Circulaire nr. Ci.RH.251/534.168 dd. 29.11.2001
CIRC 29.11.01/1
Circulaire nr. Ci.RH.251/534.168 dd. 29.11.2001
Bull. nr. 829, pag. 2313-2320
SUBSIDIE
Subsidie aan jongeren
Vlaams Gewest
VRIJGESTELD INKOMEN
Subsidie aan jongeren
Vrijstellingsvoorwaarde
Belastingstelsel van de product- en projectsubsidies die door de Vlaamse Gemeenschap worden toegekend aan jongeren die een artistiek product of project willen realiseren.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2 1. Op 13 juli 2001 werd door de Vlaamse regering een subsidiereglement in verband met artistieke producten en projecten door en voor jongeren goedgekeurd waarvan zich een uittreksel in bijlage bevindt. Het doel van deze subsidieregeling is de ondersteuning van de activiteiten van in Vlaanderen wonende jongeren of groepen van jongeren van 14 tot en met 25 jaar die ofwel een artistiek product ofwel een artistiek project willen realiseren (cf. artikel 3 van het reglement).
2. Met betrekking tot het op de product- en projectsubsidies toepasselijke belastingstelsel werd door de Minister van Financiën aan de heer Anciaux, Vlaams Minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, Huisvesting en Brusselse Aangelegenheden medegedeeld dat deze subsidies in beginsel ten name van de jongeren aan de personenbelasting onderworpen zijn:
De subsidies worden uiteraard slechts effectief aan de belasting onderworpen in de mate dat ze meer bedragen dan de kosten die erop betrekking hebben.
Die kosten kunnen in aanmerking worden genomen voor hun werkelijk bedrag (dat alsdan door de betrokkenen in hun aangifte in de personenbelasting moet worden verantwoord) of, voor het overeenkomstig artikel 51 WIB 92 forfaitair vastgestelde bedrag (die laatste eventualiteit is enkel mogelijk indien de vergoedingen als baten moeten worden aangemerkt).
3. Gelet evenwel op het feit dat:
heeft de Minister van Financiën er in principe mee ingetemd dat de beoogde product- en projectsubsidies ten name van de verkrijgers niet als een belastbaar inkomen worden aangemerkt.
4. Indien wordt vastgesteld dat de Vlaamse regering nadien nog wijzigingen aan dit reglement zou aanbrengen, zal de verdere toepassing van de in nr. 3 vermelde praktische regeling afhangen van een voorafgaand akkoord van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit. Bovendien zal het niet naleven van inzonderheid de in de artikelen 3, 23 en 24 van het reglement opgenomen voorwaarden in elk geval tot de onverkorte toepassing leiden van het in nr. 2 hiervoor uiteengezette belastingstelsel.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-generaal van financiën,
V. Kindt
BIJLAGE
Subsidiereglement i.v.m. artistieke producten en projecten door en voor jongeren HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1.
In dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 2.
Binnen dit reglement worden productsubsidies, projectsubsidies en subsidies voor de ondersteuningsorganisatie toegekend.
Artikel 3.
Doel van deze subsidieregeling is, binnen de perken van de kredieten die op de goedgekeurde begroting van de Vlaamse Gemeenschap worden voorzien, de ondersteuning van de activiteiten van in Vlaanderen wonende jongeren of groepen van jongeren van 14 tot en met 25 jaar die ofwel een artistiek product ofwel een artistiek project willen realiseren. Bovendien wordt in het kader van dit reglement één organisatie gesubsidieerd voor de ondersteuning en begeleiding van de aanvragers van deze project- en productsubsidie, dit voor een periode van een jaar.
HOOFDSTUK II. PRODUCT- EN PROJECTSUBSIDIES
Artikel 4.
Enkel individuele jongeren komen in aanmerking voor de subsidiëring van een artistiek product of -project.
Artikel 5.
Bij de beoordeling van de project- en productaanvragen zal voorrang worden gegeven aan die initiatieven die zich situeren binnen de meest actuele tendensen van de jeugdcultuur. Er wordt eveneens voorrang gegeven aan jongeren die voor de eerste keer een aanvraag indienen.
Artikel 6.
Activiteiten in schoolverband, zoals schooltaken, themadagen, eindwerken, ... komen niet in aanmerking voor subsidiëring.
Artikel 7.
Groepen van jongeren en organisaties die reeds subsidies ontvangen van een overheid, moeten in hun begroting aangeven hoeveel ze ontvangen van welke overheid en waarvoor de gelden gebruikt worden.
