08.09.2010 - Omzendbrief D.I. 561 - D.D. 296.644
DOUANEPROCEDURES
|
GEMEENSCHAPPEN EN PREFERENTIES INTERIMOVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN EN DE REPUBLIEK SERVIË | D.I. 561 |
D.D. 296.644 |
Bijlage : 1 Brussel, 8 september 2010.
- Op 30 januari 2010 werd in het Publicatieblad van de Europese Unie nr. L 28 het Besluit van de Raad van 29 april 2008 inzake de ondertekening en sluiting van de Interimovereenkomst be- treffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Ge- meenschap, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds gepubli- ceerd.
- Het Protocol nr. 3 gevoegd bij deze overeenkomst betreft de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking. Dit protocol met de bijhorende bijlagen is gevoegd bij deze omzendbrief (bijlage 1).
Bon O.S.D. nr. A/I 136/10
- De aandacht wordt gevestigd op de artikelen 3 en 4 van het voormelde protocol waarin de verschillende cumulatiemogelijkheden worden opgesomd. Het betreft de zogenaamde “SAP-cumulatie”. Dit is de diagonale cumulatie voorzien tussen de EU en de landen van de Westelijke Balkan die deelnemen aan het stabilisatie- en associatie- proces. Er dient echter te worden opgemerkt dat eveneens voor Turkije van deze diagonale cumulatie kan worden gebruik gemaakt, maar dan enkel voor de goederen opgenomen in de douane-unie EU-Turkije. Een nieuwe cumulatie-zone werd ook gecreëerd die de volgende landen omvat :
a) De landen van de Westelijke Balkan :
- Albanië
- Bosnië-Herzegovina
- Macedonië
- Montenegro
- Kosovo
- Kroatië
- Servië;
b) De Europese Gemeenschap;
c) Turkije (enkel voor de producten welke behoren tot de douane-unie EU-Turkije).
Tussen deze landen zal er de mogelijkheid bestaan om een diagonale cumulatie toe te passen voor zover ze onderling over- eenkomsten hebben gesloten bevattende het Protocol dat voorziet in de mogelijkheid tot deze “SAP-cumulatie”. Naar analogie met de Paneurmedcumulatie dient er ook hier te worden gewerkt met een “Matrix” (zie Bijlage 2 bij de omzendbrief D.D. 282.961 dd 9 september 2009 (D.I. 561) betreffende de “Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Montenegro”). De goederen opgenomen in de Bijlage V van het Protocol zijn uitge- sloten van de diagonale cumulatie.
- Andere belangrijke zaken betreffende voornoemd Protocol
zijn :
a) artikel 7 : in dit artikel betreffende de ontoereikende be-
werking werd onder punt m) ook het “mengen van suiker met andere stoffen” opgenomen;
b) artikel 15 : er is geen mogelijkheid tot drawback;
c) artikel 18 : enkel de Engelse vermelding “issued retro- spectively” mag worden gebruikt;
d) artikel 19 : enkel de Engelse vermelding “duplicate” mag worden gebruikt;
e) artikel 21 : het principe van “Gescheiden boekhouden” kan worden toegepast.
- De hoofden van de hulpkantoren en van de inspecties waarde en externe comptabiliteitscontrole worden uitgenodigd de nodige informatie te verstrekken aan de belanghebbenden in hun ambtsgebied, die bij het hier bedoelde handelsverkeer betrokken zijn.
- De Instructie Gemeenschappen en Preferenties 1988 zal later worden aangepast.
Voor de Administrateur Douane en Accijnzen : De d.d. Auditeur-generaal van financiën,
G. CAPIAU
PROTOCOL 3
Betreffende de definitie van het begrip „Producten van
oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking in verband met de toepassing van de overeenkomst tussen de Gemeenschap en Servië
INHOUD
TITEL I ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Definities
TITEL II DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”
Artikel 2 Algemene eisen
Artikel 3 Cumulatie in de Gemeenschap Artikel 4 Cumulatie in Servië
Artikel 5 Geheel en al verkregen producten Artikel 6 Toereikende bewerking of verwerking Artikel 7 Ontoereikende bewerking of verwerking Artikel 8 Determinerende eenheid
Artikel 9 Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschap Artikel 10 Stellen en assortimenten
Artikel 11 Neutrale elementen
TITEL III TERRITORIALE VOORWAARDEN
Artikel 12 Territorialiteitsbeginsel Artikel 13 Rechtstreeks vervoer Artikel 14 Tentoonstellingen
TITEL IV TERUGGAVE EN VRIJSTELLING VAN RECH- TEN
Artikel 15 Verbod op de teruggave of vrijstelling van douane- rechten
TITEL V BEWIJS VAN OORSPRONG
Artikel 16 Algemene voorwaarden
Artikel 17 Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
Artikel 18 Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederen- verkeer EUR.1
Artikel 19 Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
Artikel 20 Afgifte van een certificaat inzake goederenver- keer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong
Artikel 21 Gescheiden boekhouding
Artikel 22 Het opstellen van een factuurverklaring Artikel 23 Toegelaten exporteurs
Artikel 24 Geldigheid van bewijzen van oorsprong Artikel 25 Overlegging van bewijzen van oorsprong Artikel 26 Invoer in deelzendingen
Artikel 27 Vrijstelling van bewijs van oorsprong Artikel 28 Bewijsstukken
Artikel 29 Bewaring van de bewijzen van oorsprong en de andere bewijsstukken
Artikel 30 Verschillen en vormfouten Artikel 31 Bedragen in euro
TITEL VI ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING
Artikel 32 Wederzijdse bijstand
Artikel 33 Controle van de bewijzen van oorsprong Artikel 34 Beslechting van geschillen
Artikel 35 Sancties Artikel 36 Vrije zones
TITEL VII CEUTA EN MELILLA
Artikel 37 Toepassing van dit protocol Artikel 38 Bijzondere voorwaarden
TITEL VIII SLOTBEPALINGEN
Artikel 39 Wijzigingen van dit protocol
LIJST VAN BIJLAGEN
Bijlage I : Aantekeningen bij de lijst in bijlage II
Bijlage II : Lijst van be- of verwerkingen die moeten worden uit- gevoerd ten aanzien van niet van oorsprong zijnde materialen, teneinde het vervaardigde product het karakter van product van oorsprong te verlenen
Bijlage III : Modellen van het certificaat inzake goederenver- keer EUR.1 en aanvraag van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
Bijlage IV : Tekst van de factuurverklaring
Bijlage V : Producten uitgesloten van de cumulatie waarin is voor- zien bij de artikelen 3 en 4
GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN
Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra
Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino
TITEL I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Definities
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder :
a) “vervaardiging” : elke soort be- of verwerking, met inbe- grip van assemblage of speciale behandelingen;
b) “materiaal” : alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;
c) “product” : het verkregen product, zelfs indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden ge- bruikt;
d) “goederen” : zowel materialen als producten;
e) “douanewaarde” : de waarde zoals bepaald bij de Over- eenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeen- komst inzake de douanewaarde van de WTO);
f) “prijs af fabriek” : de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Servië in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, mits in die prijs de waarde van alle gebruikte materialen is inbegrepen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terug- betaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
g) “waarde van de materialen” : de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of in Servië is betaald;
h) “waarde van de materialen van oorsprong” : de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;
i) “toegevoegde waarde” : de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte materialen van oorsprong uit de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste verifieerbare prijs die in de Gemeenschap of in Servië voor deze materialen werd betaald;
j) “hoofdstukken” en “posten” : de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde sys- teem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol “het geharmoniseerde systeem” of “GS” genoemd;
k) “ingedeeld” : de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;
l) “zending” : producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van één vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, één factuur;
m) “gebieden” : ook de territoriale wateren;
TITEL II
DEFINITIE VAN HET BEGRIP "PRODUCTEN VAN OORSPRONG"
Artikel 2
Algemene eisen
- Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de vol- gende producten beschouwd als van oorsprong te zijn uit de Ge- meenschap :
a) geheel en al in de Gemeenschap verkregen producten in de zin van artikel 5;
b) in de Gemeenschap verkregen producten, waarin materia- len zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de Gemeenschap een be- of verwerking hebben onder- gaan die toereikend is in de zin van artikel 6.
- Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de vol- gende producten beschouwd als van oorsprong uit Servië :
a) geheel en al in Servië verkregen producten in de zin van artikel 5;
b) in Servië verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in Servië een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6.
Artikel 3
Cumulatie in de Gemeenschap
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 2, lid 1, worden pro- ducten als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien zij aldaar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oor- sprong uit Servië, de Gemeenschap of een ander land of grondgebied dat deelneemt aan het stabilisatie- en associatieproces van de Euro- pese Unie (1), of door be- of verwerking van materialen van oor- sprong uit Turkije waarop Beschikking nr. 1/95 van de Associatie- raad EG-Turkije van 22 december 1995 (2) van toepassing is, mits deze materialen in de Gemeenschap bewerkingen hebben ondergaan die ingrijpender zijn dan die bedoeld in artikel 7. Het is niet nood- zakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.
(1) Zoals vastgesteld in de conclusies van de Raad Algemene Zaken van april 1997 en de mededeling van de Europese Commissie van mei 1999 over het stabilisatie- en associatieproces met de Westelijke Balkan.
(2) Besluit nr. 1/95 van de Associatieraad EG-Turkije van 22 december 1995 is van toepassing op producten niet zijnde land- bouwproducten als omschreven in de Overeenkomst tot oprichting van een associatie tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije en producten niet zijnde kool- en staalproducten als om- schreven in de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor kolen en Staal en de Republiek Turkije betreffende handel in produc- ten die vallen onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Ge- meenschap voor Kolen en Staal.
- Indien de in de Gemeenschap verrichte be- of verwer- kingen niet ingrijpender zijn dan de in artikel 7 bedoelde be- of ver- werkingen, wordt het verkregen product alleen als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien de aldaar toegevoegde waarde groter is dan die van de gebruikte materialen van oorsprong uit een van de andere in lid 1 bedoelde landen. Is dit niet het geval, dan wordt het verkregen product beschouwd als van oorsprong uit het land dat de hoogste waarde vertegenwoordigt van de bij de vervaar- diging in de Gemeenschap gebruikte materialen van oorsprong.
- Producten van oorsprong uit een van de in de lid 1 ge- noemde landen en grondgebieden die in de Gemeenschap geen enkele be- of verwerking ondergaan, behouden hun oorsprong wan- neer zij naar een van deze landen worden uitgevoerd.
