Circulaire 2019/C/117 over de fiscale behandeling van financiële opbrengsten uit auteursrechten in het kader van het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten

Deze circulaire verduidelijkt de modaliteiten van belasting van de financiële opbrengsten uit auteursrechten en naburige rechten zoals bedoeld in art. 17, § 1, 5°, WIB 92, waarvan de inning verzekerd wordt door een beheersvennootschap van auteursrechten.

inkomstenbelastingen; roerende inkomsten; inkomsten uit auteursrechten; beheersvennootschappen; roerende voorheffing

FOD Financiën, 25.10.2019
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Vennootschapsbelasting

Inhoudstafel

1. Reglementering inzake auteursrechten en naburige rechten
2. Fiscale gevolgen

2.1. Algemene principes betreffende de fiscale behandeling van inkomsten uit auteursrechten
2.2. Fiscale behandeling van toepassing op de financiële opbrengsten opgebracht door belegging van de bedragen die zijn geïnd als inkomsten uit auteursrechten

1. Deze circulaire heeft betrekking op de toepasselijke fiscale behandeling van inkomsten uit financiële beleggingen door beheersvennootschappen (1) met de bedragen die ze hebben verkregen voor de rechthebbenden in het kader van hun opdracht als beheersvennootschap van auteursrechten en naburige rechten. De vragen in verband met de RV worden in het bijzonder besproken.

(1) Vennootschappen zoals bedoeld in art. I.16, § 1, 4°, van het Wetboek van Economisch Recht (hierna WER).

1. Reglementering inzake auteursrechten en naburige rechten

De gegevens opgenomen onder deze titel zijn afkomstig van de FOD Economie.

2. Het basisprincipe dat auteursrechten toebehoren aan de auteurs was reeds verankerd in art. 1, W 22.03.1886 (2) en werd vervolgens bevestigd door art. 1, W 30.06.1994 (3). Het is momenteel het voorwerp van art. XI.165, § 1, WER.

(2) Auteurswet van 22.03.1886 (BS 26.03.1886).
(3) Wet van 30.06.1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten (BS 27.07.1994).

Aangezien de rechten toebehoren aan de rechthebbenden, behoren ook de door die rechten opgebrachte financiële opbrengsten toe aan de rechthebbenden. De vermogensrechten, en bijgevolg ook de financiële opbrengsten uit deze rechten, zijn evenwel overdraagbaar (4). Het collectieve beheer van de auteursrechten en de naburige rechten door de beheersvennootschappen berust echter niet op een overdracht van de rechten, maar op een overdracht van het beheer van de rechten, die soms als een fiduciaire overdracht wordt bestempeld.

(4) Zoals reeds werd aangegeven in art. 3, W 22.03.1886, vervolgens in art. 3, W 30.06.1994 en momenteel in art. XI.167, § 1, WER.

3. Zo bepaalt art. I.16, § 1, 4° en 5°, WER dat de activiteit van collectief beheer erin bestaat 'auteursrechten of naburige rechten te beheren namens meer dan één rechthebbende' (5). Bijgevolg blijven de rechten, in het kader van het collectief beheer, toebehoren aan de rechthebbenden.

(5) Dezelfde uitdrukking vinden we in art. 3 van de Richtlijn 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26.02.2014 betreffende het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten en de multiterritoriale licentieverlening van rechten inzake muziekwerken voor het online gebruik ervan op de interne markt (Publ. L 84/72 van 20.03.2014) (hierna Richtlijn 2014/26/EU).

Daarbij voorzag de wetgeving voorafgaand aan het WER het volgende: 'De beheersvennootschap maakt een onderscheid tussen enerzijds het vermogen dat gevormd wordt door de rechten die geïnd en beheerd worden voor rekening van de houders van de door deze wet erkende rechten, en anderzijds haar eigen vermogen dat gevormd wordt door de vergoeding voor haar diensten van beheer en door de inkomsten van haar andere activiteiten of van haar eigen vermogen' (6). Die bepaling vermeldde niet uitdrukkelijk de door de rechten opgebrachte financiële opbrengsten. Dat laatstgenoemde element werd dan ook uitdrukkelijk vermeld in het KB 25.04.2014 (7) waarvan art. 3, § 1, 3° vermeldt dat de beheersvennootschap 'een afscheiding moet verzekeren tussen enerzijds het vermogen dat gevormd wordt door de rechten die geïnd en beheerd worden voor rekening van de rechthebbenden dat ook de financiële opbrengsten omvat die voortvloeien uit hun beheer, en anderzijds haar eigen vermogen dat gevormd wordt door de vergoeding voor haar diensten van beheer en door de inkomsten van haar andere activiteiten of van haar eigen vermogen'.

