Circulaire nr. 16/2010 d.d. 08.12.2010

(Circulaire AFZ Nr. 14/2010)

Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Administratie van Fiscale Zaken

4e dienst - 2e directie

Patrimoniumdocumentatie

Kadaster, registratie en domeinen

bijlagen: 2

Programmadecreet van 22 juli 2010 houdende verschillende maatregelen inzake goed bestuur, bestuurlijke vereenvoudiging, energie, huisvesting, fiscaliteit, werkgelegenheid, luchthavenbeleid, economie, leefmilieu, ruimtelijke ordening, plaatselijke besturen, landbouw en openbare werken

Waals Gewest ; Wl.W.Reg. ; registratierechten ; roerende schenking gedaan onder een opschortende termijn of opschortende voorwaarde

1. Inleiding

In het Belgisch Staatsblad van 20 augustus 2010 werd het vermelde decreet bekendgemaakt. Het wijzigt onder meer het op roerende schenkingen betrekking hebbende artikel 131bis Wl.W.Reg.

Dat decreet wijzigt het stelsel van de roerende schenkingen gedaan onder een opschortende termijn of onder een opschortende voorwaarde. Het schrijft ook in het Wetboek een afwijking van artikel 16 W.Reg. in, zonder daarbij de tekst van dat artikel te wijzigen. Dit geschiedt door in een bijzonder geval de onmiddellijke – d.w.z. zonder de vervulling van de opschortende voorwaarde af te wachten – heffing te voorzien.

In deze circulaire worden, na aan de oude tekst te hebben herinnerd en de nieuwe tekst te hebben geïntroduceerd, de wijzigingen aan het registratierecht van commentaar voorzien en wordt de weerslag ervan nagegaan op het vlak van de successierechten.

2. Gewijzigde tekst – Art. 131bis, §, 3, 2°, Wl.W.Reg.

Er wordt aan herinnerd dat vóór de wijziging ervan bij onderhavig decreet, artikel 131bis, § 3, van het voordeel van het verlaagd tarief voor roerende schenkingen uitsloot:

  1. 1° de "schenkingen onder de levenden van een blote eigendom of een vruchtgebruik op andere roerende goederen dan die bedoeld bij § 2, 1°, 2° of 3°";

  2. 2° de "schenkingen onder levenden van roerende goederen waarop een andere opschortende voorwaarde dan die bedoeld in artikel 17 berust, of een opschortende termijn, tenzij die voorwaarde verwezenlijkt is of dat de termijn vervallen is op het ogenblik waarop ze ter registratie aangeboden worden".

De na de wijziging vigerende tekst (1) sluit voortaan van het vorenbedoeld voordeeltarief uit:

  1. 1° de "schenkingen onder de levenden van een blote eigendom of een vruchtgebruik op andere roerende goederen dan die bedoeld bij § 2, 1°, 2° of 3°"(ongewijzigde bepaling;

  2. 2° de "schenkingen onder levenden van roerende goederen waarop een andere opschortende voorwaarde dan die bedoeld in artikel 17 berust, die ingevolge het overlijden van de schenker wordt vervuld, tenzij:

    • ofwel die voorwaarde vervuld is op het ogenblik dat ze ter registratie aangeboden wordt;

    • ofwel de schenking betrekking heeft op de schenking van de begunstiging van de prestatie van een levensverzekeringsovereenkomst, door de aanwijzing van de begiftigde als begunstigde van die levens-verzekeringsovereenkomst in geval van vooroverlijden van de verzekerde van die overeenkomst, zoals bedoeld in de artikelen 106 tot 111 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst; in dat geval wordt het kapitaal, zoals het op de dag van de schenking bestaat en dat krachtens de overeenkomst gestort moet worden aan de begunstigde in geval vooroverlijden van de verzekerde, geacht het gegeven roerend goed te constitueren dat aan het bij dit artikel bepaalde recht onderworpen is; in afwijking van artikel 16 is het in dit artikel bedoelde recht op dat kapitaal verschuldigd vanaf de in artikel 19, eerste lid, 1°, bedoelde notarisakte die de schenking bevat, of zodra de schenking ter registratie aangeboden wordt, al naar gelang van het geval, en wordt elke latere verhoging van het kapitaal dat in geval van vooroverlijden van de verzekerde werkelijk betaald is aan de begunstigde, ten opzichte van het kapitaal waarop het schenkingsrecht is betaald, geacht niet onderworpen te zijn aan het schenkingsrecht voor de toepassing van het successierecht;

    • ofwel de schenking de rechtstreekse schenking van een recht van vruchtgebruik of van elk ander tijdelijk recht of lijfrenterecht betreft, onder de voorwaarde van het vooroverlijden van de schenker;

    • ofwel de schenking de aanwas of de terugvalling van een recht van vruchtgebruik of van elk ander tijdelijk recht of lijfrenterecht betreft, voortvloeiend uit een beding van voorbehoud van dat recht ten gunste van een persoon en, op diens overlijden, ten gunste van een aannemende derde, wanneer dat beding vermeld staat in een hoofdovereenkomst met als voorwerp de verkoop of de schenking van goederen waarop het recht van vruchtgebruik of het tijdelijk recht of lijfrenterecht slaat en tenzij dat beding onder de opschortende voorwaarde dat de begunstigde van de aanwas of de terugbetaling de schenker en, in voorkomend geval, andere bepaalde begunstigden overleeft."

----------

(1) Opmerkingen bij deze Nederlandse vertaling van de officiële tekst vindt U in de voetnoten van bijlage 1.

3. Draagwijdte van de wijziging

3.1. Schenking onder opschortende termijn

De schenking van roerende goederen gedaan onder een opschortende tijdsbepaling die nog niet was verschenen op het ogenblik van de registratie van de akte werd door de oude tekst van het voordeel van het verlaagd tarief uitgesloten. In de nieuwe tekst is daar geen sprake meer van. Er is dus geen beletsel meer om in dergelijk geval het verlaagd tarief voor roerende schenkingen toe te passen.

Voor het overige blijven de roerende schenkingen gedaan onder een opschortende tijdsbepaling natuurlijk onderworpen aan het stelsel van de rechtshandelingen gedaan onder een tijdsbepaling : niets belet de onmiddellijke heffing van het recht waaraan de overeenkomst is onderworpen (2). Vóór de wijziging bij dit decreet was dat het gewone tarief ; sindsdien is dat het verlaagd tarief.

----------

(2) Cursus Registratierechten, FOD Financiën; ed. 01.01.2008, nr 166, www.fisconet.be, met verwijzing naar E. et A. Genin, Commentaar op het Wetboek der registratie-, hypotheek en griffierechten, Brussel, Drukkerij F. Van Buggenhoudt, 2e ed., 1950, nrs. 288, 289 en 481; M. Donnay, Règles générales de perception des droits d'enregistrement, Rec. gén. enr. not., 1965, nr. 20831, § 115; Rép. not., nr. 180.

Van het voordeel van het verlaagd tarief blijft nochtans uitgesloten een schenking gedaan onder een opschortende tijdsbepaling die goederen betreft die van bedoeld tarief zijn uitgesloten (vb. volle eigendom van andere financiële instrumenten dan die vermeld in artikel 131bis, § 2, 1°, 2° of 3°, of blote eigendom of vruchtgebruik op goederen andere dan die vermeld in artikel 131bis, § 2, 1°, 2° of 3° ...).