Artikel 8.
Productsubsidies worden toegekend om jongeren of een groep van jongeren de kans te geven een artistiek product te maken en een voorstelling van dat artistiek product op te zetten. Projectsubsidies worden toegekend ter ondersteuning van het opzetten van projecten.
Artikel 9.
Het product of het project moet voorgesteld worden aan een publiek dat overwegend uit jongeren betaat, behalve indien intergenerationele doeleinden nagestreefd worden. Een uitnodiging voor dit toonmoment moet ten minste 14 dagen op voorhand aan de afdeling worden bezorgd.
Artikel 10.
Een volledig aanvraagdossier bevat volgende gegevens:
Artikel 11.
Als twee of meer jongeren samenwerken, zal één van hen als hoofdaanvrager de subsidieaanvraag indienen. De subsidie zal aan deze jongere worden uitgekeerd.
Artikel 12.
Wanneer de hoofdaanvrager minderjarig is, dan moet de aanvraag mee worden ingediend (en ondertekend) door één van de ouders of voogden.
Artikel 13.
De aanvraagdossiers moeten worden ingediend vóór 1 januari, 1 mei en 1 september.
Artikel 14.
Om de aanvragen te beoordelen, stelt de minister een adviescommissie samen. De adviescommissie bestaat uit vijf leden. Deze worden voorgedragen door de minister (op basis van hun kennis over jeugdcultuur). Het secretariaat wordt waargenomen door een ambtenaar van de afdeling.
Artikel 15.
De adviescommissie brengt driemaal per jaar een advies uit over de aanvragen voor een project- of productsubsidie die in de voorafgaande maanden werden ingediend: uiterlijk op 1 februari, 1 juni en 1 oktober. Het betreft een advies in verband met de inhoud van het dossier en de omvang van het toe te kennen subsidiebedrag. Het advies van de adviescommissie wordt door de afdeling aan de minister bezorgd, samen met het advies van de afdeling.
Artikel 16.
De adviescommissie kan alle initiatieven nemen die nodig zijn om het dossier op adequate wijze te onderzoeken. Zij kan onder meer de jongeren horen bijkomende documenten en gegevens opvragen en een bezoek ter plaatse brengen.
Artikel 17.
De minister deelt de betrokken jongeren zijn beslissing mee uiterlijk één maand na ontvangst van het advies van de adviescommissie. De aanvragers worden op de hoogte gebracht vóór 1 maart, 1 juli en 1 november.
Artikel 18.
Een product- of projectsubsidie bedraagt maximaal 4957,87 euro. Zij kan slechts twee keer aan eenzelfde jongere of groep jongeren worden toegekend.
Artikel 19.
De uitbetalingsprocedure wordt gestart na ondertekening van het subsidiebesluit door de minister.
Artikel 20.
De uitbetaling van de product- en projectsubsidie verloopt als volgt:
Artikel 21.
Maximum 2 maanden na afloop van het project of na afwerking van het product moet een werkings- en financieel verslag aan de afdeling worden bezorgd. Hierbij worden foto's, videobanden, geluidsdragers, ... gevoegd die het project, het product, de voorstelling gerealiseerd met de subsidie, zo goed mogelijk toelichten.
Artikel 22.
Het financieel verslag moet worden opgesteld op formulieren die door de afdeling ter beschikking worden gesteld.
Artikel 23.
De aanvragers van de subsidie moeten het product of het project realiseren buiten de uitoefening van hun hoofdzakelijke en bijkomstige beroepsbezigheid.
Artikel 24.
Bij niet uitvoering van het project of product wordt de subsidie teruggevorderd. Het toegekende bedrag kan niet hoger zijn dan de aangetoonde uitgaven. Indien de kosten lager zijn dan de toegekende subsidie, wordt het overschot teruggevorderd.
Artikel 25.
Als controlemaatregel kan de afdeling steeds de ontvangers van een productsubsidie verzoeken om het (tussentijdse) resultaat voor te leggen.
Artikel 26.
De afdeling kan steeds ter plaatse de aanwending van een projectsubsidie controleren. De hoofdaanvrager verbindt zich ertoe alle informatie over de openbare activiteiten in het kader van het project aan de afdeling te melden.
Artikel 27.
Op elke publicatie moet het logo van de Vlaamse Gemeenschap en de vermelding "Met de steun van de Vlaamse overheid" worden aangebracht.
Artikel 28.
