Circulaire nr. 8/2014 (AFZ nr. 5/2014) d.d. 23.04.2014
Circulaire nr. 8/2014 (AFZ nr. 5/2014) dd. 23.04.2014
W. Reg. - W. Succ. - Hypotheekwet - Wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN
Administratie van Fiscale Zaken
4de dienst - 2de directie
Dossier nr. 461
PATRIMONIUMDOCUMENTATIE
Operationele Expertise Ondersteuning
E.E./L 235
bijlage : 2
Wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen.
Notarisakten - Akten van de aankoopcomités van de Federale Overheidsdienst Financiën
Akten van administratieve overheden en van vertegenwoordigers van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen, die moeten worden geregistreerd en overgeschreven
Registratieformaliteit - Hypothecaire formaliteiten.
Inhoudstafel
| 0. | ||
| 1. | ||
| 1.1. | ||
| 1.2. | ||
| 1.3. | ||
| 1.4. | ||
| 2. | ||
| 2.1. | | |
| 2.2. | ||
| 2.3. | ||
| 3. | ||
| 3.1. | ||
| 3.2. | ||
| 3.3. | Gelijktijdige aanbieding van akten waarvan de registratie en de overschrijving verplicht zijn | |
| 4. | ||
| 5. | ||
| 6. | Identificatie van de partijen in huurovereenkomsten betreffende onroerende goederen | |
| 6.1. | ||
| 6.2. | ||
| 7. | ||
| 7.1. | ||
| 7.2. | Repertorium van de notarissen en van de gerechtsdeurwaarders | |
| 7.3. | Bewaring van de geregistreerde uitgifte en van het registratierelaas | |
| 7.4. | ||
| 8. | ||
| 8.1. | ||
| 8.2. | ||
| 8.3. | ||
| 8.4. | ||
| 8.5. | ||
| 9. | ||
| 9.1. | ||
| 9.2. | ||
| 9.3. | ||
| 9.4. | ||
| 9.5. | ||
| 9.6. | ||
| 10. | ||
| A.1. | Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 31 december 2013, Ed. 2 | |
| A.2. | Oude teksten / Geconsolideerde Teksten van het W. Reg. het W. Succ., de hypothecaire wet en het B.W. | |
| A.2.1. | ||
| A.2.2. | ||
| A.2.3 | Oude teksten / Geconsolideerde teksten van de hypothecaire wet | |
| A.2.4. | ||
----------
[[1) Met notariële akten wordt hierna, tenzij anders aangegeven, tevens bedoeld de gelijkaardige akten van de federale aankoopcomités.]
----------
Inleiding
In het Belgisch Staatsblad van 31 december 2013, Ed. 2, werd de wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen (2), bekendgemaakt.
De titels 4 (art. 38 tot 87) en 9 (art. 111) van deze wet betreffen de modernisering van de patrimoniumdocumentatie en handelen meer in het bijzonder over de elektronische (3) aanbieding van bepaalde akten aan de registratieformaliteit en aan de formaliteiten op het hypotheekkantoor.
Drie koninklijke besluiten omkaderen deze wet met aanvullende regels (een K.B. betreffende de plannen van afbakening (4), een K.B. dat handelt over het gebruik van elektronische registers voor de registratie en over het repertoriumnummer te gebruiken door notarissen (5), en een K.B betreffende de elektronische aanbieding van de akten (6)).
----------
[(2) Hierna ook aangeduid als: "W. 21 dec. 2013".
Z. Kamer, Doc 53 3236/ (2013/2014) :
001 : Ontwerp van wet.
002 : Amendementen.
003 : Verslag.
004 : Tekst aangenomen in de commissie.
005 : Amendement.
006 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.
Integraal verslag : 17 en 18 december 2013.
Senaat :
Doc 5- 2419/ (2013/2014)
Nr. 1 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat. Niet geamendeerd.
Nr. 2 : Amendementen.
Nr. 3 : Verslag.
Nr. 4 : Beslissing niet te amenderen.
Annalen van de Senaat : 18 en 19 december 2013.
(3) I.p.v. « elektronisch(e) » wordt in de wet gesproken van « gedematerialiseerd(e) » of « op gedematerialiseerde wijze ».
(4) K.B. van 18 november 2013 - Koninklijk besluit tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerlegging van een plan bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie en van de aflevering door die algemene administratie van een nieuwe identificatie (B.S. 2 december 2013). Zie ook het M.B. van 18 november 2013 tot uitvoering van artikel 5 van het koninklijk besluit van 18 november 2013 tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerlegging van een plan bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie en van de aflevering door die algemene administratie van een nieuwe identificatie (B.S. 2 december 2013).
(5) K.B. van 26 januari 2014 houdende aanvulling van het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (B.S. 30 januari 2014). Een ministerieel besluit maakt het systeem volledig.
(6).B. van 14 maart 2014 houdende regeling van de aanbieding van akten van bepaalde instrumenterende ambtenaren tot de registratieformaliteit en tot de hypothecaire openbaarmaking (hierna "K.B. e-formaliteiten").]
----------
De titels 5 (art. 88), 6 (art. 89 en 90) en 7 (art. 91 tot 96) van de voornoemde wet bevatten diverse andere maatregelen, respectievelijk in zake diverse rechten en taksen, registratierechten en successierechten.
Deze circulaire bevat een eerste commentaar van de titels 4 en 9 evenals van de hiervoor vermelde koninklijke besluiten.
De titels 5 en 7 worden van commentaar voorzien in een afzonderlijke circulaire.
In deze circulaire wordt ook een commentaar gegeven bij sommige bepalingen van de hypotheekwet. Als openbaar ambtenaar genieten de hypotheekbewaarders een absolute autonomie met het oog op het verzekeren van de hypothecaire openbaarmaking zoals voorzien door de Hypotheekwet (zie Rép. Not., "Traité des Hypothèques et de la Transcription", door E. Genin, bijgewerkt door R. Poncelet, A. Genin en M. Renard-Declairfayt, X-I, nr. 3531). Bijgevolg blijven zij persoonlijk verantwoordelijk voor de uiteindelijke interpretatie
van deze nieuwe bepalingen.
Commentaar
0. Algemeen overzicht
De voormelde wet en koninklijke besluiten wijzigen meer in het bijzonder :
1° de identificatie van de partijen in notariële akten (z. nr. 1., infra) ;
2° de wijze van aanbieding van die akten aan de registratieformaliteit en aan de hypothecaire formaliteiten (z. nr. 2., infra) ;
3° de termijn voor hun aanbieding, met name die voor de hypothecaire overschrijving (z. nr. 3., infra) ;
4° de plaats van aanbieding ter registratie (z. nr. 4., infra) ;
5° het registratierecht van toepassing op de bijlagen bij die akten (z. nr. 5., infra) ;
6° de identificatie van de partijen bij onroerende huurcontracten (z. nr. 6., infra).
De wet bevat ook nog een aantal aanvullende maatregelen betreffende :
1° de vrijstelling, onder bepaalde voorwaarden, van de registratie en een fictie van overschrijving van de plannen gevoegd bij een akte wanneer die plannen voorafgaandelijk aan de administratie werden overgemaakt en op voorwaarde dat ze in de tussentijd niet werden gewijzigd, (z. nr. 7.1., infra);
2° het repertorium van de notarissen (z. nr. 7.2., infra) ;
3° de bewaring van de geregistreerde uitgifte en van het registratierelaas (z. nr. 7.3., infra).
4° de elektronische aflevering van kopieën van of uittreksels uit geregistreerde akten en van eigendomstitels (z. nr. 7.4., infra) ; …
1. Identificatie van de partijen in de notariële akten
1.1. Verplichting van identificatie
Met het oog op een grotere rechtszekerheid en om de notariële akten efficiënter te kunnen verwerken naar aanleiding van de registratieformaliteit en de hypothecaire formaliteiten, werden de wet op het notarisambt (7), de hypotheekwet en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (8) gewijzigd, zodat elk van de partijen bij een notariële akte zoveel als mogelijk kan worden geïdentificeerd aan de hand van "haar identificatienummer in het Rijksregister of het haar in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid toegekende identificatienummer in het bisregister of, voor een rechtspersoon, zijn ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen" (uittreksel uit artikel 2, 4de lid, W. Reg., zoals gewijzigd) (9).
1.2. Vereiste voor de formaliteit van de registratie (10)
Het nieuwe artikel 2bis, eerste lid, W. Reg., stelt de registratie van notariële akten afhankelijk van "de vermelding van het identificatienummer of het ondernemingsnummer bedoeld in artikel 2, vierde lid, voor elke partij bij de akte, wanneer dit nummer beschikbaar is" (11).
"Deze vermelding geschiedt in de akte of, ten laatste bij de aanbieding ervan ter registratie, in een aanvullende verklaring onderaan de akte, getekend door de betrokken partij of door de instrumenterende notaris, in haar naam." (art. 2bis, tweede lid, W. Reg.).
1.3. Hypotheekwet
Wanneer het gaat om natuurlijke personen (12) bepaalt artikel 139 van de hypotheekwet eveneens de vereiste van vermelding, naargelang het geval, van het rijksregisternummer of van het identificatienummer in het bisregister, "op voorwaarde dat de instrumenterende ambtenaar of de aanvrager hierover beschikt." Daaraan wordt toegevoegd dat "hetzelfde geldt voor het geval waarin dit nummer na het verlijden van de akte of het stuk maar vóór het aanbieden ervan wordt bekomen" en dat "dit identificatienummer ook onderaan de akte kan worden vermeld.".
1.4. Inwerkingtreding
De nieuwe regels in de W. notarisambt, in de hypotheekwet en in het W. Reg. die de identificatie van de partijen in de notariële akten betreffen, zijn in werking getreden op 10 januari 2014 (art. 87, 1°, W. 21 dec. 2013).
----------
[(7) Art. 12 van de wet van 25 ventôse jaar XI (16 maart 1803) op het notarisambt (hierna W. notarisambt).
(8) Hiervoor en -na, W. Reg.
(9) De wet op het notarisambt voorziet in een uitzondering op het vermelde principe wanneer de akte wordt opgemaakt buiten het notariskantoor en het nummer niet vermeld wordt op het voorgelegde identiteitsbewijs.
Wanneer de notaris de identiteit van de partijen waarmerkt op basis van hun identiteitskaart, volstaat de vermelding van de eerste twee voornamen in plaats van de opname van alle voornamen. De voornamen worden vermeld in de volgorde waarin zij voorkomen in het stuk op grond waarvan de identificatie is gebeurd (art. 12 van de Wet op het notarisambt).
(10) Voor onderhandse huurcontracten, z. nr. 6.2.
(11) Dit gaat de notariële akten aan, niet die van de aankoopcomités
(12) Art. 140 van de hypotheekwet bepaalde dat al voor rechtspersonen. De wijziging ervan behelst enkel een technische aanpassing omwille van de vroegere onnauwkeurige formulering.]
----------
2. Wijze van aanbieding van notariële akten tot de formaliteiten van de registratie en van de hypothecaire openbaarmaking
2.1. Artikel 2, W. Reg. - Tekst van toepassing vanaf 1 april 2014 (13).
De akten worden op de minuten, brevetten [, kopieën die met de hand of via elektronische handtekening ondertekend zijn, ] (14) of originelen geregistreerd.
Evenwel worden de buitenslands verleden authentieke akten in minuut op de uitgiften, afschriften of uittreksels geregistreerd, en kunnen de akten bedoeld in artikel 19, 3°, worden geregistreerd op een kopie op voorwaarde dat de onroerende goederen bestemd zijn tot huisvesting van een gezin of van één persoon.
De Koning kan voor de door Hem aangewezen categorieën van akten, geschriften en verklaringen die aan de formaliteit van de registratie onderworpen zijn, bepalen dat zij onder de vorm van de minuut, een afschrift of een kopie en al dan niet op gedematerialiseerde wijze, ter registratie kunnen of moeten worden aangeboden. Voor de aldus aangewezen categorieën van akten, geschriften en verklaringen bepaalt Hij de modaliteiten van de aanbieding ter formaliteit en van de uitvoering van de formaliteit alsook de voorschriften die voor de juiste heffing van de verschuldigde rechten nodig zijn. Hij kan daarbij afwijken van de bepalingen van de artikelen 8, 9, 26, 39, 40, 168, 171 en 172 van dit Wetboek. Hij kan echter geen geldboete opleggen met een bedrag hoger dan 25 euro in geval van overtreding van de door hem in afwijking van de artikelen 171 en 172 vastgestelde regels.
De Koning kan bepalen dat wanneer de aanbieding ter registratie van akten of van bepaalde categorieën van akten op gedematerialiseerde wijze geschiedt, de aanbieding vergezeld moet gaan van gestructureerde metagegevens betreffende de akte, waaronder in het bijzonder, voor elke partij bij de akte, haar identificatienummer in het Rijksregister of het haar in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid toegekende identificatienummer in het bisregister of, voor een rechtspersoon, zijn ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen.
2.2. K.B. e-formaliteiten
NB Ratione personae betreft het K.B. e-formaliteiten enkel de notarissen en de commissarissen van de aankoopcomités (15).
2.2.1. Elektronische aanbieding ter registratie
Het K.B. e-formaliteiten dat onder andere uitvoering geeft aan het derde en vierde lid van artikel 2, W. Reg., legt de elektronische aanbieding ter registratie op van de notariële akten, van hun bijlagen en van alle andere stukken die tegelijkertijd moeten worden aangeboden (K.B. e-formaliteiten, art. 2 en bijlage).
Daartoe verzendt de notaris "elektronisch een uitgifte (16) van de akte, een afzonderlijke kopie van elke bijlage en van elk van de overige voor te leggen stukken".
----------
[(13) De wijzigingen aangebracht bij de wet van 21 december 2013 zijn in vet aangegeven.
(14) De woorden «, kopieën die met de hand of via elektronische handtekening ondertekend zijn, " die in 2006 werden ingevoegd tussen de woorden "brevetten" en "of" bleven inhoudsloos. Hun verwijdering is bepaald bij artikel 75 van de wet van 22 december 2009. Dat artikel krijgt echter maar uitwerking op de datum van inwerkingtreding van het nog uit te vaardigen K.B. dat, ter uitvoering van artikel 2 W. Reg., de gedematerialiseerde aanbieding van de huurcontracten zal regelen (art. 84, eerste lid, Wet 22 december 2009).
(15) En dus niet de administratieve overheden of andere agenten van de Staat, gemeenten, …, en evenmin de gerechtsdeurwaarders.
(16) Voor de toepassing van het K.B. e-formaliteiten, verstaat men onder "een uitgifte van de akte: een eensluidend verklaard afschrift van de authentieke akte van de instrumenterende ambtenaar, met inbegrip van de eventueel aan de voet van de akte aangebrachte vermeldingen, doch zonder de aan de akte gehechte stukken" (K.B. e-formaliteiten, art. 1, 2°).]
----------
2.2.2. Hypothecaire formaliteiten
Het K.B. e-formaliteiten voert ook artikel 144, 1°, van de hypotheekwet uit en bevat tevens een aantal specifieke voorschriften voor de verschillende hypothecaire formaliteiten (K.B. e-formaliteiten, art. 3 en bijlage).
2.2.3. Mee te verzenden metagegevens.
De bijlage bij het K.B. e-formaliteiten lijst de metagegevens op die moeten worden mee verzonden in geval van elektronische verzending conform artikel 2 van het K.B. e-formaliteiten. Sommige metagegevens moeten worden meegezonden met om het even welke akte, andere zijn eigen aan bepaalde soorten akten of documenten (oprichtingsakte van een rechtspersoon, akte houdende overdracht, aanwijzing of vestiging van onroerende zakelijke rechten, akte houdende een huurcontract bedoeld in artikel 1 van de hypotheekwet, stukken verzonden bij een vraag om een hypothecaire inschrijving te bekomen, enz. ...).
Bepaalde metagegevens hebben tot doel de verzending van de akte naar het (de) bevoegde kanto(o)r(en) toe te laten: een registratiekantoor of een registratiekantoor en een (of meerdere) kanto(o)r(en) van hypotheekbewaring.
2.2.4. Overmacht - Technische storing
Wanneer een akte elektronisch niet kan worden verzonden wegens overmacht of wegens een technische storing worden de registratie en in voorkomend geval de hypothecaire formaliteiten uitgevoerd op voorlegging van de vereiste stukken op papier (zie artikel 6, juncto respectievelijk artikel 2, tweede lid, of artikel 3, tweede lid van het K.B. e-formaliteiten).
2.3. Inwerkingtreding - Overgangsperiode
De elektronische aanbieding van de notariële akten is vanaf 1 april 2014 de algemene regel. Artikel 7 van het K.B. e-formaliteiten laat echter tot 31 december 2014 toe de aanbieding ter registratie en tot de hypothecaire openbaarmaking te doen op de wijze voorzien voor een geval van overmacht of van technische storing (z. nr. 2.2.4.), dit wil zeggen door middel van een papieren versie.
Behalve waar het verwijst naar een aantal bijzondere bepalingen in zake de hypothecaire inschrijving en in zake de kantmelding, bepaalt artikel 6 van het K.B. e-formaliteiten dat dezelfde stukken moeten worden voorgelegd als bij de elektronische aanbieding en dit, in voorkomend geval, op elk van de betrokken hypotheekkantoren
3. Termijn voor de aanbieding
3.1. Hypothecaire overschrijving
3.1.1. Algemene regel
De termijn om akten ter overschrijving op het hypotheekkantoor aan te bieden wordt tot 15 dagen verkort (voorheen was die termijn in principe één maand), ook in het geval het gaat om een akte met onroerende goederen gelegen in het ambtsgebied van meerdere hypotheekkantoren (art. 2, tweede lid, van de hypotheekwet) (17).
De termijn wordt verlengd tot de volgende werkdag indien de laatste dag ervan een sluitingsdag van de kantoren is (ibid.).
Deze verkorting van de termijn brengt zowel een halvering (18) mee van de maximale « dode hoek »-periode, zijnde de tijd tussen het verlijden van de akte en de tegenstelbaarheid ervan aan derden ten gevolge van de overschrijving, als een harmonisatie met de termijn voor de aanbieding ter registratie.
3.1.2. Uitzondering - Openbare verkoop
De al bestaande uitzondering voor akten van openbare verkoop blijft behouden: de termijn voor de overschrijving ervan blijft dus twee maanden.
3.1.3. Aanbieding buiten de openingsuren van een kantoor
"de buiten de openingsuren van het kantoor aangeboden akten, vonnissen, borderellen en enig andere stukken worden geacht aangeboden te zijn in het begin van het daarop volgende eerste openingsuur van het kantoor ;
voor zover het werkelijke tijdstip van aanbieding kan worden vastgesteld, bepaalt dit de onderlinge volgorde voor de neerlegging van deze documenten" (art. 135, 1°, tweede en derde lid, nieuw, van de hypotheekwet).
3.1.4. Voorrangregel
"Wanneer verscheidene openbaar te maken titels dezelfde dag in het register voorgeschreven bij artikel 124, 1°, worden ingeschreven in uitvoering van artikel 135, wordt de voorrang bepaald naar de dagtekening van die titels. Voor de titels die dezelfde datum dragen, wordt de voorrang bepaald naar het volgnummer waaronder de aanbieding van de titels vermeld wordt in het voormelde register." (art. 123, eerste lid, nieuw, van de hypotheekwet).
Het register voorgeschreven bij artikel 124, 1°, van de hypotheekwet is het "register van de neergelegde titels, waarin de aanbiedingen van de titels waarvan men de inschrijving of de overschrijving vordert, worden aangetekend onder een volgnummer en naarmate zij geschieden".
----------
[(17) De verkorting van de normale termijn tot 15 dagen heeft geleid tot de afschaffing van artikel 2bis van de hypotheekwet.
(18) En nog meer in de gevallen waarin het gaat om meerdere onroerende goederen gelegen in het ambtsgebied van meerdere hypotheekkantoren, waar de termijn van 2 maanden teruggebracht wordt tot 15 dagen.
