Aanschrijving nr. 23 dd. 25.09.1990
AANSCHRIJVING 90/023
Aanschrijving nr. 23 dd. 25.09.1990
Koninklijke Besluiten van 20 augustus 1990
Het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 1990 heeft volgende koninklijke besluiten gepubliceerd :
- het koninklijk besluit nr. 42 van 20 augustus 1990 tot vaststelling van de toe te passen wisselkoers indien gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing voor de belasting over de toegevoegde waarde zijn uitgedrukt in een vreemde munteenheid (z. bijlage 1);
- het koninklijk besluit van 20 augustus 1990 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 7 van 27 december 1977 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde (z. bijlage 2).
Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
F. QUAGHEBEUR
Bijlage 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 1990
20 augustus 1990. - Koninklijk besluit nr. 42 tot vaststelling van de toe te passen wisselkoers indien gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing voor de belasting over de toegevoegde waarde zijn uitgedrukt in een vreemde munteenheid.
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Verdrag van 25 maart 1957 tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, goedgekeurd bij de wet van 2 december 1957, inzonderheid op artikel 99;
Gelet op de Zesde Richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag, inzonderheid op artikel 11, C, 2;
Gelet op de Verordening (EEG) nr. 1224/80 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 mei 1980 inzake de douanewaarde van de goederen, gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1055/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 april 1985;
Gelet op de Verordening (EEG) nr. 1224/85 van de Commissie vna de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1985 betreffende de bij de bepaming vna de douanewaarde te gebruiken wisselkoersen;
Gelet op het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, inzonderheid op artikel 27, gewijzigd bij artikel 114 van de wet van 22 december 1989;
Gelet op het advies van de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Indien de gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing voor de belasting over de toegevoegde waarde in een vreemde munteenheid zijn uitgedrukt, wordt de toe te passen wisselkoers vastgesteld overeenkomstig de Verordening (EEG) nr. 1766/85 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1985 betreffende de bij de bepaling van de douanewaarde te gebruiken wisselkoersen.
Indien echter een wisselkoers overeengekomen is tussen de partijen, hij vermeld staat in het contract of op de factuur, of op het vervangend stuk, en de werkelijke betaalde prijs overeenkomstig die koers is betaald, wordt de overeengekomen koers in aanmerking genomen.
Art. 2. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Motril, 20 augustus 1990.
BOUDEWIJN,
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
Ph. MAYSTADT
29 augustus 1990 - Koninklijk Besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 7 van 27 december 1977 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Verdrag van 25 maart 1957 tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, goedgekeurd bij de wet van 2 december 1957, inzonderheid op de artikelen 75 en 99;
Gelet op de Verordening (EEG) nr. 4059/89 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder niet in een Lid-Staat woonachtige vervoersondernemers aldaar tot het binnenlands goederenvervoer over de weg worden toegelaten;
Gelet op het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, inzonderheid op artikel 40, gewijzigd bij de wetten van 27 december 1977 en 4 juli 1986;
Gelet op de Richtlijn 69/169/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 mei 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de vrijstellingen van omzetbelasting en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigersverkeer;
Gelet op de Richtlijn 89/604/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 november 1989 tot wijziging van Richtlijn 83/183/EEG betreffende de belastingvrijstellingen bij de definitieve invoer uit een Lid-Staat van persoonlijke goederen door particulieren;
Gelet op het besluit genomen op 29 maart 1990 door de Belgische, Nederlandse en Luxemburgse Ministers van Vervoer om binnen de Benelux volledige cabotagevrijheid voor het goederenvervoer in te voeren vanaf 1 januari 1991;
Gelet op het koninklijk besluit nr. 7 van 27 december 1977 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, inzonderheid op de artikelen 20(1), 20(2), 20(3) en 20(4), ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus 1984 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 december 1988, artikel 21, § 2, 3°, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 oktober 1985, artikel 23, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1986, en op artikel 25, § 1, e, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1986;
Gelet op het advies van de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Artikel 20(1) van het koninklijk besluit nr. 7 van 27 december 1977 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus 1984, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Artikel 20(1), § 1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van persoonlijke goederen door een particulier die zijn normale verblijfplaats van een derde land naar België overbrengt.
De vrijstelling wordt slechts verleend indien de belanghebbende zijn verblijfplaats sedert ten minste twaalf opeenvolgende maanden buiten de Gemeenschap heeft gehad.
De Minister van Financiën of zijn afgevaardigde kan evenwel afwijkingen van het tweede lid toestaan, mits het in het voornemen van de belanghebbende lag gedurende ten minste twaalf maanden buiten de Gemeenschap te verblijven.
§ 2. De vrijstelling is beperkt tot persoonlijke goederen die :
1° hetzij in het land van oorsprong, hetzij in het land van herkomst werden belast met de douanerechten en/of belastingen welke daar normaal op slaan;
2° vóór de verandering van de normale verblijfplaats door de belanghebbende werkelijk zijn gebruikt gedurende ten minste zes maanden in zijn vroegere normale verblijfplaats;
3° bestemd zijn om voor hetzelfde doel te worden gebruikt in de nieuwe verblijfplaats van de belanghebbende;
4° behoudens bijzondere omstandigheden, in één of meer zendingen zijn ingevoerd en voor het verbruik aangegeven vóór het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in België heeft gevestigd.
§ 3. Alcoholische produkten, tabak en tabaksprodukten zijn van de vrijstelling uitgesloten.
