Circulaire nr. Ci.R.9 F/565.592 (AOIF 35/2006) d.d. 11.08.2006

CIRC 11.08.06/2

Circulaire nr. Ci.R.9 F/565.592 (AOIF 35/2006) dd. 11.08.2006


GRENSARBEIDER
Drukwerk 276 Front./Grens
Franse grensarbeider in België

INDIVIDUELE FICHE
Bij verdrag vrijgesteld inkomen
Fiche 281.10.

SAMENVATTENDE OPGAVE
Opgave 325.10.


Art. 11, (2), c, van het Belgisch - Frans dubbelbelastingverdrag van 10.3.1964 heeft een grensarbeidersregeling geïnstalleerd teneinde te kunnen nagaan of alle voorwaarden verbonden aan het verlenen van deze regeling zijn vervuld, werd een nieuw document 276 Front./Grens. opgesteld. De huidige circulaire herhaalt de principes van de grensarbeidersregeling en licht dit nieuwe formulier toe.

Aan alle ambtenaren van deniveaus A, B en C van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (sector directe belastingen) en van de Administratie van de bijzondere belastinginspectie.

I. INLEIDING
1. De centrale diensten van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit hebben vastgesteld dat de grensarbeidersregeling vaak ten onrechte werd verleend aan Franse inwoners die in België werken maar niet aan de voorwaarden voldoen die hen toelaten om aanspraak te maken op het statuut van grensarbeider.

Teneinde gemakkelijker te kunnen nagaan of alle voorwaarden verbonden aan het verlenen van de grensarbeidersregeling zijn vervuld, werd een nieuw document 276 Front./Grens. opgesteld.

Het is de bedoeling van de huidige circulaire om de principes van de grensarbeidersregeling te herhalen en dit nieuwe formulier toe te lichten.

II. PRINCIPE VAN DE GRENSARBEIDERSREGELING
2. Ter herinnering, de regeling werd ingesteld door art. 11, (2), c), van het dubbelbelastingverdrag (hierna DBV) op 10.3.1964 afgesloten met
Frankrijk, zoals vervangen door artikel 1, 1 van het Avenant ondertekend op 8.2.1999, en heeft betrekking op de werknemers die hun duurzaam tehuis hebben in de grensstreek van een verdragsluitende Staat en die hun dienstbetrekking uitsluitend uitoefenen in de grensstreek van de andere verdragsluitende Staat. De bezoldigingen van grensarbeiders zijn belastbaar in hun woonstaat. Voor een goed begrip van de grensarbeidersregeling, is het ten zeerste aangeraden om de volgende circulaires te raadplegen :

  • circulaire van 28.5.1998 (nrs. 8 tot 10), Ci.R.9 F/475.126 : loontrekkenden die dienst doen op bepaalde voertuigen in internationaal verkeer;
  • circulaire van 26.10.2000 (punt III), AFZ/Intern. IB/96.0470 : algemeenheden;
  • circulaire van 14.1.2004, Ci.R.9 F/554.009 : gemeenten behorend tot de grensstreek en enkele bijzonderheden;
  • circulaire van 25.5.2005, AFZ/2005/0652 (Bijlage II, punt 3) : herhaling van de principes.
3. Voor wat de werknemers betreft die hun duurzaam tehuis in de Franse grensstreek hebben en die in de Belgische grensstreek werken, hebben de talrijk vastgestelde misbruiken hoofdzakelijk betrekking op het probleem van het "verlaten van de grensstreek" enerzijds en op het fiscaal frauduleuze mechanisme dat erin bestaat een fictief duurzaam tehuis in Frankrijk te bezitten anderzijds. Bovendien mag de problematiek van de werkgevers van de overheidssector niet genegeerd worden.