(6) Zie art. 65ter, § 3, W 30.06.1994, ingevoegd door art. 9, W 10.12.2009 tot wijziging van de wet van 30.06.1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten wat het statuut van en de controle op de vennootschappen voor het beheer van de rechten betreft.
(7) Koninklijk besluit van 25.04.2014 betreffende de administratieve en boekhoudkundige organisatie, de interne controle, de boekhouding en de jaarrekeningen van de vennootschappen voor het beheer van auteursrechten en naburige rechten alsook betreffende de informatie die zij moeten verschaffen.

4. Vervolgens heeft de wet zelf bevestigd dat de financiële opbrengsten buiten het eigen vermogen van de beheersvennootschap blijven. Ze voorziet het volgende: 'De beheersvennootschap maakt een onderscheid tussen enerzijds het vermogen dat gevormd wordt door de rechten die geïnd en beheerd worden voor rekening van de houders van de door deze titel erkende rechten, alsook door alle ontvangsten voortvloeiend uit de investering van de inkomsten gevormd door de rechten, en anderzijds haar eigen vermogen dat gevormd wordt door de vergoeding voor haar diensten van beheer en door de inkomsten van haar andere activiteiten of van haar eigen vermogen' (8).

(8) Zie art. XI.248/9, § 2, WER, dat het oude art. 65ter, § 3, W 30.06.1994 vervangt. Die toevoeging betreffende de financiële opbrengsten vloeit voort uit de omzetting van art. 11.3 van de voornoemde Richtlijn 2014/26/EU, dat de collectieve beheersorganisaties ertoe verplicht hun eigen vermogen te scheiden van het vermogen dat gevormd wordt door de rechten en de 'inkomsten uit de belegging van rechteninkomsten'. Art. 11.4 van dezelfde richtlijn bepaalt ook dat 'het een collectieve beheersorganisatie niet is toegestaan om… inkomsten uit de belegging van rechteninkomsten te gebruiken voor andere doeleinden dan uitkering aan de rechthebbenden', met evenwel de volgende afzwakking: 'behalve wanneer het haar is toegelaten om haar beheerskosten in te houden… in overeenstemming met een besluit (genomen door de Algemene Vergadering)'. Dit werd overgenomen in het Belgisch recht in art. XI.251, WER.

5. De verdeling van de financiële opbrengsten aan de rechthebbenden levert praktische problemen op. Om de betrokken bedragen exact te verdelen, moet op het moment dat de rechthebbende wordt betaald immers worden berekend hoeveel tijd er is verstreken sinds de inning, welk deel van de geïnde bedragen moet worden afgetrokken om de beheerskosten en andere elementen te dekken (bijdrage aan het organieke fonds, bedragen bestemd voor sociale, culturele of educatieve doeleinden, vergoeding van de financiële instellingen om de betrokken activa te laten renderen) en welke inkomsten werden opgebracht door de betrokken bedragen in de betreffende periode.

De beheersvennootschappen die dat willen, kunnen op die manier te werk gaan, maar ze kunnen ook een gemakkelijkere methode gebruiken, namelijk globalisatie. Dat is waarin wordt voorzien in het Verslag aan de Koning bij het KB 25.04.2014 (9) waar staat: 'Teneinde de… verwerking… beheersbaar te houden, kunnen de interesten per inningsjaar geglobaliseerd worden tot op het niveau van een inningsrubriek… Concreet zal deze globalisatie van de interesten betekenen dat op het einde van het boekjaar de beheersvennootschap de in de loop van het boekjaar gegenereerde interesten in functie van de respectievelijke belangrijkheid van de betrokken inningsrubriek, kan toevoegen aan de inningsrubriek. Indien bijvoorbeeld bij een verdeling in een jaar X van alle door een beheersvennootschap geïnde sommen blijkt dat 5 % van de inningen betrekking had op de reproductie van werken van grafische en beeldende kunst, dan mag 5 % van de interest die dat jaar gegenereerd werd door de vennootschap aan de inningsrubriek reproductie van werken van grafische en beeldende kunst worden toegewezen.'

