Circulaire nr. AFZ/99-1287 dd. 17.12.1999

CIRC 17.12.99/1

Circulaire nr. AFZ/99-1287 dd. 17.12.1999


Bull. nr. 800, pag. 93

AANDELENOPTIE
Belastingstelsel van de aandelenopties.

VOORDEEL VAN ALLE AARD
Aandelenoptie.
Voordeel anders dan in geld behaald.

WET
Aandelenoptie.
Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998.


Eerste commentaar op de art. 41 tot 47 en 49, W 26.3.1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, inzake aandelenopties.

Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2 van de Administratie
van Fiscale Zaken, van de Administratie van de ondernemings- en
inkomensfiscaliteit (sector directe belastingen), van de Administratie
van de directe belastingen en van de Administratie van de bijzondere
belastinginspectie.

De bijlage bevat een eerste commentaar op de art. 41 tot 47 en 49, W 26.3.1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen (BS 1.4.1999 - V 2676, Bull. 793).

NAMENS DE MINISTER:
De Adjunct-administrateur-generaal
van de belastingen,


Jean-Marc DELPORTE


INHOUDSTAFEL

I. WETTEKST
II. ALGEMEEN
III. AANBOD
IV. TOEKENNING
V. BELASTBAAR BEDRAG


1.Op een beurs genoteerde of verhandelde opties
2.Andere gevallen

a) Forfaitaire taxatie
b) Halvering van het forfaitair bepaalde voordeel
c) Aanvullende taxatie

VI. LATER TE BELASTEN VOORDEEL
VII. VERPLICHTINGEN VAN DE PERSOON DIE HET VOORDEEL TOEKENT
VIII. INHOUDING VAN DE BEDRIJFSVOORHEFFING
IX. INTERPRETATIE VAN ART. 36, WIB 92
X. INWERKINGTREDING


BIJLAGE

I. WETTEKST

1. De art. 41 tot 47, W 26.3.1999 hebben een nieuw aanslagstelsel inzake aandelenopties ingevoerd. Art. 49, W 26.3.1999 geeft een interpretatie van art. 36, WIB 92 met betrekking tot de raming van de voordelen van alle aard bekomen bij de inschrijving van aandelen tegen verminderde prijs. De tekst van de nieuwe wettelijke bepalingen is hierna weergegeven.


AFDELING VII. - Aandelen met décote - stock options


ONDERAFDELING I. - Aandelenopties


Art. 41. Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:

1° vennootschap: iedere Belgische of buitenlandse vennootschap met rechtspersoonlijkheid;


2° aandeel: ieder aandeel of winstbewijs van een vennootschap;


3° optie: het recht om, gedurende een welbepaalde termijn een bepaald aantal aandelen aan te kopen of, naar aanleiding van de verhoging van het kapitaal van een vennootschap op een bepaald aantal aandelen in te schrijven tegen een vastgestelde of een nog vast te stellen prijs;

4° aanbod: het aanbod van de optie waarvan aan de begunstigde kennisgegeven is;

5° beurs: elke gereglementeerde markt of een andere openbare, regelmatig werkende markt.

Art. 42. § 1. De voordelen van alle aard verkregen uit hoofde of naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid van de begunstigde, onder de vorm van al dan niet kosteloze toekenning van een optie, vormen voor deze laatste een beroepsinkomen dat belastbaar is op het ogenblik van de toekenning ervan, wanneer hij die optie niet heeft aangewend voor de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid.

De optie wordt uit fiscaal oogpunt geacht te zijn toegekend op de zestigste dag die volgt op de datum van het aanbod, zelfs indien aan de uitoefening van de optie opschortende of ontbindende voorwaarden zijn verbonden, tenzij de begunstigde, voor het verstrijken van die termijn, aan de aanbieder zijn weigering om het aanbod te aanvaarden schriftelijk te kennen heeft gegeven.

§ 2. Wanneer het opties of aandelen betreft welke door de begunstigde niet worden aangewend voor de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid, vormen de verkregen voordelen naar aanleiding van de vervreemding van een optie, van de uitoefening van die optie of van de vervreemding van aandelen die verworven werden als gevolg van die uitoefening, geen belastbare beroepsinkomsten.

