Aanschrijving nr. 8 dd. 26.07.1985

AANSCHRIJVING 85/008

Aanschrijving nr. 8 dd. 26.07.1985


Wet van 27 december 1984

Het Belgisch Staatsblad van 29 december 1984 heeft de wet van 27 december 1984 (1) houdende fiscale bepalingen Van deze bepalingen is artikel 46 slechts in werking getreden op 1 juli 1985. Dit artikel wijzigt artikel 21, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde door een nieuw criterium van de plaats van de dienst in te voeren voor de verhuur een uit zijn aard roerend goed ander dan een vervoermiddel. na volgt een korte toelichting in verband met deze bepalingen.

1. Draagwijdte van de aangebrachte wijziging.

1. Onder de oude regeling die van toepassing was vóór 1 1985, bevond de plaats van de bedoelde verhuur (verhuur van werk- tuigen, computers, enz., met uitzondering van de verhuur van voermiddelen) zich in principe op de plaats waar de dienstverrichter was gevestigd, volgens het algemeen criterium vervat in artikel 21, § 2, van het BTW-Wetboek (plaats waar de verhuurder is gevestigd). Evenwel diende de plaats van gebruik van het verhuurde goed in aanmerking te worden genomen, wanneer het goed werd verhuurd :
- door een verhuurder die in de Europese Economische Gemeenschap is gevestigd op voorwaarde dat het goed door de verhuurder, of door een derde die voor diens rekening handelt, wordt uitgevoerd van een Lid-Staat van die Gemeenschap naar een andere Lid-Staat om daar te worden gebruikt;
- door een verhuurder die buiten die Gemeenschap is gevestigd, zonder andere voorwaarde (BTW-Wetboek, art. 21, § 2, 5°, opgeheven door voornoemd artikel 46).

2. Onder de nieuwe regeling die van toepassing is vanaf 1 juli 1985 bevindt de plaats van de bedoelde verhuur zich eveneens, in principe, op de plaats van vestiging van de dienstverrichter, d.w.z.

vestiging van de verhuurder (BTW-Wetboek, art. 21, § 2). Evenwel dient de plaats van vestiging van de gebruiker, d.w.z. van de huurder, in de zin van artikel 21, § 3, 7°, van het Wetboek, in aanmerking te worden genomen wanneer het goed is verhuurd :
- aan een huurder die buiten de Europese Economische Gemeenschap is gevestigd, zonder andere voorwaarde;
- aan een huurder die in die Gemeenschap is gevestigd doch buiten het land van de verhuurder, op voorwaarde dat de huurder het goed gebruikt voor de behoeften van zijn onderneming (BTW-Wetboek, art. 21, § 3, 7°, h, nieuw).

3. Hierbij wordt opgemerkt dat de regeling voor het bepalen van de plaats van de dienst voor de verhuur van vervoermiddelen niet werd gewijzigd en geregeld blijft door artikel 21, § 2 en § 3, 6°, van het BTW-Wetboek.

II. Bepaling van de plaats van de bedoelde verhuur, op het tijdstip van de wijziging van de regeling.

4. Om uit te maken of de plaats van de dienst ten gevolge van de wijziging van de geldende regeling moet worden bepaald rekening houdend met het oude of het nieuwe criterium, dient men zich te plaatsen op het tijdstip waarop het belastbare feit en de andere oorzaken van verschuldigdheid van de, BTW, die in voorkomend geval verschuldigd is ten aanzien van de verhuur, zich voordoen.

Het is immers op dat tijdstip dat, naargelang van de plaats van de dienst, het probleem van de belastbaarheid van de dienst zich stelt.

5. Het belastbaar feit van een verhuur van roerende goederen is bepaald in artikel 22, § 1, tweede lid, van het Wetboek. De verhuur is een doorlopende dienst die aanleiding geeft tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen en als voltooid wordt beschouwd bij het verstrijken van elke periode waarop een afrekening of betaling betrekking heeft. Wanneer enkel rekening moet gehouden worden met het belastbaar feit, is het nieuwe criterium ten aanzien van bedoelde verhuur bijgevolg van toepassing wanneer die periode na 30 juni 1985 verstrijkt.

Deze principiële regeling die gesteund is op het belastbaar feit kan evenwel niet toepasselijk zijn wanneer met betrekking tot de bedoelde periode, die verstrijkt na 30 juni 1985, oorzaken van verschuldigdheid zoals bepaald in artikel 22, § 2, van het Wetboek (facturering, betaling of contractueel verval van de huurtermijn of een gedeelte ervan) zich voor 1 juli 1985 voordoen. In dat geval blijft tot beloop van de gefactureerde, betaalde of vervallen sommen het oude criterium van toepassing om te bepalen of de verhuur belastbaar is.