- De cumulatie waarin dit artikel voorziet, kan slechts wor- den toegepast indien :
a) tussen de landen of grondgebieden die betrokken zijn bij het verwerven van de oorsprong en het land van bestemming een preferentiële handelsovereenkomst overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT) van toepassing is;
b) materialen en producten de oorsprong hebben verkregen door de toepassing van oorsprongsregels die identiek zijn met die in dit protocol;
en
c) in het Publicatieblad van de Europese Unie (C-reeks) en in Servië volgens de eigen procedures van dat land berichten zijn gepu- bliceerd waarin wordt aangegeven dat aan de eisen voor de toepas- sing van cumulatie is voldaan.
De cumulatie waarin dit artikel voorziet, is van toepassing met ingang van de datum die is aangegeven in de kennisgeving in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.
De Gemeenschap zal Servië door tussenkomst van de Euro- pese Commissie nadere gegevens verstrekken over de overeen- komsten en de daarin opgenomen oorsprongsregels, die met de andere in lid 1 genoemde landen worden toegepast. De cumulatie geldt niet voor de in bijlage V vermelde producten.
Artikel 4
Cumulatie in Servië
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 2, lid 2, worden producten als van oorsprong uit Servië beschouwd indien zij aldaar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit de Gemeenschap, Servië of een ander land of grondgebied dat deelneemt aan het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie (1), of door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit Turkije waarop Beschikking nr. 1/95 van de Associatieraad EG- Turkije van 22 december 1995 (2) van toepassing is, mits deze materialen in de Gemeenschap bewerkingen hebben ondergaan die ingrijpender zijn dan die bedoeld in artikel 7. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.
(1) Zoals vastgesteld in de conclusies van de Raad Algemene Zaken van april 1997 en de mededeling van de Europese Commissie van mei 1999 over het stabilisatie- en associatieproces met de Westelijke Balkan.
(2) Besluit nr. 1/95 van de Associatieraad EG-Turkije van 22 december 1995 is van toepassing op producten niet zijnde land- bouwproducten als omschreven in de Overeenkomst tot oprichting van een associatie tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije en producten niet zijnde kool- en staalproducten als om- schreven in de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor kolen en Staal en de Republiek Turkije betreffende handel in pro- ducten die vallen onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal
- Indien de in Servië verrichte be- of verwerkingen niet ingrijpender zijn dan de in artikel 7 bedoelde be- of verwerkingen, wordt het verkregen product alleen als van oorsprong uit Servië beschouwd indien de aldaar toegevoegde waarde groter is dan die van de gebruikte materialen van oorsprong uit een van de andere in lid 1 bedoelde landen en gebieden. Is dit niet het geval, dan wordt het verkregen product beschouwd als van oorsprong uit het land dat de meeste waarde heeft toegevoegd aan de materialen van oorsprong die bij de vervaardiging in Servië gebruikt zijn.
- Producten van oorsprong uit een van de in de lid 1 ge- noemde landen en grondgebieden die in Servië geen enkele be-of verwerking ondergaan, behouden hun oorsprong wanneer zij naar een van deze landen worden uitgevoerd.
- De cumulatie waarin dit artikel voorziet, kan slechts wor- den toegepast indien :
a) tussen de landen of grondgebieden die betrokken zijn bij het verwerven van de oorsprong en het land van bestemming een preferentiële handelsovereenkomst overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT) van toepassing is;
b) materialen en producten de oorsprong hebben verkregen door de toepassing van oorsprongsregels die identiek zijn met die in dit protocol;
en
c) in het Publicatieblad van de Europese Unie (C-reeks) en in Servië volgens de eigen procedures van dat land berichten zijn gepubliceerd waarin wordt aangegeven dat aan de eisen voor de toepassing van cumulatie is voldaan.
De cumulatie waarin dit artikel voorziet, is van toepassing met ingang van de datum die is aangegeven in de kennisgeving in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.
Servië verstrekt de Gemeenschap door tussenkomst van de Europese Commissie nadere bijzonderheden over de overeenkom- sten, zoals de datum van inwerkingtreding en de erin opgenomen oorsprongsregels, die met de andere in lid 1 genoemde landen wor- den toegepast.
De cumulatie geldt niet voor de in bijlage V vermelde pro- ducten.
Artikel 5
Geheel en al verkregen producten
- Als geheel en al in de Gemeenschap of in Servië verkregen worden beschouwd :
a) aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen producten;
b) aldaar geoogste producten van het plantenrijk;
c) aldaar geboren en opgefokte levende dieren;
d) producten afkomstig van aldaar gehouden levende dieren;
e) voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;
f) producten van de zeevisserij en andere buiten de territoriale wateren van de Gemeenschap of Servië door hun schepen uit de zee gewonnen producten;
g) producten die, uitsluitend uit de onder f) bedoelde pro- ducten, aan boord van hun fabrieksschepen zijn vervaardigd;
h) aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen, met inbegrip van gebruikte banden die uitsluitend geschikt zijn om van een nieuw loopvak te worden voorzien of slechts als afval kunnen worden gebruikt;
i) afval en schroot afkomstig van aldaar verrichte fabrieks- bewerkingen;
j) producten, gewonnen van of vanonder de zeebodem buiten de territoriale wateren, mits zij alleen het recht hebben op ontginning van deze boden of ondergrond;
k) goederen die aldaar uitsluitend uit de onder a) tot en met j) bedoelde producten zijn vervaardigd.
- De termen „hun schepen” en „hun fabrieksschepen” in lid 1, onder f) en g), zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen :
a) die in een lidstaat van de Gemeenschap of in Servië zijn ingeschreven of geregistreerd;
b) die de vlag van een lidstaat van de Gemeenschap of van Servië voeren;
c) die voor ten minste 50 % toebehoren aan onderdanen van lidstaten van de Gemeenschap of onderdanen van Servië of aan een vennootschap die haar hoofdkantoor in een van deze staten heeft en waarvan de bedrijfsvoerders), de voorzitter van de raad van bestuur of van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdaan zijn van een lidstaat van de Gemeenschap of onderdaan van Servië en waarvan bovendien, in het geval van personen- vennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijk- heid, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan deze staten of aan openbare lichamen of onderdanen van deze staten;
d) waarvan de kapitein en de officieren onderdaan zijn van een lidstaat van de Gemeenschap of onderdaan van Servië;
en
e) waarvan de bemanning voor ten minste 75 % bestaat uit onderdanen van lidstaten of van Servië.
Artikel 6
Toereikende bewerking of verwerking
- Voor de toepassing van artikel 2 worden producten die niet geheel en al verkregen zijn, geacht een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan indien aan de voorwaarden van de lijst in bijlage II is voldaan.
Die voorwaarden geven voor alle onder deze overeenkomst vallende producten aan welke be- of verwerkingen niet van oor- sprong zijnde materialen moeten ondergaan om het karakter van product van oorsprong te verkrijgen, en zijn slechts op die materialen van toepassing. Dit betekent dat indien een product dat de oorsprong heeft verkregen doordat het aan de voorwaarden in die lijst voor dat product heeft voldaan, als materiaal gebruikt wordt bij de vervaar- diging van een ander product, de voorwaarden die van toepassing zijn op het product waarin het wordt verwerkt daarvoor niet gelden. Er wordt dan geen rekening gehouden met niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging ervan zijn gebruikt.
- In afwijking van lid 1 kunnen niet van oorsprong zijnde materialen die, volgens de voorwaarden in de lijst, bij de vervaar- diging van een product niet mogen worden gebruikt, toch worden gebruikt, indien :
a) wanneer de totale waarde ervan niet hoger is dan 10 pro- cent van de prijs af fabriek van het product;
b) wanneer in de lijst een of meer percentages zijn gegeven voor de maximumwaarde van de materialen die niet van oorsprong zijn, en deze percentages door de toepassing van dit lid niet worden overschreden.
Dit lid is niet van toepassing op de producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerde systeem zijn ingedeeld.
- De leden 1 en 2 zijn van toepassing onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 7.
Artikel 7
Ontoereikende bewerking of verwerking
- Behoudens het bepaalde in lid 2 worden de volgende be- of verwerkingen als ontoereikend beschouwd om de oorsprong te ver- lenen, ongeacht of aan de voorwaarden van artikel 6 is voldaan :
a) behandelingen om de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren;
b) het splitsen en samenvoegen van colli;
c) het wassen, schoonmaken; het stofvrij maken, verwijderen van roest, olie, verf of dergelijke;
d) het strijken of persen van textiel;
e) het eenvoudig schilderen of polijsten;
f) het ontvliezen of doppen, het geheel of gedeeltelijk bleken, het polijsten of vlampolijsten van granen of rijstdoppen;
g) het kleuren van suiker of het vormen van suikerklonten;
h) het pellen, ontpitten of schillen van noten, vruchten of groenten;
den;
i) het aanscherpen, eenvoudig vermalen of eenvoudig versnij-
j) het zeven, sorteren, classificeren, assorteren; (daaronder
begrepen het samenstellen van sets van artikelen);
k) het bottelen, eenvoudig verpakken in blikken, flesjes, zak- ken, dozen of andere omhulsels, het bevestigen op kaarten of platen, en alle andere eenvoudige verrichtingen in verband met de opmaak;
l) het aanbrengen of opdrukken op de producten zelf of hun verpakking van merken, etiketten, beeldmerken of andere soortge- lijke merktekens;
m) het eenvoudig mengen van producten, ook van verschil- lende soorten; het mengen van suiker met andere stoffen;
n) het eenvoudig samenvoegen van delen van artikelen tot een volledig artikel dan wel het uit elkaar nemen van artikelen in onder- delen;
o) twee of meer van de onder a) tot en met n) vermelde be- handelingen tezamen;
p) het slachten van dieren.
- Om te bepalen of de be- of verwerkingen die een bepaald product heeft ondergaan ontoereikend zijn in de zin van lid 1 worden alle be- of verwerkingen die dit product in de Gemeenschap of in Servië heeft ondergaan tezamen genomen.
Artikel 8
Determinerende eenheid
- De determinerende eenheid voor de toepassing van de be- palingen van dit protocol is het product dat volgens de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem als de basiseenheid wordt be- schouwd.
Hieruit volgt :
a) wanneer een product, bestaande uit een groep of verzame- ling van artikelen, onder één enkele post van het geharmoniseerde systeem wordt ingedeeld, het geheel de in aanmerking te nemen een- heid vormt;
b) wanneer een zending bestaat uit een aantal eendere pro- ducten die onder dezelfde post van het geharmoniseerde systeem worden ingedeeld, elk product voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol afzonderlijk moet worden genomen.
- Wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong.
Artikel 9
Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschap
Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden ge- leverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn inbegrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.
Artikel 10
Stellen en assortimenten
Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oor- sprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oor- sprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt als van oor- sprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 % van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.
Artikel 11
Neutrale elementen
Om te bepalen of een product van oorsprong is, is het niet noodzakelijk de oorsprong na te gaan van bij de vervaardiging ge- bruikte :
a) energie en brandstof;
b) fabrieksuitrusting;
c) machines en werktuigen;
d) goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het pro- duct niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen.
TITEL III
TERRITORIALE VOORWAARDEN
Artikel 12
Territorialiteitsbeginsel
- Aan de in titel II genoemde voorwaarden voor het verkrij- gen van de oorsprong moet zonder onderbreking in de Gemeenschap of in Servië zijn voldaan, behoudens het bepaalde in de artikelen 3 en 4, en in lid 3 van dit artikel.
- Behoudens het bepaalde in de artikelen 3 en 4 worden pro- ducten van oorsprong die uit de Gemeenschap of Servië naar een ander land worden uitgevoerd en vervolgens opnieuw worden in- gevoerd, als niet van oorsprong beschouwd, tenzij ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat :
a) de terugkerende goederen dezelfde zijn als de eerder uitge- voerde goederen;
en
b) de goederen tijdens de periode dat zij waren uitgevoerd geen andere be- of verwerkingen hebben ondergaan dan die welke noodzakelijk waren om ze in goede staat te bewaren.
- Een buiten de Gemeenschap of Servië verrichte be- of ver- werking van de uit de Gemeenschap of Servië uitgevoerde en later wederingevoerde materialen ontneemt niet het karakter van product van oorsprong overeenkomstig het bepaalde in titel II indien :
a) de genoemde materialen geheel en al in de Gemeenschap of Servië zijn verkregen dan wel, voorafgaand aan de uitvoer, aldaar een meer ingrijpende be- of verwerking dan de in artikel 7 vermelde hebben ondergaan;
en
b) ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aan- getoond dat :
i) de wederingevoerde goederen het resultaat zijn van de be- of verwerking van de uitgevoerde materialen;
en
ii) de totale buiten de Gemeenschap of Servië toe- gevoegde waarde niet meer dan 10 % bedraagt van de prijs af fabriek van het als product van oorsprong aan- gemerkte eindproduct.
- Voor de toepassing van lid 3 is het bepaalde in titel II be- treffende het verlenen van de oorsprong niet van toepassing op buiten de Gemeenschap of Servië verrichte be- of verwerkingen. Wanneer evenwel, in de lijst van bijlage II, voor de vaststelling van de oorsprong van het betrokken eindproduct een regel is opgenomen die de maximumwaarde van alle gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen vaststelt, mogen de totale waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die in het gebied van de betrokken partij worden verwerkt en de totale buiten de Gemeenschap of Servië overeenkomstig dit artikel toegevoegde waarde het vermelde percen- tage niet overschrijden.
- Voor de toepassing van het bepaalde in de leden 3 en 4 wordt onder „totale toegevoegde waarde” verstaan alle buiten de Ge- meenschap of Servië gemaakte kosten, met inbegrip van de waarde van de toegevoegde materialen.
- De leden 3 en 4 zijn niet van toepassing op producten die niet aan de voorwaarden van de lijst in bijlage II voldoen of die slechts kunnen worden aangemerkt als toereikend te zijn be- of verwerkt door toepassing van de algemene tolerantieregel van arti- kel 6, lid 2.
- De leden 3 en 4 zijn niet van toepassing op producten van de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem.
- Buiten de Gemeenschap of Servië verrichte be- of verwer- kingen als bedoeld in dit artikel vinden plaats in het kader van de regeling passieve veredeling of een soortgelijke regeling.
Artikel 13
Rechtstreeks vervoer
- De bij deze overeenkomst vastgestelde preferentiële rege- ling is uitsluitend van toepassing op producten die aan de voorwaar- den van dit protocol voldoen en die rechtstreeks tussen de Gemeen- schap en Servië of over het grondgebied van een in de artikelen 3 en 4 genoemd ander land of gebied zijn vervoerd. Goederen die één enkele zending vormen, kunnen via een ander grondgebied worden vervoerd, eventueel met overslag of tijdelijke opslag op dit grond- gebied, voor zover zij in het land van doorvoer of opslag onder toezicht van de douane blijven en aldaar geen andere behandelingen ondergaan dan lossen en opnieuw laden of behandelingen om ze in goede staat te bewaren.
Producten van oorsprong mogen per pijpleiding via een ander grondgebied dan dat van de Gemeenschap of van Servië worden ver- voerd.
- Het bewijs dat aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, wordt geleverd door overlegging van de volgende stukken aan de douane van het land van invoer :
a) een enkel vervoerdocument dat het vervoer dekt van het land van uitvoer door het land van doorvoer; of
b) een door de douaneautoriteiten van het land van doorvoer afgegeven certificaat :
i) met een nauwkeurige omschrijving van de goederen;
ii) met de data waarop de producten gelost en opnieuw geladen zijn, in voorkomend geval onder vermelding van de gebruikte schepen of andere vervoermiddelen;
en
iii) met een verklaring over de voorwaarden waarop de goederen in het land van doorvoer verbleven; of
c) hetzij, bij gebreke van bovengenoemde stukken, enig ander bewijsstuk.
Artikel 14
Tentoonstellingen
- Deze overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong die naar een tentoonstelling in een ander dan de in de arti- kelen 3 en 4 genoemde landen zijn verzonden en die na de tentoon- stelling zijn verkocht en in de Gemeenschap of in Servië worden ingevoerd, mits ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat :
a) een exporteur deze producten vanuit de Gemeenschap of Servië naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en daar heeft tentoongesteld;
b) deze exporteur de producten heeft verkocht of op een andere wijze heeft afgestaan aan een geadresseerde in de Gemeen- schap of Servië;
c) de producten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan zijn verzonden;
en
d) de goederen vanaf het moment dat zij naar de tentoon- stelling werden verzonden, niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.
- Een bewijs van de oorsprong wordt overeenkomstig de be- palingen van titel V afgegeven of opgesteld en op de normale wijze bij de douane van het land van invoer ingediend. Op dit bewijs zijn de naam en het adres van de tentoonstelling vermeld. Indien nodig kunnen aanvullende bewijsstukken worden verlangd ten aanzien van de aard van de producten en de voorwaarden waarop zij waren ten- toongesteld.
- Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, beurzen of soortgelijke openbare evenementen met een commercieel, indu- strieel, agrarisch of ambachtelijk karakter die niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten worden gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht zijn gebleven.
TITEL IV
TERUGGAVE EN VRIJSTELLING VAN RECHTEN
Artikel 15
Verbod op de teruggave of vrijstelling van douanerechten
- Niet van oorsprong zijnde materialen die gebruikt zijn bij de vervaardiging van producten van oorsprong uit de Gemeenschap, Servië of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen of gebieden waarvoor overeenkomstig titel V een bewijs van oor- sprong is afgegeven of opgesteld, komen in de Gemeenschap of in Servië niet in aanmerking voor teruggave of vrijstelling van douane- rechten in welke vorm dan ook.
- Het verbod in lid 1 is van toepassing op elke regeling voor terugbetaling of algehele of gedeeltelijke vrijstelling van douane- rechten of heffingen van gelijke werking die in de Gemeenschap of in Servië van toepassing is op materialen die bij de vervaardiging zijn gebruikt, indien een dergelijke terugbetaling of vrijstelling uit- drukkelijk of feitelijk wordt toegekend indien de producten die uit genoemde materialen zijn verkregen worden uitgevoerd, doch niet van toepassing is indien deze producten voor binnenlands gebruik zijn bestemd.
- De exporteur van producten die door een bewijs van oor- sprong zijn gedekt, dient steeds bereid te zijn op verzoek van de douaneautoriteiten alle stukken over te leggen waaruit blijkt dat geen teruggave of vrijstelling van rechten is verkregen ten aanzien van de bij de vervaardiging van de betrokken producten gebruikte materia- len die niet van oorsprong zijn en dat alle douanerechten en heffin- gen van gelijke werking die op deze materialen van toepassing zijn, daadwerkelijk zijn betaald.
- De leden 1, 2 en 3 zijn ook van toepassing op de verpak- king in de zin van artikel 8, lid 2, op accessoires, vervangingsonder- delen en gereedschappen in de zin van artikel 9 en op artikelen die deel uitmaken van een stel of assortiment in de zin van artikel 10, wanneer dergelijke producten niet van oorsprong zijn.
- De leden 1 tot en met 4 zijn uitsluitend van toepassing op materialen van de soort waarop deze overeenkomst van toepassing is. Zij doen geen afbreuk aan het systeem van restituties bij de uit- voer van landbouwproducten overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst.
TITEL V
BEWIJS VAN OORSPRONG
Artikel 16
Algemene voorwaarden
- Deze overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap die in Servië worden ingevoerd en op producten van oorsprong uit Servië die in de Gemeenschap worden ingevoerd, op vertoon van :
a) een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, waarvan het model in bijlage III is opgenomen; of
b) in de in artikel 22, lid 1, bedoelde gevallen, een verklaring van de exporteur (hierna „factuurverklaring” genoemd) op een fac- tuur, pakbon of een ander handelsdocument, waarin de producten duidelijk genoeg zijn omschreven om geïdentificeerd te kunnen worden; de tekst van deze factuurverklaring is opgenomen in bij- lage IV.
- In afwijking van lid 1 vallen producten van oorsprong in de zin van dit protocol in de in artikel 27 bedoelde gevallen onder de toepassing van deze overeenkomst zonder dat een van de hierboven genoemde documenten behoeft te worden overgelegd.
Artikel 17
Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
- Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt afge- geven door de douane van het land van uitvoer op schriftelijke aan- vraag van de exporteur of, onder diens verantwoordelijkheid, van zijn gemachtigde vertegenwoordiger.
- Te dien einde vult de exporteur of diens gemachtigde ver- tegenwoordiger zowel het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 als het aanvraagformulier in. Modellen van beide formulieren zijn in bijlage III opgenomen. Deze formulieren worden ingevuld in een van de talen waarin deze overeenkomst is opgesteld overeenkomstig het nationale recht van het land van uitvoer. Indien de formulieren met de hand worden ingevuld, dient dit met inkt en in blokletters te ge- beuren. De producten moeten worden omschreven in het daartoe be- stemde vak en er mogen geen regels worden opengelaten. Indien dit vak niet volledig is ingevuld, wordt onder de laatste regel een hori- zontale lijn getrokken en het niet-ingevulde gedeelte doorgekruist.