4. Wat het probleem van het "verlaten van de grensstreek" betreft, is het nuttig vooreerst het principe in herinnering te brengen volgens hetwelk de plaats waar de dienstbetrekking wordt uitgeoefend, zich uitsluitend in de grensstreek moet bevinden. Onder "plaats van activiteit" moet men verstaan de plaats waar de activiteit fysiek wordt uitgeoefend en niet de plaats van waaruit de werknemer zijn dienst aanvangt of waar de maatschappelijke zetel van de werkgever of nog de burelen van het uitzendbureau gelokaliseerd zijn.

5. In het verleden en voor de inwerkingtreding van het Avenant van 8.2.1999 heeft de Belgische administratie in "bepaalde situaties" de zogenaamde "45-dagen" regel toegepast die toeliet dat de loontrekkenden die in de Franse grensstreek woonden en zeer occasioneel buiten de Belgische grensstreek werkten, toch het statuut van grensarbeider behielden en in Frankrijk werden belast.

De inwerkingtreding van het Avenant (dat wordt toegepast op inkomsten die werden verkregen, verwezenlijkt, betaald of toegekend vanaf 1.1.1999) heeft niettemin een einde gesteld aan deze praktijk die al afweek van de oude tekst van artikel 11, (2), c) van het DBV en die niet werd gevolgd door de Franse fiscale administratie. Deze heeft deze verdragsbepaling altijd op strikte wijze bekeken, zonder enige tolerantie wat het eventueel verlaten van de grensstreek betreft. In antwoord op verschillende parlementaire vragen heeft de Franse minister trouwens telkens gezegd dat de grensarbeidersregeling geen enkele afwijking toestaat. Sinds de inwerkingtreding van het Avenant, past de Belgische administratie van zijn kant deze "45-dagen" regel niet meer toe, maar wel de strikte regels van de grensarbeidersregeling die recent werden herhaald in de circulaires van 14.1.2004 (nr. Ci.R.9 F/554.009) en van 25.5.2005 (AFZ/2005/652). Immers, het Avenant van 8.2.1999 betekent een nieuwe juridische norm die niet alleen het oude art. 11, (2), c) vervangt maar die natuurlijk eveneens de praktijken en interpretaties gebaseerd op deze oude tekst ongedaan maakt.

6. Sinds 1999 bestaat het standpunt van de Belgische administratie erin om de grensarbeidersregeling te weigeren aan elke inwoner van de Franse grensstreek die zijn beroepsactiviteit fysiek buiten de Belgische grensstreek uitoefent. Het is belangrijk er de aandacht op te vestigen dat één enkele in België gewerkte dag buiten de grensstreek volstaat opdat alle door deze belastingplichtige in de loop van het belastbaar tijdperk ontvangen bezoldigingen onderhevig worden aan belasting in België.

Voorbeelden
Gedurende het volledige jaar 2005 werkt een arbeider die een duurzaam tehuis in de Franse grensstreek heeft, in België (gewoonlijk in de Belgische grensstreek) voor een Frans bouwbedrijf. Deze arbeider werkt één dag buiten de grensstreek op een werf in Brussel. Het geheel van zijn bezoldigingen van 2005 zal belastbaar zijn in België (wat de bouwsector betreft, werd dit standpunt bevestigd door de Minister in zijn antwoord op de PV nr. 11110 gesteld op 30.3.2006 door Mevr. de Volksvertegenwoordiger PIETERS).

In 2005 werkt een financieel directeur woonachtig in de Franse grensstreek op de maatschappelijke zetel van een Belgische vennootschap gelegen in de Belgische grensstreek. Eénmaal per jaar moet deze financieel directeur deelnemen aan een vergadering in de lokalen te Brussel van het coördinatiecentrum van de groep waartoe zijn werkgever behoort. Deze financieel directeur zal geen recht hebben op de grensarbeidersregeling en het geheel van zijn bezoldigingen van 2005 zal belastbaar zijn in België.