Art 43. § 1. Het krachtens artikel 42, § 1, belastbare bedrag van het voordeel wordt vastgesteld overeenkomstig de volgende paragrafen en, in geval van tegen betaling toegekende optie, wordt dit bedrag verminderd met de bijdrage van de begunstigde van het voordeel.

§ 2. Wanneer het om opties gaat die genoteerd of verhandeld worden op een beurs, wordt het belastbare voordeel bepaald op grond van de laatste slotkoers van de optie die voorafgaat aan de dag van het aanbod.

§ 3. In de gevallen die niet worden bedoeld in paragraaf 2, wordt het belastbare voordeel forfaitair vastgesteld op een percentage van de waarde die de aandelen waarop de optie betrekking heeft bezitten op het ogenblik van het aanbod.

§ 4. Voor de toepassing van paragraaf 3, wordt de waarde van de aandelen bepaald als volgt:

1° wanneer de aandelen genoteerd of verhandeld worden op de beurs, is de waarde van het aandeel naar keuze van de persoon die de optie aanbiedt, de gemiddelde koers van het aandeel gedurende dertig dagen die het aanbod voorafgaan of de laatste slotkoers die voorafgaat aan de dag van het aanbod;

2° in de andere gevallen, is de waarde van het aandeel de werkelijke waarde ervan op het ogenblik van het aanbod, zoals vastgesteld door de persoon die de optie aanbiedt, op eensluidend advies van de commissaris-revisor van de vennootschap die de aandelen uitgeeft waarop de optie betrekking heeft, of, als in die vennootschap geen commissaris-revisor is, door een bedrijfsrevisor, die door die vennootschap wordt aangewezen, of als de uitgevende vennootschap niet-verblijfhoudend is, door een accountant met een vergelijkbaar statuut, die door die vennootschap wordt aangewezen.

Wanneer het om kapitaalvertegenwoordigende deelbewijzen gaat, mag de waarde bedoeld in het eerste lid, 2°, niet lager zijn dan de boekwaarde van die aandelen zoals blijkt uit de laatste jaarrekening van de uitgevende vennootschap die afgesloten en goedgekeurd is door het bevoegde orgaan vóór de datum van het aanbod.

Wanneer het om niet-kapitaalvertegenwoordigende deelbewijzen gaat, wordt de waarde bedoeld in het eerste lid, 2°, bepaald overeenkomstig de rechten die aan die deelbewijzen toegekend worden op grond van de statuten van de uitgevende vennootschap.

§ 5. Voor de toepassing van paragraaf 3, wordt het belastbaar voordeel forfaitair vastgesteld op 15 % van de waarde zoals die is bepaald overeenkomstig § 4.

Wanneer de optie wordt toegekend voor een periode van meer dan vijf jaar te rekenen vanaf de datum van het aanbod, wordt het belastbare voordeel per jaar of gedeelte van een jaar dat de vijf jaar overschrijdt vermeerderd met 1 % van de voornoemde waarde.

§ 6. De in § 5 vastgestelde percentages worden gehalveerd wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

1° de uitoefenprijs van de optie wordt definitief vastgesteld op het ogenblik van het aanbod;


2° de optie bevat de volgende bedingen;


a) zij mag niet worden uitgeoefend vóór het einde van het derde kalenderjaar na dat waarin het aanbod heeft plaatsgevonden, noch na het einde van het tiende jaar na dat waarin het aanbod heeft plaatsgevonden;


b) ze mag niet onder levenden worden overgedragen;


3° het risico van vermindering van de waarde van de aandelen waarop de optie betrekking heeft na de toekenning ervan, mag noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks, gedekt worden door de persoon die de optie toekent, of door een persoon met wie er een band van wederzijdse afhankelijkheid bestaat;

4° de optie heeft betrekking op aandelen van de vennootschap ten behoeve van wie de beroepswerkzaamheid wordt uitgeoefend of op aandelen van een andere vennootschap die een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming heeft in de eerst genoemde vennootschap als bedoeld in het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen.