- De exporteur die om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 verzoekt, dient op verzoek van de douane van het land van uitvoer waar dit certificaat wordt afgegeven, steeds de nodige documenten over te leggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan alle andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
- Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt afge- geven door de douaneautoriteiten van een lidstaat van de Gemeen- schap of van Servië indien de producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap, Servië of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen of gebieden, en aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
- De met de afgifte van certificaten inzake goederenver- keer EUR.1 belaste douaneautoriteiten nemen alle nodige maat- regelen om te controleren of de producten daadwerkelijk van oor- sprong zijn, en gaan na of aan alle andere voorwaarden van dit pro- tocol is voldaan. Met het oog hierop zijn zij gerechtigd bewijsstuk- ken op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en alle andere controles te verrichten die zij dienstig achten. Zij zien er ook op toe dat de in lid 2 bedoelde formulieren correct zijn ingevuld. Met name wordt nagegaan of het voor de omschrijving van de goederen bestemde vak zodanig is ingevuld dat frauduleuze toevoegingen niet mogelijk zijn.
- De datum van afgifte van het certificaat inzake goederen- verkeer EUR.1 wordt vermeld in vak 11 van het certificaat.
- Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt door de douane afgegeven en ter beschikking van de exporteur gesteld zodra de goederen werkelijk worden uitgevoerd of wanneer het zeker is dat zij zullen worden uitgevoerd.
Artikel 18
Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
- In afwijking van artikel 17, lid 7, kan een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 bij wijze van uitzondering na de uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft worden afgegeven, indien :
a) dit door een vergissing, onopzettelijk verzuim of bijzon- dere omstandigheden niet bij de uitvoer is gebeurd;
of
b) ten genoegen van de douane is aangetoond dat het certifi- caat inzake goederenverkeer EUR.1 wel is afgegeven, maar bij in- voer om technische redenen niet is aanvaard.
- Met het oog op de toepassing van lid 1 dient de exporteur in zijn aanvraag de plaats en de datum van uitvoer te vermelden van de producten waarop het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 betrekking heeft, onder opgave van de redenen van zijn aanvraag.
- Vóór de douane tot afgifte achteraf van een certificaat in- zake goederenverkeer EUR.1 overgaat, dient zij te hebben vastge- steld dat de gegevens in de aanvraag van de exporteur overeenstem- men met die in het desbetreffende dossier.
- Op een achteraf afgegeven certificaat inzake goederenver- keer EUR.1 wordt in de Engelse taal de volgende aantekening aan- gebracht :
„ISSUED RETROSPECTIVELY”.
- De in lid 4 bedoelde aantekening wordt aangebracht in het vak „Opmerkingen” van het certificaat inzake goederenver- keer EUR.1.
Artikel 19
Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake Goederenverkeer EUR.1
- In geval van diefstal, verlies of vernietiging van een certi- ficaat inzake goederenverkeer EUR.1, kan de exporteur de douane- autoriteiten die dit certificaat hadden afgegeven, verzoeken een duplicaat op te maken aan de hand van de uitvoerdocumenten die in hun bezit zijn.
- Op het aldus afgegeven duplicaat wordt in de Engelse taal de volgende aantekening aangebracht :
„DUPLICATE”.
- De in lid 2 bedoelde aantekening wordt aangebracht in het vak „Opmerkingen” van het duplicaat van het certificaat inzake goe- derenverkeer EUR.1.
- Het duplicaat, dat dezelfde datum van afgifte draagt als het oorspronkelijke certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, geldt vanaf die datum.
Artikel 20
Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong
Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of in Servië onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Servië. Dit certificaat wordt of deze certi- ficaten worden afgegeven door het douanekantoor dat op de pro- ducten toezicht houdt.
Artikel 21
Gescheiden boekhouding
- Wanneer het met aanzienlijke kosten of moeilijkheden ge- paard gaat om afzonderlijke voorraden aan te houden van identieke en onderling verwisselbare materialen die van oorsprong en die niet van oorsprong zijn, kunnen de douaneautoriteiten, op schriftelijk ver- zoek van de betrokkene, toestaan dat voor het beheer van deze voor- raden de methode van de gescheiden boekhouding wordt gebruikt.
- Met behulp van deze gescheiden boekhouding moet het mogelijk zijn dat in een bepaalde referentieperiode eenzelfde aantal producten „van oorsprong” wordt verkregen als verkregen zou zijn indien de voorraden fysiek waren gescheiden.
- De douaneautoriteiten kunnen vergunning verlenen voor het gebruik van deze methode op de door hen wenselijk geachte voorwaarden.
- Deze methode wordt geregistreerd en toegepast op basis van de algemene boekhoudbeginselen die van toepassing zijn in het land waar het product is vervaardigd.
- Het bedrijf dat deze vergunning heeft verkregen kan bewijzen van de oorsprong afgeven of aanvragen, al naar gelang van het geval, voor de hoeveelheid producten die als van oorsprong kun- nen worden beschouwd. De vergunninghouder verstrekt op verzoek van de douaneautoriteiten een verklaring over de wijze waarop de hoeveelheden zijn beheerd.
- De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de vergunning en kunnen deze steeds intrekken wanneer de vergun- ninghouder deze niet correct gebruikt of niet aan een van de andere in dit protocol omschreven voorwaarden voldoet.
Artikel 22
Het opstellen van een factuurverklaring
- De in artikel 16, lid 1, onder b), genoemde factuurverkla- ring kan worden opgesteld door :
a) toegelaten exporteurs in de zin van artikel 23; of
b) een willekeurige exporteur, voor zendingen bestaande uit een of meer colli met producten van oorsprong waarvan de totale waarde niet meer dan 6.000 euro bedraagt.
- Een factuurverklaring kan worden opgesteld indien de pro- ducten kunnen worden beschouwd als van oorsprong uit de Gemeen- schap, uit Servië of uit een van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen of gebieden, en tevens aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen.
- De exporteur die de factuurverklaring opstelt, moet op ver- zoek van de douane van het land van uitvoer steeds de nodige docu- menten kunnen overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere voorwaarden van dit pro- tocol is voldaan.
- Deze factuurverklaring, waarvan de tekst in bijlage IV is opgenomen, wordt door de exporteur op de factuur, de pakbon of een ander handelsdocument getypt, gestempeld of gedrukt in een van de in die bijlage opgenomen talenversies, overeenkomstig de bepalin- gen van het nationale recht van het land van uitvoer. De factuur- verklaring kan ook met de hand, met inkt en in blokletters, worden opgesteld.
- De factuurverklaring wordt door de exporteur eigenhandig ondertekend. Een toegelaten exporteur in de zin van artikel 23 be- hoeft deze verklaring echter niet te ondertekenen, mits hij de douane een schriftelijke verklaring doet toekomen waarin hij de volle verant- woordelijkheid op zich neemt voor alle factuurverklaringen waaruit zijn identiteit blijkt, alsof hij deze eigenhandig had ondertekend.
- Een factuurverklaring kan door de exporteur worden opge- steld bij de uitvoer van de producten waarop zij betrekking heeft of later, maar moet uiterlijk twee jaar na de invoer van de producten waarop zij betrekking heeft in het land van invoer worden aange- boden.
Artikel 23
Toegelaten exporteurs
- De douane van het land van uitvoer kan exporteurs, hierna
„toegelaten exporteurs” genoemd, die veelvuldig producten verzen- den waarop deze overeenkomst van toepassing is, vergunning ver- lenen factuurverklaringen op te stellen, ongeacht de waarde van de betrokken producten. Om voor een dergelijke vergunning in aan- merking te komen, moet de exporteur naar het oordeel van de douane de nodige waarborgen bieden met betrekking tot de controle op de oorsprong van de producten en de naleving van alle andere voor- waarden van dit protocol.
- De douaneautoriteiten kunnen het verlenen van de status van toegelaten exporteur afhankelijk stellen van door hen noodza- kelijk geachte voorwaarden.
- De douane kent de toegelaten exporteur een nummer toe, dat op de factuurverklaringen moet worden vermeld.
- De douane houdt toezicht op het gebruik van de vergun- ning door de toegelaten exporteur.
- De douaneautoriteiten kunnen de vergunning te allen tijde intrekken. Zij zijn verplicht dit te doen wanneer de toegelaten expor- teur niet meer de in lid 1 bedoelde garanties biedt, niet meer aan de in lid 2 bedoelde voorwaarden voldoet, of de vergunning oneigenlijk gebruikt.
Artikel 24
Geldigheid van bewijzen van oorsprong
- Een bewijs van oorsprong is vier maanden geldig vanaf de datum van afgifte in het land van uitvoer. Het moet binnen deze periode worden ingediend bij de douane van het land van invoer.
- Bewijzen van oorsprong die na het verstrijken van de in lid 1 genoemde termijn bij de douane van het land van invoer wor- den ingediend, kunnen met het oog op de toepassing van de prefe- rentiële behandeling worden aanvaard wanneer de verlate indiening het gevolg is van overmacht of buitengewone omstandigheden.
3 In andere gevallen van verlate indiening kan de douane van het land van invoer de bewijzen van oorsprong aanvaarden indien de producten vóór het verstrijken van genoemde termijn bij haar zijn aangebracht.
Artikel 25
Overlegging van bewijzen van oorsprong
Bewijzen van oorsprong worden bij de douane van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen om een vertaling van dit bewijs vragen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaar- den voor de toepassing van deze overeenkomst voldoen.
Artikel 26
Invoer in deelzendingen
Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaar- den, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de pos- ten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.
Artikel 27
Vrijstelling van bewijs van oorsprong
- Goederen die in kleine zendingen door particulieren aan particulieren worden verzonden of die deel uitmaken van de per- soonlijke bagage van reizigers worden als producten van oorsprong toegelaten zonder dat een bewijs van oorsprong behoeft te worden overgelegd, voor zover aan zulke goederen ieder handelskarakter vreemd is en verklaard wordt dat zij aan de voorwaarden voor de toepassing van dit protocol voldoen en er over de juistheid van deze verklaring geen twijfel bestaat. Voor postzendingen kan deze verklaring op het douaneaangifteformulier CN22/CN23 of op een daaraan gehecht blad worden gesteld.
