Aanschrijving nr. 8 dd. 22.02.1978

AANSCHRIJVING 78/008

Aanschrijving nr. 8 dd. 22.02.1978


Wederinvoer van goederen
Passieve veredeling


Inleiding.

Voorwerp van de aanschrijving.

1. Artikel 27 van het koninklijk besluit nr. 7, van 27 december 1977 (Z. Revue nr. 33, blz. 192.), m.b.t. de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 31 december 1977), stelt een gedeeltelijke vrijstelling in voor de wederinvoer van goederen die tijdelijk van België naar het buitenland werden gezonden voor herstelling, bewerking, aanpassing of verwerking (regeling "passieve veredeling").

Deze aanschrijving bevat een commentaar op voornoemde regeling en bepaalt de na te leven voorwaarden en de toepassingsmodaliteiten van de vrijstelling.

2. Opgemerkt zij dat inzake douane de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de "rechten bij invoer" voor passieve veredeling geregeld is bij het koninklijk besluit van 18 juni 1976 (Belgisch Staatsblad van 30 juni 1976).

Onder "rechten bij invoer" moet worden verstaan:
a) het invoerrecht en het variabel recht die onder de uitsluitende bevoegdheid van de Administratie der douane en accijnzen vallen;
b) de landbouwheffingen, de monetaire compenserende bedragen, bij invoer, evenals alle andere heffingen bij invoer, ongeacht de benaming, in zover die heffingen rechtstreeks of onrechtstreeks voortvloeien uit het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Europese Gemeenschap.

Het hiervoren genoemde koninklijk besluit van 18 juni 1976 vindt enkel toepassing wanneer invoerrechten kunnen worden geheven bij de wederinvoer van de veredelde goederen.

Doel van artikel 27 van het koninklijk besluit nr. 7.

3. Krachtens artikel 3 van het BTW-Wetboek is de invoer van goederen, door wie ook, onderworpen aan de belasting. Die regel is ook toepasselijk bij de wederinvoer van goederen die tevoren uit België werden uitgevoerd en slechts tijdelijk naar het buitenland werden gezonden om er te worden hersteld, bewerkt, aangepast of verwerkt.

Normaal mag worden gesteld dat de goederen die werden uitgevoerd tevoren reeds met BTW werden belast hetzij bij de aankoop in het land hetzij bij de invoer. Wanneer de tijdelijke uitvoer van de goederen en de wederinvoer wordt gedaan door iemand die geen recht heeft op aftrek van voorbelasting of die de voorbelasting maar gedeeltelijk mag aftrekken, zou het zonder meer toepassen van artikel 3 van het Wetboek bij de wederinvoer leiden tot een gehele of gedeeltelijke dubbele belasting. De vrijstelling van artikel 27 van het koninklijk besluit nr. 7, ingesteld op grond van artikel 40, § 1, 4°, b, van het Wetboek, strekt er dan ook in de eerste plaats toe dubbele heffing te voorkomen.

Wanneer de invoer daarentegen wordt gedaan door een belastingplichtige die de voorbelasting volledig in aftrek mag brengen, is er over het algemeen geen bezwaar tegen dat de volledige waarde van het goed wordt belast bij de wederinvoer, aangezien door het mechanisme van de aftrek geen dubbele heffing ontstaat. In bepaalde gevallen kan de voorfinanciering van de belasting echter een zware financiële last betekenen voor die belastingplichtige en kan ze er zelfs toe leiden dat deze crediteur wordt van de Staat. Daarom kan de vrijstelling van artikel 27 aan iedereen worden toegestaan, zelfs aan de belastingplichtigen bedoeld in voorgaande alinea; om echter te vermijden dat een vergunning voor gedeeltelijke vrijstelling zou moeten worden verleend daar waar het op het spel staande belang miniem is, kent § 5 van voornoemd artikel 27 de administratie het recht toe de vrijstelling in die omstandigheden te weigeren aan belastingplichtigen die de belasting volledig in aftrek mogen brengen.

Algemene opmerking.

4. De regeling passieve veredeling op grond van artikel 27 van het koninklijk besluit nr. 7, van 27 december 1977, die het voorwerp uitmaakt van de onderhavige aanschrijving, is alleen toepasselijk ten aanzien van goederen die tijdelijk van België naar het buitenland zijn gezonden om er een veredelingshandeling te ondergaan.

