Circulaire nr. Ci.RH.863/557.192 (AOIF 34/2003) d.d. 18.12.2003


Bull. nr. 843, pag. 3226-3265

GERECHTELIJKE GESCHILLENREGELING
Akkoordprotocol tot regeling van de verhoudingen tussen de advocaten en de ambtenaren
Vertegenwoordiging van de Staat
Vordering bij de rechtbank van eerste aanleg


Vertegenwoordiging van de Staat door een ambtenaar. - Akkoordprotocol gesloten tussen de FOD Financiën en de Ordre des barreaux francophones et germanophone. - Commentaar.

Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, B(2+), en C (2).

I. INLEIDING

1. Op 5 mei 2003 werd een akkoordprotocol gesloten tussen de FOD Financiën en de Ordre des barreaux francophones et germanofone om de verhoudingen te regelen tussen de advocaten en de ambtenaren die de Staat in rechte vertegenwoordigen in betwistingen met betrekking tot een belastingwet (inkomstenbelastingen en de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen). Dat akkoordprotocol werd per mail op 16 mei 2003 meegedeeld aan de Gew. Dir. (DB en CC), met zelfde kenmerk. Dat akkoordprotocol gaat als bijlage aan deze circulaire (zie bijlage 1, Franse versie, bijlage 2, Duitse versie en bijlage 3, Nederlandse versie).

Dat protocol somt de regels op die de advocaten en de ambtenaren moeten naleven tijdens de gerechtelijke procedure. Dat moet hun relatie vergemakkelijken en het mogelijk maken de geschillen in de beste omstandigheden in staat te stellen.

II. INWERKINGTREDING

2. Dat protocol werd op 5 mei 2003 ondertekend door de bevoegde autoriteiten en treedt in werking twee maanden na die ondertekening, te weten op 5 juli 2003 of, meer concreet, op maandag 7 juli 2003 (artikel 17).

III. PERSONEN ONDERWORPEN AAN HET PROTOCOL

3. Vanaf die datum moeten zowel de ambtenaren van de FOD Financiën als de advocaten die deel uitmaken van de Franstalige en Duitstalige Orde van advocaten dat protocol naleven overeenkomstig de artikelen 495 en 496, Ger. Wetboek en kunnen zij de toepassing ervan vragen in alle gevallen waar zij een ambtenaar als tegenstrever hebben, zelfs wanneer de zaak in het Nederlands wordt behandeld.

Er is een balie per gerechtelijk arrondissement.

Worden beoogd door het protocol de Orde van advocaten te Aarlen, Bergen, Charleroi, Dinant, Doornik, Hoei, Luik, Marche-en-Famenne, Namen, Neufchâteau, Nijvel, Verviers en Eupen en de Franse Orde van advocaten bij de balie te Brussel; zij vormen tezamen de Ordre des barreaux francophones et germanophone (artikel 488, 2de lid Ger. Wetboek).

4. Het protocol betreft evenwel niet de advocaten die deel uitmaken van de Orde van Vlaamse balies, zelfs wanneer die advocaten tussenkomen in Franstalige procedures. Het bestuur verzet zich evenwel niet tegen de toepassing van dit protocol indien advocaten van de Orde van Vlaamse balies er zich willen op beroepen.

De Orde van Vlaamse balies wordt gevormd door de Orde van advocaten te Antwerpen, Brugge, Dendermonde, Gent, Hasselt, Ieper, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oudenaarde, Tongeren, Turnhout en Veurne en de Nederlandse Orde van advocaten bij de balie te Brussel (artikel 488, 1ste lid, Ger. Wetboek).

5. In de hoofdplaats van ieder gerechtelijk arrondissement wordt uiterlijk op 1 december van elk jaar een tableau opgemaakt van de Orde van advocaten, een lijst van advocaten die hun beroep uitoefenen onder de beroepstitel van een andere lidstaat van de Europese Unie en een lijst van stagiairs, die hun kantoor in het arrondissement hebben. Het tableau en de lijsten worden aangeplakt of bekendgemaakt door toedoen van de stafhouder, die ervoor zorgt dat zij worden bijgewerkt (artikel 430, Ger. Wetboek).

De lijst van de balies en hun adressen gaat als bijlage 4 aan deze circulaire. Die lijst bevindt zich ook op de site van de FOD Justitie, rubriek Informatie, Justitie van A tot Z, trefwoord .

6. De advocaten bij het Hof van Cassatie vormen de Orde van advocaten bij het Hof van Cassatie en vallen in principe niet onder de toepassing van dit protocol. De lijst van de advocaten van cassatie, waarvan kopie als bijlage 5, kan ook geconsulteerd worden op de site FOD Justitie, rubriek Rechterlijke Orde, Hoven en Rechtbanken, Juridat, Hof van Cassatie, trefwoord .

IV. COMMENTAAR OP DE BEPALINGEN VAN HET PROTOCOL

A. Richtlijnen voorafgaand aan of met betrekking tot de inleiding van de vordering in rechte, met inbegrip van de inleidende zitting (artikel 1 tot 3)

7. Artikel 1 : "Wanneer een advocaat is tussengekomen in het stadium van de bezwaarprocedure krijgt deze automatisch een kopie van de beslissing. Die beslissing wordt aan de advocaat op dezelfde dag toegezonden als de kennisgeving van de beslissing aan belastingschuldige".

In het nummer 375/31 van de Com.IB 92 wordt voorgeschreven dat wanneer de belastingplichtige vertegenwoordigd is door een advocaat, die advocaat in ieder geval moet worden ingelicht dat een beslissing is genomen.

Er werd beslist voortaan automatisch een kopie van de beslissing als bijlage te voegen aan die inlichtingsbrief. Die maatregel zet in geen geval de bepaling op losse schroeven, volgens dewelke de kennisgeving van de beslissing moet gebeuren aan de belastingplichtige zelf en niet aan zijn mandataris, behalve indien de belastingplichtige de wens schriftelijk heeft geuit dat enkel aan de mandataris kennis wordt gegeven van de genomen beslissing.

Om elke discriminatie te vermijden wordt die maatregel uitgebreid niet enkel tot de advocaten die niet gebonden zijn door het hier besproken protocol maar tot elke mandataris van belastingplichtige.

Het nummer 375/31 van de Com.IB 92 zal in die zin worden aangepast.

8. Artikel 2 : "Wanneer een vordering bij de rechtbank van eerste aanleg wordt ingeleid zendt de advocaat rechtstreeks een kopie van het verzoekschrift naar de betrokken gewestelijk directeur en dit uiterlijk op het ogenblik van de indiening van het verzoekschrift".

