Erratum dd 05.03.2010 aan de circulaire nr. Ci.RH.331/563.457(AOIF Nr. 17/2005) dd 14.04.2005

Erratum dd 05.03.2010 aan de circulaire nr. Ci.RH.331/563.457(AOIF Nr. 17/2005) dd 14.04.2005

Personenbelasting

Berekening van de PB

Uitgave voor de vernieuwing van woningen

Vernieuwing van een woning in een zone voor positief grootstedelijk beleid

Toepassingsvoorwaarden van de vermindering voor uitgaven voor de vernieuwing van woningen

Aan alle ambtenaren.

I. INLEIDING

Hierna worden meerdere wijzigingen aan voornoemde circulaire met betrekking tot de belastingvermindering voor uitgaven voor vernieuwing van woningen in zones voor positief grootstedelijk beleid, medegedeeld.

II. VERLENGING VAN DE MAATREGEL

Het Koninklijk Besluit van 4 juni 2003 tot vastlegging van de zones voor positief grootstedelijk beleid in uitvoering van artikel 145^25, tweede lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) (BS 20.6.2003) legde deze zones slechts vast voor de jaren 2003 tot en met 2008. Ten gevolge van de recente wijziging aan het voornoemde Koninklijk Besluit, zijn deze zones nu vastgelegd voor de jaren 2003 tot en met 2011 (art. 1 van het Koninklijk Besluit van 18 december 2009 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 4 juni 2003 tot vastlegging van de zones voor positief grootstedelijk beleid in uitvoering van artikel 145^25, tweede lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 - BS 30.12.2009, Ed. 1).

III. BEPERKING IN FUNCTIE VAN HET FACTUURBEDRAG

De bepalingen met betrekking tot de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven en meer specifiek de bepalingen die de uitbreiding van het voordeel van de vermindering tot de huurder beogen, hebben de administratie tot meer soepelheid gedwongen met betrekking tot de uitgaven die in aanmerking kunnen genomen worden voor de berekening van deze vermindering.

Hoewel die uitbreiding tot de huurders geen betrekking heeft op de vermindering voor uitgaven voor vernieuwing van woningen in zones voor positief grootstedelijk beleid, vereist de gelijkenis tussen deze beide types van maatregelen een zekere uniformiteit in de behandeling van de in aanmerking te nemen uitgaven, zodat de soepelheid waarvan hiervoor sprake moet worden uitgebreid tot de uitgaven voor vernieuwing in zones voor positief grootstedelijk beleid.

Er werd inderdaad beslist om de in aanmerking genomen uitgaven voor de berekening van de belastingvermindering bij de belastingplichtige, niet te beperken in functie van het op zijn naam gefactureerde bedrag, maar om alle beoogde uitgaven die werkelijk door de belastingplichtige werden gedragen in rekening te brengen.

In die zin worden de volgende wijzigingen aangebracht :

- in nr. 15.5 van de circulaire van 14 april 2005 worden de woorden "die respectievelijk aan hen zijn gefactureerd en" geschrapt;

- in nr. 17.3 van dezelfde circulaire werd voorbeeld 3 aangepast zodat de door de belastingplichtige gedragen uitgaven niet meer beperkt worden in functie van zijn aandeel in het gefactureerde bedrag.

Voor alle duidelijkheid worden de hoofdstukken XII en XIV van de voornoemde circulaire vervangen door de hoofdstukken hierna. De presentatie van de voorbeelden werd aangepast en een 4e voorbeeld werd toegevoegd.

" XII. BEREKENING VAN DE VERMINDERING

15.1 De belastingvermindering is gelijk aan 15 % van de werkelijk tijdens het belastbaar tijdperk betaalde uitgaven.

15.2 Het totale bedrag van de belastingvermindering mag per belastbaar tijdperk en per woning niet meer dan 500 EUR (te indexeren basisbedrag) bedragen. Dit bedrag wordt na indexatie :

- 600 EUR voor het aanslagjaar 2004 (inkomsten 2003);

- 610 EUR voor het aanslagjaar 2005 (inkomsten 2004);

- 620 EUR voor het aanslagjaar 2006 (inkomsten 2005);

- 640 EUR voor het aanslagjaar 2007 (inkomsten 2006);

- 650 EUR voor het aanslagjaar 2008 (inkomsten 2007);

- 660 EUR voor het aanslagjaar 2009 (inkomsten 2008);

- 690 EUR voor het aanslagjaar 2010 (inkomsten 2009);

- 690 EUR voor het aanslagjaar 2011 (inkomsten 2010).