§ 4. Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van de aangifte voor de definitieve invoer, mogen de met vrijstelling ingevoerde goederen niet worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen noch onder bezwarende titel noch om niet, zonder dat de Administratie daarvan vooraf in kennis is gesteld.
De uitlening, verhuur of overdracht vóór het verstrijken van die termijn, leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende belasting over de toegevoegde waarde, tegen het op de datum van het uitlenen, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing.
De belasting is evenwel niet verschuldigd in de gevallen die naar behoren zijn gemotiveerd.
§ 5. De vrijstelling wordt eveneens verleend voor de persoonlijke goederen die definitief zijn ingevoerd voordat de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in België vestigt, mits hij zich ertoe verbindt zijn normale verblijfplaats binnen een termijn van zes maanden daadwerkelijk hier te lande te vestigden.
Wanneer gebruikt wordt gemaakt van deze bepaling worden de termijnen bedoeld in § 2 berekend vanaf de datum van invoer.
§ 6. Indien de belanghebbende het land waar hij zijn normale verblijfplaats had ten gevolge van beroepsverplichtingen verlaat, zonder deze normale verblijfplaats tegelijkertijd in België te vestigen maar met de bedoeling ze later hier te lande te vestigen, wordt vrijstelling verleend voor de invoer van de persoonlijke goederen die hij daartoe naar België overbrengt.
Die vrijstelling is aan de in de §§ 2, 3 en 4 genoemde voorwaarden onderworpen, met dien verstande dat de in § 2 genoemde termijnen worden berekend vanaf de datum van invoer en dat de in § 4 bedoelde termijn wordt berekend vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats daadwerkelijk in België heeft gevestigd.
De vrijstelling is bovendien onderworpen aan een verbintenis van de belanghebbende om zijn normale verblijfplaats in België te vestigen binnen een periode die naargelang van de omstandigheden wordt vastgesteld door de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde.
§ 7. De Minister van Financiën of zijn afgevaardigde kan afwijken van het bepaalde in § 2, 2° en 3°, en in § 4, indien een persoon zijn normale verblijfplaats naar België overbrengt ten gevolge van uitzonderlijke politieke omstandigheden".
Art. 2. Een artikel 20(1bis), luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd :
"Artikel 20(1bis). § 1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van persoonlijke goederen door een particulier die zijn normale verblijfplaats van een Lid-Staat naar België overbrengt.
§ 2. De vrijstelling is beperkt tot persoonlijke goederen die :
1° zijn verkregen onder toepassing van de algemene belastingregels voor de binnenlandse markt van een Lid-Staat en uit hoofde van uitvoer niet in aanmerking komen voor ontheffing of teruggave van de belasting over de toegevoegde waarde :
2° vóór de verandering van de normale verblijfplaats door de belanghebbende werkelijk zijn gebruikt, met dien verstande dat motorvoertuigen - met inbegrip van hun aanhangwagens -, caravans, verplaatsbare woningen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen ten minste gedurende zes maanden vóór de verandering van de verblijfplaats door de belanghebbende moeten zijn gebruikt;
3° behoudens bijzondere omstandigheden, in één of meer zendingen zijn ingevoerd en voor het verbruik aangegeven vóór het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in België heeft gevestigd.
Als goederen die voldoen aan de voorwaarden bepaald in 1°, worden aangemerkt goederen die in een Lid-Staat zijn verkregen of ingevoerd met vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde in het kader van de voorrechten verleend aan :
1° diplomatieke zendingen en consulaire posten en hun leden;
2° internationale organismen en hun leden;
3° krijgsmachten van vreemde Staten toegetreden tot het Noord-Atlantisch Verdrag en hun leden.
De termijn van zes maanden bedoeld in het eerste lid, 2°, wordt op twaalf maanden gebracht wanneer motorvoertuigen - met inbegrip van hun aanhangwagens -, caravans, verplaatsbare woningen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen worden ingevoerd door de leden van de Belgische strijdkrachten die deze goederen in het buitenland hebben verkregen of ingevoerd met vrijstelling van de belasting in het kader van de voorrechten waarvan sprake in het tweede lid.
§ 3. Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van de aangifte voor de definitieve invoer, mogen de met vrijstelling ingevoerde motorvoertuigen - met inbegrip van hun aanhangwagens -, caravans, verplaatsbare woningen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen niet worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen noch onder bezwarende titel noch om niet, zonder dat de Administratie daarvan vooraf in kennis is gesteld.
De uitlening, verhuur of overdracht vóór het verstrijken van die termijn, leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende belasting over de toegevoegde waarde, tegen het op de datum van het uitlenen, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing.
De belasting is evenwel niet verschuldigd in de gevallen die naar behoren zijn gemotiveerd.
§ 4. De vrijstelling wordt eveneens verleend voor de persoonlijke goederen die definitief zijn ingevoerd voordat de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in België vestigt, mits hij zich ertoe verbindt zijn normale verblijfplaats binnen een termijn van zes maanden daadwerkelijk hier te lande te vestigen.
Wanneer gebruik wordt gemaakt van deze bepaling worden de termijnen bedoeld in § 2 berekend vanaf de datum van invoer.
§ 5. Indien de belanghebbende het land waar hij zijn normale verblijfplaats had ten gevolge van beroepsverplichtingen verlaat, zonder deze normale verblijfplaats tegelijkertijd in België te vestigen maar de bedoeling ze later hier te lande te vestigen, wordt vrijstelling verleend voor de invoer van de persoonlijke goederen die hij daartoe naar België overbrengt.