Op vraag van het Waalse Gewest wordt tenslotte nog benadrukt " dat het schenkingsrecht op een dergelijke onder een opschortende tijdsbepaling gedane schenking:

  • onmiddellijk wordt geheven over de grondslag bepaald overeenkomstig artikel 133 van het Wetboek, zonder dat dus toepassing kan worden gemaakt van de regel van de uitgestelde heffing neergelegd in artikel 16 van het Wetboek, vermits die regel enkel geldt bij een schorsende voorwaarde, welke steeds een onzeker element verondersteld;

  • wetende dat, wat ook de draagwijdte van de opschortende tijdsbepaling is, in principe, volgens het burgerlijk recht, een opschortende tijdsbepaling de overdracht van de eigendom van de geschonken goederen uitstelt tot bij het verschijnen van de termijn (opschortende tijdsbepaling betreffende de volledige schenkingsovereenkomst of betreffende enkel de verbintenis van de schenker om de eigendom van de geschonken goederen aan de begiftigde over te dragen, termijn met uitgestelde eigendomsoverdracht of schorsende termijn vergezeld van een contractuele afwijking desbetreffend, al of niet bestaan van een beding van gezamenlijk beheer van de geschonken goederen tot bij het verschijnen van de termijn, ...)."

3.2. Schenking onder opschortende voorwaarde

3.2.1. Opschortende voorwaarden andere dan die bedoeld in artikel 17 en onafhankelijk van het overlijden van de schenker

Genieten niet van het voordeel van het verminderd tarief voor roerende schenkingen de "schenkingen onder levenden van roerende goederen gedaan onder een opschortende voorwaarde, andere dan die bedoeld in artikel 17, die ingevolge het overlijden van de schenker wordt vervuld ". In afwijking van deze regel is bedoeld tarief toch van toepassing in de volgende vier gevallen (zie de opsomming – vier streepjes – in het vervolg van het nieuwe artikel) (zie nr. 3.2.2.1 tot 3.2.2.4.)

Voor de schenkingen gedaan onder een opschortende voorwaarde bedoeld in artikel 17 W. Reg. (rechtshandeling door een rechtspersoon onder een opschortende voorwaarde verricht en aan machtiging, goedkeuring of bekrachtiging van overheidswege onderworpen) verandert er niets: toepassing van het verlaagd tarief blijft mogelijk.

Wat de andere gevallen betreft is het zo dat, in tegenstelling tot wat vroeger het geval was, van het verlaagd tarief voor roerende schenkingen kunnen genieten, alle schenkingen gedaan onder om het even welke opschortende voorwaarde, behalve die welke worden vervuld ingevolge het overlijden van de schenker. Op de regel dat roerende schenkingen onder een opschortende voorwaarde die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker (3) niet kunnen genieten van het verlaagd tarief heeft de decreetgever echter vier uitzonderingen bepaald.

----------

(3) worden ondermeer bedoeld (zie Circ. 4/2005, nr. 8.3.1.):

  • de schenking onder de opschortende voorwaarde van vooroverlijden van de schenker;
  • de schenking onder de opschortende voorwaarde van overleven van de begiftigde;
  • de schenking waarbij de schenker zich het vruchtgebruik voorbehoudt en bedingt dat bij zijn overlijden dat vruchtgebruik zal overgaan op een derde die aanvaardt (beding van terugval).

Een schenking gedaan onder om het even welke andere opschortende voorwaarde dan een opschortende voorwaarde die wordt vervuld ingevolge het overlijden van de schenker, kan dus, eenmaal de voorwaarde is vervuld (4), in principe genieten van het verlaagd tarief. Onverschillig of het een schenking bij onderhandse of bij notariële akte betreft, zal in voorkomend geval ook artikel 66bis, tweede lid, Wl.W.Succ. van toepassing zijn, indien het registratierecht door de Schatkist is verworven vóór het openvallen van de nalatenschap van de schenker. Dat is dus niet het geval wanneer het gaat om een schenking vastgesteld bij onderhandse akte of bij een authentieke akte verleden voor een buitenlandse notaris, die na het overlijden van de schenker ter registratie wordt aangeboden.

----------

(4) Vb. in geval van een schenking met fideïcommis de residuo (substitutie van de fideicommissaris; zie art. 896, 1048 en 1049 BW), die een dubbele schenking uitmaakt. De tweede schenking, gedaan door de schenker aan de begiftigde in tweede rang (de verwachter), is gedaan onder de opschortende voorwaarde van vooroverlijden van de begiftigde in eerste rang (de bezwaarde) (zie ook F. Werdefroy, Registratierechten, 2006-2007, deel II, p. 1396 e.v., nr. 1115^2, en de voorafgaande beslissing van 19 mei 2005, nr. 400.402).

3.2.2. Opschortende voorwaarde die wordt vervuld ingevolge het overlijden van de schenker

De schenkingen gedaan onder een opschortende voorwaarde die wordt vervuld ingevolge het overlijden van de schenker genieten niet het voordeel van het verlaagd tarief voor roerende schenkingen, behalve in de vier volgende gevallen.

3.2.2.1. Voorwaarde vervuld op het ogenblik van de aanbieding ter registratie
A. Schenkingsakte verleden voor een Belgische notaris

In het eerste geval van artikel 131bis, § 3, 2°, eerste streepje, blijft alles bij het oude. Indien op het ogenblik van de aanbieding ter registratie van de schenkingsakte de voorwaarde al is vervuld (5), wordt de akte onmiddellijk geregistreerd met toepassing van het verlaagd tarief.

----------

(5) Dit veronderstelt dat de schenker is overleden tussen het tijdstip van de ondertekening en dat van de aanbieding ter registratie van de schenkingsakte.

In voorkomend geval is het uiteraard aangewezen aan de voet van de akte een pro-fisco verklaring te doen betreffende het al vervuld zijn van de voorwaarde. Indien die verklaring ontbreekt maar de notaris bijvoorbeeld de verschuldigde rechten geprovisioneerd heeft op basis van het verlaagd tarief, zal de ontvanger de notaris verzoeken bedoelde verklaring alsnog aan de voet van de akte te doen.

Bij gemis van die verklaring en voor zover de voorwaarde is vervuld op het ogenblik van de aanbieding ter registratie van de akte, wordt de akte geregistreerd tegen het algemeen vast recht en zal later de verklaring bepaald in artikel 31, eerste lid, 2°, W.Reg.W. moeten neergelegd worden met het oog op de heffing van het verlaagd evenredig recht vastgesteld bij artikel 131bis, § 1, W. Reg.W. (gecombineerde toepassing van de artikelen 16, 31, 131bis en 209, eerste lid, 1°, Wl.W.Reg.).

De registratie tegen het verlaagd tarief brengt mee dat ook artikel 66bis, tweede lid, Wl.W.Succ. toepassing vindt. De schenking blijft buiten het toepassingsgebied van de successierechten en het progressievoorbehoud bepaald in het eerste lid van hetzelfde artikel vindt al evenmin toepassing.

B. Onderhandse akte

Wanneer het een onderhandse akte betreft, dan heeft, in de beschouwde hypothese (voorwaarde al vervuld bij de aanbieding ter registratie), de registratie volstrekt geen belang als het de bedoeling is de successierechten te ontwijken. Inderdaad, gezien het registratierecht in deze situatie uiteraard niet verworven is door de Schatkist op het ogenblik van het openvallen van de nalatenschap, blijven de geschonken goederen onderworpen aan het successierecht (art. 1 of eventueel 7, Wl.W.Succ.) Als hem een dergelijke akte ter formaliteit wordt aangeboden wordt de ontvanger verzocht de aandacht van de aanbieder hierop vestigen. Een eventuele vrijwillige aanbieding ter registratie - nutteloos indien de bedoeling ervan is te ontsnappen aan de successierechten - van een onderhandse schenkingsakte na het overlijden van de schenker, geeft aanleiding tot de heffing van het algemeen vast recht (AVR) (6).