15.3. Indien de belastingplichtige bijvoorbeeld in 2003 achtereenvolgens twee woningen bezit en hij voor aanslagjaar 2009 uitgaven voor vernieuwing doet die, vóór de aftrekbeperking, aanleiding geven tot een belastingvermindering van 400 EUR (minder dan het maximumbedrag) voor de ene woning en van 700 EUR (meer dan het maximumbedrag) voor de andere woning, dan bedraagt zijn belastingvermindering na de aftrekbeperking 1.060 EUR (= 400 EUR + 660 EUR).

15.4. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het aandeel van elk van de echtgenoten in het kadastraal inkomen van de woning waarin de werken zijn uitgevoerd (zie nr. 6.3).

15.5. Wanneer een woning eigendom is van meerdere belastingplichtigen die als alleenstaanden worden belast, heeft ieder van hen recht op een belastingvermindering rekening houdend met de kosten die zij werkelijk hebben gedragen. In overeenstemming met hetgeen voor een gemeenschappelijke aanslag is bepaald en rekening houdend met het feit dat het maximumbedrag van 500 EUR (te indexeren basisbedrag) een maximumbedrag per woning is, zal dit bedrag in dat geval eveneens worden verdeeld in functie van het aandeel van elke belastingplichtige in de eigendom van het onroerend goed. Bij elke belastingplichtige wordt m.a.w. de belastingvermindering beperkt tot een bedrag van 500 EUR (te indexeren basisbedrag) vermenigvuldigd met zijn aandeel in de eigendom van de woning.

……..

XIV. VOORBEELDEN

17.1 Voorbeeld 1

De heer en mevrouw MARTENS zijn gehuwd en worden gezamenlijk belast. Ze zijn elk voor 50 % eigenaar van een woning gelegen te Brussel in een zone voor positief grootstedelijk beleid. Het gaat om een onroerend goed dat in 1985 werd gebouwd en dat ze samen in 1998 onder bezwarende titel hebben verkregen. Deze woning werd steeds bewoond.

De heer MARTENS gebruikt 1/3 van dat onroerend goed voor zijn beroepswerkzaamheid als advocaat.

De echtgenoten MARTENS doen een beroep op een geregistreerd aannemer om werken uit te voeren die aan alle voorwaarden beantwoorden om de belastingvermindering te verkrijgen.

Uitgaven betaald in 2008

- 5.500 EUR voor de plaatsing van dubbele beglazing, waarvan :

1.800 EUR in aanmerking wordt genomen als beroepskosten, gelet op de verdeling van de ramen en

1.500 EUR in aanmerking wordt genomen voor de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven.

- 1.200 EUR voor de vervanging van de tegelvloer.

Berekening van de belastingvermindering

5.500 EUR - 1.800 EUR - 1.500 EUR + 1.200 EUR = 3.400 EUR

3.400 EUR x 15 % = 510 EUR

Omdeling van de belastingvermindering over de echtgenoten

Bij de heer MARTENS :

510 EUR x 50 % = 255 EUR.

Bij mevrouw MARTENS :

510 EUR x 50 % = 255 EUR.

17.2 Voorbeeld 2

Zelfde gegevens als in voorbeeld 1, maar het gaat om een niet-gehuwd koppel, de heer MAES en mevrouw JANSEN, die afzonderlijk worden belast.

De facturen staan op beider naam en ze hebben elk 50 % betaald.

