Circulaire nr. AFZ/2000-0466 (AFZ 6/2002) dd. 12.03.2002

CIRC 6/2002

Circulaire nr. AFZ/2000-0466 (AFZ 6/2002) dd. 12.03.2002


AUTOMOBIELSECTOR

BELEGGINGSGOUD

BTW-NOTA

CENTRALISATIEBOEK

DAGBOEK VAN ONTVANGSTEN

ENIG REGISTER VOOR DE GARAGIST

FACTURERING

GARAGIST

VERLEGGING VAN DE HEFFING


Wijziging van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.

Aan alle ambtenaren van de taxatiediensten, sector BTW.

1. INLEIDING

In het Belgisch Staatsblad van 15 februari 2002 werd het koninklijk besluit van 6 februari 2002 gepubliceerd tot wijziging van het koninklijk besluit nr 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. Deze nieuwe bepalingen treden in werking op 1 april 2002.

Inzonderheid werden de artikels 1, 14, 15, 20bis, 22, 25, 28 en 29 van voornoemd koninklijk besluit gewijzigd. Die wijzigingen liggen in het verlengde van de maatregelen opgenomen in het actieplan van de Regeringscommissaris inzake de vereenvoudiging van de fiscale procedures en de strijd tegen de grote fiscale fraude (z. afdeling 1, § 7, XIII en XV, A en B en afdeling 2, § 3, I, H).

Deze aanschrijving bevat een eerste commentaar en een gecoördineerde tekst van de nieuwe bepalingen van dit koninklijk besluit.



2. VERHOGING VAN DE DREMPEL VOOR DE VERPLICHTE FACTURERING OPGELEGD AAN DE AUTOMOBIELSECTOR

De drempel voor de verplichte facturering voor de handelingen bedoeld in artikel 1, § 2, tweede lid, 9°, van het koninklijk besluit nr. 1 wordt verhoogd van 62 EUR tot 125 EUR.

Worden inzonderheid bedoeld :

  • de leveringen van onderdelen, toebehoren en uitrustingsstukken voor nieuwe of tweedehandse landvoertuigen bestemd voor personen- of goederenvervoer, voorzien van een motor met een cilinderinhoud van meer dan 48 kubieke centimeter of met een vermogen van meer dan 7,2 kilowatt en hun aanhangwagens, met inbegrip van de auto's voor dubbel gebruik en kampeerwagens;
  • de werken, het wassen uitgezonderd, verricht aan bedoelde voertuigen, met inbegrip van de levering van de goederen die worden verbruikt voor de uitvoering van deze werken.
Dezelfde regels zijn van toepassing ten aanzien van de jachten en plezierboten en de luchtvaartuigen bedoeld in artikel 1, § 2, l°, tweede en derde streepje, van het koninklijk besluit nr. 1.



3. DAGBOEK VAN ONTVANGSTEN PER BEDRIJFSZETEL EN CENTRALISATIEBOEK

Voor de handelingen waarvoor gebruik wordt gemaakt van de ontheffing van de factureringsplicht, verplicht artikel 14, § 2, 3°, nieuw, van het koninklijk besluit nr. 1 voortaan het houden van een dagboek van ontvangsten per bedrijfszetel.

Wanneer de onderneming over meerdere bedrijfszetels beschikt, zal zij bovendien een centralisatieboek moeten houden waarin per tarief, het totaalbedrag van de ontvangsten zal worden ingeschreven die in dat tijdvak in de verschillende dagboeken van ontvangsten werden ingeschreven.

Deze bepaling heeft voornamelijk de verbetering van de controlemaatregelen tot doel door te verplichten het dagboek van ontvangsten en de verantwoordingsstukken die betrekking hebben, te bewaren en ter inzage voor te leggen op de bedrijfszetel.

Het dagboek van ontvangsten evenals de verantwoordingsstukken en in voorkomend geval de dubbels van rekeningen of ontvangstbewijzen dienen zich op die bedrijfszetel te bevinden tot het verstrijken van de derde maand volgend op die waarin het dagboek werd afgesloten.