Die vrijstelling is aan de in de §§ 2 en 3 genoemde voorwaarden onderworpen, met dien verstande dat de in § 2 genoemde termijnen worden berekend vanaf de datum van de invoer en dat de in § 3 bedoelde termijn wordt berekend vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats daadwerkelijk in België heeft gevestigd.
De vrijstelling is bovendien onderworpen aan een verbintenis van de belanghebbende om zijn normale verblijfplaats in België te vestigen binnen een periode die naargelang van de omstandigheden wordt vastgesteld door de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde.
§ 6. De Minister van Financiën of zijn afgevaardigde kan afwijken van het bepaalde in § 2, eerste lid, 2°, en derde lid, en in § 3, indien een persoon zijn normale verblijfplaats naar België overbrengt ten gevolge van uitzonderlijke politieke omstandigheden".
At. 3. In artikel 20(2) van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus 1984, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A. § 2. wordt vervangen door de volgende bepaling :
"§ 2. De vrijstelling is beperkt tot meubilair dat :
1° is verkregen onder dezelfde voorwaarden als die gesteld in artikel 20(1bis), § 2, eerste lid, 1°;
2° vóór de vestiging van de tweede verblijfplaats door de belanghebbende werkelijk is gebruikt;
3° overeenkomt met het gewone meubilair van de tweede verblijfplaats.";
B. § 4. Wordt opgeheven.
Art. 4. In artikel 20(3) van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus 1984, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A. § 2. wordt vervangen door de volgende bepaling :
"§ 2. De vrijstelling is beperkt tot meubilair dat :
1° is verkregen onder dezelfde voorwaarden als die gesteld in artikel 20(1bis), § 2, eerste lid, 1°;
2° vóór het verlaten van een tweede verblijfplaats werkelijk in het bezit van belanghebbende is geweest en door hem werkelijk werd gebruikt;
3° overeenkomst met het gewone meubilair van de vorige tweede verblijfplaats en, in voorkomend geval, met dat van de nieuwe tweede verblijfplaats.";
B. § 6 wordt opgeheven.
Art. 5. In artikel 20(4) van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus 1984, worden de §§ 1 en 2 respectievelijk vervangen door de volgende bepalingen :
"§ 1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van persoonlijke goederen die toebehoren aan iemand die zijn normale verblijfplaats van een derde land naar België overbrengt ter gelegenheid van zijn huwelijk.
De vrijstelling wordt slechts verleend indien de belanghebbende zijn verblijfplaats sedert ten minste twaalf opeenvolgende maanden buiten de Gemeenschap heft gehad.
De Minister van Financiën of zijn afgevaardigde kan evenwel afwijkingen van het tweede lid toestaan, mits het in het voornemen van de belanghebbende lag gedurende ten minste twaalf maanden buiten de Gemeenschap te verblijven.
Alcoholische produkten, tabak en tabaksprodukten zijn van de vrijstelling uitgesloten.
§ 2. De vrijstelling is beperkt tot persoonlijke goederen die zijn verkregen onder dezelfde voorwaarden als die gesteld in artikel 20(1), § 2, 1°.
Ten aanzien van motorvoertuigen - met inbegrip van hun aanhangwagens -, caravans, verplaatsbare woningen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen is bovendien vereist dat de belanghebbende die goederen werkelijk heeft gebruikt gedurende ten minste zes maanden vóór de verandering van verblijfplaats.".
Art. 6. Een artikel 20(4bis), luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd :
"Artikel 20(4bis). § 1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van persoonlijke goederen die zijn verworven of gebruikt door iemand die zijn normale verblijfplaats van een Lid-Staat naar België overbrengt ter gelegenheid van zijn huwelijk.
§ 2. De vrijstelling is beperkt tot persoonlijke goederen die zijn verkregen onder dezelfde voorwaarden als die gesteld in artikel 20(1bis), § 2, eerste lid, 1°.
Ten aanzien van motorvoertuigen - met inbegrip van hun aanhangwagens -, caravans, verplaatsbare woningen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen is bovendien vereist dat de belanghebbende die goederen werkelijk heeft gebruikt gedurende ten minste zes maanden vóór de verandering van verblijfplaats.
§ 3. De invoer moet plaatsvinden in de periode die aanvangt twee maanden vóór de vastgestelde huwelijksdatum en eindigt vier maanden na de datum waarop het huwelijk is gesloten; hij mag binnen die termijn in één of meer zendingen plaatsvinden.
§ 4. De belanghebbende moet het bewijs leveren dat zijn huwelijk heeft plaatsgevonden of dat de eerste officiële stappen met het oog op zijn huwelijk zijn genomen.
§ 5. Indien de belanghebbende niet binnen vier maanden na de voor het huwelijk aangekondigde datum het bewijs van zijn huwelijkssluiting levert, is de belasting over de toegevoegde waarde verschuldigd tegen het op de datum van invoer van kracht zijnde tarief en over de maatstaf van heffing van de goederen op die datum.
§ 6. Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van de aangifte voor de definitieve invoer, mogen de met vrijstelling ingevoerde motorvoertuigen - met inbegrip van hun aanhangwagens -, caravans, verplaatsbare woningen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen niet worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen, noch onder bezwarende titel noch om niet, zonder dat de Administratie daarvan vooraf in kennis is gesteld.
De uitlening, verhuur of overdracht vóór het verstrijken van die termijn leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende belasting over de toegevoegde waarde, tegen het op de datum van het uitlenen, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing.