Om tijd te winnen tussen het ogenblik waarop de advocaat zijn verzoekschrift ter griffie neerlegt en het ogenblik van de kennisgeving ervan aan de Staat (ofwel aan de Minister, ofwel en/of aan de Gewestelijk directeur, ofwel in voorkomend geval aan de gedelegeerde ambtenaar die de beslissing heeft genomen) werd overeengekomen dat de advocaat rechtstreeks aan de gewestelijk directeur (DB) of aan de directeur van het betrokken controlecentrum, een kopie van het verzoekschrift zal zenden en dit uiterlijk op het ogenblik van de indiening van het verzoekschrift bij de rechtbank van eerste aanleg.

Vanaf de ontvangst van die kopie moet de ontvanger zo vlug mogelijk worden ingelicht van de intentie van belastingplichtige om een gerechtelijk beroep in te stellen tegen de genomen beslissing of dat de beslissing niet meer moet worden verwacht. Vanaf de ontvangst van de kennisgeving van de vordering door de griffie zal dit aan de ontvanger worden bevestigd. Er wordt aan herinnerd dat de beslissing genomen na de neerlegging van het verzoekschrift niet rechtsgeldig is en geen enkele uitwerking heeft (Circ. 18.09.2000, Ci. Rh. 863/530.827, nr. 79).

Indien een advocaat ingeschreven bij een Nederlandstalige balie zich gedraagt naar de voorschriften van artikel 2, kan men redelijkerwijs aannemen dat hij toepassing wenst te maken van het protocol. Met het oog op duidelijkheid is het niettemin aangewezen hem schriftelijk te vragen of hij ermee instemt (zie hierna nr. 10).

9. Artikel 3 : "Uiterlijk acht dagen voor de inleidende zitting stelt het bestuur de advocaat in kennis van de identiteit van de ambtenaar die in de zaak zal tussenkomen, met mededeling van de andere nuttige gegevens betreffende die ambtenaar (kantooradres, telefoonnummer, faxnummer, e-mail adres). Wanneer die termijn is nageleefd wordt de verwijzing naar de rol gevraagd zonder persoonlijke verschijning van de ambtenaar op de inleidende zitting, behoudens ingeval van dringende noodzakelijkheid of uitzonderlijke omstandigheden. In die gevallen verwittigt de advocaat de ambtenaar dat hij verwacht dat deze op de inleidende zitting aanwezig zal zijn en omgekeerd."

Vanaf de ontvangst van de kopie van het verzoekschrift, en dus zonder de kennisgeving van het verzoekschrift door de griffie af te wachten, moet een ambtenaar van de cel gerechtelijke geschillen van de gewestelijke directie (DB) of van de afdeling V van het CC een eerste onderzoek van het verzoekschrift instellen om inzonderheid vast te stellen of een verwijzing van de zaak naar een kamer met drie rechters of een verzoekschrift om korte debatten zich opdringt (zie Circ.18.09.2000, nr. 231)

Indien uit het eerste onderzoek blijkt dat de zaak naar de rol kan worden verwezen is het in principe die ambtenaar die is aangewezen om tussen te komen in de ingediende zaak (zie evenwel nr. 11 hierna).

Uiterlijk acht dagen voor de inleidende zitting stelt de betrokken dienst de advocaat in kennis van de identiteit van die ambtenaar en deelt hem zijn coördinaten mee (kantooradres, telefoonnummer, fax, e-mail adres) en vraagt aan de hand van het model als bijlage (bijlage 6) zijn akkoord over de verwijzing van de zaak naar de rol. Wanneer die termijn gerespecteerd werd kan de verwijzing naar de rol door middel van een aanmeldingsbrief (zie bijlage 7) worden gevraagd zonder persoonlijke verschijning van de ambtenaar op de inleidende zitting.

Indien wegens uitzonderlijke omstandigheden of dringende gevallen (procedure in kort geding), de advocaat van de verzoekende partij oordeelt dat de aanwezigheid van de ambtenaar noodzakelijk is op de inleidende zitting zal hij onmiddellijk de ambtenaar van wie de identiteit hem werd meegedeeld hiervan verwittigen.

Omdat het aangewezen is het akkoord van de advocaat over de verwijzing naar de rol te hebben alvorens het verzoek naar de griffie te zenden, raadt de administratie aan om naar de advocaat van verzoekende partij te schrijven vanaf het ogenblik van ontvangst van de kennisgeving van de vordering door de griffie en ingeval van gunstig antwoord van de advocaat, onmiddellijk de aanmeldingsbrief met een kopie van de brief met de aanvaarding van de advocaat door te zenden aan de griffie.

10. In het geval dat een advocaat die niet gebonden is door het protocol spontaan een kopie van het verzoekschrift vanaf de inleiding ervan toestuurt (cfr. hierboven nr. 8) zal men de verzending van de aanvraag tot verwijzing naar de rol door middel van een plaatsvervangend schrijven benutten om zijn akkoord te bekomen betreffende de volledige toepassing van het protocol waarvan hem een kopie in zijn taal zal worden meegedeeld.

11. In het geval dat de aanwezigheid van een ambtenaar op de inleidende zitting om welke reden dan ook noodzakelijk blijkt, hetzij op onze vraag, hetzij op vraag van tegenpartij, dringt de administratie erop aan dat slechts één ambtenaar verschijnt op de inleidende zitting voor het geheel van de zaken die zijn gewestelijke directie of zijn controlecentrum aanbelangen. Gelet op de algemene bewoordingen van artikel 379, WIB 92 verzet er zich zelfs niets tegen dat een ambtenaar van de klassieke gewestelijke directie op de inleidende zitting eveneens een of meerdere controlecentra die deel uitmaken van de territoriale bevoegdheid van de directie vertegenwoordigt, en omgekeerd. De aanwijzing van de ambtenaar die zal verschijnen moet gebeuren na overleg tussen de directie en het (de) betrokken controlecentrum (controlecentra).

In de uitzonderlijke gevallen waarin een zaak in staat is om behandeld te worden volgens de procedure van korte debatten (cfr. artikel 735, § 1 tot 3 Ger. W.) is het de ambtenaar belast met de verdediging van die zaak die de verwijzing naar de rol zal vragen van de andere zaken ingeleid op dezelfde dag en die een persoonlijke verschijning vereisen.

B. Richtlijnen met betrekking tot het in staat stellen van de zaak, mededeling van de besluiten, stukken en diverse inlichtingen (artikelen 4 tot 10 en 13)

12. Artikel 4 : "De advocaat en het bestuur sturen elkaar een kopie van elke brief die zij naar het gerecht sturen waarbij de zaak aanhangig is".