Overeenkomstig artikel 15, § 4, nieuw, van het koninklijk besluit nr. 1 wordt per bedrijfszetel het totale bedrag van de dagontvangsten van dag tot dag ingeschreven in het dagboek van ontvangsten.



4. MATERIELE VOORSTELLING VAN HET DAGBOEK VAN ONTVANGSTEN EN HET CENTRALISATIEBOEK

Artikel 15, § 1, tweede en derde lid, van het koninklijk besluit nr. 1 legt de materiële voorstelling vast van het dagboek van ontvangsten en van het centralisatieboek.

In tegenstelling tot het boek voor inkomende facturen en het boek voor uitgaande facturen, mogen het dagboek van ontvangsten en het centralisatieboek niet op losse bladen worden gehouden. De bladen van het dagboek van ontvangsten en van het centralisatieboek moeten worden genummerd uiterlijk op het tijdstip waarop die boeken in gebruik worden genomen.

Het vierde lid, nieuw, van artikel 15, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 bepaalt dat het dagboek van ontvangsten de handelingen dient op te nemen verricht tijdens, een periode van twaalf maanden.



5. VERLEGGING VAN DE HEFFING VOOR DE LEVERINGEN VAN BELEGGINGSGOUD

Artikel 20bis, § 2, 2°, nieuw, van het koninklijk besluit nr. 1 heeft tot doet een gebrek aan samenhang in de van kracht zijnde bepalingen recht te zetten.

Voor de leveringen van beleggingsgoud bedoeld in artikel 44bis, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek, verricht door een belastingplichtige die overeenkomstig het tweede of derde lid van diezelfde paragraaf heeft geopteerd voor de belastingheffing van die leveringen, dient de verschuldigde belasting te worden voldaan door de medecontractant indien hij zelf gehouden is tot het indienen van een aangifte bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek.



6. UITREIKING VAN EEN REKENING OF ONTVANGSTBEWIJS

Artikel 22, § 1, laatste lid, nieuw, van het koninklijk besluit nr. 1 schaft voortaan de verplichting af tot het uitreiken van een rekening of ontvangstbewijs voor zover een regelmatige factuur waarop de vermeldingen bedoeld in artikel 5, § 1 zijn aangebracht aan de klant wordt uitgereikt op het tijdstip waarop de dienst is beëindigd.



7. HET ENIG REGISTER VOOR ONDERNEMINGEN UIT DE AUTOMOBIELSECTOR

Het koninklijk besluit nr. 1 legde aan de ondernemingen uit de automobielsector een aantal verplichtingen op inzake het houden van registers :

  • het register voor werken aan motorvoertuigen, uitgezonderd het wassen (z. art. 28, § 1, oud);
  • het register van andere dan nieuwe voertuigen als bedoeld in artikel 8bis, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek bestemd voor de verkoop of waarvoor de belastingplichtige belast is met de verkoop ervan (z. art. 28, § 2, oud);
  • het register voor maakloonwerk en voor de goederen die aan de belastingplichtige worden toegezonden vanuit een andere lidstaat door of voor rekening van een in die andere lidstaat voor BTW-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige en die het voorwerp uitmaken van een expertise of een materieel werk, ander dan maakloonwerk (z. artikel 25, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit nr. l).
Overeenkomstig artikel 28, § 1, nieuw, van het koninklijk besluit nr. 1 dient elke belastingplichtige die in het kader van zijn economische activiteit geregeld één of meerdere van navolgende handelingen venicht voortaan per bedrijfszetel een register te houden van de motorvoertuigen die in zijn inrichting aanwezig zijn :

  • elke levering en/of dienstverrichting met betrekking tot een motorvoertuig, met uitzondering van het wassen;
  • elke levering van tweedehandse motorvoertuigen;
  • elke tussenkomst als tussenpersoon in de levering van tweedehandse motorvoertuigen.
Volgens het tweede lid, nieuw, van artikel 28, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 is het eerste lid van deze bepaling evenwel niet van toepassing op de belastingplichtigen die uitsluitend handelingen van montage, assemblage of constructie van motorvoertuigen verrichten.