(19) Er wordt aan herinnerd dat het al vanaf 1 januari 1990 mogelijk is een akte ter hypothecaire formaliteit aan te bieden vóór ze ter registratie aan te bieden (z. art. 173, 1°, W. Reg., zoals gewijzigd bij art. 175 van de wet van 22 december 1989 (B.S. 29.12.1989).
Nog eerder, vanaf 15 maart 1968 (art. 173, 1°, W. Reg., zoals gewijzigd bij Art. 3, art. 117 van de wet van 10 oktober 1967, B.S. 31.10.1967), kon een akte, vóór ter registratie te worden aangeboden, binnen de 4 dagen na het verlijden ervan ter hypothecaire formaliteit worden aangeboden, met ook in dit geval het verbod een uitgifte van de akte af te leveren aan de partijen vóór de registratie.
Al sedert bijna 50 jaar kan een naarstige notaris dus, wanneer het gaat om een akte die moet worden overgeschreven op het hypotheekkantoor, zijn akte ter overschrijving aanbieden met het oog op de tegenstelbaarheid ervan aan derden, zonder ze eerst ter registratie te hebben aangeboden.]
----------
3.2. Registratie (20)
3.2.1. Tijdstip van de aanbieding
Merk op dat "Een buiten de openingsuren van de kantoren aangeboden akte of geschrift, wordt geacht aangeboden te zijn bij de eerstvolgende opening van de kantoren." (art.6, tweede lid, W. Reg.) (vgl. nr. 3.1.3. in zake hypotheken).
Deze regel vindt meer bepaald toepassing in geval van elektronische overmaking buiten de openingsuren van de kantoren.
3.2.2. Algemene regel
De termijn voor aanbieding ter registratie voor een notariële akte blijft 15 dagen (art. 32, 1°, ab initio, W. Reg.).
3.2.3. Uitzondering
In geval van een openbare verkoop van een onroerend goed, voor processen-verbaal van het ontbreken van hoger bod en die van definitieve toewijs, wordt de termijn voor aanbieding ter registratie van een notariële akte gebracht op twee maanden (art. 32, 1°, in fine, W. Reg.).
Deze uitzondering is van toepassing vanaf 1 april 2014 (art. 87, 3°, W. 21 dec. 2013). Omdat het een procedureregel betreft, is ze van toepassing voor alle notariële akten verleden vanaf 17 maart 2014. Voor de akten van vóór die datum is de termijn voor de aanbieding ter registratie verstreken vóór 1 april 2014.
----------
[(20) Naast de van commentaar voorziene wijzigingen werden in de Nederlandse tekst van artikel 32, W. Reg. nog twee taalkundige verbeteringen aangebracht die in werking zijn getreden op 10 januari 2014 (art. 48, 4° en 5°, en art. 87, 1°, van de wet van 21 december 2013).]
----------
3.2.4. Aldus is de termijn voor de aanbieding ter registratie geharmoniseerd met die voor de aanbieding ter hypothecaire overschrijving (z. nr. 3.1.).
3.2.5. Verlenging van de termijn voor de aanbieding ter registratie in geval van weigering van de overschrijving door de hypotheekbewaarder, z. nr. 3.3.4.
3.3. Gelijktijdige aanbieding van akten waarvan de registratie en de overschrijving verplicht zijn.
3.3.1. Principes
Een akte waarvan de registratie en de overschrijving verplicht zijn, moet tezelfdertijd aan beide formaliteiten onderworpen worden en dit bij toepassing van artikel 5bis, nieuw, W. Reg.
" Wanneer een akte die op gedematerialiseerde wijze wordt aangeboden, verplicht onderworpen is aan zowel de formaliteit van de registratie als aan die van de hypothecaire overschrijving, wordt deze akte tezelfdertijd en onder de wettelijke voorwaarden aan beide formaliteiten onderworpen, behalve indien de termijnen voor beide formaliteiten van elkaar verschillen. "
"De in het eerste lid bepaalde regel geldt tevens voor een akte die op een papieren drager wordt aangeboden en verplicht onderworpen is aan zowel de formaliteit van de registratie als aan die van de hypothecaire overschrijving bij toepassing van artikel 1, eerste lid, van de Hypotheekwet van 16 december 1851."
"De ontvanger weigert de registratie van de akte zolang de hypotheekbewaarder van het hypotheekkantoor met hetzelfde ambtsgebied als het registratiekantoor, weigert om de formaliteit van de overschrijving voor een akte bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Hypotheekwet van 16 december 1851, te vervullen.".
Bij toepassing van artikel 87, 5°, van de wet van 21 december 2013 is het eerste lid van artikel 5bis in werking getreden op 10 januari 2014.
Het tweede en derde lid van hetzelfde artikel treden in werking op 1 januari 2016 (of vroeger in geval van een ad hoc K.B. ; art. 87, 6°, W. 21 dec. 2013).
3.3.2. Elektronische aanbieding
De wettekst is duidelijk en legt dus de gelijktijdige aanbieding aan de formaliteiten van de registratie en de hypothecaire overschrijving op van de akten die aan beide formaliteiten zijn onderworpen.
3.3.3. Aanbieding op papieren drager.
In geval van aanbieding op papieren drager geldt de regel van de gelijktijdige aanbieding evenzeer, met echter een tweevoudig voorbehoud:
1° de regel zal maar van toepassing zijn vanaf 1 januari 2016 (z. 3.3.1., in fine);
2° de regel zal maar van toepassing zijn voor de akten bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de hypotheekwet (21)
Ter herinnering, de aanbieding op papieren drager zal, behalve in geval van overmacht of van technische storing (z. nr. 2.2.4. supra), verdwijnen bij het verstrijken van de overgangsperiode (z. nr. 2.3., supra).
3.3.4. Vraag tot overschrijving - Weigering - Gevolg
Vanaf in principe (z. nr. 3.3.1., in fine) 1 januari 2016 heeft de weigering van de overschrijving in bepaalde gevallen tot gevolg dat ook de registratie van de akte moet worden geweigerd.
Wanneer het gaat om een akte die bij toepassing van artikel 1, eerste lid, van de hypotheekwet moet worden overgeschreven (22) en de hypotheekbewaarder die bevoegd is voor hetzelfde ambtsgebied als dat van het registratiekantoor waar de akte moet worden geregistreerd, weigert de akte over te schrijven wegens een gebrek in de opstelling ervan of wegens de niet naleving van de hypotheekwet of van andere wettelijke voorschriften, zal de ontvanger van de registratie, zolang de akte niet kan worden overgeschreven, ook de registratie van de akte weigeren.
In een dergelijk geval is er in principe een nieuwe termijn van toepassing voor de aanbieding van de akte ter registratie. Die termijn bedraagt 7 dagen te rekenen van de datum van de kennisgeving door de hypotheekbewaarder aan de notaris van de weigering om de akte over te schrijven. Wanneer die termijn van 7 dagen echter verstrijkt vóór de normale termijn van, naargelang het geval, 15 dagen of 2 maanden blijft de initiële termijn gelden (art. 32, 1°, 2de lid, W. Reg.) (23).
----------
[(21) In geval van aanbieding van een papieren drager zal de regel van de gelijktijdige aanbieding van toepassing zijn indien het gaat om «akten onder de levenden, om niet of onder bezwarende titel, tot overdracht of aanwijzing van onroerende zakelijke rechten, andere dan voorrechten en hypotheken, met inbegrip van de authentieke akten bedoeld in de artikelen 577-4, § 1, en 577-13, § 4, van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van de daarin aangebrachte wijzigingen". Daaronder vallen dus niet de vonnissen en arresten en evenmin de huren bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de hypotheekwet.
(22) Wat de bedoelde akten betreft, z. de noot onder nr. 3.3.3.
(23) Z. art. 32, 3°bis, tweede lid, voor de akten van de administratieve overheden en van de agenten van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen.]
----------
4. Plaats van de aanbieding ter registratie (art. 39, W. Reg., gewijzigd bij de wet van 21 december 2013) (24)
Een notaris biedt zijn akten in principe aan op het registratiekantoor van zijn standplaats (art. 39, 1°, W. Reg.) (25)
Een akte die moet worden geregistreerd en, bij toepassing van artikel 1 van de hypotheekwet ook moet worden overgeschreven en die onroerende goederen betreft die alle gelegen zijn buiten het ambtsgebied van het registratiekantoor bevoegd voor de standplaats van de notaris, moet evenwel vanaf 1 april 2014 worden geregistreerd op het kantoor dat bevoegd is voor de ligging van het goed dat als eerste in de akte wordt vermeld (z. art. 39, 1°, tweede lid, W. Reg. en K.B. e-formaliteiten) (26).
NB :
1. Vanaf 1 april 2014 is «het registratiekantoor van zijn (= de notaris) standplaats" het registratiekantoor bevoegd voor de authentieke akten met hetzelfde ambtsgebied als dat van het hypotheekkantoor waaronder de standplaats van de notaris valt.
2. Wanneer het een akte bedoeld in artikel 39, 1°, tweede lid, W. Reg. betreft, schrijft het K.B. e-formaliteiten voor dat het eerst in de akte vermelde onroerend goed ook het eerst in de metadata (betreffende de onroerende goederen) moet worden vermeld. Wanneer een onroerend goed meerdere kadastrale percelen omvat, worden de kadastrale percelen in de metadata vermeld in dezelfde volgorde als in de akte.
----------
[(24) Naast de becommentarieerde wijzigingen werden aan de Nederlandse tekst van artikel 39 W. Reg. nog twee taalkundige wijzigingen aangebracht die op 10 januari 2014 in werking zijn getreden (art. 49, 1° en 3°, en art. 87, 1°, W. 21 dec. 2013).
(25) De akten van administratieve overheden en van de agenten van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen, moeten worden aangeboden op het kantoor in welks ambtsgebied hun zetel of de zetel van hun functies gelegen is (art. 39, 4°, eerste lid, W. Reg.).
(26) Art. 39, 4°, tweede lid en K.B. e-formaliteiten voor de akten van ambtenaren van de Aankoopcomités van de Federale Overheidsdienst Financiën.]
----------
5. Specifiek vast recht voor de bijlagen
5.1. Vanaf 1 april 2014 geldt dat "De aangehechte akten of geschriften bedoeld in artikel 26, tweede lid, worden geregistreerd tegen betaling van één specifiek vast recht van 100 euro voor al die documenten samen, behalve indien sommige ervan een of meer andere in dit hoofdstuk bepaalde rechten verschuldigd maken, in welk geval, naast de rechten verschuldigd voor de registratie van laatstbedoelde documenten, het specifiek vast recht van 100 euro eenmaal verschuldigd is voor de registratie van de overige documenten." (art. 158, nieuw, W. Reg.).
Artikel 26, tweede lid, W. Reg. betreft de bijlagen van notariële akten en van akten van gerechtsdeurwaarders.
De notarissen en gerechtsdeurwaarders kunnen dus :
- hetzij vooraf akten of andere documenten die nadien aan een akte zullen aangehecht worden, doen registreren; elk van die akten of documenten wordt dan geregistreerd tegen betaling van het recht dat erop van toepassing is;
- hetzij de bijlagen doen registreren samen met de registratie van de akte waaraan ze gehecht zijn.
In het tweede geval blijven de bijlagen waarop een evenredig of een specifiek vast recht van toepassing is, onderworpen aan die rechten. Alle andere bijlagen, dus ongeacht het aantal ervan, worden geregistreerd tegen betaling van het nieuwe specifiek vast recht van 100 euro.
Wanneer er slechts bijlagen zijn waarop een evenredig of een specifiek vast recht (bedoeld wordt een ander specifiek vast recht dan het nieuwe voor bijlagen) van toepassing is, is er vanzelfsprekend geen sprake van heffing van het nieuwe specifiek vast recht voor bijlagen.
5.2. Voor de bijlagen bedoeld in artikel 26, tweede lid, W. Reg., die moeten worden geregistreerd louter door hun aanhechting aan een akte, ontstaat de belastingschuld door die aanhechting. Het nieuwe specifiek vast recht geldt dus voor dergelijke bijlagen enkel wanneer de akte waaraan ze gehecht zijn, wordt verleden vanaf 1 april 2014.
6. Identificatie van de partijen in huurovereenkomsten betreffende onroerende goederen
6.1. Huurcontract vastgesteld in een Belgische notariële akte
De identificatieregels bepaald in de wet op het notarisambt (z. nr. 1.1.) en in het W. Reg. (z. nr. 1.2.) moeten worden gecombineerd met die bepaald in het Burgerlijk Wetboek (z. hierna onder nr. 6.2.), alsook, in geval van een huur bedoeld in artikel 1 van de hypotheekwet, met de regels ter zake in de hypotheekwet (art. 139 en 140 Hypotheekwet).
6.2. Huurcontract vastgesteld in een onderhandse akte of in een authentieke akte andere dan een Belgische notariële akte
6.2.1. Identificatie van de partijen
Artikel 1714 van het Burgerlijk Wetboek dat van toepassing is op onroerende verhuringen wordt aangevuld met de volgende leden (het 2de, 3de en 4de lid van het artikel waarvan sprake) :
"Elke schriftelijke huurovereenkomst moet, afgezien van alle andere modaliteiten, het volgende inhouden :
1° voor de natuurlijke personen, hun naam, hun eerste twee voornamen, hun woonplaats en hun datum en plaats van geboorte;
2° voor de rechtspersonen, hun maatschappelijke naam en, in voorkomend geval, hun ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen; bij gebrek aan toekenning van het voormelde identificatienummer, wordt dit vervangen door hun maatschappelijke zetel."
"Indien aan een partij bij een dergelijke akte nog geen ondernemingsnummer is toegekend, bevestigt die partij dit in de akte of in een ondertekende aanvullende verklaring onderaan de akte."
"De partij die zijn verplichting tot identificatie met het in het tweede lid beoogde nummer niet nakomt, draagt alle gevolgen van het gebrek aan registratie van de huurovereenkomst.".
De wijziging van artikel 1714 van het B.W. is van toepassing vanaf 1 februari 2014 (art. 87, 2°, W. 21 dec. 2013).
De in artikel 1714 van het B.W. vastgestelde regels zijn zowel van toepassing op de huurcontracten vastgesteld bij een Belgische authentieke akte (27), als die vastgesteld bij een onderhandse akte of bij een buitenlandse authentieke akte.
Daarentegen zijn de nieuwe vermeldingen voorgeschreven door het tweede en derde lid van artikel 1714 van het B.W., ingevoegd bij artikel 41 van de wet van 21 december 2013, niet verplicht in geval van hernieuwing van een huur die werd gesloten vóór de inwerkingtreding van voornoemd artikel 41 (art. 111, W 21 dec. 2013).
6.2.3. Vereiste voor de formaliteit van de registratie (28)
Artikel 2ter, nieuw, eerste lid, W. Reg., stelt de registratie van een onroerende huur, bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3° W. Reg., afhankelijk van vermelding van het ondernemingsnummer bedoeld in artikel 2, vierde lid, W. Reg., wanneer een partij bij een dergelijke huur een rechtspersoon is.
De vermelding wordt gedaan in de akte of in een aanvullende verklaring onderaan de akte, ondertekend door de betrokken partij.
Indien aan een rechtspersoon die partij is bij een dergelijke akte nog geen ondernemingsnummer is toegekend, bevestigt die partij dit in de akte of in een ondertekende aanvullende verklaring onderaan de akte (art. 2ter, tweede lid, W. Reg.).
Vermits de gerechtsdeurwaardersakten, andere dan de protesten, aan de registratie worden onderworpen door artikel 19, eerste lid, 1°, W. Reg., is een gerechtsdeurwaardersakte die titel vormt voor een huurcontract, niet onderworpen aan de verplichte vermelding van het ondernemingsnummer wanneer een partij bij het huurcontract een rechtspersoon is.
Artikel 2ter, nieuw, treedt in werking :
- op 1 april voor de « woninghuren » (29) ;
- op 1 juni voor de andere huren.
----------
[(27) Het kan zowel gaan om een huur vastgesteld in een notariële akte, als om een huur waarvoor een gerechtsdeurwaardersakte als titel geldt, of nog om een akte verleden door een Aankoopcomité, enz...
(28) Voor de notariële akten, z. nr. 1.2.
(29) In de betekenis van de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3°, a), te weten « De akten houdende verhuring, onderverhuring of overdracht van huur van in België gelegen onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen, die uitsluitend bestemd zijn tot huisvesting van een gezin of van één persoon ».]
----------
7. Aanvullende bepalingen
7.1. Vrijstelling van registratie en fictie van overschrijving van de plannen gehecht aan een notariële akte of aan een gerechtsdeurwaardersakte wanneer die plannen al aan de administratie werden overgemaakt en ze nadien niet werden gewijzigd.
7.1.1. Registratie
In principe is het verboden om een niet geregistreerde akte onder de minuten van een notaris neer te leggen of te hechten aan een krachtens artikel 19, 1° te registreren akte, andere dan een vonnis of een arrest.
Dit verbod is niet van toepassing "in geval van aanhechting of van neerlegging van een plan dat is opgenomen in de databank van plannen van afbakening van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, op voorwaarde dat de akte, of een door de partijen of de instrumenterende ambtenaar, in hun naam, ondertekende verklaring onderaan de akte, verwijst naar deze opname met vermelding van het refertenummer van het plan en bevestigt dat het plan nadien niet is gewijzigd." (art. 26, derde lid, nieuw, 2°, W. Reg.).
7.1.2. Overschrijving
Merk op dat in het kader van de hypotheekwet door het nieuwe 4de lid van artikel 1 onder bepaalde voorwaarden een fictie van overschrijving van de vorenbedoelde plannen wordt ingesteld (30).
Deze fictie geldt vanaf 10 januari 2014 (art. 87, 1°, W. 21 dec. 2013).
7.2. Repertorium van de notarissen en van de gerechtsdeurwaarders
Aan artikel 177, W. Reg. werden twee wijzigingen aangebracht die in werking zijn getreden op 10 januari 2014 (art. 87, 1°, W. 21 dec. 2013).
Enerzijds moet, naast de voorheen reeds verplichte vermeldingen, elk artikel van het repertorium ook het "identificatienummer of ondernemingsnummer bedoeld in artikel 2, vierde lid" vermelden.
Anderzijds kan de Koning, waar hij voorheen enkel aanvullende vermeldingen kon voorschrijven, nu ook afwijkingen toestaan, dit gelet op het houden van het repertorium van een notaris onder elektronische vorm, zoals voorzien in de wet op het notarisambt (31).
----------
[(30) Artikel 1, 4de lid van de hypotheekwet
De plannen die ingevolge aanhechting of neerlegging deel uitmaken van de in het eerste lid vermelde akten, worden zonder aanbieding ervan geacht tegelijk met die akten te zijn overgeschreven, op voorwaarde dat in een verklaring in de akte of in een ondertekende verklaring onderaan de akte, de partijen of de instrumenterende ambtenaar in hun naam:
1° er de overschrijving van vragen in toepassing van de onderhavige bepaling;
2° bevestigen dat ze opgenomen zijn in de databank van plannen van afbakening van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, zonder nadien te zijn gewijzigd;
3° de referte ervan in deze databank vermelden.
(31) Art. 29 van de wet op het notarisambt (nog niet in werking; een K.B. is daartoe nodig). Z. Doc. 53 3236/001 (2013/2014), blz. 113, nr. 28 van het advies van de Raad van State.]
----------
7.3. Bewaring van de geregistreerde uitgifte en van het registratierelaas
7.3.1. Wettekst
Artikel 180bis, nieuw, W. Reg. (32), bepaalt :
"Een kopie van de geregistreerde uitgifte en van de geregistreerde bijlagen wordt, samen met het registratierelaas, gedurende twintig jaar bewaard door de instrumenterende notaris.
Indien de akte op gedematerialiseerde wijze ter registratie aangeboden werd, gebeurt deze bewaring door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat of haar gedelegeerde, voor rekening van de notaris.