----------

(6) Rép. not., v° "Droits de succession", ed. 01.02.2007, nr. 278; J. Decuyper, Successierechten, ed. 2008-2009, nr. 168, voorlaatste alinea.

N.B.: Quid indien de voorwaarde niet is vervuld op het ogenblik van de aanbieding ter registratie (situatie die niet is bedoeld in het eerste uitzonderingsgeval)?

Behoudens indien het verlaagd tarief nog kan worden bekomen bij toepassing van een van de drie overige uitzonderingsgevallen bepaald in artikel 131bis, § 3, wordt de akte houdende de opschortende voorwaarde die nog niet is vervuld op het ogenblik van de aanbieding ervan, geregistreerd tegen het algemeen vast recht, ongeacht of ze verplicht of vrijwillig wordt aangeboden. Wanneer de voorwaarde wordt vervuld, wordt het evenredig recht verschuldigd. Het gewoon tarief van artikel 131 Wl.W.Reg. wordt geheven bij de registratie van de verklaring die moet worden aangeboden bij toepassing van artikel 31, eerste lid, 2°, W. Reg.

Vermits in een dergelijk geval het gewoon schenkingsrecht op het ogenblik van het openvallen van de nalatenschap door de Schatkist verworven is door het overlijden, zijn de geschonken goederen niet meer belastbaar met het successierecht. De artikelen 42, VIIIbis en 66bis, eerste lid, Wl.W.Succ. zijn dan onbetwistbaar wel van toepassing : m.a.w. de regel van het progressievoorbehoud speelt dan volop.

3.2.2.2. Schenking van de begunstiging van de prestatie van een levensverzekeringsovereenkomst

A. Levensverzekeringsovereenkomsten zijn " persoonsverzekeringen waarbij het zich voordoen van het verzekerd voorval alleen afhankelijk is van de menselijke levensduur " (cf. artikel 97 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, hierna WLVO) (7).

----------

(7) Dat verband met de menselijke levensduur kan zijn "het in leven zijn van de verzekerde op een bepaald tijdstip, het overlijden van de verzekerde vóór een bepaalde datum, het overlijden van de verzekerde ongeacht de datum waarop (men spreekt dan van een verzekering "ganse leven" ) enz." C. DEVOET, Assurance vie – Cadre juridique général, in Manuel de planification patrimoniale, Livre 7, Les formes alternatives de planification patrimoniale, Y.-H. LELEU e.a., Brussel, Larcier, 2010, p. 10, nr 1.

B. Ter herinnering, de zuiver en eenvoudige "schenking;" van een levensverzekeringscontract, waardoor de begiftigde van het contract de verzekeringsnemer (8) wordt met het eventuele vermogen om zichzelf (of enige andere persoon) als begunstigde aan te duiden, genoot reeds het voordeel van het verlaagd tarief bepaald in artikel 131bis Wl.W.Reg. (9).

----------

(8) Cf. de artikelen 119 en 120 van de wet van 25 juni 1992 betreffende de landverzekerings-overeenkomsten (WLVO).

(9) Zie wat betreft "schenking" van een "levensverzekering" C. DEVOET, Assurance vie – "Donation d'un contrat d'assurance vie", in Manuel de planification patrimoniale, Livre 7, Les formes alternatives de planification patrimoniale, Y.-H. LELEU e.a., Brussel, Larcier, 2010, p. 81 e.v., nrs. 82 e.v.; v. in het bijzonder p. 83, nr. 84, over de vraag of de afstand van schuldvordering die een dergelijke schenking inhoudt, ook noodzakelijkerwijze expliciet of impliciet mede betrekking heeft op het recht om het voordeel van de verzekering toe te wijzen of te herroepen (d.w.z. de vraag of de nieuwe verzekeringsnemer het recht heeft om de begunstigde aan te wijzen of het vermogen heeft de begunstigde te wijzigen).

C. Het 2de geval, vermeld onder het tweede streepje van artikel 131bis, § 3, 2°, betreft een schenking onder de levenden van roerende goederen onder een opschortende voorwaarde die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker, en die als voorwerp heeft: "de begunstiging van de prestatie van een levensverzekeringsovereenkomst, door de aanwijzing van de begiftigde als begunstigde van die levensverzekeringsovereenkomst in geval van vooroverlijden van de verzekerde van die overeenkomst, zoals bedoeld in de artikelen 106 tot 111 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst".

Bedoeld wordt de schenking die het resultaat is van de aanwijzing als de begunstigde (10) van een andere persoon dan de verzekeringsnemer of de verzekerde en de registratie van een akte houdende de aanvaarding van de bedoelde begunstiging (11).

----------

(10) Of als subsidiaire begunstigde, in het bijzonder wanneer de verzekeringsnemer ook de eerste begunstigde is.

(11) Cfr. art. 122 WLVO: "Recht van aanvaarding (door de aangewezen begunstigde). De begunstigde kan de begunstiging te allen tijde aanvaarden, ook nadat de verzekerings-prestaties opeisbaar zijn geworden.
"Het recht van aanvaarding komt uitsluitend toe aan de begunstigde. Het kan niet worden uitgeoefend door zijn echtgenoot of zijn schuldeisers.";
en art. 123, eerste lid, WLVO: "Vormvoorschrift.
(van de aanvaarding door de begunstigde van zijn aanwijzing) Zolang de verzekeringnemer leeft kan de aanvaarding slechts geschieden door een bijvoegsel bij de polis met de handtekening van de begunstigde, de verzekeringnemer en de verzekeraar.".

Louter ter herinnering wordt opgemerkt dat de aanvaarding na het overlijden van de schenker-verzekeringsnemer (zie artikel 123, tweede lid, WLVO) niet meebrengt dat de begunstiging van de verzekering buiten het toepassingsgebied valt van, naargelang het geval, artikel 1 of 8 van het W. Succ.

D. In dit geval brengt de nieuwe bepaling de grootste wijziging teweeg. Er wordt inderdaad afgeweken van één van de algemene heffingsregels van het registratierecht. Hoewel het gaat om een overeenkomst onder een opschortende voorwaarde, wordt, in afwijking van artikel 16 W. Reg. ¾ dat niet werd gewijzigd ¾, onmiddellijk het evenredig registratierecht geheven, ongeacht of de aangeboden akte notarieel of onderhands (en ze in het laatste geval vrijwillig ter registratie wordt aangeboden; idem dito indien het een voor een buitenlandse notaris verleden authentieke akte betreft) is.

In dat geval wordt het recht geheven aan het tarief dat van toepassing is op het ogenblik dat het evenredig recht opeisbaar wordt, d.w.z. op de datum van de Belgische notariële akte of op de datum van de aanbieding ter registratie van, naargelang van het geval, de onderhandse akte of de voor een buitenlandse notaris verleden notariële akte. De heffing wordt niet herzien indien het tarief naderhand maar voor de eventuele vervulling van de voorwaarde wijzigt.

E. De heffingsgrondslag van het schenkingsrecht is "het kapitaal, zoals het op de dag van de schenking bestaat en dat krachtens de overeenkomst gestort moet worden aan de begunstigde in geval vooroverlijden van de verzekerde".

Merk tevens op dat een eventuele "latere verhoging van het werkelijk aan de begunstigde betaalde kapitaal in geval van vooroverlijden van de verzekerde, ten opzichte van het kapitaal waarop het schenkingsrecht is betaald, geacht wordt niet onderworpen te zijn geweest aan het schenkingsrecht voor de toepassing van het successierecht".