De belasting is evenwel niet verschuldigd in de gevallen die naar behoren zijn gemotiveerd.".
Art. 7. In artikel 20(5), § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus 1984 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 december 1988, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A. in het eerste lid worden de woorden "in een ander land dan België" vervangen door de woorden "buiten de Gemeenschap";
B. in het derde lid worden de woorden ", geschonken door een persoon die zijn normale verblijfplaats in een derde land heeft, " geschrapt.
Art. 8. Een artikel 20(5bis), luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd :
"Artikel 20(5bis). § 1. Vrijstelling van belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van geschenken die gewoonlijk ter gelegenheid van een huwelijk door personen, die hun normale verblijfplaats in een andere Lid-Staat dan België hebben, worden aangeboden en die worden ontvangen door een persoon bedoeld in artikel 20(4bis), § 1.
De vrijstelling wordt slechts verleend voor de geschenken waarvan de waarde per eenheid niet meer bedraagt dan 45.000 frank.
§ 2. De vrijstelling is beperkt tot de geschenken die worden ingevoerd in de periode die aanvangt twee maanden vóór de vastgestelde huwelijksdatum en eindigt vier maanden na de datum waarop het huwelijk is gesloten. Binnen die termijn kan de invoer van de goederen plaatsvinden in één of meer zendingen.
§ 3. Het bewijs moet worden geleverd dat het huwelijk heeft plaatsgevonden of dat de eerste officiële stappen met het oog op het huwelijk zijn genomen.
§ 4. Indien de particulier niet binnen vier maanden na de voor het huwelijk aangekondigde datum het bewijs van zijn huwelijkssluiting levert, is de belasting over de toegevoegde waarde verschuldigd tegen het op de datum van invoer van kracht zijnde tarief en over de maatstaf van heffing van de goederen op die datum.
§ 5. Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van de aangifte voor de definitieve invoer, mogen de met vrijstelling ingevoerde motorvoertuigen - met inbegrip van hun aanhangwagens -, caravans, verplaatsbare woningen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen niet worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen, noch onder bezwarende titel noch om niet, zonder dat de Administratie daarvan vooraf in kennis is gesteld.
De uitlening, verhuur of overdracht vóór het verstrijken van die termijn, leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende belasting over de toegevoegde waarde, tegen het op de datum van het uitlenen, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing.
De belasting is evenwel niet verschuldigd in de gevallen die naar behoren zijn gemotiveerd".
Art. 9. Artikel 21, § 2, 3°, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 oktober 1985, wordt opgeheven.
Art. 10. In artikel 23, § 1, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1986, worden de woorden "in artikel 23bis, § 1" vervangen door de woorden "in de artikelen 23bis, § 1, en 23ter, § 1".
Art. 11. Een artikel 23ter, luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd :
"Artikel 23ter, § 1. Gehele vrijstelling van de belasting wordt verleend bij de tijdelijke invoer van bedrijfsvoertuigen voor goederenvervoer over de weg - met inbegrip van hun aanhangwagens die eraan zijn gekoppeld -, die worden gebruikt voor het verrichten van binnenlands beroepsgoederenvervoer over de weg door vervoersondernemers :
a) gevestigd in Nederland of in het Groothertogdom Luxemburg;
b) gevestigd in een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap en die houder zijn van de cabotagevergunning bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 4059/89 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder niet in een Lid-Staat woonachtige vervoersondernemers aldaar tot het binnenlands goederenvervoer over de weg worden toegelaten.
De vrijstelling geldt eveneens voor de normale reserveonderdelen, het normale toebehoren en de normale uitrusting - met inbegrip van de benodigdheden om goederen te stouwen, te borgen of te beschermen-, welke met deze bedrijfsvoertuigen worden ingevoerd en wederuitgevoerd.
De in dit artikel bedoelde vrijstelling is niet van toepassing indien het tijdelijk ingevoerde bedrijfsvoertuig niet verkregen of ingevoerd werd onder toepassing van de algemene belastingregels voor de binnenlandse markt van een Lid-Staat van de EEG.
De bedrijfsvoertuigen mogen niet worden overgedragen, noch verhuurd, noch uitgeleend, noch verpand, noch ter beschikking gesteld :
- hetzij aan een persoon met normale verblijfplaats in België;
- hetzij aan een in België gevestigde onderneming.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
1° "bedrijfsvoertuig voor goederenvervoer over de weg", elk voertuig dat op grond van zijn constructietype en zijn uitrusting geschikt en bestemd is voor het vervoer van goederen;
2° "beroepsgoederenvervoer", elk vervoer van goederen in de rechtstreekse uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid als vervoersondernemer, tegen betaling of met winstoogmerk;
3° "bedrijfsvoertuig verkregen of ingevoerd onder toepassing van de algemene belastingregels voor de binnenlandse markt van een EEG-Lid-Staat", elk bedrijfsvoertuig waarvan in deze Staat de belasting over de toegevoegde waarde werd geheven;
4° "binnenlands goederenvervoer", elk vervoer van goederen dat begint en eindigt in België, zelfs als het over buitenlands grondgebied loopt".
Art. 12. In de Nederlandse tekst van artikel 25, § 1, e, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1986, worden de woorden "die slechts eenmaal gebruikt kunnen worden" geschrapt.
Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 1990, met uitzondering van artikel 23ter, § 1, eerste lid, a, ingevoegd door artikel 11 van dit besluit dat in werking treedt op 1 januari 1991.
Art. 14. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Motril, 20 augustus 1990.