In aanmerking te nemen uitgaven

Bij de heer MAES :

6.700 EUR x 50 % = 3.350 EUR.

Bij mevrouw JANSEN :

6.700 EUR x 50 % = 3.350 EUR.

Berekening van de belastingvermindering

Bij de heer MAES :

3.350 EUR - 1.800 EUR (voor 100 % beroepskosten) - 750 EUR (energiebesparende uitgaven aan 50 %) = 800 EUR

800 EUR x 15 % = 120 EUR.

Bij mevrouw JANSEN :

3.350 EUR - 750 EUR (energiebesparende uitgaven aan 50 %) = 2.600 EUR

2.600 EUR x 15 % = 390 EUR, te beperken tot 330 EUR (660 EUR x 50 %).

17.3 Voorbeeld 3

Zelfde gegevens dan in voorbeeld 2, maar de heer MAES is voor 2/3 eigenaar van de woning en mevrouw JANSEN voor 1/3.

In aanmerking te nemen uitgaven

Bij de heer MAES :

6.700 EUR x 50 % = 3.350 EUR.

Bij mevrouw JANSEN :

6.700 EUR x 50 % = 3.350 EUR.

Berekening van de belastingvermindering

Bij de heer MAES :

3.350 EUR - 1.800 EUR (voor 100 % beroepskosten) - 750 EUR (energiebesparende uitgaven aan 50 %) = 800 EUR

800 EUR x 15 % = 120 EUR.

Bij mevrouw JANSEN :

3.350 EUR - 750 EUR (energiebesparende uitgaven aan 50 %) = 2.600 EUR

2.600 EUR x 15 % = 390 EUR, te beperken tot 220 EUR (660 EUR x 1/3).

17.4 Voorbeeld 4

Zelfde gegevens dan in voorbeeld 2, maar de factuur is opgemaakt op naam van mevrouw JANSEN en werd volledig betaald door de heer MAES.

In aanmerking te nemen uitgaven

Bij de heer MAES :

6.700 EUR.

Bij mevrouw JANSEN :

0 EUR.

Berekening van de belastingvermindering

Bij de heer MAES :

6.700 EUR - 1.800 EUR (voor 100 % beroepskosten) - 1.500 EUR (energiebesparende uitgaven aan 100 %) = 3.400 EUR

3.400 EUR x 15 % = 510 EUR, te beperken tot 330 EUR (660 EUR x ½).

Bij mevrouw JANSEN :

Mevrouw JANSEN heeft geen recht op de vermindering aangezien ze geen enkele uitgave gedragen heeft."

IV. UITBREIDING TOT NAAKTE EIGENAARS

Er wordt een belastingvermindering verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor de vernieuwing van een woning gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid en waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is.

Wat de notie "eigenaar" betreft, heeft de Minister van Financiën en Institutionele Hervormingen beslist dat, in het kader van de artikels 145^24, 145^25 en 145^31, WIB 92, en andere gelijkaardige maatregelen (zoals bijvoorbeeld de groene leningen gedefinieerd door artikel 2 van de Economische Herstelwet van 27 maart 2009, Belgisch Staatsblad van 7 april 2009), het begrip eigenaar eveneens de naakte eigenaar omvat.

Bijgevolg is nr. 6.1, derde alinea van voornoemde circulaire niet meer van toepassing.

Het feit dat de naakte eigenaar de woning niet zelf bewoont, vormt geen beletsel voor de toekenning van deze belastingvermindering.

In het geval dat zowel de vruchtgebruiker als de naakte eigenaar uitgaven doen die in aanmerking komen voor de belastingvermindering overeenkomstig art. 145^25, WIB 92, kunnen beiden de belastingvermindering verkrijgen, elk ten belope van de eigen uitgaven (in voorkomend geval beperkt tot het maximumbedrag). De belastingverminderingen worden dan afzonderlijk berekend, enerzijds voor de vruchtgebruiker en anderzijds voor de naakte eigenaar.

In het geval meerdere belastingplichtigen naakte eigenaar of vruchtgebruiker zijn van eenzelfde woning, moet de grens van 500 EUR (niet geïndexeerd) per woning proportioneel verminderd worden tot het aandeel, al naargelang het geval, in de naakte eigendom of in het vruchtgebruik van de woning. Elke belastingplichtige ziet zijn belastingvermindering m.a.w. teruggebracht tot het grensbedrag vermenigvuldigd met zijn aandeel in de naakte eigendom of het vruchtgebruik van de woning.

Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d. :

De Directeur,

S. QUINTENS