Die bewaring geschiedt :
1° voor de akten waarvan de gedematerialiseerde minuut of het gedematerialiseerde afschrift bewaard wordt in de Notariële Aktebank, bedoeld in artikel 18 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, door die Notariële Aktebank;
2° voor de andere akten, door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat of haar gedelegeerde, op elektronische wijze, voor rekening van de notaris.
De bewaring moet de onveranderlijkheid en de integriteit van de inhoud van deze stukken waarborgen."
----------
[(32) Het opschrift van Titel I, Hoofdstuk IX, Afdeling III, W.Reg., werd aangepast omwille van de invoeging van het nieuwe artikel 180bis in deze afdeling (art. 55, W. 21 dec. 2013, in werking getreden op 1 april 2014 (art. 87, 9°, W. 21 dec. 2013, juncto K.B. e-formaliteiten).]
----------
7.3.2. Werking
Artikel 87, 10° tot 12°, W. 21 dec. 2013, bepaalt de inwerkingtreding - en de gedeeltelijke buitenwerkingtreding - van artikel 180bis, nieuw, W. Reg.
Art. 87. De bepalingen van deze titel en de bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten zoals gewijzigd door de bepalingen van deze titel, treden in werking als volgt:
(…)
10° artikel 180bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij artikel 56 van deze titel, treedt, behalve het derde lid ervan, in werking op de dag van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit dat, in uitvoering van artikel 2 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, de aanbieding van een uitgifte van de akte toelaat;
11° het tweede lid van het in 10° vermelde artikel 180bis wordt opgeheven de dag vóór de dag van inwerkingtreding van het derde lid van hetzelfde artikel, behalve voor de akten die op gedematerialiseerde wijze ter registratie worden aangeboden vóór de inwerkingtreding van het voormelde derde lid, voor dewelke het nog van kracht blijft gedurende 20 jaar;
12° het derde lid van het in 10° vermelde artikel 180bis treedt in werking op de dag dat artikel 18 van de wet van 25 ventôse jaar XI, ingevoegd bij artikel 20 van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen, zoals vervangen bij 81 van deze titel, in werking treedt;
(…)"
Artikel 18 van de wet van 25 ventôse jaar XI, zoals ingevoegd bij artikel 20 van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen, en zoals zelf vervangen bij artikel 81 van de wet van 21 december 2013, treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum.
Bij toepassing van artikel 26, tweede lid, van de voornoemde wet van 6 mei 2009 geldt:
"De toepassing van de bepalingen vervat in artikel 20 (van deze wet van 6 mei 2009) is enkel verplicht voor de akten die zijn verleden vanaf de in het vorige lid bedoelde datum".
7.4. Elektronische aflevering van afschriften of uittreksels van geregistreerde akten en van eigendomstitels … - W. Reg. - W. Succ.
Artikel 236, W. Reg. en artikel 144 van het Wetboek der successierechten werden gewijzigd om de Koning toe te laten te bepalen dat de afschriften van of uittreksels uit de documentatie en de eigendomstitels op elektronische wijze kunnen of moeten worden afgeleverd, alsook de modaliteiten daarvan te regelen.
Ook werd in de Nederlandse tekst van artikel 236 W. Reg. nog een taalkundige correctie aangebracht.
8. Andere wijzigingen van het W. Reg. (33)
8.1. Akten van administratieve overheden en van agenten van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen.
8.1.1. Termijn voor de aanbieding ter registratie (art. 32, W. Reg.)
8.1.1.1. Algemene regel
De termijn voor de aanbieding ter registratie van "akten van bestuursoverheden en agenten van de Staat, provincies, gemeenten en openbare instellingen die verplicht onderworpen zijn aan de formaliteit van de registratie en aan die van de hypothecaire overschrijving" bedraagt 15 dagen (art. 32, 3°bis, eerste lid, ab initio, W. Reg.),
----------
[(33) In het kader van de modernisering van de patrimoniumdocumentatie.
Ter herinnering, de wijzigingen die door Titel 6, W. 21 dec. 2013 aan het W. Reg. werden aangebracht, maken het voorwerp uit van een andere circulaire.]
----------
8.1.1.2. Uitzondering
Voor de processen-verbaal van het ontbreken van hoger bod en die van definitieve toewijs in geval van een openbare verkoop is de termijn voor aanbieding ter registratie twee maanden (art. 32, 3°bis, eerste lid, in fine, W. Reg.).
Deze uitzondering is van toepassing vanaf 1 april 2014 (art. 87, 3°, W. 21 dec. 2013). Aangezien het om een procedureregel gaat, is ze in principe van toepassing op alle betrokken akten waarvoor de termijn voor aanbieding ter registratie niet verstreken is vóór 1 april 2014 (vgl. de termijn van 4 maanden voordien van toepassing op de overdragende of aanwijzende akten van eigendom of van vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen, opgemaakt door administratieve overheden of door agenten van de Staat, de provincies, de gemeenten, en de openbare instellingen (art. 32, 4°, W. Reg.).
Gelet op de verkorting van de termijn zal de administratie de akten die worden aangeboden binnen de termijn die voor dergelijke akten van toepassing is op 31 maart 2014, niet beschouwen als zijnde laattijdig aangeboden.
8.1.1.3. Aldus wordt de termijn voor aanbieding van bedoelde akten geharmoniseerd met die van notariële akten wat de aanbieding ter registratie (z. nr. 3.2.) en ter hypothecaire overschrijving (z. nr. 3.1.) betreft.
8.1.1.4. Verlenging van de termijn voor aanbieding ter registratie in geval van weigering van overschrijving door de bewaarder (art. 32, 3°bis, nieuw, tweede lid, W. Reg.; z. nr. 3.3.4.).
8.1.1.5. Inwerkingtreding
De bepalingen die de inwerkingtreding bepalen van artikel 32, 3°bis, W. Reg., spreken elkaar tegen. Dat heeft geen praktisch gevolg.
Volgens artikel 87, 7° en 8° van de wet van 21 december 2013 treedt artikel 32, 3°bis, als volgt in werking :
- het eerste lid op 1 april 2014 ;
- het tweede lid op 1 januari 2016 (de Koning kan een vroegere datum bepalen).
Volgens artikel 87, 3°, van de wet van 21 december 2013 treedt artikel 32, 3°bis, W. Reg. in werking op 1 april 2014.
In de praktijk geschiedt de inwerkingtreding conform artikel 87, 7° en 8°, van de wet van 21 december 2013.
Inderdaad, de toepassing van artikel 32, 3°bis, tweede lid, W. Reg. vooronderstelt de toepassing van artikel 5bis, derde lid, W. Reg., welke bepaling maar in werking treedt op 1 januari 2016 (z. nr. 3.3.1. ; de Koning kan evenwel die inwerkingtreding vervroegen). De facto zal artikel 32, 3°bis, tweede lid, W. Reg. dus maar in werking treden op 1 januari 2016 (behoudens K.B. ad hoc).
8.1.2. Plaats van de aanbieding ter registratie (art. 39, W. Reg.).
Er wijzigt niets voor de akten van de administratieve overheden en van de agenten van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen, behalve voor de ambtenaren van de Aankoopcomités van de Federale Overheidsdienst Financiën.
De akten van de ambtenaren van de Aankoopcomités van de Federale Overheidsdienst Financiën zijn aan de zelfde regels onderworpen als die welke van toepassing zijn voor de notariële akten (z. nr. 4, supra, en art. 39, 4°, W. Reg.).
8.2. Art. 173, W. Reg.
Artikel 172, W. Reg. (34) bepaalt dat :
"Notarissen, gerechtsdeurwaarders, griffiers der hoven en rechtbanken en bestuurlijke overheden mogen, vóór het nakomen van de formaliteit der registratie, de akten welke zij verplicht zijn te doen registreren of waarvan de rechten in hun handen moeten worden geconsigneerd, niet in brevet, uitgifte, afschrift of uittreksel uitreiken, zelfs zo de voor de registratie gestelde termijn niet verstreken is."
"Alle overtreding van dit verbod wordt met een geldboete van 25 EUR gestraft."
Merk op dat zelfs niet getekende kopieën worden geviseerd (35) (vgl. art. 173, 3°, W. Reg.).
Artikel 173, W. Reg. bepaalt meerdere uitzonderingen op de regel vervat in artikel 172, W. Reg.
Aan het artikel worden diverse wijzigingen aangebracht om volgende redenen :
"De wijziging van de punten 1° en 1°bis in het eerste lid van artikel 173, W. Reg. beoogt deze bepalingen in overeenstemming te brengen met het arrest van 24 mei 2011 van het Hof van Justitie van de Europese Unie met betrekking tot de nationaliteitsvereiste voor het beroep van notaris (HvJ 24 mei 2011, C-47/08, Commissie/ België).
De toevoeging van de bestuurlijke overheden aan het 1° in het eerste lid heeft tot doel ook op dit vlak de gelijkstelling van de akten van bestuurlijke overheden met akten van notarissen te bewerkstelligen.
Teneinde te vermijden dat de registratieformaliteit een hindernis vormt voor de onmiddellijke inschrijving van een onderneming in de Kruispuntbank van Ondernemingen, wordt een nieuw 1°ter ingevoegd. Het laat de notarissen toe, vóór de registratie van een akte, een uitgifte of uittreksel ervan af te leveren op voorwaarde dat zij uitsluitend worden gebruikt met het oog op die inschrijving via een ondernemingsloket en die uitsluitende bestemming op de uitgifte of het uittreksel wordt vermeld.
Een andere uitzondering [onder 8°, nieuw] op het verbod van aflevering van uitgiften vóór registratie wordt ingevoerd voor het gedematerialiseerde afschrift van notariële akten die op papier zijn verleden, dat uit kracht van de wet verplicht zal moeten worden neergelegd in de Notariële Aktebank binnen een wettelijk bepaalde termijn, ongeacht of de formaliteit van de registratie reeds kon worden vervuld of niet." (36)
Alle wijzigingen aan artikel 173, W. Reg. zijn in werking getreden op 10 januari 2014 (art. 87, 1°, W. 21 dec. 2013).
----------
[(34) Waarvan de tekst nog moet worden aangepast aan de opheffing van de akte in brevet (cf. artikel 20 van de wet op het notarisambt, zoals gewijzigd bij art. 82, W. 21 dec. 2013, met uitwerking op 1 april 2014 - art. 87, 3° W. 21 dec, 2013).
(35) Cursus registratierechten, FOD. Financiën, uitg. 1 oktober 2010, nr. 511; F. WERDEFROY, Registratierechten 2012-2013, deel I, nr. 461.
(36) Doc 53 3236/001 (2013/2014), blz. 37, toelichting bij artikel 49 van het ontwerp van wet (artikel 52 van de wet).]
----------
8.3. Repertorium van de notarissen en van de gerechtsdeurwaarders -Aanbieding ter controle en visum - Art. 180, W. Reg.
Artikel 180, W. Reg. bepaalt dat de notarissen en gerechtsdeurwaarders hun repertorium om de drie maanden ter controle en voor visum moeten voorleggen aan de ontvanger van het kantoor van hun standplaats.
"Artikel 180, W. Reg. ondergaat een technische aanpassing, vereist ingevolge de wijziging van artikel 39, W. Reg." (37)
Deze wijziging treedt in werking op 1 april 2014 (art. 87, 2°, W. 21 dec. 2013)
Wat betreft de betekenis van « het kantoor van hun standplaats » vanaf 1 april 2014, z. nr. 4, in fine, NB, 1.
8.4. Mededelingsplicht - Art. 181^1, W. Reg.
8.4.1. Artikel 181^1, W. Reg. legde voorheen enkel aan de notarissen en aan de gerechtsdeurwaarders de verplichting op inzage te verlenen van hun repertoriums en van hun akten, met de mogelijkheid voor de administratie om "de inlichtingen, afschriften en uittreksels te laten nemen die zij nodig hebben met het oog op 's Rijks belangen"
"De voorgestelde wijziging van artikel 1811, W. Reg., strekt ertoe de door dit artikel aan de notarissen en gerechtsdeurwaarders opgelegde verplichtingen eveneens toepasselijk te maken op de bestuursoverheden en de openbare instellingen voor de verplicht te registreren akten die zij verlijden." (38)
Deze uitbreiding is van toepassing vanaf 10 januari 2014 (art. 87, 1°, W. 21 dec. 2013).
Merk nochtans op dat "de medewerking van de bestuursoverheden en agenten van de Gemeenschappen en Gewesten in deze context facultatief is." (39)
8.4.2. De vorenbedoelde verplichting wordt bovendien uitgebreid tot "de uitgiften en relazen bedoeld in artikel 180bis". Deze uitbreiding is van toepassing vanaf 1 april 2014 (art. 87, 9°, W. 21 dec. 2013, juncto K.B. e-formaliteiten).
8.5. Art. 260 en 261, W. Reg.
De ratio legis wordt als volgt geduid : "De elektronische aanbieding van akten en geschriften ter registratie en aan de hypothecaire formaliteit maakt het noodzakelijk dat de Koning kan afwijken van de voorschriften van de artikelen 177, tweede lid, 260 en 261, W. Reg." (40)
Voor het overige, z. de geconsolideerde teksten in bijlage 2.
Deze wijzigingen zijn in werking getreden op 10 januari 2014 (art. 87, 1°, W. 21 dec. 2013),
----------
[(37) Doc 53 3236/001 (2013/2014), blz. 38, toelichting bij art. 50 van het ontwerp van wet (artikel 54 van de wet).
(38) Doc 53 3236/001 (2013/2014), blz. 38-39, toelichting bij artikel 54 van het ontwerp van wet (art. 57 van de wet).
(39) Doc 53 3236/001 (2013/2014), blz. 38-39, toelichting bij artikel 54 van het ontwerp van wet (art. 57 van de wet), verwijzend naar het advies van de Raad van State (z. nr. 29, Doc 53 3236/001 (2013/2014), blz.113-115).
(40) Doc 53 3236/001 (2013/2014), blz. 37, toelichting bij de artikelen 50, 56 en 57 van het ontwerp van wet (art. 53, 59 en 60 van de wet).]
----------
9. Andere wijzigingen van de hypotheekwet
9.1. Opheffing van artikel 77 en artikel 93, derde lid
"Sedert de invoering van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht (B.S., 27 juli 2004) is een controverse ontstaan zowel in de rechtspraak als in de rechtsleer of het visum van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg voor buitenlandse akten waarbij een hypotheek wordt gevestigd op in België gelegen onroerende goederen en voor de volmachten die erbij horen (artikel 77 van de Hypotheekwet) nog langer noodzakelijk is.
"Luidens artikel 27 van voormelde wet van 16 juli 2004 worden de buitenlandse authentieke akten "de plano" erkend door alle overheden. Dit heeft tot gevolg dat de opdracht van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg om bij het toekennen van het visum na te gaan of dergelijke akten en volmachten voldoen aan alle voorwaarden voor hun authenticiteit in het land waar ze verleden zijn, overbodig is geworden.
"Bovendien heeft artikel 139, 8°, van voormelde wet van 16 juli 2004 het bestaande artikel 586, 2° en 3°, van het Gerechtelijk Wetboek opgeheven.
"Artikel 586, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek had betrekking op de uitspraak van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg op verzoekschriften strekkende
tot het verkrijgen van een hypothecair visum van onder andere authentieke akten verleden in het buitenland ofwel voor de vestiging van hypotheken op in België gelegen onroerende goederen (artikel 77) ofwel die toestemming inhouden tot doorhaling of vermindering van hypotheken op in België gelegen onroerende goederen (artikel 93, laatste lid). Door vergetelheid werden de artikelen 77 en 93, laatste lid, van de Hypotheekwet niet aangepast." (41)
9.2. Wijziging van de artikelen 83 en 84
Een aantal van de door de artikelen 83 en 84 van de hypotheekwet vereiste vermeldingen werden geactualiseerd. Z. de wetteksten zoals gewijzigd bij de artikelen 66 en 67 van de wet van 21 december 2013.
9.3. Wijziging van de artikelen 124, 125 en 126
De artikelen 124, 125 en 126 van de hypotheekwet werden aangepast, rekening houdende met de elektronische in plaats van de papieren aanbieding.
De terminologische wijzigingen die aan de artikelen werden aangebracht wijzigen de draagwijdte ervan niet.
9.4. Wijziging van artikel 135, 1°, eerste lid
Naast de wijziging waarvan sprake in nr. 3.1.3. wordt het 1° van artikel 135 van de hypotheekwet ook hier aangepast en dit met uitwerking op 1 april 2014 (art. 87, 2°, W. 21 dec. 2013) :
"ten einde een regeling uit te werken voor de volgorde van de aangeboden akten, vonnissen, borderellen en enig andere stukken die worden aangeboden na het sluitingsuur van het hypotheekkantoor, aangezien het op gedematerialiseerde wijze aanbieden van stukken niet gebonden zal zijn aan deze openingsuren.
"De voorgestelde (…) regeling is zowel van toepassing op stukken die op gedematerialiseerde wijze worden aangeboden als op stukken die gedeponeerd worden in de brievenbus van het kantoor." (42)
----------
[(41) Doc 53 3236/001 (2013/2014), blz. 41, toelichting bij de artikelen 62 en 65 van het ontwerp van wet (art. 65 en 68 van de wet).
(42) Doc 53 3236/001 (2013/2014), blz. 40, toelichting bij artikel 70 van het ontwerp van wet (art. 73 van de wet).]
----------
9.5. Wijziging van artikel 143
Tot 9 januari 2014 kon een hypotheekbewaarder "weigeren het geheel van de formaliteit waarvan de openbaarmaking gevraagd is te vervullen of het gevraagde getuigschrift af te geven indien niet is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 139 tot 142".
Vanaf 10 januari 2014 kan hij dat ook doen in geval van niet naleving van de voorschriften van artikel 144, 1° of 2° van de hypotheekwet (art. 143 van de hypotheekwet zoals gewijzigd bij art. 74 van de wet van 21 december 2013, en art. 87, 1°, W. 21 dec. 2013).
9.6. Wijziging van artikel 144
Artikel 144 van de hypotheekwet is vervangen vanaf 10 januari 2014 (art. 87, 1°, W. 21 dec. 2013).
Bedoeling is de Koning toe te laten "om maatregelen te nemen in het kader van de modernisering van de werkmethoden en de administratieve vereenvoudiging." (43)
"Het betreft meer in het bijzonder:
1° een wijziging van artikel 144, 1°, van de Hypotheekwet waarbij aan de Koning de bevoegdheid wordt verleend om voor de door Hem aangewezen stukken of categorieën van stukken bestemd voor hypothecaire openbaarmaking, te bepalen:
a) dat zij op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden aangeboden, alsmede de modaliteiten van hun aanbiedingen en van de uitvoering van de hypothecaire openbaarmaking.
Hij kan daarbij afwijken van de bepalingen van de artikelen 83, 84, eerste lid, 3°, tweede lid, 1°, en laatste lid, en 126 van de Hypotheekwet teneinde de anomalieën die deze wijze van aanbieding doen ontstaan met de in deze artikelen opgenomen bepalingen, weg te werken.
b) dat in geval van gedematerialiseerde aanbieding ervan, deze vergezeld moeten gaan van gestructureerde metagegevens betreffende het stuk.
Dit moet uiteindelijk een maximaal hergebruik van deze metagegevens zowel door de hypotheekbewaarders als door de bij de hypothecaire openbaarmaking betrokken openbare ambtenaren, andere ambtenaren of personen en overheden, mogelijk maken.
2° een wijziging van artikel 144, 2°, waarbij aan de Koning de bevoegdheid wordt verleend om voor de door Hem aangewezen aanvragen of categorieën van aanvragen (vraag voor een kopie, een uittreksel of een getuigschrift), te bepalen of zij op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden ingediend, alsmede de modaliteiten van het indienen ervan.
