Circulaire nr. Ci.RH.233/460.065 dd. 21.11.1994
CIRC 21.11.94/1
Circulaire nr. Ci.RH.233/460.065 dd. 21.11.1994
Bull. nr. 745, pag. 41
ROERENDE VOORHEFFING
Buitenlandse roerende waarde.
Vrijstelling van de roerende voorheffing.
INHOUDSTAFEL Nrs. I. ALGEMEEN ...................................................... 1 II. TOEPASSINGSMODALITEITEN VAN HET NIEUWE STELSEL l. Begrippen a) Belgische kredietinstellingen ................................ 3 b) Buitenlandse kredietinstellingen ............................. 4 c) Belgische beursinstellingen .................................. 5 d) Buitenlandse beursinstellingen ............................... 6 2. Buitenlandse coupons toegezonden ter incassering naar een Belgische "belangrijkste betaler" door een buitenlandse beurs- of kredietinstelling a) Bedoelde inkomsten ........................................... 7 b) Werkwijze en voorwaarden ..................................... 9 c) Formaliteiten ................................................11 d) Gevolgen voor het huidige stelsel ............................12 3. Buitenlandse coupons ter incassering aangeboden aan een Belgische "belangrijkste betaler" door een Belgische beurs- of kredietinstelling a) Bedoelde inkomsten .......................................... 13 b) Werkwijze en voorwaarden .................................... 14 c) Gevolgen voor het huidige stelsel ........................... 15 III. INWERKINGTREDING ............................................. 16 I. ALGEMEEN
1. In het kader van de ontwikkeling van België als financieel centrum werd beslist sommige richtlijnen met betrekking tot de inning van de RV op de inkomsten van bepaalde buitenlandse roerende waarden te herzien.
Het nieuw ingevoerde systeem betreft hoofdzakelijk de inkomsten van buitenlandse coupons uitgedrukt in buitenland- se deviezen die ter incassering naar een Belgische kredietinstelling worden toegezonden door Belgische of buitenlandse beurs- of kredietinstellingen.
2. Het beoogde doel bestaat erin om, voor de toepassing van de RV, de Belgische kredietinstelling die optreedt als belangrijkste betaler belast met de centralisatie van de betaling van inkomsten van in België gedomicilieerde buitenlandse effecten, niet als eerste tussenpersoon te beschouwen wanneer deze kredietinstelling de bedoelde inkomsten aan een andere Belgische of buitenlandse financiële tussenpersoon doorstort.
Daarnaast wordt eveneens afgezien van het gebruik van het getuigschrift genaamd "affidavit" (zie Com.IB 164/309) en worden de controlemaatregelen m.b.t. het houden van het bijzonder register, opgelegd aan de financiële tussenpersonen die in België de gezegde inkomsten betalen (zie Com.IB 164/279 en 280), aangepast.
Voor een goed begrip van de onderhavige circulaire wordt de kredietinstelling die door de emittent belast is met het centraliseren van de betalingsverrichtingen van coupons en met de terugbetaling van effecten op de vervaldag, hierna "belangrijkste betaler" genoemd.
II. TOEPASSINGSMODALITEITEN VAN HET NIEUWE STELSEL
l. Begrippen
a) Belgische kredietinstellingen
die onder het toezicht staan van de Commissie voor het Banken Financiewezen overeenkomstig de art. 46, 73 en 81, W 22.3.1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen.
Onder in België gevestigde kredietinstellingen worden verstaan de banken, de spaarbanken of spaarkassen en de openbare kredietinstellingen met uitzondering van de gemeentespaarkassen (cf. art. 3, 2°, b, W 4.12.1990 op de financiële transacties en de financiële markten, gewijzigd door art. 136 van de voornoemde W 22.3.1993).
4. Onder buitenlandse kredietinstellingen worden verstaan de in het buitenland gevestigde kredietinstellingen die overeenkomstig hun nationaal recht gemachtigd zijn bankactiviteiten uit te oefenen analoog aan die welke worden uitgeoefend door Belgische kredietinstellingen (zie sub 3) en bijkantoren van kredietinstellingen naar Belgisch recht die in het buitenland werkzaam zijn.
5. Onder Belgische beursinstellingen worden verstaan de Belgische beursvennootschappen erkend door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen en onderworpen aan de Controle van het Interventiefonds van de beursvennootschappen (art. 45, en 52, van de voornoemde W 4.12.1990). Voor de toepassing van onderhavige circulaire worden met Belgische beursinstellingen gelijkgestelde overeenkomstig art. 65 van de voornoemde W 4.12.1990 in België gevestigde buitenlandse beursinstellingen.
6. Onder buitenlandse beursinstellingen worden verstaan de buitenlandse beursinstellingen die in het buitenland gevestigd zijn en die aldaar gemachtigd zijn om te bemiddelen bij effectentransacties.