De vrijstelling van BTW vindt dan ook geen toepassing wanneer goederen in België worden ingevoerd met gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de rechten bij invoer, krachtens een vergunning passieve veredeling die werd verleend door de autoriteiten van een andere Lid-Staat van de EEG, van waaruit de goederen voor veredeling naar een ander land werden uitgevoerd om vervolgens van laatstgenoemd land in België te worden ingevoerd. Inzake BTW gaat het immers om een eerste invoer in België en niet om een wederinvoer.

HOOFDSTUK 1. - Personen die aanspraak kunnen maken op vrijstelling.

5. De personen die aanspraak kunnen maken op de vrijstelling worden ingedeeld in drie onderscheiden groepen, nader omschreven in de nrs. 6 tot 8 hierna.

6. De eerste groep bestaat uit personen die niet gehouden zijn maandaangiften of kwartaalaangiften in te dienen.

Deze groep omvat dus:
a) de fysieke of rechtspersonen die geen belastingplichtige zijn in de zin van de BTW-wetgeving;
b) de belastingplichtigen die onderworpen zijn aan het stelsel van de egalisatiebelasting ingesteld bij artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek;
c) de landbouwondernemers die onderworpen zijn aan de biezondere regeling van artikel 57 van het BTW-Wetboek;
d) de belastingplichtigen die ervan ontslagen werden maandaangiften of kwartaalaangiften in te dienen en in dat geval geacht worden af te zien van de uitoefening van het recht op aftrek. Als zodanig kunnen worden genoemd de handelaars in afvalstoffen, de kunstschilders, beeldhouwers, graveerders en keramiekbewerkers, enz.

7. De tweede groep bestaat uit belastingplichtigen die gehouden zijn maandaangiften of kwartaalaangiften in te dienen, maar die de bij de wederinvoer verschuldigde belasting niet volledig in aftrek mogen brengen of die geen eigenaar zijn van de goederen die tijdelijk naar het buitenland werden verstuurd.

Deze groep omvat:

a) de gemengde belastingplichtigen die hun recht op aftrek uitoefenen volgens de regel van het algemeen verhoudingsgetal;

b) de volledige belastingplichtigen die bedrijfsmiddelen wederinvoeren, waarvoor het recht op aftrek van de bij de wederinvoer verschuldigde belasting onderworpen is aan de beperking ingesteld bij artikel 100, § 1, van het BTW-Wetboek;

c) de loonbewerkers, voor de wederinvoer van hen niet toebehorende goederen die zij gelast zijn een van de in artikel 27 van het koninklijk besluit nr. 7 bedoelde behandelingen (z. nr. 9 hierna) te doen ondergaan, maar dan op voorwaarde dat zij de dienst die ze aan hun klant verstrekken met BTW belasten als een hier te lande verricht werk. Dit werk wordt evenwel niet belast indien de vrijstelling van de artikelen 39 en 41 tot 43 van het BTW-Wetboek kan worden toegepast of indien de dienst kosteloos wordt verstrekt op grond van een contractuele of wettelijke garantieverplichting of wegens het bestaan van een fabricagefout die door de loonbewerker moet worden hersteld;

d) de belastingplichtigen, voor de wederinvoer van toestellen of andere goederen die zij hier te lande in bruikleen of in huur hebben genomen en naar het buitenland hebben gezonden voor herstelling.

8. De derde groep bestaat uit belastingplichtigen die gehouden zijn tot het indienen van maandaangiften of kwartaalaangiften, die eigenaar zijn van de tijdelijk naar het buitenland verstuurde goederen en de bij de wederinvoer verschuldigde belasting volledig in aftrek mogen brengen. Deze belastingplichtigen kunnen de vrijstelling die ingesteld is bij artikel 27 van het koninklijk besluit nr. 7 slechts inroepen indien zij van de Centrale administratie voor de uitvoer der goederen een individuele vergunning hebben verkregen (z. nr. 15 hierna). Maar aangezien in de gegeven omstandigheden het risico van dubbele heffing uitgesloten is, mag de administratie bij toepassing van § 5 van voornoemd artikel 27, weigeren de vereiste vergunning af te leveren; dit zal het geval zijn als de kosten van de in het buitenland verrichte veredeling zeer hoog liggen vergeleken met de waarde van de tijdelijk uitgevoerde goederen.

HOOFDSTUK II. - Goederen waarvoor bij wederinvoer vrijstelling kan worden verkregen.