- Als invoer waaraan ieder handelskarakter vreemd is, wordt beschouwd de invoer van incidentele aard van goederen die uitslui- tend bestemd zijn voor persoonlijk gebruik door de geadresseerde, de reiziger of de leden van hun gezin, mits noch de aard, noch de hoeveelheid van de goederen op commerciële doeleinden wijzen.
- Voorts mag de totale waarde van deze producten niet meer bedragen dan 500 euro voor kleine zendingen of 1.200 euro voor producten die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van rei- zigers.
Artikel 28
Bewijsstukken
De in artikel 17, lid 3, en artikel 22, lid 3, bedoelde documen- ten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een factuurverkla- ring worden gedekt, producten van oorsprong zijn uit de Gemeen- schap, Servië of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen of gebieden en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn :
a) een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leveran- cier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de pro- ducten te verkrijgen;
b) in de Gemeenschap of in Servië afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;
c) in de Gemeenschap of in Servië afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit be- of verwerking in de Gemeenschap of in Servië blijkt;
d) certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of factuurver- klaringen waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt, die overeenkomstig dit protocol in de Gemeenschap of in Servië zijn afgegeven of opgesteld, of die in een van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen of gebieden zijn opgesteld overeenkomstig oor- sprongsregels die gelijk zijn aan de oorsprongsregels van dit pro- tocol;
e) passende bewijsstukken inzake be- of verwerking buiten de Gemeenschap of Servië overeenkomstig artikel 12, waaruit blijkt dat aan de eisen van dat artikel is voldaan.
Artikel 29
Bewaring van de bewijzen van oorsprong en de andere bewijsstukken
- Exporteurs die om de afgifte van een certificaat inzake goe- derenverkeer EUR.1 verzoeken, dienen de in artikel 17, lid 3, be- doelde documenten ten minste drie jaar te bewaren.
- De exporteur die een factuurverklaring heeft opgesteld, bewaart een kopie van deze factuurverklaring en van de in artikel 22, lid 3, bedoelde documenten gedurende ten minste drie jaar.
- De douane van het land van uitvoer die een certificaat in- zake goederenverkeer EUR.1 afgeeft, bewaart het in artikel 17, lid 2, bedoelde aanvraagformulier ten minste drie jaar.
- De douane van het land van invoer bewaart de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en factuurverklaringen die bij haar werden ingediend gedurende ten minste drie jaar.
Artikel 30
Verschillen en vormfouten
- Geringe verschillen tussen de gegevens op het bewijs van oorsprong en de gegevens op de documenten die voor het vervullen van de invoerformaliteiten bij het douanekantoor worden ingediend, maken het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of de factuur- verklaring niet automatisch ongeldig, indien blijkt dat het document wel degelijk met de aangebrachte goederen overeenstemt.
- Kennelijke vormfouten, zoals typefouten, op het bewijs van oorsprong leiden niet tot weigering van dit document indien deze fouten niet van dien aard zijn dat zij twijfel doen rijzen over de juist- heid van de daarin vermelde gegevens.
Artikel 31
Bedragen in euro
- Voor de toepassing van artikel 22, lid 1, onder b), en arti- kel 27, lid 3, wordt, wanneer de producten gefactureerd zijn in een andere valuta dan de euro, de tegenwaarde van de in euro uitgedrukte bedragen in de nationale valuta van de lidstaten van de Gemeen- schap, van Servië of van een van de andere landen of gebieden bedoeld in de artikelen 3 en 4, jaarlijks door elk van de betrokken landen vastgesteld.
- Artikel 22, lid 1, onder b), en artikel 27, lid 3, zijn van toe- passing op zendingen op basis van de valuta waarin de factuur is opgesteld, overeenkomstig het bedrag dat door het betrokken land is vastgesteld.
- De in een bepaalde nationale valuta te gebruiken bedragen zijn de tegenwaarde in die valuta van de in euro uitgedrukte bedra- gen op de eerste werkdag van oktober. De tegenwaarde wordt de Europese Commissie voor 15 oktober medegedeeld en is van toepas- sing vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar. De Commissie stelt alle betrokken landen in kennis van de desbetreffende tegen- waarden.
- Een land mag het bedrag dat het resultaat is van de omre- kening in zijn nationale valuta van een in euro uitgedrukt bedrag naar boven of beneden afronden. Het afgeronde bedrag mag niet meer dan 5 % afwijken van het door omrekening verkregen bedrag. Een land kan de tegenwaarde in zijn nationale valuta van een in euro uitgedrukt bedrag ongewijzigd handhaven, indien bij de omrekening van dit bedrag, ten tijde van de in lid 3 bedoelde jaarlijkse aan- passing, vóór afronding, een stijging van minder 15 % van die tegenwaarde wordt verkregen. De tegenwaarde in nationale valuta kan ongewijzigd blijven, indien de omrekening tot een daling van de tegenwaarde leidt.
- De in euro uitgedrukte bedragen worden door het Stabi- lisatie- en associatiecomité op verzoek van de Gemeenschap of Servië herzien. Bij deze herziening onderzoekt het comité of het wenselijk is de betreffende limieten in reële termen te handhaven. Het kan te dien einde besluiten de in euro uitgedrukte bedragen te wijzigen.
TITEL VI
ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING
Artikel 32
Wederzijdse bijstand
- De douaneautoriteiten van de lidstaten van de Gemeen- schap en van Servië doen elkaar via de Commissie afdrukken toe- komen van de stempels die in hun douanekantoren worden gebruikt bij de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1, als- mede de adressen van de douanediensten die belast zijn met de controle van deze certificaten en de factuurverklaringen.
- Met het oog op de correcte toepassing van dit protocol verlenen de Gemeenschap en Servië elkaar via de bevoegde douane- instanties bijstand bij de controle op de echtheid van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en factuurverklaringen en de juist- heid van de daarop vermelde gegevens.
Artikel 33
Controle van de bewijzen van oorsprong
- Bewijzen van oorsprong worden achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd, alsmede wanneer de douaneautoriteiten van het land van invoer redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid van deze documenten, de oorsprong van de betrokken producten of de nale- ving van de andere voorwaarden van dit protocol.
- Met het oog op de toepassing van lid 1 zenden de douane- autoriteiten van het land van invoer het certificaat inzake goederen- verkeer EUR.1, de factuur, indien deze werd voorgelegd, de factuur- verklaring of een kopie van deze documenten, terug aan de douane- autoriteiten van het land van uitvoer, in voorkomend geval onder vermelding van de redenen waarom een onderzoek wordt aange- vraagd. Zij verstrekken bij deze aanvraag om controle alle documen- ten en gegevens die het vermoeden hebben doen rijzen dat de ge- gevens op het bewijs van oorsprong onjuist zijn.
- De controle wordt verricht door de douane van het land van uitvoer. Met het oog hierop zijn zij gerechtigd bewijsstukken op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en alle andere controles te verrichten die zij dienstig achten.
- Indien de douane van het land van invoer besluit de prefe- rentiële behandeling niet toe te kennen zolang de uitslag van de con- trole niet bekend is, doet zij de importeur het voorstel de producten vrij te geven onder voorbehoud van de noodzakelijk geachte conser- vatoire maatregelen.
- De resultaten van de controle worden zo spoedig mogelijk medegedeeld aan de douanedienst die de controle heeft aangevraagd. In deze mededeling moet duidelijk worden aangegeven of de docu- menten al dan niet echt zijn, of de betrokken producten als producten van oorsprong uit de Gemeenschap, Servië of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen of gebieden beschouwd kunnen worden en of aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
- Indien bij gegronde twijfel binnen tien maanden na het ver- zoek om controle geen antwoord is ontvangen of indien het antwoord niet voldoende gegevens bevat om de echtheid van het betrokken document of de werkelijke oorsprong van de producten vast te stel- len, kent de aanvragende douanedienst de preferentiële behandeling niet toe, behoudens buitengewone omstandigheden.
Artikel 34
Beslechting van geschillen
Geschillen ten aanzien van de in artikel 33 bedoelde controles die niet onderling geregeld kunnen worden tussen de douaneauto- riteiten die de controle hebben aangevraagd en de douaneautoriteiten die deze hebben moeten uitvoeren, en problemen in verband met de interpretatie van dit protocol worden aan het Stabilisatie- en associatiecomité voorgelegd.
In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de beslechting van geschillen tussen een importeur en de douane van het land van invoer.
Artikel 35
Sancties
Sancties worden getroffen tegen ieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel goederen onder de preferentiële regeling te doen vallen.
Artikel 36
Vrije zones
- De Gemeenschap en Servië nemen alle nodige maatregelen om te voorkomen dat producten die onder geleide van een bewijs van oorsprong worden verhandeld en die tijdens het vervoer in een op hun grondgebied gelegen vrije zone verblijven, door andere goederen worden vervangen of andere behandelingen ondergaan dan die welke gebruikelijk zijn om ze in goede staat te bewaren.
- In afwijking van het bepaalde in lid 1 geven de bevoegde autoriteiten, wanneer producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Servië die onder dekking van een bewijs van oorsprong in een vrije zone zijn ingevoerd, een be- of verwerking ondergaan, op ver- zoek van de exporteur een nieuw certificaat inzake goederenver- keer EUR.1 af, mits deze be- of verwerking in overeenstemming is met de bepalingen van dit protocol.
TITEL VII
CEUTA EN MELILLA
Artikel 37
Toepassing van het protocol
- De in artikel 2 gebruikte term „Gemeenschap” heeft geen betrekking op Ceuta of Melilla.
- Producten van oorsprong uit Servië die in Ceuta of Melilla worden ingevoerd, vallen in elk opzicht onder dezelfde douane- regeling als de regeling die op grond van Protocol 2 bij de Akte van Toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Republiek Portugal tot de Europese Gemeenschappen van toepassing is op producten van oorsprong uit het douanegebied van de Gemeenschap. Servië past op onder deze overeenkomst vallende producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla dezelfde regeling toe als op producten van oor- sprong uit de Gemeenschap die uit de Gemeenschap worden inge- voerd.
- Bij toepassing van lid 2 op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla is dit protocol van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van de bijzondere voorwaarden van artikel 38.
