Circulaire nr. Ci.RH.624/561.555 (AOIF 7/2004) dd. 04.02.2004

CIRC 04.02.04/1

Circulaire nr. Ci.RH.624/561.555 (AOIF 7/2004) dd. 04.02.2004


Bull. nr. 846, pag. 901-902

BELASTING VAN NIET INWONERS NATUURLIJKE PERSONEN
Berekening van de BNI/nat.pers
Non-discriminatie

DUBBELBELASTINGVERDRAG
Canada
Non-discriminatie


Toepassing van de non-discriminatiebepaling in het Belgisch-Canadees verdrag voor inwoners van Canada die in België aan de BNI/nat.pers. onderworpen zijn en belastbare inkomsten verkrijgen.

Aan alle ambtenaren.

Deze circulaire heeft betrekking op de inwoners van Canada die in België aan de belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen onderworpen zijn en belastbare inkomsten verkrijgen.

Overeenkomstig artikel 24 van de tussen België en Canada gesloten overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van enige andere aangelegenheden inzake belastingen naar het inkomen van 29 mei 1975 (Wet van 26 juli 1976 - Belgisch Staatsblad 11 september 1976) wordt, indien een natuurlijke persoon die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, in de andere overeenkomstsluitende Staat belastbaar is terzake van inkomsten vermeld in één of in verschillende van de artikelen 6, 7, 13, 14, 15, 18 en 19, de belasting van die andere Staat met betrekking tot die inkomsten op zijn verzoek berekend tegen het tarief dat met inachtneming van zijn gezinstoestand en zijn gezinslasten en van het geheel van die inkomsten, van toepassing zou zijn indien hij een inwoner van die andere Staat zou zijn. Om ontvankelijk te zijn moet een zodanig verzoek schriftelijk worden ingediend binnen een termijn van twee jaren vanaf het einde van het jaar waarin de desbetreffende inkomsten werden behaald.

Indien een inwoner van Canada in België belastbare

- onroerende inkomsten (art. 6);

- ondernemingswinst (art. 7);

- meerwaarden (art. 13);

- inkomsten uit vrije beroepen (art. 14);

- inkomsten uit niet-zelfstandige beroepen (art. 15);

- pensioenen (art. 18);

- inkomsten uit overheidsfuncties (art. 19)

verkrijgt, en binnen de 2 jaar na het jaar van verkrijging van de bovenvermelde inkomsten schriftelijk verzoekt,

- bij het invullen van zijn aangifte of

- in het kader van de taxatieprocedure (bv. wijzigingsprocedure) of

- in het kader van een administratief beroep

om bij de berekening van zijn belasting rekening te houden met zijn gezinstoestand en zijn gezinslasten, mag hij als een bevoorrechte niet-inwoner (3 de categorie) worden aangemerkt mits een door de Canadese fiscale autoriteiten afgeleverd woonplaatsattest wordt voorgelegd.

Inwoners van Canada die binnen voormelde termijn de toepassing van voornoemd art. 24 vragen, mogen voor de aanslagjaren 2003 en vorige onder de 3 de categorie bevoorrechte niet-inwoners worden gerangschikt voor zover ze een inkomen als opgesomd in dat art. 24 verkrijgen.

De Centrale diensten van de AOIF onderzoeken momenteel hoe dit standpunt in de BNI/nat.pers. kan worden geïntegreerd voor de aangiften van de volgende aanslagjaren.

Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Directeur,

S. QUINTENS