7. De administratie (en in de eerste plaats de taxatiediensten verantwoordelijk voor de verificatie van de fiscale situatie van de werkgever) zal in het bijzonder aandacht hebben voor de verificatie van de voorwaarde dat de activiteit uitsluitend in de grensstreek moet worden uitgeoefend. Het past natuurlijk voortdurend aandacht te hebben voor alle werkgevers wiens activiteit een zekere mobiliteit van hun werknemers insluit. Zoals hierboven reeds verduidelijkt, werden op dit gebied al zeer talrijke misbruiken vastgesteld en het is absoluut noodzakelijk dat slechts die personen van de grensarbeidersregeling genieten die werkelijk aan de gestelde voorwaarden voldoen.

8. Wordt echter niet als het "verlaten van de grensstreek" beschouwd, wat het verlies van de grensarbeidersregeling meebrengt voor een inwoner van de Franse grensstreek : vooreerst de activiteit uitgeoefend in Frankrijk of op het grondgebied van derde Staten; vervolgens ook het uiterst uitzonderlijk "verlaten van de grensstreek" in België en buiten het kader van de normale activiteit. Voor de laatstgenoemde vorm van "verlaten van de grensstreek" geeft de bijlage II van de circ. AFZ/2005/0652 van 25.5.2005 enkele voorbeelden (1 of 2 dagen opleiding, vakbondsverrichtingen, …).

9. De verandering van werkgever brengt slechts het verlies van de grensarbeidersregeling mee voor het gedeelte van het belastbaar tijdperk voor hetwelk de werknemer de voorwaarden van de grensarbeidersregeling niet meer vervult. Deze situatie moet onderscheiden worden van de verhuis van de werkgever naar een plaats buiten de grensstreek of van de aanstelling van de werknemer in een betrekking (voor dezelfde werkgever) buiten de grensstreek. In deze laatste twee gevallen verliest de werknemer het recht op de grensarbeidersregeling voor het geheel van het belastbaar tijdperk waarin de verhuis of de aanstelling zich heeft voorgedaan.

Voorbeelden
Op 1 juni 2005 verandert een werknemer woonachtig in de Franse grensstreek van werkgever en werkt voortaan in Brussel. Daarvoor werkte hij uitsluitend in de Belgische grensstreek. Zijn bezoldigingen zullen belastbaar zijn in België vanaf 1 juni 2005.

Op 1 december 2005 verhuist de werkgever van een grensarbeider naar Brussel. Het geheel van de bezoldigingen van het belastbaar tijdperk 2005 zal in België belastbaar zijn bij toepassing van art. 11, (2), c) van het DBV.

10. Wat het probleem van "fictieve duurzame tehuizen" in de Franse grensstreek betreft, moeten de verschillende bevoegde taxatiediensten zich bijzonder waakzaam tonen. Aldus moet elk vertrek van een Rijksinwoner naar de Franse grensstreek aanleiding geven tot verificatie van de werkelijkheid van dat vertrek door de bevoegde controle personenbelasting. Bepaalde elementen kunnen een aanwijzing zijn van het feit dat het duurzaam tehuis zich nog altijd in België bevindt en niet in de Franse grensstreek : de aanwezigheid van het huishouden in België, het feit dat men het onroerend goed aanhoudt dat in
België gelegen is en dat eerder bij het vertrek betrokken werd (afwezigheid van verhuur van dit goed)….

11. Het begrip van duurzaam tehuis impliceert dat een persoon een tehuis heeft ingericht en bestemd voor zijn persoonlijk gebruik en dit op duurzame wijze. Omdat de tekst van het art. 11, (2), c) van het DBV het enkelvoudig bezittelijk voornaamwoord "zijn" gebruikt ("zijn duurzaam tehuis"), kan men slechts besluiten dat het duurzaam tehuis het enige of het belangrijkste moet zijn. Vaak zal de vergelijking tussen het verblijf dat opgegeven wordt alsof het officieel door de belastingplichtige wordt betrokken en datgene dat officieus behouden wordt in België (of in Frankrijk buiten de grensstreek), toelaten om, dankzij de aldus ingezamelde feitelijke gegevens, het bestaan van een duurzaam tehuis in de Franse grensstreek te verwerpen.