Wanneer aan de in het eerste lid, 2°, vermelde voorwaarde niet wordt voldaan, worden de in § 5 bepaalde percentages niettemin tot de helft verminderd wanneer de begunstigde zich ertoe verbindt de verplichtingen na te leven die zijn opgenomen in de in dat lid vermelde bedingen.

Wanneer het in het eerste lid, 3°, vermelde risico na de datum van het aanbod wordt gedekt en in het in het tweede lid vermelde geval wordt een tegen de helft belastbaar voordeel, dat overeenkomstig § 5 wordt vastgesteld, geacht een belastbaar inkomen te zijn van het jaar waarin de begunstigde zijn woonplaats of de zetel van zijn fortuin naar het buitenland overbrengt en ten laatste, als een inkomen van het elfde jaar dat volgt op dat waarin het aanbod heeft plaatsgehad, behalve indien, in het tweede lid vermelde geval, de belastingplichtige uiterlijk bij zijn aangifte in de personenbelasting of in de belasting der niet-verblijfhouders met betrekking tot dat inkomen het bewijs levert

  • dat de optie niet overgedragen werd,
  • en dat de optie werd uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid of dat zij niet werd uitgeoefend.


§ 7. Indien de prijs van de uitoefening van de optie lager is dan de op het ogenblik van het aanbod geldende waarde van de aandelen waarop de optie betrekking heeft, wordt dat verschil, in de gevallen bedoeld in de § § 4 tot 6, bij het belastbare voordeel gevoegd.

§ 8. Wanneer de optie, op het ogenblik van het aanbod of tot op de vervaldag van de termijn van uitoefening van de optie, bedingen bevatten, die tot doel hebben een zeker voordeel aan de begunstigde van de optie te verlenen, vormt dit voordeel een beroepsinkomen voor het belastbaar tijdperk waarin dat laatste vaststaat, in de mate dat het meer bedraagt dan het bedrag van het belastbaar voordeel dat forfaitair wordt vastgesteld op het ogenblik van de toekenning van de optie.

Art. 44. De persoon die belastbare voordelen toekent, die voortkomen van opties en die belastbaar zijn voor de begunstigden van de opties, dient de door artikel 57 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 vereiste individuele fiches en samenvattende opgaven over te leggen, bij ontstentenis daarvan worden die voordelen als abnormaal of goedgunstig aangemerkt en bij zijn eigen belastbare inkomsten gevoegd.

Wanneer de opties worden toegekend door een niet-verblijfhoudende vennootschap, zonder vestiging in België, wegens of naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid van de begunstigde ten behoeve van een Belgische belastingplichtige, is de in het voorgaande lid bepaalde regeling van toepassing op de voornoemde belastingplichtige.

Art. 45. Voor zover daarvan niet wordt afgeweken, zijn de bepalingen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 van toepassing op deze onderafdeling.

Art. 46. Het totaal bedrag van de opbrengst van de belasting van de voordelen bedoeld in artikelen 42, § 1, en 43, § 8 wordt toegewezen, overeenkomstig de percentages vastgesteld in uitvoering van artikel 89, § 2, van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, aan het globaal RSZ-beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, en aan het fonds voor het financieel evenwicht in het sociaalstatuut der zelfstandigen, bedoeld in artikel 21bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen.

Art. 47. § 1. De artikelen 41 tot 45 zijn van toepassing op de opties toegekend vanaf 1 januari 1999.

§ 2. Artikel 45 van de wet van 27 december 1984 houdende fiscale bepalingen, gewijzigd bij artikel 311 van de wet van 22 december 1989 en bij artikel 20 van de wet van 28 december 1990, wordt opgeheven.

Het blijft evenwel van toepassing op de opties die zijn toegekend vóór 1 januari 1999.


§ 3. Het artikel 46 treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2000.


