Circulaire 2017/C/11 betreffende de persoonlijke bijdrage financiële verantwoordelijkheid
Persoonlijke bijdrage financiële verantwoordelijkheid voor het jaar 2016 – aanslagjaar 2017.
Personenbelasting ; aangifte in de PB; invulling van de aangifte ; beroepskosten ; aftrekbaar bedrag ; persoonlijke bijdrage financiële verantwoordelijkheid ; verantwoording van de beroepskosten ; voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten
FOD Financiën, 09.03.2017
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting
1. Uit navraag bij de verschillende ziekenfondsen blijkt dat zij bij hun gerechtigden geen 'persoonlijke bijdragen financiële verantwoordelijkheid' voor het jaar 2016 hebben geïnd die overeenkomstig artikel 52, 7° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 aftrekbaar zijn.
2. Het is evenwel niet uitgesloten dat een ziekenfonds tijdens het jaar 2016 bij een gerechtigde nog 'persoonlijke bijdragen financiële verantwoordelijkheid' heeft geïnd die betrekking hebben op een voorgaand jaar of op voorgaande jaren (zogenaamde achterstallige 'persoonlijke bijdragen financiële verantwoordelijkheid'). Deze bijdragen zijn aftrekbaar van de inkomsten van het jaar waarin ze werkelijk zijn betaald of het karakter van zekere en vaststaande schulden hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt.
In de aangifte in de personenbelasting aanslagjaar 2017 mogen zij als volgt worden vermeld:
- in Deel 1, Vak IV, rubriek A, 18, 'Niet ingehouden persoonlijke sociale bijdragen', voor de belastingplichtigen die gewone bezoldigingen ontvangen;
- in Deel 1, Vak IV, rubrieken B, C, D of E, rechtstreeks in mindering brengen van het bruto-inkomen van respectievelijk de werkloosheidsuitkeringen, de wettelijke uitkeringen bij ziekte of invaliditeit, de vervangingsinkomsten of de werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag, voor de verkrijgers van die inkomsten;
- in Deel 1, Vak V, rubriek A, 4, 'Niet ingehouden persoonlijke sociale bijdragen', voor de belastingplichtigen die een pensioen ontvangen;
- in Deel 2, Vak XVII, 10, 'Niet ingehouden persoonlijke sociale bijdragen', voor de belastingplichtigen die bezoldigingen van bedrijfsleiders ontvangen;
- in Deel 2, Vak XVIII, 7, c), 'Beroepskosten, andere dan die vermeld onder a en b', voor de verkrijgers van winst uit nijverheids-, handels-, of landbouwondernemingen;
- in Deel 2, Vak XIX, 9, 'Sociale bijdragen', voor de verkrijgers van baten van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden;
- in Deel 2, Vak XXI, 2, 'Sociale bijdragen', voor de belastingplichtigen die bezoldigingen van meewerkende echtgenoten of wettelijk samenwonende partners ontvangen;
- in Deel 2, Vak XXII, 7, b), 'Werkelijke beroepskosten betaald of gedragen na de stopzetting, andere dan die vermeld onder a', voor de verkrijgers van winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid.
Indien een belastingplichtige beroepsinkomsten verkrijgt die moeten worden vermeld in verschillende hiervoor vermelde vakken of rubrieken mag de bijdrage over deze verschillende vakken of rubrieken worden omgedeeld.
3. De ziekenfondsen zullen het bedrag van de 'persoonlijke bijdrage financiële verantwoordelijkheid' dat een belastingplichtige in 2016 heeft betaald via het systeem BELCOTAX aan de Algemene Administratie van de Fiscaliteit meedelen. Het bedrag van de betaalde 'persoonlijke bijdrage financiële verantwoordelijkheid' zal op de verzamelstaat taxatiegegevens worden vermeld. Deze verzamelstaat en de individuele attesten (fiches 281.82) kunnen geraadpleegd worden via Belcotax on web. De bedragen zullen eveneens automatisch opgenomen worden in het Taxi-systeem. De belastingplichtigen moeten bijgevolg het bewijs van betaling niet toevoegen bij de aangifte in de personenbelasting en de taxatiediensten moeten het bewijs van betaling niet vragen aan de belastingplichtigen.
4. De Kas der Geneeskundige Verzorging van HR Rail (voorheen 'Kas der geneeskundige verzorging van de NMBS Holding') is wat die verzamelstaat betreft evenwel niet toegetreden tot het systeem BELCOTAX. Eventueel door de Kas der Geneeskundige Verzorging van HR Rail geïnde bijdragen worden echter in principe reeds afgetrokken van de bruto-inkomsten om het bedrag te bepalen dat als belastbare bezoldiging op de fiche 281.10 of als belastbaar pensioen op de fiche 281.11 moet worden vermeld. Bijgevolg mag deze bijdrage niet worden vermeld in de aangifte. Wanneer in uitzonderlijke gevallen de geïnde bijdragen niet door de Kas der Geneeskundige Verzorging van HR Rail worden afgetrokken van de bruto-inkomsten om het bedrag te bepalen dat als belastbare bezoldiging op de fiche 281.10 of als belastbaar pensioen op de fiche 281.11 moet worden vermeld, zal de Kas der Geneeskundige Verzorging van HR Rail aan de betrokkenen een attest uitreiken. In dat geval mag de bijdrage wel worden vermeld in de aangifte. In voorkomend geval moeten de betrokkenen aan wie een attest wordt uitgereikt, dit attest ter beschikking houden van de administratie.
5. Behoudens tegenbericht zijn voormelde bepalingen mutatis mutandis van toepassing op de volgende aanslagjaren.
Interne ref.: 709.150
