Circulaire nr. Ci.RH.242/589.725 (AOIF 31/2008) dd. 22.09.2008

Circulaire nr. Ci.RH.242/589.725 (AOIF 31/2008) dd. 22.09.2008


INVESTERINGSAFTREK
Rookafzuig- of verluchtingssystemen in horeca-inrichtingen
Verhoogde investeringsaftrek


Verhoogde investeringsaftrek voor rookafzuig- of verluchtingssystemen in rookkamers van horeca-inrichtingen.

Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C.

I. INLEIDING

1. Deze circulaire heeft betrekking op de verhoogde investeringsaftrek voor rookafzuigsystemen of verluchtingssystemen in rookkamers van horeca-inrichtingen, die is ingevoerd door artikel 2 van de wet van 7 december 2006 betreffende de investeringsaftrek ten gunste van de horecasector (BS 22.12.2006, 2de editie), hierna W 7.12.2006 genoemd.

II. WETTEKSTEN

Wet van 7 december 2006 betreffende de investeringsaftrek ten gunste van de horecasector

Art. 2

2. In art. 69, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 28 juli 1992 en gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 17 april 2003 en 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° het eerste lid, 2° d, wordt hersteld in de volgende lezing :

"d) een rookafzuigsysteem of een verluchtingssysteem die wordt geïnstalleerd in de rookkamer van een horeca-inrichting;";

2° § 1 wordt aangevuld als volgt :

"Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, d, wordt verstaan onder horeca-inrichting : elke voor het publiek toegankelijke plaats of lokaal, ongeacht de toegangsvoorwaarden, waar de belangrijkste en permanente activiteit bestaat uit het voorbereiden en/of aanbieden van maaltijden en/of dranken voor consumptie, al dan niet ter plaatse, en dit zelfs kosteloos."

Art. 3

3. Deze wet is van toepassing op de investeringen gedaan vanaf 1 januari 2006.

III. GECOORDINEERDE TEKST (aj.2008)

Art.69,

§ 1, WIB 92 (de vetjes gedrukte teksten zijn van toepassing op investeringen gedaan vanaf 1.1.2006).

§ 1. De investeringsaftrek komt in mindering van de winst of de baten van het belastbare tijdperk waarin de vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht en wordt als volgt bepaald :

1° als basispercentage van de aftrek geldt de percentsgewijs uitgedrukte stijging van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, waaraan het belastbare tijdperk is verbonden waarin de investering is verricht, ten opzichte van het gemiddelde van de indexcijfers van het eraan voorafgaande jaar, afgerond tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet 50 pct. bedraagt, en verhoogd met 1,5 percentpunten, maar het aldus verkregen percentage mag niet minder dan 3,5 pct. noch meer dan 10,5 pct. bedragen;

2° het basispercentage wordt verhoogd met 10 percentpunten met betrekking tot :

a) de octrooien;

b) de vaste activa die worden gebruikt ter bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten en toekomstgerichte technologieën die geen effect hebben op het leefmilieu of die beogen het negatieve effect op het leefmilieu zoveel mogelijk te beperken;

c)de vaste activa die dienen voor een rationeler energieverbruik, voor de verbetering van de industriële processen uit energetische overwegingen en, in het bijzonder, voor de terugwinning van energie in de industrie;

d) een rookafzuigsysteem of een verluchtingssysteem die word tgeïnstalleerd in de rookkamer van een horeca-inrichting;

het basispercentage wordt verhoogd met 17 percentpunten met betrekking tot de materiële vaste activa die dienen voor de beveiliging van de beroepslokalen.

Wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen, kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit het basispercentage verhogen.

De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het tweede lid genomen besluiten.

Voor de toepassing van het eerste lid,

2°, d, wordt verstaan onder horeca-inrichting: elke voor het publiek toegankelijke plaats of lokaal, ongeacht de toegangsvoorwaarden, waar de belangrijkste en permanente activiteit bestaat uit het voorbereiden en/of aanbieden van maaltijden en/of dranken voor consumptie, al dan niet ter plaatse, en dit zelfs kosteloos.

IV.DRAAGWIJDTE

5. Bij koninklijk besluit van 13 december 2005 tot het verbieden van roken in openbare plaatsen (BS 22.12.2005,2de editie), hierna KB 13.12.2005 genoemd, gewijzigd door het KB 6.7.2006 (BS 22.8.2006), werd in principe een algeheel rookverbod van kracht in gesloten plaatsen die toegankelijk zijn voor het publiek en dit vanaf 1.1.2006. Wat de horeca-inrichtingen betreft waarop het rookverbod van toepassing is, werd dit rookverbod, bij wijze van overgangsmaatregel, evenwel slechts vanaf 1.1.2007 van kracht.

Horeca-inrichtingen die onder het rookverbod vallen, kunnen evenwel een afwijking bekomen indien zij een rookkamer inrichten die aan de gestelde normen voldoet en waarin een rookafzuigsysteem of een verluchtingssysteem is geïnstalleerd. Daartoe voert de W 7.12.2006 een fiscale stimulans in ten gunste van horeca-inrichtingen die dergelijke investeringen doen. Die fiscale stimulans bestaat uit een verhoogde investeringsaftrek met betrekking tot de investeringen gedaan vanaf 1 januari 2006.

V. TOEPASSINGSGEBIED

A. Algemeen

6. Overeenkomstig artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, d, WIB 92, wordt het basispercentage van de investeringsaftrek, zowel voor natuurlijke personen als voor vennootschappen, met 10 percentpunten verhoogd met betrekking tot de investeringen in een rookafzuigsysteem of een verluchtingssysteem dat in de rookkamer van een horeca-inrichting wordt geïnstalleerd.