Voorbeelden
Een belastingplichtige, voorheen een Rijksinwoner, is gedomicilieerd in de Franse grensstreek. Hij huurt er een hotelkamer die hij bij tussenpozen betrekt. Zo'n verblijf vormt normaal geen duurzaam tehuis.

Vier belastingplichtigen, collega's van het werk en vroeger Rijksinwoners, huren samen een klein appartement in de Franse grensstreek. Dit appartement wordt slechts door één belastingplichtige permanent betrokken. Voor de drie anderen vormt het geen duurzaam tehuis.

Een belastingplichtige, vroeger gedomicilieerd in een Franse gemeente die niet behoort tot de grensstreek, huurt een studio in de Franse grensstreek en domicilieert er zich. Haar echtgenoot en haar kinderen verblijven in de voormalige woning terwijl het huishouden blijft bestaan. Deze belastingplichtige beschikt niet over een duurzaam tehuis in de Franse grensstreek.

12. Om dit soort fraude te bestrijden, zullen buurtonderzoeken moeten uitgevoerd worden (eventueel met de hulp van de opsporingsdiensten) en kan ook beroep gedaan worden op de medewerking van de Franse belastingautoriteiten in het kader van de gegevensuitwisseling waarin onder andere wordt voorzien door artikel 20 van het DBV (de verzoeken moeten verstuurd worden naar de Dir. III/1 van de centrale diensten van de AOIF, North Galaxy, Toren A, 15 de verdieping, Koning Albert II-laan 33 bus 25 te 1030 Brussel).

13. De problematiek van de personen tewerkgesteld in Belgische overheidsdienst verdient eveneens de aandacht van de administratie. Op grond van art. 10, § 1 van het DBV zijn de bezoldigingen, uitgekeerd door de Belgische Staat (federale Staat, gewesten en gemeenschappen) of door publiekrechtelijke Belgische rechtspersonen die geen nijverheids- of handelsactiviteit uitoefenen (provincies, gemeenten, OCMW, intercommunales, …) wanneer ze zijn toegekend aan een inwoner van Frankrijk die hetzij de Belgische nationaliteit bezit, hetzij de nationaliteit van een derde Staat zonder tegelijkertijd een Franse onderdaan te zijn, in principe uitsluitend belastbaar in België.

De bepalingen van art. 11 van het DBV worden inderdaad slechts toegepast onder voorbehoud van de bepalingen van art. 10. De bepalingen van art. 10 moeten derhalve bij voorrang toegepast worden op die van art. 11. Artikel 10 heeft betrekking op alle bezoldigingen toegekend aan belastingplichtigen tewerkgesteld in de overheidssector (geen handels- of nijverheidsactiviteit) in de ruime betekenis van het woord : hier worden zowel de personen bedoeld die werken als statutair ambtenaar of beambte van openbare diensten als diegenen die werken in het kader van een arbeidsovereenkomst (contractuele personeelsleden), evenals het personeel van het vrij gesubsidieerd onderwijs (zie in die zin Cass. 27.5.1993).

Op het in het voorgaande punt uiteengezette principe bestaan twee uitzonderingen :

