Circulaire nr. Ci.RH.241/590.395 (AOIF 5/2008) d.d. 21.02.2008


LOONFICHE
Fiche 281.10

PERSONENBELASTING
Aangifte in de PB
Invulling van de aangifte

VERGOEDING
Vergoeding voor reiskosten voor woon-werkverkeer
Vrijgestelde vergoeding


Voor de werknemer wiens beroepskosten overeenkomstig art. 51, WIB 92 forfaitair worden bepaald, worden de vergoedingen door de werkgever toegekend als terugbetaling of betaling van de reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling met het openbaar gemeenschappelijk vervoer voor het volledige bedrag vrijgesteld overeenkomstig de bepalingen van art. 38, § 1, eerste lid, 9°, a, WIB 92.

Afschrift van de hierna vermelde brief wordt gericht aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C voor kennisgeving en naricht.

Voor de administrateur Kleine en
Middelgrote Ondernemingen :
De Directeur,

S. QUINTENS

---------------------------------------------------------------------- -------------------------------------------------------

Federale
Overheidsdienst
FINANCIEN
Brussel, 4 februari 2008
BELASTINGEN EN INVORDERINGcorrespondentieadres
North Galaxy
Koning Albert II-laan 33 - bus 22, 1030 BRUSSEL
Administratie van de ondernemings- en
inkomensfiscaliteit, sector directe belastingen
Centrale diensten

KBC GROEP
Stafdirectie Fiscale Zaken
T.a.v. Marijke MOYAERT
uw bericht van
4 januari 2008
uw kenmerk
ons kenmerk
Ci.RH.241/586.187
bijlage(n)
InkomstenbelastingenGeachte mevrouw Moyaert,

In antwoord op uw onder referte vermelde e-mail m.b.t. de documentatieplicht inzake de vergoeding voor woon-werkverkeer met het openbaar vervoer, heb ik de eer u het volgende mede te delen.

Er is vastgesteld dat er nog steeds onduidelijkheid bestaat wanneer het in vak 12, rubriek c, (Ander vervoermiddel) van de loonfiche 281.10 vermelde bedrag (ook) vergoedingen bevat die betrekking hebben op woon-werkverplaatsingen afgelegd met het openbaar gemeenschappelijk vervoer, maar die de werkgever niet in vak 12, rubriek a, (Openbaar gemeenschappelijk vervoer) van de loonfiche 281.10 heeft vermeld omdat hij niet heeft kunnen vaststellen dat de toegekende vergoedingen betrekking hebben op de betaling of terugbetaling van kosten van woon-werkverplaatsingen met het openbaar gemeenschappelijk vervoer.

Om die reden zullen de hieronder aangehaalde principes nog eens ter herinnering worden gebracht aan de taxatiediensten directe belastingen van de FOD Financiën.

De vergoedingen door de werkgever toegekend als betaling of terugbetaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling zijn in beginsel belastbare voordelen en moeten dus ook voorkomen op de fiche 281.10.

Voor de werknemer wiens beroepskosten overeenkomstig artikel 51 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) forfaitair worden bepaald, worden de vergoedingen door de werkgever toegekend als terugbetaling of betaling van de reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling met het openbaar gemeenschappelijk vervoer, voor het volledige bedrag vrijgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 38, § 1, eerste lid, 9°, a, WIB 92.

Volgens het "bericht aan de werkgevers en aan de andere schuldenaars van aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen inkomsten, lonen, fiche 281.10 - opgave 325.10, inkomsten 2006", consulteerbaar via http://www.fiscus.fgov.be/interfaoifnl/Werkgevers/Fichesopgaven/fichesopgaven.htm, mag de werkgever in vak 12, rubriek a van voornoemde fiche alleen de vergoedingen invullen waarvan hij kan vaststellen dat ze betrekking hebben op de betaling of terugbetaling van de kosten voor de woonwerk-verplaatsingen met het openbaar gemeenschappelijk vervoer. Dit is inzonderheid het geval voor reiskosten die de werkgever rechtstreeks aan een maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer betaalt (in het kader van het zogenaamde derdebetalerssysteem) of voor zover de werknemer t.o.v. zijn werkgever kan aantonen (bv. aan de hand van een al dan niet regelmatig abonnement, losse tickets, meerrittenkaarten …) dat de vergoedingen op dergelijke reiskosten betrekking hebben (blz. 27 van voornoemd bericht).

In geval de werkgever niet kan vaststellen dat de betaling of terugbetaling betrekking heeft op het gebruik van het openbaar vervoer of andere transportmiddelen, voorziet voornoemd bericht dat het totale jaarbedrag moet ingevuld worden in het vak 12, rubriek c. (blz. 31 van voornoemd bericht). Dit kan het geval zijn bij forfaitaire vergoedingen, waarbij de werkgever het aan de werknemer overlaat om het transportmiddel te kiezen. Overeenkomstig uw e-mail past KBC die regel correct toe.

In dat geval is het evenwel aan de betrokken werknemer om een volledige opdeling van de vergoeding te maken en, mits voorlegging van de bewijzen, het gedeelte dat betrekking heeft op het openbaar gemeenschappelijk vervoer in zijn aangifte in de personenbelasting te vermelden als een volledig vrij te stellen bedrag. Op blz. 29 van de toelichting bij de aangifte in de personenbelasting (AJ 2007 - inkomsten 2006) wordt hierbij expliciet verwezen naar een attest van de openbare vervoersmaatschappij.

Hoogachtend,

Voor de administrateur Kleine en
Middelgrote Ondernemingen,

(w.g.) P. GYSEN
De Eerste Attaché van financiën

Aanvullende informatie betreffende deze briefwisseling kan verkregen worden bij:
Centrale Diensten - Directie I/5A :
fax 0257/99536
.be