BOUDEWIJN
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
Ph. MAYSTADT
Aanschrijving nr. 23 dd. 25.09.1990
Koninklijke Besluiten van 20 augustus 1990
Het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 1990 heeft volgende koninklijke besluiten gepubliceerd :
- het koninklijk besluit nr. 42 van 20 augustus 1990 tot vaststelling van de toe te passen wisselkoers indien gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing voor de belasting over de toegevoegde waarde zijn uitgedrukt in een vreemde munteenheid (z. bijlage 1);
- het koninklijk besluit van 20 augustus 1990 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 7 van 27 december 1977 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde (z. bijlage 2).
Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
F. QUAGHEBEUR
Bijlage 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 1990
20 augustus 1990. - Koninklijk besluit nr. 42 tot vaststelling van de toe te passen wisselkoers indien gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing voor de belasting over de toegevoegde waarde zijn uitgedrukt in een vreemde munteenheid.
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Verdrag van 25 maart 1957 tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, goedgekeurd bij de wet van 2 december 1957, inzonderheid op artikel 99;
Gelet op de Zesde Richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag, inzonderheid op artikel 11, C, 2;
Gelet op de Verordening (EEG) nr. 1224/80 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 mei 1980 inzake de douanewaarde van de goederen, gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1055/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 april 1985;
Gelet op de Verordening (EEG) nr. 1224/85 van de Commissie vna de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1985 betreffende de bij de bepaming vna de douanewaarde te gebruiken wisselkoersen;
Gelet op het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, inzonderheid op artikel 27, gewijzigd bij artikel 114 van de wet van 22 december 1989;
Gelet op het advies van de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Indien de gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing voor de belasting over de toegevoegde waarde in een vreemde munteenheid zijn uitgedrukt, wordt de toe te passen wisselkoers vastgesteld overeenkomstig de Verordening (EEG) nr. 1766/85 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1985 betreffende de bij de bepaling van de douanewaarde te gebruiken wisselkoersen.
Indien echter een wisselkoers overeengekomen is tussen de partijen, hij vermeld staat in het contract of op de factuur, of op het vervangend stuk, en de werkelijke betaalde prijs overeenkomstig die koers is betaald, wordt de overeengekomen koers in aanmerking genomen.
Art. 2. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Motril, 20 augustus 1990.
BOUDEWIJN,
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
Ph. MAYSTADT
| Bijlage 2 |
| Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 1990. |
BOUDEWIJN, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Verdrag van 25 maart 1957 tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, goedgekeurd bij de wet van 2 december 1957, inzonderheid op de artikelen 75 en 99;
Gelet op de Verordening (EEG) nr. 4059/89 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder niet in een Lid-Staat woonachtige vervoersondernemers aldaar tot het binnenlands goederenvervoer over de weg worden toegelaten;
Gelet op het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, inzonderheid op artikel 40, gewijzigd bij de wetten van 27 december 1977 en 4 juli 1986;
Gelet op de Richtlijn 69/169/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 mei 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de vrijstellingen van omzetbelasting en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigersverkeer;
Gelet op de Richtlijn 89/604/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 november 1989 tot wijziging van Richtlijn 83/183/EEG betreffende de belastingvrijstellingen bij de definitieve invoer uit een Lid-Staat van persoonlijke goederen door particulieren;
Gelet op het besluit genomen op 29 maart 1990 door de Belgische, Nederlandse en Luxemburgse Ministers van Vervoer om binnen de Benelux volledige cabotagevrijheid voor het goederenvervoer in te voeren vanaf 1 januari 1991;
Gelet op het koninklijk besluit nr. 7 van 27 december 1977 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, inzonderheid op de artikelen 20(1), 20(2), 20(3) en 20(4), ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus 1984 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 december 1988, artikel 21, § 2, 3°, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 oktober 1985, artikel 23, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1986, en op artikel 25, § 1, e, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1986;
Gelet op het advies van de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Artikel 20(1) van het koninklijk besluit nr. 7 van 27 december 1977 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus 1984, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Artikel 20(1), § 1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van persoonlijke goederen door een particulier die zijn normale verblijfplaats van een derde land naar België overbrengt.
De vrijstelling wordt slechts verleend indien de belanghebbende zijn verblijfplaats sedert ten minste twaalf opeenvolgende maanden buiten de Gemeenschap heeft gehad.
De Minister van Financiën of zijn afgevaardigde kan evenwel afwijkingen van het tweede lid toestaan, mits het in het voornemen van de belanghebbende lag gedurende ten minste twaalf maanden buiten de Gemeenschap te verblijven.
§ 2. De vrijstelling is beperkt tot persoonlijke goederen die :
1° hetzij in het land van oorsprong, hetzij in het land van herkomst werden belast met de douanerechten en/of belastingen welke daar normaal op slaan;
2° vóór de verandering van de normale verblijfplaats door de belanghebbende werkelijk zijn gebruikt gedurende ten minste zes maanden in zijn vroegere normale verblijfplaats;
3° bestemd zijn om voor hetzelfde doel te worden gebruikt in de nieuwe verblijfplaats van de belanghebbende;
4° behoudens bijzondere omstandigheden, in één of meer zendingen zijn ingevoerd en voor het verbruik aangegeven vóór het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in België heeft gevestigd.
§ 3. Alcoholische produkten, tabak en tabaksprodukten zijn van de vrijstelling uitgesloten.
§ 4. Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van de aangifte voor de definitieve invoer, mogen de met vrijstelling ingevoerde goederen niet worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen noch onder bezwarende titel noch om niet, zonder dat de Administratie daarvan vooraf in kennis is gesteld.