  • de bezoldigingen uitgekeerd aan een inwoner van Frankrijk door een Belgisch publiekrechtelijk rechtspersoon die een handels- of nijverheidsactiviteit uitoefent (de Post, Belgacom, de NMBS, …) : vallend onder art. 11 van het DBV kunnen deze bezoldigingen eveneens vallen onder het toepassingsgebied van de grensarbeidersregeling vanaf het ogenblik dat de begunstigde de voorwaarden vervult wat zijn woonplaats en zijn plaats van activiteit betreft;
  • de bezoldigingen uitgekeerd aan een inwoner van Frankrijk die uitsluitend de Franse nationaliteit bezit, door de Belgische Staat of een Belgisch publiekrechtelijk rechtspersoon die geen handels- of nijverheidsactiviteit uitoefent : krachtens een akkoord gesloten tussen de bevoegde Belgische en Franse autoriteiten komt de heffingsbevoegdheid over dergelijke bezoldigingen toe aan Frankrijk, welk ook de plaats is waar de woonplaats van de begunstigde op het Franse grondgebied gelokaliseerd is (in omgekeerde richting zijn de bezoldigingen uitgekeerd aan een inwoner van België die uitsluitend de Belgische nationaliteit bezit, door de Franse Staat of een Frans publiekrechtelijk rechtspersoon die geen handels- of nijverheidsactiviteit uitoefent, uitsluitend in België belastbaar, welk ook de plaats is waar de woonplaats van de begunstigde op het Belgisch grondgebied gelokaliseerd is); deze bijzondere regeling zal binnenkort het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke commentaar.
Voorbeelden
Een onderwijzer bij de Franse Gemeenschap met de Belgische nationaliteit werkt in de Belgische grensstreek en woont in de Franse grensstreek. Zijn bezoldigingen zijn uitsluitend belastbaar in België op basis van art. 10, § 1 van het DBV.

Een belastingplichtige woonachtig in Valenciennes (Franse grensstreek) oefent zijn functie van ontvanger uit in een kantoor van de Post (die, ter herinnering, een handelsactiviteit uitoefent) in Doornik (Belgische grensstreek). Zijn bezoldigingen zijn uitsluitend belastbaar in Frankrijk op basis van de grensarbeidersregeling voorzien in art. 11, (2), c) van het DBV.

Een ambtenaar van de provincie Henegouwen bezit uitsluitend de Franse nationaliteit. Waar ook zijn woonplaats in Frankrijk is - binnen of buiten de grensstreek - de bezoldigingen van deze ambtenaar zijn belastbaar in Frankrijk op basis van het akkoord tussen de Belgische en de Franse fiscale administraties.

14. Er valt nog op te merken dat de grensarbeidersregeling niet kan worden toegepast op sommige rondreizende beroepen bedoeld in art. 11, (2), b), al.2 van voornoemd verdrag. Voor dit onderwerp wordt er verwezen naar de circulaire Ci.R.9 F/475.126 van 28.5.1998.

15. Tenslotte valt er ook nog op te merken dat, bij toepassing van art. 9, § 2 en van art. 11, (3), van het DBV, een beheerder van een Belgische NV of een zaakvoerder van een BVBA, een CVBA of een CVOA die bezoldigingen van een werknemer in loondienst voor andere functies dan zijn mandaat ontvangt en die inwoner van de Franse grensstreek is, niet van de grensarbeidersregeling zal kunnen genieten. Op grond van art. 11, § 1 van het DBV, zullen de voormelde bezoldigingen belastbaar zijn in België als de activiteit fysiek wordt uitgeoefend op Belgisch grondgebied.

III. VASTSTELLEN VAN DE HOEDANIGHEID VAN GRENSARBEIDER DOOR HET FORMULIER 276 FRONT./GRENS.
16. Om zijn hoedanigheid als grensarbeider vast te stellen, moet de werknemer die inwoner is van de Franse grensstreek een verklaring 276 Front./Grens. onderschrijven (de werknemer die inwoner is van de Belgische grensstreek onderschrijft een verklaring nr. 5206). Deze verklaring laat de werknemer toe een bezoldiging te verkrijgen die vrijgesteld is van de inhouding van belasting die zijn werkgever in theorie moet inhouden aan de bron (bedrijfsvoorheffing in België).

