Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 9e afl. dd. 24.03.1993

CIRC 24.03.93/1

Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 9e afl. dd. 24.03.1993


Bull. nr. 727, pag. 1164

BEROEPSKOSTEN
Interest

FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Beroepskosten
Mate van aftrekbaarheid van interesten van geleende en voor de
uitoefening van de beroepswerkzaamheid gebruikte kapitalen.


MATE VAN AFTREKBAARHEID VAN INTERESTEN VAN GELEENDE EN VOOR DE UITOEFENING VAN DE BEROEPSWERKZAAMHEID GEBRUIKTE KAPITALEN

INHOUDSTABEL I. WETTEKST I/601 II. ALGEMEEN I/602 III. COMMENTAAR A. Regel I/604 B. Marktrente I/605 C. Bewijslast I/608 D. Tijdstip van beoordeling I/609 E. Uitzonderingen I/610 IV. INWERKINGTREDING I/611 I. WETTEKST

W. 28.07.1992

Art. 9

I/601

Het eerste lid van art. 55, WIB 92 wordt vervangen door de volgende bepaling :

"Interest van obligaties, leningen, schulden, deposito's en andere effecten ter vertegenwoordiging van leningen worden slechts als beroepskosten aangemerkt in zover zij niet hoger zijn dan een bedrag dat overeenstemt met de overeenkomstig de marktrente geldende rentevoet rekening houdend met de bijzondere gegevens eigen aan de beoordeling van het aan de verrichting verbonden risico en inzonderheid met de financiële toestand van de schuldenaar en met de looptijd van de lening".

II. ALGEMEEN

I/602

Overeenkomstig de vroeger tekst van art. 55, eerste lid, WIB 92 werd de mate van aftrekbaarheid van sommige interesten bepaald aan de hand van een bij KB vastgestelde referentierentevoet, verhoogd met 3 punten (*).

(*) Zie circ. 27.03.1992 en add. 07.05.1992, Ci.D.19/416.334 (25e aflevering - Fiscale bepalingen 1989).

I/603

Voortaan wordt de grens niet meer eenvormig vastgesteld, maar is het de belastingplichtige die moet bewijzen dat de interest die hij betaalt niet hoger is dan de marktrente rekening houdend met de omstandigheden van de bekomen kredietverstrekking. Van een verhoging met 3 punten is daarbij geen sprake meer.

III. COMMENTAAR

A. Regel

I/604

Overeenkomstig de nieuwe redactie van art. 55, eerste lid, WIB 92 wordt de interest van obligaties, leningen, schulden, deposito's en andere effecten ter vertegenwoordiging van leningen slechts als beroepsuitgave aangemerkt in zover hij niet hoger is dan een bedrag dat overeenstemt met de overeenkomstig de marktrente geldende rentevoet rekening houdend met de bijzondere gegevens eigen aan de beoordeling van het aan de verrichting verbonden risico en inzonderheid met de financiële toestand van de schuldenaar en met de looptijd van de lening.

M.a.w. de betaalde interest wordt als beroepskost verworpen in de mate dat hij de marktrente te boven gaat.

B. Marktrente

I/605

Er wordt afgestapt van de regeling die erin bestond de maximuminterest te bepalen op grond van een vast percent verhoogd met drie punten.

Voortaan moet voor elke kredietverrichting (obligatie- of andere lening, schuld, deposito, enz.) concreet worden bepaald welke de normale interest of financieringslast is berekend volgens marktrente.

I/606

De aldus bepaalde als beroepskost aftrekbare maximumlast moet voor elke belastingplichtige en voor elke kredietverrichting afzonderlijk worden bepaald, daarbij rekening houdende met de voorhanden zijnde criteria die de hoogte van de financiële vergoeding kunnen opdrijven.

Als algemene beoordelingscriteria moeten worden aangemerkt :

  • de aard van het krediet (lening, deposito, handelsschuld, enz.);
  • het bedrag en de looptijd ervan;
  • het risico dat voor de kredietverstrekker voortvloeit uit de verrichting en afhankelijk is van :
  • het al dan niet voorhanden zijn van door de schuldenaar verstrekte waarborgen (hypotheek, pand, enz.);
  • de kredietwaardigheid van deze laatste (financiële toestand, solvabiliteitsgraad, verhouding tussen eigen en vreemde middelen, bestaande schuldenlast, enz. ).


Als het gaat om een buitenlandse schuld moet ook nog rekening worden gehouden met de factoren die eigen zijn aan de munt waarin die schuld is uitgedrukt (inzonderheid rentestand en inflatiegraad in het land van uitgifte).