7. Het betreft inkomsten van buitenlandse roerende waarden uitgedrukt in buitenlandse deviezen waarvan de coupons in België gedomicilieerd zijn, d.w.z. dat bedongen is dat ze in België betaalbaar zijn.
Aldus komen in aanmerking de dividenden en de interest van vastrentende effecten van buitenlandse oorsprong als bedoeld in de art. 2, § 4, 17, § l, l° en 2° en § 2, 18 en 19, § l, l° en § 2, WIB 92.
9. In principe is de RV verschuldigd op de coupons van buitenlandse waarden die door buitenlandse beurs- of kredietinstellingen ter incassering naar België worden gezonden.
Van deze regel wordt evenwel afgeweken m.b.t. de coupons van buitenlandse roerende waarden die in België gedomicilieerd zijn, d.w.z. dat bedongen is dat ze in het land betaalbaar zijn, wanneer de buitenlandse beurs- of kredietinstelling na ze in het buitenland te hebben betaald, ze overzendt naar de in België gevestigde "belangrijkste betaler".
10. In dat geval moet de "belangrijkste betaler" de verrichting inschrijven in zijn bijzonder register en in de kolom "opmerkingen" melding maken van de aard ervan en van de identiteit van de beurs- of kredietinstelling die de betaling in het buitenland heeft uitgevoerd.
Deze inschrijving moet gestaafd worden door een document dat moet worden bewaard ter verantwoording van het bijzonder register (b.v. een kopie van het inningsborderel of een ander invorderingsstuk dat de "belangrijkste betaler" heeft afgeleverd aan de beurs- of kredietinstelling).
11. De sub 9, 2e lid, voorziene afwijking is onderworpen aan de voorwaarde dat de "belangrijkste betaler" in het bezit wordt gesteld van een getuigschrift waarin de buitenlandse beurs- of kredietinstelling :
Dit getuigschrift moet door de "belangrijkste betaler" ter beschikking van de Administratie der directe belastingen worden gehouden.
12. De aan het huidige stelsel aangebrachte wijzigingen bestaan hoofdzakelijk uit het niet meer gebruiken van het getuigschrift "affidavit" bedoeld in Com.IB 164/309, en de vervanging ervan door het getuigschrift bedoeld sub 11.
De richtlijnen van de Com.IB m.b.t. deze materie evenals m.b.t. het bijhouden en het gebruik van het bijzonder register voorzien in art. 96, KB/WIB 92, zullen worden aangepast in de hiervoor bedoelde zin.
De aandacht wordt evenwel gevestigd op het feit dat het nieuw ingevoerde stelsel, niet tot gevolg heeft de Belgische "belangrijkste betaler" te onttrekken aan zijn verplichtingen m.b.t. de inning van de RV, wanneer hij de inkomsten betaalt aan een andere belastingplichtige dan een buitenlandse beurs- of kredietinstelling.
13. Het betreft dezelfde inkomsten als sub 7, met inbegrip evenwel van de inkomsten van in België gedeponeerde buitenlandse roerende waarden waarvan sprake is in art. 230, 2°, WIB 92.
Zijn evenwel uitgesloten, de inkomsten van buitenlandse roerende waarden uitgedrukt in Belgische franken.
14. Wanneer een Belgische beurs- of kredietinstelling coupons van buitenlandse roerende waarden zoals bedoeld sub 13 ter incassering aanneemt en ze, vooraleer de tegenwaarde aan de klanten door te storten, aan een "belangrijkste betaler" overmaakt, dient deze laatste, voor de toepassing van de RV, niet te worden aangemerkt als eerste tussenpersoon.
In dergelijk geval, schrijft de "belangrijkste betaler" de verrichting in in zijn bijzonder register op dezelfde wijze als omschreven sub 10. Die inschrijving moet eveneens worden gestaafd door een document afgeleverd door de "belangrijkste betaler" aan de beurs- of kredietinstelling (b.v. een kopie van het inningsborderel of een ander invorderingsstuk).
Het is bijgevolg deze laatste instelling die de voorschriften m.b.t. de inning van de RV moet nakomen.
15. De richtlijnen vervat in Com.IB 164/307, evenals deze met betrekking tot het bijhouden en het gebruik van het hoger bedoelde bijzonder register zullen in de voormelde zin worden aangepast.
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat het nieuw ingevoerde stelsel niet tot gevolg heeft de Belgische "belangrijkste betaler" in zijn hoedanigheid van financiële tussenpersoon te onttrekken aan zijn verplichtingen m.b.t. de inning van de RV, wanneer hij de desbetreffende inkomsten aan een andere belastingplichtige dan een Belgische beurs- of kredietinstelling betaalt.