9. De vrijstelling kan worden verleend voor de invoer van:
a) goederen die worden wederingevoerd na in het buitenland een herstelling, daaronder begrepen het reviseren en het afstellen, te hebben ondergaan (kon. besl. nr. 7, art. 27, § I, 1 °);
b) goederen die worden wederingevoerd na in het buitenland een bewerking, daaronder begrepen het monteren en het samenbouwen, te hebben ondergaan (id., art. 27, §1, 2°);
c) goederen waarvan delen of onderdelen werden uitgevoerd en worden wederingevoerd na in het buitenland aan die goederen te zijn aangebracht (id., art. 27, § 1, 3°);
d) goederen die in het buitenland zijn vervaardigd door het verwerken van goederen die met dat doel werden uitgevoerd (id., art. 27, § 1, 4°).

Het gebruik maken van de regeling, passieve veredeling wordt slechts toegestaan wanneer het mogelijk is na te gaan welke uitgevoerde goederen werden verwerkt om de ingevoerde goederen te verkrijgen (z. nr. 30 hierna).

De goederen die, met het oog op een of meer van de vorenbedoelde behandelingen werden uitgevoerd, moeten hier te lande zijn vervaardigd of gekocht of moeten zijn ingevoerd met aangifte ten verbruik voor de toepassing van de BTW.

Indien de tijdelijk uitgevoerde goederen in het land werden gekocht, mag de aankoop niet zijn gedaan met vrijstelling van BTW bij toepassing van de artikelen 39 en 40 van het BTW-Wetboek.

10. Opgemerkt zij dat goederen die niet een van hiervoren bedoelde behandelingen hebben ondergaan, met vrijstelling van BTW kunnen worden wederingevoerd in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald in artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 7.

HOOFDSTUK III. - Bedrag waarvoor vrijstelling wordt verleend.

Gedeeltelijke vrijstelling- Maatstaf van heffing en tarief.

11. Overeenkomstig het bepaalde in § 3 van artikel 27 van het koninklijk besluit nr. 7, wordt de bij de invoer verschuldigde belasting beperkt tot de belasting berekend tegen het tarief dat van toepassing is voor de ingevoerde goederen en over de prijs van het in het buitenland verrichte werk vermeerderd met de niet reeds in die prijs begrepen sommen welke volgens artikel 34, § 2, van het Wetboek in de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen. Die sommen zijn:
a) de in het buitenland verschuldigde rechten, heffingen en andere belastingen;
b) de rechten, heffingen en andere belastingen die ter zake van de invoer in België verschuldigd zijn, met uitzondering van de te heffen belasting over de toegevoegde waarde;
c) de bijkomende kosten, zoals de kosten van commissie, douaneformaliteiten, verpakking, vervoer en verzekering tot op de plaats van bestemming in het binnenland. Opgemerkt zij dat laatstgenoemde kosten niet enkel de vervoer- en verzekeringskosten omvatten van de plaats in het buitenland waar de goederen werden bewerkt tot de plaats van bestemming in België, maar ook die met betrekking tot de verzending van de tijdelijk uitgevoerde goederen van de plaats van vertrek in België tot de plaats van bestemming in het buitenland.

Gehele vrijstelling.

12. In afwijking van nr. 11, wordt gehele vrijstelling van de belasting verleend wanneer de goederen in het buitenland gratis werden hersteld op grond van een contractuele of wettelijke garantieverplichting of wegens een fabricagefout (kon. besl. nr. 7, art. 27, § 4).

HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden van de vrijstelling.

Overzicht van de voorwaarden.

13. De vrijstelling wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
a) de geadresseerde van de goederen moet van de administratie een bijzondere vergunning hebben verkregen of moet een algemene vergunning kunnen inroepen;
b) de uitvoer en de wederinvoer van de goederen die een of meer van de in artikel 27, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7, bedoelde behandelingen hebben ondergaan, moeten door dezelfde persoon zijn gedaan;
c) de wederinvoer moet plaatsvinden binnen de termijn die door de vergunning is gesteld;
d) de voorgeschreven formaliteiten moeten worden nageleefd; inzonderheid moet bij de uitvoer het voorbehoud zijn gemaakt met vrijstelling weder in te voeren;
e) de ambtenaren die belast zijn met de controle van de BTW moeten er zich kunnen van vergewissen dat de vrijstelling terecht werd ingeroepen wat betreft de identiteit van de goederen.