Telkens een van de betrokken partijen een vraag richt aan de Voorzitter van het rechtscollege waarbij de zaak aanhangig is of aan de griffie, moet op dezelfde dag een kopie aan de andere partij worden gestuurd. Dat geldt zowel voor de aanmeldingsbrief (zie nr. 9 hiervoor) als voor elke andere aanvraag (conclusietermijnen, aanvraag tot gezamenlijke vaststelling, …).

13. Artikel 5 : "De advocaat en het bestuur moeten elkaar, op een geschikt tijdstip, naast de conclusies, alle stukken toezenden die zij aan de rechtbank willen voorleggen, met inbegrip van de pleitnota's en de aangevoerde rechtspraak".

Die bepaling is duidelijk. Om de rechten van verdediging te waarborgen moet elke partij regelmatig in het bezit worden gesteld van de stukken die de andere partij aanvoert. Wat de rechtspraak betreft spreekt het voor zich dat men hoofdzakelijk de niet gepubliceerde rechtspraak of in minder bekende tijdschriften gepubliceerde rechtspraak beoogt. Minstens worden de vonnissen en arresten medegedeeld waarop een van de partijen zijn argumenten in hoofdzaak steunt.

14. Artikel 6 : "Het bestuur zal een kopie van het volledig administratief dossier naar de advocaat sturen en dit, behoudens dringende noodzakelijkheid of het bestaan van een kalender, uiterlijk binnen twee maanden na de aanvraag. De advocaat stuurt het administratief dossier naar het bestuur terug, uiterlijk samen met zijn conclusies".

De administratie schrijft voor dat met de samenstelling van het administratief dossier moet worden begonnen vanaf het instellen van de vordering. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden moet het materiële werk worden afgerond binnen twee maanden vanaf de ontvangst van de kennisgeving van het verzoekschrift (zie Circ. 18.09.2000, nr. 232). Die richtlijn blijft behouden.

Omdat de advocaten van de verzoekende partijen hebben vastgesteld dat die richtlijn niet steeds werd nageleefd heeft de Minister er zich toe verbonden dat de administratie een kopie van het administratief dossier zal opsturen binnen twee maanden na de aanvraag van de advocaat. Het spreekt voor zich dat die nieuwe termijn een uiterste termijn is en de administratie die aanvraag niet moet afwachten om een kopie van het administratief dossier samen te stellen en evenmin om conclusies voor de Belgische Staat voor te bereiden en op te maken.

Als tegenprestatie schrijft het protocol uitdrukkelijk voor dat de advocaat het aan hem meegedeeld dossier uiterlijk samen met zijn conclusies zal terugsturen.

15. Artikel 7 : "Elke mededeling van stukken, conclusies, enz. gericht aan de ambtenaar die door het bestuur is aangewezen (zie punt 3) of op diens kantoor neergelegd tegen ontvangstbewijs, geldt als geldige kennisgeving".

Deze bepaling moet worden gelezen rekening houdend met artikel 8 :

Artikel 8 : "Het bestuur stelt de advocaat in kennis van het feit dat in een bepaald dossier een ambtenaar of een advocaat van het departement wordt opgevolgd door een andere ambtenaar of door een (andere) advocaat van het departement. Die informatieplicht geldt ook in hoofde van de advocaat ten aanzien van het bestuur".

Wanneer een ambtenaar een andere ambtenaar opvolgt bij de verdediging van een dossier, wordt de advocaat hiervan onmiddellijk in kennis gesteld. Zo zal vanaf het ogenblik dat de inleidende zitting heeft plaatsgehad de cel gerechtelijke geschillen van de gewestelijke directie (DB) of van de afdeling V van het CC, de advocaat in kennis stellen van de coördinaten van de taxatieambtenaar die het dossier zal verdedigen. Die ambtenaar wordt aangewezen volgens de richtlijnen bepaald in de circulaire van 01.03.2002, nr. Ci.RH. 963/547.570.

Indien de advocaat niet op geldige wijze werd verwittigd van de nieuwe aanwijzing, geldt elke mededeling van stukken, conclusies, enz. gericht aan de oorspronkelijk aangewezen ambtenaar (zie hiervoor nr. 9 en 11) of neergelegd op zijn kantoor door middel van een ontvangstmelding, als geldige kennisgeving.

Diezelfde informatie moet aan de administratie worden meegedeeld indien de vervanging een advocaat betreft.

16. Artikel 9 : "De advocaat of de ambtenaar die de artikelen 747, §2, 748, §2, 750, §2, 751 en 753 van het Gerechtelijk Wetboek wil toepassen, moet hiervan vooraf en schriftelijk de partij verwittigen die in gebreke blijft of die nalaat te concluderen.

Zij moeten daarenboven aan de andere partij een kopie laten geworden van hun vraag om de rechtsdag te bepalen (zie punt 4) en eens de rechtsdag is bepaald, de andere partij tijdig van die bepaling verwittigen alsook van het feit dat zij hun voordeel zullen nemen indien geen conclusies zijn neergelegd of de tegenstrever niet ter zitting verschijnt.

Zo ook moet de partij die een vonnis wil vorderen met toepassing van de artikelen 730, §2 b, 803 en 804 van het Gerechtelijk Wetboek, de betrokken partij hiervan tijdig en schriftelijk verwittigen alsook van het feit dat zij haar voordeel zal nemen in geval de tegenpartij ter zitting niet verschijnt".

Die bepaling beoogt de andere partij perfect te informeren in alle gevallen waarin de uitwisseling van de conclusies en stukken niet naar wens van een van de partijen verloopt, wanneer een kalender wordt gevraagd, een stuk of nieuw feit op afdoende wijze nieuwe conclusies rechtvaardigt, bij een gezamenlijk verzoek tot bepaling van rechtsdag, bij eenzijdig verzoek tot rechtsdagbepaling, verzoek tot inschrijving op de algemene rol van een zaak die van de rol werd afgevoerd wegens het abnormaal aanslepen van de behandeling, of oproeping van de in gebreke blijvende partij.

17. Artikel 10 : "De partijen verbinden er zich toe om binnen een termijn van vijftien dagen te antwoorden op de gemeenschappelijke vragen tot bepaling van de rechtsdag om aldus hun houding kenbaar te maken ten opzichte van die vraag. De termijn wordt verlengd tot 15 september wanneer een vraag is gesteld en de termijn om daarop te antwoorden verstrijkt gedurende de gerechtelijke vakantie".

Overeenkomstig artikel 334, Ger.W. begint het gerechtelijk jaar op 1 september en eindigt op 30 juni. Dat wil dus zeggen dat de verlenging van de termijn tot 15 september van toepassing is op de vragen die worden gesteld vanaf 1 juli tot 16 augustus. Voor vragen gesteld vanaf 17 augustus verstrijkt de termijn immers op 1 september en dus na de gerechtelijke vakantie zodat op die vragen moet worden geantwoord binnen de voorgeschreven 15 dagen.