3° een wijziging van artikel 144, 3°, waarbij aan de Koning de bevoegdheid wordt verleend om te bepalen of de door Hem aangewezen kopieën, uittreksels of getuigschriften op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden afgeleverd, alsmede de modaliteiten van hun aflevering." (44)
De wetgever heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om de tekst te verbeteren.
10. Inwerkingtreding
De becommentarieerde wijzigingen treden in werking op verschillende tijdstippen. Zie de punten 1 tot 9, supra (45).
NAMENS DE MINISTER :
De Adviseur-generaal,
Georges DE BOLLE
----------
[(43) Doc 53 3236/001 (2013/2014), blz. 42, toelichting bij artikel 72 van het ontwerp van wet (art. 75 van de wet).
(44) Ibid.
(45) Z. ook nr. 7.2. wat betreft de buitenwerkingtreding van artikel 180bis, tweede lid, W. Reg., zoals dat in het W. Reg. werd ingevoegd bij artikel 56 van de wet van 21 december 2013.]
----------
BIJLAGE 1
A.1. Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 31 december 2013, Ed. 2
Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen
TITEL 4. - Modernisering van de patrimoniumdocumentatie
HOOFDSTUK 1. - Rechtszekerheid - Betere identificatie van de partijen in de akten onderworpen aan de hypothecaire openbaarmaking en aan de formaliteit van de registratie
Art. 38. In artikel 12 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 1999, 1 maart 2007 en 6 mei 2009, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"Alle akten vermelden de naam, de gebruikelijke voornaam en de standplaats van de notaris die ze opmaakt. Een geassocieerde notaris vermeldt deze hoedanigheid en de zetel van de vennootschap in plaats van zijn standplaats. De partijen worden in de akte vermeld met hun naam, gevolgd door hun voornamen, hun plaats en datum van geboorte en hun woonplaats. De partijen die beschikken over een rijksregisternummer of aan wie een identificatienummer van het bisregister werd toegekend in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, worden tevens met dit nummer vermeld, behoudens wanneer de akte wordt verleden buiten het kantoor van de notaris en het nummer niet beschikbaar is op het voorgelegde identiteitsbewijs. Ingeval de waarmerking op basis van de identiteitskaart gebeurt, volstaan de eerste twee voornamen in de plaats van de opname van alle voornamen. De voornamen worden vermeld in de volgorde waarin zij voorkomen in het stuk op grond waarvan de identificatie is gebeurd.".
Art. 39. In artikel 139 van de hypotheekwet van 16 december 1851, ingevoegd bij de wet van 9 februari 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zinnen :
"De personen die beschikken over een rijksregisternummer of aan wie een identificatienummer in het bisregister werd toegekend in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, worden tevens met dit nummer vermeld, op voorwaarde dat de instrumenterende ambtenaar of de aanvrager hierover beschikt. Hetzelfde geldt voor het geval waarin dit nummer na het verlijden van de akte of het stuk maar vóór het aanbieden ervan wordt bekomen. Dit identificatienummer kan ook onderaan de akte worden vermeld.";
2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "expedities" vervangen door het woord "uitgiften";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "in de registers van de burgerlijke stand noch" geschrapt;
4° in paragraaf 3 wordt het woord "expeditie" vervangen door het woord "uitgifte".
Art. 40. In artikel 140 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 9 februari 1995, worden in het eerste lid de woorden "bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, " ingevoegd tussen de woorden "het ondernemingsnummer" en de woorden "indien deze".
Art. 41. Artikel 1714 van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 20 februari 1991 en 25 april 2007, wordt aangevuld met drie leden, luidende :
"Elke schriftelijke huurovereenkomst moet, afgezien van alle andere modaliteiten, het volgende inhouden :
1° voor de natuurlijke personen, hun naam, hun eerste twee voornamen, hun woonplaats en hun datum en plaats van geboorte;
2° voor de rechtspersonen, hun maatschappelijke naam en, in voorkomend geval, hun ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen; bij gebrek aan toekenning van het voormelde identificatienummer, wordt dit vervangen door hun maatschappelijke zetel.
Indien aan een partij bij een dergelijke akte nog geen ondernemingsnummer is toegekend, bevestigt die partij dit in de akte of in een ondertekende aanvullende verklaring onderaan de akte.
De partij die zijn verplichting tot identificatie met het in het tweede lid beoogde nummer niet nakomt, draagt alle gevolgen van het gebrek aan registratie van de huurovereenkomst.".
Art. 42. In artikel 2 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het derde lid, ingevoegd bij de wet van 22 december 2009, wordt de verwijzing naar de artikelen "40, 171 en 172" vervangen door "40, 168, 171 en 172";
2° het vierde lid, ingevoegd bij de wet van 22 december 2009, wordt aangevuld met de woorden ", waaronder in het bijzonder, voor elke partij bij de akte, haar identificatienummer in het Rijksregister of het haar in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid toegekende identificatienummer in het bisregister of, voor een rechtspersoon, zijn ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen.".
Art. 43. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidende :
"Art. 2bis. De registratie van de notariële akten vereist de vermelding van het identificatienummer of het ondernemingsnummer bedoeld in artikel 2, vierde lid, voor elke partij bij de akte, wanneer dit nummer beschikbaar is.
Deze vermelding geschiedt in de akte of, ten laatste bij de aanbieding ervan ter registratie, in een aanvullende verklaring onderaan de akte, getekend door de betrokken partij of door de instrumenterende notaris, in haar naam.".
Art. 44. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 2ter ingevoegd, luidende :
"Art. 2ter. De vermeldingsplicht bedoeld in artikel 2bis, eerste lid, geldt ook voor de registratie van de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3°, wat betreft rechtspersonen.
Indien aan een partij bij een dergelijke akte nog geen ondernemingsnummer is toegekend, bevestigt die partij dit in de akte of in een ondertekende aanvullende verklaring onderaan de akte.".
HOOFDSTUK 2. - Andere wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - Wijziging van het Wetboek der successierechten
Art. 45. In het Wetboek der registratie-, hypotheek-en griffierechten wordt een artikel 5bis ingevoegd, luidende :
"Art. 5bis. Wanneer een akte die op gedematerialiseerde wijze wordt aangeboden, verplicht onderworpen is aan zowel de formaliteit van de registratie als aan die van de hypothecaire overschrijving, wordt deze akte tezelfdertijd en onder de wettelijke voorwaarden aan beide formaliteiten onderworpen, behalve indien de termijnen voor beide formaliteiten van elkaar verschillen.
De in het eerste lid bepaalde regel geldt tevens voor een akte die op een papieren drager wordt aangeboden en verplicht onderworpen is aan zowel de formaliteit van de registratie als aan die van de hypothecaire overschrijving bij toepassing van artikel 1, eerste lid, van de Hypotheekwet van 16 december 1851.
De ontvanger weigert de registratie van de akte zolang de hypotheekbewaarder van het hypotheekkantoor met hetzelfde ambtsgebied als het registratiekantoor, weigert om de formaliteit van de overschrijving voor een akte bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Hypotheekwet van 16 december 1851, te vervullen.".
Art. 46. In artikel 6 van hetzelfde Wetboek wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
"Een buiten de openingsuren van de kantoren aangeboden akte of geschrift, wordt geacht aangeboden te zijn bij de eerstvolgende opening van de kantoren.".
Art. 47. In artikel 26 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 12 juli 1960 en gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1963 en 14 januari 2013, wordt het laatste lid vervangen als volgt :
"De in het eerste lid bedoelde verplichting is niet van toepassing :
1° in geval van aanhechting of van neerlegging, onder de vorm van minuut, uitgifte, afschrift of uittreksel, van in België verleden gerechtelijke akten of akten van de burgerlijke stand;
2° in geval van aanhechting of van neerlegging van een plan dat is opgenomen in de databank van plannen van afbakening van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, op voorwaarde dat de akte, of een door de partijen of de instrumenterende ambtenaar, in hun naam, ondertekende verklaring onderaan de akte, verwijst naar deze opname met vermelding van het refertenummer van het plan en bevestigt dat het plan nadien niet is gewijzigd.".
Art. 48. In artikel 32 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 1°, gewijzigd bij de wetten van 2 februari 1983 en 22 december 1989, wordt het eerste lid aangevuld met de woorden :
", behalve in geval van openbare verkoop van een onroerend goed, voor processen-verbaal van het ontbreken van hoger bod en die van definitieve toewijs, voor dewelke deze termijn twee maanden is;";
2° hetzelfde 1° wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Voor de in artikel 5bis, eerste en tweede lid, bedoelde akten die bij de aanbieding ter registratie binnen de in het eerste lid gestelde termijn niet werden geregistreerd ingevolge de toepassing van artikel 5bis, derde lid, bedraagt de termijn zeven dagen te rekenen van de datum van de kennisgeving door de hypotheekbewaarder aan de notaris van de weigering om de akte over te schrijven. Deze nieuwe termijn verstrijkt in geen geval vóór het einde van de termijn gesteld in het eerste lid;";
3° een 3° bis wordt ingevoegd, luidende :
"3° bis voor akten van bestuursoverheden en agenten van de Staat, provincies, gemeenten en openbare instellingen die verplicht onderworpen zijn aan de formaliteit van de registratie en aan die van de hypothecaire overschrijving, vijftien dagen, behalve in geval van openbare verkoop van een onroerend goed, voor processen-verbaal van het ontbreken van hoger bod en die van definitieve toewijs, voor dewelke de termijn twee maanden is.
Voor de in artikel 5bis, eerste en tweede lid, bedoelde akten die bij de aanbieding ter registratie binnen de in het eerste lid gestelde termijn niet werden geregistreerd ingevolge de toepassing van artikel 5bis, derde lid, bedraagt de termijn zeven dagen te rekenen van de datum van de kennisgeving door de hypotheekbewaarder aan de bestuursoverheden of agenten van de Staat, provincies, gemeenten en openbare instellingen, van de weigering om de akte over te schrijven. Deze nieuwe termijn verstrijkt in geen geval vóór het einde van de termijn gesteld in het eerste lid.";
4° in het 4°, gewijzigd bij de wet van 25 juni 1973, wordt het woord "maand" vervangen door het woord "maanden";
5° in het 7°, ingevoegd bij de wet van 3 juli 1972 en gewijzigd bij de wet van 25 juni 1973, wordt het woord "maand" vervangen door het woord "maanden".
Art. 49. In artikel 39 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 1°, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1963, 10 juni 1997 en 14 januari 2013, worden de woorden "ten registratiekantore van" vervangen door de woorden "op het registratiekantoor bevoegd voor";
2° hetzelfde 1° wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Wanneer een akte die onder de toepassing valt van het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 2, derde lid, en bovendien moet worden overgeschreven, krachtens artikel 1 van de hypotheekwet, onroerende goederen betreft die alle gelegen zijn buiten het ambtsgebied van het bovenvermelde kantoor, wordt zij evenwel geregistreerd op het kantoor bevoegd voor de ligging van het goed dat als eerste in de akte wordt vermeld;";
3° in het 4° wordt het woord "functiën" vervangen door het woord "functies";
4° hetzelfde 4° wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Wanneer een akte die onder de toepassing valt van het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 2, derde lid, en bovendien moet worden overgeschreven, krachtens artikel 1 van de hypotheekwet, onroerende goederen betreft die alle gelegen zijn buiten het ambtsgebied van het bovenvermelde kantoor, wordt zij evenwel geregistreerd op het kantoor bevoegd voor de ligging van het goed dat als eerste in de akte wordt vermeld; dezelfde regel geldt voor een akte bedoeld in artikel 5bis, tweede lid;";
Art. 50. In Titel I, Hoofdstuk IV, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling XIXbis ingevoegd, luidende :
"Afdeling XIXbis - Aangehechte akten en geschriften".
Art. 51. In afdeling XIXbis, ingevoegd bij artikel 47, wordt artikel 158, opgeheven bij de wet van 10 juni 1997, hersteld als volgt :
"Art. 158. De aangehechte akten of geschriften bedoeld in artikel 26, tweede lid, worden geregistreerd tegen betaling van één specifiek vast recht van 100 euro voor al die documenten samen, behalve indien sommige ervan een of meer andere in dit hoofdstuk bepaalde rechten verschuldigd maken, in welk geval, naast de rechten verschuldigd voor de registratie van laatstbedoelde documenten, het specifiek vast recht van 100 euro eenmaal verschuldigd is voor de registratie van de overige documenten.".
Art. 52. In artikel 173 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 1°, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, worden :
a) het woord "expedities" vervangen door het woord "uitgiften";
b) de woorden "Belgische notarissen" vervangen door de woorden "notarissen of bestuurlijke overheden";
c) de woorden "door de notaris" geschrapt;
2° in het 1° bis worden :
a) het woord "expedities" vervangen door het woord "uitgiften";
b) het woord "Belgische" geschrapt;
3° een 1°ter wordt ingevoegd, luidende :
"1°ter de uitgiften en uittreksels van akten, verleden voor notarissen, die worden uitgereikt met als enig doel de inschrijving van een onderneming bij een ondernemingsloket, op voorwaarde dat dit uitdrukkelijk vermeld wordt op de uitgifte of het uittreksel;";
4° een 8° wordt ingevoegd, luidende :
"8° de gedematerialiseerde afschriften van notariële akten, die worden neergelegd in de Notariële Aktebank overeenkomstig artikel 18 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt.".
Art. 53. In artikel 177 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, 3°, worden de woorden "en woonplaats der" vervangen door de woorden "woonplaats en identificatienummer of ondernemingsnummer bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de";
2° het tweede lid wordt aangevuld met de woorden "of afwijkingen toestaan".
Art. 54. In artikel 180, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 2009, worden de woorden "in artikel 39" vervangen door de woorden "in artikel 39, 1°, eerste lid".
Art. 55. In Titel I, Hoofdstuk IX, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van afdeling III aangevuld met de woorden "en bewaring van de geregistreerde uitgiften".
Art. 56. In dezelfde afdeling III wordt een artikel 180bis ingevoegd, luidende :
"Art. 180bis. Een kopie van de geregistreerde uitgifte en van de geregistreerde bijlagen wordt, samen met het registratierelaas, gedurende twintig jaar bewaard door de instrumenterende notaris.
Indien de akte op gedematerialiseerde wijze ter registratie aangeboden werd, gebeurt deze bewaring door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat of haar gedelegeerde, voor rekening van de notaris.
Die bewaring geschiedt :
1° voor de akten waarvan de gedematerialiseerde minuut of het gedematerialiseerde afschrift bewaard wordt in de Notariële Aktebank, bedoeld in artikel 18 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, door die Notariële Aktebank;
2° voor de andere akten, door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat of haar gedelegeerde, op elektronische wijze, voor rekening van de notaris.
De bewaring moet de onveranderlijkheid en de integriteit van de inhoud van deze stukken waarborgen.".
Art. 57. In artikel 1811, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 14 augustus 1947, 12 juli 1960 en 5 juli 1963 en bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "en gerechtsdeurwaarders" worden vervangen door de woorden ", gerechtsdeurwaarders, bestuursoverheden en agenten van de Staat, provincies, gemeenten en openbare instellingen";
2° de woorden "evenals van de uitgiften en relazen bedoeld in artikel 180bis, " worden ingevoegd tussen de woorden "bewaarders zijn, " en de woorden "zonder verplaatsing".
Art. 58. In artikel 236 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
"De Koning kan bepalen dat de afschriften of uittreksels op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden afgeleverd, alsmede de modaliteiten van hun aflevering.";
2° in het laatste lid wordt het woord "loon" vervangen door het woord "retributie".
Art. 59. In artikel 260 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord "salarissen" wordt overal vervangen door het woord "lonen";
2° in het tweede lid worden de woorden "in cijferschrift" en "in letterschrift" geschrapt;
3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De Koning kan de wijze van kwitantie geven aanvullen of wijzigen voor het geval het inschrijvingsborderel op gedematerialiseerde wijze wordt aangeboden.".
Art. 60. Artikel 261 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Wanneer, tot zekerheid van één en dezelfde som, aanleiding tot inschrijving op verschillende kantoren bestaat en de inschrijving op gedematerialiseerde wijze tegelijkertijd op verschillende kantoren wordt gevorderd, dekt het recht geheven op het geheel van die som op het kantoor waar de inschrijving wordt gevorderd voor het goed dat als eerste in het inschrijvingsborderel wordt vermeld, de in de overige kantoren gevorderde inschrijvingen.".
Art. 61. Artikel 144 van het Wetboek der successierechten wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De Koning kan bepalen dat de eigendomstitels op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden afgeleverd, alsmede de modaliteiten van hun aflevering.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de hypotheekwet van 16 december 1851, van de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de inrichting van de bewaring der hypotheken en van het Gerechtelijke Wetboek
Art. 62. In artikel 1 van de hypotheekwet van 16 december 1851, gewijzigd bij de wetten van 8 juli 1924, 30 juni 1994 en 6 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden ", de dag van ontvangst" geschrapt;
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De plannen die ingevolge aanhechting of neerlegging deel uitmaken van de in het eerste lid vermelde akten, worden zonder aanbieding ervan geacht tegelijk met die akten te zijn overgeschreven, op voorwaarde dat in een verklaring in de akte of in een ondertekende verklaring onderaan de akte, de partijen of de instrumenterende ambtenaar in hun naam :
1° er de overschrijving van vragen in toepassing van de onderhavige bepaling;
2° bevestigen dat ze opgenomen zijn in de databank van plannen van afbakening van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, zonder nadien te zijn gewijzigd;
3° de referte ervan in deze databank vermelden.".
Art. 63. In artikel 2 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 10 oktober 1913 en gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid wordt het woord "maand" vervangen door de woorden "vijftien dagen" en worden de woorden "of deze die betrekking hebben op onroerende goederen die in onderscheiden ambtsgebieden zijn gelegen" opgeheven;
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De in het voorgaande lid bepaalde termijn wordt verlengd tot de eerstvolgende openingsdag wanneer de laatste dag van de bovenvermelde termijn een sluitingsdag van de kantoren is.".
Art. 64. Artikel 2bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2009 houdende fiscale en diverse bepalingen, wordt opgeheven.
Art. 65. Artikel 77 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1967, wordt opgeheven.
Art. 66. In artikel 83 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 10 oktober 1913 en 19 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid, 1°, worden de woorden ", de woonplaats en het beroep" vervangen door de woorden "en de woonplaats";
2° in het tweede lid, 2°, worden ", het beroep en de woonplaats" vervangen door de woorden "en de woonplaats";
3° in het vierde lid worden de woorden "dagtekening, het boekdeel en het volgnummer" vervangen door de woorden "referte eraan".
Art. 67. In artikel 84 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 10 oktober 1913, 10 oktober 1967, 30 juni 1994 en 19 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, 1° en 2°, worden de woorden ", het beroep en de woonplaats" telkens vervangen door de woorden "en de woonplaats";
2° in het tweede lid,1°, 2° en 3°, worden de woorden ", beroep en woonplaats" telkens vervangen door de woorden "en woonplaats".
Art. 68. In artikel 93 van dezelfde wet, gewijzigd bij de programmawet van 25 april 2007, wordt het derde lid opgeheven.
Art. 69. In artikel 123 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 9 februari 1995, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"Wanneer verscheidene openbaar te maken titels dezelfde dag in het bij artikel 124, 1°, voorgeschreven register worden ingeschreven in uitvoering van artikel 135, wordt de voorrang bepaald naar de dagtekening van die titels. Voor de titels die dezelfde datum dragen, wordt de voorrang bepaald naar het volgnummer waaronder de aanbieding van de titels vermeld wordt in het voormelde register.".
Art. 70. Artikel 124 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Art. 124. De bewaarders houden :
1° een register van de neergelegde titels, waarin de aanbiedingen van de titels waarvan men de inschrijving of de overschrijving vordert, worden aangetekend onder een volgnummer en naarmate zij geschieden;
2° een register waarin de overschrijvingen worden opgenomen;
3° een register waarin de inschrijvingen van de voorrechten en hypotheken en de doorhalingen of verminderingen worden opgenomen.".