(9) Zie commentaar bij art. 16, BS 27.06.2014, blz. 48.251, laatste lid.

2. Fiscale gevolgen

2.1. Algemene principes betreffende de fiscale behandeling van inkomsten uit auteursrechten

6. Voor een overzicht van de algemene principes die van toepassing zijn op de inkomsten uit auteursrechten op het vlak van de inkomstenbelastingen, wordt verwezen naar de volgende adm. circ.:

- Circ. van 04.09.2014 (10) betreffende de kwalificatie van de inkomsten die zijn verkregen door een natuurlijke persoon die een cessie of concessie van auteursrechten of naburige rechten heeft verleend in het kader van zijn beroepswerkzaamheid;

- Circ. van 02.07.2014 (11) die de modaliteiten uiteenzet van aangifte en belastbaarheid van de inkomsten van buitenlandse oorsprong die zijn verkregen uit de cessie of de concessie van auteursrechten in het geval die inkomsten door de buitenlandse schuldenaar rechtstreeks worden betaald op een Belgische bankrekening van een verkrijger natuurlijke persoon.

(10) Circ. van 04.09.2014, ref. AAFisc nr. 36/2014, Ci.RH.231/631.675.
(11) Circ. van 02.07.2014, ref. AAFisc nr. 28/2014, Ci.RH.233/632.229.

a. Inhouding van de roerende voorheffing (RV) door de beheersvennootschap

7. Ten name van de erkendebeheersvennootschap wordt van de inning van de RV aan de bron afgezien wanneer ze inkomsten uit auteursrechten voor rekening van de rechthebbenden ontvangt (12).

(12) Zie het antwoord op de mondelinge parlementaire vraag nr. 12.716 van Volksvertegenwoordiger Luk Van Biesen (Kamer, Commissie voor de Financiën en de Begroting van 22.04.2009, CRIV 52-COM 531, p. 40).

Op het ogenblik dat de betrokken beheersvennootschap de inkomsten uit auteursrechten aan de rechthebbenden betaalt, is ze de schuldenaar van de RV en moet ze de verplichtingen op dat vlak nakomen (indienen van de aangifte nr. 273S, inhouding en storting aan de Schatkist). Voor niet-inwoners begunstigden, kan eventueel een vermindering of een vrijstelling van de RV aan de bron worden toegepast overeenkomstig de bepalingen van de dubbelbelastingverdragen (en mits het indienen van de daarvoor voorziene aanvraag).

De voorheffing is een wijze waarop de belasting, die verschuldigd is door de verkrijger van de inkomsten, wordt geheven. De inhouding ervan aan de bron door de beheersvennootschap heeft geen invloed op de resultatenrekening van deze laatste.

b. Commissielonen van de tussenpersoon

8. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de commissielonen die door (erkende of niet erkende) beheersvennootschappen worden verkregen in het kader van overeenkomsten, gesloten met de rechthebbenden, niet mogen worden afgetrokken van de inkomsten uit de auteursrechten voor de berekening van de verschuldigde RV wanneer toepassing wordt gemaakt van het kostenforfait.

Aldus mogen, voor de berekening van de RV, de commissielonen en andere beheerskosten ten laste van de rechthebbende niet worden afgetrokken van het brutobedrag van de inkomsten die voor zijn rekening werden geïnd.

2.2. Fiscale behandeling van toepassing op de financiële opbrengsten opgebracht door belegging van de bedragen die zijn geïnd als inkomsten uit auteursrechten

a. Aard van de financiële opbrengsten die voortkomen uit de belegging van inkomsten uit auteursrechten

9. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de inkomsten uit auteursrechten en de opbrengsten uit hun belegging: het gaat over categorieën van inkomsten die op fiscaal vlak een verschillende aard hebben.