I/607

Ter illustratie wordt nog gewezen op de volgende passage uit de voorbereidende werken :

Memorie van Toelichting : "de aftrek (wordt) beperkt in functie van de werkelijk toegepaste marktrente waarbij rekening kan worden gehouden met de financiële toestand van de schuldenaar op het stuk van waarborgen en de looptijd, de aard en het bedrag van de lening. De marktrente is die van een eerste rang schuldenaar en wordt uiteraard verhoogd zodra het risico van insolvabiliteit van de ontlener stijgt." (Kamer, St. 444/1 - 91/92, p. 7);

Verslag van de Senaatscommissie voor de Financiën : "De Minister verklaart dat vanzelfsprekend ook andere criteria (*) in aanmerking worden genomen. Hij wijst op de term "inzonderheid" in de tekst, hetgeen duidelijk betekent dat ook met andere elementen rekening moet worden gehouden.

Het gaat om alle bijzondere gegevens die nodig zijn om het aan de verrichting verbonden risico te beoordelen" (St. 425 - 2 - B.Z. 1991-1992, p. 79).

(*) Noot : andere dan die welke in de wet zijn aangeduid.

C. Bewijslast

I/608

Overeenkomstig art. 49, WIB 92 berust de bewijslast bij de belastingplichtige. Hij moet de taxatieambtenaar de redelijke overtuiging bijbrengen dat de rente die hij betaalt niet hoger ligt dan de marktrente rekening houdend met de feitelijke omstandigheden van het bekomen krediet.

Het is precies de bedoeling, aldus de Minister van Financiën, het de belastingplichtige mogelijk te maken te bewijzen dat hij geen krediet tegen betere voorwaarden heeft kunnen verkrijgen (Kamer, St. 444/9 -91/92, p. 134).

D. Tijdstip van beoordeling

I/609

De bepalingen van art. 55, tweede lid, WIB 92 blijven ongewijzigd van toepassing (*).

(*) Zie eveneens nr. I/375, circ. 27.03.1992, Ci.D.19/416.334 ( 25e aflevering - Fiscale bepalingen 1989).

Dit betekent dat om vast te stellen in welke mate de grens van aftrekbaarheid van de interest eventueel is overschreden, als rentevoet in aanmerking moet worden genomen :

  • ofwel de rentevoet die wordt toegepast op de datum waarop de geleende of in deposito ontvangen sommen inkomsten beginnen op te brengen;
  • ofwel wanneer in de overeenkomst een veranderlijke rente of een indexering is bedongen, de rentevoet die wordt toegepast op de vervaldag van de inkomsten of de rentevoeten die eventueel achtereenvolgens van toepassing zijn in de loop van het tijdvak waarop de inkomsten betrekking hebben.


E. Uitzonderingen

I/610

Bij voortduur wordt geen beperking toegepast op interest die wordt betaald :

  • door bepaalde banken, kredietinstellingen en spaarkassen (zie Com.IB 44/50.4);
  • ingevolge openbaar uitgegeven obligaties en andere soortgelijke effecten van leningen;
  • aan Belgische bank- en kredietinstellingen (*) (cf. ongewijzigd art. 56, WIB 92).


(*) Zie eveneens nr. I/376 van dezelfde circ.

IV. INWERKINGTREDING

I/611

De hierboven besproken nieuwe begrenzing is van toepassing op de vanaf 01.01.1992 betaalde of toegekende interest (art. 47, § 5, W. 28.07.1992).

Hierbij heeft het geen belang wanneer het betreffende contract van lening, enz. werd afgesloten (vóór of na de bovenvermelde datum).

Dit heeft tot gevolg dat wat leningen, enz. betreft die ingegaan zijn vóór 01.01.1992 van de oude beperkingsregel (rente bepaald bij KB en verhoogd met 3 punten) moet overgestapt worden naar de nieuwe beperkingsregel (marktrente).

De i.v.m. die leningen vanaf 01.01.1992 betaalde of toegekende interesten moeten dus beoordeeld worden volgens de marktrente, niet op laatstbedoelde datum, maar wel op het tijdstip omschreven in nr. I/609 (voor vastrentende leningen is dit normaal de datum van waarop de rente begint te lopen).

Het is dus niet uitgesloten dat een rente die tot 31.12.1991 moest beperkt worden, na die datum volledig aftrekbaar is; het omgekeerde is uiteraard evenmin uitgesloten.