In het beschouwde geval is er dus enerzijds heffing van het evenredig schenkingsrecht, zelfs vóór de verwezenlijking van de voorwaarde, op het kapitaal zoals dat op het ogenblik van de schenking bestaat en dat volgens de overeenkomst moet worden betaald aan de begunstigde in geval van vooroverlijden van de verzekerde, en anderzijds, in voorkomend geval, van het successierecht na de vervulling van die voorwaarde (12), op "iedere latere verhoging van het werkelijk aan de begunstigde betaalde kapitaal in geval van vooroverlijden van de verzekerde, ten opzichte van het kapitaal waarop het schenkingsrecht is betaald".

----------

(12) Het kan gaan om een dubbele opschortende voorwaarde, te weten het vooroverlijden van de schenker-levensverzekeringsnemer, en, indien het om een andere persoon gaat, het vooroverlijden van de verzekerde, zonder hetwelk de prestaties niet opeisbaar zijn.

Er wordt aan herinnerd dat in geval van overlijden binnen de drie jaar van hetzij de datum van een notariële akte onderworpen aan het verlaagd tarief van artikel 131bis, W. Reg., hetzij van de registratie van een aan datzelfde tarief onderworpen onderhandse akte of voor een buitenlandse notaris verleden authentieke akte, het progressievoorbehoud bepaald in artikel 66bis, tweede lid, 1° Wl.W.Succ. niet van toepassing is. Dit belet echter niet dat de betrokken schenkingen in de aangifte van nalatenschap van de overleden schenker moeten vermeld worden (art. 42, VIIIbis W. Succ.).

Tenslotte wordt er nog op gewezen dat er geen bijzondere bepaling van teruggave van reeds geheven rechten is voorzien voor het geval dat de begiftigde vooroverlijdt. Een en ander onverminderd artikel 209 Wl.W.Reg. (onder meer het eerste lid, 3°quater).

F. Wanneer in het contract de betaling van periodieke premies is overeengekomen, kan men opeenvolgende documenten aan het verlaagd schenkingsrecht doen registreren. Het spreekt vanzelf dat in een dergelijk geval de heffingsgrondslag van het schenkingsrecht bestaat in het voorheen nog niet met dat recht belaste kapitaal, mits verschaffing door de verzoeker van de nodige inlichtingen desbetreffend (datum van de vorige akte, plaats van de registratie ervan, ...) of, eenvoudiger nog, van een kopie van het registratierelaas dat is vermeld op de voorheen al aan het schenkingsrecht onderworpen akte

Voorbeeld. A gaat een levensverzekeringovereenkomst op zijn hoofd aan, waarbij de gewaarborgde prestatie moet worden uitgekeerd na 21 jaar, aan A indien hij nog leeft en aan B (of zijn rechtverkrijgenden) in geval van vooroverlijden van A. De maandelijks te betalen premie bedraagt 150 €. In de veronderstelling dat het door B in geval van vooroverlijden van A te ontvangen kapitaal 39.000 € bedraagt, zal de door B ter registratie aangeboden akte van aanvaarding van zijn aanwijzing als begunstigde, aanleiding zijn voor de heffing van het schenkingsrecht over een grondslag van 39.000 €. Indien A vervolgens, boven de normale premie, overgaat tot de storting van een enig aanvullend bedrag (of tot een periodiek uitgevoerde aanvulling) zodat het in voorkomend geval te ontvangen kapitaal wordt opgetrokken tot 50.000 €, zal B, wanneer hij een nieuwe akte van aanvaarding doet registreren, hierop het schenkingsrecht moeten betalen over een grondslag van 11.000 €.

G. Merk op dat in geval er meerdere begunstigden gezamenlijk zijn aangewezen en alle of sommige onder hen de schenking ieder wat hem betreft aanvaarden in ter registratie aangeboden documenten, de heffing van het verlaagd registratierecht geschiedt per aanvaarde schenking, daarbij telkens rekening houdende met de band van verwantschap of van samenwoning die bestaat tussen de schenker en elk van de begiftigden afzonderlijk beschouwd.

N.B.:

Quid wanneer het gaat om een generieke aanduiding (d.w.z. zonder naamsvermelding, vb. " de kinderen van de verzekeringsnemer) van de gezamenlijke begunstigden? Met het oog op de belasting ervan met het schenkingsrecht, worden de te onderscheiden schenkingen geacht (13) te bestaan in het deel in het kapitaal dat aan elk van de begunstigden toekomt, rekening houdende met de toestand zoals hij zich voordoet op het tijdstip van de akte van aanvaarding of van de registratie van die akte, naargelang het gaat om een authentieke of onderhandse akte.

----------

(13) In het burgerlijk recht "wordt de hoedanigheid van begunstigde van een generieke clausule beoordeeld op het tijdstip waarop de verzekeringsprestatie opeisbaar wordt en niet op het tijdstip van de sluiting van het contract". C. DEVOET, Assurance vie – Clause bénéficiaire, in Manuel de planification patrimoniale, Livre 7, les formes alternatives de planification patrimoniale, Y.-H. LELEU e.a., Brussel, Larcier, 2010, blz. 31 e.v.

Voorbeeld. A duidt op generieke wijze zijn kinderen aan als gezamenlijke begunstigden van een levensverzekeringscontract, aangegaan op zijn eigen hoofd, met als prestatie van de verzekeraar bij het overlijden van A de betaling van een totaal kapitaal van 60.000 EUR. Twee van de drie kinderen van A aanvaarden en doen de desbetreffende akte registreren. De heffingsgrondslag voor elk van de aanvaarders bedraagt dan 20.000 EUR.

Later vergroot de familie, bvb. door iemand vol te adopteren. Het derde (dat nog niet had aanvaard) en het vierde (vol geadopteerde) kind aanvaarden de begunstiging in het levensverzekeringscontract in de geëigende vorm. Bij de registratie van die aanvaardingen wordt er ten laste van elk van die twee begunstigden geheven op een grondslag van 15.000 EUR.

Voor een dergelijk geval is er evenmin een bijzondere bepaling voorzien die de teruggave toelaat van het recht geheven op schenkingen die niet tot stand komen wegens niet verwezenlijking van de voorwaarde(n).

Indien de begunstigde op het ogenblik van het overlijden zijn aanvaarding niet heeft doen registreren en hij dus geen partij was bij een schenking die geregistreerd werd tegen betaling van het schenkingsrecht, kan men niet beweren dat het recht zou zijn gekweten (in de zin van de artikelen 7 of 8, zesde lid, 1° W. Succ.) op de hem toevallende begunstiging. In voorkomend geval zal het successierecht van toepassing zijn op de totaliteit van het kapitaal dat aan die begunstigde toevalt, onverminderd het bepaalde in artikel 8 W.Succ.

H. In geval van elkaar opvolgende begunstigden, is de schenking aan een opvolgende begunstigde er een die gedaan wordt onder een bijkomende opschortende voorwaarde), te weten in nuttige orde komen (d.w.z. begunstigde in eerste rang zijn geworden, als gevolg van een wijziging van de aanwijzing van de begunstigde door de verzekeringnemer, het vooroverlijden van de in eerste rang begunstigde, de nietigheid van de aanwijzing van die begunstigde ...).

In een dergelijk geval blijft artikel 16 volledig van toepassing, totdat die bijkomende opschortende voorwaarde wordt vervuld. Indien uit een ter registratie aangeboden akte blijkt dat de subsidiair begunstigde zijn aanwijzing aanvaardt, wordt de akte geregistreerd tegen betaling van het algemeen vast recht, onverminderd het bepaalde in artikel 15, tweede lid, W. Reg. In geval de opschortende voorwaarde van in nuttige orde komen (d.w.z. begunstigde in eerste rang worden) wordt vervuld, wordt het evenredig recht opeisbaar, gelet op de afwijking van artikel 16 W. Reg. als bepaald in het hier besproken nieuwe artikel, op een verklaring over te leggen overeenkomstig artikel 31, eerste lid, 2°, C, zonder dat gewacht moet worden op de vervulling van de opschortende voorwaarde van vooroverlijden van de schenker (en de verzekerde).