Artikel 28, § 2, nieuw, van het koninklijk besluit nr. 1 somt de diverse verplichte vermeldingen op die de belastingplichtige moet aanbrengen in het register van zodra een voertuig in zijn inrichting wordt binnengebracht om er een van de handelingen beoogd in artikel 28, § 1, eerste lid, te ondergaan :

1 . een volgnummer;

2. de datum van binnenkomst van het voertuig in zijn inrichting;

3. de nummerplaat of, bij gebrek daaraan, het chassisnummer van het voertuig;

4. in voorkomend geval het identificatienummer van de opdrachtgever toegekend door een andere lidstaat;

5. een code die de aard van de handeling identificeert (te bepalen door of vanwege de Minister van Financiën);

6. de uitgaande datum wanneer het voertuig zijn inrichting verlaat;

7. de verwijzing naar de factuur of, bij gebrek daaraan, naar een ander verantwoordingsstuk bedoeld in artikel 15, § 2, of de reden waarom geen enkel stuk werd opgemaakt (door de belastingplichtige in te schrijven ten laatste op het einde van de maand volgend op die waarin het voertuig de inrichting heeft verlaten).

Op grond van artikel 28, § 4, eerste lid, nieuw, dient elk register dat niet sinds meer dan drie maanden is afgesloten op de bedrijfszetel te worden bewaard.

Op uitdrukkelijk verzoek van de ambtenaren van de administraties die de belasting over de toegevoegde waarde, de inkomstenbelasting en de douane en accijnzen onder hun bevoegdheid hebben, dient de belastingplichtige deze registers op de bedrijfszetel ter inzage voor te leggen.

NAMENS DE MINISTER :
De Adjunct-administrateur-generaal
van de belastingen,

Jean-Marc DELPORTE.



Bijlage 1













Bijlage 2

BASISTEKST

BASISTEKST AANGEPAST IN FUNCTIE VAN HET KB VAN 6.2.2002

Artikel 1.

Artikel 1.

(gewijzigd bij art. 1 van het KB van 25.2.1996, art. 1 van het KB van 30.12.1999 en art. 3 van het KB van 20.7.2000)

(gewijzigd bij art. 1 van het KB, van 25.2.1996, art. 1 van het KB van 30.12.1999, art. 3 van het KB van 20.7.2000en art. 1 van het KB van 6.2.2002)

§ 1. ( ... ).

§ 1. ( ... ).
§ 2. De in § 1 bedoelde belastingplichtige is ervan ontheven een factuur uit te reiken wanneer hij goederen levert of diensten verstrekt aan natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik.

§ 2. De in § 1 bedoelde belastingplichtige is ervan ontheven een factuur uit te reiken wanneer hij goederen levert of diensten verstrekt aan natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik.

Deze ontheffing is niet van toepassing op de hiema vermelde handelingen :Deze ontheffing is niet van toepassing op de hierna vermelde handelingen :

1° (...);

1° (...);

2° (...);2° (...);
3° (...);3° (...);
4° (...);4° (...);
5° (...);5° (...);
6° (...);6° (...);
7° (...);7° (...);
8° (...);8° (...);
9° de leveringen van onderdelen, toebehoren en uitrustingsstukken voor de onder l° vermelde goederen, alsook de werken, het wassen uitgezonderd, verricht aan deze goederen, met inbegrip van de levering van de goederen die worden verbruikt voor de uitvoering van deze werken, wanneer de prijs, met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde, meer bedraagt dan 62,00 EUR;9° de leveringen van onderdelen, toebehoren en uitrustingsstukken voor de onder l' vermelde goederen, alsook de werken, het wassen uitgezonderd, verricht aan deze goederen, met inbegrip van de levering van de goederen die worden verbruikt voor de uitvoering van deze werken, wanneer de prijs, met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde, meer bedraagt dan 125,00 EUR;

10° (...);10° (...);
11° (...);11° (...);
12° (...);12° (...);
13° (...);13° (...);
Artikel 14. Artikel 14.