Artikel 38
Bijzondere voorwaarden
- Mits zij rechtstreeks zijn vervoerd overeenkomstig het be- paalde in artikel 13, worden beschouwd als :
1.1. producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla :
a) geheel en al in Ceuta en Melilla verkregen producten;
b) in Ceuta en Melilla verkregen producten bij de vervaar- diging waarvan andere dan de onder (a) bedoelde producten zijn ge- bruikt, mits :
i) die producten be- of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 6;
of
ii) die producten van oorsprong zijn uit Servië of uit de Gemeenschap, en be- of verwerkingen hebben onder- gaan die meer omvatten dan de in artikel 7, lid 1, bedoelde be- of verwerkingen;
1.2. producten van oorsprong uit Servië :
a) geheel en al in Servië verkregen producten;
b) in Servië verkregen producten, bij de vervaardiging waar- van andere dan de onder a) bedoelde producten zijn gebruikt, voor zover :
i) die producten be- of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 6;
of
ii) die producten van oorsprong zijn uit Ceuta en Melilla of uit de Gemeenschap, en be- of verwerkingen heb- ben ondergaan die meer omvatten dan de in artikel 7, lid 1, bedoelde be- of verwerkingen.
- Ceuta en Melilla worden als één grondgebied beschouwd.
- De exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger ver- meldt „Servië” en „Ceuta en Melilla” in vak 2 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of op de factuurverklaring. Voor pro- ducten van oorsprong uit Ceuta en Melilla wordt dit bovendien ver- meld in vak 4 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of op de factuurverklaring.
- De Spaanse douaneautoriteiten zijn belast met de toepas- sing van dit protocol in Ceuta en Melilla.
TITEL VIII
SLOTBEPALINGEN
Artikel 39
Wijzigingen van dit protocol
Het Stabilisatie- en associatieraad kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.
BIJLAGE I van Protocol nr. 3
AANTEKENINGEN BIJ DE LIJST IN BIJLAGE II
Aantekening 1 :
In deze lijst zijn de be- en verwerkingen omschreven waar- door producten als voldoende be- of verwerkt worden beschouwd in de zin van artikel 6 van protocol 3.
Aantekening 2 :
2.1. In de eerste twee kolommen van de lijst is het verkregen pro- duct omschreven. In kolom 1 is het nummer van de post of het hoofdstuk volgens het geharmoniseerd systeem vermeld en kolom 2 bevat de omschrijving van de goederen die vol- gens dat systeem onder die post of dat hoofdstuk vallen. Voor iedere post of ieder hoofdstuk in de kolommen 1 en 2 wordt in kolom 3 of 4 een regel gegeven. Een nummer in kolom 1 voorafgegaan door „ex” betekent dat de regel in kolom 3 of 4 alleen geldt voor het gedeelte van die post of dat hoofdstuk dat in kolom 2 is omschreven.
2.2. Wanneer in kolom 1 verscheidene postnummers zijn gegroe- peerd of wanneer een hoofdstuknummer is vermeld en de om- schrijving van het product in kolom 2 derhalve in algemene bewoordingen is gesteld, dan is de regel daarnaast in kolom 3 of 4 van toepassing op alle producten die volgens het gehar- moniseerd systeem onder de posten van het hoofdstuk of onder elk van de in kolom 1 gegroepeerde posten zijn inge- deeld.
2.3. Wanneer de lijst verschillende regels geeft voor verschillende producten die onder één post zijn ingedeeld, is bij ieder gedachtestreepje dat gedeelte van de post omschreven waarop de daarnaast in kolom 3 of 4 vermelde regel van toepassing is.
2.4. Wanneer voor een in kolom 1 en 2 vermeld product zowel in kolom 3 als in kolom 4 een regel wordt gegeven, kan de exporteur kiezen welke regel, die in kolom 3 of die in kolom 4, wordt toegepast. Indien in kolom 4 geen regel is gegeven, moet de regel in kolom 3 worden toegepast.
Aantekening 3 :
3.1. Op producten die de oorsprong hebben verkregen en die bij de vervaardiging van andere producten worden gebruikt, is artikel 6 van protocol 3 van toepassing, ongeacht of de oor- sprong verkregen werd in de fabriek waar deze producten worden gebruikt of in een andere fabriek in een overeen- komstsluitende partij.
Bijvoorbeeld :
Een motor van post 8407 waarvoor de regel geldt dat de waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die daarin worden verwerkt niet meer mag bedragen dan 40 % van de prijs af fabriek, is vervaardigd van „ander gelegeerd staal, enkel ruw voorgesmeed” van post ex 7224.
Indien dit smeedijzer in de Gemeenschap is vervaardigd van niet van oorsprong zijnde ingots, dan heeft het reeds de oorsprong verkregen krachtens de regel in de lijst voor post ex 7224.
Bij de waardeberekening van de motor telt het smeedijzer dan als materiaal van oorsprong, of het nu in dezelfde fabriek werd vervaardigd of in een andere fabriek in de Gemeen- schap. De waarde van de niet van oorsprong zijnde ingots wordt dus niet meegerekend bij het berekenen van de waarde van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn.
3.2. De regel in de lijst geeft de minimumbewerking of –verwer- king aan die vereist is; meer be- of verwerking verleent even- eens de oorsprong; omgekeerd kan minder be- of verwerking geen oorsprong verlenen. Mag een niet van oorsprong zijnd materiaal in een bepaald productiestadium worden gebruikt, dan kan hetzelfde materiaal in een vroeger productiestadium ook worden gebruikt. Hetzelfde materiaal mag evenwel niet worden gebruikt in een later productiestadium.
3.3. Onverminderd aantekening 3.2 geldt dat, wanneer in een regel de uitdrukking „materialen van om het even welke post” wordt gebezigd, materialen van alle posten (zelfs die welke onder dezelfde omschrijving en dezelfde post vallen als het product) mogen worden gebruikt, onder voorbehoud van de specifieke beperkingen die in een regel kunnen zijn neer- gelegd.
„Vervaardiging uit materialen van een willekeurige post, waaronder andere materialen van post nr. …” of „Vervaar- diging uit materialen van een willekeurige post, waaronder andere materialen van dezelfde post als het product” betekent evenwel dat materialen van willekeurige posten mogen worden gebruikt, behalve die welke dezelfde omschrijving hebben als het in kolom 2 van de lijst omschreven product.
3.4. Wanneer volgens de regel in de lijst een product van meer dan een materiaal mag worden vervaardigd, betekent dit dat een of meer van deze materialen kunnen worden gebruikt. Het is niet noodzakelijk dat zij alle worden gebruikt.
Bijvoorbeeld :
Volgens de regel voor weefsels van de posten 5208 tot en met 5212 mogen natuurlijke vezels en andere materialen, waaronder chemische, worden gebruikt. Dit betekent niet dat beide moeten worden gebruikt; het ene of het andere materiaal of beide kunnen worden gebruikt.
3.5. Wanneer volgens een regel in de lijst een product van een be- paald materiaal vervaardigd moet worden, betekent dit even- wel niet dat geen andere materialen mogen worden gebruikt die vanwege hun aard niet aan de regel kunnen voldoen. (Zie ook aantekening 6.2 met betrekking tot textielstoffen).
Bijvoorbeeld :
De regel voor post 1904 sluit nadrukkelijk het gebruik uit van granen en graanderivaten. Minerale zouten, chemicaliën en andere additieven die niet van granen zijn vervaardigd mogen evenwel worden gebruikt.
Dit geldt evenwel niet voor producten die, hoewel zij niet kunnen worden vervaardigd van het in de lijst genoemde materiaal, wel vervaardigd kunnen worden van een materiaal van dezelfde aard in een vroeger productiestadium.
Bijvoorbeeld :
Indien voor een kledingstuk van ex hoofdstuk 62, van gebon- den textielvlies, slechts het gebruik van garen dat niet van oorsprong is, is toegestaan, dan is het niet mogelijk uit te gaan van stof van gebonden textielvlies - zelfs al kan gebonden textielvlies normalerwijze niet van garen worden vervaardigd. In een dergelijk geval zou het uitgangsmateriaal zich in het stadium vóór garen moeten bevinden, dat wil zeggen in het vezelstadium.
3.6. Indien een regel in de lijst twee of meer percentages geeft als maximumwaarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die kunnen worden gebruikt, dan mogen deze percentages niet bij elkaar worden opgeteld. De maximumwaarde van alle gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, mag het hoogste van de opgegeven percentages nooit overschrijden. Bovendien mogen de afzonderlijke percentages voor bepaalde materialen niet worden overschreden.
Aantekening 4 :
4.1. De term „natuurlijke vezels” in de lijst heeft betrekking op andere dan kunstmatige of synthetische vezels. De term
„natuurlijke vezels” is beperkt tot het stadium vóór het spin- nen, met inbegrip van afval, en, tenzij anders vermeld, omvat de term vezels die zijn gekaard, gekamd of anderszins be- werkt, doch niet gesponnen.
4.2. De term „natuurlijke vezels” omvat paardenhaar van post 0503, zijde van de posten 5002 en 5003, wol, fijn of grof haar van de posten 5101 tot en met 5105, katoen van de pos- ten 5201 tot en met 5203 en ander plantaardige vezels van de posten 5301 tot en met 5305.
4.3. De termen „textielmassa”, „chemische materialen” en „mate- rialen voor het vervaardigen van papier” in de lijst hebben betrekking op materialen die niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 vallen, maar die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van kunstmatige, synthetische of papieren vezels of garens.
4.4. De term „synthetische en kunstmatige stapelvezels” in de lijst heeft betrekking op kabel van synthetische of kunstmatige filamenten, op synthetische of kunstmatige stapelvezels en op synthetisch of kunstmatig afval van de posten 5501 tot en met 5507.
Aantekening 5 :
5.1. Indien voor een bepaald product in de lijst naar deze aan- tekening wordt verwezen, zijn de in kolom 3 van de lijst genoemde voorwaarden niet van toepassing op basis- textielmaterialen die bij de vervaardiging zijn gebruikt en die, samen genomen, ten hoogste 10 % van het totale gewicht van alle gebruikte basistextielmaterialen uitmaken. (Zie ook de aantekeningen 5.3 en 5.4).
5.2. Deze in aantekening 5.1 genoemde afwijking is evenwel slechts van toepassing op gemengde producten die van twee of meer basistextielmaterialen zijn vervaardigd.