Dit houdt in dat met betrekking tot dergelijke investeringen het percentage voor het aanslagjaar 2007 gelijk is aan 14,5 %, terwijl het voor de aanslagjaren 2008 en 2009 gelijk is aan 13,5 %.

B. Horeca-inrichting

7.Overeenkomstig artikel 69, § 1, vierde lid, WIB 92, wordt onder horeca-inrichting verstaan : elke voor het publiek toegankelijke plaats of lokaal, ongeacht de toegangsvoorwaarden, waar de belangrijkste en permanente activiteit bestaat uit het voorbereiden en/of aanbieden van maaltijden en/of dranken voor consumptie, al dan niet ter plaatse, en dit zelfs kosteloos.

Omwille van de coherentie werd dezelfde definitie weerhouden als in art. 1, 4°, van het voormelde KB13.12.2005, na wijziging ervan door art. 1, 1°, van het voornoemde KB 6.7.2006.

Meer concreet worden hier inzonderheid restaurants, snackbars, cafetaria's, sommige café-restaurants, broodjeszaken, theesalons, kantines, ijssalons, pannenkoekenrestaurants en andere verbruiksalons bedoeld. In die plaatsen is het rookverbod van toepassing, maar wordt aan de uitbater van de zaak de mogelijkheid gelaten om een rookkamer te installeren (zie verslag aan de Koning bij het KB 13.12.2005).

C. Rookkamer

8. Met een rookkamer wordt een afgesloten ruimte bedoeld waar gerookt mag worden (a rt. 1, 8°, KB 13.12.2005).

De rookkamer moet inzonderheid aan de volgende voorwaarden voldoen (art.5, § 2, KB 13.12.2005) :

  • de rookkamermoet duidelijk als lokaal voor rokers worden geïdentificeerd;

  • er mogen enkel dranken (aperitief, koffie, ...) worden aangeboden;

  • in de rookkamer moet een rookafzuigsysteem of een verluchtingssysteem geïnstalleerd zijn;

  • de rookkamer moet zodanig ingericht zijn dat de ongemakken van de rook ten opzichte van niet-rokers maximaal verminderd worden;

  • de rookkamer mag geen doorgangszone (naar de tuin, naar de toiletten, ...) zijn;

  • de oppervlakte van de rookkamer mag niet meer bedragen dan een vierde van de totale oppervlakte van het lokaal waarin maaltijden en/of dranken ter consumptie worden opgediend.

D. Rookafzuigsysteem of verluchtingssysteem

1. Algemeen

9. Het in een rookkamer te installeren rookafzuigsysteemof verluchtingssysteem moet uiteraard aan bepaalde normen voldoen.Die normen zijn vastgelegd in de art. 3 tot 6 van het Ministerieel besluit van 4 juli 2006 (van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid) tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de installatie van een rookafzuigsysteem of een verluchtingssysteem moet voldoen in openbare plaatsen (BS 19.9.2006), hierna MB 4.7.2006 genoemd. Zij worden hierna bondig weergegeven.

2. Debiet van verversing of zuivering

10. Het rookafzuigsysteem of verluchtingssysteem moet zo functioneren dat het minimale debiet van verversing of zuivering van de lucht in de rookkamer, berekend in kubieke meter lucht per uur, minstens gelijk is aan S x 15, waarbij S gelijk is aan de totale oppervlakte van de rookkamer in vierkante meter, afgerond naar de hogere eenheid.

Het aldus verkregen debiet van luchtverversing of zuivering wordt afgerond tot op het lagere honderdtal.

3. Toestellen en hun installatie

11. Toestellen die de lucht filteren door middel van een luchtfilter of een elektrostatisch of ioniserend systeem worden eveneens als rookafzuigsystemen beschouwd.

12. De installatie van de rookafzuig- of verluchtingssystemen moet aan volgende voorwaarden voldoen :

  • het rendement van verversing of zuivering moet maximaal zijn;

  • er moet vermeden worden dat de klanten gehinderd worden door wind of lawaai;

  • het inademen van onzuivere lucht afkomstig uit schoorsteen, keuken of uit andere bronnen moet vermeden worden.

De toestellen moeten uitgerust zijn met een vermelding die aangeeft welk debiet er per uur mogelijk is. Deze vermelding kan op de gebruiksaanwijzing of op een andere handleiding worden aangebracht, op voorwaarde dat deze documenten altijd beschikbaar zijn.

De toestellen moeten op dergelijke wijze worden gebruikten onderhouden dat ze op elk moment in staat zijn optimaal te renderen.

Ze moeten werken wanneer er consumenten aanwezig zijn.

VI. CONTROLE

13. Met het oog op het verkrijgen van de verhoogde investeringsaftrek voor rookafzuigsystemen of verluchtingssystemen in rookkamers van horeca-inrichtingen, moet de betrokken horeca-inrichting alle wettelijke en reglementaire voorwaarden inzake de installatie van een rookafzuig- of luchtverversingssysteem in een rookkamer respecteren, waaronder ook de technische voorschriften die door de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid zijn opgelegd, wat inzonderheid impliceert dat aan alle in de rubrieken V, C en D hiervoor vermelde voorwaarden moet zijn voldaan.

De bevoegde taxatieambtenaren kunnen die investeringsaftrek dan ook weigeren indien uit de feitelijke elementen waarover zij beschikken blijkt dat niet aan al die voorwaarden werd voldaan.

VII. INWERKINGTREDING

14. De verhoogde investeringsaftrek met betrekking tot de voren bedoelde rookafzuig- of verluchtingssystemen is van toepassing op investeringen gedaan vanaf 1 januari 2006.

Voor de administrateur
Kleine en Middelgrote Ondernemingen :

J. VANHOUTTE
Directeur