(gewijzigd bij art. 4 van het KB van 25.2.1996)

(gewijzigd bij art. 4 van het KB van 25.2.1996 en art. 2 van het KB van 6.2.2002)

§ 1. ( ... ).§ 1. (...).
§ 2. De boekhouding van de belastingplichtigen, behalve van degenen die uitsluitend handelingen verrichten bedoeld in artikel 8bis van het Wetboek, bevat inzonderheid de volgende boeken :§ 2. De boekhouding van de belastingplichtigen, behalve van degenen die uitsluitend handelingen verrichten bedoeld in artikel 8bis van het Wetboek, bevat inzonderheid de volgende boeken

1° (...);1° (...);
2° (...);2° (...);
3° een dagboek waarin zij de ontvangsten inschrijven met betrekking tot de handelingen waarvoor zij gebruik maken van de ontheffing van de factureringsplicht waarin artikel 1, § 2, voorziet. 3° een dagboek per bedrijfszetel waarin zij de ontvangsten inschrijven met betrekking tot de handelingen waarvoor zij gebruik maken van de ontheffing van de factureringsplicht waarin artikel 1, § 2, voorziet.

Het dagboek van ontvangsten met betrekking tot de in de bedrijfszetel verrichte handelingen alsook de verantwoordingsstukken bedoeld in artikel 15, § 2, die erop betrekking hebben met inbegrip van, in voorkomend geval, de in artikel 22 bedoelde dubbels van de rekeningen of van de ontvangstbewijzen, dienen zich op die bedrijfszetel te bevinden tot het verstrijken van de derde maand volgend op die waarin het genoemd dagboek werd afgesloten.

De belastingplichtigen die over meerdere bedrijfszetels beschikken moeten bovendien een centralisatieboek bijhouden waarin zij op het einde van elke aangifteperiode, per tarief, het totaalbedrag van de ontvangsten inschrijven van dat tijdvak, ingeschreven in de verschillende dagboeken van ontvangsten.

§ 3. (...);

§ 3. (...);

§ 4. (...);§ 4. (...);
§ 5. (...);§ 5. (...);
§ 6. (...).§ 6. (...).
Artikel 15.

Artikel 15.
(gewijzigd bij art. 2 van het KB van 26.11.1998 en de art. 3 en 6 van het KB van 20.7.2000)

(gewijzigd bij art. 2 van het KB van 26.11.1998 en de art. 3 en 6 van het KB van 20.7.2000 en de art. 3 en 4 van het KB van 6.2.2002)

§ 1. De boeken die deel uitmaken van de boekhouding vormen, ieder naargelang zijn oogmerk, een doorlopende reeks; uiterlijk op het tijdstip van gebruik worden zij geïdentificeerd door de precisering van dit oogmerk, hun plaats in deze reeks, de naam of de maatschappelijke benaming van de belastingplichtige of van de nietbelastingplichtige rechtspersoon en zijn in artikel 50 van het Wetboek bedoelde BTW-identificatienummer.

§ 1. De boeken die deel uitmaken van de boekhouding vormen, ieder naargelang zijn oogmerk, een doorlopende reeks; uiterlijk op het tijdstip van gebruik worden zij geïdentificeerd door de precisering van dit oogmerk, hun plaats in deze reeks, de naam of de maatschappelijke benaming van de belastingplichtige of van de nietbelastingplichtige rechtspersoon en zijn in artikel 50 van het Wetboek bedoelde BTW-identificatienummer.

De boeken bedoeld in artikel 14 mogen worden gehouden op losse bladen, met uitzondering van het dagboek van ontvangsten bedoeld in § 2, 3°, van dit artikel. De boeken bedoeld in artikel 14 mogen worden gehouden op losse bladen, met uitzondering van het dagboek van ontvangsten en het centralisatieboek bedoeld in § 2, 3°, van dit artikel. De losse bladen moeten genummerd worden uiterlijk op het tijdstip waarop deze bladen in gebruik worden genomen.

De losse bladen van de in het vorige lid beoogde boeken en de bladen van het dagboek van ontvangsten moeten genummerd worden, uiterlijk op het tijdstip waarop deze bladen of dit dagboek in gebruik worden genomen. De bladen van het dagboek van ontvangsten en van het centralisatieboek bedoeld in artikel 14, § 2, 3°, moeten genummerd worden uiterlijk op het tijdstip waarop die boeken in gebruik worden genomen.