Voor het overige is die bepaling duidelijk en behoeft geen verdere bespreking.

18. Artikel 13 : "De correspondentie tussen de advocaat en de ambtenaar die is aangewezen om de Staat in rechte te vertegenwoordigen heeft in beginsel geen confidentieel karakter.

De correspondentie heeft slechts een confidentieel karakter wanneer de advocaat en de ambtenaar, voorafgaandelijk en schriftelijk, uitdrukkelijk zijn overeengekomen een confidentieel karakter aan hun briefwisseling te geven en dat meer bepaald om het zoeken naar een compromis tussen de partijen te vergemakkelijken. In dat geval onthouden de advocaat en de ambtenaar zich ervan elke briefwisseling terzake voor te leggen of ernaar te verwijzen. Indien een partij een einde wil stellen aan de confidentiële uitwisseling moet zij de andere partij daarvan schriftelijk in kennis stellen.

In elk geval is de vraag van een partij gericht aan de andere met het oog op een confidentiële briefwisseling en het antwoord daarop, confidentieel en geen enkele partij mag die correspondentie voorleggen of er gewag van maken".

Met die bepaling heeft de FOD Financiën aan de advocaten de confidentiële briefwisseling willen garanderen met de bedoeling een minnelijke schikking van het geschil te kunnen bekomen indien advocaten tussenkomen tijdens de gerechtelijke procedure. Het spreekt voor zich dat indien een advocaat een akkoord op een belastbare basis voorstelt en de administratie van oordeel is dit om de een of andere reden niet te kunnen aanvaarden, de ambtenaar die de Staat vertegenwoordigt dit voorstel tot akkoord niet voor de rechter kan aanvoeren.

De confidentiële uitwisseling is maar van toepassing indien de advocaat of de ambtenaar de andere partij heeft verwittigd dat hij de toepassing ervan gaat vragen. Die aanvraag moet voorafgaandelijk en schriftelijk gebeuren. De aanvraag en het antwoord erop zijn beiden confidentieel.

In alle andere gevallen heeft de correspondentie tussen de advocaat en de ambtenaar geen confidentieel karakter.

C. Deontologische richtlijn voor de ambtenaar die de Staat in rechte vertegenwoordigt (artikel 15)

19. Artikel 15 : "De ambtenaar die door het bestuur is aangewezen om de zaak in rechte te verdedigen, mag geen discussie over het geschil met de belastingplichtige aangaan buiten de aanwezigheid van diens advocaat".

Door die bepaling heeft men op uitdrukkelijke wijze, buiten de aanwezigheid van zijn advocaat, alle communicatie willen verbieden betreffende die voorziening of de gegrondheid ervan, tussen de ambtenaar en belastingplichtige. Dit geldt uitsluitend voor de aanslagen die het voorwerp van het geschil uitmaken.

Daarentegen verhindert die bepaling niet dat de ambtenaar die de Staat in rechte verdedigt nieuwe onderzoekingen verricht bij de belastingplichtige met het oog op het vestigen van aanvullende aanslagen voor een bepaald aanslagjaar of voor een ander aanslagjaar, voor zover hij geen discussie over het nog hangende geschil aangaat met de belastingplichtige alleen.

D. Richtlijnen betreffende de pleidooien (artikelen 11 en 12)

20. Artikel 11 : "De partijen komen overeen om elkaar op te bellen tijdens de dagen die de rechtsdag voorafgaan om persoonlijke schikkingen te treffen, behoudens indien de pleidooien op een bepaald uur zijn vastgesteld".

De ambtenaar moet de overeengekomen schikking optekenen in een nota die wordt toegevoegd aan het dossier.

Alles moet in het werk worden gesteld om uitstel van zitting te vermijden. Indien de ambtenaar belast met de verdediging van de Staat in rechte afwezig is op de dag van de zitting, moet in zijn vervanging voorzien worden en moet de advocaat van de tegenpartij worden verwittigd (cf. artikel 8 hiervoor).

21. Artikel 12 : "Wanneer de pleidooien zijn vastgesteld kan geen enkele partij zijn voordeel nemen in geval van verstek van de andere partij indien zij de andere partij niet voordien van dat voornemen in kennis heeft gesteld".

Die bepaling is overbodig indien het protocol goed wordt toegepast (zie artikel 9) en haar toepassing moet als uitzonderlijk worden beschouwd. Een dergelijke kennisgeving moet niet systematisch worden gedaan. Wanneer de advocaat of de ambtenaar niet op de vastgestelde datum verschijnt, kan het verstek niet worden gevraagd bij het begin van de zitting, zelfs indien de tegenpartij is verwittigd. Er moet telefonisch contact worden opgenomen met het kantoor of de dienst van de betrokkene om de reden van zijn afwezigheid te kennen. Als het onmogelijk is om hem te contacteren moet de advocaat of de ambtenaar uitstel van de zaak vragen en kan hij eventueel een klacht formuleren waarvan sprake in nummer 23.

E. Richtlijnen met betrekking tot het bekomen vonnis (artikel 14)

22. Artikel 14 : "De partijen verbinden er zich toe elkaar te verwittigen alvorens tot betekening van de vonnissen en arresten over te gaan, alsook wanneer een van hen in hoger beroep gaat of binnen acht dagen na het indienen van een voorziening cassatie.
De nutteloze betekeningkosten die een partij heeft gemaakt zonder voorafgaande kennisgeving, zijn te zijnen laste".


De partij die een gunstig of gedeeltelijk gunstig vonnis heeft bekomen en die zich neerlegt bij dat vonnis moet informeren naar de intenties van de andere partij alvorens over te gaan tot de betekening van dat vonnis.

Indien een van de partijen meent een voorziening in hoger beroep tegen een vonnis of een voorziening in cassatie tegen een arrest te moeten indienen moet ze schriftelijk de andere partij informeren van de voorziening die ze heeft ingeleid.

Er wordt opgemerkt dat er niets voorzien is met betrekking tot een verzet tegen een verstekvonnis. Indien het protocol correct wordt nageleefd zouden de gevallen waarin een partij bij verstek veroordeeld wordt zeldzaam moeten zijn. Niettemin is het logisch, indien het geval zich voordoet, de andere partij te verwittigen dat een voorziening werd ingediend.