Art. 71. In artikel 125 van dezelfde wet, gewijzigd bij het besluit van de Regent van 26 juni 1947, wordt het woord "overhandiging" vervangen door het woord "aanbieding".
Art. 72. Artikel 126 van dezelfde wet, gewijzigd bij het besluit van de Regent van 26 juni 1947 en bij de wet van 6 mei 2009, wordt vervangen als volgt :
"Art. 126. De bewaarders geven aan de verzoeker desgevraagd een bewijs van de aanbieding van de akten of borderellen die bestemd zijn om overgeschreven of ingeschreven te worden. Dit bewijs vermeldt het registernummer waaronder de aanbieding is ingeschreven.
Zij mogen de overschrijvingen en inschrijvingen in de daartoe bestemde registers niet doen dan onder de in artikel 135, 1°, bepaalde dagtekening en in de volgorde van de hun daarvan gedane aanbiedingen.
De uitgiften van de in artikel 1 bedoelde akten of vonnissen, bevattend of met toevoeging van de vermelding van de vervulling van de overschrijving, worden door de bewaarders binnen de maand na de in artikel 135, 1°, bepaalde dagtekening van overschrijving teruggestuurd aan de verzoeker.".
Art. 73. In artikel 135 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 9 februari 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in het 1° worden de woorden "in de volgorde van hun afgifte" vervangen door de woorden "op de dag en in de volgorde van hun aanbieding";
b) hetzelfde 1° wordt aangevuld met twee leden, luidende :
"de buiten de openingsuren van het kantoor aangeboden akten, vonnissen, borderellen en enig andere stukken worden geacht aangeboden te zijn in het begin van het daarop volgende eerste openingsuur van het kantoor;
voor zover het werkelijke tijdstip van aanbieding kan worden vastgesteld, bepaalt dit de onderlinge volgorde voor de neerlegging van deze documenten;".
Art. 74. Artikel 143 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 9 februari 1995, wordt aangevuld met de woorden "of aan de door de Koning, krachtens artikel 144, 1° en 2°, vastgestelde vereisten".
Art. 75. Artikel 144 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 9 februari 1995, wordt vervangen als volgt :
"Art. 144. De Koning kan :
1° voor de door Hem aangewezen stukken of categorieën van stukken bestemd voor hypothecaire openbaarmaking :
a) de vereisten vaststellen waaraan ze moeten voldoen, alsook de materiële vormen van de hypothecaire openbaarmaking; Hij kan inzonderheid het gebruik voorschrijven van formulieren waarvan de minister van Financiën het model bepaalt;
b) bepalen dat zij op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden aangeboden, alsmede de modaliteiten van hun aanbieding en van de uitvoering van de hypothecaire openbaarmaking. Hij kan daarbij afwijken van de bepalingen van de artikelen 83, 84, eerste lid, 3°, tweede lid, 1°, en laatste lid, 89 en 126;
c) bepalen dat ingeval van gedematerialiseerde aanbieding ervan, deze aanbieding moet worden vergezeld van gestructureerde metagegevens betreffende het stuk, waarvan in het bijzonder, voor elke partij bij de akte, haar identificatienummer in het Rijksregister of het haar in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid toegekende identificatienummer in het bisregister of, voor een rechtspersoon, zijn ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen;
2° de materiële vormen en de inhoud bepalen van iedere aanvraag om een kopie, uittreksel of getuigschrift; Hij kan het gebruik voorschrijven van formulieren waarvan de minister van Financiën het model bepaalt;
de Koning kan voor de door Hem aangewezen aanvragen of categorieën van aanvragen, bepalen of zij op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden ingediend alsmede de modaliteiten van hun indiening;
3° de vormvoorwaarden bepalen van de kopieën, uittreksels of getuigschriften afgeleverd door de hypotheekbewaarders;
de Koning kan bepalen dat de door Hem aangewezen kopieën, uittreksels of getuigschriften op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden afgeleverd, alsmede de modaliteiten van hun aflevering;
4° het houden van de in de artikelen 124 en 125 bedoelde registers regelen en de materiële vormen ervan bepalen.".
Art. 76. In artikel 14, § 1, van de wet van 21 ventôse jaar VII betreffende de inrichting van de bewaring der hypotheken, vervangen bij de programmawet (I) van 24 december 2002, wordt het eerste lid, aangevuld met de woorden "of door de leidend ambtenaar van het registratiekantoor bevoegd voor de registratie van de authentieke akten met hetzelfde ambtsgebied als dit van het hypotheekkantoor waarvan het beheer moet worden verzekerd".
Art. 77. In artikel 1582 van het Gerechtelijk Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de Franse tekst van het vierde lid wordt het woord "surseoit" vervangen door het woord "sursoit";
2° in het vijfde lid worden de woorden "van een uitgifte" ingevoegd tussen de woorden "Na neerlegging" en de woorden "van het proces-verbaal".
HOOFDSTUK 4. - Andere wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek
Art. 78. In artikel 1392 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1976, worden de woorden "en wijzigingen" ingevoegd tussen de woorden "Alle huwelijksovereenkomsten" en de woorden "opgemaakt voor".
Art. 79. In artikel 1393 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1976, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
"Artikel 1395, § 1, is op deze wijzigingen van toepassing. Bij gebreke aan de inschrijving voorzien in artikel 1395, § 1, werken de wijzigingen niet tegen derden, behoudens indien de echtgenoten hen van de wijzigingen op de hoogte hebben gebracht, in de overeenkomsten die ze met hen sluiten".
HOOFDSTUK 5. - Andere wijzigingen aan de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt
Art. 80. In artikel 16 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "50 frank" worden vervangen door de woorden "1,25 euro";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Uiterlijk vóór de overschrijving van de akte op het hypotheekkantoor of, indien het een akte betreft die niet aan deze formaliteit van overschrijving is onderworpen, vóór de registratie ervan, kan de instrumenterende notaris, onder zijn verantwoordelijkheid, verbeteringen of aanvullingen aanbrengen aan de voet van de minuut om een materiële vergissing of vergetelheid recht te zetten, zonder afbreuk te doen aan de draagwijdte van de overeenkomst. Elke latere uitgifte van de akte vermeldt deze verbeteringen of aanvullingen.".
Art. 81. Artikel 20 van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen, wordt vervangen als volgt :
"Art. 20. Artikel 18 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 9 april 1980, wordt hersteld als volgt :
"Art. 18. Alle notariële akten die in gedematerialiseerde vorm zijn verleden, evenals een gedematerialiseerd afschrift van alle akten die op papier zijn verleden, worden bewaard in een daartoe bestemde Notariële Aktebank die onder het bestuur staat van de Nationale Kamer van notarissen die de uitwerking en het operationele beheer ervan kan delegeren aan de Koninklijke Federatie van het Belgische Notariaat. Binnen de vijftien dagen na het verlijden van de akte moet hetzij de gedematerialiseerde akte, hetzij het gedematerialiseerde afschrift van de akte die op papier is verleden, worden gedeponeerd en opgenomen in de Notariële Aktebank.
Dit afschrift heeft dezelfde bewijswaarde als de eerste uitgifte van de minuut op papier.
Deze bepaling geldt niet voor testamenten, herroepingen van testament en contractuele erfstellingen.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, ingericht door de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, en na advies van de instelling die de Notariële Aktebank beheert, met eerbiediging van de artikelen 23 en 458 van het Strafwetboek, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de Notariële Aktebank wordt ingericht, beheerd, georganiseerd en de toegang ertoe.".".
Art. 82. In artikel 20 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009, wordt het laatste lid opgeheven.
Art. 83. In artikel 29, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "of, wanneer de akte in brevet wordt verleden, van de notaris die als eerste wordt vermeld staat" opgeheven.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 25 oktober 1919 betreffende het in pand geven van de handelszaak, het disconto en het in pand geven van de factuur, alsmede de aanvaarding en de keuring van de rechtstreeks voor het verbruik gedane leveringen
Art. 84. In artikel 4, derde lid, 1° en 2°, van de wet van 25 oktober 1919 betreffende het in pand geven van de handelszaak, het disconto en het in pand geven van de factuur, alsmede de aanvaarding en de keuring van de rechtstreeks voor het verbruik gedane leveringen, vervangen bij het koninklijk besluit nr. 282 van 30 maart 1936, worden de woorden ", de woonplaats en het beroep" telkens vervangen door de woorden "en de woonplaats".
Art. 85. In artikel 5 van dezelfde wet worden de woorden "den datum, het boek en het rangnummer" vervangen door de woorden "de referte".
Art. 86. In dezelfde wet wordt een artikel 12bis ingevoegd, luidende :
"Art. 12bis. De Koning kan :
1° voor de door Hem aangewezen categorieën van authentieke akten bestemd voor openbaarmaking van het in pand geven van de handelszaak :
a) de vereisten vaststellen waaraan ze moeten voldoen, alsook de materiële vormen van deze openbaarmaking; Hij kan inzonderheid het gebruik voorschrijven van formulieren waarvan de minister van Financiën het model bepaalt;
b) bepalen dat zij op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden aangeboden, alsmede de modaliteiten van hun aanbieding en van de uitvoering van deze formaliteit. Hij kan daarbij afwijken van de bepalingen van de artikelen 4, 4bis en 5, eerste lid;
c) bepalen dat ingeval van gedematerialiseerde aanbieding ervan, deze aanbieding vergezeld moet gaan van gestructureerde metagegevens betreffende het stuk, waarvan in het bijzonder, voor elke partij bij de akte, haar identificatienummer in het Rijksregister of het haar in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid toegekende identificatienummer in het bisregister of, voor een rechtspersoon, zijn ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen;
2° de materiële vormen en de inhoud bepalen van iedere aanvraag om een kopie of getuigschrift; Hij kan het gebruik voorschrijven van formulieren waarvan de minister van Financiën het model bepaalt; de Koning kan voor de door Hem aangewezen aanvragen of categorieën van aanvragen, bepalen of zij op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden ingediend alsmede de modaliteiten van het indienen ervan;
3° de vormvoorwaarden bepalen van de kopieën of getuigschriften afgeleverd door de hypotheekbewaarders; de Koning kan bepalen dat de door Hem aangewezen kopieën of getuigschriften op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden afgeleverd, alsmede de modaliteiten van hun aflevering.".
HOOFDSTUK 7. - Inwerkingtreding
Art. 87. De bepalingen van deze titel en de bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten zoals gewijzigd door de bepalingen van deze titel, treden in werking als volgt :
1° de artikelen 38 tot 40, 42, 43, 47, 48, 4° en 5°, 49, 1° en 3°, 50, 52, 53, 57, 1°, 58 à 62, 65 tot 68, 74, 75 en 84 tot 86 van deze titel treden in werking 10 dagen na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;
2° artikel 41 van deze titel treedt in werking de eerste dag van de tweede maand die volgt op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;
3° de artikelen 46, 48, 1° en 3°, 49, 2° en 4°, 51, 54, 63, 64, 69 tot 73, 76, 77 en 80 tot 83 van deze titel treden in werking op 1 april 2014;
4° artikel 44 van deze titel treedt in werking :
a) wat de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3°, a), van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten betreft, de eerste dag van de vierde maand die volgt op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;
b) wat de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3°, b), van hetzelfde Wetboek betreft, de eerste dag van de zesde maand die volgt op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;
5° het eerste lid van artikel 5bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij artikel 45 van deze titel, treedt in werking 10 dagen na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;
6° het tweede en het derde lid van het in 5° vermelde artikel 5bis, treden in werking op 1 januari 2016.
De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid;
7° artikel 32, 1°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, zoals aangevuld bij artikel 48, 2°, van deze titel en artikel 32, 3° bis, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 48, 3°, van deze titel, treden in werking op 1 januari 2016.
De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid;
8° het eerste lid van artikel 32, 3° bis, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij artikel 48, 3°, van deze titel, treedt in werking op 1 april 2014;
9° de artikelen 55 en 57, 2°, van deze titel treden in werking op de dag van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit dat, in uitvoering van artikel 2 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, de aanbieding van een uitgifte van de akte toelaat;
10° artikel 180bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij artikel 56 van deze titel, treedt, behalve het derde lid ervan, in werking op de dag van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit dat, in uitvoering van artikel 2 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, de aanbieding van een uitgifte van de akte toelaat;
11° het tweede lid van het in 10° vermelde artikel 180bis wordt opgeheven de dag vóór de dag van inwerkingtreding van het derde lid van hetzelfde artikel, behalve voor de akten die op gedematerialiseerde wijze ter registratie worden aangeboden vóór de inwerkingtreding van het voormelde derde lid, voor dewelke het nog van kracht blijft gedurende 20 jaar;
12° het derde lid van het in 10° vermelde artikel 180bis treedt in werking op de dag dat artikel 18 van de wet van 25 ventôse jaar XI, ingevoegd bij artikel 20 van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen, zoals vervangen bij 81 van deze titel, in werking treedt;
13° de artikelen 78 en 79 van deze titel treden in werking op een door de Koning te bepalen datum, en uiterlijk op de datum waarop artikel 3 van de wet van 14 januari 2013 houdende diverse bepalingen inzake werklastvermindering binnen justitie in werking treedt.
BIJLAGE 2
A.2. Oude teksten / Geconsolideerde Teksten van het W. Reg. het W. Succ., de hypothecaire wet en het B.W.
A.2.1. Oude teksten / Geconsolideerde teksten van het W. Reg.
WIJZIGINGEN VAN HET WETBOEK DER REGISTRATIE-, HYPOTHEEK- EN GRIFFIERECHTEN
| Artikel 2 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - oude tekst | Artikel 2 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten Leden 3 en 4: 10 januari 2014 (art. 87, 1°). |
| De akten worden op de minuten, brevetten, kopieën die met de hand of via elektronische handtekening ondertekend zijn, of originelen geregistreerd. | De akten worden op de minuten, brevetten, kopieën die met de hand of via elektronische handtekening ondertekend zijn, of originelen geregistreerd. |
| Evenwel worden de buitenslands verleden authentieke akten in minuut op de uitgiften, afschriften of uittreksels geregistreerd, en kunnen de akten bedoeld in artikel 19, 3°, worden geregistreerd op een kopie op voorwaarde dat de onroerende goederen bestemd zijn tot huisvesting van een gezin of van één persoon. | Evenwel worden de buitenslands verleden authentieke akten in minuut op de uitgiften, afschriften of uittreksels geregistreerd, en kunnen de akten bedoeld in artikel 19, 3°, worden geregistreerd op een kopie op voorwaarde dat de onroerende goederen bestemd zijn tot huisvesting van een gezin of van één persoon. |
| De Koning kan voor de door Hem aangewezen categorieën van akten, geschriften en verklaringen die aan de formaliteit van de registratie onderworpen zijn, bepalen dat zij onder de vorm van de minuut, een afschrift of een kopie en al dan niet op gedematerialiseerde wijze, ter registratie kunnen of moeten worden aangeboden. Voor de aldus aangewezen categorieën van akten, geschriften en verklaringen bepaalt Hij de modaliteiten van de aanbieding ter formaliteit en van de uitvoering van de formaliteit alsook de voorschriften die voor de juiste heffing van de verschuldigde rechten nodig zijn. Hij kan daarbij afwijken van de bepalingen van de artikelen 8, 9, 26, 39, 40, 171 en 172 van dit Wetboek. Hij kan echter geen geldboete opleggen met een bedrag hoger dan 25 euro in geval van overtreding van de door hem in afwijking van de artikelen 171 en 172 vastgestelde regels. | De Koning kan voor de door Hem aangewezen categorieën van akten, geschriften en verklaringen die aan de formaliteit van de registratie onderworpen zijn, bepalen dat zij onder de vorm van de minuut, een afschrift of een kopie en al dan niet op gedematerialiseerde wijze, ter registratie kunnen of moeten worden aangeboden. Voor de aldus aangewezen categorieën van akten, geschriften en verklaringen bepaalt Hij de modaliteiten van de aanbieding ter formaliteit en van de uitvoering van de formaliteit alsook de voorschriften die voor de juiste heffing van de verschuldigde rechten nodig zijn. Hij kan daarbij afwijken van de bepalingen van de artikelen 8, 9, 26, 39, 40, 168, 171 en 172 van dit Wetboek. Hij kan echter geen geldboete opleggen met een bedrag hoger dan 25 euro in geval van overtreding van de door hem in afwijking van de artikelen 171 en 172 vastgestelde regels. |
| De Koning kan bepalen dat wanneer de aanbieding ter registratie van akten of van bepaalde categorieën van akten op gedematerialiseerde wijze geschiedt, de aanbieding vergezeld moet gaan van gestructureerde metagegevens betreffende de akte. | De Koning kan bepalen dat wanneer de aanbieding ter registratie van akten of van bepaalde categorieën van akten op gedematerialiseerde wijze geschiedt, de aanbieding vergezeld moet gaan van gestructureerde metagegevens betreffende de akte, waaronder in het bijzonder, voor elke partij bij de akte, haar identificatienummer in het Rijksregister of het haar in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid toegekende identificatienummer in het bisregister of, voor een rechtspersoon, zijn ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen. |
| Artikel 2bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten- nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 | |
| De registratie van de notariële akten vereist de vermelding van het identificatienummer of het ondernemingsnummer bedoeld in artikel 2, vierde lid, voor elke partij bij de akte, wanneer dit nummer beschikbaar is. | |
| Deze vermelding geschiedt in de akte of, ten laatste bij de aanbieding ervan ter registratie, in een aanvullende verklaring onderaan de akte, getekend door de betrokken partij of door de instrumenterende notaris, in haar naam. | |
| Artikel 2ter van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - nieuwe tekst vanaf: a) 1 april 2014 voor de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3°, a) W.Reg.; b) 1 juni 2014 voor de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3°, b) W.Reg.; | |
| De vermeldingsplicht bedoeld in artikel 2bis, eerste lid, geldt ook voor de registratie van de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, 3°, wat betreft rechtspersonen. | |
| Indien aan een partij bij een dergelijke akte nog geen ondernemingsnummer is toegekend, bevestigt die partij dit in de akte of in een ondertekende aanvullende verklaring onderaan de akte. | |
| Artikel 5bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - nieuwe tekst: het eerste lid vanaf 10 januari 2014 het tweede en derde lid vanaf 1 januari 2016. De Koning kan een vroegere datum van inwerkingtreding bepalen. | |
| Wanneer een akte die op gedematerialiseerde wijze wordt aangeboden, verplicht onderworpen is aan zowel de formaliteit van de registratie als aan die van de hypothecaire overschrijving, wordt deze akte tezelfdertijd en onder de wettelijke voorwaarden aan beide formaliteiten onderworpen, behalve indien de termijnen voor beide formaliteiten van elkaar verschillen. | |
| De in het eerste lid bepaalde regel geldt tevens voor een akte die op een papieren drager wordt aangeboden en verplicht onderworpen is aan zowel de formaliteit van de registratie als aan die van de hypothecaire overschrijving bij toepassing van artikel 1, eerste lid, van de Hypotheekwet van 16 december 1851. | |
| De ontvanger weigert de registratie van de akte zolang de hypotheekbewaarder van het hypotheekkantoor met hetzelfde ambtsgebied als het registratiekantoor, weigert om de formaliteit van de overschrijving voor een akte bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Hypotheekwet van 16 december 1851, te vervullen. | |
| Artikel 6 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - oude tekst | Artikel 6 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - nieuwe tekst vanaf 1 april 2014 |
| De ontvanger is gehouden tot het registreren van de akten of geschriften op de datum waarop ze onder de wettelijke voorwaarden tot de formaliteit worden aangeboden. | De ontvanger is gehouden tot het registreren van de akten of geschriften op de datum waarop ze onder de wettelijke voorwaarden tot de formaliteit worden aangeboden. |
| Hij mag ze niet langer houden dan nodig is. | Een buiten de openingsuren van de kantoren aangeboden akte of geschrift, wordt geacht aangeboden te zijn bij de eerstvolgende opening van de kantoren. |
| Hij mag ze niet langer houden dan nodig is. | |
| Artikel 26 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - oude tekst | Artikel 26 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 |
| Geen akte of geschrift mag aan een van de krachtens artikel 19, 1°, verplichtend te registreren akten, andere dan een vonnis of arrest, worden gehecht, of onder de minuten van een notaris worden neergelegd zonder te voren geregistreerd te zijn. | Geen akte of geschrift mag aan een van de krachtens artikel 19, 1°, verplichtend te registreren akten, andere dan een vonnis of arrest, worden gehecht, of onder de minuten van een notaris worden neergelegd zonder te voren geregistreerd te zijn. |
| Evenwel staat het de notarissen en de gerechtsdeurwaarders vrij de aangehechte of neergelegde akte tegelijk met de desbetreffende akte ter registratie aan te bieden. | Evenwel staat het de notarissen en de gerechtsdeurwaarders vrij de aangehechte of neergelegde akte tegelijk met de desbetreffende akte ter registratie aan te bieden. |
| Het is niet van toepassing in geval van aanhechting of van nederlegging, onder de vorm van minuut, uitgifte, afschrift of uittreksel, van in België verleden gerechtelijke akten of akten van de burgerlijke stand. | De in het eerste lid bedoelde verplichting is niet van toepassing: |
| 1° in geval van aanhechting of van neerlegging, onder de vorm van minuut, uitgifte, afschrift of uittreksel, van in België verleden gerechtelijke akten of akten van de burgerlijke stand; | |
| 2° in geval van aanhechting of van neerlegging van een plan dat is opgenomen in de databank van plannen van afbakening van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, op voorwaarde dat de akte, of een door de partijen of de instrumenterende ambtenaar, in hun naam, ondertekende verklaring onderaan de akte, verwijst naar deze opname met vermelding van het refertenummer van het plan en bevestigt dat het plan nadien niet is gewijzigd. | |
| Artikel 32van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - oude tekst | Artikel 32van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - nieuwe tekst |
