------+-----------------------¦ ¦ April 1999 ¦ 612.656 ¦ 438.462 ¦ ¦ Mei 1999 ¦ 564.848 ¦ 632.446 ¦ ¦ Juni 1999 ¦ 582.342 ¦ 586.118 ¦ ¦-----------------------+-----------------------+-----------------------¦ ¦ ¦ 1.759.846 ¦ 1.657.026 ¦ +-----------------------------------------------------------------------+ 1° Berekening van het bedrag van de BTW : BTW-tarief 6 % : 1.759.846 BEF X 6 = 99.614 BEF --- 106 BTW-tarief 21 % : 1.657.026 BEF X 21 = 287.583 BEF --- 121 2°. Berekening van de maatstaf van heffing : BTW-tarief 6 % : 1.759.846 BEF - 99.614 BEF = 1.660.232 BEF; BTW-tarief 21 % : 1.657.026 BEF - 287.583 BEF = 1.369.443 BEF. In de BTW-aangifte van het tweede kwartaal van 1999, ingediend in EUR, worden de volgende gegevens vermeld :
in rooster 01 : 1.660.232 BEF : 40,3399 = 41.156,08 EUR.
in rooster 03 : 1.369.443 BEF : 40,3399 = 33.947,61 EUR.
in rooster 54 : (99.614 BEF + 287.583 BEF) : 40,3399 = 9.598,36 EUR.
92. In het kader van de toepassing van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge (artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek) dient te worden opgemerkt dat het totaalbedrag van de verkopen dat op het einde van de aangifteperiode voorkomt in de kolom met betrekking tot de winstmargeregeling van het dagboek van ontvangsten, moet worden overgebracht naar het vergelijkingsregister in dezelfde munteenheid als deze waarin dit bedrag is uitgedrukt in het dagboek van ontvangsten.
Andere registers met betrekking tot de boekhouding - na te leven regels
93. Wanneer verschillende munteenheden worden gebruikt moet steeds de overeenstemming tussen de boekhouding en de BTW-aangifte kunnen worden verzekerd, ook voor wat betreft de in de BTW-aangifte opgenomen bedragen die voortvloeien uit registers onderscheiden van deze beoogd in artikel 14 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1.
94. Voor zover de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde bevoegd is om het houden en de toepassingsvoorwaarden ervan te regesen, moeten de belastingplichtigen de hierna onder de nrs. 95 tot 97 geformuleerde regels met betrekking tot de volgende registers verplicht naleven indien de in deze registers opgenomen bedragen zijn uitgedrukt in een andere munteenheid dan de munteenheid van de BTW-aangifte :
95. Voor wat het teruggaafregister betreft, moet de belastingplichtige op basis van artikel 4, § 1, laatste lid, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 4 en artikel 15, § 3, g), van het koninklijk besluit nr. 1 (in geval van teruggaaf van belasting naar aanleiding van uitgereikte creditnota's opgenomen in het boek voor uitgaande facturen van de belastingplichtige) de volgende verplichting naleven indien het register in een andere munteenheid wordt gehouden dan de munteenheid van de aangifte : op het einde van elke aangifteperiode, per rooster van de aangifte, dient het totaalbedrag van de door de Staat terug te geven belasting van de periode te worden omgerekend in de munteenheid van de aangifte (op te splitsen tussen rooster 62 en rooster 64).
96. Voor wat de tabel van de bedrijfsmiddelen betreft is op basis van artikel 11, § 6, van het hierboven vermeld koninklijk besluit nr. 3 de omrekening van de volgende drie elementen verplicht indien het register in een andere munteenheid wordt gehouden dan de munteenheid van de aangifte :
97. Voor wat het vergelijkingsregister betreft gelden op basis van artikel 10 van het hierboven vermeld koninklijk besluit nr. 53 de volgende vereisten indien dit register in een andere munteenheid wordt gehouden dan de munteenheid van de aangifte :
a) de maatstaf van heffing wordt per aangifteperiode bepaald. In dit geval moeten in het vergelijkingsregister :
b) de maatstaf van heffing wordt per levering bepaald (d.w.z. voor elk goed afzonderlijk beschouwd).
In dit geval moeten het bedrag van de verkochte aankopen, het bedrag van de maatstaven van heffing per BTW-tarief en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting per aangifteperiode worden omgerekend in de munteenheid van de aangifte.
C. De boekhouding en de indiening van de opgave van de afnemers-belastingplichtigen en van de opgave van de intracommunautaire handelingen
98. De belastingplichtigen moeten krachtens artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 23 van 29 december 1992 en artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992 klantenrekeningen (of alle andere stukken) houden om te kunnen voldoen aan de verplichting tot het indienen van enerzijds de opgave van de afnemers-belastingplichtigen beoogd in artikel 53quinquies van het BTW-Wetboek en anderzijds de opgave van de intracommunautaire handelingen beoogd in artikel 53sexies, § 1, van hetzelfde Wetboek.
Indien de klantenrekeningen worden gehouden in een andere munteenheid dan de munteenheid waarin de bovengenoemde opgaven worden ingediend moet de belastingplichtige, teneinde de overeenstemming te verzekeren, op basis van artikel 8 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 23 en artikel 12 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 50, de volgende verplichting naleven : op het einde van elke periode moeten de in de opgave van de afnemers-belastingplichtigen en de opgave van de intracommunautaire handelingen op te nemen bedragen, per klant en per betreffende periode (jaar of kwartaal), worden omgerekend in de munteenheid waarin de desbetreffende opgaven worden opgemaakt.
Algemene opmerking
99. Tenslotte wordt de aandacht gevestigd op het feit dat de belastingplichtigen die, rekening houdend met de bovengenoemde bepalingen (z. nrs. 82 tot 98), in hun boekhouding omrekeningen hebben moeten verrichten, alles in het werk dienen te stellen om de taak van de controlerende ambtenaren te vereenvoudigen zodat deze laatsten in het bijzonder de oorspronkelijk om te rekenen bedragen gemakkelijk zouden kunnen terugvinden.
AFDELING 5 - SANCTIES
100. Onverminderd andere sancties worden de overtredingen van de in de huidige aanschrijving opgenomen bepalingen op het gebied van de facturering en het voeren van de boekhouding beteugeld met fiscale geldboeten (z. artikel 70 van het BTW-Wetboek).
101. Inzake facturering bepaalt artikel 70, § 2, van het BTW-Wetboek dat, wanneer de factuur of het als zodanig geldend stuk waarvan de uitreiking is voorgeschreven door de artikelen 53, 53octies en 54, of door de ter uitvoering ervan genomen besluiten, niet is uitgereikt of onjuiste vermeldingen bevat ten aanzien van het identificatienummer, de naam of het adres van de bij de handeling betrokken partijen, de aard of de hoeveelheid van de geleverde goederen of verstrekte diensten, de prijs of het toebehoren ervan, er een geldboete wordt opgelegd gelijk aan het dubbel van de op de handeling verschuldigde belasting, zonder dat ze minder mag bedragen dan 2.000 BEF (49,58 EUR).
Deze geldboete is verschuldigd individueel door de leverancier of de dienstverrichter en door zijn medecontractant. Ze is evenwel niet verschuldigd wanneer de overtredingen als louter toevallig kunnen worden aangemerkt.
Behoudens ingeval van fraude, kan het bedrag van deze geldboete worden verminderd op basis van de verminderingsschaal vastgesteld in de tabel C van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde.
102. De aandacht wordt tevens gevestigd op het feit dat de medecontractant hoofdelijk aansprakelijk is tot voldoening van de belasting wanneer de factuur niet werd uitgereikt of een onjuiste vermelding bevat (z. artikel 51bis, § 1, van het BTW-Wetboek). De medecontractant die de identiteit van zijn leverancier of dienstverrichter aantoont en bewijst hem de prijs en de bijhorende belasting of een deel daarvan te hebben betaald, is evenwel in die mate van de hoofdelijke aansprakelijkheid ontslagen (z. artikel 51bis, § 2, van het BTW-Wetboek).
103. Uit artikel 70, § 4, van het BTW-Wetboek volgt bovendien dat de andere overtredingen op het gebied van de facturering bestraft worden met een geldboete van 1.000 BEF (24,79 EUR) tot 100.000 BEF (2.478,94 EUR) per overtreding. Het bedrag van deze geldboete wordt bepaald volgens een schaal opgenomen in de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 tot vaststelling van het bedrag van de niet proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde (eerste afdeling, rubriek II - 2.000 BEF of 49,58 EUR per factuur of als zodanig geldend stuk - en rubriek XI, 4 - 2.000 BEF of 49,58 EUR per document dat is uitgereikt of opgemaakt).
104. Inzake de boekhouding is bij overtredingen van de bepalingen van de artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit nr. 1 de wettelijke boete bedoeld in artikel 70, § 4, van het BTW-Wetboek eveneens van toepassing. Ze geldt bovendien bij overtredingen met betrekking tot de andere registers beoogd in de huidige aanschrijving. Het bedrag van deze boete wordt bepaald in het hierboven genoemde koninklijk besluit nr. 44 onder de volgende rubrieken.
Boek voor inkomende en uitgaande facturen :
Dagboek van ontvangsten :
Teruggaafregister :
Tabel van de bedrijfsmiddelen :
Aankoopregister en vergelijkingsregister (bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge) :
Namens de Minister:
BIJLAGE
Gecoördineerde tekst van artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.
Artikel 5. § 1. De in artikel 1 bedoelde factuur en het in artikel 2 bedoeld stuk dienen te vermelden :
1° de datum waarop deze stukken worden uitgereikt en het volgnummer waaronder ze worden ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen;
2° de naam of de maatschappelijke benaming van de belastingplichtige, het adres van zijn administratieve of maatschappelijke zetel, zijn inschrijvingsnummer in het handels- of ambachtsregister, wanneer deze inschrijving vereist is, en zijn in artikel 50 van het Wetboek bedoeld BTW-identificatienummer;
3° de naam of de maatschappelijke benaming, het adres en het in artikel 50 bedoeld BTW-identificatienummer van de medecontractant of, wanneer het in artikel 39bis, eerste lid, 4°, van het Wetboek bedoelde leveringen betreft, de naam of de maatschappelijke benaming, het adres en het BTW-identificatienummer dat in de Lid-Staat van bestemming van de goederen aan de belastingplichtige is toegekend, evenals de nauwkeurige vermelding van het adres van de inrichting ter bestemming waarvan de goederen worden overgebracht;
4° a) voor de handelingen bedoeld in artikel 21, § 3, 2°, b, 3°bis, 3°ter, 4°bis, 4°ter en 8°, van het Wetboek, het nummer waaronder de ontvanger voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd en waaronder hem de dienst werd verstrekt;
b) voor de handelingen bedoeld in artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek, het nummer waaronder de ontvanger in een andere Lid-Staat voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd;
c) in geval van toepassing van het bepaalde in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 3°, van het Wetboek, een verwijzing naar die bepaling, het nummer waaronder de belastingplichtige voor BTW-doeleinden in een andere Lid-Staat is geïdentificeerd en waaronder hij de intracommunautaire verwerving en de daarop aansluitende levering van goederen verricht heeft, en het nummer waaronder de bestemmeling van de levering voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Wetboek;
5° a) de datum van de levering van het goed of van de voltooiing van de dienst en, in de in artikel 1, § 1, 2°, bedoelde gevallen, de datum waarop de belasting opeisbaar wordt of, wanneer de datum niet met zekerheid kan worden bepaald, het tijdvak waarin de handeling heeft plaatsgevonden;
b) voor de in artikel 39bis van het Wetboek bedoelde levering van goederen, de datum waarop het belastbaar feit plaatsvond of, in het in artikel 1, § 1, 3°, bedoelde geval, de datum waarop de prijs geheel of gedeeltelijk werd ontvangen;
6° de gegevens die nodig zijn om de handeling te determineren en om het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen en van de verstrekte diensten en hun hoeveelheid alsook het voorwerp van de diensten;
7° de in artikel 8bis, § 2, van het Wetboek bedoelde gegevens voor de leveringen van nieuwe vervoermiddelen, evenals het merk, het model, het jaartal, de cilinderinhoud, de motorsterkte, het carrosseriemodel en het chassisnummer in geval van levering van nieuwe of tweedehandse personenauto's of auto's voor dubbel gebruik en, wanneer het gaat om tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik, de datum waarop zij voor het eerst in het verkeer werden gebracht en, voor de werken, het wassen uitgezonderd, verricht aan motorvoertuigen, de vermelding van de nummerplaat van het voertuig;
8° per tarief, de vermelding van de maatstaf van heffing en de elementen waaruit hij is samengesteld, waarbij alle bedragen verplicht worden uitgedrukt in eenzelfde munteenheid, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro;
9° de vermelding van de tarieven van de verschuldigde belasting, het bedrag van de verschuldigde belasting per tarief en het totaalbedrag van de veschuldigde belasting, uitgedrukt in dezelfde munteenheid als deze bedoeld in 8° hierboven, ofwel, wanneer de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2, 1° en 2°, van het Wetboek verschuldigd is door de medecontractant, de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant - BTW-Wetboek, artikel 51, § 2" in de plaats van de vermelding van de tarieven en van de bedragen van de verschuldigde belasting;
9°bis wanneer bedragen vermeld op de factuur overeenkomstig 8° en 9° hierboven eveneens op de factuur voorkomen in de andere munteenheid bedoeld in 8° hierboven, de vermelding, al naargelang van het geval, "omrekening in euro louter ter informatie" of "omrekening in Belgische frank louter ter informatie".