In bepaalde gevallen is het bijzonder nuttig een vonnis of een arrest te laten betekenen. Artikel 806, Ger. W. bepaalt dat elk verstekvonnis binnen een jaar moet worden betekend, anders wordt het als niet bestaande beschouwd. Zo moeten ook de vonnissen op tegenspraak uitgesproken op basis van artikel 751 Ger. W., die verstekvonnissen zijn (niet vatbaar voor verzet), betekend worden om elk verval te vermijden (Fettweis, Manuel de procédure civile, Luik, nr. 407).
[De rechtspraak lijkt in tegengestelde zin te evolueren: zie Cass. 30.03.2001, niet gepubliceerd in de Pasicrisie maar samengevat opgenomen in de gegevensbank JURIDAT van de FOD Justitie. Uit zekerheidsoverwegingen wordt er bepaald dit type vonnissen te betekenen om elk verval te vermijden.]

Een ander voorbeeld zijn de cassatiearresten die niet kunnen worden ten uitvoer gelegd dan na betekening aan de partij, op straffe van nietigheid van de tenuitvoerlegging (artikel 1115, Ger. Wetboek).

Indien een van de partijen van mening is dat het nuttig is om tot betekening van het vonnis of het arrest over te gaan, bepaalt het protocol dat de tegenpartij hiervan voorafgaandelijk moet worden geïnformeerd.

De onnodig gemaakte kosten van betekening, zonder voorafgaandelijk bericht, zijn voor hem.

F. Richtlijnen met betrekking tot de interpretatie van het protocol (artikel 16)

23. Artikel 16 : "De stafhouder van de betrokken advocaat en de dienst die daartoe is aangewezen door het bestuur plegen overleg om een oplossing te zoeken voor elke moeilijkheid die verband houdt met de interpretatie van dit protocol.

In geval van incidenten tijdens de zitting met betrekking tot de interpretatie of de toepassing van dit protocol moet de zaak worden voorgelegd aan de stafhouder van de Orde der advocaten van het arrondissement waar de zaak wordt gepleit.

Klachten in verband met de uitvoering van dit protocol worden naargelang het geval gericht tot de dienst die daartoe is aangewezen door het bestuur of tot de stafhouder van de betrokken advocaat".

Indien er problemen rijzen in verband met de interpretatie van het protocol, moeten de ambtenaren verslag uitbrengen aan de directie IV/1 (dossiers in het Frans of het Duits) of aan de directie IV/2 (dossiers in het Nederlands verdedigd door een advocaat ingeschreven bij de Franstalige of Duitstalige balie) van de centrale diensten van de AOIF.

In geval van incidenten tijdens de zitting moet de zaak voorgelegd worden aan de stafhouder van de Orde der advocaten van het arrondissement waar de zaak wordt gepleit. Evenwel moet de ambtenaar die met zulk incident in aanraking komt, onmiddellijk verslag uitbrengen, na de zitting, aan de directie IV/1 en in voorkomend geval aan de directie IV/2.

Elke klacht met betrekking tot een ambtenaar of een advocaat moet gericht worden aan de Directie IV/1, of in voorkomend geval aan de Directie IV/2, die overleg zal plegen met de betrokken stafhouder.

NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Directrice,

M. BALLEUX

Bijlage 1

Protocole d'accord entre le Service Public Fédéral Finances et l'Ordre des barreaux francophones et germanophone en cas de représentation de l'Etat en justice par un fonctionnaire.

Vu le désir des parties d'aménager les relations entre les avocats et les fonctionnaires du Service Public Fédéral Finances ;

Les parties ont décidé de signer le présent protocole :

1. Lorsqu'un avocat est intervenu au stade de la réclamation, il recevra d'office copie de la décision qui lui sera envoyée le même jour que la notification de cette décision au redevable.

2. En cas de recours devant le tribunal de première instance, l'avocat envoie directement au directeur régional concerné une copie de la requête, au plus tard au moment de l'introduction du recours.

3. L'administration informera l'avocat, au plus tard huit jours avant l'audience d'introduction, de l'identité du fonctionnaire qui interviendra dans l'affaire introduite et communiquera les coordonnées de ce fonctionnaire (adresse du bureau, téléphone, fax, adresse e-mail). Si ce délai a été respecté, le renvoi au rôle sera demandé sans comparution personnelle du fonctionnaire à l'audience d'introduction, sauf cas d'urgence ou raisons exceptionnelles. Dans ces hypothèses, l'avocat préviendra le fonctionnaire qu'il entend qu'il soit présent à l'audience d'introduction, et vice versa.

4. L'avocat et l'administration doivent se réserver mutuellement copie de toute lettre qu'ils adressent à la juridiction saisie de l'affaire.

5. L'avocat et l'administration doivent se communiquer mutuellement, en temps utile, outre leurs conclusions, toutes les pièces qu'ils entendent communiquer au tribunal, en ce compris les notes de plaidoiries et la jurisprudence qu'ils déposent.

6. L'administration communiquera le dossier administratif intégral par envoi d'une copie au cabinet de l'avocat, au plus tard dans les deux mois de la demande, sauf urgence ou existence d'un calendrier ; le dossier administratif sera restitué à l'administration par l'avocat, au plus tard en même temps que ses conclusions.

7. Toute communication des pièces, conclusions, … adressée au fonctionnaire désigné par l'administration (cf. point 3) ou déposée à son bureau moyennant accusé de réception, vaut communication valable.

8. L'administration informera l'avocat lorsqu'un fonctionnaire ou un avocat succède dans une affaire à un avocat du département ou à un autre fonctionnaire ; cette obligation d'information existe aussi dans le chef de l'avocat à l'égard de l'administration.

9. L'avocat ou le fonctionnaire qui veut faire application des articles 747, § 2, 748, § 2, 75O, § 2, 751 et 753 du Code judiciaire doit en informer au préalable et par écrit la partie défaillante ou en défaut d'avoir conclu. Ils doivent par ailleurs réserver à l'autre partie copie de leur demande de fixation (cf. point 4) et, une fois la fixation obtenue, avertir en temps utile l'autre partie de cette fixation et du fait qu'ils prendront leurs avantages en cas de défaut de dépôt de conclusions ou de défaut à l'audience.

De même, la partie qui veut requérir un jugement en application des articles 73O, § 2b, 8O3 et 8O4 du Code judiciaire, doit en informer en temps utile et par écrit la partie concernée et du fait qu'elle prendra ses avantages en cas de défaut à l'audience.

10. Les parties s'engagent à répondre dans un délai de quinze jours aux demandes de fixation conjointe et à faire connaître ainsi l'attitude qu'elles comptent adopter à l'égard de cette demande. Le délai est prolongé jusqu'au 15 septembre lorsque la demande est introduite et que le délai expire pendant les vacances judiciaires.

11. Les parties s'engagent à se téléphoner dans les jours qui précèdent l'audience de plaidoiries afin de fixer les convenances personnelles, sauf fixation à heure fixe.