3.2.2.3. Rechtstreekse schenking van het vruchtgebruik of een ander tijdelijk of levenslang recht, op voorwaarde van vooroverlijden van de schenker.

Het 3de geval, vermeld onder artikel 131bis, § 3, 2°, 3de streepje, betreft een directe schenking onder de levenden van roerende goederen, onder een opschortende voorwaarde die wordt vervuld ingevolge het overlijden van de schenker en die tot voorwerp heeft een vruchtgebruik of enig ander tijdelijk of levenslang recht.

Ter herinnering (14), vruchtgebruik kan worden gevestigd op om het even welke soort goederen, roerende of onroerende, lichamelijke of onlichamelijke, zelfs op een vooraf bestaand vruchtgebruik. Het kan worden gevestigd onder de levenden of uit oorzaak van het overlijden.

----------

(14) Zie A. Mayeur, Onderscheid van de goederen, De voornaamste zakelijke rechten, ed. 1 juni 1982 (Cursus burgerlijk recht van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, 1971, bijwerking op 01.06.1982) p. 73, nr. 42.

Ongeacht of het gaat om een levenslang of om een voor een bepaalde tijd gevestigd vruchtgebruik op het hoofd van een natuurlijke persoon (15), de nieuwe bepaling kan betrekking hebben op verschillende gevallen van schenkingen (steeds onder de voornoemde opschortende voorwaarde), bijvoorbeeld:

  1. 1° schenking van een vruchtgebruik (of ander recht, tijdelijk of levenslang) gevestigd op een ander hoofd dan dat van de schenker;

  2. 2° schenking door de volle eigenaar van hetzelfde soort recht, gevestigd op zijn eigen hoofd;

  3. 3° schenking door de volle eigenaar van de naakte eigendom, met voorbehoud van het vruchtgebruik voor zichzelf en in dezelfde akte schenking van het toekomstig vruchtgebruik aan een derde persoon;

  4. 4° schenking door de volle eigenaar van het actueel vruchtgebruik aan een persoon en van het toekomstig vruchtgebruik aan een andere persoon (vanzelfsprekend onder een tweede opschortende voorwaarde, nl. dat de tweede begiftigde de eerste overleeft);

  5. 5° schenking door de vruchtgebruiker van zijn vruchtgebruik.

----------

(15) Het kan enkel gaan om een natuurlijke persoon, vermits in de bepaling gesproken wordt van het "vooroverlijden" van de schenker.

Hoewel in de Memorie van toelichting en in de Commentaar van de artikelen bij het ontwerp van decreet (16) niet wordt gesproken van het zich uitstrekken van het voordeel van het verlaagd recht tot de rechtstreekse schenking van een vruchtgebruik (of enig ander tijdelijk of levenslang recht) op financiële instrumenten, onder opschortende voorwaarde van vooroverlijden van de schenker, wijzigt de tekst zoals die werd voorgelegd aan en aanvaard door het Waals parlement niets aan de andere uitsluiting van het verlaagd tarief van artikel 131>bis, § 3, 1°, W. Reg. Hieruit moet worden besloten dat het toepassen van het verlaagde tarief op rechten van vruchtgebruik en levenslange rechten waarvan de schenking onderworpen is aan een opschortende voorwaarde als bedoeld in het 2°, geen afbreuk kan doen aan de uitsluiting zoals vervat in het 1°. Het 1° brengt mee dat het verlaagd tarief enkel van toepassing is op rechtstreeks gevestigde rechten van vruchtgebruik op bepaalde financiële elementen. Inderdaad, het 1° en het 2° van artikel 131bis, § 3, hebben een cumulatief karakter : het 1° betreft het vruchtgebruik en het 2° de opschortende voorwaarden ; aldus komt de cumulatie van de twee uitsluitingen neer op het slechts toelaten tot het genot van het verlaagd tarief van rechten van vruchtgebruik onder een opschortende voorwaarde, bij toepassing van onderhavig derde streepje, indien:

  • het vruchtgebruik beantwoordt aan het 1° van artikel 131bis, door beperkt te zijn tot de vermelde financiële instrumenten,

    en,

  • de opschortende voorwaarde betreffende dat recht van vruchtgebruik beantwoordt aan 2° van artikel 131bis, doordat zij valt onder één van de erin toegelaten situaties.

----------

(16) Projet de décret-programme portant des mesures diverses en matière de bonne gouvernance, de simplification administrative, d'énergie, de logement, de fiscalité, d'emploi, de politique aéroportuaire, d'économie, d'environnement, d'aménagement du territoire, de pouvoirs locaux et de ruralité Parl. W. Doc 203 (2009-2010) Nr. 1, blz. 2 en 22.

Voor het overige wordt nog opgemerkt dat, vermits de schenking "rechtstreeks" moet zijn, er geen sprake van kan zijn het voordeel van het verlaagd tarief toe te passen op grond van artikel 131bis, § 3, 2°, derde streepje, in geval van een "onrechtstreekse schenking" (17). Het moet dus gaan om een rechtshandeling waarbij iemand rechtstreeks aan iemand anders, partij bij die rechtshandeling, het betreffende recht schenkt; het soort akte waarbij de schenking wordt vastgesteld is hierbij a priori niet van belang. Worden hier dus niet bedoeld de schenkingen die de vorm aannemen van een beding van aanwas of van terugval (zie nr. 3.2.2.4.).

----------

(17) Indirecte schenkingen zijn schenkingen die gedaan worden bij een akte die op zichzelf beschouwd neutraal van aard is, d.w.z. een akte die op zichzelf niet doet blijken van de bezwarende of kosteloze aard van de verrichting. Het typevoorbeeld is een bankoverschrijving waarvan later de documenten worden voorgelegd om aan te tonen dat het om een schenking onder de levenden gaat (zie beslissing van 25 april 2005, aangevuld met die van 30 januari 2007, Rep. R.J. R 131/05-04 en 18-01).

Niettegenstaande artikel 931 BW bepaalt dat de geldigheid van een schenking gebonden is aan het vaststellen ervan bij een notariële akte, kan het voordeel van het verlaagd tarief zowel van toepassing zijn op notariële als op onderhandse akten van schenking (18); het kan daarentegen niet van toepassing zijn op documenten die bestemd zijn om a posteriori het bestaan van een onrechtstreekse schenking aan te tonen.

----------

(18) Er wordt aan herinnerd dat de Administratie geen rechter is over de geldigheid van de haar aangeboden akten. Zie cursus registratierechten FOD Financiën; ed. 01.01.2008, nr. 133, www. fisconet.be, met ref. aan E en A Genin, Commentaar ..., nr. 272.. F. Werdefroy, Registratierechten, , I, nr. 5242; M. Donnay, règles générales de perception ..., Rec. gén. not. 1965, nr. 20831, § 86, Rép, not, nr. 149; Antwerpen, 28.11.1989, Rep. R.J. R 12/13-02, Rec. gén. enr. not. 1990, nr. 23.830; Gent, 14.12.2000, R.J., R 19/09-04.

In het beschouwde geval is er geen afwijking van het beginsel van (de vereiste van) een actuele rechtshandeling (voor de onmiddellijke heffing van het evenredig recht). Vandaar dat artikel 16 W. Reg. hier volop speelt.