In de volgende nummers worden de gestelde voorwaarden nader omschreven.

Algemene vergunning.

14. Door deze aanschrijving wordt aan de personen die aangewezen zijn in de nrs. 6 en 7 hierboven en eventueel alleen voor de in die nummers aangehaalde omstandigheden, een algemene vergunning verleend onder de in deze aanschrijving gestelde voorwaarden.

Bij de uitvoer en de wederinvoer moet degene die aanspraak wil maken op vrijstelling van BTW, tegenover de douane niet bewijzen dat hij zich in de omstandigheden bevindt zoals vereist in de nrs. 6 en 7. Hij zal echter dat bewijs achteraf wel moeten leveren op verzoek van de ambtenaren die belast zijn met de controle van de BTW.

Bijzondere vergunning.

15. De in nr. 8 bedoelde belastingplichtigen moeten voor de uitvoer van de goederen schriftelijk een biezondere vergunning aanvragen. De aanvraag moet tijdig toekomen bij de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen, 5de directie, Madouplein 1, te 1030 Brussel, en moet inzonderheid vermelden:
- om welke redenen vrijstelling wordt gevraagd;
- of het gaat om een bepaalde behandeling of om een geheel van de behandelingen; in het laatste geval de frekwentie van behandelingen; R- de aard, de hoeveelheid en de waarde van de goederen die naar het buitenland worden gezonden; onder "waarde" wordt verstaan, de eenheidswaarde wanneer het om continuverrichtingen gaat of de totale waarde wanneer het een enkele verrichting betreft;
- het land (of de landen) waar de veredeling wordt verricht;
- de aard van de veredeling die de goederen aldaar ondergaan;
- de kosten van de verrichting, d.w.z. de eenheidskosten wanneer het om herhaalde verrichtingen gaat of de totale kosten wanneer het een enkele verrichting betreft;
- wanneer "rechten bij invoer" (z. nr. 2) in het spel zijn, of een machtiging werd gevraagd bij de Administratie der douane en accijnzen en, eventueel, de datum en het nummer van de machtiging.

De bijzondere vergunning bepaalt de na te leven voorwaarden.

Uitvoer en wederinvoer door dezelfde persoon.

16. Zowel de uitvoer als de wederinvoer moeten door dezelfde persoon worden gedaan, daarbij handelend in dezelfde hoedanigheid.

17. Over 't algemeen is en blijft de persoon die uitvoert en wederinvoert eigenaar van de goederen.

Het gebeurt nochtans dat de goederen, wanneer ze nog in het buitenland zijn, worden verkocht. Wanneer, bijvoorbeeld, A hem toebehorende goederen naar het buitenland zendt voor bewerking en hij de bewerkte goederen aan B verkoopt voor dat ze wederingevoerd worden, moet onderscheid worden gemaakt. A kan, bij de wederinvoer, als geadresseerde optreden (kon. besl. nr. 7, art. 5), en in dat geval kan hij aanspraak maken op vrijstelling op grond van artikel 27; de verkoop door A aan B moet worden belast als een levering in het land (BTW-Wetboek, art. 51, § 4). Indien daarentegen B bij de wederinvoer als geadresseerde wordt aangeduid, is de verkoop door A aan B geen belastbare handeling maar wordt de invoer over de volledige waarde van de goederen belast op naam van B en de vrijstelling van artikel 27 kan geen toepassing vinden.

Anderdeels is niet vereist dat de uitvoer en de wederinvoer worden gedaan door degene die eigenaar is van de goederen.

Beide handelingen mogen ook worden gedaan door een persoon die de goederen anders dan als eigenaar onder zich houdt, zoals een loonbewerker of een huurder. In dat geval echter moet die persoon bij de wederinvoer in dezelfde hoedanigheid handelen als bij de uitvoer. Daaruit volgt dat, indien degene die heeft uitgevoerd geen eigenaar van de goederen was op het tijdstip van de uitvoer, maar er eigenaar van geworden is tijdens het verblijf van de goederen in het buitenland, geen aanspraak op vrijstelling kan worden gemaakt bij de wederinvoer.

Bovendien is de vrijstelling niet toepasselijk indien degene die bij de wederinvoer als geadresseerde optreedt de voor veredeling naar het buitenland gezonden goederen hier te lande heeft gekocht met vrijstelling van BTW bij toepassing van de artikelen 39 en 40 van het BTW-Wetboek.