Basistextielmaterialen zijn :
- zijde,
- wol,
- grof haar,
- fijn haar,
- paardenhaar (crin),
- katoen,
- papier en materiaal voor het vervaardigen van papier,
- vlas,
- hennep,
- jute en andere bastvezels,
- sisal en andere textielvezels van het geslacht „agave”,
- kokosvezels, abaca, ramee en andere plantaardige textiel- vezels,
- synthetische filamenten,
- kunstmatige filamenten,
- filamenten die elektriciteit geleiden,
- synthetische stapelvezels van polypropyleen,
- synthetische stapelvezels van polyester,
- synthetische stapelvezels van polyamide,
- synthetische stapelvezels van polyacrylonitryl,
- synthetische stapelvezels van poly(fenyleensulfon),
- synthetische stapelvezels van poly(vinylchloride),
- andere synthetische stapelvezels,
- kunstmatige stapelvezels van viscose,
- andere kunstmatige stapelvezels,
- garens gemaakt van polyurethaan met soepele segmenten van polyether, al dan niet omwoeld,
- garens gemaakt van polyurethaan met soepele segmenten van polyester, al dan niet omwoeld,
- producten van post 5605 (metaalgaren) waarin strippen zijn verwerkt bestaande uit een kern van aluminiumfolie of van kunststoffolie, al dan niet met aluminiumpoeder bedekt, met een breedte van niet meer dan 5 mm, welke kern met behulp van een transparant of gekleurd kleefmiddel tussen twee strippen kunststof is aangebracht,
- andere producten van post 5605.
Bijvoorbeeld :
Garen van post 5205, vervaardigd van katoenvezels van post 5203 en van synthetische stapelvezels van post 5506, is een gemengd garen. Derhalve mogen niet van oorsprong zijn- de stapelvezels die niet voldoen aan de regels van oorsprong (volgens welke een vervaardiging uit chemische materialen of textielmassa is vereist) worden gebruikt tot 10 gewichtsper- centen van het garen.
Bijvoorbeeld :
Een weefsel van wol van post 5112, vervaardigd van garens van wol van post 5107 en van synthetische garens van stapel- vezels van post 5509, is een gemengd weefsel. Derhalve mogen synthetische garens die niet voldoen aan de regels van oorsprong (volgens welke een vervaardiging uit chemische stoffen of textielmassa is vereist) of garens van wol die niet voldoen aan de regels van oorsprong (volgens welke een ver- vaardiging is vereist uit natuurlijke vezels die niet gekaard zijn of gekamd, noch anderszins met het oog op het spinnen bewerkt) of een combinatie van deze twee soorten garens worden gebruikt, mits het totale gewicht ervan niet hoger is dan 10 % van het gewicht van het weefsel.
Bijvoorbeeld :
Getufte textielstoffen van post 5802, vervaardigd van garens van katoen van post 5205 en van weefsels van katoen van post 5210, is slechts een gemengd product wanneer het katoenweefsel zelf een gemengd product is, vervaardigd van onder twee verschillende posten ingedeelde garens, of wan- neer de gebruikte katoengarens zelf gemengde garens zijn.
Bijvoorbeeld :
Indien de betrokken getufte textielstof is vervaardigd uit katoengarens van post 5205 en uit synthetisch weefsel van post 5407, zijn de gebruikte garens uiteraard van twee ver- schillende soorten basistextielmateriaal gemaakt en is de ge- tufte textielstof bijgevolg een gemengd product.
5.3. Voor weefsels die garens bevatten, „gemaakt van poly- urethaan, met soepele segmenten van polyether, ook indien omwoeld”, bedraagt de tolerantie voor dit garen ten hoogste 20 %.
5.4. Voor weefsels die strippen bevatten bestaande uit een kern van aluminiumfolie of een kern van kunststoffolie, al dan niet bedekt met aluminiumpoeder, met een breedte van niet meer dan 5 mm, welke kern met behulp van een kleefmiddel is be- vestigd tussen twee strippen kunststof, bedraagt de tolerantie voor de strippen 30 %.
Aantekening 6 :
6.1. Voor textielproducten die in de lijst van een voetnoot zijn voorzien die naar deze aantekening verwijst, mogen textiel- materialen, met uitzondering van voeringen en tussenvoe- ringen, die niet voldoen aan de regel in kolom 3 van de lijst voor het betrokken geconfectioneerde product, worden ge- bruikt voor zover deze onder een andere post vallen dan het product en de waarde niet meer bedraagt dan 8 % van de prijs af fabriek van het product.
6.2. Onverminderd aantekening 6.3 mogen materialen die niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 zijn ingedeeld vrij worden gebruikt, ongeacht of zij textiel bevatten.
Bijvoorbeeld :
Wanneer volgens een regel in de lijst voor een bepaald textielartikel, zoals een broek, garen moet worden gebruikt, dan sluit dit het gebruik van artikelen van metaal, zoals knopen, niet uit, omdat deze niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 zijn ingedeeld. Om dezelfde reden is het gebruik van bijvoorbeeld ritssluitingen toegelaten, al bevatten deze normalerwijze ook textiel.
6.3. Wanneer een percentageregel van toepassing is, moet met de waarde van materialen die niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 zijn ingedeeld, rekening worden gehouden bij de berekening van de waarde van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn.
Aantekening 7 :
7.1. Onder „specifieke behandeling” in de zin van de pos- ten ex 2707, 2713 tot en met 2715, ex 2901, ex 2902 en ex 3403 wordt verstaan :
a) vacuümdistillatie;
b) herdistillatie volgens een proces van ver doorgevoerde splitsing;
c) kraken;
d) reforming;
e) extractie met behulp van selectieve oplosmiddelen;
f) een bewerking bestaande uit alle navolgende behande- lingen : behandelen met geconcentreerd zwavelzuur, met rokend zwavelzuur of met zwavelzuuranhydride; neutra- liseren met behulp van alkalische stoffen, ontkleuren en zuiveren met behulp van van nature actieve aarde, van geactiveerde aarde, van actieve koolstof of van bauxiet;
g) polymeriseren;
h) alkyleren;
i) isomeriseren.
7.2. Wat de posten 2710 tot en met 2712 betreft, wordt onder
„specifieke behandelingen” verstaan :
a) vacuümdistillatie;
b) herdistillatie volgens een proces van ver doorgevoerde splitsing;
c) kraken;
d) reforming;
e) extractie met behulp van selectieve oplosmiddelen;
f) een bewerking bestaande uit alle navolgende behandelin- gen : behandelen met geconcentreerd zwavelzuur, met rokend zwavelzuur of met zwavelzuuranhydride; neutra- liseren met behulp van alkalische stoffen; ontkleuren en zuiveren met behulp van van nature actieve aarde, van geactiveerde aarde, van actieve koolstof of van bauxiet;
g) polymeriseren;
h) alkyleren;
i) isomeriseren;
j) uitsluitend voor de zware oliën van post ex 2710 : ontzwa- velen met gebruikmaking van waterstof, waardoor het zwavelgehalte van de behandelde producten met ten minste 85 % wordt verlaagd (methode ASTM D 1266-59 T);
k) uitsluitend voor de producten van post 2710 : ontparaf- fineren, anders dan door enkel filtreren;
l) uitsluitend voor de zware oliën van post ex 2710 : behan- delen met waterstof, uitgezonderd ontzwavelen, waarbij de waterstof actief deelneemt aan een scheikundige reactie die, met behulp van een katalysator, onder een druk van meer dan 20 bar en bij een temperatuur van meer dan 250 °C wordt teweeggebracht. Eindbehandeling met waterstof van smeeroliën van post ex 2710 die in het bij- zonder verbetering van de kleur of de stabiliteit ten doel heeft (bijvoorbeeld „hydrofinishing” of ontkleuren), wordt daarentegen niet als een aangewezen behandeling aange- merkt;
m) uitsluitend voor stookolie van post ex 2710 : atmos- ferische distillatie, mits deze producten, distillatieverlie- zen inbegrepen, voor minder dan 30 % van het volume ervan overdistilleren bij 300 °C, een en ander bepaald volgens de methode ASTM D 86;
n) uitsluitend voor andere zware oliën dan gasolie of stook- olie van post ex 2710 : behandelen met gebruikmaking van hoogfrequente glimontlading;
o) uitsluitend voor de producten van ex 2712, andere dan vaseline, ozokeriet, montaanwas, turfwas en paraffine, met een oliegehalte van minder dan 0,75 gewichtsper- centen : olieafscheiding door gefractioneerde kristallisatie.
7.3. Wat de posten ex 2707, 2713 tot en met 2715, ex 2901, ex 2902 en ex 3403 betreft, wordt geen oorsprong verleend door eenvoudige behandelingen zoals reinigen, decanteren, ontzouten, afsplitsen van water, filtreren, kleuren, merken, het verkrijgen van een bepaald zwavelgehalte door het mengen van producten met uiteenlopende zwavelgehaltes, alle com- binaties van die behandelingen of soortgelijke behandelingen.
BIJLAGE II bij het protocol 3
LIJST VAN OORSPRONGVERLENENDE BE- OF VERWERKINGEN
Zie terzake bijlage II van Bijlage 1 opgenomen bij de om- zendbrief D.D. 282.961 dd. 9 september 2009 (D.I. 561) betreffende de “Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Montenegro”.
BIJLAGE III bij Protocol 3
MODELLEN VAN HET CERTIFICAAT INZAKE GOEDERENVERKEER EUR.1 EN AANVRAAG VAN EEN CERTIFICAAT INZAKE GOEDERENVERKEER EUR;1
Instructies voor de drukker
- De afmetingen van het certificaat inzake goederenverkeer zijn 210 x 297 mm, waarbij in de lengte een afwijking van ten hoogste 5 mm minder of 8 mm meer is toegestaan. Het te gebruiken papier is wit, goed beschrijfbaar, houtvrij, en met een gewicht van ten minste 25 g/m². Het is voorzien van een groene geguillocheerde onderdruk die vervalsingen met behulp van mechanische of che- mische middelen zichtbaar maakt.
- De bevoegde instanties van de partijen kunnen zich het recht voorbehouden de certificaten zelf te drukken of te laten druk- ken door daartoe gemachtigde drukkerijen. In het laatste geval wordt op ieder certificaat van deze vergunning melding gemaakt. Op elk certificaat worden bovendien de naam en het adres van de drukker vermeld of wordt een merkteken ter identificatie van de drukker aangebracht. De certificaten worden van een al dan niet gedrukt volgnummer voorzien.
BIJLAGE IV bij Protocol 3
TEKST VAN DE FACTUURVERKLARING
Bij het opstellen van de factuurverklaring, waarvan de tekst hieronder is weergegeven, dient rekening te worden gehouden met de voetnoten. De tekst van de voetnoten behoeft echter niet te wor- den overgenomen.
Bulgaarse versie
Износителят на продуктите, обхванати от този документ (митническо разрешение № … (1)), декларира, че освен където ясно е отбелязано друго, тези продукти са с …. (2) преференциален произход.
Spaanse versie
El exportador de los productos incluidos en el presente documento (autorización aduanera no … (1)) declara que, salvo indicación en sentido contrario, estos productos gozan de un origen preferencial … (2).