De werknemer vult kader I van het formulier 276 Front./Grens. in en geeft vervolgens de twee exemplaren aan zijn werkgever. Deze laatste vult kader II in en geeft beide exemplaren aan de werknemer terug. De werknemer legt de twee exemplaren voor aan de taxatiedienst van zijn woonplaats. De Franse taxatiedienst vervolledigt kader III met de vereiste verklaring, houdt het eerste exemplaar van het document en bezorgt het tweede terug aan de werknemer zodat die het aan zijn Belgische werkgever kan bezorgen.

17. De aanvraag moet elk jaar tijdig hernieuwd worden zodat het tweede exemplaar, voorzien van de verklaring van de Franse taxatiedienst, bij de werkgever toekomt vóór de betaling van de eerste bezoldiging van het jaar.

18. Een nieuwe aanvraag moet ingediend worden wanneer, in de loop van het jaar, de werknemer van werkgever verandert terwijl hij toch de hoedanigheid van grensarbeider behoudt. De aanvraag moet eveneens hernieuwd worden wanneer de werknemer in de loop van het jaar zijn duurzaam tehuis verhuist maar in de Franse grensstreek blijft.

19. Zowel de werknemer als de werkgever waken erover dat alle vermeldingen op het document vervolledigd worden. Zo zal bij gebrek aan relevante informatie (bv. "Belgisch nationaal nummer" voor een persoon die nooit in België gewoond heeft), de term "nihil" vermeld worden.

20. Als men de laatste alinea van art. 11, (2), c) van het DBV en art. 1, 2 van het Avenant van 8.2.1999 samenleest, blijkt dat het gebruik van het formulier 276 Front./Grens. noodzakelijk is om de hoedanigheid van grensarbeider vast te stellen. Bij gebreke hieraan kunnen de bezoldigingen in beide Staten belast worden :
  • in België, als werkstaat, op basis van art. 11, (1), van het DBV;
  • in Frankrijk, als woonstaat, op basis van de grensarbeidersregeling voorzien in art. 11, (2), c) van het DBV : immers, men kan nooit genoeg het feit benadrukken dat de grensarbeidersregeling van rechtswege van toepassing is vanaf het ogenblik dat de voorwaarden met betrekking tot de woonplaats en de plaats van activiteit van de werknemer zijn vervuld; of anders gezegd, het feit dat men een verklaring 276 Front./Grens. (of een verklaring nr. 5206) onderschrijft - of die niet onderschrijft - kan in geen
    enkel geval geïnterpreteerd worden als een keuze uitgedrukt door de werknemer om liever in de ene Staat belast te worden dan in de andere.
IV. VERPLICHTINGEN VAN DE WERKGEVER
Opstellen van een opgave en een individuele fiche
21. De op basis van een DBV vrijgestelde inkomsten (in dit geval, art. 11, (2), c) van het Belgisch-Frans verdrag) moeten opgenomen worden in een opgave 325.10 evenals op een individuele fiche 281.10.

22. Dit is tevens een gelegenheid om eraan te herinneren dat een duidelijk leesbare vermelding "Franse grensarbeider" zowel op de individuele fiche als op de samenvattende opgave moet voorkomen.

Verplichte bijlagen bij de opgave 325.10 voor een grensarbeider
23. De volgende bijlagen moeten verplicht bij de opgave 325.10 gevoegd worden :

  • het bewijsstuk, in dit geval het formulier 276 Front./Grens., dat de genieters van de vrijgestelde inkomsten hebben moeten teruggeven aan de schuldenaars om de inhouding van de bedrijfsvoorheffing te vermijden, moet in bijlage aan de samenvattende opgave 325.10 gevoegd worden;
  • vanaf 1 juli 2006 moet een aanvullende bijlage bij indiening van de opgave 325.10 gevoegd worden. Deze bijlage bestaat uit :
* ofwel enkel een verklaring van de werkgever die uitdrukkelijk bevestigt dat de persoon de Belgische grensstreek niet heeft verlaten tijdens het belastbaar tijdperk in kwestie binnen het normale kader van zijn beroepsactiviteiten;

* ofwel, ook nog, eventueel, een lijst die aanduidt hoeveel keer de werknemer uitzonderlijk en buiten het kader van de normale activiteit de Belgische grensstreek heeft verlaten en het doel van dit eventuele "verlaten van de grensstreek" (vakbondsverrichtingen, 1 of 2 dagen opleiding, doktersbezoek, …).