Voorbeeld:

Veronderstel een effectenrekening, geopend op naam van E voor de blote eigendom en op naam van M voor het vruchtgebruik. M verkoopt dat vruchtgebruik aan GP, die het, onder voorwaarde van zijn eigen vooroverlijden, schenkt aan C.
Een onderhandse akte van schenking van het vruchtgebruik door GP aan C wordt vóór het overlijden van GP vrijwillig ter registratie aangeboden: heffing van het algemeen vast recht.
Na het overlijden van de schenker GP - M is op dat moment nog in leven (19) – biedt de begiftigde C de door artikel 31, eerste lid, 2° W. Reg. vereiste verklaring ter registratie aan: heffing van het evenredig recht aan het verlaagd tarief van artikel 131bis, Wl.W.Reg., onder aftrek van het reeds geheven algemeen vast recht.

----------

(19) Het vruchtgebruik, op het hoofd van M gevestigd zijnde, dooft uit wanneer die overlijdt.

Opgemerkt wordt nog dat normaliter de aanbieding ter registratie van een onderhandse schenkingsake na het overlijden van de schenker, de toepassing van het W. Succ. (art. 1 of 7) niet belet. In dat geval wordt het algemeen vast recht geheven bij de registratie (zie hiervoor onder nr. 3.2.2.1., vierde alinea, en de voetnoot desbetreffend).

Tenslotte wordt er nog aan herinnerd dat de schenking van de blote eigendom van roerende goederen in principe niet geniet van het verlaagd tarief, behalve wanneer het gaat om financiële instrumenten of effecten van vennootschappen vermeld in artikel 131bis, § 2, 1°, 2° of 3°, waaronder samenvattend de aandelen en obligaties van verschillende soorten van instellingen voor collectieve belegging, die over het algemeen gecommercialiseerd worden door aanbieding aan privé-personen (zie artikel 131bis, § 3, 1°, W. Reg.W.). Voor een meer gedetailleerde commentaar van de financiële instrumenten en effecten van vennootschappen waarvan de schenking van de blote eigendom het voordeel van het verlaagd schenkingstarief oplevert, zie circ. nr. 2/2006, nr. 29 en nrs. 47 tot 49bis, en circ. 18/2009.

3.2.2.4. Aanwas en terugvalling

Het 4de geval, vermeld onder het vierde streepje van artikel 131bis, § 3, 2°, betreft de schenking onder de levenden van roerende goederen die wordt gedaan onder een opschortende voorwaarde die wordt vervuld ingevolge het overlijden van de schenker en die tot voorwerp heeft" de aanwas of de terugvalling van een recht van vruchtgebruik of van om het even welk tijdelijk of levenslang recht, voortspruitende uit een beding van voorbehoud van dat recht ten behoeve van een persoon en, bij diens overlijden, van een derde die aanvaardt, wanneer dat beding is vervat in een hoofdovereenkomst die de verkoop of de schenking betreft van goederen waarop het recht van vruchtgebruik of het tijdelijk recht of levenslang recht betrekking heeft en dat beding uitwerking heeft onder de opschortende voorwaarde dat de begunstigde van de aanwas of van de terugval de schenker en, in voorkomend geval, andere aangeduide begunstigden overleeft.

Het betreft dus de onrechtstreekse schenking die voortspruit uit de combinatie van de aanwijzing zelf van iemand als begunstigde van een aanwas of van een terugvalling (van een recht van vruchtgebruik of van om het even welk ander tijdelijk of levenslang recht (20)) en van de registratie van een akte waaruit de aanvaarding van die aanwijzing blijkt.

----------

(20) Vb.: een rente.

De mogelijkheid het verlaagd recht toe te passen op een vruchtgebruik en op een levenslang recht, zoals vervat in het 2°, kan evenmin meebrengen dat de uitsluiting vervat in het 1° geen toepassing vindt. Dat 1° houdt in dat het verlaagd tarief voor schenkingen enkel van toepassing kan zijn in geval het vruchtgebruik rechtstreeks wordt gevestigd op de erin opgesomde financiële instrumenten (cf. nr. 3.2.2.3., vierde lid; supra).

Het spreekt vanzelf dat het schenkingsrecht enkel kan worden geheven indien het gaat om een rechtshandeling om niet. Wat dat betreft wordt verwezen naar de " Cursus Registratierechten " van de administratie, FOD Financiën, editie 01.01.2008, nr. 183 e.v., www.fisconet.be (21).

----------

(21) Zie ook F. Werdefroy, Registratierechten, ed. 2008-2009, deel I, nrs. 598 e.v. (in het bijzonder nrs. 598^4 en 598^5), en deel II, nr. 1178.

3.2.3. Overzicht.

De tabel verspreidt over de twee volgende bladzijden geeft een synthese van de onderworpenheid aan het registratierecht en/of het successierecht in de vier uitzonderingsgevallen opgenomen in de nieuwe bepaling.

De aanbieding ter registratie van een akte houdende schenking van roerende goederen gedaan onder een opschortende voorwaarde die nadien vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker, geniet in geen enkel geval van het verlaagd tarief, behalve wanneer het gaat om een van de gevallen bepaald in het tweede tot vierde streepje van artikel 131bis, § 3, 2° Wl.W.Reg. In voorkomend geval bestaat er aanleiding tot de heffing - vóór de vervulling van de voorwaarde - van het algemeen vast recht en - na de vervulling van de voorwaarde - van het evenredig recht, aan het gewone tarief van tarief 131 Wl.W.Reg.

Er dient tevens nog te worden opgemerkt dat in dergelijk geval de artikelen 42, VIIIbis en 66, eerste lid, Wl.W.Succ. van toepassing zijn: het progressievoorbehoud speelt volledig.

RegistratierechtEn successierecht?
Bedoeld geval Bij de aanbieding ter registratie Quid bij het overlijden, indien de voorwaarde wordt vervuld?
Soort akteHeffingVerkl. art. 31?Heffing
1ste streepje (voorwaarde vervuld bij de aanbieding ter registratie)1) notarieel (22) Art. 131bis ------ Art. 66bis, 2de lid → geen progressievoorbehoud
2) onderhands25 € (AVR) maar ook successierecht (23)------ Art. 1 (of 7) W.Succ. (24)
2de streepje (levensverzekering)
Aanbieding ter registratie vóór de vervulling van de voorwaarde alle soorten Art. 131bis (afwijking van artikel 16!) ---
(geen in opschorting gehouden recht)
--- Art. 42, VIIIbis, W.Succ.van toepassing maar ook art. 66bis, 2de lid, Wl.W.Succ. → geen progressievoorbehoud
Art. 1 of 8 W.Succ., naargelang de begunstigde, op het surplus vanhet aan de begunstigde betaalde kapitaal, ten opzichte van de heffingsgrondslag voor het schenkingsrecht.
N.B.: Art. 1 of 8 W.Succ., op het volledige kapitaal i.g.v. een andere begunstigde dan de begiftigde, partij bij de schenking alsdusdanig onderworpen aan art. 131bis Wl.W.Reg.
Aanbieding na de vervulling ervan1) notarieel idem als bij aanbieding vóór (25).
2) onderhands25 € (AVR) maar ook successierecht ------ Art. 8 (of 1) W.Succ. noodzakelijkerwijze op het volledige kapitaal.
3de streepje (rechtstreekse schenking van een vruchtgebruik)
Aanbieding ter registratie vóór de vervulling van de voorwaardealle aktenAVR (art. 16)ja Art. 131bis (26) Art. 42, VIIIbis (schenking te vermelden) maar art. 66bis, tweede lid, W.Succ. (27) → geen progressievoorbehoud
Aanbieding na de vervulling van de voorwaarde1) notarieel Art. 131bis (30)------Idem als bij aanbieding vóór (28).
2) onderhands25 € (AVR) maar ook successierecht ------ Art. 1 (of 7) W.Succ.
4de streepje (aanwas of terugvalling)
Aanbieding ter registratie vóór de vervulling van de voorwaardealle aktenAVR (art. 16)ja Art. 131bis Art. 42, VIIIbis (schenking te vermelden) maar art. 66bis, tweede lid, W.Succ. (29) → geen progressievoorbehoud
Aanbieding na de vervulling van de voorwaarde1) notarieel Art. 131bis ------ Idem als bij aanbieding vóór (30).
2) onderhands25 € (AVR) maar ook successierecht ------ Art. 1 (of 7) W.Succ.