12. En cas de fixation de plaidoiries, aucune partie ne pourra prendre ses avantages en cas de défaut de l'autre si elle ne l'a avertie préalablement de cette intention.

13. Les correspondances échangées entre l'avocat et le fonctionnaire désigné pour représenter l'Etat en justice, n'ont, en principe, aucun caractère confidentiel.

Il n'en va autrement que si l'avocat et le fonctionnaire se sont expressément convenus, au préalable et par écrit, de réserver à leur correspondance un caractère confidentiel, en vue notamment de faciliter la recherche d'un arrangement entre parties. L'avocat et le fonctionnaire s'interdisent, dans ce cas, de produire ou de faire état de toute la correspondance échangée et si l'une ou l'autre des parties veut mettre fin à l'échange confidentiel, elle devra en informer l'autre par écrit.

En tout état de cause, la demande adressée par une des parties à l'autre en vue de correspondre confidentiellement et la réponse qui lui est faite, sont confidentielles, aucune des parties ne pouvant ni les produire, ni en faire état.

14. Les parties s'engagent à se prévenir avant de procéder à la signification des jugements et arrêts, ainsi que lorsque l'une d'elles interjette appel ou dans les huit jours après l'introduction d'un pourvoi en cassation.

Les frais de signification exposés par une des parties, inutilement et sans avis préalable, sont à sa charge.

15. Le fonctionnaire désigné par l'administration, qui est chargé de défendre l'affaire devant les juridictions, s'interdit de discuter du litige avec le contribuable hors la présence de son avocat.

16. Le bâtonnier de l'avocat concerné et le service désigné par l'administration se concertent pour régler toute difficulté liée à l'interprétation du présent protocole.

En cas d'incident à l'audience portant sur une difficulté d'interprétation ou d'application du présent protocole, il doit en être référé au bâtonnier de l'Ordre des avocats de l'arrondissement où se plaide l'affaire.

Les plaintes relatives à l'exécution du présent protocole sont adressées, selon le cas, au service désigné par l'administration ou au bâtonnier de l'avocat concerné.

17. Le présent protocole entre en vigueur deux mois après sa signature par les autorités compétentes.

Fait en deux exemplaires à Bruxelles, le 5 mai 2003.

Pour l' Ordre des barreaux francophones et germanophone,

Pour le SPF Finances,

Pierre CORVILAIN Administrateur

Didier REYNDERS Ministre des Finances

Louis KRACK Administrateur



Bijlage 2

Vereinbarungsprotokoll zwischen dem Föderalen Öffentlichen Dienst Finanzen und der Kammer der französischsprachigen und deutschsprachigen Anwaltschaften im Falle der Vertretung des Staates vor Gericht durch einen Beamten

Nach Durchsicht des Gesetzes vom 10. Dezember 2001, das den Artikel 379 des Einkommenssteuergesetzbuches 1992 in folgender Fassung wieder einführt:

« Art. 379 - Im Rahmen der Streitfälle in Bezug auf die Anwendung eines Steuergesetzes kann das persönliche Erscheinen im Namen des Staates durch jeglichen Beamten einer Steuerverwaltung wahrgenommen werden. »

Nach Durchsicht des Annullierungsrekurses, den die Französische Kammer der Rechtsanwälte der Anwaltschaft Brüssel gegen diesen Artikel 379, neue Fassung, eingeleitet hat.

In Anbetracht des Wunsches der Parteien, die Beziehungen zwischen den Rechtsanwälten und den Beamten des Finanzministeriums in Erwartung der Entscheidung des Schiedshofes zu regeln.

Haben die Parteien beschlossen, das vorliegende Protokoll zu unterzeichnen, das hinfällig wird, wenn der Artikel 379, neue Fassung, des Einkommenssteuergesetzbuches 1992 annulliert werden sollte, das andernfalls aber beibehalten werden wird.

1. Wenn ein Rechtsanwalt im Stadium der Beschwerde interveniert ist, erhält er von Amts wegen eine Abschrift der Entscheidung, die ihm am Tag selbst der Zustellung dieser Entscheidung an den Steuerschuldner übermittelt wird.

2. Im Falle eines Rekurses vor das Gericht Erster Instanz übermittelt der Rechtsanwalt dem betroffenen Regionaldirektor unmittelbar eine Kopie des Antrags, dies spätestens am Tage der Einleitung des Rekurses.

3. Die Verwaltung informiert den Rechtsanwalt spätestens acht Tage vor der Einleitungssitzung über die Identität des Beamten, der im Rahmen der eingeleiteten Sache auftreten wird, und übermittelt ihm die Koordinaten dieses Beamten (Büroadresse, Telefonnummer, Faxnummer, E-Mail-Adresse). Wenn diese Formalität respektiert worden ist, wird der Verweis der Sache auf die Liste ohne Erscheinen des Beamten in der Einleitungssitzung beantragt, es sei denn, es bestehen Dringlichkeit oder außergewöhnliche Gründe. In diesen Fällen wird der Rechtsanwalt den Beamten, von dem er wünscht, dass dieser in der Einleitungssitzung anwesend ist, entsprechend informieren, und umgekehrt.

4. Der Rechtsanwalt und die Verwaltung müssen sich gegenseitig Abschriften aller Briefe übermitteln, die sie an die mit der Sache befassten Gerichtsbarkeit senden.

5. Der Rechtsanwalt und die Verwaltung müssen sich gegenseitig zu gegebener Zeit zusätzlich zu den Schlussanträgen alle Unterlagen übermitteln, die sie dem Gericht vorlegen wollen, hierin einbegriffen die Schriftsätze und die Jurisprudenz, die sie hinterlegen.

6. Die Verwaltung übermittelt die integrale Verwaltungsakte spätestens innerhalb von zwei Monaten ab Anfrage, indem sie eine Kopie an das Rechtsanwaltsbüro schickt, es sei denn, es besteht Dringlichkeit oder es wurden Fristen festgelegt. Der Rechtsanwalt erstattet der Verwaltung die Verwaltungsakte spätestens gleichzeitig mit der Übermittlung seiner Schlussanträge zurück.

7. Jede Übermittlung von Unterlagen, Schlussanträgen, ... die an den durch die Verwaltung bezeichneten Beamten (siehe Punkt 3) geschickt oder in seinem Büro gegen Empfangsbestätigung hinterlegt wird, gilt als gültige Übermittlung.

8. Die Verwaltung informiert den Rechtsanwalt, wenn ein Beamter oder ein Rechtsanwalt in einer Sache einem Rechtsanwalt der Abteilung oder einem anderen Beamten nachfolgt. Diese Informationsverpflichtung besteht auch für den Rechtsanwalt der Verwaltung gegenüber.