24. De bevoegde diensten (Documentatiecentra-bedrijfsvoorheffing, controles vennootschapsbelasting, controles personenbelasting en controlecentra) zullen erover waken dat deze documenten aan de opgave 325.10 worden toegevoegd. Bij gebrek aan de vereiste bijlagen zullen deze diensten systematisch de ontbrekende documenten opvragen.

25. Voor meer informatie omtrent de opgave 325.10 en de individuele fiches 281.10 wordt verwezen naar de brochure "Bericht aan de werkgevers en aan andere schuldenaars van aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen inkomsten".

V. OVERTREDINGEN INZAKE BEDRIJFSVOORHEFFING
26 . Onverminderd eventuele administratieve sancties, machtigt elke overtreding vastgesteld inzake bedrijfsvoorheffing in de loop van één van de vijf jaren voorafgaand aan het jaar van de vaststelling van de inbreuk de administratie de bedrijfsvoorheffing (BV) ten laste van de werkgever in te kohieren binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum van vaststelling van de inbreuk (artikel 358, § 1, 1° en § 2, 1° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992).

Dit kan het geval zijn als het formulier 276 Front./Grens. ontbreekt of onvolledig of foutief is opgemaakt. Het is belangrijk te verduidelijken dat, door het kader II van het formulier 276 Front./Grens. in te vullen, de werkgever bevestigt dat zijn werknemer uitsluitend en fysiek in de Belgische grensstreek heeft gewerkt. Indien tijdens het belastbaar tijdperk moest blijken dat deze loontrekkende in België buiten de grensstreek heeft gewerkt, dan behoort het tot de taak van zijn werkgever om de verschuldigde bedrijfsvoorheffing te storten vanaf het ogenblik dat hij het verlaten van de grensstreek vaststelt.

Een werkgever die nalaat te laten weten dat zijn werknemer de Belgische grensstreek heeft verlaten, begaat een overtreding die, behalve de inkohiering van de niet gestorte bedrijfsvoorheffing, ook de door art. 444 en volgende van het WIB 92 voorziene administratieve sancties tot gevolg kan hebben en zelfs, eventueel, in geval van valsheid in geschrifte, de strafrechterlijke sancties voorzien in de artikels 449 en volgende van het WIB 92.

VI. TERBESCHIKKINGSTELLING VAN HET NIEUWE FORMULIER 276 FRONT./GRENS.
27. Het nieuwe formulier 276 Front./Grens. zal beschikbaar zijn bij de Documentatiecentra - Bedrijfsvoorheffing.

Bergen :CAE, chemin de l'Inquiétude
7000 MONS
065/34.12.10/11
Brussel :Belliardstraat 45
1040 BRUSSEL
02/287.13.11
Denderleeuw :Kruisstraat 28
9040 DENDERLEEUW
053/64.04.00
Het nieuwe formulier 276 Front./Grens. is al beschikbaar op de portaalsite van de FOD Financiën (www.finform.fgov.be ).

Vanaf 1 juli 2006 zullen enkel de nieuwe formulieren 276 Front./Grens. aanvaard worden.
VII. CONTACTPERSONEN
28. Voor alle vragen : Wendy ROELANDT (tel. 0257/654.86), wendy.roelandt@minfin.fed.be ), Karin DECROO (tel. 0257/662.33), karin.decroo@minfin.fed.be ), van de Dir.III/1 van de centrale diensten van de AOIF.

Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Directeur,

J. FROGNIER