De uitlening, verhuur of overdracht vóór het verstrijken van die termijn, leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende belasting over de toegevoegde waarde, tegen het op de datum van het uitlenen, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing.
De belasting is evenwel niet verschuldigd in de gevallen die naar behoren zijn gemotiveerd.
§ 5. De vrijstelling wordt eveneens verleend voor de persoonlijke goederen die definitief zijn ingevoerd voordat de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in België vestigt, mits hij zich ertoe verbindt zijn normale verblijfplaats binnen een termijn van zes maanden daadwerkelijk hier te lande te vestigden.
Wanneer gebruikt wordt gemaakt van deze bepaling worden de termijnen bedoeld in § 2 berekend vanaf de datum van invoer.
§ 6. Indien de belanghebbende het land waar hij zijn normale verblijfplaats had ten gevolge van beroepsverplichtingen verlaat, zonder deze normale verblijfplaats tegelijkertijd in België te vestigen maar met de bedoeling ze later hier te lande te vestigen, wordt vrijstelling verleend voor de invoer van de persoonlijke goederen die hij daartoe naar België overbrengt.
Die vrijstelling is aan de in de §§ 2, 3 en 4 genoemde voorwaarden onderworpen, met dien verstande dat de in § 2 genoemde termijnen worden berekend vanaf de datum van invoer en dat de in § 4 bedoelde termijn wordt berekend vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats daadwerkelijk in België heeft gevestigd.
De vrijstelling is bovendien onderworpen aan een verbintenis van de belanghebbende om zijn normale verblijfplaats in België te vestigen binnen een periode die naargelang van de omstandigheden wordt vastgesteld door de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde.
§ 7. De Minister van Financiën of zijn afgevaardigde kan afwijken van het bepaalde in § 2, 2° en 3°, en in § 4, indien een persoon zijn normale verblijfplaats naar België overbrengt ten gevolge van uitzonderlijke politieke omstandigheden".
Art. 2. Een artikel 20(1bis), luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd :
"Artikel 20(1bis). § 1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van persoonlijke goederen door een particulier die zijn normale verblijfplaats van een Lid-Staat naar België overbrengt.
§ 2. De vrijstelling is beperkt tot persoonlijke goederen die :
1° zijn verkregen onder toepassing van de algemene belastingregels voor de binnenlandse markt van een Lid-Staat en uit hoofde van uitvoer niet in aanmerking komen voor ontheffing of teruggave van de belasting over de toegevoegde waarde :
2° vóór de verandering van de normale verblijfplaats door de belanghebbende werkelijk zijn gebruikt, met dien verstande dat motorvoertuigen - met inbegrip van hun aanhangwagens -, caravans, verplaatsbare woningen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen ten minste gedurende zes maanden vóór de verandering van de verblijfplaats door de belanghebbende moeten zijn gebruikt;
3° behoudens bijzondere omstandigheden, in één of meer zendingen zijn ingevoerd en voor het verbruik aangegeven vóór het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in België heeft gevestigd.
Als goederen die voldoen aan de voorwaarden bepaald in 1°, worden aangemerkt goederen die in een Lid-Staat zijn verkregen of ingevoerd met vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde in het kader van de voorrechten verleend aan :
1° diplomatieke zendingen en consulaire posten en hun leden;
2° internationale organismen en hun leden;
3° krijgsmachten van vreemde Staten toegetreden tot het Noord-Atlantisch Verdrag en hun leden.
De termijn van zes maanden bedoeld in het eerste lid, 2°, wordt op twaalf maanden gebracht wanneer motorvoertuigen - met inbegrip van hun aanhangwagens -, caravans, verplaatsbare woningen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen worden ingevoerd door de leden van de Belgische strijdkrachten die deze goederen in het buitenland hebben verkregen of ingevoerd met vrijstelling van de belasting in het kader van de voorrechten waarvan sprake in het tweede lid.
§ 3. Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van de aangifte voor de definitieve invoer, mogen de met vrijstelling ingevoerde motorvoertuigen - met inbegrip van hun aanhangwagens -, caravans, verplaatsbare woningen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen niet worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen noch onder bezwarende titel noch om niet, zonder dat de Administratie daarvan vooraf in kennis is gesteld.
De uitlening, verhuur of overdracht vóór het verstrijken van die termijn, leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende belasting over de toegevoegde waarde, tegen het op de datum van het uitlenen, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing.
De belasting is evenwel niet verschuldigd in de gevallen die naar behoren zijn gemotiveerd.
§ 4. De vrijstelling wordt eveneens verleend voor de persoonlijke goederen die definitief zijn ingevoerd voordat de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in België vestigt, mits hij zich ertoe verbindt zijn normale verblijfplaats binnen een termijn van zes maanden daadwerkelijk hier te lande te vestigen.
Wanneer gebruik wordt gemaakt van deze bepaling worden de termijnen bedoeld in § 2 berekend vanaf de datum van invoer.
§ 5. Indien de belanghebbende het land waar hij zijn normale verblijfplaats had ten gevolge van beroepsverplichtingen verlaat, zonder deze normale verblijfplaats tegelijkertijd in België te vestigen maar de bedoeling ze later hier te lande te vestigen, wordt vrijstelling verleend voor de invoer van de persoonlijke goederen die hij daartoe naar België overbrengt.