| De termijnen, binnen welke de aanbieding ter registratie moet plaats hebben van verplichtend aan de formaliteit der registratie onderworpen akten, zijn: | De termijnen, binnen welke de aanbieding ter registratie moet plaats hebben van verplichtend aan de formaliteit der registratie onderworpen akten, zijn: |
| 1° voor akten van notarissen, vijftien dagen. | 1° voor akten van notarissen, vijftien dagen, behalve in geval van openbare verkoop van een onroerend goed, voor processen-verbaal van het ontbreken van hoger bod en die van definitieve toewijs, voor dewelke deze termijn twee maanden is; (nieuwe tekst vanaf 1 april 2014) |
| Evenwel, is deze termijn gesteld op vier maand, ingaande met de dag van het overlijden der erflaters of schenkers, voor testamenten en voor daarmede bij artikel 141, 3°, 2° alinea, gelijkgestelde schenkingen, voor akten van derzelver herroeping, voor verklaringen betreffende testamenten in de internationale vorm en voor akten van bewaargeving van een testament door de erflater; | Evenwel, is deze termijn gesteld op vier maand, ingaande met de dag van het overlijden der erflaters of schenkers, voor testamenten en voor daarmede bij artikel 141, 3°, 2° alinea, gelijkgestelde schenkingen, voor akten van derzelver herroeping, voor verklaringen betreffende testamenten in de internationale vorm en voor akten van bewaargeving van een testament door de erflater; |
| Voor de in artikel 5bis, eerste en tweede lid, bedoelde akten die bij de aanbieding ter registratie binnen de in het eerste lid gestelde termijn niet werden geregistreerd ingevolge de toepassing van artikel 5bis, derde lid, bedraagt de termijn zeven dagen te rekenen van de datum van de kennisgeving door de hypotheekbewaarder aan de notaris van de weigering om de akte over te schrijven. Deze nieuwe termijn verstrijkt in geen geval vóór het einde van de termijn gesteld in het eerste lid; (nieuwe tekst vanaf 1 januari 2016. De Koning kan een vroegere datum van inwerkingtreding bepalen ) | |
| 2° voor akten van gerechtsdeurwaarders, vier dagen; | 2° voor akten van gerechtsdeurwaarders, vier dagen; |
| 3° voor arresten en vonnissen der hoven en rechtbanken, tien dagen; | 3° voor arresten en vonnissen der hoven en rechtbanken, tien dagen; |
| 3°bis voor akten van bestuursoverheden en agenten van de Staat, provincies, gemeenten en openbare instellingen die verplicht onderworpen zijn aan de formaliteit van de registratie en aan die van de hypothecaire overschrijving, vijftien dagen, behalve in geval van openbare verkoop van een onroerend goed, voor processen-verbaal van het ontbreken van hoger bod en die van definitieve toewijs, voor dewelke de termijn twee maanden is. (nieuwe tekst vanaf 1 april 2014) | |
| Voor de in artikel 5bis, eerste en tweede lid, bedoelde akten die bij de aanbieding ter registratie binnen de in het eerste lid gestelde termijn niet werden geregistreerd ingevolge de toepassing van artikel 5bis, derde lid, bedraagt de termijn zeven dagen te rekenen van de datum van de kennisgeving door de hypotheekbewaarder aan de bestuursoverheden of agenten van de Staat, provincies, gemeenten en openbare instellingen, van de weigering om de akte over te schrijven. Deze nieuwe termijn verstrijkt in geen geval vóór het einde van de termijn gesteld in het eerste lid. (nieuwe tekst vanaf 1 januari 2016. De Koning kan een vroegere datum van inwerkingtreding bepalen ) | |
| 4° voor akten waarbij de eigendom of het vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen overgedragen of aangewezen wordt, vier maand; | 4° voor akten waarbij de eigendom of het vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen overgedragen of aangewezen wordt, vier maanden; (nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014) |
| 5° voor akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur bedoeld in artikel 19, 3°, a), twee maanden en voor akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur bedoeld in artikel 19, 3°, b), vier maanden; | 5° voor akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur bedoeld in artikel 19, 3°, a), twee maanden en voor akten van verhuring, onderverhuring of overdracht van huur bedoeld in artikel 19, 3°, b), vier maanden; |
| 6° voor processen-verbaal van openbare verkoping van lichamelijke roerende goederen opgemaakt door bestuursoverheden en agenten van Staat, provinciën, gemeenten en openbare instellingen, één maand; | 6° voor processen-verbaal van openbare verkoping van lichamelijke roerende goederen opgemaakt door bestuursoverheden en agenten van Staat, provinciën, gemeenten en openbare instellingen, één maand; |
| 7° voor akten houdende inbreng van goederen in vennootschappen met rechtspersoonlijkheid waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd, vier maand; | 7° voor akten houdende inbreng van goederen in vennootschappen met rechtspersoonlijkheid waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd, vier maanden; (nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014) |
| 8° [...] | 8° [...] |
| 9° [...] | 9° [...] |
| Artikel 39 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - oude tekst | Artikel 39 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - nieuwe tekst |
| De akten en verklaringen worden geregistreerd: | De akten en verklaringen worden geregistreerd: |
| 1° de akten van notarissen en gerechtsdeurwaarders, ten registratiekantore van hun standplaats; | 1° de akten van notarissen en gerechtsdeurwaarders, op het registratiekantoor bevoegd voor hun standplaats; (nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014) |
| Wanneer een akte die onder de toepassing valt van het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 2, derde lid, en bovendien moet worden overgeschreven, krachtens artikel 1 van de hypotheekwet, onroerende goederen betreft die alle gelegen zijn buiten het ambtsgebied van het bovenvermelde kantoor, wordt zij evenwel geregistreerd op het kantoor bevoegd voor de ligging van het goed dat als eerste in de akte wordt vermeld; (nieuwe tekst vanaf 1 april 2014) | |
| 1°bis [...] | 1°bis [...] |
| 2° de arresten en vonnissen der hoven en rechtbanken, ten kantore in welks gebied de zetel van het hof of de rechtbank gelegen is; | 2° de arresten en vonnissen der hoven en rechtbanken, ten kantore in welks gebied de zetel van het hof of de rechtbank gelegen is; |
| 3° de akten die overeenkomstig artikel 26 zonder voorafgaande registratie worden aangehecht of neergelegd, ten kantore waar de akte van de notaris of de gerechtsdeurwaarder moet worden geregistreerd; | 3° de akten die overeenkomstig artikel 26 zonder voorafgaande registratie worden aangehecht of neergelegd, ten kantore waar de akte van de notaris of de gerechtsdeurwaarder moet worden geregistreerd; |
| 4° de akten van bestuursoverheden en agenten van Staat, provinciën, gemeenten en openbare instellingen, ten kantore in welks gebied hun zetel of de zetel van hun functiën gelegen is; | 4° de akten van bestuursoverheden en agenten van Staat, provinciën, gemeenten en openbare instellingen, ten kantore in welks gebied hun zetel of de zetel van hun functies gelegen is; (nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014) |
| Wanneer een akte die onder de toepassing valt van het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 2, derde lid, en bovendien moet worden overgeschreven, krachtens artikel 1 van de hypotheekwet, onroerende goederen betreft die alle gelegen zijn buiten het ambtsgebied van het bovenvermelde kantoor, wordt zij evenwel geregistreerd op het kantoor bevoegd voor de ligging van het goed dat als eerste in de akte wordt vermeld; dezelfde regel geldt voor een akte bedoeld in artikel 5bis, tweede lid; (nieuwe tekst vanaf 1 april 2014) | |
| 5° de onderhandse of buitenslands verleden akten en de verklaringen betreffende in België gelegen onroerende goederen en welke in artikel 19, 2° en 3°, en in artikel 31, 1° en 3°, zijn bedoeld, ten kantore in welks gebied de goederen gelegen zijn. Zijn die goederen gelegen in het gebied van verscheidene kantoren, dan mogen de akten en verklaringen onverschillig in een van deze kantoren worden geregistreerd; | 5° de onderhandse of buitenslands verleden akten en de verklaringen betreffende in België gelegen onroerende goederen en welke in artikel 19, 2° en 3°, en in artikel 31, 1° en 3°, zijn bedoeld, ten kantore in welks gebied de goederen gelegen zijn. Zijn die goederen gelegen in het gebied van verscheidene kantoren, dan mogen de akten en verklaringen onverschillig in een van deze kantoren worden geregistreerd; |
| 6° de verklaringen van vervulling van een in artikel 31, 2° voorziene schorsende voorwaarde, ten kantore waar de akte werd geregistreerd welke van de overeenkomst laat blijken, of, bij gebreke aan geregistreerde akte, ten kantore in het 5° hiervoren aangeduid; | 6° de verklaringen van vervulling van een in artikel 31, 2° voorziene schorsende voorwaarde, ten kantore waar de akte werd geregistreerd welke van de overeenkomst laat blijken, of, bij gebreke aan geregistreerde akte, ten kantore in het 5° hiervoren aangeduid; |
| 7° de andere akten dan voornoemde, onverschillig in alle kantoren. | 7° de andere akten dan voornoemde, onverschillig in alle kantoren. |
| Afdeling XIXbis- Aangehechte akten en geschriften (nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014) | |
| Artikel 158 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - nieuwe tekst vanaf 1 april 2014 | |
| Art. 158. De aangehechte akten of geschriften bedoeld in artikel 26, tweede lid, worden geregistreerd tegen betaling van één specifiek vast recht van 100 euro voor al die documenten samen, behalve indien sommige ervan een of meer andere in dit hoofdstuk bepaalde rechten verschuldigd maken, in welk geval, naast de rechten verschuldigd voor de registratie van laatstbedoelde documenten, het specifiek vast recht van 100 euro eenmaal verschuldigd is voor de registratie van de overige documenten. | |
| Artikel 173 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - oude tekst | Artikel 173 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 |
| Van voorgaand artikel wordt afgeweken ten aanzien van: | Van voorgaand artikel wordt afgeweken ten aanzien van: |
| 1° de expedities van akten, verleden voor Belgische notarissen, die aanleiding geven tot een hypothecaire formaliteit waarbij de bedoelde expedities door de notaris eerst aan de betrokken partijen mogen worden afgegeven nadat zij, overeenkomstig artikel 171 zijn aangevuld, met een afschrift van de vermelding van de registratie of met de in artikel 8, tweede lid, voorgeschreven vermelding; | 1° de uitgiften van akten, verleden voor notarissen of bestuurlijke overheden, die aanleiding geven tot een hypothecaire formaliteit waarbij de bedoelde uitgiften [...] eerst aan de betrokken partijen mogen worden afgegeven nadat zij, overeenkomstig artikel 171 zijn aangevuld, met een afschrift van de vermelding van de registratie of met de in artikel 8, tweede lid, voorgeschreven vermelding; |
| 1°bis de expedities en uittreksels van akten, verleden voor Belgische notarissen, die aanleiding geven tot neerlegging ter griffie van de rechtbank van koophandel overeenkomstig artikel 67 van het Wetboek van vennootschappen; | 1°bis de uitgiften en uittreksels van akten, verleden voor [...] notarissen, die aanleiding geven tot neerlegging ter griffie van de rechtbank van koophandel overeenkomstig artikel 67 van het Wetboek van vennootschappen; |
| 1°ter de uitgiften en uittreksels van akten, verleden voor notarissen, die worden uitgereikt met als enig doel de inschrijving van een onderneming bij een ondernemingsloket, op voorwaarde dat dit uitdrukkelijk vermeld wordt op de uitgifte of het uittreksel; | |
| 2° afschriften welke vereist zijn voor de betekening van exploten en van andere soortgelijke akten; | 2° afschriften welke vereist zijn voor de betekening van exploten en van andere soortgelijke akten; |
| 3° niet ondertekende afschriften van vonnissen en arresten; | 3° niet ondertekende afschriften van vonnissen en arresten; |
| 4° vonnissen en arresten die, met het oog op de dringende noodzakelijkheid, op de minuut en vóór de registratie uitvoerbaar verklaard worden; | 4° vonnissen en arresten die, met het oog op de dringende noodzakelijkheid, op de minuut en vóór de registratie uitvoerbaar verklaard worden; |
| 5° voor eensluidend verklaarde afschriften van vonnissen en arresten slechts afgeleverd ten einde de verhaalstermijnen te doen lopen. Die afschriften moeten vermelding van hun bijzondere bestemming dragen en mogen tot geen andere doeleinden worden gebruikt; | 5° voor eensluidend verklaarde afschriften van vonnissen en arresten slechts afgeleverd ten einde de verhaalstermijnen te doen lopen. Die afschriften moeten vermelding van hun bijzondere bestemming dragen en mogen tot geen andere doeleinden worden gebruikt; |
| 6° uitgiften van vonnissen en arresten die worden uitgereikt aan het openbaar ministerie, alsmede uitgiften, afschriften of uittreksels die in strafzaken worden uitgereikt aan de Rijksagenten welke belast zijn met de tenuitvoerlegging van vonnissen en arresten; | 6° uitgiften van vonnissen en arresten die worden uitgereikt aan het openbaar ministerie, alsmede uitgiften, afschriften of uittreksels die in strafzaken worden uitgereikt aan de Rijksagenten welke belast zijn met de tenuitvoerlegging van vonnissen en arresten; |
| 7° afschriften waarvan de aflevering wegens hoogdringendheid werd bevolen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. | 7° afschriften waarvan de aflevering wegens hoogdringendheid werd bevolen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. |
| 8° de gedematerialiseerde afschriften van notariële akten, die worden neergelegd in de Notariële Aktebank overeenkomstig artikel 18 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt. | |
| Afdeling 3 - Repertorium van de akten | Afdeling 3 - Repertorium van de akten en bewaring van de geregistreerde uitgiften - nieuwe tekst vanaf 1 april 2014 |
| Artikel 177 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - oude tekst | Artikel 177 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 |
| In elk artikel van het repertorium dienen vermeld: | In elk artikel van het repertorium dienen vermeld: |
| 1° volgnummers; | 1° volgnummers; |
| 2° datum en aard van de akte; | 2° datum en aard van de akte; |
| 3° naam, voornamen en woonplaats der partijen; | 3° naam, voornamen, woonplaats en identificatienummer of ondernemingsnummer bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de partijen; |
| 4° bondige aanduiding der onroerende goederen; | 4° bondige aanduiding der onroerende goederen; |
| 5° vermelding van de registratie; | 5° vermelding van de registratie; |
| 6° wat aangaat de gerechtsdeurwaarders, de kosten van hun akten en exploten na aftrek van hun voorschotten. | 6° wat aangaat de gerechtsdeurwaarders, de kosten van hun akten en exploten na aftrek van hun voorschotten. |
| De Koning kan aanvullende vermeldingen voorschrijven. | De Koning kan aanvullende vermeldingen voorschrijven of afwijkingen toestaan. |
| Artikel 180 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - oude tekst | Artikel 180 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - nieuwe tekst vanaf 1 april 2014 |
| De in artikel 176 aangeduide personen zijn er toe gehouden, om de drie maand, hun repertorium voor te leggen aan de ontvanger van het kantoor aangeduid in artikel 39, die het viseert en in zijn visum het aantal ingeschreven akten vermeldt. | De in artikel 176 aangeduide personen zijn er toe gehouden, om de drie maand, hun repertorium voor te leggen aan de ontvanger van het kantoor aangeduid in artikel 39, 1°, eerste lid, die het viseert en in zijn visum het aantal ingeschreven akten vermeldt. |
| Deze voorlegging geschiedt binnen de eerste tien dagen van de maanden januari, april, juli en oktober van elk jaar. | Deze voorlegging geschiedt binnen de eerste tien dagen van de maanden januari, april, juli en oktober van elk jaar. |
| De Koning kan voor de op gedematerialiseerde wijze gehouden repertoria bijzondere regels vaststellen wat de modaliteiten van de voorlegging en het visum van het repertorium betreft. | De Koning kan voor de op gedematerialiseerde wijze gehouden repertoria bijzondere regels vaststellen wat de modaliteiten van de voorlegging en het visum van het repertorium betreft. |
| Bij laattijdige voorlegging van het repertorium wordt een boete verbeurd van 25 euro per week vertraging. | Bij laattijdige voorlegging van het repertorium wordt een boete verbeurd van 25 euro per week vertraging. |
| Artikel 180bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - nieuwe tekst | |
| Een kopie van de geregistreerde uitgifte en van de geregistreerde bijlagen wordt, samen met het registratierelaas, gedurende twintig jaar bewaard door de instrumenterende notaris. (nieuwe tekst vanaf 1 april 2014) | |
| Indien de akte op gedematerialiseerde wijze ter registratie aangeboden werd, gebeurt deze bewaring door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat of haar gedelegeerde, voor rekening van de notaris. (nieuwe tekst vanaf 1 april 2014, dit lid wordt opgeheven de dag vóór de dag van inwerkingtreding van het derde lid van dit artikel, behalve voor de akten die op gedematerialiseerde wijze ter registratie worden aangeboden vóór de inwerkingtreding van het voormelde derde lid, voor dewelke het nog van kracht blijft gedurende 20 jaar) | |
| Die bewaring geschiedt: | |
| 1° voor de akten waarvan de gedematerialiseerde minuut of het gedematerialiseerde afschrift bewaard wordt in de Notariële Aktebank, bedoeld in artikel 18 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, door die Notariële Aktebank; | |
| 2° voor de andere akten, door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat of haar gedelegeerde, op elektronische wijze, voor rekening van de notaris. (nieuwe tekst vanaf de dag dat artikel 18 van de wet van 25 ventôse jaar XI, ingevoegd bij artikel 20 van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen, zoals vervangen bij artikel 81 W. 21 dec. 2013) | |
| De bewaring moet de onveranderlijkheid en de integriteit van de inhoud van deze stukken waarborgen. (nieuwe tekst vanaf 1 april 2014) | |
| Artikel 181^1 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - oude tekst | Artikel 181^1 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - (*) nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 (**) nieuwe tekst vanaf 1 april 2014 |
| Notarissen en gerechtsdeurwaarders zijn er toe gehouden, op verbeurte van een boete van 25 EUR per overtreding, op elk verzoek van de agenten van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, van hun repertoriums en de akten waarvan zij bewaarders zijn, zonder verplaatsing inzage te verlenen en deze agenten de inlichtingen, afschriften en uittreksels te laten nemen die zij nodig hebben met het oog op 's Rijks belangen. | Notarissen, gerechtsdeurwaarders, bestuursoverheden en agenten van de Staat, provincies, gemeenten en openbare instellingen (*) zijn er toe gehouden, op verbeurte van een boete van 25 EUR per overtreding, op elk verzoek van de agenten van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, van hun repertoriums en de akten waarvan zij bewaarders zijn, evenals van de uitgiften en relazen bedoeld in artikel 180bis, (**) zonder verplaatsing inzage te verlenen en deze agenten de inlichtingen, afschriften en uittreksels te laten nemen die zij nodig hebben met het oog op 's Rijks belangen. |
| Deze verplichting is echter, bij 't leven van de erflaters, niet toepasselijk op de bij notarissen berustende testamenten. | Deze verplichting is echter, bij 't leven van de erflaters, niet toepasselijk op de bij notarissen berustende testamenten. |
| Artikel 236 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - oude tekst | Artikel 236 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 |
| Onverminderd de in de bijzondere wetten vervatte bepalingen, moeten de ontvangers der registratie, ten verzoeke van de partijen of van hun rechthebbenden en, mits bevel van de vrederechter, ten verzoeke van derden die een rechtmatig belang inroepen, afschriften of uittreksels afleveren uit hun formaliteitsregisters en uit akten van verklaringen in hun kantoor geregistreerd en aldaar in origineel, afschrift of uittreksel berustend. | Onverminderd de in de bijzondere wetten vervatte bepalingen, moeten de ontvangers der registratie, ten verzoeke van de partijen of van hun rechthebbenden en, mits bevel van de vrederechter, ten verzoeke van derden die een rechtmatig belang inroepen, afschriften of uittreksels afleveren uit hun formaliteitsregisters en uit akten van verklaringen in hun kantoor geregistreerd en aldaar in origineel, afschrift of uittreksel berustend. |
| De Koning kan bepalen dat de afschriften of uittreksels op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden afgeleverd, alsmede de modaliteiten van hun aflevering. | |
| Deze afschriften of uittreksels kunnen aan de lasthebbers van de belanghebbenden worden verstrekt, indien zij van de lastgeving laten blijken. | Deze afschriften of uittreksels kunnen aan de lasthebbers van de belanghebbenden worden verstrekt, indien zij van de lastgeving laten blijken. |
| Het uitreiken van voormelde stukken geeft recht op een door de Minister van Financiën te bepalen loon. | Het uitreiken van voormelde stukken geeft recht op een door de Minister van Financiën te bepalen retributie. |
| Artikel 260 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - oude tekst | Artikel 260 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 |
| Inschrijving van hypotheek wordt slechts verleend tegen voorafbetaling, door de verzoeker, van de uit die hoofde verschuldigde salarissen en recht. | Inschrijving van hypotheek wordt slechts verleend tegen voorafbetaling, door de verzoeker, van de uit die hoofde verschuldigde lonen en recht. |
| Op het inschrijvingsborderel wordt daarvan kwitantie gegeven. De bewaarder schrijft daarop in cijferschrift het detail en in letterschrift het totaal van de voor recht en salarissen ontvangen sommen. | Op het inschrijvingsborderel wordt daarvan kwitantie gegeven. De bewaarder schrijft daarop […] het detail en […] het totaal van de voor recht en lonen ontvangen sommen. |
| De Koning kan de wijze van kwitantie geven aanvullen of wijzigen voor het geval het inschrijvingsborderel op gedematerialiseerde wijze wordt aangeboden. | |
| Artikel 261 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - oude tekst | Artikel 261 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 |
| Wanneer, tot zekerheid van één en dezelfde som, aanleiding tot inschrijving op verschillende kantoren bestaat, dekt het recht geheven op het geheel dier som ten kantore waar de inschrijving in de eerste plaats wordt gevorderd, de in de overige kantoren te vorderen inschrijvingen. | Wanneer, tot zekerheid van één en dezelfde som, aanleiding tot inschrijving op verschillende kantoren bestaat, dekt het recht geheven op het geheel dier som ten kantore waar de inschrijving in de eerste plaats wordt gevorderd, de in de overige kantoren te vorderen inschrijvingen. |
| Wanneer, tot zekerheid van één en dezelfde som, aanleiding tot inschrijving op verschillende kantoren bestaat en de inschrijving op gedematerialiseerde wijze tegelijkertijd op verschillende kantoren wordt gevorderd, dekt het recht geheven op het geheel van die som op het kantoor waar de inschrijving wordt gevorderd voor het goed dat als eerste in het inschrijvingsborderel wordt vermeld, de in de overige kantoren gevorderde inschrijvingen. |
A.2.2. Oude teksten / Geconsolideerde teksten van het W. Succ.