Het dagboek van ontvangsten dient de handelingen op te nemen verricht tijdens een periode van twaalf maanden.

§ 2. (...).§ 2. (...).
§ 3. (...).§ 3. (...).
§ 4. Het totale bedrag van de dagontvangsten wordt van dag tot dag ingeschreven in het dagboek van ontvangsten.

§ 4. Per bedrijfszetel wordt het totale bedrag van de dagontvangsten van dag tot dag ingeschreven in het dagboek van ontvangsten.

Een afzonderlijke inschrijving met vermelding van de aard van de verkochte goederen is evenwel noodzakelijk voor de ontvangsten die voortkomen van de levering van goederen waarvan de prijs, per in de handel gebruikelijke eenheid, meer bedraagt dan 250,00 EUR, belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen.

Een afzonderlijke inschrijving met vermelding van de aard van de verkochte goederen is evenwel noodzakelijk voor de ontvangsten die voortkomen van de levering van goederen waarvan de prijs, per in de handel gebruikelijke eenheid, meer bedraagt dan 250,00 EUR, belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen.

De in het vorige lid bedoelde afzonderlijke inschrijving mag worden vervangen door een dagelijkse globale inschrijving wanneer de verantwoordingsstukken die moeten worden opgesteld, benevens de ontvangst, de aard van de verkochte goederen nauwkeurig vermelden.

De in het vorige lid bedoelde afzonderiijke inschrijving mag worden vervangen door een dagelijkse globale inschrijving wanneer de verantwoordingsstukken die moeten worden opgesteld, benevens de ontvangst, de aard van de verkochte goederen nauwkeurig vermelden.

Wanneer de ontvangsten onderworpen zijn aan verschillende tarieven, worden ze per tarief ingeschreven. In de gevallen en onder de voorwaarden die zij bepalen, kan door of vanwege de Minister van Financiën nochtans van dit voorschrift worden afgeweken door toe te staan dat de ontvangsten worden ingeschreven zonder onderscheid te maken naargelang het belastingtarief en dat aangepaste methodes worden aangewend voor het uitsplitsen van deze ontvangsten per tarief.

Wanneer de ontvangsten onderworpen zijn aan verschillende tarieven, worden ze per tarief ingeschreven. in de gevallen en onder de voorwaarden die zij bepalen, kan door of vanwege de Minister van Financiën nochtans van dit voorschrift worden afgeweken door toe te staan dat de ontvangsten worden ingeschreven zonder onderscheid te maken naargelang het belastingtarief en dat aangepaste methodes worden aangewend voor het uitsplitsen van deze ontvangsten per tarief.

Bovendien worden op het einde van elke aangifteperiode, per tarief, het totaalbedrag van de maatstaf van heffing en van de overeenkomstige belasting met betrekking tot de periode ingeschreven.

Bovendien worden op het einde van elke aangifteperiode, per tarief, het totaalbedrag van de maatstaf van heffing en van de overeenkomstige belasting met betrekking tot de periode, naargelang het geval, in het enige dagboek van ontvangsten of in het centralisatieboek ingeschreven.

Artikel 20bis.

Artikel 20bis.

(ingevoegd bij art. 2 van het KB van 30.12.1999)

(ingevoegd bij art. 2 van het KB van 30.12.1999 en gewijzigd bij art. 5 van het KB van 6.22002)

§ 1. (... ).§ 1. (... ).
§ 2. Worden beoogd in dit artikel :

§ 2. Worden beoogd in dit artikel :
1° ( ... );1° ( ... );
2° de leveringen van beleggingsgoud bedoeld in artikel 1, § 2, tweede lid, 13°, van dit besluit, verricht door een belastingplichtige die overeenkomstig artikel 44bis, § 1, tweede of derde lid, van het Wetboek, heeft geopteerd voor de belastingheffing van die leveringen.

2° de leveringen van beleggingsgoud bedoeld in artikel 44bis, § 1, eerste lid, van het Wetboek, verricht door een belastingplichtige die overeenkomstig het tweede of het derde lid van dezelfde paragraaf, heeft geopteerd voor de belastingheffing van die leveringen.