De interesten (13) uit de belegging van de inkomsten uit auteursrechten, zijn belastbare roerende inkomsten zoals bedoeld in art. 17, § 1, 2°, WIB 92, en geen inkomsten uit auteursrechten.

(13) Volgens art. XI.250, WER, mogen de rechteninkomsten en inkomsten uit de belegging van rechteninkomsten aan de kant van de beheersvennootschappen slechts het voorwerp van niet-speculatieve beleggingen zijn. Bijgevolg verkrijgt de beheersvennootschap in principe geen dividenden.

Bijgevolg komen deze inkomsten (en bijhorende RV) niet in aanmerking voor de aangifte in de RV nr. 273S, die uitsluitend betrekking heeft op inkomsten uit auteursrechten. Omwille van diezelfde reden worden deze inkomsten evenmin in aanmerking genomen voor het opstellen van de individuele fiches 281.45 (en de bijhorende samenvattende opgave 325.45).

b. Verkrijgers van de financiële opbrengsten die voortkomen uit de belegging van inkomsten uit auteursrechten

10. De rol van een beheersvennootschap bestaat er voornamelijk in om voor rekening van de rechthebbenden, de door de gebruikers aan de rechthebbenden verschuldigde bedragen te innen en te beheren, om deze aan de rechthebbenden te kunnen overmaken.

In afwachting van de betaling van de inkomsten uit auteursrechten aan de rechthebbenden, kan de beheersvennootschap die bedragen beleggen voor rekening van de rechthebbenden.

Het zijn dus de rechthebbenden die recht hebben op de financiële opbrengsten die voortkomen uit de belegging van de inkomsten uit de auteursrechten, en niet de beheersvennootschap.

Net zoals de inkomsten uit de auteursrechten, maken deze inkomsten geen deel uit van het vermogen van de beheersvennootschap en zijn ze bijgevolg niet belastbaar ten name van deze laatste. Deze situatie wordt weergegeven bij het voeren van de boekhouding zoals voorgeschreven in het voormelde KB 25.04.2014.

c. Toepassing van de RV op de financiële opbrengsten opgebracht door de belegging van de inkomsten uit auteursrechten

11. De interesten die voortkomen uit de beleggingen die de beheersvennootschap heeft gedaan voor rekening van de rechthebbenden en die betrekking hebben op de inkomsten uit auteursrechten zijn, zoals inkomsten uit kapitalen, in principe aan de inhouding van de RV aan de bron onderworpen.

12. Voor de aanwijzing van de schuldenaar van de RV moet rekening worden gehouden met de Belgische of buitenlandse oorsprong van de inkomsten.

Voor de inkomsten van Belgische oorsprong liggen de verplichtingen inzake de aangifte, de inhouding en de storting van de RV bij de schuldenaar van de inkomsten (bijv.: de uitgevende vennootschap van de rentegevende obligatie). Voor de inkomsten van buitenlandse oorsprong, liggen deze verplichtingen bij de eerste in België gevestigde tussenpersoon die op enige wijze tussen beide komt bij de uitbetaling van de inkomsten, tenzij hem wordt bewezen dat een vorig tussenpersoon de RV heeft ingehouden (14). In voorkomend geval is de beheersvennootschap de eerste Belgische tussenpersoon.

(14) Zie art. 261, WIB 92.

In principe zijn de interesten uit de beleggingen niet onderworpen aan de RV wanneer ze door de beheersvennootschap worden overgedragen aan de verkrijgers van de inkomsten uit auteursrechten.

13. Aangezien de financiële opbrengsten die voortkomen uit de belegging van de inkomsten uit auteursrechten toekomen aan de rechthebbenden, mag de aan de bron ingehouden RV op die opbrengsten in mindering van de ten name van deze rechthebbenden gevestigde inkomstenbelasting worden gebracht (15).

(15) Zie inzonderheid art. 249 en 279, WIB 92.

Ten name van de beheersvennootschap is de vraag over het aftrekbaar karakter van de RV met betrekking tot deze opbrengsten zonder voorwerp. Bovendien kan deze voorheffing in geen enkel geval worden verrekend met de door deze vennootschap verschuldigde belasting.

NAMENS DE MINISTER:

Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

Danny DELVAUX

Adviseur-generaal

Interne ref.: 716.711