Die vrijstelling is aan de in de §§ 2 en 3 genoemde voorwaarden onderworpen, met dien verstande dat de in § 2 genoemde termijnen worden berekend vanaf de datum van de invoer en dat de in § 3 bedoelde termijn wordt berekend vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats daadwerkelijk in België heeft gevestigd.
De vrijstelling is bovendien onderworpen aan een verbintenis van de belanghebbende om zijn normale verblijfplaats in België te vestigen binnen een periode die naargelang van de omstandigheden wordt vastgesteld door de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde.
§ 6. De Minister van Financiën of zijn afgevaardigde kan afwijken van het bepaalde in § 2, eerste lid, 2°, en derde lid, en in § 3, indien een persoon zijn normale verblijfplaats naar België overbrengt ten gevolge van uitzonderlijke politieke omstandigheden".
At. 3. In artikel 20(2) van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus 1984, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A. § 2. wordt vervangen door de volgende bepaling :
"§ 2. De vrijstelling is beperkt tot meubilair dat :
1° is verkregen onder dezelfde voorwaarden als die gesteld in artikel 20(1bis), § 2, eerste lid, 1°;
2° vóór de vestiging van de tweede verblijfplaats door de belanghebbende werkelijk is gebruikt;
3° overeenkomt met het gewone meubilair van de tweede verblijfplaats.";
B. § 4. Wordt opgeheven.
Art. 4. In artikel 20(3) van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus 1984, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A. § 2. wordt vervangen door de volgende bepaling :
"§ 2. De vrijstelling is beperkt tot meubilair dat :
1° is verkregen onder dezelfde voorwaarden als die gesteld in artikel 20(1bis), § 2, eerste lid, 1°;
2° vóór het verlaten van een tweede verblijfplaats werkelijk in het bezit van belanghebbende is geweest en door hem werkelijk werd gebruikt;
3° overeenkomst met het gewone meubilair van de vorige tweede verblijfplaats en, in voorkomend geval, met dat van de nieuwe tweede verblijfplaats.";
B. § 6 wordt opgeheven.
Art. 5. In artikel 20(4) van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus 1984, worden de §§ 1 en 2 respectievelijk vervangen door de volgende bepalingen :
"§ 1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van persoonlijke goederen die toebehoren aan iemand die zijn normale verblijfplaats van een derde land naar België overbrengt ter gelegenheid van zijn huwelijk.
De vrijstelling wordt slechts verleend indien de belanghebbende zijn verblijfplaats sedert ten minste twaalf opeenvolgende maanden buiten de Gemeenschap heft gehad.
De Minister van Financiën of zijn afgevaardigde kan evenwel afwijkingen van het tweede lid toestaan, mits het in het voornemen van de belanghebbende lag gedurende ten minste twaalf maanden buiten de Gemeenschap te verblijven.
Alcoholische produkten, tabak en tabaksprodukten zijn van de vrijstelling uitgesloten.
§ 2. De vrijstelling is beperkt tot persoonlijke goederen die zijn verkregen onder dezelfde voorwaarden als die gesteld in artikel 20(1), § 2, 1°.
Ten aanzien van motorvoertuigen - met inbegrip van hun aanhangwagens -, caravans, verplaatsbare woningen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen is bovendien vereist dat de belanghebbende die goederen werkelijk heeft gebruikt gedurende ten minste zes maanden vóór de verandering van verblijfplaats.".
Art. 6. Een artikel 20(4bis), luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd :
"Artikel 20(4bis). § 1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van persoonlijke goederen die zijn verworven of gebruikt door iemand die zijn normale verblijfplaats van een Lid-Staat naar België overbrengt ter gelegenheid van zijn huwelijk.
§ 2. De vrijstelling is beperkt tot persoonlijke goederen die zijn verkregen onder dezelfde voorwaarden als die gesteld in artikel 20(1bis), § 2, eerste lid, 1°.
Ten aanzien van motorvoertuigen - met inbegrip van hun aanhangwagens -, caravans, verplaatsbare woningen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen is bovendien vereist dat de belanghebbende die goederen werkelijk heeft gebruikt gedurende ten minste zes maanden vóór de verandering van verblijfplaats.
§ 3. De invoer moet plaatsvinden in de periode die aanvangt twee maanden vóór de vastgestelde huwelijksdatum en eindigt vier maanden na de datum waarop het huwelijk is gesloten; hij mag binnen die termijn in één of meer zendingen plaatsvinden.
§ 4. De belanghebbende moet het bewijs leveren dat zijn huwelijk heeft plaatsgevonden of dat de eerste officiële stappen met het oog op zijn huwelijk zijn genomen.
§ 5. Indien de belanghebbende niet binnen vier maanden na de voor het huwelijk aangekondigde datum het bewijs van zijn huwelijkssluiting levert, is de belasting over de toegevoegde waarde verschuldigd tegen het op de datum van invoer van kracht zijnde tarief en over de maatstaf van heffing van de goederen op die datum.
§ 6. Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van de aangifte voor de definitieve invoer, mogen de met vrijstelling ingevoerde motorvoertuigen - met inbegrip van hun aanhangwagens -, caravans, verplaatsbare woningen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen niet worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen, noch onder bezwarende titel noch om niet, zonder dat de Administratie daarvan vooraf in kennis is gesteld.
De uitlening, verhuur of overdracht vóór het verstrijken van die termijn leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende belasting over de toegevoegde waarde, tegen het op de datum van het uitlenen, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing.
De belasting is evenwel niet verschuldigd in de gevallen die naar behoren zijn gemotiveerd.".