ONDERAFDELING II. - Uitgifte van aandelen met prijsreductie

Art. 49. Artikel 36 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 wordt als volgt geïnterpreteerd :

"De verkregen voordelen bij de toekenning van aandelenopties uitgegeven ter gelegenheid van een kapitaalverhoging in het kader van de bepalingen van artikel 52septies van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, of bij de inschrijving van aandelen tegen verminderde prijs in het kader van dit artikel, wordt niet ten name van de begunstigden als een belastbaar voordeel aangemerkt.

II. ALGEMEEN

2. De art. 41 tot 47, W 26.3.1999 scheppen een wettelijk kader dat toelaat het belastbare bedrag te ramen van de voordelen van alle aard verkregen onder de vorm van aandelenopties.

3. De regeling die van kracht was op grond van art. 45, W 27.12.1984 houdende fiscale bepalingen (zie circ. 28.3.1988, Ci.RH.242/379.494 -Bull. 672, blz. 821, e.v.), had tot doel aandelenopties fiscaal te stimuleren door het belastingvrij maken van een door een werknemer verkregen voordeel ingevolge de uitoefening van een aandelenoptie binnen strikte grenzen en voorwaarden.

Deze wet beoogt het bedrag van het belastbare voordeel op het ogenblik van de toekenning van de optie te bepalen wanneer die optie niet is aangewend voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid.

De voordelen die eventueel later worden geïnd, met name in het geval van overdracht van de optie of naar aanleiding van de verwezenlijking van de aandelen verkregen ingevolge de uitoefening van de optie, worden niet als belastbare beroepsinkomsten beschouwd, tenzij die optie of die aandelen aangewend zijn voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid.


4. De krachtlijnen van het nieuwe stelsel zijn de volgende:


1° de belastbare waarde van een aandelenoptie wordt bepaald op het ogenblik van de toekenning;

2° tenzij de opties op een beurs worden genoteerd of verhandeld, wordt de belastbare waarde van de optie forfaitair vastgesteld op een percentage van de waarde van het onderliggende aandeel op het ogenblik van het aanbod;

3° het percentage wordt gehalveerd wanneer het gaat om opties die zijn toegekend om de betrokkenheid te bewerkstelligen bij het kapitaal van de onderneming ten bate van dewelke de beroepswerkzaamheid wordt uitgeoefend.

III. AANBOD

5. Art. 41, 4°, W 26.3.1999 omschrijft het aanbod als "het aanbod van de optie waarvan aan de begunstigde kennisgegeven is". Er kan worden aangenomen dat aan de begunstigde is kennis gegeven op de dag dat hij met kennis van zaken in staat is uit te maken of hij het vaststaande en definitieve aanbod dat hem is gedaan, zal weigeren of zal aanvaarden. Dit houdt in dat de begunstigde wordt ingelicht aangaande al de modaliteiten verbonden aan de aangeboden optie. Het is derhalve aangewezen dat het aanbod schriftelijk en gepersonaliseerd wordt gedaan.

IV. TOEKENNING

6. De voordelen van alle aard verkregen uit hoofde of naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid van de begunstigde, onder de vorm van al dan niet kosteloze toekenning van een optie, vormen voor deze laatste een beroepsinkomen dat belastbaar is op het ogenblik van de toekenning ervan, wanneer hij die optie niet heeft aangewend voor de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid.

7. Krachtens art. 42, § 1, tweede lid, W 26.3.1999 wordt de optie geacht te zijn toegekend op de zestigste dag die volgt op de datum van het aanbod, zelfs indien aan de uitoefening van de optie opschortende of ontbindende voorwaarden zijn verbonden, tenzij de begunstigde, voor het verstrijken van die termijn, aan de aanbieder zijn weigering om het aanbod te aanvaarden schriftelijk te kennen heeft gegeven.

V. BELASTBAAR BEDRAG

1. Op een beurs genoteerde of verhandelde opties

8. Wanneer het om opties gaat die op een beurs worden genoteerd of verhandeld, wordt het belastbare voordeel bepaald op grond van de laatste slotkoers van de optie die voorafgaat aan de dag van het aanbod.

2. Andere gevallen

a) Forfaitaire taxatie

9. Voor de niet op een beurs genoteerde of verhandelde opties wordt het belastbare voordeel forfaitair vastgesteld op een percentage van de waarde die de aandelen waarop de optie betrekking heeft, bezitten op het ogenblik van het aanbod.