18. Opgemerkt zij dat, in geval de vrijstelling toepasselijk is, degene die de goederen uitvoerde de hoedanigheid van geadresseerde heeft bij de wederinvoer, krachtens artikel 27, § 3, van het koninklijk besluit nr. 7. Dat artikel wijkt ter zake af van het bepaalde in artikel 5 van hetzelfde besluit.

Wederinvoer. Termijn.

19. Wanneer door de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen, een biezondere vergunning werd verleend, overeenkomstig nr. 15 hierboven, moeten de goederen worden wederingevoerd binnen de door die vergunning gestelde termijn.

20. Wanneer de goederen, die tijdelijk van België naar het buitenland werden gezonden, bij toepassing van de regeling passieve veredeling met gehele of gedeeltelijke vrijstelling van "rechten bij invoer" (z. nr. 2) worden wederingevoerd, en daarbij ook gehele of gedeeltelijke vrijstelling van BTW toepasselijk is krachtens de algemene vergunning van nr. 14 van de onderhavige aanschrijving, moeten de goederen worden werderingevoerd binnen de (eventueel verlengde) termijn die is gesteld voor de vrijstelling van de rechten bij invoer.

21. Wanneer daarentegen alleen gehele of gedeeltelijke vrijstelling van BTW toepasselijk is krachtens de algemene vergunning, moeten de goederen worden wederingevoerd binnen een termijn van één jaar te rekenen vanaf de geldigmaking van de aangifte van tijdelijke uitvoer EX 69.

22. De in de nrs. 19 en 21 bedoelde termijnen kunnen worden verlengd. Daartoe dient een gemotiveerde aanvraag te worden gestuurd aan de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen, 5de directie, Madouplein 1, te 1030 Brussel.

23. Tenzij anders is bepaald in een biezondere BTW-vergunning of in de machtiging voor de "rechten bij invoer", mogen de goederen in deelzendingen worden wederingevoerd.

Formaliteiten.

24. Tenzij anders is bepaald, dient, voor de toepassing inzake BTW, de uitvoer en de wederinvoer te worden gedaan met inachtneming van de formaliteiten die zijn voorgeschreven voor de toepassing van het koninklijk besluit van 18 juni 1976 (Belgisch Staatsblad van 30 juni 1976) tot regeling, inzake passieve veredeling, van de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de rechten bij invoer. Die formaliteiten moeten worden nageleefd ook al vindt het genoemde koninklijk besluit geen toepassing inzonderheid om reden dat het gaat om goederen die niet aan rechten bij invoer onderworpen zijn wegens hun aard of hun herkomst; in dat geval moet dan ook geen machtiging van de Administratie der douane en accijnzen worden voorgelegd.

Dat houdt inzonderheid in:
- dat de uitvoer plaatsvindt met een aangifte ten uitvoer EX 69, waarin het voorbehoud is gemaakt de goederen met gehele of gedeeltelijke vrijstelling weder in te voeren (z. hierna voor de verklaring die op de aangifte ten uitvoer moet worden gesteld); in die aangifte wordt o.m. de aard vermeld van de herstelling, de bewerking, de aanpassing of de verwerking die de goederen in het buitenland moeten ondergaan;
- dat de wederinvoer plaatsvindt met een aangifte ten verbruik 136B, 136D of 136Mbis of, eventueel, met een borgbrief 133; terzelfdertijd wordt op het invoerkantoor ingediend het exemplaar voor aangever van de aangifte ten uitvoer EX 69 of het inlichtingenblad INF 2, dat door de Belgische douane zou geviseerd zijn alsmede eventueel, de behoorlijk ingevulde inlichtingsfiche. In de aangifte ten verbruik of in de borgbrief wordt verwezen naar de aangifte ten uitvoer.