De omrekening van elk bedrag moet, in dit geval, individueel en volgens de door de Verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 bepaalde regels worden verricht. Bovendien moeten minstens het bedrag van de maatstaf van heffing per tarief, het bedrag van de verschuldigde belasting per tarief en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting worden omgerekend in de andere munteenheid;
10° de vermelding van de wettelijke bepaling krachtens dewelke de handeling van de belasting is vrijgesteld of krachtens dewelke de belasting niet in rekening wordt gebracht;
11° een verwijzing naar het vroeger uitgereikte stuk of stukken indien voor dezelfde handeling meerdere facturen of stukken worden uitgereikt. De factuur mag de medecontractant niet debiteren voor een bedrag als belasting waarvoor hij reeds eerder werd gedebiteerd;
12° alle andere vermeldingen die worden voorgeschreven ter uitvoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde of van de uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 2. Het in artikel 3 bedoelde stuk bevat de volgende vermeldingen :
1° het nummer waaronder het is geschreven in het boek voor uitgaande facturen;
2° de naam of de maatschappelijke benaming van de belastingplichtige, het adres van zijn administratieve of maatschappelijke zetel en het in artikel 50 van het Wetboek bedoelde BTW-identificatienummer;
3° de datum van de handeling;
4° de in § 1, 6° en 7°, bedoelde gegevens;
5° per tarief, de vermelding van de maatstaf van heffing en het bedrag van de verschuldigde belasting.
Aanschrijving nr. 4 dd. 12.03.1999
BTW-Revue nr. 141, blz. 173
Regeling opmaken en boeken van facturen en stukken
Invoering van de euro.
Onderwerp van de aanschrijving
1. In het Belgisch Staatsblad van 10 november 1998 werd de wet van 30 oktober 1998 betreffende de euro gepubliceerd. In het Belgisch Staatsblad van 28 november 1998 werd in dit verband het koninklijk besluit van 18 november 1998 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van de wet van 30 oktober 1998 betreffende de euro gepubliceerd. Tenslotte werd in het Belgisch Staatsblad van 1 december 1998, tweede editie, naar aanleiding van de invoering van de euro op 1 januari 1999, het koninklijk besluit van 26 november 1998 tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 8, 23, 24, 41, 42, 44 en 50 inzake belasting over de toegevoegde waarde en het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten gepubliceerd.
2. Voor de periode vanaf 1 januari 1999 tot in beginsel 31 december 2001, dienen alle elementen van de facturen en stukken beoogd door de BTW-reglementering, per factuur of stuk, te worden uitgedrukt in eenzelfde munteenheid, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro. Rekening houdend met de in de huidige aanschrijving opgesomde regels en voorwaarden mogen deze facturen en stukken evenwel worden opgemaakt in de beide munteenheden, dit is in Belgische frank en in euro. Niets belet de belastingplichtige die deze facturen en stukken uitreikt om van factuur tot factuur en van stuk tot stuk te veranderen van munteenheid.
3. De huidige aanschrijving heeft hoofdzakelijk tot doel de draagwijdte van de wijzigingen die inzake facturering zijn aangebracht aan artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, te bespreken en verduidelijken. Deze wijzigingen inzake facturering, opgesomd onder nr. 5 infra, betreffen de vermeldingen die verplicht moeten worden aangebracht zowel op de factuur en op het stuk bedoeld in respectievelijk artikel 1 en artikel 2 van bovengenoemd koninklijk besluit als, meer algemeen, op alle stukken die door de BTW-reglementering zijn voorgeschreven en die in de onderhavige aanschrijving worden beoogd. De gecoördineerde tekst van artikel 5 van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 1 is gemakshalve opgenomen in bijlage bij de huidige aanschrijving.
Aangebrachte wijzigingen
4. De volgende wijzigingen werden aangebracht aan artikel 5, § 1, van het voormeld koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 :
- 8° wordt vervangen door de volgende bepaling : "8° per tarief, de vermelding van de maatstaf van heffing en de elementen waaruit hij is samengesteld, waarbij alle bedragen verplicht worden uitgedrukt in eenzelfde munteenheid, hetij in Belgische frank, hetzij in euro;";
- 9° wordt vervangen door de volgende bepaling : "9° de vermelding van de tarieven van de verschuldigde belasting, het bedrag van de verschuldigde belasting per tarief en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting, uitgedrukt in dezelfde munteenheid als deze bedoeld in 8° hierboven, ofwel, wanneer de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2, 1° en 2°, van het Wetboek verschuldigd is door de medecontractant, de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant BTW-Wetboek, artikel 51, § 2" in de plaats van de vermelding van de tarieven en van de bedragen van de verschuldigde belasting;";
- een 9°bis wordt ingevoegd, luidend als volgt : "9°bis wanneer bedragen vermeld op de factuur overeenkomstig 8° en 9° hierboven eveneens op de factuur voorkomen in de andere munteenheid bedoeld in 8° hierboven, de vermelding, al naargelang van het geval, "omrekening in euro louter ter informatie" of "omrekening in Belgische frank louter ter informatie". De omrekening van elk bedrag moet, in dit geval, individueel en volgens de door de Verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 bepaalde regels worden verricht. Bovendien moeten minstens het bedrag van de maatstaf van heffing per tarief, het bedrag van de verschuldigde belasting per tarief en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting worden omgerekend in de andere munteenheid;".
5. De huidige aanschrijving geeft tevens een overzicht van de na te leven regels bij de opname van de facturen en stukken in de boekhouding, inzonderheid in het geval waarin de bovengenoemde facturen en stukken zijn opgemaakt in een andere munteenheid dan deze waarin de boekhouding wordt gevoerd.
6. Ze preciseert bovendien, op het gebied van de boekhouding, de draagwijdte van de nieuwe bepalingen ingevoegd in artikel 15, §§ 3 en 4, van bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 en de na te leven regels voor het houden van bepaalde registers zodat de overeenstemming tussen de boekhouding en de BTW-aangiften verzekerd blijft wanneer deze laatsten worden opgemaakt in een andere munteenheid dan deze waarin de boekhouding wordt gevoerd.
AFDELING 1 : TOEPASSINGSGEBIED VAN DE NIEUWE BEPALINGEN
A. Draagwijdte in de tijd
7. De nieuwe bepalingen op het gebied van de vermeldingen op de facturen evenals de toelichtingen die in de huidige aanschrijving worden gegeven zijn van toepassing gedurende de overgangsperiode van de derde fase van de Economische en Monitaire Unie.
Zij treden in werking op 1 januari 1999 en hebben betrekking op de facturen en stukken (z. ook infra nrs. 57 en volgende) uitgereikt na 31 december 1998 die handelingen vaststellen waarvoor de belasting ten vroegste opeisbaar is geworden vanaf 1 januari 1999. De facturen en stukken uitgereikt na 31 december 1998 met betrekking tot handelingen waarvoor de belasting opeisbaar is geworden vóór 1 januari 1999 worden aldus niet beoogd.
B. Bedoelde belastingplichtigen
8. Het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 en bijgevolg artikel 5 van dit besluit is van toepassing op alle Belgische belastingplichtigen en alle in België gevestigde belastingplichtigen, ongeacht de plaats waar zij hun activiteiten uitoefenen.
9. Het voormelde koninklijk besluit nr. 1 is overigens ook van toepassing op niet in België gevestigde ondernemingen voor zover zij handelingen verrichten die plaatsvinden in België.
10. In verband met het geval bedoeld in nr. 9 hierboven wordt opgemerkt dat de nieuwe bepalingen van toepassing zijn op het stuk dat de aansprakelijke vertegenwoordiger van de buitenlandse onderneming moet opstellen overeenkomstig artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992 met betrekking tot de toepasssingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen.
Bovendien zijn de bovengenoemde bepalingen eveneens van toepassing op de factuur die de buitenlandse onderneming rechtstreeks verstuurt naar zijn medecontractant in het geval waarin gebruik wordt gemaakt van de machtiging die wordt verleend aan de aansprakelijke vertegenwoordiger om het afzonderlijk stuk als bedoeld in artikel 4, § 2, van het hogervermeld koninklijk besluit nr. 31 niet op te stellen en die het voorwerp uitmaakt van de beslissing van 28 april 1994, nr. E.T. 80.910 (z. BTW-Revue nr. 110, p. 1028 tot 1030).
11. Indien een belastingplichtige ondanks het feit dat hij krachtens artikel 1, § 2, van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 1 ervan ontheven is een factuur uit te reiken, toch een factuur uitreikt aan een natuurlijk persoon die de betreffende goederen of diensten bestemt voor zijn privé-gebruik, zijn de gebruikelijke regels in verband met het uitreiken van een factuur van toepassing. Aangezien een dergelijke factuur dient konform te zijn aan de bepalingen van artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1, zijn de nieuwe bepalingen eveneens van toepassing op een in bovengenoemde omstandigheden uitgereikte factuur.
AFDELING 2 - DRAAGWIJDTE VAN DE NIEUWE BEPALINGEN
12. Bij toepassing van de bepalingen van artikel 5, § 1, 8° en 9° (nieuw), van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1 moeten de volgende bedragen, per factuur, verplicht worden uitgedrukt in eenzelfde munteenheid, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro :
a. per BTW-tarief, de elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld (1);
b. de maatstaf van heffing per BTW-tarief (2);
c. het bedrag van de verschuldigde belasting per BTW-tarief (3);
d. in het geval de gefactureerde handelingen onderworpen zijn aan onderscheiden BTW-tarieven, het totaalbedrag van de verschuldigde belasting(4).
[(1) Tot 31 december 1998 konden deze bedragen worden uitgedrukt in een andere munteenheid dan BEF.
(2) Tot 31 december 1998 dienden deze bedragen te worden uitgedrukt in BEF (z. K.B. nr. 1 van 29 december 1992, artikel 5, § 1, 8° oud).
(3) Tot 31 december 1998 dienden deze bedragen te worden uitgedrukt in BEF (z. K.B. nr. 1 van 29 december 1992, artikel 5, § 1, 9° oud). (4) Nieuwe vermelding van toepassing vanaf 1 januari 1999.]
13. Wanneer de bedragen bedoeld in nr. 12 hierboven op de factuur tevens in de andere munteenheid worden vermeld, moeten bij toepassing van artikel 5, § 1, 9°bis (nieuw), van het voormeld koninklijk besluit nr. 1 de volgende regels strikt worden nageleefd :
a) op de factuur moet men de volgende vermelding aanbrengen, al naargelang van het geval : "omrekening in euro louter ter informatie" of "omrekening in Belgische frank louter ter informatie";
b) de omrekening van elk bedrag wordt individueel verricht (principe van de horizontale omrekening);
c) de in punt b) bedoelde omrekening geschiedt volgens de door de Verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 bepaalde regels;
d) minstens de volgende bedragen worden omgerekend in de andere munteenheid :
- het bedrag van de maatstaf van heffing per BTW-tarief (z. nr. 12, b);
- het bedrag van de verschuldigde belasting per BTW-tarief (z. nr. 12, c);
- het totaalbedrag van de verschuldigde belasting, in het geval de gefactureerde handelingen onderworpen zijn aan onderscheiden BTW-tarieven (z. nr. 12, d).
A. Factuurbedragen uitgedrukt in één munteenheid.
Na te leven regels.
14. De belastingplichtige die de factuur uitreikt kan per factuur de keuze maken in welke munteenheid (BEF of EUR) hij de in nr. 12 hierboven beoogde gegevens vermeldt.
15. De belastingplichtige moet op elke factuur duidelijk de munteenheid aanduiden die hij heeft gekozen om de in nr. 12 hierboven beoogde bedragen te vermelden. Het is in dit opzicht aangeraden om de isostandaardcode "BEF" of "EUR" die overeenstemt met de gebruikte munteenheid op de factuur te vermelden.
Een factuur waarop enkel de betreffende bedragen vermeld worden, zonder aanduiding van de gebruikte munteenheid, is bijgevolg onregelmatig.
16. Indien de gefactureerde handelingen onderworpen zijn aan onderscheiden BTW-tarieven, dient te worden opgemerkt dat het totaalbedrag van de verschuldigde belasting voortaan verplicht moet worden vermeld op de factuur. Het betreft een nieuwe vermelding die op de factuur moet worden aangebracht vanaf 1 januari 1999. Indien slechts één BTW-tarief wordt toegepast op de factuur is deze vermelding, zoals voorheen, niet verplicht.
17. Anderzijds dienen eveneens vanaf 1 januari 1999, de elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld, verplicht op de factuur te worden uitgedrukt in dezelfde munteenheid als de munteenheid waarin de maatstaf van heffing zelf is uitgedrukt, dit wil zeggen hetzij in Belgische frank, hetzij in euro.
Onder elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld, wordt verstaan de elementen die worden beoogd door artikel 26 van het BTW-Wetboek, met name alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt, of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van de handelingen verband houden.
Tot de maatstaf van heffing behoren onder meer de sommen die de leverancier van het goed of de dienstverrichter aan degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt in rekening brengt als kosten van commissie, verzekering en vervoer, ongeacht of zulks al dan niet bij een afzonderlijk debetdocument wordt gedaan of ingevolge een afzonderlijke overeenkomst.