§ 3. (...).§ 3. (...).
§ 4. (...).§ 4. (...).
Artikel 22.Artikel 22.
(gewijzigd bij art. 2 van het KB van 16.12.1998)

(gewijzigd bij art. 2 van het KB van 16.12.1998 en art. 6 van het KB van 6.2.2002)

§ 1. De belastingplichtige is gehouden aan zijn klant een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken voor de volgende handelingen :

§ 1. De belastingplichtige is gehouden aan zijn klant een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken voor de volgende handelingen :

1° (...);1° (...);
2° (...);2° (...);
3° (...).3° (...).
De belastingplichtige is er evenwel niet toe gehouden de rekening of het ontvangstbewijs op te maken voor zover hij op het tijdstip waarop de dienst is beëindigd aan de klant een factuur uitreikt waarop de vermeldingen, genoemd in artikel 5, § 1, zijn aangebracht.

§ 2. (...).§ 2. (...).
§ 3. (...).§ 3. (...).
§ 4. (...).§ 4. (...).
§ 5. (...).§ 5. (...).
§ 6. (...).§ 6. (...).
§ 7. (...).§ 7. (...).
§ 8. (...).§ 8. (...).
§ 9. (...).§ 9. (...).
Artikel 25.Artikel 25.
(gewijzigd bij art. 6 van het KB van 25.2.1996)(gewijzigd bij art. 6 van het KB van 25.2.1996 en art. 7 van het KB van 6.2.2002)
§ 1. (...).§ 1. (...).
§ 2. (...).§ 2. (...).
§ 3. De bepalingen van de §§ 1 en 2 zijn niet van toepassing op de handelingen die in het register bedoeld in artikel 28, § 1 moeten worden ingeschreven
Artikel 28.Artikel 28.
(gewijzigd bij art 3 van het KB van 22.11.1994)

(gewijzigd bij art 3 van het KB van 22.11.1994 en art. 8 van het KB van 6.2.2002)
§ 1. De garagisten en meer algemeen de belastingplichtigen die aan motorvoertuigen werken verrichten, het wassen uitgezonderd, moeten een register houden waarin zij, voor ieder voertuig dat zij aan voormelde werken onderwerpen, inschrijven :

§ 1. Per bedrijfszetel dient elke belastingplichtige die, in het kader van zijn economische activiteit regelmatig één of meerdere van de volgende handelingen verricht, een register bij te houden van de motorvoertuigen die in zijn inrichting aanwezig zijn :
1° vóór de aanvang van het werk : de datum, alsmede de nummerplaat van het voertuig;

1° elke levering en/of dienstverrichting betreffende een motorvoertuig, met uitzondering van het wassen van goederen bedoeld in artikel 22, § 1, 3°;
2° na de voltooiing van het werk : een verwijzing naar de factuur die aan de klant wordt uitgereikt of, indien geen factuur werd uitgereikt, de reden daarvan.

2° elke levering van tweedehandse motorvoertuigen;
3° elke tussenkomst als tussenpersoon in de levering van tweedehandse motorvoertuigen.
De in het eerste lid bedoelde bepaling is evenwel niet van toepassing op de belastingplichtigen die uitsluitend handelingen van montage, assemblage of constructie van motorvoertuigen verrichten.

§ 2. Elke belastingplichtige die gewoonlijk vervoermiddelen levert, moet een register houden waarin hij, voor ieder voertuig dat hij bestemt voor de verkoop of waarvoor hij belast is met de verkoop, ander dan een nieuw vervoermiddel als bedoel in artikel 8bis, § 2, 2°, van het Wetboek en dan een vervoermiddel onderworpen aan de in artikel 58, § 4, van het Wetboek bedoelde regeling, inschrijft : § 2. De betrokken belastingplichtige dient het register bedoeld van § 1 aan te vullen door het inschrijven van :

l° op het tijdstip van het binnenkomen van het voertuig in zijn onderneming, de datum, het chassisnummer, het merk, het model en, indien het voertuig erover beschikt, de nummerplaat, alsmede, naargelang van het geval, een verwijzing naar de aankoopfactuur, naar het in artikel 7 of in artikel 10 bedoeld stuk of nog, de naam en het adres van zijn last- of opdrachtgever; 1° zodra een voertuig binnenkomt in zijn inrichting teneinde er liet voorwerp uit te maken van een handeling bedoeld in § 1, een volgnummer, de datum van binnenkomst van het voertuig in zijn inrichting, de nummerplaat of, bij gebrek daaraan, het chassisnummer van het voertuig en, in voorkomend geval, het identificatienummer van de opdrachtgever toegekend door een andere lidstaat en de door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen code die de aard van de handeling identificeert;