25. Voor de formaliteiten m.b.t. de identiteit van de goederen, zie nr. 30.

26. Op de aangifte ten uitvoer, of, indien dat bij plaatsgebrek niet mogelijk is, in een bij die aangifte gevoegde verklaring, moet naargelang het geval de volgende vermelding worden gesteld:

a) indien de exporteur gebruik mag maken van de algemene vergunning van nr. 14 van onderhavige aanschrijving:

"Goederen weder in te voeren met gehele/gedeeltelijke vrijstelling van BTW. - Passieve veredeling - BTW-aanschrijving nr. 8/1978". Daaraan wordt een van de volgende vermeldingen toegevoegd:

- " Niet-belastingplichtige"

- "Belastingplichtige onderworpen aan de egalisatiebelasting"

- " Landbouwondernemer"

- "Belastingplichtige niet gehouden tot indienen van aangiften"

- "Gemengde belastingplichtige"

- " Bedrijfsmiddelen"

- " Loonbewerker"

- "Gehuurd materieel"

- "Materieel in bruikleen";

b) indien de exporteur een biezondere vergunning heeft verkregen bij toepassing van nr. 15 hierboven:

"Goederen weder in te voeren met gehele/gedeeltelijke vrijstelling van BTW. - Passieve veredeling - Ministeriële vergunning van nr. ". In dat geval moet de houder van de vergunning een fotocopie ervan voorleggen aan het plaatselijk hoofd van het douanekantoor.

27. Het plaatselijk hoofd van de douane over het kantoor van wederinvoer gaat na of de gehele of gedeeltelijke vrijstelling mag worden toegestaan. Indien de geadresseerde van de goederen een biezondere vergunning heeft verkregen bij toepassing van nr. 15 hierboven, moet bij de wederinvoer een fotocopie van de vergunning worden voorgelegd.

28. Samen met de aangifte ten verbruik of met de borgbrief moet aan de douane worden overgelegd:

a) een document 45 B indien de geadresseerde, die aanspraak maakt op vrijstelling, een belastingplichtige is, of een document 45 A (geel) indien de geadresseerde een niet-belastingplichtige is. Indien de vrijstelling gedeeltelijk is, wordt de BTW tot beloop van het verschuldigde bedrag op het document 45 B of 45 A (geel) voldaan op de gewone manier, d.i. door middel van plakzegels of met de stempelafdruk van de zegelmachine. In het daartoe bestemde vak schrijft de aangever de door hem te ondertekenen vermelding die in nr. 26 hierboven is voorgeschreven;

b) een kopie van de factuur door de dienstverrichter opgesteld op naam van de geadresseerde der wederingevoerde goederen, of bij ontstentenis van een factuur (in geval van gratis herstelling) een door de dienstverrichter opgestelde verzendnota die vermeldt dat de herstelling werd gedaan zonder betaling van een prijs.

29. Wanneer de geadresseerde gedeeltelijke vrijstelling verkrijgt en hij een belastingplichtige is die een vergunning heeft verkregen om de wegens invoer verschuldigde belasting naar het binnenland te verleggen, bij toepassing van de aanschrijving nr. 3, van 11 januari 1973 (z. art. 4, § 3, van het kon. besl. nr. 7), dan moet hij een document 45 C voorleggen in plaats van een document 45 B.

In vak 15 van het document 45 C schrijft de aangever de door hem te ondertekenen vermelding die in nr. 26 hierboven is voorgeschreven en, bovendien, de vermelding: "Aanschrijving nr. 3/1973. - Vergunning van nr. ................"

Identiteit van de goederen.

30. De vrijstelling wordt slechts verleend indien de identiteit van de goederen kan worden vastgesteld.

Om aanspraak te mogen maken op gehele of gedeeltelijke vrijstelling moet de geadresseerde, zowel tegenover de douane als tegenover de ambtenaren die belast zijn met de controle van de BTW, kunnen aantonen dat het gaat om een wederinvoer van goederen.

Met dat doel kan de douane bij de uitvoer herkenningstekens aanbrengen of andere maatregelen treffen ter herkenning van de identiteit van de goederen; ze kan voorschrijven dat een inlichtingsfiche wordt opgemaakt en dat de wederinvoer moet plaatsvinden over het kantoor van uitvoer; ze kan ook opbrengstpercentages vaststellen. Van een en ander wordt aantekening gemaakt op de aangifte ten uitvoer.

De geadresseerde moet ook tegenover de ambtenaren die belast zijn met de controle van de BTW kunnen aantonen, aan de hand van zijn administratie (boekhouding en andere stukken, inzonderheid briefwisseling en contracten), dat het gaat om een wederinvoer en dat hij terecht vrijstelling heeft bekomen. Dat geldt inzonderheid wanneer grondstoffen naar het buitenland werden gezonden om er te worden verwerkt tot fabrikaten. De belanghebbende moet aantonen niet alleen dat de fabrikaten verkregen werden door verwerking van de uitgevoerde grondstoffen, maar ook dat de hoeveelheid ingevoerde goederen voortkomt van de hoeveelheid uitgevoerde goederen. Hij zal aan de ambtenaren die belast zijn met de controle alle nuttige inlichtingen moeten verstrekken, en met name de inlichtingen die het mogelijk maken het rendement te bepalen van de behandeling van de uitgevoerde goederen.