WIJZIGINGEN VAN HET WETBOEK DER SUCCESSIERECHTEN
| Artikel 144 van het Wetboek der successierechten - oude tekst | Artikel 144 van het Wetboek der successierechten - nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 |
| De ontvangers der successierechten zijn ertoe gehouden, op eenvoudig verzoek, aan alle personen, tegen een door de Minister van Financiën vast te stellen retributie, de eigendomstitels van de in het ambtsgebied van hun kantoor gelegen vaste goederen te doen kennen. | De ontvangers der successierechten zijn ertoe gehouden, op eenvoudig verzoek, aan alle personen, tegen een door de Minister van Financiën vast te stellen retributie, de eigendomstitels van de in het ambtsgebied van hun kantoor gelegen vaste goederen te doen kennen. |
| De Koning kan bepalen dat de eigendomstitels op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden afgeleverd, alsmede de modaliteiten van hun aflevering. |
A.2.3. Oude teksten / Geconsolideerde teksten van de hypothecaire wet
WIJZIGINGEN VAN DE HYPOTHEEKWET VAN 16 DECEMBER 1851
| Artikel 1 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - oude tekst | Artikel 1 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 |
| Alle akten onder de levenden, om niet of onder bezwarende titel, tot overdracht of aanwijzing van onroerende zakelijke rechten, andere dan voorrechten en hypotheken, met inbegrip van de authentieke akten bedoeld in de artikelen 577-4, § 1, en 577-13, § 4, van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van de daarin aangebrachte wijzigingen, worden, de dag van ontvangst geheel overgeschreven in een daartoe bestemd register, op het kantoor van bewaring der hypotheken van het arrondissement waar de goederen zijn gelegen. Tot dan toe kan men zich op die akten niet beroepen tegen derden die zonder bedrog gecontracteerd hebben. | Alle akten onder de levenden, om niet of onder bezwarende titel, tot overdracht of aanwijzing van onroerende zakelijke rechten, andere dan voorrechten en hypotheken, met inbegrip van de authentieke akten bedoeld in de artikelen 577-4, § 1, en 577-13, § 4, van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van de daarin aangebrachte wijzigingen, worden geheel overgeschreven in een daartoe bestemd register, op het kantoor van bewaring der hypotheken van het arrondissement waar de goederen zijn gelegen. Tot dan toe kan men zich op die akten niet beroepen tegen derden die zonder bedrog gecontracteerd hebben. |
| Deze bepaling is ook van toepassing op de in kracht van gewijsde gegane vonnissen die gelden als overeenkomst of als titel voor de overdracht van die rechten, alsook op de akten van afstand van die rechten en op de huurcontracten die voor langer dan negen jaren zijn aangegaan of kwijting inhouden van ten minste drie jaren huur. | Deze bepaling is ook van toepassing op de in kracht van gewijsde gegane vonnissen die gelden als overeenkomst of als titel voor de overdracht van die rechten, alsook op de akten van afstand van die rechten en op de huurcontracten die voor langer dan negen jaren zijn aangegaan of kwijting inhouden van ten minste drie jaren huur. |
| Indien deze huurcontracten niet zijn overgeschreven wordt de huurtijd verminderd overeenkomstig artikel 1429 van het Burgerlijk Wetboek. | Indien deze huurcontracten niet zijn overgeschreven wordt de huurtijd verminderd overeenkomstig artikel 1429 van het Burgerlijk Wetboek. |
| De plannen die ingevolge aanhechting of neerlegging deel uitmaken van de in het eerste lid vermelde akten, worden zonder aanbieding ervan geacht tegelijk met die akten te zijn overgeschreven, op voorwaarde dat in een verklaring in de akte of in een ondertekende verklaring onderaan de akte, de partijen of de instrumenterende ambtenaar in hun naam: 1° er de overschrijving van vragen in toepassing van de onderhavige bepaling; 2° bevestigen dat ze opgenomen zijn in de databank van plannen van afbakening van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, zonder nadien te zijn gewijzigd; 3° de referte ervan in deze databank vermelden. | |
| Artikel 2 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - oude tekst | Artikel 2 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - nieuwe tekst vanaf 1 april 2014 |
| Alleen vonnissen, authentieke akten en in rechte of voor notaris erkende onderhandse akten worden ter overschrijving aangenomen. De volmachten tot die akten betrekkelijk moeten in dezelfde vorm gegeven worden. | Alleen vonnissen, authentieke akten en in rechte of voor notaris erkende onderhandse akten worden ter overschrijving aangenomen. De volmachten tot die akten betrekkelijk moeten in dezelfde vorm gegeven worden. |
| De notarissen en al degenen, openbare ambtenaren of anderen, die belast zijn met het verlenen van authenticiteit aan de akten die aan overschrijving zijn onderworpen, zijn gehouden de vervulling van de formaliteit te vorderen binnen de maand na de dagtekening van die akten, behalve voor de akten houdende openbare verkoop of deze die betrekking hebben op onroerende goederen die in onderscheiden ambtsgebieden zijn gelegen waarvoor de termijn op twee maanden wordt gebracht. | De notarissen en al degenen, openbare ambtenaren of anderen, die belast zijn met het verlenen van authenticiteit aan de akten die aan overschrijving zijn onderworpen, zijn gehouden de vervulling van de formaliteit te vorderen binnen de vijftien dagen na de dagtekening van die akten, behalve voor de akten houdende openbare verkoop waarvoor de termijn op twee maanden wordt gebracht. |
| De in het voorgaande lid bepaalde termijn wordt verlengd tot de eerstvolgende openingsdag wanneer de laatste dag van de bovenvermelde termijn een sluitingsdag van de kantoren is. | |
| Artikel 2bis van de hypotheekwet van 16 december 1851 - oude tekst | (opgeheven vanaf 1 april 2014 ) |
| De Koning kan de in artikel 2 bepaalde termijnen op vijftien dagen brengen voor notariële akten of bepaalde door hem aangewezen categorieën van notariële akten, voor zover deze op een gedematerialiseerde wijze worden aangeboden. Hetzelfde geldt voor de akten verleden voor de agenten van de Aankoopcomités van de federale Overheid. | |
| Artikel 77 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - oude tekst Behalve wanneer in verdragen of in politieke wetten het tegendeel is bepaald, hebben in het buitenland toegestane hypotheken, ten aanzien van in België gelegen goederen, slechts gevolg, wanneer de akten waarin die hypotheken zijn bedongen, bekleed zijn met het visum van de voorzitter van de burgerlijke rechtbank van de plaats waar de goederen gelegen zijn. | (opgeheven vanaf 10 januari 2014) |
| Deze magistraat is ermee belast na te gaan of de akten en de volmachten die erbij behoren, aan alle vereisten van authenticiteit voldoen, in het land waar zij zijn opgemaakt. | |
| Artikel 83 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - oude tekst | Artikel 83 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 |
| Om de inschrijving te verkrijgen stelt de schuldeiser, hetzij in persoon, hetzij door een derde, aan de hypotheekbewaarder ter hand de authentieke uitgifte van de akte waaruit het voorrecht of de hypotheek ontstaat. | Om de inschrijving te verkrijgen stelt de schuldeiser, hetzij in persoon, hetzij door een derde, aan de hypotheekbewaarder ter hand de authentieke uitgifte van de akte waaruit het voorrecht of de hypotheek ontstaat. |
| Hij voegt daarbij twee borderellen, waarvan een op de uitgifte van de titel kan worden geschreven. Deze borderellen bevatten : | Hij voegt daarbij twee borderellen, waarvan een op de uitgifte van de titel kan worden geschreven. Deze borderellen bevatten : |
| 1° De naam, de voornamen, de woonplaats en het beroep van de schuldeiser; | 1° De naam, de voornamen en de woonplaats van de schuldeiser; |
| 2° De naam, de voornamen, het beroep en de woonplaats van de schuldenaar of een zodanige persoonlijke en bijzondere aanwijzing dat de bewaarder in alle gevallen de met hypotheek bezwaarde persoon kan herkennen en onderscheiden; | 2° De naam, de voornamen en de woonplaats van de schuldenaar of een zodanige persoonlijke en bijzondere aanwijzing dat de bewaarder in alle gevallen de met hypotheek bezwaarde persoon kan herkennen en onderscheiden; |
| 3° De bijzondere aanduiding van de akten die de hypotheek of het voorrecht vestigen, bevestigen of erkennen en de dagtekening van die akten; | 3° De bijzondere aanduiding van de akten die de hypotheek of het voorrecht vestigen, bevestigen of erkennen en de dagtekening van die akten; |
| 4° Het bedrag van de hoofdsom en het toebehoren van de schuldvorderingen waarvoor inschrijving wordt gevorderd, en de tijd die voor hun betaling is bepaald; | 4° Het bedrag van de hoofdsom en het toebehoren van de schuldvorderingen waarvoor inschrijving wordt gevorderd, en de tijd die voor hun betaling is bepaald; |
| 5° De bijzondere aanduiding van de aard en de ligging van elk van de onroerende goederen waarop de inschrijver zijn voorrecht of zijn hypotheek wil bewaren; | 5° De bijzondere aanduiding van de aard en de ligging van elk van de onroerende goederen waarop de inschrijver zijn voorrecht of zijn hypotheek wil bewaren; |
| De inschrijver is bovendien gehouden woonplaats te kiezen in enige plaats van het gebied der rechtbank van eerste aanleg waarbinnen de goederen zijn gelegen; en bij gebreke van keuze van woonplaats kunnen alle betekeningen en kennisgevingen betreffende de inschrijving gedaan worden aan de procureur des Konings. | De inschrijver is bovendien gehouden woonplaats te kiezen in enige plaats van het gebied der rechtbank van eerste aanleg waarbinnen de goederen zijn gelegen; en bij gebreke van keuze van woonplaats kunnen alle betekeningen en kennisgevingen betreffende de inschrijving gedaan worden aan de procureur des Konings. |
| De bewaarder doet in zijn register aantekening van de inhoud van de borderellen; hij geeft aan de verzoekers de uitgifte van de titel terug, alsook een van de borderellen, waarop hij onderaan bevestigt de inschrijving te hebben gedaan, met opgave van de dagtekening, het boekdeel en het volgnummer. | De bewaarder doet in zijn register aantekening van de inhoud van de borderellen; hij geeft aan de verzoekers de uitgifte van de titel terug, alsook een van de borderellen, waarop hij onderaan bevestigt de inschrijving te hebben gedaan, met opgave van de referte eraan. |
| Artikel 84 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - oude tekst | Artikel 84 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 |
| Om de inschrijving of de vermelding door de artikelen 3 en 5 vereist, te verkrijgen, stellen de partijen, hetzij in persoon, hetzij door een derde, aan de bewaarder ter hand : | Om de inschrijving of de vermelding door de artikelen 3 en 5 vereist, te verkrijgen, stellen de partijen, hetzij in persoon, hetzij door een derde, aan de bewaarder ter hand : |
| 1° Indien het een eis in recht betreft, twee uittreksels bevattende de naam, de voornamen, het beroep en de woonplaats van de partijen en in voorkomend geval, die van de nieuwe eigenaar, met aanduiding van zijn titel; de vermelding van de rechten waarvan de vernietiging of de herroeping wordt verzocht, en van de rechtbank die van de eis kennis moet nemen; | 1° Indien het een eis in recht betreft, twee uittreksels bevattende de naam, de voornamen en de woonplaats van de partijen en in voorkomend geval, die van de nieuwe eigenaar, met aanduiding van zijn titel; de vermelding van de rechten waarvan de vernietiging of de herroeping wordt verzocht, en van de rechtbank die van de eis kennis moet nemen; |
| 2° Indien het een vonnis betreft, twee uittreksels door de griffier afgegeven, en bevattende de naam, de voornamen, het beroep en de woonplaats van de partijen, het beschikkende gedeelte van de beslissing, alsook de vermelding van de rechtbank of het hof waardoor de beslissing is gewezen; | 2° Indien het een vonnis betreft, twee uittreksels door de griffier afgegeven, en bevattende de naam, de voornamen en de woonplaats van de partijen, het beschikkende gedeelte van de beslissing, alsook de vermelding van de rechtbank of het hof waardoor de beslissing is gewezen; |
| 3° Indien het een overdracht betreft, de authentieke uitgifte van de akte en twee uittreksels, bevattende de door artikel 5 vereiste opgaven. | 3° Indien het een overdracht betreft, de authentieke uitgifte van de akte en twee uittreksels, bevattende de door artikel 5 vereiste opgaven. |
| Voor de toepassing van artikel 577-12 van het Burgerlijk Wetboek, moeten aan de bewaarder worden voorgelegd : | Voor de toepassing van artikel 577-12 van het Burgerlijk Wetboek, moeten aan de bewaarder worden voorgelegd : |
| 1° door de notaris, indien het een notariële akte betreft, twee uittreksels, bevattende de datum van de akte houdende vaststelling van de ontbinding van de vereniging van medeëigenaars, de naam van de optredende notaris en diens standplaats, alsook de naam, voornamen, beroep en woonplaats van de partijen bij de akte bedoeld in artikel 577-4, § 1, van het Burgerlijk Wetboek; | 1° door de notaris, indien het een notariële akte betreft, twee uittreksels, bevattende de datum van de akte houdende vaststelling van de ontbinding van de vereniging van medeëigenaars, de naam van de optredende notaris en diens standplaats, alsook de naam, voornamen en woonplaats van de partijen bij de akte bedoeld in artikel 577-4, § 1, van het Burgerlijk Wetboek; |
| 2° door de eiser, indien het een rechtsvordering betreft, twee uittreksels, bevattende de naam, voornamen, beroep en woonplaats van de partijen, alsmede de rechtbank die kennis moet nemen van de vordering; | 2° door de eiser, indien het een rechtsvordering betreft, twee uittreksels, bevattende de naam, voornamen en woonplaats van de partijen, alsmede de rechtbank die kennis moet nemen van de vordering; |
| 3° door de partijen of door een derde, indien het een rechterlijke beslissing betreft, twee uittreksels door de griffier afgegeven, bevattende de datum waarop de rechterlijke beslissing is genomen, het gerecht dat ze heeft genomen, de naam, voornamen, beroep en woonplaats van de partijen, het beschikkend gedeelte van de rechterlijke beslissing en een verklaring van de griffier waaruit blijkt dat er geen rechtsmiddelen zijn aangewend. | 3° door de partijen of door een derde, indien het een rechterlijke beslissing betreft, twee uittreksels door de griffier afgegeven, bevattende de datum waarop de rechterlijke beslissing is genomen, het gerecht dat ze heeft genomen, de naam, voornamen en woonplaats van de partijen, het beschikkend gedeelte van de rechterlijke beslissing en een verklaring van de griffier waaruit blijkt dat er geen rechtsmiddelen zijn aangewend. |
| Om de inschrijvingen bedoeld in artikel 1493 van het Gerechtelijk Wetboek te verrichten, leggen de partijen aan de bewaarder voor : zo het gaat om een rechtsvordering, twee uittreksels, met vermelding van de naam, voornaam en woonplaats van de partijen, het in beslag genomen goed, de datum van het beslagexploot en de rechtbank die over de vordering uitspraak zal moeten doen; gaat het om een beslissing, twee uittreksels, afgeleverd door de griffier en bevattend de aanduiding van de naam, voornaam en woonplaats van de partijen, het beschikkend gedeelte van de beslissing en het gerecht dat ze geveld heeft alsmede een verklaring van de griffier waaruit blijkt dat de termijnen van verzet en hoger beroep verstreken zijn en geen van beide rechtsmiddelen tegen de beslissing werd aangewend. | Om de inschrijvingen bedoeld in artikel 1493 van het Gerechtelijk Wetboek te verrichten, leggen de partijen aan de bewaarder voor : zo het gaat om een rechtsvordering, twee uittreksels, met vermelding van de naam, voornaam en woonplaats van de partijen, het in beslag genomen goed, de datum van het beslagexploot en de rechtbank die over de vordering uitspraak zal moeten doen; gaat het om een beslissing, twee uittreksels, afgeleverd door de griffier en bevattend de aanduiding van de naam, voornaam en woonplaats van de partijen, het beschikkend gedeelte van de beslissing en het gerecht dat ze geveld heeft alsmede een verklaring van de griffier waaruit blijkt dat de termijnen van verzet en hoger beroep verstreken zijn en geen van beide rechtsmiddelen tegen de beslissing werd aangewend. |
| De bewaarder geeft aan de verzoeker een van de uittreksels terug, waarop hij de verklaring aanbrengt dat de inschrijving of de vermelding gedaan is. | De bewaarder geeft aan de verzoeker een van de uittreksels terug, waarop hij de verklaring aanbrengt dat de inschrijving of de vermelding gedaan is. |
| Artikel 93 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - oude tekst | Artikel 93 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 |
| Zij die doorhaling of vermindering vorderen, leggen op het kantoor van de bewaarder over, hetzij de uitgifte der authentieke akte of de akte in brevet, houdende toestemming (of houdende bevestiging van de toestemming), hetzij de uitgifte van het vonnis. | Zij die doorhaling of vermindering vorderen, leggen op het kantoor van de bewaarder over, hetzij de uitgifte der authentieke akte of de akte in brevet, houdende toestemming (of houdende bevestiging van de toestemming), hetzij de uitgifte van het vonnis. |
| Een woordelijk uittreksel uit de authentieke akte is voldoende, wanneer de notaris die het heeft afgegeven, daarin verklaart dat de akte noch voorwaarde, noch voorbehoud bevat. | Een woordelijk uittreksel uit de authentieke akte is voldoende, wanneer de notaris die het heeft afgegeven, daarin verklaart dat de akte noch voorwaarde, noch voorbehoud bevat. |
