Circulaire nr. Ci.RH.243/539.571 dd. 16.05.2001

CIRC 16.05.01/1

Circulaire nr. Ci.RH.243/539.571 dd. 16.05.2001


Bull. nr. 828, pag. 1801-1803

BEROEPSKOSTEN
Werkgeversbijdrage voor een pensioenfonds
Werkgeversbijdrage voor groepsverzekering

GROEPSVERZEKERING
Werkgeversbijdrage voor groepsverzekering

PENSIOENFONDS
Werkgeversbijdrage voor een pensioenfonds


Belastingstelsel van de bijdragen voor aanvullende vezekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood en van sommige pensioenen en renten of als zodanig geldende kapitalen.

  • vaststelling van het wettelijk rustpensioen waarmee rekening gehouden moet worden voor de berekening van de beperking van de totale maximumtoekenning bij leven die gevestigd kan worden d.m.v. bijdragen die aftrekbaar zijn als beroepskosten;
  • indexering van de lopende renten.
Actualiserring van de bedragen.

Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.

INLEIDING

1. Deze circulaire actualiseert de bedragen die van toepassing zijn inzake de beperking van de toekenningen bij leven die kunnen verzekerd worden door middel van bijdragen welke overeenkomstig art. 59 WIB 92 als beroepskosten aftrekbaar zijn.

GRENS VAN DE BRUTOBEZOLDIGINGEN - WETTELIJK RUSTPENSIOEN

A. Werknemers

2. De in nr. 59/29, tweede lid, Com.IB 92 vermelde grens van de brutobezoldigingen die in aanmerking komen voor de vaststelling van het wettelijk rustpensioen, bedraagt voor het jaar 2000 1.485.935 BEF (36.835,37 EUR). Wat het jaar 1999 betreft wordt verwezen naar de circ. Ci.RH.243/376.395 van 8 mei 2000.

B. Bedrijfsleiders die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn

3. De in nr. 195/12, Com.IB 92 vermelde grens van de brutobezoldigingen die in aanmerking komen voor de vaststelling van het wettelijk rustpensioen, bedraagt:

  • 1.889.218 BEF (46.832,49 EUR) voor het jaar 1999;
  • 1.916.370 BEF (47.505,57 EUR) voor het jaar 2000.
Het wettelijk minimumpensioen, waarvan sprake is in datzelfde nr., bedraagt:

  • 250.995 BEF (6.222,00 EUR) voor het jaar 1999;
  • 256.017 BEF (6.346,50 EUR) voor het jaar 2000.
INDEXERING VAN DE LOPENDE RENTEN

4. Met betrekking tot de in nr. 59/56, eerste lid, Com.IB 92 uiteengezette berekening van het maximumbedrag van de indexering, gelden, voor het jaar 2000, de volgende bedragen (zie hogervermelde circ. van 8 mei 2000 voor wat het jaar 1999 betreft:

1° beperking van het aanvangsbedrag van de lopende jaarrente:
2.305.416 BEF (57.149,77 EUR) voor renten die in 2000 ingegaan zijn;

2° indexeringscoëfficiënten met betrekking tot de voor het jaar 2000 verschuldigde renten:

Renten ingegaan inIndexeringscoëfficiënt
1985 of vroeger
1986, 1987 of 1988
1989
1990
1991
1992
1993
1994
1995 of 1996
1997
1998 of 1999
2000
0,3459
0,2936
0,2682
0,2434
0,1951
0,1487
0,1262
0,1041
0,0824
0,0612
0,0404
0,02
3° toe te voegen bedrag (m.b.t. vóór 1992 ingegane renten): 113.693 BEF (2.818,38 EUR), voor renten betaald in 2000.

NAMENS DE MINISTER:
Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-general van financiën,

G. DELSOIR