Gevolgen van de niet-naleving van de voorwaarden.

31. De vrijstelling vindt alleen toepassing indien de voorwaarden die gesteld zijn door deze aanschrijving of door de biezondere vergunning, strikt worden nageleefd.

Het voordeel van de vrijstelling kan nochtans geheel of gedeeltelijk opnieuw worden verleend door een administratieve beslissing wanneer de vormvoorwaarden, de formaliteiten of de termijn niet werden nageleefd (kon. besl. nr. 7, art. 18, § 2).

Duur en intrekking van de vergunningen.

32. De algemene vergunning die door de onderhavige aanschrijving wordt verleend is voor onbepaalde tijd geldig; de duur van de biezondere vergunningen wordt in elke vergunning afzonderlijk vastgesteld.

De administratie behoudt zich evenwel het recht voor de vergunningen bij algemene of biezondere bepaling in te trekken of geheel of gedeeltelijk te wijzigen.

Onverminderd, in voorkomend geval, de bij de wet uitgevaardigde straffen, zal de vergunning onmiddellijk ontnomen worden aan ieder persoon die er misbruik van maakt of tracht te maken of die op gelijk welke wijze de controleopdracht belemmert van de ambtenaren van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, of van de Administratie der douane en accijnzen.

Iedere intrekking van vergunning bij biezondere bepaling wordt door de hoofdcontroleur van de BTW per aangetekende brief aan de belanghebbende genotificeerd. Vanaf de dag die op deze notificatie volgt, kan van de vergunning geen gebruik meer worden gemaakt.

HOOFDSTUK V. - Passieve veredeling in Nederland of in het Groothertogdom Luxemburg.

33. Tenzij hierna anders is bepaald, geldt de regeling zoals uiteengezet in de vorige hoofdstukken eveneens ten aanzien van de uitvoer en de wederinvoer, over de Belgisch-Nederlandse of Belgisch-Luxemburgse grens van goederen die van België naar Nederland of naar het Groothertogdom Luxemburg worden gezonden om er een of meer veredelingsbehandelingen te ondergaan.

De administratie verleent nochtans geen biezondere vergunning aan de belastingplichtigen die zich bevinden in het geval als bedoeld in nr. 8, aangezien ze bij dergelijke vergunning geen belang hebben. De vrijstelling biedt immers in dat geval geen enkel nut vermits de BTW, die over de volledige waarde van het wederingevoerd goed wordt berekend, wordt voldaan volgens de regeling van de verlegging van de heffing (kon. besl. nr. 7, art. 7) en bijgevolg in de maandaangifte of in de kwartaalaangifte moet worden opgenomen onder de verschuldigde belasting maar ook onmiddellijk volledig in aftrek wordt gebracht.

In de gevallen als bedoeld in de nrs. 6 en 7 blijft de vrijstellingsregeling meestal nodig, omdat de BTW niet of slechts gedeeltelijk in aftrek mag worden gebracht (nrs. 6 en 7, a en b), ofwel omdat de importeur slechts als geadresseerde kan optreden indien toepassing wordt gemaakt van artikel 27 van het koninklijk besluit nr. 7 (nrs. 7, c en d, en 18).

34. Wanneer de vrijstellingsregeling toepasselijk is moeten bij de uitvoer en de wederinvoer de formaliteiten worden in acht genomen die vermeld zijn onder de nrs. 35 tot 37 hierna.

a) Uitvoer en wederinvoer door een niet-belastingplichtige.

35. Aangezien de belanghebbende bij de wederinvoer zijn recht op vrijstelling ten genoege van de douane moet bewijzen, vindt de tijdelijke uitvoer van de goederen plaats met een aangifte ten uitvoer EX 69. In dat geval wordt bij de uitvoer geen verzendnota (die de kopiefactuur vervangt) aan de douane afgegeven .