Belastingen, rechten en heffingen moeten eveneens in de maatstaf van heffing worden opgenomen.
Onder elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld moet men bovendien verstaan alle elementen die de maatstaf van heffing verminderen en die zijn beoogd in artikel 28 van het BTW-Wetboek, zoals de sommen die als disconto van de prijs mogen worden afgetrokken, de prijsverminderingen die door de leverancier of de dienstverrichter aan de afnemer worden toegekend en die door deze laatste zijn verkregen op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt.
Al deze elementen dienen op de factuur te worden uitgedrukt in dezelfde munteenheid als deze van de maatstaf van heffing zelf, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro.
18. Over het algemeen bestaat bij een verkoop de tegenprestatie van de klant uit de tussen de partijen overeengekomen prijs. Deze prijs kan uitgedrukt zijn in één globaal bedrag of in onderscheiden bedragen die elk individueel in rekening worden gebracht.
Wanneer de partijen een transactie afsluiten op basis van een onderling overeengekomen eenheidsprijs, moet deze eenheidsprijs verplicht in dezelfde munteenheid als deze van de maatstaf van heffing, ofwel in Belgische frank, ofwel in euro, op de factuur worden vermeld.
Ook wanneer de partijen een disconto zijn overeengekomen, moeten de bedragen die als disconto van de prijs worden afgetrokken, verplicht in dezelfde munteenheid als deze van de maatstaf van heffing, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro, op de factuur worden vermeld.
19. De volledige omschrijving van de geleverde goederen of van de verstrekte diensten en de elementen die toelaten om de maatstaf van heffing te bepalen, moeten niet altijd op de factuur zelf worden vermeld.
In dit opzicht mag de factuur naar andere documenten verwijzen (b.v. een prijsopgave, een contract, een inventaris, een gedetailleerde nota, ...). In dit geval maken laatstgenoemde documenten deel uit van de factuur; de erop aangebrachte vermeldingen moeten bijgevolg beantwoorden aan de vereisten met betrekking tot de vermeldingen op de factuur zelf en worden uitgedrukt in dezelfde munteenheid als die van de factuur, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro.
20. De keuze om de factuur in één van beide munteenheden op te maken is niet afhankelijk van de door de uitreiker of de ontvanger van de factuur gebruikte munteenheid voor het houden van zijn boekhouding of voor het vervullen van zijn declaratieve verplichtingen inzake BTW.
21. De factuur moet steeds worden opgemaakt rekening houdend met de bepalingen omtrent de maatstaf van heffing, opgenomen in artikel 26 van het BTW-Wetboek, ongeacht in welke munteenheid de factuur is uitgedrukt (Belgische frank of euro).
22. Het bedrag van de verschuldigde belasting of het totaalbedrag van de verschuldigde belasting (in het geval de gefactureerde handelingen onderworpen zijn aan onderscheiden BTW-tarieven) moet op de factuur worden afgerond volgens de gewone regels, ofwel op de hogere of lagere frank (factuur uitgedrukt in BEF), ofwel op de hogere of lagere eurocent (factuur uitgedrukt in EUR).
De in dit opzicht na te leven regels zijn vastgelegd in het koninklijk besluit nr. 8 van 12 maart 1970 (z. nr. 1 van de huidige aanschrijving). Wanneer het bedrag van de verschuldigde belasting een fractie van een frank bevat, moet die fractie op de hogere of op de lagere frank worden afgerond naargelang ze al of niet 50 centiem bereikt. Wanneer het bedrag van de verschuldigde belasting een fractie van een euro met meer dan twee decimalen bevat, moet die fractie op de hogere of de lagere cent worden afgerond, naargelang de derde decimaal 5 bereikt of 5 niet bereikt.
23. Deze afronding gebeurt per stuk, telkens wanneer het bedrag van de belasting moet worden vermeld ofwel op een factuur of op een ander stuk opgemaakt ter uitvoering van het BTW-Wetboek, ofwel in één van de boeken bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit nr. 1. De afrondingen op de factuur mogen evenwel worden uitgevoerd per goed of dienst, per element van de maatstaf van heffing, per tarief of anderszins, op voorwaarde dat dit gebeurt overeenkomstig de bepalingen voorzien in nr. 22 hierboven.
Bijzondere gevallen
24. In bepaalde gevallen dient de aan een particulier uitgereikte factuur de in de prijs begrepen BTW niet afzonderlijk te vermelden (z. aanschr. nr. 119/1971 en nr. 116/1972).
Dit geldt eveneens voor facturen waarvan het bedrag niet meer bedraagt dan 2.500 Belgische frank of 61,97 euro, zelfs wanneer ze aan niet-particulieren worden uitgereikt, voor zover de handeling wordt verricht in een kleinhandelszaak en de factuur onmiddellijk wordt uitgereikt (z. aanschr. nr. 22/1981).
25. Voor de leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten evenals tweedehandse vervoermiddelen, verricht onder de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge als bedoeld in artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek, moet de door de afnemer te betalen prijs op de factuur inclusief BTW worden vermeld (z. aanschr. nr. 1/1995 en nr. 2/1995).
26. Het spreekt voor zich dat in de gevallen beoogd in de nrs. 24 en 25 hierboven de prijs inclusief BTW wordt uitgedrukt in dezelfde munteenheid als de andere elementen van de factuur, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro.
Voorbeelden van facturen
27. De factuurvoorbeelden zijn opgemaakt rekening houdend met de volgende hypothese :
verkoop van :
5 goederen a onderworpen aan het BTW-tarief van 6 % met een
eenheidsprijs van 40 BEF/0,992 EUR;
2 goederen b onderworpen aan het BTW-tarief van 6 % met een
eenheidsprijs van 130 BEF/3,223 EUR;
6 goederen c onderworpen aan het BTW-tarief van 6 % met eenheidsprijs
van 90 BEF/2,231 EUR;
1 goed x onderworpen aan het BTW-tarief van 21 % met een
eenheidsprijs van 1.559 BEF/38,647 EUR;
80 goederen y onderworpen aan het BTW-tarief van 21 % met een
eenheidsprijs van 200 BEF/4,958 EUR.
28. De factuur uitgedrukt in BEF dient als volgt te worden opgemaakt :
+ ----------------------------------------------------------+ +-----------+ ¦goederen (of ¦Eenheidsprijs ¦Verkochte hoeveelheden ¦ ¦ BEF ¦ ¦diensten) aan 6 % ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦-----------¦ ¦ goed a ¦ ... 40 ... ¦ ... 5 ¦ ¦... 200¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed b ¦... 130 ... ¦ ... 2 ¦ ¦... 260¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed c ¦ ... 90 ... ¦ ... 6 ¦ ¦... 540¦ +----------------------------------------------------------+ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ +----------------------------------------------------------+ ¦ ¦ ¦Goederen (of ¦Eenheidsprijs ¦Verkochte hoeveelheden ¦ ¦ ¦ ¦diensten) aan 21 % ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed x ¦ ... 1.559 ...¦ ... 1 ¦ ¦... 1.559¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed y ¦ ... 200 ...¦ ... 80 ¦ ¦... 16.000¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ ... ¦ ... ¦ ... ¦ ¦... ¦ +----------------------------------------------------------+ ¦ ¦ ¦-----------¦ Maatstaf van heffing aan 6 % ¦... 1.000¦ ¦ ¦ Maatstaf van heffing aan 21 % ¦... 17.559¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ BTW 6 % ¦... 60¦ ¦ ¦ BTW 21 % ¦... 3.687¦ ¦ ¦ ¦ ¦ Totaalbedrag van de verschuldigde belasting ¦... 3.747¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦-----------¦ Totaalbedrag van de factuur ¦... 22.306¦ +-----------+ 29. De factuur uitgedrukt in EUR dient op haar beurt als volgt te worden opgemaakt :
+ ----------------------------------------------------------+ +-----------+ ¦goederen (of ¦Eenheidsprijs ¦Verkochte hoeveelheden ¦ ¦ EUR ¦ ¦diensten) aan 6 % ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦-----------¦ ¦ goed a ¦ ... 0,992... ¦ ... 5 ¦ ¦... 4,96¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed b ¦ ... 3,223... ¦ ... 2 ¦ ¦... 6,45¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed c ¦ ... 2,231. ¦ ... 6 ¦ ¦... 13,39¦ +----------------------------------------------------------+ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ +----------------------------------------------------------+ ¦ ¦ ¦Goederen (of ¦Eenheidsprijs ¦Verkochte hoeveelheden ¦ ¦ ¦ ¦diensten) aan 21 % ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed x ¦ ...38,647 ...¦ ... 1 ¦ ¦... 38,65¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ goed y ¦ ... 4,958 ...¦ ... 80 ¦ ¦... 396,64¦ ¦-------------------+--------------+-----------------------¦ ¦ ¦ ¦ ... ¦ ... ¦ ... ¦ ¦... ¦ +----------------------------------------------------------+ ¦ ¦ ¦-----------¦ Maatstaf van heffing aan 6 % ¦... 24,80¦ ¦ ¦ Maatstaf van heffing aan 21 % ¦... 435,29¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ BTW 6 % ¦... 1,49¦ ¦ ¦ BTW 21 % ¦... 91,41¦ ¦ ¦ ¦ ¦ Totaalbedrag van de verschuldigde belasting ¦... 92,90¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦-----------¦ Totaalbedrag van de factuur ¦... 552,99¦ +-----------+ B. Administratieve afwijking
Onderwerp van de afwijking
30. Het is mogelijk dat de elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld op de factuur worden uitgedrukt in een andere munteenheid dan de Belgische frank of de euro, namelijk hetzij in de munteenheid van een andere Lidstaat die de euro heeft aangenomen, hetzij in de munteenheid van een derde land of van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen (Griekenland, Zweden, Denemarken, Verenigd Koninkrijk).
31. Rekening houdend met wat onder nr. 12, a) hierboven is gezegd, moet de belastingplichtige die de factuur uitreikt in principe de hierboven beoogde bedragen hetzij in Belgische frank, hetzij in euro uitdrukken.
32. In afwijking hiervan dient de belastingplichtige evenwel enkel de maatstaf van heffing per BTW-tarief om te rekenen in één van beide munteenheden, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro. De elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld blijven derhalve in onderhavig geval uitgedrukt in de oorspronkelijke munteenheid.
Het in Belgische frank of in euro te bepalen bedrag van de maatstaf van heffing wordt, rekening houdend met artikel 26 van het BTW-Wetboek, niet verkregen door elk element van deze maatstaf omgerekend in Belgische frank of in euro op te tellen, maar is daarentegen het resultaat van de omrekening, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro, van het totaalbedrag van de maatstaf van heffing uitgedrukt in de andere munteenheid dan de Belgische frank of de euro.
Anderzijds dient in dit geval het in Belgische frank of in euro te bepalen bedrag van de verschuldigde belasting per BTW-tarief te worden berekend op basis van het in Belgische frank of in euro omgerekend bedrag van de maatstaf van heffing. Om deze reden dient het bedrag van de verschuldigde belasting uitgedrukt in een andere munteenheid dan de Belgische frank of de euro niet verplicht op de factuur te worden vermeld.
33. In dit verband dient te worden opgemerkt dat de belastingplichtige tevens het bedrag van de maatstaf van heffing per BTW-tarief mag omrekenen in de beide munteenheden, dus zowel in Belgische frank als in euro (z. nr 13 hierboven). In voorkomend geval worden bijgevolg drie munteenheden (3 kolommen) vermeld op de factuur. Alle regels die gelden voor de facturering in de beide munteenheden (BEF en EUR) dienen in dit geval te worden nageleefd (z. infra, nrs 44 tot 56).
34. De belastingplichtige moet in ieder geval op een duidelijke wijze de gebruikte munteenheden op de factuur aanduiden. Er wordt in dit opzicht aangeraden om gebruik te maken van de vermelding van de isostandaardcodes van de gebruikte munteenheden. Minimum twee codes moeten in dit geval op de factuur worden vermeld (of, in voorkomend geval, drie, wanneer de belastingplichtige gebruik maakt van de mogelijkheid voorzien in nr 33 hierboven).
Toepasselijke omrekeningsregels
35. De toepasselijke omrekeningsregels verschillen naargelang de overeengekomen prijs is uitgedrukt in de munteenheid van een andere Lidstaat die de euro heeft aangenomen of in de munteenheid van een derde land of van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen.
Toepassing van de omrekeningskoersen
36. De nationale munteenheden van de andere Lidstaten van de "euro-zone" moeten worden omgerekend naar de euro of de Belgische frank, rekening houdend met de Verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 over enkele bepalingen betreffende de invoering van de euro. Het betreft de toepassing van de op 31 december 1998 onherroepelijk vastgelegde omrekeningskoersen. De door de Verordening (EG) nr. 2866/98 van de Raad van 31 december 1998 vastgelegde koersen zijn :
1 euro = 40,3399 Belgische frank (BEF)
= 1,95583 Duitse mark (DEM)
= 166,386 Spaanse peseta (ESP)
= 6,55957 Franse frank (FRF)
= 0,787564 Iers pond (IEP)
= 1936,27 Italiaanse lire (ITL)
= 40,3399 Luxemburgse frank (LUF)
= 2,20371 Nederlandse gulden (NLG)
= 13,7603 Oostenrijkse schilling (ATS)
= 200,482 Portugese escudo (PTE)
= 5,94573 Finse mark (FIM)
37. Voor wat betreft deze omrekeningskoersen en de bij de omrekening na te leven regels, bepaalt artikel 4 van de bovengenoemde Verordening (EG) nr. 1103/97 het volgende :
"1. De omrekeningskoersen worden vastgesteld als één euro, uitgedrukt in de afzonderlijke nationale munteenheden van de deelnemende Lidstaten. Deze koersen worden vastgesteld in zes significante cijfers.