In dat opzicht wordt eraan herinnerd dat wanneer Belgische beurs- of kredietinstellingen, buitenlandse coupons voor hun eigen rekening ter incassering aanbieden bij een Belgische "belangrijkste betaler", deze instellingen zich mogen beroepen op de verzaking van de inning van de RV als bedoeld in art. 106, § 1 en 108, KB/WIB 92.
III. INWERKINGTREDING
16. De in deze circulaire vervatte richtlijnen treden onmiddellijk in werking.
Circulaire nr. Ci.RH.233/460.065 dd. 21.11.1994
Bull. nr. 745, pag. 41
ROERENDE VOORHEFFING
Buitenlandse roerende waarde.
Vrijstelling van de roerende voorheffing.
INHOUDSTAFEL Nrs. I. ALGEMEEN ...................................................... 1 II. TOEPASSINGSMODALITEITEN VAN HET NIEUWE STELSEL l. Begrippen a) Belgische kredietinstellingen ................................ 3 b) Buitenlandse kredietinstellingen ............................. 4 c) Belgische beursinstellingen .................................. 5 d) Buitenlandse beursinstellingen ............................... 6 2. Buitenlandse coupons toegezonden ter incassering naar een Belgische "belangrijkste betaler" door een buitenlandse beurs- of kredietinstelling a) Bedoelde inkomsten ........................................... 7 b) Werkwijze en voorwaarden ..................................... 9 c) Formaliteiten ................................................11 d) Gevolgen voor het huidige stelsel ............................12 3. Buitenlandse coupons ter incassering aangeboden aan een Belgische "belangrijkste betaler" door een Belgische beurs- of kredietinstelling a) Bedoelde inkomsten .......................................... 13 b) Werkwijze en voorwaarden .................................... 14 c) Gevolgen voor het huidige stelsel ........................... 15 III. INWERKINGTREDING ............................................. 16 I. ALGEMEEN
1. In het kader van de ontwikkeling van België als financieel centrum werd beslist sommige richtlijnen met betrekking tot de inning van de RV op de inkomsten van bepaalde buitenlandse roerende waarden te herzien.
Het nieuw ingevoerde systeem betreft hoofdzakelijk de inkomsten van buitenlandse coupons uitgedrukt in buitenland- se deviezen die ter incassering naar een Belgische kredietinstelling worden toegezonden door Belgische of buitenlandse beurs- of kredietinstellingen.
2. Het beoogde doel bestaat erin om, voor de toepassing van de RV, de Belgische kredietinstelling die optreedt als belangrijkste betaler belast met de centralisatie van de betaling van inkomsten van in België gedomicilieerde buitenlandse effecten, niet als eerste tussenpersoon te beschouwen wanneer deze kredietinstelling de bedoelde inkomsten aan een andere Belgische of buitenlandse financiële tussenpersoon doorstort.
Daarnaast wordt eveneens afgezien van het gebruik van het getuigschrift genaamd "affidavit" (zie Com.IB 164/309) en worden de controlemaatregelen m.b.t. het houden van het bijzonder register, opgelegd aan de financiële tussenpersonen die in België de gezegde inkomsten betalen (zie Com.IB 164/279 en 280), aangepast.
Voor een goed begrip van de onderhavige circulaire wordt de kredietinstelling die door de emittent belast is met het centraliseren van de betalingsverrichtingen van coupons en met de terugbetaling van effecten op de vervaldag, hierna "belangrijkste betaler" genoemd.
II. TOEPASSINGSMODALITEITEN VAN HET NIEUWE STELSEL
l. Begrippen
a) Belgische kredietinstellingen
| 3. | Onder Belgische kredietinstellingen worden verstaan : |
- de in België gevestigde kredietinstellingen,
- de bijkantoren van de naar het recht van een vreemde Staat opgerichte kredietinstellingen die in België werkzaam zijn,
die onder het toezicht staan van de Commissie voor het Banken Financiewezen overeenkomstig de art. 46, 73 en 81, W 22.3.1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen.
Onder in België gevestigde kredietinstellingen worden verstaan de banken, de spaarbanken of spaarkassen en de openbare kredietinstellingen met uitzondering van de gemeentespaarkassen (cf. art. 3, 2°, b, W 4.12.1990 op de financiële transacties en de financiële markten, gewijzigd door art. 136 van de voornoemde W 22.3.1993).
| b) | Buitenlandse kredietinstellingen |
| c) | Belgische beursinstellingen |
| d) | Buitenlandse beursinstellingen |
| 2. | Buitenlandse coupons toegezonden ter incassering naar een Belgische "belangrijkste betaler" door een buitenlandse beurs- of kredietinstelling |
| a) | Bedoelde inkomsten |
Aldus komen in aanmerking de dividenden en de interest van vastrentende effecten van buitenlandse oorsprong als bedoeld in de art. 2, § 4, 17, § l, l° en 2° en § 2, 18 en 19, § l, l° en § 2, WIB 92.