9. Der Rechtsanwalt oder der Beamte, der die Artikel 747 § 2, 748 § 2, 750 § 2, 751 und 753 des Gerichtsgesetzbuches zur Anwendung bringen möchte, muss die Partei, die abwesend war oder die noch keine Schlussanträge erstellt hat, vorab schriftlich hierüber informieren. Sie müssen im Übrigen der anderen Partei eine Abschrift ihres Anberaumungsantrags übermitteln (siehe Punkt 4) und, wenn sie die Anberaumung erhalten haben, die andere Partei zu gegebener Zeit über diese Anberaumung sowie über ihre Absicht, im Falle der Nichthinterlegung von Schlussanträgen oder im Falle der Abwesenheit vor Gericht ihren Vorteil geltend zu machen, informieren.

Auch muss die Partei, die ein Urteil in Anwendung der Artikel 730 § 2b, 803 und 804 des Gerichtsgesetzbuches beantragen möchte, die betroffene Partei zu gegebener Zeit schriftlich sowohl hierüber als auch über ihre Absicht, im Falle der Abwesenheit vor Gericht ein Versäumnisurteil ihren Vorteil geltend zu machen, informieren.

10. Die Parteien verpflichten sich, innerhalb einer Frist von fünfzehn Tagen auf die Anträge auf gemeinsame Anberaumung zu antworten und so die Haltung bekannt zu geben, die sie diesem Antrag gegenüber einzunehmen gedenken. Diese Frist wird bis zum 15. September verlängert, wenn der Antrag gestellt wurde und die Frist während der Gerichtsferien ausläuft.

11. Die Parteien verpflichten sich, sich gegenseitig in den Tagen vor der Verhandlungssitzung anzurufen, um sich so abzusprechen, es sei denn, die Sache wurde für eine feste Uhrzeit anberaumt.

12. Im Falle einer Anberaumung zwecks Verhandlung kann keine der Parteien im Falle der Abwesenheit der anderen Partei ein Versäumnisurteil nehmen, wenn sie diese nicht vorher über diese Absicht informiert hat.

13. Der Schriftwechsel zwischen dem Rechtsanwalt und dem zur Vertretung des Staates vor Gericht bezeichneten Beamten hat im Prinzip keinerlei vertraulichen Charakter.

Etwas anderes gilt nur, wenn der Rechtsanwalt und der Beamte vorab ausdrücklich schriftlich vereinbart haben, ihrem Schriftwechsel einen vertraulichen Charakter zu geben, dies insbesondere, um die Suche nach einer Einigung zwischen Parteien zu erleichtern. Der Rechtsanwalt und der Beamte verpflichten sich in diesem Fall, den gesamten Schriftwechsel weder zu hinterlegen noch geltend zu machen. Wenn die eine oder die andere der Parteien diesen vertraulichen Schriftwechsel beenden möchte, so muss sie die andere Parte schriftlich hierüber informieren.

Auf jeden Fall sind der Antrag der einen Partei auf vertraulichen Schriftwechsel sowie die Antwort der anderen Partei vertraulich, so dass keine der Parteien diese Schreiben hinterlegen noch geltend machen kann.

14. Die Parteien verpflichten sich, sich zu benachrichtigen, ehe sie Urteile und Entscheide zustellen lassen und wenn eine von ihnen Berufung einlegt, sowie auch innerhalb von acht Tagen nach Einleiten eines Kassationsrekurses.

Die unnötig und ohne vorherige Mitteilung durch eine der Parteien verauslagten Zustellungskosten gehen zu ihren Lasten.

15. Es ist dem durch die Verwaltung bezeichneten Beamten, der damit beauftragt ist, die Sache vor den Gerichten zu verteidigen, verboten, mit dem Steuerschuldner in Abwesenheit seines Rechtsanwalts über den Streitfall zu diskutieren.

16. Der Präsident der Anwaltschaft des betroffenen Rechtsanwalts und der durch die Verwaltung bezeichnete Dienst beraten gemeinsam, um alle mit der Interpretation des vorliegenden Protokolls verbundenen Schwierigkeiten zu regeln.

Im Falle eines Zwischenfalls in der Sitzung in Bezug auf eine Schwierigkeit in der Interpretation oder der Anwendung des vorliegenden Protokolls muss dieser dem Präsidenten der Rechtsanwaltskammer des Gerichtsbezirks, wo die Sache verhandelt wird, zur Kenntnis gebracht werden.

Die Klagen in Bezug auf die Ausführung des vorliegenden Protokolls werden je nach Fall an den durch die Verwaltung bezeichneten Dienst oder an den Präsidenten der Anwaltschaft des betroffenen Rechtsanwalts gerichtet.

17.Dieses protokoll tritt zwei Monate nach dessen Unterzeichnung durch die zuständigen Behörden in Kraft.



Bijlage 3

Akkoordprotocol tussen de F.O.D. Financiën en l'Ordre des barreaux francophones et germanophone ingeval de Staat in rechte vertegenwoordigd wordt door een ambtenaar

Gelet op de wil van de partijen om de verhoudingen te regelen tussen de advocaten en de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën;

Hebben de partijen besloten dit protocol te ondertekenen :

Wanneer een advocaat is tussengekomen in het stadium van de bezwaarprocedure krijgt deze automatisch een kopie van de beslissing. Die beslissing wordt aan de advocaat op dezelfde dag toegezonden als de kennisgeving van de beslissing aan de belastingschuldige.

Wanneer een vordering bij de rechtbank van eerste aanleg wordt ingeleid zendt de advocaat rechtsreeks een kopie van het verzoekschrift naar de betrokken gewestelijk directeur en dit uiterlijk op het ogenblik van de indiening van het verzoekschrift.

Uiterlijk acht dagen voor de inleidende zitting stelt het bestuur de advocaat in kennis van de identiteit van de ambtenaar die in de zaak zal tussenkomen, met mededeling van de andere nuttige gegevens betreffende die ambtenaar (kantooradres, telefoonnummer, faxnummer, e-mail adres). Wanneer die termijn is nageleefd wordt de verwijzing naar de rol gevraagd zonder persoonlijke verschijning van de ambtenaar op de inleidende zitting, behoudens ingeval van dringende noodzakelijkheid of uitzonderlijke omstandigheden. In die gevallen verwittigt de advocaat de ambtenaar dat hij verwacht dat deze op de inleidende zitting aanwezig zal zijn en omgekeerd.

De advocaat en het bestuur sturen elkaar een kopie van elke brief die zij naar het gerecht sturen waarbij de zaak aanhangig is.

De advocaat en het bestuur moeten elkaar, op een geschikt tijdstip, naast de conclusies, alle stukken toezenden die zij aan de rechtbank willen voorleggen, met inbegrip van de pleitnota's en de aangevoerde rechtspraak.

