Circulaire nr. Ci.RH.26/431.795 dd. 18.09.1991

CIRC 18.09.91/1

Circulaire nr. Ci.RH.26/431.795 dd. 18.09.1991


Bull. nr. 710, pag. 2514

GEZINSLASTEN
Kinderen ten laste.

HERVORMINGSWET 1988
Kosten van kinderoppas.

KOSTEN VAN KINDEROPPAS
Bedrag van de aftrek.
Bewijsstukken.
Voorwaarden van aftrekbaarheid.


Aanvullende richtlijnen voor het invullen van het attest inzake kosten voor oppas van kinderen van minder dan drie jaar.

Inhoudstabel Nr. I. Algemeen 1 II. Jaar waarvoor het attest moet worden opgesteld 2 - 3 III. Kosten voor thuisoppas van zieke kinderen 4 IV. Identiteit van de schuldenaar van de kosten (vak II, rubriek 2 van het attest) 5 - 6 V. Tijdperk, aantal oppasdagen, tarief, totaal ontvangen bedrag (vak II, rubrieken 5, 6, 7 en 8 van het attest) 7 - 9 VI. Vervanging van vak II van het attest door afzonderlijke bijlage 10 I. Algemeen

1. Het hoofdbestuur verneemt dat een aantal vragen zijn gerezen bij het invullen van het door de administratie in overleg met Kind en Gezin (K.G.) en het Office de la Naissance et de l'Enfance (O.N.E.) opgesteld attest inzake kosten voor opvang van kinderen van minder dan drie jaar (zie nrs. II/562 en 563 en II/566 tot 572 van circ. Ci.D.19/402.192-P.B., 13de aflevering, van 27.09.1989) (circ. aangekondigd B. 688).

II. Jaar waarvoor het attest moet worden opgesteld

2. De kosten van kinderoppas zijn, indien aan alle ter zake gestelde voorwaarden is voldaan, aftrekbaar voor het jaar waarin ze werkelijk zijn betaald (art. 71, § 2, eerste lid, WIB).

3. Dit geldt ook voor oppaskosten voor kinderen, jonger dan 3 jaar, die pas na hun derde verjaardag worden betaald, zelfs wanneer de betaling in een volgend jaar plaatsvindt.

III. Kosten voor thuisoppas van zieke kinderen

4. Kosten voor thuisoppas van zieke kinderen die niet terecht kunnen in de gebruikelijke opvang, voldoen niet aan de voorwaarden van art. 15, hervormingswet 1988 en zijn dan ook niet aftrekbaar (zie antwoord op parlementaire vraag nr. 309 van 24.07.1989, van Volksvertegenwoordiger PERDIEU, B. 692, blz. 807).

IV. Identiteit van de schuldenaar van de kosten (vak II, rubriek 2 van het attest)

5. In deze rubriek moet de identiteit worden ingevuld van de persoon die de kosten voor kinderoppas werkelijk heeft betaald (zie ook voetnoot bij nr. II/569 van voormelde circ. van 27.09.1989).

Die persoon kan die kosten slechts van zijn belastbare inkomsten in mindering brengen indien hij de kinderen ook ten laste heeft.

6. De belastingplichtige die deze kosten niet zelf heeft betaald maar de kinderen wel ten laste heeft, kan die kosten dus niet aftrekken maar kan wel aanspraak maken op de toeslag van 10.000 F op de belastingvrije som.

V. Tijdperk, aantal oppasdagen, tarief, totaal ontvangen bedrag (vak II, rubrieken 5, 6, 7 en 8 van het attest)

7. Met betrekking tot deze rubrieken moet in voorkomend geval het detail worden verstrekt van het aantal oppasdagen per tijdperk en per toegepast tarief, waarbij het verlaagde tarief dat van toepassing is voor bijvoorbeeld een halve oppasdag of de gelijktijdige opvang van meerdere kinderen als een afzonderlijke tariefgroep moet worden beschouwd.

Dat detail mag op het attest zelf of op een aan het attest toegevoegde bijlage worden verstrekt.

8. In rubriek 8, waarin het totaal ontvangen bedrag moet worden vermeld, moet alleen melding worden gemaakt van de bedragen die daadwerkelijk in een bepaald jaar zijn betaald. Dit totaal moet in beginsel overeenstemmen met de som van de produkten van het aantal oppasdagen per tarief (rubriek 6) en het tarief (rubriek 7).

9. In de rubrieken 5 en 6 moeten derhalve slechts de tijdperken en oppasdagen worden ingevuld, waarvan de kosten in de loop van het jaar zelf daadwerkelijk zijn betaald.

VI. Vervanging van vak II van het attest door afzonderlijke bijlage

10. Vak II van het model van attest mag door een afzonderlijke bijlage worden vervangen mits de volgende voorwaarden worden nageleefd :

  • het attest waarvan vak I naargelang van het geval door K.G., het O.N.E. of de Executieve van de Duitstalige Gemeenschap is ingevuld, moet aan de bijlage worden gehecht (bijvoorbeeld geniet);
  • de benaming, het adres en het identificatienummer van het opvangmidden (cf. het door K.G., het O.N.E. of de Executieve van de Duitstalige Gemeenschap ingevulde vak I) moeten bovenaan de bijlage worden herhaald;
  • de bijlage moet een volgnummer dragen dat tevens in rubriek 1 van vak II van het attest moet worden ingeschreven (in beginsel n attest en bijlage per kind);
  • voor het overige moet in vak II van het attest alleen de vermelding "ZIE BIJLAGE" worden aangebracht;
  • de andere rubrieken (2 tot 8) van vak II moeten in dezelfde volgorde op de bijlage worden overgenomen, in voorkomend geval aangevuld met het detail van het aantal oppasdagen per tijdperk en per toegepast tarief (zie dienaangaande nr. 7 hierboven);
  • de bijlage zelf moet worden ondertekend en worden aangevuld met de vermeldingen die onderaan vak II voorkomen, nl. "Ondergetekende bevestigt de juistheid van de hierboven vermelde inlichtingen. Gedaan te ..., op, ./../19.., gevolgd door de naam, hoedanigheid en handtekening van de persoon die gemachtigd is het opvangmidden te verbinden.