(1) Indien de factuurverklaring door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden ingevuld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, wordt het gedeelte tussen haakjes weggelaten of wordt niets ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het docu- ment waarop de verklaring wordt opgesteld.
Tsjechische versie
Vývozce výrobků uvedených v tomto dokumentu (číslo povolení … (1)) prohlašuje, že kromě zřetelně označených mají tyto výrobky preferenční původ v … (2).
Deense versie
Eksportøren af varer, der er omfattet af nærværende dokument, (toldmyndighedernes tilladelse nr. … (1)), erklærer, at varerne, medmindre andet tydeligt er angivet, har præferenceoprindelse i … (2).
Duitse versie
Der Ausführer (Ermächtigter Ausführer; Bewilligungs Nr. … (1)) der Waren, auf die sich dieses Handelspapier bezieht, erklärt, dass diese Waren, soweit nicht anders angegeben, präferenzbegünstigte … (2) Ursprungswaren sind.
(1) Indien de factuurverklaring door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden ingevuld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, wordt het gedeelte tussen haakjes weggelaten of wordt niets ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het docu- ment waarop de verklaring wordt opgesteld.
Estse versie
Käesoleva dokumendiga hõlmatud toodete eksportija (tolli kinnitus nr. … (1)) deklareerib, et need tooted on … (2) sooduspäritoluga, välja arvatud juhul, kui on selgelt näidatud teisiti.
Griekse versie
Ο εξαγωγέας των προϊόντων που καλύπτονται από το παρόν έγγραφο (άδεια τελωνείου υπ'αριθ. … (1)) δηλώνει ότι, εκτός εάν δηλώνεται σαφώς άλλως, τα προϊόντα αυτά είναι προτιμησιακής καταγωγής … (2).
Engelse versie
The exporter of the products covered by this document (customs authorisation No … (1)) declares that, except where otherwise clearly indicated, these products are of … (2) preferential origin.
(1) Indien de factuurverklaring door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden ingevuld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, wordt het gedeelte tussen haakjes weggelaten of wordt niets ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het docu- ment waarop de verklaring wordt opgesteld.
Franse versie
L'exportateur des produits couverts par le présent document [autorisation douanière no … (1)] déclare que, sauf indication claire du contraire, ces produits ont l'origine préférentielle … (2).
Italiaanse versie
L'esportatore delle merci contemplate nel presente documento (autorizzazione doganale n. … (1)) dichiara che, salvo indicazione contraria, le merci sono di origine preferenziale … (2).
Letse versie
To produktu eksportētājs, kuri ietverti šajā dokumentā (muitas atļauja Nr. … (1)), deklarē, ka, izņemot tur, kur ir citādi skaidri noteikts, šiem produktiem ir preferenciāla izcelsme … (2).
(1) Indien de factuurverklaring door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden ingevuld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, wordt het gedeelte tussen haakjes weggelaten of wordt niets ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het docu- ment waarop de verklaring wordt opgesteld.
Litouwse versie
Šiame dokumente išvardytų prekių eksportuotojas (muitinės liudijimo Nr … (1)) deklaruoja, kad, jeigu kitaip nenurodyta, tai yra
… (2) preferencinės kilmės prekės.
Hongaarse versie
A jelen okmányban szereplő áruk exportőre (vámfelhatalmazási szám: … (1)) kijelentem, hogy eltérő egyértelmű jelzés hiányában az áruk preferenciális … (2) származásúak.
Maltese versie
L-esportatur tal-prodotti koperti b'dan id-dokument (awtorizzazzjoni tad-dwana Nru. … (1)) jiddikjara li, ħlief fejn indikat b'mod ċar li mhux hekk, dawn il-prodotti huma ta' oriġini preferenzjali … (2).
(1) Indien de factuurverklaring door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden ingevuld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, wordt het gedeelte tussen haakjes weggelaten of wordt niets ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het docu- ment waarop de verklaring wordt opgesteld.
Nederlandse versie
De exporteur van de goederen waarop dit document van toepassing is (douanevergunning nr. … (1)), verklaart dat, behoudens uitdrukkelijke andersluidende vermelding, deze goederen van preferentiële … oorsprong zijn (2).
Poolse versie
Eksporter produktów objętych tym dokumentem (upoważnienie władz celnych nr … (1)) deklaruje, że z wyjątkiem gdzie jest to wyraźnie określone, produkty te mają … (2) preferencyjne pochodzenie.
Portugese versie
O abaixo-assinado, exportador dos produtos abrangidos pelo presente documento (autorização aduaneira n.o … (1)), declara que, salvo indicação expressa em contrário, estes produtos são de origem preferencial … (2).
(1) Indien de factuurverklaring door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden ingevuld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, wordt het gedeelte tussen haakjes weggelaten of wordt niets ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het docu- ment waarop de verklaring wordt opgesteld.
Roemeense versie
Exportatorul produselor ce fac obiectul acestui document [autorizația vamală nr. … (1)] declară că, exceptând cazul în care în mod expres este indicat altfel, aceste produse sunt de origine preferențială … (2).
Slowaakse versie
Vývozca výrobkov uvedených v tomto dokumente (číslo povolenia … (1)) vyhlasuje, že okrem zreteľne označených, majú tieto výrobky preferenčný pôvod v … (2).
Sloveense versie
Izvoznik blaga, zajetega s tem dokumentom (pooblastilo carinskih organov št … (1)) izjavlja, da, razen če ni drugače jasno navedeno, ima to blago preferencialno … (2) poreklo.
(1) Indien de factuurverklaring door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden ingevuld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, wordt het gedeelte tussen haakjes weggelaten of wordt niets ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het docu- ment waarop de verklaring wordt opgesteld.
Finse versie
Tässä asiakirjassa mainittujen tuotteiden viejä (tullin lupa n:o … (1)) ilmoittaa, että nämä tuotteet ovat, ellei toisin ole selvästi merkitty, etuuskohteluun oikeutettuja … alkuperätuotteita (2).
Zweedse versie
Exportören av de varor som omfattas av detta dokument (tullmyndighetens tillstånd nr … (1)) försäkrar att dessa varor, om inte annat tydligt markerats, har förmånsberättigande … ursprung (2).
Servisch versie
Извозник производа обухваћених овом исправом (царинско овлашћење бр … (1)) изјављује да су, осим ако је то другачије изричито наведено, ови производи … (2) преференцијалног порекла.
of
Izvoznik proizvoda obuhvaćenih ovim ispravorm [carinsko ovlašćenje br.… (1)] izjavljuje da su, osim ako je drugačije izričito navedeno, ovi proizvodi … (2) preferencijalnog porekla.
(1) Indien de factuurverklaring door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, moet het nummer van de vergunning van die exporteur hier worden ingevuld. Indien de factuurverklaring niet door een toegelaten exporteur wordt opgesteld, wordt het gedeelte tussen haakjes weggelaten of wordt niets ingevuld.
(2) Aanduiding van de oorsprong van de producten. Indien de factuurverklaring geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla, moet de exporteur dit door middel van de letters „CM” duidelijk aangeven op het docu- ment waarop de verklaring wordt opgesteld.
BIJLAGE V bij Protocol 3
PRODUCTEN UITGESLOTEN VAN DE CUMULATIE WAARIN IS VOORZIEN BIJ DE ARTIKELEN 3 EN 4
GN-code | Omschrijving |
1704 90 99 | Ander suikerwerk zonder cacao |
|
1806 10 30 1806 10 90 | Chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten : |
|
– cacaopoeder, waaraan suiker of andere zoetstoffen zijn toegevoegd : – – met een sacharosegehalte (het gehalte aan invert- suiker, berekend als sacharose, daaronder begre- pen) of met een isoglucosegehalte, berekend als sacharose, van 65 of meer doch minder dan 80 ge- wichtspercenten – – met een sacharosegehalte (het gehalte aan invert- suiker, berekend als sacharose, daaronder begre- pen) of met een isoglucosegehalte, berekend als sacharose, van 80 of meer gewichtspercenten | |
1806 20 95 |
– andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten, hetzij in blokken of in staven, met een gewicht van meer dan 2 kg, hetzij in vloeibare toestand of in de vorm van pasta, poeder, korrels of dergelijke, in recipiënten of in andere verpakkingen, met een inhoud per onmiddellijke verpakking van meer dan 2 kg – – andere – – – andere |
1901 90 99 | Moutextract, bereidingen voor menselijke consumptie van meel, gries, griesmeel, zetmeel of moutextract, geen of minder dan 40 gewichtspercenten cacao bevat- tend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen, bereidingen voor menselijke consumptie van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404, geen of minder dan 5 ge- wichtspercenten cacao bevattend, berekend op een ge- heel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen |
GN-code | Omschrijving |
|
1901 90 99 (vervolg) |
– andere – – andere (dan moutextract) – – – andere |
2101 12 98 | Andere preparaten op basis van koffie |
2101 20 98 | Andere preparaten op basis van thee of maté |
2106 90 59 |
Producten voor menselijke consumptie, elders ge- noemd noch elders onder begrepen : – andere – – andere |
2106 90 98 |
Producten voor menselijke consumptie, elders ge- noemd noch elders onder begrepen : – andere (dan proteïneconcentraten en getextureerde proteïnestoffen) – – andere – – – andere |
3302 10 29 |
Mengsels van reukstoffen en mengsels (oplossingen in alcohol daaronder begrepen) op basis van een of meer van deze zelfstandigheden met andere stoffen, van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie; andere bereidingen op basis van reukstoffen, van de soort gebruikt voor de vervaardiging van dranken : – van de soort gebruikt in de voedingsmiddelen- en drankenindustrie – – van de soort gebruikt in de drankenindustrie : – – – bereidingen die alle essentiële aromatische stof- fen van een bepaalde drank bevatten : – – – – met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5 % vol – – – – andere : – – – – – bevattende geen van melk afkomstige vet- stoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 ge- wichtspercent van melk afkomstige vetstof- fen, minder dan 5 gewichtspercenten sacha- rose of isoglucose, minder dan 5 gewichts- percenten glucose of zetmeel – – – – – andere |
GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE HET VORSTENDOM ANDORRA
- Producten van oorsprong uit het Vorstendom Andorra die vallen onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmo- niseerd systeem, worden door Servië aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.
- Protocol 3 is van overeenkomstige toepassing op de defi- nitie van de oorsprong van deze producten.
GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE DE REPUBLIEK SAN MARINO
- Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door Servië aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.
- Protocol 3 is van overeenkomstige toepassing op de defi- nitie van de oorsprong van deze producten.