10. Terzake wordt de waarde van de aandelen op de volgende wijze bepaald:

1° op de beurs genoteerde of verhandelde aandelen: de waarde van het aandeel is naar keuze van de persoon die de optie aanbiedt:

  • ofwel de gemiddelde koers van het aandeel gedurende dertig dagen die het aanbod voorafgaan;
  • ofwel de laatste slotkoers die voorafgaat aan de dag van het aanbod;


2° andere gevallen: de waarde van het aandeel is de werkelijke waarde ervan op het ogenblik van het aanbod, zoals vastgesteld door de persoon die de optie aanbiedt, op eensluidend advies van de commissaris-revisor van de vennootschap die de aandelen uitgeeft waarop de optie betrekking heeft, of, als in die vennootschap geen commissaris-revisor is, door een bedrijfsrevisor, die door die vennootschap wordt aangewezen, of als de uitgevende vennootschap niet-verblijfhoudend is, door een accountant met een vergelijkbaar statuut, die door die vennootschap wordt aangewezen. Wanneer het om kapitaalvertegenwoordigende deelbewijzen gaat, mag deze waarde niet lager zijn dan de boekwaarde van die aandelen zoals blijkt uit de laatste jaarrekening van de uitgevende vennootschap die afgesloten en goedgekeurd is door het bevoegde orgaan vóór de datum van het aanbod. Wanneer het om niet-kapitaalvertegenwoordigende deelbewijzen gaat, wordt deze waarde bepaald overeenkomstig de rechten die aan die deelbewijzen worden toegekend op grond van de statuten van de uitgevende vennootschap.

11. Het belastbare voordeel wordt forfaitair vastgesteld op 15 % van de overeenkomstig nr. 10 berekende waarde. Wanneer de optie wordt toegekend voor een periode van meer dan vijf jaar te rekenen vanaf de datum van het aanbod, wordt het belastbare voordeel per jaar of gedeelte van een jaar dat de vijf jaar overschrijdt, vermeerderd met 1 % van de voornoemde waarde.

b) Halvering van het forfaitair bepaalde voordeel

12. De in nr. 11 vastgestelde percentages worden gehalveerd wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

1° de uitoefenprijs van de optie wordt definitief vastgesteld op het ogenblik van het aanbod;


2° de optie bevat de volgende bedingen:


a) zij mag niet worden uitgeoefend vóór het einde van het derde kalenderjaar na dat waarin het aanbod heeft plaatsgevonden, noch na het einde van het tiende jaar na dat waarin het aanbod heeft plaatsgevonden;


b) ze mag niet onder levenden worden overgedragen;


3° het risico van vermindering van de waarde van de aandelen waarop de optie betrekking heeft na de toekenning ervan, mag noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks, worden gedekt door de persoon die de optie toekent, of door een persoon met wie er een band van wederzijdse afhankelijkheid bestaat;

4° de optie heeft betrekking op aandelen van de vennootschap ten behoeve van wie de beroepswerkzaamheid wordt uitgeoefend of op aandelen van een andere vennootschap die een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming heeft in de eerst genoemde vennootschap als bedoeld in het KB 8.10.1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen.

13. Wanneer aan de in nr. 12, 2° vermelde voorwaarde niet wordt voldaan, maar de begunstigde verbindt zich ertoe de aldaar opgenomen verplichtingen na te leven, worden de in nr. 11 bepaalde percentages toch tot de helft verminderd.