2° op het tijdstip van de levering van het voertuig, de datum van de levering alsook een verwijzing naar de factuur of naar het als -zodanig geldend stuk dat hij uitreikt of naar het in artikel 6 bedoeld stuk dat hij ontvangt.

2° wanneer het voertuig zijn inrichting verlaat, de uitgaande datum;

3° ten laatste op het einde van de maand volgend op die waarin het voertuig zijn inrichting heeft verlaten, een verwijzing naar de factuur of, bij gebrek daaraan, naar een ander verantwoordingsstuk bedoeld in artikel 15, § 2, of de reden waarom geen enkel stuk werd opgemaakt.

§ 3. De belastingplichtige die handelingen verricht bedoeld zowel in § 1 als in § 2, houdt slechts één enkel register voor zover alle door deze bepalingen bedoelde vermeldingen erin ingeschreven zijn.

§ 3. Voor de toepassing van onderhavig artikel dient te worden verstaan onder :

1° motorvoertuigen, de landvoertuigen uitgerust met een motor onderworpen aan de reglementering betreffende de inschrijving;

2° tweedehandse motorvoertuigen, de hiervoor bedoelde voertuigen, met inbegrip van de voertuigen bedoeld in artikel 8bis, § 2, eerste lid, 20. van het Wetboek welke als zodanig of na herstelfing geschikt zijn om opnieuw te worden gebruikt.

§ 4. Tijdens de uren dat de inrichting toegankelijk is voor de klanten, moet het in gebruik zijnde register zich in de beroepslokalen bevinden. De belastingplichtige moet dit register, zonder verplaatsing, ter inzage voorleggen op ieder verzoek, niet alleen van de ambtenaren en beambten van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, maar ook van de ambtenaren en beambten van de Administratie der douane en accijnzen en van de Administratie der directe belastingen.

§ 4. De registers bijgehouden voor de toepassing van dit artikel, andere dan die welke sinds meer dan drie maanden zijn afgesloten, moeten zich op de bedrijfszetel bevinden.

Op uitdrukkelijk verzoek van de ambtenaren van de administraties die bevoegd zijn voor de belasting over de toegevoegde waarde, de inkomstenbelasting en de douane en accijnzen, dient de belastingplichtige de in het vorig lid bedoelde registers op de bedrijftzetel ter inzage voor te leggen.
Artikel 29. Artikel 29.
(gewijzigd bij art. 9 van het KB van 6.2.2002)

De inschrijvingen in de registers bedoeld in de artikelen 23, 25 en 28 worden zonder enig wit vlak noch leemte verricht; in geval van verbetering moet de oorspronkelijke inschrijving leesbaar blijven. Vóór elk gebruik moeten de registers genummerd worden en vervolgens voorgelegd worden op het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert.

De inschrijvingen in de registers bedoeld in de artikelen 23, 25 en 28 worden zonder enig wit vlak noch leemte verricht; in geval van verbetering moet de oorspronkelijke inschrijving leesbaar blijven. Vóór elk gebruik moeten de registers genummerd worden en vervolgens voorgelegd worden om geviseerd en geparafeerd te worden op het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert.

In de gevallen die zij bepalen kan door of vanwege de Minister van Financiën vergunning worden verleend om de in de artikelen 23, 25 en 28 bedoelde registers te houden op losse bladen of op een geïnformatiseerde wijze.

In de gevallen die zij bepalen kan door of vanwege de Minister van Financiën vergunning worden verleend om de in de artikelen 23, 25 en 28 bedoelde registers te houden op losse bladen of op een geïnformatiseerde wijze.