Afgezien van eventuele rechtsvervolging kunnen vastgestelde misbruiken of het niet of slechts gedeeltelijk voldoen aan de in dit reglement gestelde voorwaarden, aanleiding geven tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van de subsidie.
(...)
HOOFDSTUK IV. SLOTBEPALING
Artikel 45.
Dit reglement treedt in werking op 1 augustus 2001.
Artikel 46.
Voor de periode tot en met 31 december 2001 geldt in de plaats van het bedrag van "4957,87 euro", vermeld in artikel 18, het bedrag van "200.000 Belgische frank".
Circulaire nr. Ci.RH.251/534.168 dd. 29.11.2001
Bull. nr. 829, pag. 2313-2320
SUBSIDIE
Subsidie aan jongeren
Vlaams Gewest
VRIJGESTELD INKOMEN
Subsidie aan jongeren
Vrijstellingsvoorwaarde
Belastingstelsel van de product- en projectsubsidies die door de Vlaamse Gemeenschap worden toegekend aan jongeren die een artistiek product of project willen realiseren.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2 1. Op 13 juli 2001 werd door de Vlaamse regering een subsidiereglement in verband met artistieke producten en projecten door en voor jongeren goedgekeurd waarvan zich een uittreksel in bijlage bevindt. Het doel van deze subsidieregeling is de ondersteuning van de activiteiten van in Vlaanderen wonende jongeren of groepen van jongeren van 14 tot en met 25 jaar die ofwel een artistiek product ofwel een artistiek project willen realiseren (cf. artikel 3 van het reglement).
2. Met betrekking tot het op de product- en projectsubsidies toepasselijke belastingstelsel werd door de Minister van Financiën aan de heer Anciaux, Vlaams Minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, Huisvesting en Brusselse Aangelegenheden medegedeeld dat deze subsidies in beginsel ten name van de jongeren aan de personenbelasting onderworpen zijn:
| - | ofwel als in de artikelen 23, § 1, 2°, en 27, WIB 92 bedoelde baten van een vrij beroep of een winstgevende bezigheid, wanneer de desbetreffende prestaties, desgevallend in combinatie met andere soortgelijke verrichtingen, voldoende talrijk zijn om als een gewone en voortgezette bezigheid te worden beschouwd; |
| - | ofwel als in artikel 90, 1°, WIB 92 bedoelde diverse inkomsten, wanneer het alleenstaande verrichtingen of artistieke gelegenheidsprestaties betreft. |
Die kosten kunnen in aanmerking worden genomen voor hun werkelijk bedrag (dat alsdan door de betrokkenen in hun aangifte in de personenbelasting moet worden verantwoord) of, voor het overeenkomstig artikel 51 WIB 92 forfaitair vastgestelde bedrag (die laatste eventualiteit is enkel mogelijk indien de vergoedingen als baten moeten worden aangemerkt).
3. Gelet evenwel op het feit dat:
| - | artikel 24 van het reglement bepaalt dat het toegekende bedrag van de subsidie niet hoger kan zijn dan de aangetoonde uitgaven, waarbij onder aangetoonde uitgaven in feite de netto-kosten moet worden verstaan, zijnde de aangetoonde kosten verminderd met de eventueel uit de realisatie van het product of project voortvloeiende inkomsten; |
| - | de verleende subsidie, overeenkomstig datzelfde artikel 24, geheel of gedeeltelijk wordt teruggevorderd indien naderhand mocht blijken dat het project of product niet werd uitgevoerd of dat de kosten minder bedragen dan de bekomen subsidie; |
| - | uit de samenlezing van de artikelen 3 en 23 van het reglement blijkt dat de subsidieregeling jongeren van 14 tot 25 jaar in staat moet stellen een artistiek product of project te realiseren "buiten de uitoefening van hun hoofdzakelijke en bijkomstige beroepsbezigheid"; |
| - | de kosten voor het beoogde product of project mogelijkerwijze in een later belastbaar tijdperk worden gemaakt dan het tijdperk waarin de eerste schijf (80 %) van de subsidie wordt toegekend (cf. artikel 20, 1°, van het reglement), wat, gelet op het annaliteitsbeginsel, tot gevolg zou kunnen hebben dat zij niet meer van de subsidie in mindering kunnen worden gebracht, |
4. Indien wordt vastgesteld dat de Vlaamse regering nadien nog wijzigingen aan dit reglement zou aanbrengen, zal de verdere toepassing van de in nr. 3 vermelde praktische regeling afhangen van een voorafgaand akkoord van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit. Bovendien zal het niet naleven van inzonderheid de in de artikelen 3, 23 en 24 van het reglement opgenomen voorwaarden in elk geval tot de onverkorte toepassing leiden van het in nr. 2 hiervoor uiteengezette belastingstelsel.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-generaal van financiën,
V. Kindt
BIJLAGE
Subsidiereglement i.v.m. artistieke producten en projecten door en voor jongeren HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1.