2. Bij omrekeningen worden de omrekeningskoersen niet afgerond of verkort.
3. De omrekeningskoersen worden gebruikt voor omrekening van de euro-eenheid naar de nationale munteenheden en vice versa. Inverse koersen, die van de omrekeningskoersen zijn afgeleid, mogen niet worden gebruikt.
4. Geldbedragen die van de ene in de andere nationale munteenheid moeten worden omgerekend, moeten eerst worden omgerekend in een geldbedrag in euro, dat op niet minder dan drie decimalen wordt afgerond en vervolgens wordt omgerekend in de andere nationale munteenheid. Alternatieve berekeningsmethoden mogen niet gebruikt worden, tenzij zij tot dezelfde resultaten leiden.".
Artikel 5 van dezelfde Verordening bepaalt bovendien dat :
"Te betalen of te boeken geldbedragen die na omrekening in de euro-eenheid volgens artikel 4 (z. supra) afgerond worden, moeten naar boven of naar beneden worden afgerond op de dichtstbijzijnde cent. Te betalen of te boeken geldbedragen die in een nationale munteenheid worden omgerekend, moeten naar boven of naar beneden worden afgerond op de dichtstbijzijnde ondereenheid of, indien die niet bestaat, op de dichtstbijzijnde eenheid, of naar de nationale wetgeving of het nationaal gebruik op een veelvoud of fractie van de ondereenheid of eenheid van de nationale munt. Als toepassing van de omrekeningskoers tot een resultaat leidt dat precies de helft van een (onder)eenheid is, wordt het bedrag naar boven afgerond.".
Toepassing van de wisselkoersen
38. Indien de gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing van de belasting over de toegevoegde waarde voor een andere handeling dan een invoer van goederen in de munteenheid van een derde land of van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen zijn uitgedrukt, dient de omrekening te gebeuren op basis van de regels vastgelegd in artikel 27 van het BTW-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 42 van 29 december 1992 (z. nr. 1 van de huidige aanschrijving). Het betreft de toepassing van de wisselkoersen voor de omrekening tussen deze munteenheden en de euro.
Deze koersen zijn :
1° de laatste indicatiekoers van de euro die wordt gepubliceerd door de Europese Centrale Bank;
2° voor de deviezen waarvoor de Europese Centrale Bank geen indicatiekoers publiceert, de laatste indicatiekoers van de euro die wordt gepubliceerd door de Nationale Bank van België (z. art. 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 42).
De indicatiekoersen worden op de volgende wijze gepubliceerd : 1 EUR = ...
Indien echter een wisselkoers overeengekomen is tussen de partijen, hij vermeld staat in het contract, op de factuur of op het vervangend stuk, en de werkelijk betaalde prijs overeenkomstig die koers is betaald, wordt de overeengekomen koers in aanmerking genomen (z. art. 1, lid 2, van het koninklijk besluit nr. 42).
39. Toepassingen
1°. Er werd een prijs overeengekomen in FRF.
- Voor de omrekening in euro (FRF->EUR) dient het bedrag in FRF te worden gedeeld door de op 31 december 1998 onherroepelijk vastgelegde omrekeningskoers tussen de euro en de Franse frank; het resultaat wordt afgerond op de hogere of op de langere cent (2de decimaal) naargelang de derde decimaal 5 bereikt of 5 niet bereikt.
B.v. : de overeengekomen prijs bedraagt 1.000 FRF :
1.000 FRF : 6,55957 = 152,449 EUR afgerond op 152,45 EUR
- Voor de omrekening in Belgische frank (FRF->EUR->BEF) dient het bedrag in FRF te worden gedeeld door de op 31 december 1998 onherroepelijk vastgelegde omrekeningskoers tussen de euro en de Franse frank. Het resultaat mag niet worden afgerond op minder dan drie decimalen en dient vervolgens te worden vermenigvuldigd met de op 31 december 1998 vastgelegde omrekeningskoers tussen de euro en de Belgische frank. Het eindresultaat wordt afgerond op de hogere of op de langere frank naargelang het getal na de komma al of niet 50 centiem bereikt.
B.v. : 1.000 FRF : 6,55957 = 152,4490 EUR afgerond op 152,449 EUR
152,449 EUR x 40,3399 = 6.149,77 BEF afgerond op 6.150 BEF.
2°. Er werd een prijs overeengekomen in GBP.
Het bedrag uitgedrukt in GBP moet worden omgerekend op basis van de regels vastgelegd in artikel 27 van het BTW-Wetboek en in het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 42.
B.v. : de overeengekomen prijs bedraagt 10.822 GBP. Er wordt aangenomen
dat 1 EUR = 0,69890 GBP volgens de laatste indicatiekoers van de
euro gepubliceerd door de Europese Centrale Bank.
- Het bedrag in EUR wordt als volgt berekend (GBP->EUR) : 10.822 GBP : 0,69890 = 15.484,332 EUR afgerond op 15.484,33 EUR.
- Het bedrag in BEF wordt als volgt berekend (GBP->EUR->BEF) : 10.822 GBP : 0,69890 = 15.484,33252 EUR. 15.484,333 EUR x 40,3399 = 624.636,44 BEF afgerond op 624.636 BEF.
C. Bepaalde factuurbedragen zijn uitgedrukt in de beide munteenheden
40. In de hierna opgesomde gevallen waarin bepaalde bedragen op de factuur in de beide munteenheden (in Belgische frank en in euro) worden vermeld, dient op de factuur niet de in artikel 5, § 1, 9bis, van het koninklijk besluit nr. 1 beoogde vermelding "omrekening in ... louter ter informatie" te worden opgenomen. Daarenboven dienen de bedragen van de maatstaf van heffing, per BTW-tarief, van de verschuldigde belasting, eveneens per BTW-tarief, en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting niet verplicht te worden omgerekend in de andere munteenheid; het volstaat dat de bedragen die zijn uitgedrukt in de beide munteenheden zijn omgerekend volgens de door de hierboven vermelde Verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 vastgelegde regels (z. nr 37 hierboven).
De volgende gevallen worden beoogd :
1° wanneer enkel het door de klant te betalen totaalbedrag van de factuur (bedrag inclusief BTW) en, in voorkomend geval, het daarbijhorende bedrag van de korting voor contante betaling, worden omgerekend in de andere munteenheid. Het totaalbedrag van de factuur is namelijk een gegeven dat niet is beoogd door de BTW-reglementering;
2° de bepalingen met betrekking tot het totaalbedrag van de factuur opgenomen onder 1° hierboven, zijn eveneens van toepassing in de gevallen waarin hetzij het bedrag van belasting niet afzonderlijk op de factuur moet worden vermeld (z. nrs 24 tot 26 : vereenvoudigde facturen en bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge), hetzij geen enkel bedrag aan belasting in rekening moet worden gebracht. Ondanks het feit dat het "totaalbedrag van de factuur" in deze beide gevallen een tweede betekenis heeft aangezien dit bedrag tevens hetzij de prijs inclusief BTW (eerste geval), hetzij de maatstaf van heffing (tweede geval) vormt, zal de Administratie hierop geen kritiek uitoefenen;
3° de Administratie aanvaardt bovendien dezelfde oplossing indien de eenheidsprijs (al dan niet inclusief BTW) in de andere munteenheid wordt omgerekend.
D. Andere op de factuur in de twee munteenheden vermelde bedragen.
41. Hierna zijn twee voorbeelden van facturen opgenomen. In deze voorbeelden is dezelfde hypothese van toepassing als deze beoogd in nr 27 van de huidige afdeling (cijfergegevens).
42. Eerste voorbeeld
Factuur opgemaakt in Belgische frank en waarop eveneens bedragen in euro zijn vermeld.
(Model verkrijgbaar op aanvraag.)
43. Tweede voorbeeld
Factuur opgemaakt in Belgische frank en waarop eveneens bedragen in euro zijn vermeld.
(Model verkrijgbaar op aanvraag.)
Na te leven regels.
44. De hierna uiteengezette regels zijn "mutatis mutandis" zowel van toepassing op de factuur opgemaakt in BEF waarop eveneens bedragen in EUR zijn vermeld (voorbeeld 1), als op de factuur opgemaakt in EUR waarop eveneens bedragen in BEF zijn vermeld (voorbeeld 2).
45. Anderzijds worden bij de uiteenzetting van deze regels twee gevallen beoogd, al naargelang de bedragen van de elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld al dan niet in de andere munteenheid zijn vermeld op de factuur.
Uit artikel 5, § 1, 9°bis, van het koninklijk besluit nr. 1 volgt dat de bovengenoemde bedragen niet verplicht moeten worden omgerekend in de andere munteenheid.
In het eerste geval worden de cursieve bedagen van het factuurvoorbeeld (z. factuurvoorbeelden hierboven, nrs 42 en 43) niet vermeld op de factuur.
In het tweede geval worden de cursieve bedragen van het factuurvoorbeeld (z. nrs 42 en 43) wel vermeld op de factuur.
Eerste geval : de bedragen van de elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld worden op de factuur niet vermeld in de andere munteenheid.
46. Wanneer in dit geval één van de volgende bedragen - hetzij het bedrag van de maatstaf van heffing per BTW-tarief, hetzij het bedrag van de verschuldigde belasting per BTW-tarief, hetzij het totaalbedrag van de verschuldigde belasting - op de factuur tevens in de andere munteenheid is vermeld, moeten al deze bedragen verplicht worden omgerekend in de andere munteenheid.
47. Bovendien moet de belastingplichtige in dit geval op de factuur, al naargelang van het geval, de vermelding : "omrekening in EUR louter ter informatie" of "omrekening in BEF louter ter informatie" opnemen (z. factuurvoorbeelden, tweede kolom van de factuur, verwijzing (2)).
De belastingplichtige dient daarenboven op een duidelijke wijze de munteenheid van de factuur aan te duiden (z. eerste kolom van de factuur, verwijzing (1)). Er wordt in dit opzicht aangeraden om gebruik te maken van de isostandaardcode "BEF" of "EUR".
De factuur waarop de hierboven genoemde vermeldingen niet voorkomen of waarop slechts één van beide vermeldingen voorkomt is bijgevolg onregelmatig.
48. De omrekening van elk bedrag moet individueel gebeuren (principe van de horizontale omrekening).
49. De omrekening dient te gebeuren volgens de door de Verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 vastgestelde regels en overeenkomstig de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de euro en de Belgische frank :
- omrekening van BEF -> EUR
De omrekening van een bedrag in BEF naar een bedrag in EUR wordt bekomen door het bedrag te delen door de door de Europese Raad onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers, namelijk 40,3399. Het resultaat moet worden afgerond op de cent. De fracties van een cent worden afgerond op de hogere of op de lagere cent naargelang de derde decimaal 5 bereikt of 5 niet bereikt.
- omrekening van EUR -> BEF
De omrekening van een bedrag in EUR naar een bedrag in BEF wordt bekomen door het bedrag te vermenigvuldigen met de door de Europese Raad onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers, namelijk 40,3399. Het resultaat moet worden afgerond op de frank. De fracties van een frank worden afgerond op de hogere of op de lagere frank naargelang ze al of niet 50 centiem bereiken.
50. Voor de vaststelling van het bedrag van de verschuldigde belasting in de andere munteenheid volgt uit het principe van de horizontale omrekening (z. nr 48) dat :
- de verschuldigde belasting, per BTW-tarief, niet mag worden berekend op het omgerekend bedrag van de maatstaf van heffing (de berekening mag niet gebeuren in de tweede kolom). De verschuldigde belasting, per BTW-tarief, moet steeds op het bedrag van de maatstaf van heffing uitgedrukt in de munteenheid van de factuur worden berekend (berekening van de belasting in de eerste kolom); het resultaat dient vervolgens te worden omgerekend;
- het in de andere munteenheid te vermelden totaalbedrag van de verschuldigde belasting (in kolom 2 van de factuur) niet het resultaat is van de som van de omgerekende bedragen van de verschuldigde belasting per BTW-tarief (vermeld in de tweede kolom), maar het resultaat van de som van de bedragen van de verschuldigde belasting, per tarief, vermeld in de eerste kolom, dat vervolgens dient te worden omgerekend in de andere munteenheid.
51. Indien het totaalbedrag van de factuur (inclusief BTW) ook in de andere munteenheid wordt vermeld, kunnen in deze andere munteenheid omrekenings- en afondingsverschillen ontstaan wegens het feit dat de som van de verschillende omgerekende en afgeronde bedragen niet overeenstemt met de omgerekende en vervolgens afgeronde eindsom. In onderhavig geval kan er een positief of negatief verschil in de andere munteenheid ontstaan op het volgende niveau : totaalbedrag van de factuur (BTW-inbegrepen) verminderd met de som van de maatstaven van heffing en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting. Dit verschil mag op de factuur worden vermeld (z. verschil (B), verwijzing (6) van het factuurvoorbeeld).