Bij de wederinvoer moeten een document 45 A (geel) en het exemplaar voor aangever van de aangifte ten uitvoer EX 69 aan de douane worden voorgelegd, ongeacht de plaats (grenskantoor of binnenlands kantoor) waar de mondelinge aangifte tot wederinvoer wordt gedaan. Een kopiefactuur van het in Nederland of Luxemburg verrichte werk of een vervangend stuk wordt mede aan de douane afgegeven.

Op de aangifte ten uitvoer EX 69 en op het document 45 A (geel) moet, naargelang het geval, worden vermeld:

"Goederen weder in te voeren met gehele/gedeeltelijke vrijstelling van BTW. - Passieve veredeling. - BTW-aanschrijving nr. 8/ 1978. Niet-belastingplichtige" .

b) Uitvoer en wederinvoer door een belastingplichtige die geen maandaangiften of kwartaalaangiften indient.

36. Het bepaalde onder nr. 35 hierboven is van toepassing, met dien verstande dat bij de wederinvoer aan de douane een document 45 B in plaats van een document 15 A (geel) wordt voorgelegd, en dat op het document 45 B alsmede op de aangiften ten uitvoer EX 69 moet worden vermeld, naar gelang het geval:

"Goederen weder in te voeren met gehele/gedeeltelijke vrijstelling van BTW. - Passieve veredeling. - BTW-aanschrijving nr. 8/1978". Daaraan wordt een van de volgende vermeldingen toegevoegd:

- "Belastingplichtige onderworpen aan de egalisatiebelasting"

- "Landbouwondernemer"

- "Belastingplichtige niet gehouden tot het indienen van BTW-aangiften"

c) Uitvoer en wederinvoer door een belastingplichtige die maandaangiften of kwartaalaangiften indient, en zich bevindt in het geval als bedoeld in nr. 7.

37. Wanneer de gehele of gedeeltelijke vrijstelling toepasselijk is, vinden de uitvoer en de wederinvoer plaats met inachtneming van de formaliteiten die in het algemeen zijn voorgeschreven voor de uitvoer en de invoer over de Belgisch-Luxemburgse en Belgisch-Nederlandse grens. Daaruit volgt dat de aangifte ten uitvoer en de aangifte tot wederinvoer mondeling worden gedaan met afgifte, bij de uitvoer, van een verzendnota en, bij de wederinvoer, van een kopiefactuur of een vervangend stuk.

Op die verzendnota's, kopiefacturen of vervangende stukken moet, naar gelang het geval, de volgende vermelding worden aangebracht:

"Goederen weder in te voeren met gehele/gedeeltelijke vrijstelling van BTW. - Passieve veredeling. - BTW-aanschrijving nr. 8/1978". Daaraan moet een van de volgende vermeldingen worden toegevoegd:

- "Gemengde belastingplichtige"

- " Bedrijfsmiddel(en)"

- "Loonbewerker"

- "Gehuurd materieel"

- "Materieel in bruikleen".

Bij de wederinvoer van de goederen moet de kopiefactuur van het in het buitenland verrichte werk of het vervangend stuk, buiten de in het vorige lid bedoelde vermelding, ook de gegevens vermelden die gewoonlijk op een factuur voorkomen alsmede de hoeveelheid en de aard van de goederen in de staat waarin ze worden wederingevoerd.

Aangezien de douane zich bij de wederinvoer met de heffing niet inlaat, wordt aan de douane geen document 45 B voorgelegd.

Indien gedeeltelijke vrijstelling toepassing vindt, wordt de wegens invoer verschuldigde BTW in het binnenland voldaan volgens de regeling van verlegging van de heffing.

Op de factuur van het in het buitenland verrichte werk, die de belanghebbende in zijn boek voor inkomende facturen moet inschrijven, dient hij ook de vermeldingen te schrijven die, zoals hierboven is voorgeschreven, moeten voorkomen op de kopiefactuur die bij de wederinvoer aan de douane is afgegeven.

De belastingplichtige die gehele of gedeeltelijke vrijstelling toepast moet, op verzoek van de ambtenaren die met de controle van de BTW belast zijn, aan de hand van bewijskrachtige stukken aantonen dat hij de vrijstelling terecht heeft toegepast.

HOOFDSTUK VI. - Slotbepaling.

38. Deze aanschrijving vervangt, met terugwerkende kracht op 1 januari 1978, de aanschrijving nr. 12, van 17 september 1976 (Z. Revue nr.27, blz. 303), die over hetzelfde onderwerp handelde.