Art. 7. In artikel 20(5), § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus 1984 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 december 1988, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A. in het eerste lid worden de woorden "in een ander land dan België" vervangen door de woorden "buiten de Gemeenschap";
B. in het derde lid worden de woorden ", geschonken door een persoon die zijn normale verblijfplaats in een derde land heeft, " geschrapt.
Art. 8. Een artikel 20(5bis), luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd :
"Artikel 20(5bis). § 1. Vrijstelling van belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van geschenken die gewoonlijk ter gelegenheid van een huwelijk door personen, die hun normale verblijfplaats in een andere Lid-Staat dan België hebben, worden aangeboden en die worden ontvangen door een persoon bedoeld in artikel 20(4bis), § 1.
De vrijstelling wordt slechts verleend voor de geschenken waarvan de waarde per eenheid niet meer bedraagt dan 45.000 frank.
§ 2. De vrijstelling is beperkt tot de geschenken die worden ingevoerd in de periode die aanvangt twee maanden vóór de vastgestelde huwelijksdatum en eindigt vier maanden na de datum waarop het huwelijk is gesloten. Binnen die termijn kan de invoer van de goederen plaatsvinden in één of meer zendingen.
§ 3. Het bewijs moet worden geleverd dat het huwelijk heeft plaatsgevonden of dat de eerste officiële stappen met het oog op het huwelijk zijn genomen.
§ 4. Indien de particulier niet binnen vier maanden na de voor het huwelijk aangekondigde datum het bewijs van zijn huwelijkssluiting levert, is de belasting over de toegevoegde waarde verschuldigd tegen het op de datum van invoer van kracht zijnde tarief en over de maatstaf van heffing van de goederen op die datum.
§ 5. Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van de aangifte voor de definitieve invoer, mogen de met vrijstelling ingevoerde motorvoertuigen - met inbegrip van hun aanhangwagens -, caravans, verplaatsbare woningen, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen niet worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen, noch onder bezwarende titel noch om niet, zonder dat de Administratie daarvan vooraf in kennis is gesteld.
De uitlening, verhuur of overdracht vóór het verstrijken van die termijn, leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende belasting over de toegevoegde waarde, tegen het op de datum van het uitlenen, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing.
De belasting is evenwel niet verschuldigd in de gevallen die naar behoren zijn gemotiveerd".
Art. 9. Artikel 21, § 2, 3°, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 oktober 1985, wordt opgeheven.
Art. 10. In artikel 23, § 1, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1986, worden de woorden "in artikel 23bis, § 1" vervangen door de woorden "in de artikelen 23bis, § 1, en 23ter, § 1".
Art. 11. Een artikel 23ter, luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd :
"Artikel 23ter, § 1. Gehele vrijstelling van de belasting wordt verleend bij de tijdelijke invoer van bedrijfsvoertuigen voor goederenvervoer over de weg - met inbegrip van hun aanhangwagens die eraan zijn gekoppeld -, die worden gebruikt voor het verrichten van binnenlands beroepsgoederenvervoer over de weg door vervoersondernemers :
a) gevestigd in Nederland of in het Groothertogdom Luxemburg;
b) gevestigd in een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap en die houder zijn van de cabotagevergunning bedoeld in de Verordening (EEG) nr. 4059/89 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder niet in een Lid-Staat woonachtige vervoersondernemers aldaar tot het binnenlands goederenvervoer over de weg worden toegelaten.
De vrijstelling geldt eveneens voor de normale reserveonderdelen, het normale toebehoren en de normale uitrusting - met inbegrip van de benodigdheden om goederen te stouwen, te borgen of te beschermen-, welke met deze bedrijfsvoertuigen worden ingevoerd en wederuitgevoerd.
De in dit artikel bedoelde vrijstelling is niet van toepassing indien het tijdelijk ingevoerde bedrijfsvoertuig niet verkregen of ingevoerd werd onder toepassing van de algemene belastingregels voor de binnenlandse markt van een Lid-Staat van de EEG.
De bedrijfsvoertuigen mogen niet worden overgedragen, noch verhuurd, noch uitgeleend, noch verpand, noch ter beschikking gesteld :
- hetzij aan een persoon met normale verblijfplaats in België;
- hetzij aan een in België gevestigde onderneming.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
1° "bedrijfsvoertuig voor goederenvervoer over de weg", elk voertuig dat op grond van zijn constructietype en zijn uitrusting geschikt en bestemd is voor het vervoer van goederen;
2° "beroepsgoederenvervoer", elk vervoer van goederen in de rechtstreekse uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid als vervoersondernemer, tegen betaling of met winstoogmerk;
3° "bedrijfsvoertuig verkregen of ingevoerd onder toepassing van de algemene belastingregels voor de binnenlandse markt van een EEG-Lid-Staat", elk bedrijfsvoertuig waarvan in deze Staat de belasting over de toegevoegde waarde werd geheven;
4° "binnenlands goederenvervoer", elk vervoer van goederen dat begint en eindigt in België, zelfs als het over buitenlands grondgebied loopt".
Art. 12. In de Nederlandse tekst van artikel 25, § 1, e, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1986, worden de woorden "die slechts eenmaal gebruikt kunnen worden" geschrapt.
Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 1990, met uitzondering van artikel 23ter, § 1, eerste lid, a, ingevoegd door artikel 11 van dit besluit dat in werking treedt op 1 januari 1991.
Art. 14. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Motril, 20 augustus 1990.
BOUDEWIJN
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
Ph. MAYSTADT
Bron: FisconetPlus