14. Wanneer het in nr. 12, 3° vermelde risico na de datum van het aanbod wordt gedekt en in het geval dat de belastingplichtige zich ertoe heeft verbonden de in nr. 12, 2°, vermelde verplichtingen na te leven, wordt een tegen de helft belastbaar voordeel dat overeenkomstig de nrs. 9 tot 11 wordt vastgesteld, geacht een belastbaar inkomen te zijn van het jaar waarin de begunstigde zijn woonplaats of de zetel van zijn fortuin naar het buitenland overbrengt en ten laatste, als een inkomen van het elfde jaar dat volgt op dat waarin het aanbod heeft plaatsgehad, behalve indien, in het in nr. 13 vermelde geval, de belastingplichtige uiterlijk bij zijn aangifte in de personenbelasting of in de belasting der niet-inwoners met betrekking tot dat inkomen het bewijs levert:

  • dat de optie niet werd overgedragen;
  • en dat de optie werd uitgeoefend overeenkomstig de in nr. 13 vermelde bepalingen of dat zij niet werd uitgeoefend.


c) Aanvullende taxatie

15. Indien de prijs van de uitoefening van de optie lager is dan de op het ogenblik van het aanbod geldende waarde van de aandelen waarop de optie betrekking heeft, wordt dat verschil, in de gevallen bedoeld in de nrs. 9 tot 13, bij het belastbare voordeel gevoegd.

VI. LATER TE BELASTEN VOORDEEL

16. Wanneer de optie, op het ogenblik van het aanbod of tot op de vervaldag van de termijn van uitoefening van de optie, bedingen bevatten, die tot doel hebben een zeker voordeel aan de begunstigde van de optie te verlenen, vormt dit voordeel een beroepsinkomen voor het belastbaar tijdperk waarin dat laatste vaststaat, in de mate dat het meer bedraagt dan het bedrag van het belastbare voordeel dat forfaitair wordt vastgesteld op het ogenblik van de toekenning van de optie.

VII. VERPLICHTINGEN VAN DE PERSOON DIE HET VOORDEEL TOEKENT

17. De persoon die belastbare voordelen toekent, die voortkomen van opties en die belastbaar zijn voor de begunstigden van de opties, dient de door art. 57, WIB 92 vereiste individuele fiches en samenvattende opgaven over te leggen. Bij ontstentenis daarvan worden die voordelen als abnormaal of goedgunstig aangemerkt en bij zijn eigen belastbare inkomsten gevoegd.

18. Wanneer de opties worden toegekend door een niet-verblijfhoudende vennootschap, zonder vestiging in België, wegens of naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid van de begunstigde ten behoeve van een Belgische belastingplichtige, is de in het nr. 17 bepaalde regeling van toepassing op de voornoemde belastingplichtige.

VIII. INHOUDING VAN BEDRIJFSVOORHEFFING

19. Art. 45, W 26.3.1999 stelt duidelijk dat, voor zover daarvan niet wordt afgeweken, de bepalingen van het WIB 92 van toepassing zijn op de aandelenopties. Daaruit volgt inzonderheid dat de regels inzake bedrijfsvoorheffing van toepassing zijn op de voordelen van alle aard toegekend onder de vorm van aandelenopties.

IX. INTERPRETATIE VAN ART. 36, WIB 92

20. Naamloze vennootschappen en commanditaire vennootschappen op aandelen kunnen hun kapitaal verhogen door uitgifte van aandelen die geheel of gedeeltelijk voor het geheel van hun personeelsleden of voor het geheel van de personeelsleden van hun dochterondernemingen bestemd zijn, met een uitgifteprijs van die aandelen die maximum 20 % lager mag zijn dan de normale prijs (art. 52septies van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen). De interpretatie van art. 36, WIB 92 door art. 49, W 26.3.1999 maakt het mogelijk een wettelijke basis te geven aan de circulaire van de Administratie der directe belastingen van 21 juni 1995 krachtens dewelke het voordeel verkregen bij de inschrijving van aandelen tegen verminderde prijs in het kader van het genoemde art. 52septies, ten name van de begunstigden niet als een belastbaar voordeel wordt aangemerkt.

Het voordeel dat is bekomen bij de toekenning van aandelenopties in hetzelfde kader vormt evenmin een belastbaar voordeel van alle aard ten name van de begunstigde.

X. INWERKINGTREDING

21. De voormelde wettelijke bepalingen zijn van toepassing op de opties die zijn toegekend vanaf 1.1.1999.

De bepalingen van art. 45, W 27.12.1984 die worden opgeheven, blijven evenwel van toepassing op de opties die vóór 1.1.1999 zijn toegekend.