| 8. | Zijn daarentegen uitgesloten van het nieuwe stelsel : |
- de sub 7 bedoelde inkomsten van roerende waarden uitgedrukt in Belgische franken;
- de inkomsten van buitenlandse roerende waarden gedeponeerd in België volgens de voorwaarden voorzien bij art. 230, 2°, WIB 92 (zie Com.IB 164/311 en 312).
| b) | Werkwijze en voorwaarden |
Van deze regel wordt evenwel afgeweken m.b.t. de coupons van buitenlandse roerende waarden die in België gedomicilieerd zijn, d.w.z. dat bedongen is dat ze in het land betaalbaar zijn, wanneer de buitenlandse beurs- of kredietinstelling na ze in het buitenland te hebben betaald, ze overzendt naar de in België gevestigde "belangrijkste betaler".
10. In dat geval moet de "belangrijkste betaler" de verrichting inschrijven in zijn bijzonder register en in de kolom "opmerkingen" melding maken van de aard ervan en van de identiteit van de beurs- of kredietinstelling die de betaling in het buitenland heeft uitgevoerd.
Deze inschrijving moet gestaafd worden door een document dat moet worden bewaard ter verantwoording van het bijzonder register (b.v. een kopie van het inningsborderel of een ander invorderingsstuk dat de "belangrijkste betaler" heeft afgeleverd aan de beurs- of kredietinstelling).
| c) | Formaliteiten |
- bevestigt de hoedanigheid te hebben van een beurs- of kredietinstelling en gemachtigd is om krachtens het nationale recht waaronder zij ressorteert tussen te komen bij transacties in roerende waarden of om bankactiviteiten uit te oefenen;
- de "belangrijkste betaler" machtigt, om de in het getuigschrift opgenomen inlichtingen aan de Administratie der directe belastingen mede te delen;
- zich verbindt om aan de "belangrijkste betaler" elke wijziging mede te delen die de juistheid van dat getuigschrift zou aantasten.
Dit getuigschrift moet door de "belangrijkste betaler" ter beschikking van de Administratie der directe belastingen worden gehouden.
| d) | Gevolgen voor het huidige stelsel |
De richtlijnen van de Com.IB m.b.t. deze materie evenals m.b.t. het bijhouden en het gebruik van het bijzonder register voorzien in art. 96, KB/WIB 92, zullen worden aangepast in de hiervoor bedoelde zin.
De aandacht wordt evenwel gevestigd op het feit dat het nieuw ingevoerde stelsel, niet tot gevolg heeft de Belgische "belangrijkste betaler" te onttrekken aan zijn verplichtingen m.b.t. de inning van de RV, wanneer hij de inkomsten betaalt aan een andere belastingplichtige dan een buitenlandse beurs- of kredietinstelling.
| 3. | Buitenlandse coupons ter incassering aangeboden aan een Belgische "belangrijkste betaler" door een Belgische beurs- of kredietinstelling |
| a) | Bedoelde inkomsten |
Zijn evenwel uitgesloten, de inkomsten van buitenlandse roerende waarden uitgedrukt in Belgische franken.
| b) | Werkwijze en voorwaarden |
In dergelijk geval, schrijft de "belangrijkste betaler" de verrichting in in zijn bijzonder register op dezelfde wijze als omschreven sub 10. Die inschrijving moet eveneens worden gestaafd door een document afgeleverd door de "belangrijkste betaler" aan de beurs- of kredietinstelling (b.v. een kopie van het inningsborderel of een ander invorderingsstuk).
Het is bijgevolg deze laatste instelling die de voorschriften m.b.t. de inning van de RV moet nakomen.
| c) | Gevolgen voor het huidige regime |
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat het nieuw ingevoerde stelsel niet tot gevolg heeft de Belgische "belangrijkste betaler" in zijn hoedanigheid van financiële tussenpersoon te onttrekken aan zijn verplichtingen m.b.t. de inning van de RV, wanneer hij de desbetreffende inkomsten aan een andere belastingplichtige dan een Belgische beurs- of kredietinstelling betaalt.
In dat opzicht wordt eraan herinnerd dat wanneer Belgische beurs- of kredietinstellingen, buitenlandse coupons voor hun eigen rekening ter incassering aanbieden bij een Belgische "belangrijkste betaler", deze instellingen zich mogen beroepen op de verzaking van de inning van de RV als bedoeld in art. 106, § 1 en 108, KB/WIB 92.
III. INWERKINGTREDING
16. De in deze circulaire vervatte richtlijnen treden onmiddellijk in werking.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal
De Auditeur-generaal,
M. PORRE.
Bron: FisconetPlus