52. Voor zover rekening wordt gehouden met artikel 26 van het BTW-Wetboek heeft de schuldenaar voor de betaling van de verschuldigde belasting de keuze om via zijn aangifte de bedragen van de belasting die blijken uit de factuur, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro te voldoen.
Wanneer echter de regels met betrekking tot de horizontale omrekening niet worden gerespecteerd (berekening van de verschuldigde belasting in elke kolom van de factuur) zal op grond van artikel 51, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek, steeds het hoogste bedrag van de belasting verschuldigd zijn en dit onverminderd andere sancties.
Tweede geval : de bedragen van de elementen waaruit de maatstaf van heffing is samengesteld worden op de factuur vermeld in de andere munteenheid.
53. Alle regels opgenomen onder de nrs 46 tot 52 hierboven zijn ook hier van toepassing en dienen verplicht te worden nageleefd.
54. Er dient tevens te worden opgemerkt dat in dit tweede geval, alle op de factuur vermelde bedragen worden omgerekend in de andere munteenheid, behalve, in voorkomend geval, het totaalbedrag van de factuur (BTW inbegrepen) dat geen door de BTW-regelgeving beoogd gegeven is. Bij toepassing van artikel 5, § 1, 9°bis, van het koninklijk besluit nr. 1 dienen namelijk, wanneer de elementen van de maatstaf van heffing op de factuur worden omgerekend in de andere munteenheid, ten minste het bedrag van de maatstaf van heffing per BTW-tarief, het bedrag van de verschuldigde belasting per BTW-tarief en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting verplicht te worden omgerekend.
55. De omrekening van elk bedrag van de elementen van de maatstaf van heffing dient eveneens individueel te gebeuren (principe van de horizontale omrekening).
Uit dit principe volgt dat de louter ter informatie omgerekende eenheidsprijs niet mag worden vermenigvuldigd met de verkochte hoeveelheden teneinde de elementen van de maatstaf van heffing alsmede het bedrag van de maatstaf van heffing zelf op de factuur in de andere munteenheid uit te drukken.
56. Behalve het in nr 51 hierboven beoogde verschil (z. verschil (B), verwijzing (6) op de factuur), kan er in het onderhavige geval ingevolge omrekeningen en afrondingen een positief of negatief verschil in de andere munteenheid ontstaan op het volgende niveau : de som van de maatstaven van heffing verminderd met de som van de elementen waaruit die maatstaven van heffing zijn samengesteld (z. verschil (A), verwijzing (4) op het factuurvoorbeeld). Dit verschil mag op de factuur worden vermeld.
Er dient te worden opgemerkt dat geen compensatie mogelijk is tussen de twee hierboven beoogde verschillen.
AFDELING 3 - ANDERE DOCUMENTEN BEOOGD DOOR DE NIEUWE BEPALINGEN.
Opsomming en na te leven regels
57. De in de huidige aanschrijving op het gebied van de factuur gegeven commentaren voor wat betreft de op de factuur aan te brengen nieuwe vermeldingen en de na te leven regels wanneer op de factuur bedragen worden uitgedrukt in de beide munteenheden (Belgische frank en euro), zijn "mutatis mutandis" van toepassing op de andere documenten die de factuur vervangen, ongeacht of zij worden uitgereikt door de leverancier van het goed of de dienstverrichter, of door de klant.
58. Behalve de in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1 bedoelde factuur, worden ook de volgende documenten door de nieuwe bepalingen beoogd:
- het stuk opgemaakt door de belastingplichtige naar aanleiding van de overbrenging van goederen naar een andere Lidstaat van de Europese Unie (z. art. 2 van het kon. besl. nr. 1);
- het stuk opgemaakt door de belastingplichtige naar aanleiding van een door hem gedane onttrekking of ingebruikneming (z. art. 3 van het kon. besl. nr. 1);
- de door de medecontractant ter vervanging van de factuur opgestelde afrekening (z. art. 6, § 1, van het kon. besl. nr. 1);
- het stuk opgesteld door de instrumenterende notaris of gerechtsdeurwaarder bij de openbare verkoop van roerende goederen van een gefailleerde belastingplichtige (z. art. 6, § 2, van het kon. besl. nr. 1);
- de kwitantie die in geval van contante betaling geldt als factuur (z. art. 6, § 3, van het kon. besl. nr. 1);
- het stuk opgesteld door de belastingplichtige en de niet- belastingplichtige rechtspersoon die overeenkomstig artikel 51, § 1, 2°, en § 2, 1° en 2°, van het BTW-Wetboek schuldenaar zijn van de belasting, wanneer zij nog niet in het bezit zijn van de factuur of het als zodanig geldend stuk met betrekking tot de handeling (z. art. 9, § 1, van het kon. besl. nr. 1);
- het door de belastingplichtige op te stellen of, in voorkomend geval, te vervolledigen stuk naar aanleiding van leveringen van goederen of dienstverrichtingen, die hem onder bezwarende titel worden verstrekt door een niet-belastingplichtige of door een belastingplichtige die uitsluitend handelingen verricht die vrijgesteld zijn door artikel 44 van het bovengenoemd Wetboek (z. art. 10 van het kon. besl. nr. 1);
- het door de betrokken partijen op te stellen stuk bij de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling in de zin van artikel 11 van het BTW-Wetboek of bij de in artikel 18, § 3, van het BTW-Wetboek bedoelde handelingen (z. art. 11 van het kon. besl. nr. 1).
59. Anderzijds worden ook de verbeterende stukken met betrekking tot de factuur en de bovengenoemde documenten beoogd, evenals de door de medecontractant op te stellen verbeterende afrekening (z. art. 12 van het kon. besl. nr. 1).
60. Alle hierboven bedoelde documenten (ns 58 en 59) dienen bijgevolg te worden opgesteld in dezelfde munteenheid, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro (z. Afdeling 2, punten A en B). De belastingplichtige mag in dit opzicht per document de gebruikte munteenheid kiezen (z. evenwel nr 63 - verbeterende stukken).
Het is evenwel ook mogelijk de op deze documenten vermelde bedragen eveneens uit te drukken in de andere munteenheid. In voorkomend geval zijn de in de huidige aanschrijving opgenomen regels met betrekking tot de facturering in de beide munteenheden van toepassing en dienen ze te worden nageleefd (z. afdeling 2, punten C en D).
61. Sommige van de hierboven vermelde documenten die worden opgemaakt door de belastingplichtige moeten niet worden overhandigd aan de medecontractant. Het betreft in het bijzonder het transfertdocument (z. art. 2 van het kon. besl. nr. 1), het stuk dat handelingen vaststelt die gelijkgesteld zijn met dienstverrichtingen en andere dan intracommunautaire leveringen van goederen (z. art. 3 van het kon. besl. nr. 1) en het stuk bedoeld in artikel 9, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 dat door de belastingplichtige of de niet-belastingplichtige rechtspersoon moet worden opgemaakt wanneer zij nog niet in het bezit zijn van de factuur of het als zodanig geldend stuk. Hoewel de belastingplichtige bij de opmaak van deze documenten de bedragen eveneens in de andere munteenheid mag vermelden, wordt evenwel aangeraden slechts één munteenheid te gebruiken (ofwel Belgische frank, ofwel euro), namelijk de munteenheid waarin de boekhouding wordt gevoerd.
62. Er dient bovendien te worden opgemerkt dat, wanneer de opmaak van de documenten beoogd in nr 61 hierboven eerst een omrekening van de bedragen in de andere munteenheid vereist (bijvoorbeeld, het stuk met betrekking tot de aankoop van een goed is opgemaakt in BEF en het stuk met betrekking tot de met een levering gelijkgestelde handeling of overbrenging van datzelfde goed is opgemaakt in EUR), het principe van de horizontale omrekening strikt moet worden nageleegd bij de vaststelling van de maatstaf van heffing, per BTW-tarief, in de andere munteenheid. Er wordt opgemerkt dat in dit geval de verschuldigde belasting moet worden berekend over de in de andere munteenheid omgerekende maatstaf van heffing.
63. Rekening houdend met de in artikel 5, § 1, 8° en 9°, van het koninklijk besluit nr. 1 uiteengezette regels (alle bedragen moeten worden uitgedrukt in een zelfde munteenheid) en teneinde een bepaalde fiscale neutraliteit te verzekeren, dient bij de opmaak van de verbeterende stukken bedoeld in nr 59 hierboven het principe te worden nageleefd dat deze documenten worden opgesteld in dezelfde munteenheid dan deze waarin de te verbeteren oorspronkelijke facturen of stukken zijn opgesteld (zodanig dat alle bedragen in een zelfde munteenheid worden uitgedrukt, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro). Bijgevolg moet een stuk dat oorspronkelijk is opgesteld in Belgische frank worden verbeterd door een stuk opgesteld in Belgische frank en moet een stuk dat oorspronkelijk is opgesteld in euro worden verbeterd door een stuk opgesteld in euro. In afwijking van dit principe en teneinde hun organisatie niet te belemmeren, mogen enkel die belastingplichtigen die op het ogenblik waarop ze een verbeterd stuk moeten opmaken, reeds zijn overgegaan tot het systematisch gebruik van de euro, een oorspronkelijk in Belgische frank opgesteld stuk verbeteren door een stuk opgesteld in euro, zelfs wanneer het oorspronkelijk in Belgische frank opgestelde stuk slaat op een handeling waarvoor de belassing opeisbaar is geworden vóór 1 januari 1999.
Opmerking : door de bestemmeling te vervolledigen factuur of zodanig geldend stuk
64. De in de huidige aanschrijving geformuleerde regels en gegeven commentaren zijn tevens "mutatis mutandis" van toepassing in het geval waarin de belastingplichtige die de factuur of het zodanig geldend stuk ontvangt, dit document moet aanvullen met de vermeldingen bedoeld in artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 met het oog op het uitoefenen van zijn recht op aftrek (z. art. 3, § 1, 5° en § 3, van het kon. besl. nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde).
Het betreft de door de belastingplichtige ontvangen factuur of het zodanig geldend stuk met betrekking tot een door hem gedane intracommunautaire verwerving van goederen of een aan hem verrichte handeling, waarvoor hij zelf de schuldenaar is van de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2 of § 4, van het BTW-Wetboek.
Voorbeeld
65. Een belastingplichtige ontvangt van zijn medecontractant naar aanleiding van een door hem gedane intracommunautaire verwerving van goederen, een factuur waarop de elementen van de maatstaf van heffing en de maatstaf van heffing zelf zijn uitgedrukt in Franse frank. Deze belastingplichtige moet het bedrag van de maatstaf van heffing omrekenen teneinde dit bedrag op de factuur hetzij in euro, hetzij in Belgische frank te vermelden. De elementen van deze maatstaf van heffing moet hij echter niet omrekenen (z. nr 32).
Andere stukken dan de factuur of het zodanig geldend stuk : rekeningen en ontvangstbewijzen beoogd in artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1.
66. Hoewel dit niet uitdrukkelijk is voorzien in artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1, hebben de in dit artikel bedoelde exploitanten de keuze om op de aan hun klanten uitgereikte rekeningen of ontvangstbewijzen het door hun klanten verschuldigd of te betalen bedrag, inclusief belasting over de toegevoegde waarde, hetzij in één enkele munteenheid (ofwel Belgische frank, ofwel euro), hetzij in de beide munteenheden te vermelden. In dit laatste geval is het voldoende dat het bovengenoemde bedrag in de andere munteenheid wordt omgerekend volgens de regels uiteengezet door de bovengenoemde Verordening van de Raad van 17 juni 1997. De exploitant moet in ieder geval de gebruikte munteenheid of de gebruikte munteenheden voor de aanduiding van bovengenoemd bedrag vermelden op de rekening of het ontvangstbewijs. In dit opzicht is het aangewezen gebruik te maken van de ISO-code van de gebruikte munteenheid of munteenheden. Deze laatste vermelding mag bovendien worden voorgedrukt door de erkende drukker.
AFDELING 4 - BOEKHOUDING.
A. Inschrijving van de documenten in de boekhouding.
67. De belastingplichtige kan zijn boekhouding in één munteenheid voeren, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro. Er is evenwel geen enkel bezwaar tegen het feit dat de belastingplichtige zijn boekhouding in de beide munteenheden voert; een deel van de boeken wordt dan in Belgische frank gehouden, een andere deel in euro.
68. De belastingplichtige die zijn boekhouding voert in slechts één munteenheid kan er een document moeten in opnemen uitgedrukt in de andere munteenheid, in de munteenheid van een andere Lidstaat die de euro heeft aangenomen ofwel in de munteenheid van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen of in de munteenheid van een derde land. Bij de inschrijving van dit document in zijn boekhouding moet de belastingplichtige dit document omrekenen volgens de toepasselijke regels voor de omrekening (z. ook nrs. 35 tot 39).
69. De belastingplichtige die zijn boekhouding in euro voert kan er bijgevolg een document moeten in opnemen uitgedrukt in :
a) Belgische frank (b.v. : factuur met betrekking tot een aankoop van goederen in België, uitgedrukt in BEF) : bij de opname ervan in de boekhouding gebeurt de omrekening in euro van de bedragen in Belgische frank door laatstgenoemde bedragen te delen door de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de euro en de Belgische frank, namelijk 40,3399. Het resultaat moet worden afgerond op de dichtstbijzijnde hogere of lagere cent (2de decimaal), naargelang het derde cijfer na de komma groter of gelijk is aan 5 enerzijds of kleiner is dan 5 anderzijds.