| De akten van toestemming tot doorhaling of vermindering, in het buitenland verleden, zijn in België niet uitvoerbaar, dan nadat zij zijn geviseerd door de voorzitter van de rechtbank van de plaats waar de goederen gelegen zijn, die de authenticiteit ervan nagaat, zoals in artikel 77 bepaald is. | (opgeheven) |
| Artikel 123 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - oude tekst | Artikel 123 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - nieuwe tekst vanaf 1 april 2014 |
| Wanneer verscheidene openbaar te maken titels dezelfde dag op het kantoor van bewaring der hypotheken zijn aangeboden, wordt de voorrang bepaald naar de dagtekening van die titels. Voor de titels die dezelfde datum dragen, wordt de voorrang bepaald naar het volgnummer waaronder de overhandiging van de titels vermeld wordt in het register voorgeschreven bij artikel 124, 1°. | Wanneer verscheidene openbaar te maken titels dezelfde dag in het bij artikel 124, 1°, voorgeschreven register worden ingeschreven in uitvoering van artikel 135, wordt de voorrang bepaald naar de dagtekening van die titels. Voor de titels die dezelfde datum dragen, wordt de voorrang bepaald naar het volgnummer waaronder de aanbieding van de titels vermeld wordt in het voormelde register. |
| Het eerste lid is niet van toepassing op de schuldeisers bedoeld in artikel 81, tweede lid. | Het eerste lid is niet van toepassing op de schuldeisers bedoeld in artikel 81, tweede lid. |
| Artikel 124 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - oude tekst | Artikel 124 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - nieuwe tekst vanaf 1 april 2014 |
| De bewaarders moeten de volgende registers houden: | De bewaarders houden: |
| 1° Een register van de neergelegde titels, waarin de overhandigingen van de titels waarvan men de inschrijving of de overschrijving vordert, worden aangetekend onder een volgnummer en naarmate zij geschieden; 2° Registers waarin de overschrijvingen worden opgenomen; 3° Registers waarin de inschrijvingen van de voorrechten en hypotheken en de doorhalingen of verminderingen worden opgenomen. | 1° een register van de neergelegde titels, waarin de aanbiedingen van de titels waarvan men de inschrijving of de overschrijving vordert, worden aangetekend onder een volgnummer en naarmate zij geschieden; 2° een register waarin de overschrijvingen worden opgenomen; 3° een register waarin de inschrijvingen van de voorrechten en hypotheken en de doorhalingen of verminderingen worden opgenomen. |
| Artikel 125 van de hypotheekwet van 16 december 1851- oude tekst | Artikel 125 van de hypotheekwet van 16 december 1851- nieuwe tekst vanaf 1 april 2014 |
| De bewaarders houden bovendien een register; daarin vermelden zij bij uittreksel en naarmate de overhandiging van de akten geschiedt, onder de namen van ieder bezwaarde eigenaar, en in een voor hem bestemd vak, de inschrijvingen, doorhalingen en andere akten die hem aangaan. Zij wijzen ook de registers aan waarin elke akte is opgenomen, en het nummer waaronder zij is ingeschreven. | De bewaarders houden bovendien een register; daarin vermelden zij bij uittreksel en naarmate de aanbieding van de akten geschiedt, onder de namen van ieder bezwaarde eigenaar, en in een voor hem bestemd vak, de inschrijvingen, doorhalingen en andere akten die hem aangaan. Zij wijzen ook de registers aan waarin elke akte is opgenomen, en het nummer waaronder zij is ingeschreven. |
| Artikel 126 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - oude tekst | Artikel 126 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - nieuwe tekst vanaf 1 april 2014 |
| De bewaarders geven aan de verzoeker desverlangd een ontvangbewijs van de overhandiging der akten of borderellen die bestemd zijn om overgeschreven of ingeschreven te worden. Dit ontvangbewijs vermeldt het registernummer waaronder de overhandiging is ingeschreven. | De bewaarders geven aan de verzoeker desgevraagd een bewijs van de aanbieding van de akten of borderellen die bestemd zijn om overgeschreven of ingeschreven te worden. Dit bewijs vermeldt het registernummer waaronder de aanbieding is ingeschreven. |
| Zij mogen de overschrijvingen en inschrijvingen in de daartoe bestemde registers niet doen dan onder de dagtekening en in de volgorde van de hun daarvan gedane overhandigingen. | Zij mogen de overschrijvingen en inschrijvingen in de daartoe bestemde registers niet doen dan onder de in artikel 135, 1°, bepaalde dagtekening en in de volgorde van de hun daarvan gedane aanbiedingen |
| De uitgiften van de in artikel 1 bedoelde akten of vonnissen, bevattend of met toevoeging van de vermelding van de vervulling van de overschrijving, worden door de bewaarders binnen de maand na de in artikel 1 van deze wet bepaalde dag van overschrijving teruggestuurd aan de verzoeker. | De uitgiften van de in artikel 1 bedoelde akten of vonnissen, bevattend of met toevoeging van de vermelding van de vervulling van de overschrijving, worden door de bewaarders binnen de maand na de in artikel 135, 1°, bepaalde dagtekening van overschrijving teruggestuurd aan de verzoeker. |
| Artikel 135 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - oude tekst | Artikel 135 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - nieuwe tekst vanaf 1 april 2014 |
| In het register van de neergelegde titels, waarvan het houden is voorgeschreven bij artikel 124, 1°, worden ingeschreven : | In het register van de neergelegde titels, waarvan het houden is voorgeschreven bij artikel 124, 1°, worden ingeschreven : |
| 1° in de volgorde van hun afgifte aan de hypotheekbewaarder, alle akten, vonnissen, borderellen en enig ander stuk aangeboden om overgeschreven, ingeschreven of eenvoudig vermeld te worden op de kant van de registers die worden gehouden ter uitvoering van artikel 124, 2° en 3°. | 1° op de dag en in de volgorde van hun aanbieding aan de hypotheekbewaarder, alle akten, vonnissen, borderellen en enig ander stuk aangeboden om overgeschreven, ingeschreven of eenvoudig vermeld te worden op de kant van de registers die worden gehouden ter uitvoering van artikel 124, 2° en 3°. de buiten de openingsuren van het kantoor aangeboden akten, vonnissen, borderellen en enig andere stukken worden geacht aangeboden te zijn in het begin van het daarop volgende eerste openingsuur van het kantoor; voor zover het werkelijke tijdstip van aanbieding kan worden vastgesteld, bepaalt dit de onderlinge volgorde voor de neerlegging van deze documenten; |
| 2° de akten en vonnissen waarbij een gehele of gedeeltelijke opheffing wordt verleend of bevolen en die worden aangeboden met het oog op doorhaling of vermindering. | 2° de akten en vonnissen waarbij een gehele of gedeeltelijke opheffing wordt verleend of bevolen en die worden aangeboden met het oog op doorhaling of vermindering. |
| Artikel 139 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - oude tekst | Artikel 139 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 |
| § 1. In iedere akte of ieder stuk waarvan de openbaarmaking in een hypotheekkantoor vereist is, wordt iedere natuurlijke persoon op wiens naam de openbaarmaking moet geschieden vermeld met zijn naam, gevolgd door zijn voornamen, plaats en datum van geboorte en woonplaats. | §1. In iedere akte of ieder stuk waarvan de openbaarmaking in een hypotheekkantoor vereist is, wordt iedere natuurlijke persoon op wiens naam de openbaarmaking moet geschieden vermeld met zijn naam, gevolgd door zijn voornamen, plaats en datum van geboorte en woonplaats. De personen die beschikken over een rijksregisternummer of aan wie een identificatienummer in het bisregister werd toegekend in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, worden tevens met dit nummer vermeld, op voorwaarde dat de instrumenterende ambtenaar of de aanvrager hierover beschikt. Hetzelfde geldt voor het geval waarin dit nummer na het verlijden van de akte of het stuk maar vóór aanbieden ervan wordt bekomen. Dit identificatienummer kan ook onderaan de akte worden vermeld. |
| Indien de akte authentiek is of in geval van inschrijving van een wettelijke hypotheek, waarmerkt de instrumenterende ambtenaar of de persoon die de inschrijving kan vorderen de bovenvermelde identiteitsgegevens hetzij in de tekst, hetzij onderaan de akte of het stuk. Die waarmerking geschiedt op grond van de gegevens vervat in het rijksregister van de natuurlijke personen, de identiteitskaart, het trouwboekje of, bij betwisting, de registers van de burgerlijke stand. Indien de waarmerking gebeurt op basis van de identiteitskaart volstaan de eerste twee voornamen in de plaats van de opname van alle voornamen. De voornamen worden vermeld in de volgorde waarin zij voorkomen in het stuk op grond waarvan de identificatie is gebeurd. De expedities en uittreksels aangeboden aan de hypotheekbewaarder geven de inhoud van deze waarmerking weer. | Indien de akte authentiek is of in geval van inschrijving van een wettelijke hypotheek, waarmerkt de instrumenterende ambtenaar of de persoon die de inschrijving kan vorderen de bovenvermelde identiteitsgegevens hetzij in de tekst, hetzij onderaan de akte of het stuk. Die waarmerking geschiedt op grond van de gegevens vervat in het rijksregister van de natuurlijke personen, de identiteitskaart, het trouwboekje of, bij betwisting, de registers van de burgerlijke stand. Indien de waarmerking gebeurt op basis van de identiteitskaart volstaan de eerste twee voornamen in de plaats van de opname van alle voornamen. De voornamen worden vermeld in de volgorde waarin zij voorkomen in het stuk op grond waarvan de identificatie is gebeurd. De uitgiften en uittreksels aangeboden aan de hypotheekbewaarder geven de inhoud van deze waarmerking weer. |
| In de andere gevallen wordt een uittreksel uit de registers van de burgerlijke stand gevoegd bij de akte of het stuk. | In de andere gevallen wordt een uittreksel uit de registers van de burgerlijke stand gevoegd bij de akte of het stuk. |
| § 2. Indien de persoon op wiens naam de openbaarmaking moet geschieden, niet bekend is in de registers van de burgerlijke stand noch in het rijksregister, bepaalt de openbare ambtenaar, de andere ambtenaar of de aanvrager, naargelang van het geval, in de bovengenoemde waarmerking of onderaan de akte of het stuk, het identiteitsbewijs op grond waarvan de naam, voornamen, plaats en datum van geboorte van de betrokkene zijn vastgesteld. | § 2. Indien de persoon op wiens naam de openbaarmaking moet geschieden, niet bekend is in het rijksregister, bepaalt de openbare ambtenaar, de andere ambtenaar of de aanvrager, naargelang van het geval, in de bovengenoemde waarmerking of onderaan de akte of het stuk, het identiteitsbewijs op grond waarvan de naam, voornamen, plaats en datum van geboorte van de betrokkene zijn vastgesteld. |
| Bij gebrek aan de identificatiestukken bedoeld in de voorgaande leden, kunnen deze laatste worden vervangen door een akte van bekendheid opgesteld door een Belgisch notaris. | Bij gebrek aan de identificatiestukken bedoeld in de voorgaande leden, kunnen deze laatste worden vervangen door een akte van bekendheid opgesteld door een Belgisch notaris. |
| § 3. Voor de openbaar te maken vonnissen wordt de identificatie van de personen gewaarmerkt door een notaris, door de ambtenaar of door de optredende overheid, onderaan de expeditie, op de wijze voorgeschreven bij dit artikel. | § 3. Voor de openbaar te maken vonnissen wordt de identificatie van de personen gewaarmerkt door een notaris, door de ambtenaar of door de optredende overheid, onderaan de uitgifte, op de wijze voorgeschreven bij dit artikel. |
| § 4. (…) | § 4. (…) |
| § 5. De Koning kan de in dit artikel genoemde identificatieregels aanvullen. | § 5. De Koning kan de in dit artikel genoemde identificatieregels aanvullen. |
| Artikel 140 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - oude tekst | Artikel 140 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 |
| In iedere akte of ieder stuk waarvan de openbaarmaking in een hypotheekkantoor vereist is, moet iedere vennootschap, vereniging of andere privaatrechtelijke rechtspersoon op wiens naam de openbaarmaking moet geschieden vermeld worden met de benaming, rechtsvorm, datum van de oprichtingsakte en de zetel van de vennootschap of de statutaire zetel, alsook met het ondernemingsnummer indien deze vennootschap, vereniging of rechtspersoon ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen. | In iedere akte of ieder stuk waarvan de openbaarmaking in een hypotheekkantoor vereist is, moet iedere vennootschap, vereniging of andere privaatrechtelijke rechtspersoon op wiens naam de openbaarmaking moet geschieden vermeld worden met de benaming, rechtsvorm, datum van de oprichtingsakte en de zetel van de vennootschap of de statutaire zetel, alsook met het ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, indien deze vennootschap, vereniging of rechtspersoon ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen. |
| De Koning kan de in dit artikel genoemde identificatieregels aanvullen. | De Koning kan de in dit artikel genoemde identificatieregels aanvullen. |
| Artikel 143 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - oude tekst | Artikel 143 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 |
| De hypotheekbewaarder mag weigeren het geheel van de formaliteit waarvan de openbaarmaking gevraagd is te vervullen of het gevraagde getuigschrift af te geven indien niet is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 139 tot 142. | De hypotheekbewaarder mag weigeren het geheel van de formaliteit waarvan de openbaarmaking gevraagd is te vervullen of het gevraagde getuigschrift af te geven indien niet is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 139 tot 142 of aan de door de Koning, krachtens artikel 144, 1° en 2°, vastgestelde vereisten. |
| Artikel 144 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - oude tekst | Artikel 144 van de hypotheekwet van 16 december 1851 - nieuwe tekst vanaf 10 januari 2014 |
| De Koning kan : | De Koning kan: |
| 1° de vereisten vaststellen waaraan de stukken bestemd voor hypothecaire openbaarmaking moeten voldoen, alsook de materiële vormen ervan; Hij kan inzonderheid het gebruik voorschrijven van formulieren waarvan het model bepaald wordt door de Minister van Financiën; | 1° voor de door Hem aangewezen stukken of categorieën van stukken bestemd voor hypothecaire openbaarmaking: a) de vereisten vaststellen waaraan ze moeten voldoen, alsook de materiële vormen van de hypothecaire openbaarmaking; Hij kan inzonderheid het gebruik voorschrijven van formulieren waarvan de minister van Financiën het model bepaalt; b) bepalen dat zij op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden aangeboden, alsmede de modaliteiten van hun aanbieding en van de uitvoering van de hypothecaire openbaarmaking. Hij kan daarbij afwijken van de bepalingen van de artikelen 83, 84, eerste lid, 3°, tweede lid, 1° en laatste lid, 89 en 126; c) bepalen dat ingeval van gedematerialiseerde aanbieding ervan, deze aanbieding moet worden vergezeld van gestructureerde metagegevens betreffende het stuk, waarvan in het bijzonder, voor elke partij bij de akte, haar identificatienummer in het Rijksregister of het haar in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid toegekende identificatienummer in het bisregister of, voor een rechtspersoon, zijn ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen; |
| 2° de materiële vormen en de inhoud bepalen van iedere aanvraag om een kopie, uittreksel of getuigschrift; Hij kan het gebruik voorschrijven van formulieren waarvan het model bepaald wordt door de Minister van Financiën; | 2° de materiële vormen en de inhoud bepalen van iedere aanvraag om een kopie, uittreksel of getuigschrift; Hij kan het gebruik voorschrijven van formulieren waarvan de Minister van Financiën het model bepaalt; de Koning kan voor de door Hem aangewezen aanvragen of categorieën van aanvragen, bepalen of zij op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden ingediend alsmede de modaliteiten van hun indiening; |
| 3° de vormvoorwaarden bepalen van de getuigschriften afgeleverd door de hypotheekbewaarders; | 3° de vormvoorwaarden bepalen van de kopieën, uittreksels of getuigschriften afgeleverd door de hypotheekbewaarders; de Koning kan bepalen dat de door Hem aangewezen kopieën, uittreksels of getuigschriften op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden afgeleverd, alsmede de modaliteiten van hun aflevering; |
A.2.4. Oude teksten / Geconsolideerde teksten van het B.W.
WIJZIGING VAN HET BURGERLIJK WETBOEK
| Artikel 1714 van het Burgerlijk Wetboek - oude tekst | Artikel 1714 van het Burgerlijk Wetboek - nieuwe tekst vanaf 1 februari 2014 |
| Behalve tegenstrijdige wettelijke bepalingen kan men huren bij geschrift of mondeling. | Behalve tegenstrijdige wettelijke bepalingen kan men huren bij geschrift of mondeling. |
| Elke schriftelijke huurovereenkomst moet, afgezien van alle andere modaliteiten, het volgende inhouden: 1° voor de natuurlijke personen, hun naam, hun eerste twee voornamen, hun woonplaats en hun datum en plaats van geboorte; 2° voor de rechtspersonen, hun maatschappelijke naam en, in voorkomend geval, hun ondernemingsnummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen; bij gebrek aan toekenning van het voormelde identificatienummer, wordt dit vervangen door hun maatschappelijke zetel. Indien aan een partij bij een dergelijke akte nog geen ondernemingsnummer is toegekend, bevestigt die partij dit in de akte of in een ondertekende aanvullende verklaring onderaan de akte. De partij die zijn verplichting tot identificatie met het in het tweede lid beoogde nummer niet nakomt, draagt alle gevolgen van het gebrek aan registratie van de huurovereenkomst. |