In dit reglement wordt verstaan onder:
| 1° | minister: de Vlaamse minister bevoegd voor de cultuur en de jeugd; |
| 2° | de afdeling: de afdeling Jeugd en Sport van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap; |
| 3° | artistiek product: een afgewerkt artistiek geheel binnen een discipline (beeldende kunst, film, teksttheater, muziek, cabaret, mode, dans, literatuur, multimedia, vormgeving, urbanisatie ...) of een combinatie van disciplines; |
| 4° | artistiek project: een activiteit of geheel van activiteiten van receptieve, vormende of interactieve aard rond een artistiek gegeven. |
Binnen dit reglement worden productsubsidies, projectsubsidies en subsidies voor de ondersteuningsorganisatie toegekend.
Artikel 3.
Doel van deze subsidieregeling is, binnen de perken van de kredieten die op de goedgekeurde begroting van de Vlaamse Gemeenschap worden voorzien, de ondersteuning van de activiteiten van in Vlaanderen wonende jongeren of groepen van jongeren van 14 tot en met 25 jaar die ofwel een artistiek product ofwel een artistiek project willen realiseren. Bovendien wordt in het kader van dit reglement één organisatie gesubsidieerd voor de ondersteuning en begeleiding van de aanvragers van deze project- en productsubsidie, dit voor een periode van een jaar.
HOOFDSTUK II. PRODUCT- EN PROJECTSUBSIDIES
Artikel 4.
Enkel individuele jongeren komen in aanmerking voor de subsidiëring van een artistiek product of -project.
Artikel 5.
Bij de beoordeling van de project- en productaanvragen zal voorrang worden gegeven aan die initiatieven die zich situeren binnen de meest actuele tendensen van de jeugdcultuur. Er wordt eveneens voorrang gegeven aan jongeren die voor de eerste keer een aanvraag indienen.
Artikel 6.
Activiteiten in schoolverband, zoals schooltaken, themadagen, eindwerken, ... komen niet in aanmerking voor subsidiëring.
Artikel 7.
Groepen van jongeren en organisaties die reeds subsidies ontvangen van een overheid, moeten in hun begroting aangeven hoeveel ze ontvangen van welke overheid en waarvoor de gelden gebruikt worden.
Artikel 8.
Productsubsidies worden toegekend om jongeren of een groep van jongeren de kans te geven een artistiek product te maken en een voorstelling van dat artistiek product op te zetten. Projectsubsidies worden toegekend ter ondersteuning van het opzetten van projecten.
Artikel 9.
Het product of het project moet voorgesteld worden aan een publiek dat overwegend uit jongeren betaat, behalve indien intergenerationele doeleinden nagestreefd worden. Een uitnodiging voor dit toonmoment moet ten minste 14 dagen op voorhand aan de afdeling worden bezorgd.
Artikel 10.
Een volledig aanvraagdossier bevat volgende gegevens:
| 1° | een motivering van de aanvraag; |
| 2° | een overzicht van reeds eerder gerealiseerde producten of projecten binnen én buiten dit reglement; |
| 3° | een omschrijving van het opzet waarvoor de subsidie wordt gevraagd; |
| 4° | een gedetailleerde timing van de werkzaamheden in het kader van het product of het project met duidelijke vermelding van de einddatum (binnen het jaar na de aanvraag) die men nastreeft; |
| 5° | een duidelijke vermelding van de wijze waarop men het product of het project aan een publiek wil voorstellen; |
| 6° | een vermelding van de infrastructuur die men zal gebruiken voor het publieksmoment; |
| 7° | een overzicht van de samenwerkingsverbanden die men wil aangaan; |
| 8° | de begroting (raming van inkomstne en uitgaven); |
| 9° | de voor- en familienaam, geboortedatum, adres, telefoon- en faxnummer en desgevallend e-mail adres van alle samenwerkende jongeren en van de ouder of de voogd indien de aanvrager geen 18 jaar is; |
| 10° | het rekeningnummer en de naam van de rekeninghouder waarop de toegekende subsidie mag worden gestort. |
Als twee of meer jongeren samenwerken, zal één van hen als hoofdaanvrager de subsidieaanvraag indienen. De subsidie zal aan deze jongere worden uitgekeerd.