Voorbeeld : 1.000 BEF : 40,3399 = 24,789 EUR afgerond op 24,79 EUR;
b) de munteenheid van een andere Lidstaat die de euro heeft aangenomen (b.v. factuur met betrekking tot een intracommunautaire verwerving van goederen, uitgedrukt in FRF) : bij de opname ervan in de boekhouding gebeurt de omrekening in euro van de in Franse frank uitgedrukte bedragen door laatstgenoemde bedragen te delen door de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de euro en de Franse frank, namelijk 6,55957. Het resultaat moet op dezelfde wijze worden afgerond als onder a) hierboven.
Voorbeeld : 1000 FRF : 6,55957 = 152,449 EUR afgerond op 152,45 EUR.
c) de munteenheid van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen (b.v. : factuur met betrekking tot een intracommunautaire verwerving van goederen, uitgedrukt in GBP), of in de munteenheid van een derde land (b.v. : factuur met betrekking tot een invoer van goederen, uitgedrukt in USD) : bij de opname ervan in de boekhouding gebeurt de omrekening in euro van deze bedragen door ze te delen door de laatste indicatiekoers van de euro gepubliceerd door de Europese Centrale Bank of door de Nationale Bank van België indien het bedrag is uitgedrukt in een munteenheid waarvoor de Europese Centrale Bank geen indicatieve koers publiceert. Het resultaat moet op dezelfde wijze worden afgerond als onder a) en b) hierboven.
Voorbeeld : Stel dat 1 EUR = 0,69890 GBP volgens de laatste indicatiekoers gepubliceerd door de Europese Centrale Bank.
1000 GBP : 0,69890 = 1430,819 EUR afgerond op 1430,82 EUR.
70. De belastingplichtige die zijn boekhouding in Belgische frank voert kan er eveneens een document moeten in opnemen uitgedrukt in :
a) euro (b.v. factuur met betrekking tot een aankoop van goederen in België, uitgedrukt in EUR) : bij de opname ervan in de boekhouding dient het in euro vermelde bedrag te worden vermenigvulsigd met de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de euro en de Belgische frank, namelijk 40,3399. Het resultaat moet worden afgerond op de hogere of lagere frank naargelang het getal na de komma groter of gelijk is aan 50 centiem enerzijds, of kleiner is dan 50 centiem anderzijds.
Voorbeeld : 24,79 EUR x 40,3399 = 1.000,02 BEF afgerond op 1.000 BEF;
b) de munteenheid van een andere Lidstaat die de euro heeft aangenomen (b.v. : factuur met betrekking tot een intracommunautaire verwerving van goederen, uitgedrukt in FRF) : bij de opname ervan in de boekhouding dient het in Franse frank uitgedrukte bedrag eerst te worden gedeeld door de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de euro en de Franse frank, namelijk 6,55957 (omrekening in een bedrag uitgedrukt in euro). Het resulaat mag niet worden afgerond op minder dan drie decimalen en wordt vervolgens vermenigvuldigd met de omrekeningskoers vastgesteld tussen de euro en de Belgische frank. Het eindresultaat moet op dezelfde wijze worden afgerond als onder a) hierboven.
Voorbeeld : 1.000 FRF : 6,55957 = 152,4490 EUR
152,449 x 40,3399 = 6.149,77 BEF afgerond op 6.150 BEF;
c) de munteenheid van een Lidstaat die de euro niet heeft aangenomen (b.v. factuur met betrekking tot een intracommunautaire verwerving van goederen, uitgedrukt in GBP), of in de munteenheid van een derde land (b.v. : factuur met betrekking tot een invoer van goederen, uitgedrukt in USD) : bij de opname ervan in de boekhouding dient het initiële bedrag eerst te worden gedeeld door de laatste indicatiekoers van de euro gepubliceerd door de Europese Centrale Bank of door de Nationale Bank van België indien het een munteenheid betreft waarvoor de Europese Centrale Bank geen indicatieve koers publiceert. Het resultaat moet vervolgens worden vermenigvuldigd met de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de euro en de Belgische frank. Het eindresultaat moet op dezelfde wijze worden afgerond als onder a) en b) hierboven.
Voorbeeld : Stel dat 1 EUR = 0,69890 GBP.
1.000 GBP : 0,69890 = 1.430,8198 EUR.
1.430,820 x 40,3399 = 57.719,135 BEF afgerond op 57.719 BEF.
71. Indien de belastingplichtige, zoals hierboven werd uiteengezet, de bedragen van een document dient om te rekenen teneinde ze op te nemen in zijn boekhouding, zal de Administratie niet eisen dat de omrekening van de te boeken bedragen op het boekingsstuk zelf dient te gebeuren, behalve wanneer het een document betreft dat door de belastingplichtige zelf dient te worden aangevuld teneinde zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen en waarop, in voorkomend geval, bedragen moeten worden omgerekend om het document in overeenstemming te brengen met de bepalingen van artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1 (z. nrs. 64 en 65).
72. Indien de belastingplichtige zijn boekhouding in een andere munteenheid voert (b.v. in BEF) dan deze waarin de maatstaf van heffing is bepaald op de factuur (b.v. maatstaf van heffing in EUR), zijn er twee mogelijkheden :
a) ofwel is op de factuur een tweede kolom vermeld (eerste kolom in EUR, tweede kolom in BEF) : de belastingplichtige moet deze factuur boeken op basis van de in deze tweede kolom vermelde bedragen (bedragen omgerekend louter ter informatie);
b) ofwel komt op de factuur geen tweede kolom voor (factuur uitsluitend in EUR opgesteld) : de belastingplichtige die de te boeken bedragen moet omrekenen (omrekening EUR->BEF) dient bij de inschrijsing van deze factuur in zijn boekhouding het principe van de horizontale omrekening te respecteren (hetzelfde principe als bij de facturering in de beide munteenheden).
73. Uit het principe van de horizontale omrekening dat eveneens van toepassing is bij de boeking van een factuur in de andere munteenheid en voor zover er verscheidene BTW-tarieven voorkomen op de factuur, vloeit voort dat :
a) in hoofde van de leverancier of dienstverrichter, schuldenaar van de belasting, het in rooster 54 van de BTW-aangifte te vermelden bedrag van de verschuldigde belasting gelijk is aan het omgerekende bedrag van het totaalbedrag van de verschuldigde belasting (en niet de som van de omgerekende bedragen van de verschuldigde belasting per BTW-tarief);
b) in hoofde van de klant (met een volledig recht op aftrek), het in rooster 59 van de BTW-aangifte te vermelden bedrag van de aftrekbare belasting gelijk is aan het omgerekende bedrag van het totaalbedrag van de belasting.
Toepassingen
74. Ter illustratie van de bepalingen opgenomen onder nr. 73 hierboven wordt verwezen naar het factuurvoorbeeld onder nr. 43 (tweede factuurvoorbeeld - opgemaakt in EUR, waarop tevens bedragen in BEF zijn vermeld).
In bovengenoemd voorbeeld is het in de BTW-aangifte in BEF op te nemen bedrag van de verschuldigde (of aftrekbare) belasting het resultaat van de omrekening van de som van 9 en 10, namelijk :
1,49 EUR + 91,41 EUR = 92,90 EUR (11).
92,90 EUR x 40,3399 = 3.748 BEF (11').
Het bedrag van de verschuldigde (of aftrekbare) belasting is dus niet het resultaat van de som van 9' en 10', namelijk :
60 BEF + 3.687 BEF = 3.747 BEF.
Tussen beide bedragen kan men in casu een verschil van 1 BEF vaststellen.
Uitzondering
75. In de gevallen waarin de klant zelf schuldenaar is van de belasting het betreft hier dezelfde persoon die de belasting tegelijkertijd betaalt en, in voorkomend geval, in aftrek brengt - en in afwijking van de bepalingen met betrekking tot de berekening van het in de BTW-aangifte te vermelden bedrag van de verschuldigde of aftrekbare belasting die hierboven onder de nrs. 73 en 74 zijn opgenomen, dient de klant het bedrag van de verschuldigde en aftrekbare belasting onmiddellijk te berekenen in de munteenheid waarin hij zijn boekhouding voert.
Voorbeeld : Ontvangst van een factuur met betrekking tot een intracommunautaire verwerving van goederen waarin de maatstaven van heffing in euro zijn uitgedrukt :
maatstaf van heffing aan 6 % : 32,89 EUR (= 1.327 BEF);
maatstaf van heffing aan 21 % : 352,98 EUR (= 14.239 BEF)
- Ofwel voert de belastingplichtige die voor deze intracommunautaire verwerving schuldenaar is van de belasting, zijn boekhouding in dezelfde munteenheid als deze waarin de maatstaven van heffing zijn bepaald, dus in euro. Bij de berekening van de belasting gaat hij als volgt te werk :
32,89 x 6 % = 1,97 EUR 352,98 x 21 % = 74,13 EUR ------------------------- totaal : 76,10 EUR
- Ofwel voert de belastingplichtige - schuldenaar van de belasting zijn boekhouding in de andere munteenheid, dus in Belgische frank. Bij de berekening van de belasting gaat hij als volgt te werk :
1.327 x 6 % = 80 BEF 14.239 x 21 % = 2.990 BEF ------------------------- totaal : 3.070 BEF 76. Met betrekking tot de inschrijving van de documenten in de boekhouding dient te worden opgemerkt dat de omrekenings- en afrondingsverschillen niet in de BTW-aangifte worden opgenomen.
B. De boekhouding en de BTW-aangiften.
Draagwijdte van de nieuwe bepalingen die zijn ingevoegd in artikel 15, §§ 3 en 4, van het koninklijk besluit nr. 1.
77. Voor wat betreft de inschrijvingen in de registers beoogd in artikel 14, §§ 2, 5 en 6, van het koninklijk besluit nr. 1, voorziet artikel 15, § 3, g), van datzelfde koninklijk besluit dat op het einde van elke aangifteperiode, per rooster van de aangifte, het totaalbedrag van de periode moet worden uitgedrukt in de munteenheid waarin de in de artikelen 53, eerste lid, 3° en 53ter, 1°, van het Wetboek, bedoelde aangiften worden opgemaakt.
Anderzijds voorziet artikel 15, § 4, vijfde lid, van het koninklijk besluit nr. 1 het volgende : "Bovendien worden op het einde van elke aangifteperiode, per tarief, het totaalbedrag van de maatstaf van heffing en van de overeenkomstige belasting met betrekking tot de periode, uitgedrukt in dezelfde munteenheid waarin de in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek bedoelde aangiften worden opgemaakt, ingeschreven".
78. Uit de hierboven vermelde bepalingen volgt dat de totaalbedragen van de in artikel 14, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 beoogde factuurboeken (boek voor inkomende en boek voor uitgaande facturen) en van het dagboek van ontvangsten op het einde van elke aangifteperiode in deze registers moeten worden opgenomen per aangifteperiode en per rooster van de aangifte.
Het betreft een nieuwe verplichting die van toepassing is vanaf 1 januari 1999.
Deze verplichting is tevens van toepassing met betrekking tot her register beoogd in artikel 14, §§ 5 en 6, van het koninklijk besluit nr. 1 dat moet worden gehouden door de belastingplichtigen onderworpen aan de vrijstellingsregeling van de belasting, de belastingplichtigen onderworpen aan de bijzondere regeling voor landbouwondernemers, de belastingplichtigen die uitsluitend handelingen verrichten die vrijgesteld zijn van de belasting krachtens artikel 44 van het BTW-Wetboek en die geen enkel recht op aftrek hebben, en de niet-belastingplichtige rechtspersonen.
Deze verplichting is bovendien van toepassing met betrekking tot de andere registers beoogd in de huidige aanschrijving (z. infra, nrs. 93 en volgende), voor zover deze verplichting nog niet is voorzien in de bepalingen die het houden van deze registers regelen.
79. Uit de bovengenoemde bepalingen volgt bovendien dat de bedoelde totaalbedragen in alle hierboven beoogde registers moeten worden uitgedrukt in dezelfde munteenheid als deze waarin de BTW-aangiften (periodieke en bijzondere) worden opgemaakt.
80. Onder voorbehoud van de bepalingen van nr. 79 hierboven, hangt de munteenheid waarin de in de artikelen 53, eerste lid, 3° en 53ter, 1°, van het BTW-Wetboek beoogde aangiften worden opgemaakt niet af van de munteenheid waarin de boekhouding wordt gevoerd.
Elke belastingplichtige kan :
a) zijn boekhouding in BEF voeren en zijn aangifte in BEF opmaken;
b) zijn boekhouding in BEF voeren en zijn aangifte in EUR opmaken;
c) zijn boekhouding in EUR voeren en zijn aangifte in EUR opmaken;
d) zijn boekhouding in EUR voeren en zijn aangifte in BEF opmaken;
e) zijn boekhouding gedeeltelijk in EUR en gedeeltelijk in BEF voeren en
zijn aangifte in BEF opmaken;
f) zijn boekhouding gedeeltelijk in EUR en gedeeltelijk in BEF voeren en
zijn aangifte in EUR opmaken.