----------

(22) In de volledige tabel gaat het om Belgische notariële akten. De andere notariële akten volgen het stelsel van de onderhandse akten, onverminderd evenwel het W.I.P.R.

(23) De grijs gearceerde vermelding van dit en andere gevallen in de tabel duidt aan dat de registratie van geen nut is indien de aanbieding van de akte enkel is ingegeven door het oogmerk om aan de successierechten te ontsnappen.

(24) De schenking was niet geregistreerd op het ogenblik van het overlijden en het recht was niet door de Schatkist verworven vermits de akte niet verplicht te registreren was.

(25) Recht reeds door de Schatkist verworven, vanaf de ondertekening van de akte.

(26) Zelfs in geval van nietige schenking bij onderhandse akte.

(27) Registratierecht door de Schatkist verworven ingevolge het overlijden van de schenker.

(28) Recht reeds verworven door de Schatkist, vanaf de ondertekening van de akte.

(29) Registratierecht door de Schatkist verworven ingevolge het overlijden van de schenker.

(30) Recht reeds verworven door de Schatkist, vanaf de ondertekening van de akte.

4. Inwerkingtreding van het decreet

Bij toepassing van artikel 75 van het decreet waarbij artikel 131bis, § 3, 2° Wl.W.Reg. werd gewijzigd, treedt die wijziging in werking 10 dagen na de bekendmaking van het decreet in het Belgisch Staatsblad.

De wijziging is dus, in principe, van toepassing op de akten houdende schenking van roerende goederen:

  • enerzijds, wanneer het gaat om akten die verplicht moeten geregistreerd worden (vb. notariële akten verleden voor een Belgische notaris), die verleden worden vanaf 30 augustus 2010 en

  • anderzijds, wanneer het gaat om akten die niet verplicht te registreren zijn (vb. schenking van roerende goederen bij onderhandse akte), die ter registratie worden aangeboden vanaf 30.08.2010 (31).

----------

(31) Indien de aanvaarding wordt vastgesteld in een afzonderlijke akte is het de datum van deze tweede akte of de datum van de aanbieding ter registratie ervan, naargelang het respectievelijk een Belgische notariële akte of een onderhandse akte betreft, die bepalend is.

Voor de schenkingen onderworpen aan een opschortende voorwaarde is het toe te passen tarief in principe datgene dat "van kracht was op de datum waarop het recht aan de Staat zou verworven geweest zijn, indien de handeling een onvoorwaardelijke was geweest" (art. 16, tweede lid, W.Reg.). Vandaar dat een akte met verwisseling van de begunstigde of een beding van terugvalling, ..., vastgesteld bij een authentieke akte, gebeurlijk maar zal genieten van het verlaagd tarief indien de akte (32) vanaf 31.08.2010 werd verleden.

----------

(32) De akte van aanvaarding in geval van onderscheiden akten.

Bij wijze van uitzondering – gezien de afwijking van artikel 16 W.Reg. door artikel 131bis, § 3, 2°, 2de streepje Wl.W.Reg., – past de Administratie het verlaagd tarief sedert 30.08.2010 toe, in geval van de aanbieding ter registratie van een onderhandse akte (33) houdende aanvaarding als begunstigde van een levensverzekering, ongeacht de datum van aanwijzing van de begunstigde.

----------

(33) De afwijking kan niet van toepassing zijn indien het een authentieke akte van voor 30.08.2010 betreft.

Bijlage 1

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 20 augustus 2010, ed. 3

Programmadecreet van 22 juli 2010 houdende verschillende maatregelen inzake goed bestuur, bestuurlijke vereenvoudiging, energie, huisvesting, fiscaliteit, werkgelegenheid, luchthavenbeleid, economie, leefmilieu, ruimtelijke ordening, plaatselijke besturen, landbouw en openbare werken

(...)

HOOFDSTUK XII. - Fiscaliteit : schenkingsrechten

Art. 117. In artikel 131bis, § 3, van het Wetboek der registratie-, hypotheek en griffierechten, ingevoegd bij het decreet van 15 december 2005, wordt punt 2° vervangen als volgt:

"2° voor de schenkingen onder levenden van roerende goederen waarop een andere opschortende voorwaarde dan die bedoeld in artikel 17 berust, die ingevolge het overlijden van de schenker wordt vervuld, tenzij:

- ofwel die voorwaarde vervuld is op het ogenblik dat ze (34) ter registratie aangeboden wordt;

- ofwel de schenking betrekking heeft op de schenking van de begunstiging van de prestatie van een levensverzekeringsovereenkomst, door de aanwijzing van de begiftigde als begunstigde van die levensverzekeringsovereenkomst in geval van vooroverlijden van de verzekerde van die overeenkomst, zoals bedoeld in de artikelen 106 tot 111 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekerings-overeenkomst; in dat geval wordt het kapitaal, zoals het op de dag van de schenking bestaat en dat krachtens de overeenkomst gestort moet worden aan de begunstigde in geval vooroverlijden van de verzekerde, geacht het gegeven roerend goed te constitueren dat aan het bij dit artikel bepaalde recht onderworpen is; in afwijking van artikel 16 is het in dit artikel bedoelde recht op dat kapitaal verschuldigd vanaf de in artikel 19, eerste lid, 1°, bedoelde notarisakte die de schenking bevat, of zodra de schenking ter registratie aangeboden wordt, al naar gelang van het geval, en wordt elke latere verhoging van het kapitaal dat in geval van vooroverlijden van de verzekerde werkelijk betaald is aan de begunstigde, ten opzichte van het kapitaal waarop het schenkingsrecht is betaald, geacht niet onderworpen te zijn aan het schenkingsrecht voor de toepassing van het successierecht;

- ofwel de schenking de rechtstreekse schenking van een recht van vruchtgebruik of van elk ander tijdelijk recht of lijfrenterecht (35) betreft, onder de voorwaarde van het vooroverlijden van de schenker;

- ofwel de schenking de aanwas of de terugvalling van een recht van vruchtgebruik of van elk ander tijdelijk recht of lijfrenterecht betreft, voortvloeiend uit een beding van voorbehoud van dat recht ten gunste van een persoon en, op diens overlijden, ten gunste van een aannemende derde, wanneer dat beding vermeld staat in een hoofdovereenkomst met als voorwerp de verkoop of de schenking van goederen waarop het recht van vruchtgebruik of het tijdelijk recht of lijfrenterecht slaat en tenzij dat beding onder de opschortende voorwaarde dat de begunstigde van de aanwas of de terugbetaling de schenker en, in voorkomend geval, andere bepaalde begunstigden overleeft. (36) "

----------

(34) Bij de officieuze vertaling van de decreettekst door het Waals Gewest is hier en daar iets misgelopen. Onder het eerste streepje kan het woord "ze" enkel verwijzen naar "die (opschortende) voorwaarde", wat in deze context nergens op slaat (akten of verklaringen worden geregistreerd, "voorwaarden" niet). De letterlijke vertaling van het gezegde onder het streepje luidt: "hetzij die voorwaarde zich al heeft verwezenlijkt op het ogenblik van de aanbieding ter registratie".