Artikel 12.
Wanneer de hoofdaanvrager minderjarig is, dan moet de aanvraag mee worden ingediend (en ondertekend) door één van de ouders of voogden.
Artikel 13.
De aanvraagdossiers moeten worden ingediend vóór 1 januari, 1 mei en 1 september.
Artikel 14.
Om de aanvragen te beoordelen, stelt de minister een adviescommissie samen. De adviescommissie bestaat uit vijf leden. Deze worden voorgedragen door de minister (op basis van hun kennis over jeugdcultuur). Het secretariaat wordt waargenomen door een ambtenaar van de afdeling.
Artikel 15.
De adviescommissie brengt driemaal per jaar een advies uit over de aanvragen voor een project- of productsubsidie die in de voorafgaande maanden werden ingediend: uiterlijk op 1 februari, 1 juni en 1 oktober. Het betreft een advies in verband met de inhoud van het dossier en de omvang van het toe te kennen subsidiebedrag. Het advies van de adviescommissie wordt door de afdeling aan de minister bezorgd, samen met het advies van de afdeling.
Artikel 16.
De adviescommissie kan alle initiatieven nemen die nodig zijn om het dossier op adequate wijze te onderzoeken. Zij kan onder meer de jongeren horen bijkomende documenten en gegevens opvragen en een bezoek ter plaatse brengen.
Artikel 17.
De minister deelt de betrokken jongeren zijn beslissing mee uiterlijk één maand na ontvangst van het advies van de adviescommissie. De aanvragers worden op de hoogte gebracht vóór 1 maart, 1 juli en 1 november.
Artikel 18.
Een product- of projectsubsidie bedraagt maximaal 4957,87 euro. Zij kan slechts twee keer aan eenzelfde jongere of groep jongeren worden toegekend.
Artikel 19.
De uitbetalingsprocedure wordt gestart na ondertekening van het subsidiebesluit door de minister.
Artikel 20.
De uitbetaling van de product- en projectsubsidie verloopt als volgt:
| 1° | een eerste schijf van 80 procent wordt na ondertekening van het subsidiebesluit betaald; |
| 2° | het saldo van 20 procent wordt na indiening van een werkings- en financieel verslag betaald. |
Maximum 2 maanden na afloop van het project of na afwerking van het product moet een werkings- en financieel verslag aan de afdeling worden bezorgd. Hierbij worden foto's, videobanden, geluidsdragers, ... gevoegd die het project, het product, de voorstelling gerealiseerd met de subsidie, zo goed mogelijk toelichten.
Artikel 22.
Het financieel verslag moet worden opgesteld op formulieren die door de afdeling ter beschikking worden gesteld.
Artikel 23.
De aanvragers van de subsidie moeten het product of het project realiseren buiten de uitoefening van hun hoofdzakelijke en bijkomstige beroepsbezigheid.
Artikel 24.
Bij niet uitvoering van het project of product wordt de subsidie teruggevorderd. Het toegekende bedrag kan niet hoger zijn dan de aangetoonde uitgaven. Indien de kosten lager zijn dan de toegekende subsidie, wordt het overschot teruggevorderd.
Artikel 25.
Als controlemaatregel kan de afdeling steeds de ontvangers van een productsubsidie verzoeken om het (tussentijdse) resultaat voor te leggen.
Artikel 26.
De afdeling kan steeds ter plaatse de aanwending van een projectsubsidie controleren. De hoofdaanvrager verbindt zich ertoe alle informatie over de openbare activiteiten in het kader van het project aan de afdeling te melden.
Artikel 27.
Op elke publicatie moet het logo van de Vlaamse Gemeenschap en de vermelding "Met de steun van de Vlaamse overheid" worden aangebracht.
Artikel 28.
Afgezien van eventuele rechtsvervolging kunnen vastgestelde misbruiken of het niet of slechts gedeeltelijk voldoen aan de in dit reglement gestelde voorwaarden, aanleiding geven tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van de subsidie.
(...)
HOOFDSTUK IV. SLOTBEPALING
Artikel 45.
Dit reglement treedt in werking op 1 augustus 2001.
Artikel 46.
Voor de periode tot en met 31 december 2001 geldt in de plaats van het bedrag van "4957,87 euro", vermeld in artikel 18, het bedrag van "200.000 Belgische frank".
Bron: FisconetPlus