81. De keuze om de bovenbedoelde BTW-aangiften in een andere munteenheid op te maken dan deze waarin de boekhouding wordt gevoerd is echter afhankelijk van het vervullen van de voorwaarden en regels opgenomen onder de nrs. 82 tot 98 hierna.
In deze zin is de keuze om een BTW-aangifte in euro in te dienen ook afhankelijk van het vervullen van deze voorwaarden.
Na te leven voorwaarden en regels in het geval de BTW-aangifte wordt opgemaakt in een andere munteenheid dan deze waarin de boekhouding wordt gevoerd.
82. Teneinde de coherentie en de overeenstemming tussen de boekhouding en de BTW-aangiften (periodieke en bijzondere) te verzekeren in de gevallen beoogd onder nr. 79, b), d), e) en f) hierboven, bepaalt bovengenoemd artikel 15, §§ 3 en 4, dat de in de roosters van de BTW-aangifte op te nemen bedragen van de factuurboeken (boek voor inkomende en boek voor uitgaande facturen) en van het dagboek van ontvangsten (beoogd in artikel 14 van het koninklijk besluit nr. 1), moeten worden omgerekend in de munteenheid van de aangifte indien ze zijn uitgedrukt in een andere munteenheid dan deze van de BTW-aangifte. De aldus bekomen bedragen moeten worden ingeschreven in de factuurboeken en in het dagboek van ontvangsten.
Dezelfde verplichting geldt voor de bedragen van het register beoogd in artikel 14, §§ 5 en 6, van het koninklijk besluit nr. 1, dat moet worden gehouden door de belastingplichtigen onderworpen aan de vrijstellingsregeling van de belasting, de belastingplichtigen onderworpen aan de bijzondere regeling voor landbouwondernemers, de belastingplichtigen die uitsluitend handelingen verrichten die vrijgesteld zijn van de belasting krachtens artikel 44 van het BTW-Wetboek en die geen enkel recht op aftrek hebben, en de niet-belastingplichtige rechtspersonen, en waarvan de bedragen moeten worden opgenomen in de roosters van de door deze personen in te dienen bijzondere BTW-aangifte. Indien de betreffende bedragen in het register in een andere munteenheid dan deze van bovengenoemde aangifte zijn uitgedrukt, moeten ze worden omgerekend in de munteenheid van de aangifte; de aldus bekomen bedragen moeten daarenboven in dit register worden ingeschreven.
83. Teneinde veelvoudige omrekeningen te vermijden, dient er te worden opgemerkt dat ingevolge bovengenoemde bepalingen, op het einde van elke aangifteperiode, slechts de totaalbedragen van de periode, per rooster van de aangifte, voor zover ze in een andere munteenheid dan deze van de BTW-aangifte zijn uitgedrukt, dienen te worden omgerekend in de munteenheid van de aangifte.
Bijzonderheden inzake de boeken voor inkomende en uitgaande facturen.
84. Indien de belastingplichtige meerdere (hetzij inkomende, hetzij uitgaande) factuurboeken bijhoudt die zijn uitgedrukt in een andere munteenheid dan deze van de aangifte, dient enkel op het einde van elke aangifteperiode, per type van factuurboek, het totaalbedrag van de periode, per rooster van de aangifte, te worden omgerekend. Dit totaalbedrag is gelijk aan som van de in de diverse factuurboeken vermelde bedragen in de andere munteenheid.
85. Indien de belastingplichtige in de onder het vorige nummer bedoelde hypothese bepaalde factuurboeken in Belgische frank en andere (of één ander factuurboek) in euro houdt, dient de omrekening te gebeuren - en het verkregen resultaat te worden ingeschreven - in het factuurboek of in één van deze factuurboeken dat is uitgedrukt in dezelfde munteenheid als deze van de aangifte, of in een centralisatieregister.
86. Voor de aankopen van goederen die zijn bestemd om bij wederverkoop te worden onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge (met betrekking tot gebruikte goederen, kunstvoorwerpen en voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten), voorzien in artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek, moet de belastingplichtige een aankoopregister houden dat voor dergelijke aankopen het boek voor inkomende facturen vervangt.
Wanneer de belastingplichtige zijn registers (boek voor inkomende facturen en aankoopregister) in een andere munteenheid houdt dan deze van de aangifte, moeten, rekening gehouden met de bepalingen van nr. 84 supra, de in het aankoopregister opgenomen totaalbedragen van de periode op het einde van elke periode worden opgeteld bij de bedragen van het boek voor inkomende facturen van dezelfde periode; de aldus bekomen bedragen moeten vervolgens worden omgerekend in de munteenheid van de aangifte en worden ingeschreven in het boek voor inkomende facturen.
87. Wanneer de belastingplichtige de aankopen van goederen onder de in nr. 86 hierboven bedoelde regeling opneemt in het boek voor inkomende facturen (bij ontstentenis van een afzonderlijk aankoopregister) en wanneer de bedragen van het boek voor inkomende facturen zijn uitgedrukt in een andere munteenheid dan deze van de aangifte, zijn de hierboven genoemde regels (z. nr. 82) van toepassing.
88. Indien de belastingplichtige gebruik maakt van de normale belastingregeling en van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge en zijn boekhouding voert in een andere munteenheid dan deze van de aangifte, zijn voor wat betreft het boek voor uitgaande facturen de volgende bepalingen van toepassing :
- wanneer de belastingplichtige voor de verkopen van goederen onderworpen aan de winstmargeregeling geen afzonderlijke boekhouding voert en deze verkopen derhalve worden vermeld in een afzonderlijke kolom van het boek voor uitgaande facturen, maakt het totaalbedrag van deze verkopen (prijs inclusief BTW) geen deel uit van de op het einde van de periode in de munteenheid van de aangifte om te rekenen totaalbedragen van het boek voor uitgaande facturen; het totaalbedrag van deze verkopen moet op het einde van de periode in dezelfde munteenheid als de munteenheid waarin dit bedrag is uitgedrukt in het boek voor uitgaande facturen, worden overgebracht naar het vergelijkingsregister;
- dezelfde regeling is van toepassing wanneer de belastingplichtige voor zijn leveringen van goederen onderworpen aan de winstmargeregeling een afzonderlijke boekhouding voert (afzonderlijk factuurboek). In afwijking van de in nr. 84 supra opgenomen bepalingen, dient het totaalbedrag van dit afzonderlijk factuurboek, op het einde van de periode, niet te worden opgeteld bij het totaalbedrag, op het einde van dezelfde periode, van het boek voor uitgaande facturen waarin de belastingplichtige zijn leveringen van goederen onderworpen aan de normale regeling van belastingheffing opneemt. Het totaalbedrag van het afzonderlijk factuurboek moet op het einde van de periode worden overgebracht naar het vergelijkingsregister in dezelfde munteenheid als deze waarin dit bedrag is uitgedrukt in het afzonderlijk factuurboek.
Bijzonderheden inzake het dagboek van ontvangsten
89. Het totaalbedrag, inclusief BTW, van de dagontvangsten wordt van dag tot dag ingeschreven in het dagboek van ontvangsten, hetzij in EUR, hetzij in BEF. De ontvangsten met betrekking tot de leveringen van goederen waarvan de prijs per in de handel gebruikelijke eenheid meer bedraagt dan 10.000 Belgische frank of 247,89 euro, inclusief BTW, dienen het voorwerp uit te maken van een afzonderlijke inschrijving met vermelding van de aard van de verkochte goederen. Deze afzonderlijke inschrijving mag worden vervangen door een dagelijkse globale inschrijving wanneer de verantwoordingsstukken die moeten worden opgesteld, behoudens de ontvangst, ook de aard van de verkochte goederen vermelden. Indien de ontvangsten onderworpen zijn aan onderscheiden BTW-tarieven, moeten ze in principe per BTW-tarief worden vermeld. Wanneer het niet mogelijk is om dit onderscheid te maken op het moment waarop de handelingen plaatsvinden, mogen de ontvangsten worden ingeschreven zonder onderscheid te maken naar het tarief van de belasting. Opdat hij zijn BTW-aangifte zou kunnen invullen, is de belastingplichtige in dit geval echter gehouden de ontvangsten op basis van een door de Administratie goedgekeurde verdeelsleutel om te delen over de diverse BTW-tarieven (z. aanschr. nr. 101/1970).
90. De belastingplichtige moet vooreerst, met het oog op het invullen van zijn BTW-aangifte (maatstaven van heffing in de roosters 01, 02 of 03 en verschuldigde belasting in rooster 54), uit de bedragen van het dagboek van ontvangsten, inclusief BTW, die zijn uitgedrukt in een andere munteenheid dan de munteenheid van de BTW-aangifte, per BTW-tarief, het bedrag van de verschuldigde belasting en het bedrag van de ontvangsten exclusief BTW bepalen in de munteenheid van het dagboek van ontvangsten. Het aldus bekomen resultaat moet dan worden omgerekend in de munteenheid van de BTW-aangifte.
Voorbeeld
91. Dagontvangstenboek, gehouden in BEF, van een belastingsplichtige die kwartaalaangiften in EUR indient :
+ -----------------------------------------------------------------------+ ¦ BEF ¦ 6 % ¦ 21 % ¦ ¦-----------------------+-----------------------+-----------------------¦ ¦ April 1999 ¦ 612.656 ¦ 438.462 ¦ ¦ Mei 1999 ¦ 564.848 ¦ 632.446 ¦ ¦ Juni 1999 ¦ 582.342 ¦ 586.118 ¦ ¦-----------------------+-----------------------+-----------------------¦ ¦ ¦ 1.759.846 ¦ 1.657.026 ¦ +-----------------------------------------------------------------------+ 1° Berekening van het bedrag van de BTW : BTW-tarief 6 % : 1.759.846 BEF X 6 = 99.614 BEF --- 106 BTW-tarief 21 % : 1.657.026 BEF X 21 = 287.583 BEF --- 121 2°. Berekening van de maatstaf van heffing : BTW-tarief 6 % : 1.759.846 BEF - 99.614 BEF = 1.660.232 BEF; BTW-tarief 21 % : 1.657.026 BEF - 287.583 BEF = 1.369.443 BEF. In de BTW-aangifte van het tweede kwartaal van 1999, ingediend in EUR, worden de volgende gegevens vermeld :
in rooster 01 : 1.660.232 BEF : 40,3399 = 41.156,08 EUR.
in rooster 03 : 1.369.443 BEF : 40,3399 = 33.947,61 EUR.
in rooster 54 : (99.614 BEF + 287.583 BEF) : 40,3399 = 9.598,36 EUR.
92. In het kader van de toepassing van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge (artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek) dient te worden opgemerkt dat het totaalbedrag van de verkopen dat op het einde van de aangifteperiode voorkomt in de kolom met betrekking tot de winstmargeregeling van het dagboek van ontvangsten, moet worden overgebracht naar het vergelijkingsregister in dezelfde munteenheid als deze waarin dit bedrag is uitgedrukt in het dagboek van ontvangsten.
Andere registers met betrekking tot de boekhouding - na te leven regels
93. Wanneer verschillende munteenheden worden gebruikt moet steeds de overeenstemming tussen de boekhouding en de BTW-aangifte kunnen worden verzekerd, ook voor wat betreft de in de BTW-aangifte opgenomen bedragen die voortvloeien uit registers onderscheiden van deze beoogd in artikel 14 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1.
94. Voor zover de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde bevoegd is om het houden en de toepassingsvoorwaarden ervan te regesen, moeten de belastingplichtigen de hierna onder de nrs. 95 tot 97 geformuleerde regels met betrekking tot de volgende registers verplicht naleven indien de in deze registers opgenomen bedragen zijn uitgedrukt in een andere munteenheid dan de munteenheid van de BTW-aangifte :
- het teruggaafregister waarvan het houden wordt opgelegd door artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969;
- de tabel van de bedrijfsmiddelen voorzien in artikel 11, § 5, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969;
- het vergelijkingsregister voorzien in de aanschrijvingen nrs. 1 en 2/1995 (in het kader van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge), op grond van artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994.
95. Voor wat het teruggaafregister betreft, moet de belastingplichtige op basis van artikel 4, § 1, laatste lid, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 4 en artikel 15, § 3, g), van het koninklijk besluit nr. 1 (in geval van teruggaaf van belasting naar aanleiding van uitgereikte creditnota's opgenomen in het boek voor uitgaande facturen van de belastingplichtige) de volgende verplichting naleven indien het register in een andere munteenheid wordt gehouden dan de munteenheid van de aangifte : op het einde van elke aangifteperiode, per rooster van de aangifte, dient het totaalbedrag van de door de Staat terug te geven belasting van de periode te worden omgerekend in de munteenheid van de aangifte (op te splitsen tussen rooster 62 en rooster 64).
96. Voor wat de tabel van de bedrijfsmiddelen betreft is op basis van artikel 11, § 6, van het hierboven vermeld koninklijk besluit nr. 3 de omrekening van de volgende drie elementen verplicht indien het register in een andere munteenheid wordt gehouden dan de munteenheid van de aangifte :
- per aangifteperiode, het totaalbedrag van de effectief in aftrek gebrachte belasting;
- met betrekking tot de laatste aangifteperiode van het kalenderjaar, het totaalbedrag van de gedurende dat jaar in aftrek gebrachte belasting;
- de gedurende de herzieningsperiode met betrekking tot een bedrijfsmiddel effectief verrichte herzieningen.