(35) Onder dit streepje zijn de woorden "droit temporaire ou viager" vertaald als "tijdelijk recht of lijfrenterecht" terwijl dit in deze context moet zijn "tijdelijk of levenslang recht".

(36) Onder het vierde streepje kunnen de misslagen in de vertaling leiden tot een verkeerde toepassing van het artikelonderdeel. De woorden "droit (...) viager" zijn verschillende malen vertaald door "lijfrenterecht" terwijl dit in deze context "levenslang recht" moet zijn (zie ook voetnoot 34). Het gedeelte van de zin in fine van de bepaling (vanaf "en tenzij dat beding..." ) moet vervangen worden als volgt "en het beding uitwerking heeft onder de opschortende voorwaarde dat de begunstigde van de aanwas of van de terugvalling de schenker en, in voorkomend geval, de andere aangeduide begunstigden, overleeft."

HOOFDSTUK XIV. - Diverse bepalingen, overgangs- en slotbepalingen

Art. 122 (weggelaten)

Art. 123. Dit programmadecreet treedt in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, behalve wat betreft:
... (niet relevant)

Art. 124 tot 129 (weggelaten)

Bijlage 2

Geconsolideerde tekst van het gewijzigde artikel in het Wl.W.Reg.

Art. 131bis

§ 1. In afwijking van artikel 131 wordt voor de schenkingen onder levenden van onroerende (Lees "roerende" (onjuiste vertaling in het B.S.)) goederen op het bruto-aandeel van elk der begiftigden een evenredig recht geheven van:

1° 3 % voor de schenkingen in de rechte lijn, tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden;

2° 5 % voor de schenkingen tussen broers en zusters, tussen ooms of tantes en neven of nichten;

3° 7 % voor de schenkingen aan andere personen.

§ 2. Indien de schenking betrekking heeft op financiële instrumenten, in de zin van artikel 2, 1° en 2°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten of effecten van een vennootschap in de zin van artikel 140bis, § 3, geldt het verlaagd tarief van § 1 enkel in geval van:

1° financiële instrumenten of effecten van een vennootschap, betreffende een vennootschap waarvan de effectieve directiezetel gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie en die zelf of zelf en haar dochtervennootschappen in hoofdberoep een industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwonderneming uitbaat of een vrij beroep, een ambt of een post uitoefent op geconsolideerde basis voor de vennootschap en de dochtervennootschappen voor het lopende boekjaar van de vennootschap en voor elk van beide laatste op het ogenblik van de akte afgesloten boekjaren van de vennootschap;

in dit geval moet de begiftigde in de akte zelf of onderaan op de akte verklaren dat de voorwaarden van vorig lid verenigd zijn;

de begiftigden die erom verzoeken dat die bepaling wordt toegepast, zijn ertoe verplicht om ter plaatse op elke vordering van de personeelsleden van het bevoegde bestuur het maatschappelijk doel van de vennootschap of haar dochtervennootschappen mede te delen, al naargelang het geval, evenals de opsplitsing van de omzet van de vennootschap of haar dochtervennootschappen, al naar gelang het geval, tussen industriële, handels-, ambachts-, landbouw- of bosbouwbedrijvigheid, vrij beroep, ambt of post en haar andere activiteiten, voor het lopende boekjaar en voor elk van beide laatste op het ogenblik van de akte afgesloten boekjaren;

indien de aangifte onjuist is, is het tarief tegen het normale percentage van artikel 131 verminderd met het reeds betaalde recht, eisbaar;

2° financiële instrumenten of effecten van een vennootschap die toegelaten zijn tot de verhandeling op een Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt in de zin van artikel 2, 5° en 6°, van dezelfde wet van 2 augustus 2002, of op een geldmarkt die georganiseerd is door een marktonderneming erkend door de staat waar die markt gevestigd is, ofwel als een markt die gereglementeerd is door een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte dan België overeenkomstig artikel 1, 13., van Richtlijn 93/22/E.E.G. van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten, ofwel als een met een dergelijke markt vergelijkbare markt, gereglementeerd door een staat die niet lidstaat is van de Europese Economische Ruimte;

3° financiële instrumenten of effecten van een vennootschap:

- ofwel uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging bedoeld in artikel 4 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles of door een instelling voor collectieve belegging in effecten bedoeld in Richtlijn 85/611/EEG tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten - (ICBE"S);

- ofwel die het voorwerp hebben uitgemaakt of uitmaken van een openbaar bod ofwel in de zin van artikel 3 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt wanneer het bod op het Belgische grondgebied gebeurt, ofwel in een aan de wet van 16 juni 2006 gelijksoortige zin wanneer het bod op het grondgebied van een andere Staat, die al dan niet lid is van de Europese Unie, gebeurt.

§ 3. Het tarief van § 1 geldt niet

1° voor de schenkingen onder levenden van een blote eigendom of een vruchtgebruik op andere roerende goederen dan die bedoeld bij § 2, 1°, 2° of 3°;

2° (37) voor de schenkingen onder levenden van roerende goederen waarop een andere opschortende voorwaarde dan die bedoeld in artikel 17 berust, die ingevolge het overlijden van de schenker wordt vervuld, tenzij:

- ofwel die voorwaarde vervuld is op het ogenblik dat ze ter registratie aangeboden wordt;

- ofwel de schenking betrekking heeft op de schenking van de begunstiging van de prestatie van een levensverzekeringsovereenkomst, door de aanwijzing van de begiftigde als begunstigde van die levensverzekeringsovereenkomst in geval van vooroverlijden van de verzekerde van die overeenkomst, zoals bedoeld in de artikelen 106 tot 111 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst; in dat geval wordt het kapitaal, zoals het op de dag van de schenking bestaat en dat krachtens de overeenkomst gestort moet worden aan de begunstigde in geval vooroverlijden van de verzekerde, geacht het gegeven roerend goed te constitueren dat aan het bij dit artikel bepaalde recht onderworpen is; in afwijking van artikel 16 is het in dit artikel bedoelde recht op dat kapitaal verschuldigd vanaf de in artikel 19, eerste lid, 1°, bedoelde notarisakte die de schenking bevat, of zodra de schenking ter registratie aangeboden wordt, al naar gelang van het geval, en wordt elke latere verhoging van het kapitaal dat in geval van vooroverlijden van de verzekerde werkelijk betaald is aan de begunstigde, ten opzichte van het kapitaal waarop het schenkingsrecht is betaald, geacht niet onderworpen te zijn aan het schenkingsrecht voor de toepassing van het successierecht;

- ofwel de schenking de rechtstreekse schenking van een recht van vruchtgebruik of van elk ander tijdelijk recht of lijfrenterecht betreft, onder de voorwaarde van het vooroverlijden van de schenker;

- ofwel de schenking de aanwas of de terugvalling van een recht van vruchtgebruik of van elk ander tijdelijk recht of lijfrenterecht betreft, voortvloeiend uit een beding van voorbehoud van dat recht ten gunste van een persoon en, op diens overlijden, ten gunste van een aannemende derde, wanneer dat beding vermeld staat in een hoofdovereenkomst met als voorwerp de verkoop of de schenking van goederen waarop het recht van vruchtgebruik of het tijdelijk recht of lijfrenterecht slaat en tenzij dat beding onder de opschortende voorwaarde dat de begunstigde van de aanwas of de terugbetaling de schenker en, in voorkomend geval, andere bepaalde begunstigden overleeft.

----------

(37) zie de voetnoten in bijlage 1 over de Nederlandse vertaling van de officiële tekst.

Interne ref.: AFZ: Dossier nr. 447 / Kad., reg. en domeinen: E.E./ L 202