97. Voor wat het vergelijkingsregister betreft gelden op basis van artikel 10 van het hierboven vermeld koninklijk besluit nr. 53 de volgende vereisten indien dit register in een andere munteenheid wordt gehouden dan de munteenheid van de aangifte :
a) de maatstaf van heffing wordt per aangifteperiode bepaald. In dit geval moeten in het vergelijkingsregister :
- voor elke aangifteperiode, de bedragen van de maatstaven van heffing, per BTW-tarief, en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting worden omgerekend in de munteenheid van de aangifte;
- voor de laatste aangifteperiode van het kalenderjaar of het boekjaar (indien dit laatste niet samenvalt met het kalenderjaar), het in rooster 00 van de aangifte op te nemen bedrag van de "verkochte aankopen" worden omgerekend in de munteenheid van de aangifte;
b) de maatstaf van heffing wordt per levering bepaald (d.w.z. voor elk goed afzonderlijk beschouwd).
In dit geval moeten het bedrag van de verkochte aankopen, het bedrag van de maatstaven van heffing per BTW-tarief en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting per aangifteperiode worden omgerekend in de munteenheid van de aangifte.
C. De boekhouding en de indiening van de opgave van de afnemers-belastingplichtigen en van de opgave van de intracommunautaire handelingen
98. De belastingplichtigen moeten krachtens artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 23 van 29 december 1992 en artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992 klantenrekeningen (of alle andere stukken) houden om te kunnen voldoen aan de verplichting tot het indienen van enerzijds de opgave van de afnemers-belastingplichtigen beoogd in artikel 53quinquies van het BTW-Wetboek en anderzijds de opgave van de intracommunautaire handelingen beoogd in artikel 53sexies, § 1, van hetzelfde Wetboek.
Indien de klantenrekeningen worden gehouden in een andere munteenheid dan de munteenheid waarin de bovengenoemde opgaven worden ingediend moet de belastingplichtige, teneinde de overeenstemming te verzekeren, op basis van artikel 8 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 23 en artikel 12 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 50, de volgende verplichting naleven : op het einde van elke periode moeten de in de opgave van de afnemers-belastingplichtigen en de opgave van de intracommunautaire handelingen op te nemen bedragen, per klant en per betreffende periode (jaar of kwartaal), worden omgerekend in de munteenheid waarin de desbetreffende opgaven worden opgemaakt.
Algemene opmerking
99. Tenslotte wordt de aandacht gevestigd op het feit dat de belastingplichtigen die, rekening houdend met de bovengenoemde bepalingen (z. nrs. 82 tot 98), in hun boekhouding omrekeningen hebben moeten verrichten, alles in het werk dienen te stellen om de taak van de controlerende ambtenaren te vereenvoudigen zodat deze laatsten in het bijzonder de oorspronkelijk om te rekenen bedragen gemakkelijk zouden kunnen terugvinden.
AFDELING 5 - SANCTIES
100. Onverminderd andere sancties worden de overtredingen van de in de huidige aanschrijving opgenomen bepalingen op het gebied van de facturering en het voeren van de boekhouding beteugeld met fiscale geldboeten (z. artikel 70 van het BTW-Wetboek).
101. Inzake facturering bepaalt artikel 70, § 2, van het BTW-Wetboek dat, wanneer de factuur of het als zodanig geldend stuk waarvan de uitreiking is voorgeschreven door de artikelen 53, 53octies en 54, of door de ter uitvoering ervan genomen besluiten, niet is uitgereikt of onjuiste vermeldingen bevat ten aanzien van het identificatienummer, de naam of het adres van de bij de handeling betrokken partijen, de aard of de hoeveelheid van de geleverde goederen of verstrekte diensten, de prijs of het toebehoren ervan, er een geldboete wordt opgelegd gelijk aan het dubbel van de op de handeling verschuldigde belasting, zonder dat ze minder mag bedragen dan 2.000 BEF (49,58 EUR).
Deze geldboete is verschuldigd individueel door de leverancier of de dienstverrichter en door zijn medecontractant. Ze is evenwel niet verschuldigd wanneer de overtredingen als louter toevallig kunnen worden aangemerkt.
Behoudens ingeval van fraude, kan het bedrag van deze geldboete worden verminderd op basis van de verminderingsschaal vastgesteld in de tabel C van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde.
102. De aandacht wordt tevens gevestigd op het feit dat de medecontractant hoofdelijk aansprakelijk is tot voldoening van de belasting wanneer de factuur niet werd uitgereikt of een onjuiste vermelding bevat (z. artikel 51bis, § 1, van het BTW-Wetboek). De medecontractant die de identiteit van zijn leverancier of dienstverrichter aantoont en bewijst hem de prijs en de bijhorende belasting of een deel daarvan te hebben betaald, is evenwel in die mate van de hoofdelijke aansprakelijkheid ontslagen (z. artikel 51bis, § 2, van het BTW-Wetboek).
103. Uit artikel 70, § 4, van het BTW-Wetboek volgt bovendien dat de andere overtredingen op het gebied van de facturering bestraft worden met een geldboete van 1.000 BEF (24,79 EUR) tot 100.000 BEF (2.478,94 EUR) per overtreding. Het bedrag van deze geldboete wordt bepaald volgens een schaal opgenomen in de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 tot vaststelling van het bedrag van de niet proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde (eerste afdeling, rubriek II - 2.000 BEF of 49,58 EUR per factuur of als zodanig geldend stuk - en rubriek XI, 4 - 2.000 BEF of 49,58 EUR per document dat is uitgereikt of opgemaakt).
104. Inzake de boekhouding is bij overtredingen van de bepalingen van de artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit nr. 1 de wettelijke boete bedoeld in artikel 70, § 4, van het BTW-Wetboek eveneens van toepassing. Ze geldt bovendien bij overtredingen met betrekking tot de andere registers beoogd in de huidige aanschrijving. Het bedrag van deze boete wordt bepaald in het hierboven genoemde koninklijk besluit nr. 44 onder de volgende rubrieken.
Boek voor inkomende en uitgaande facturen :
- voor het niet houden : zie rubriek XVI, boete van 100.000 BEF (2.478,94 EUR) per overtreding;
- voor onregelmatigheden of onjuistheden met betrekking tot het houden : zie rubriek XI, 5, A of B, boete van 5.000 BEF (123,95 EUR) per overtreding.
Dagboek van ontvangsten :
- voor het niet houden : zie rubriek XVI : boete van 100.000 BEF (2.478,94 EUR) per overtreding;
- voor onregelmatigheden of onjuistheden met betrekking tot het houden : zie rubriek XI, 5, A of B en 6, D, boete van 5.000 BEF (123,95 EUR) of 10.000 BEF (247,89 EUR) per overtreding.
Teruggaafregister :
- voor het niet houden : zie rubriek XVI, boete van 100.000 BEF (2.478,94 EUR) per overtreding.
Tabel van de bedrijfsmiddelen :
- voor het niet houden : zie rubriek XVI, boete van 100.000 BEF (2.478,94 EUR) per overtreding.
Aankoopregister en vergelijkingsregister (bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge) :
- wanneer de voorgeschreven registers niet worden gehouden of op een zodanige wijze worden gehouden dat de controle op de nauwkeurige heffing van de belasting onmogelijk of zeer moeilijk wordt gemaakt : zie rubriek XV, A, boete van 10.000 BEF (247,89 EUR) bij de eerste overtreding en 20.000 BEF (495,79 EUR) bij de volgende overtredingen;
- bij het niet inschrijven van stukken : zie rubriek XV, B, boete van 1.000 BEF (24,79 EUR) per niet ingeschreven document.
Namens de Minister:
De Directeurgeneraal,
R. SUCAET
BIJLAGE
Gecoördineerde tekst van artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.
Artikel 5. § 1. De in artikel 1 bedoelde factuur en het in artikel 2 bedoeld stuk dienen te vermelden :
1° de datum waarop deze stukken worden uitgereikt en het volgnummer waaronder ze worden ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen;
2° de naam of de maatschappelijke benaming van de belastingplichtige, het adres van zijn administratieve of maatschappelijke zetel, zijn inschrijvingsnummer in het handels- of ambachtsregister, wanneer deze inschrijving vereist is, en zijn in artikel 50 van het Wetboek bedoeld BTW-identificatienummer;
3° de naam of de maatschappelijke benaming, het adres en het in artikel 50 bedoeld BTW-identificatienummer van de medecontractant of, wanneer het in artikel 39bis, eerste lid, 4°, van het Wetboek bedoelde leveringen betreft, de naam of de maatschappelijke benaming, het adres en het BTW-identificatienummer dat in de Lid-Staat van bestemming van de goederen aan de belastingplichtige is toegekend, evenals de nauwkeurige vermelding van het adres van de inrichting ter bestemming waarvan de goederen worden overgebracht;
4° a) voor de handelingen bedoeld in artikel 21, § 3, 2°, b, 3°bis, 3°ter, 4°bis, 4°ter en 8°, van het Wetboek, het nummer waaronder de ontvanger voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd en waaronder hem de dienst werd verstrekt;
b) voor de handelingen bedoeld in artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek, het nummer waaronder de ontvanger in een andere Lid-Staat voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd;
c) in geval van toepassing van het bepaalde in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 3°, van het Wetboek, een verwijzing naar die bepaling, het nummer waaronder de belastingplichtige voor BTW-doeleinden in een andere Lid-Staat is geïdentificeerd en waaronder hij de intracommunautaire verwerving en de daarop aansluitende levering van goederen verricht heeft, en het nummer waaronder de bestemmeling van de levering voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Wetboek;
5° a) de datum van de levering van het goed of van de voltooiing van de dienst en, in de in artikel 1, § 1, 2°, bedoelde gevallen, de datum waarop de belasting opeisbaar wordt of, wanneer de datum niet met zekerheid kan worden bepaald, het tijdvak waarin de handeling heeft plaatsgevonden;
b) voor de in artikel 39bis van het Wetboek bedoelde levering van goederen, de datum waarop het belastbaar feit plaatsvond of, in het in artikel 1, § 1, 3°, bedoelde geval, de datum waarop de prijs geheel of gedeeltelijk werd ontvangen;
6° de gegevens die nodig zijn om de handeling te determineren en om het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen en van de verstrekte diensten en hun hoeveelheid alsook het voorwerp van de diensten;
7° de in artikel 8bis, § 2, van het Wetboek bedoelde gegevens voor de leveringen van nieuwe vervoermiddelen, evenals het merk, het model, het jaartal, de cilinderinhoud, de motorsterkte, het carrosseriemodel en het chassisnummer in geval van levering van nieuwe of tweedehandse personenauto's of auto's voor dubbel gebruik en, wanneer het gaat om tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik, de datum waarop zij voor het eerst in het verkeer werden gebracht en, voor de werken, het wassen uitgezonderd, verricht aan motorvoertuigen, de vermelding van de nummerplaat van het voertuig;
8° per tarief, de vermelding van de maatstaf van heffing en de elementen waaruit hij is samengesteld, waarbij alle bedragen verplicht worden uitgedrukt in eenzelfde munteenheid, hetzij in Belgische frank, hetzij in euro;
9° de vermelding van de tarieven van de verschuldigde belasting, het bedrag van de verschuldigde belasting per tarief en het totaalbedrag van de veschuldigde belasting, uitgedrukt in dezelfde munteenheid als deze bedoeld in 8° hierboven, ofwel, wanneer de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2, 1° en 2°, van het Wetboek verschuldigd is door de medecontractant, de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant - BTW-Wetboek, artikel 51, § 2" in de plaats van de vermelding van de tarieven en van de bedragen van de verschuldigde belasting;
9°bis wanneer bedragen vermeld op de factuur overeenkomstig 8° en 9° hierboven eveneens op de factuur voorkomen in de andere munteenheid bedoeld in 8° hierboven, de vermelding, al naargelang van het geval, "omrekening in euro louter ter informatie" of "omrekening in Belgische frank louter ter informatie".
De omrekening van elk bedrag moet, in dit geval, individueel en volgens de door de Verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 bepaalde regels worden verricht. Bovendien moeten minstens het bedrag van de maatstaf van heffing per tarief, het bedrag van de verschuldigde belasting per tarief en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting worden omgerekend in de andere munteenheid;
10° de vermelding van de wettelijke bepaling krachtens dewelke de handeling van de belasting is vrijgesteld of krachtens dewelke de belasting niet in rekening wordt gebracht;
11° een verwijzing naar het vroeger uitgereikte stuk of stukken indien voor dezelfde handeling meerdere facturen of stukken worden uitgereikt. De factuur mag de medecontractant niet debiteren voor een bedrag als belasting waarvoor hij reeds eerder werd gedebiteerd;
12° alle andere vermeldingen die worden voorgeschreven ter uitvoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde of van de uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 2. Het in artikel 3 bedoelde stuk bevat de volgende vermeldingen :
1° het nummer waaronder het is geschreven in het boek voor uitgaande facturen;
2° de naam of de maatschappelijke benaming van de belastingplichtige, het adres van zijn administratieve of maatschappelijke zetel en het in artikel 50 van het Wetboek bedoelde BTW-identificatienummer;
3° de datum van de handeling;
4° de in § 1, 6° en 7°, bedoelde gegevens;
5° per tarief, de vermelding van de maatstaf van heffing en het bedrag van de verschuldigde belasting.
Bron: FisconetPlus