Het bestuur zal een kopie van het volledig administratief dossier naar de advocaat sturen en dit, behoudens dringende noodzakelijkheid of het bestaan van een kalender, uiterlijk binnen twee maanden na de aanvraag. De advocaat stuurt het administratief dossier naar het bestuur terug, uiterlijk samen met zijn conclusies.

Elke mededeling van stukken, conclusies, enz. gericht aan de ambtenaar die door het bestuur is aangewezen (zie punt 3) of op diens kantoor neergelegd tegen ontvangstbewijs, geldt als geldige kennisgeving.

Het bestuur stelt de advocaat in kennis van het feit dat in een bepaald dossier een ambtenaar of een advocaat van het departement wordt opgevolgd door een andere ambtenaar of door een (andere) advocaat van het departement. Die informatieplicht geldt ook in hoofde van de advocaat ten aanzien van het bestuur.

De advocaat of de ambtenaar die de artikelen 747, §2, 748, §2, 750, §2, 751 en 753 van het Gerechtelijk Wetboek wil toepassen, moet hiervan vooraf en schriftelijk de partij verwittigen die in gebreke blijft of die nalaat te concluderen. Zij moeten daarenboven aan de andere partij een kopie laten geworden van hun vraag om de rechtsdag te bepalen (zie punt 4) en eens de rechtsdag is bepaald, de andere partij tijdig van die bepaling verwittigen alsook van het feit dat zij hun voordeel zullen nemen indien geen conclusies zijn neergelegd of de tegenstrever niet ter zitting verschijnt.

Zo ook moet de partij die een vonnis wil vorderen met toepassing van de artikelen

730, §2 b, 803 en 804 van het Gerechtelijk Wetboek, de betrokken partij hiervan tijdig en schriftelijk verwittigen alsook van het feit dat zij haar voordeel zal nemen in geval de tegenpartij ter zitting niet verschijnt.

De partijen verbinden er zich toe om binnen een termijn van vijftien dagen te antwoorden op de gemeenschappelijke vragen tot bepaling van de rechtsdag om aldus hun houding kenbaar te maken ten opzichte van die vraag. De termijn wordt verlengd tot 15 september wanneer een vraag is gesteld en de termijn om daarop te antwoorden verstrijkt gedurende de gerechtelijke vakantie.

De partijen komen overeen om elkaar op te bellen tijdens de dagen die de rechtsdag voorafgaan om persoonlijke schikkingen te treffen, behoudens indien de pleidooien op een bepaald uur zijn vastgesteld.

Wanneer de pleidooien zijn vastgesteld kan geen enkele partij zijn voordeel nemen in geval van verstek van de andere partij indien zij de andere partij niet voordien van dat voornemen in kennis heeft gesteld.

De correspondentie tussen de advocaat en de ambtenaar die is aangewezen om de Staat in rechte te vertegenwoordigen heeft in beginsel geen confidentieel karakter.

De correspondentie heeft slechts een confidentieel karakter wanneer de advocaat en de ambtenaar, voorafgaandelijk en schriftelijk, uitdrukkelijk zijn overeengekomen een confidentieel karakter aan hun briefwisseling te geven en dat meer bepaald om het zoeken naar een compromis tussen de partijen te vergemakkelijken. In dat geval onthouden de advocaat en de ambtenaar zich ervan elke briefwisseling ter zake voor te leggen of ernaar te verwijzen. Indien een partij een einde wil stellen aan de confidentiële uitwisseling moet zij de andere partij daarvan schriftelijk in kennis stellen.

In elk geval is de vraag van een partij gericht aan de andere met het oog op een confidentiële briefwisseling en het antwoord daarop, confidentieel en geen enkele partij mag die correspondentie voorleggen of er gewag van maken.

De partijen verbinden er zich toe elkaar te verwittigen alvorens tot betekening van de vonnissen en arresten over te gaan, alsook wanneer een van hen in hoger beroep gaat of binnen acht dagen na het indienen van een voorziening cassatie.

De nutteloze betekeningkosten die een partij heeft gemaakt zonder voorafgaande kennisgeving, zijn te zijnen laste.

De ambtenaar die door het bestuur is aangewezen om de zaak in rechte te verdedigen, mag geen discussie over het geschil met de belastingplichtige aangaan buiten de aanwezigheid van diens advocaat.

De stafhouder van de betrokken advocaat en de dienst die daartoe is aangewezen door het bestuur plegen overleg om een oplossing te zoeken voor elke moeilijkheid die verband houdt met de interpretatie van dit protocol.

In geval van incidenten tijdens de zitting met betrekking tot de interpretatie of de toepassing van dit protocol moet de zaak worden voorgelegd aan de stafhouder van de Orde der advocaten van het arrondissement waar de zaak wordt gepleit.

Klachten in verband met de uitvoering van dit protocol worden naargelang het geval gericht tot de dienst die daartoe is aangewezen door het bestuur of tot de stafhouder van de betrokken advocaat.

Dit protocol treedt in werking twee maanden na zijn ondertekening door de bevoegde autoriteiten.

Gedaan te Brussel op 5 mei 2003 in twee exemplaren.

Voor de Orde des barreaux francophones Voor de FOD Financiën et germanophone

Pierre CORVILAIN Bestuurder

Didier REYNDERS Minister van Financiën

Louis KRACK Bestuurder

Bijlage 4

Justitie van A tot Z

Adressen van de Balies in België


HOF VAN CASSATIE

Orde van de Advocaten bij de balie van Cassatie
Gerechtsgebouw, Poelaertplein
1000 Brussel
Tel: 02/508.67.46

ORDE VAN DE VLAAMSE BALIES

Koningsstraat 148
1000 Brussel
Tel: 02/227.54.70
Website: www.advocaat.be

ORDRE DES BARREAUX FRANCOPHONES ET GERMANOPHONE

Rue Washington 40
1050 Bruxelles
Tél: 02/648.20.98
Website : www.avocat.be

* * *

ANTWERPEN

Orde van Advocaten bij de balie te Antwerpen
Gerechtsgebouw, Britselei 55
2000 Antwerpen
Tel: 03/242.07.70

ARLON

Ordre des Avocats du barreau d'Arlon
Palais de Justice, Place Léopold
6700 Arlon
Tél: 063/57.68.21

BRUGGE

Orde van Advocaten bij de balie te Brugge
Gerechtsgebouw, Langestraat 120
8000 Brugge
Tel: 050/33.16.80
Website: www.brugsebalie.be

BRUXELLES FR

Ordre des Avocats du barreau de Bruxelles
Palais de Justice, Place Poelaert
1000 Bruxelles
Tél: 02/519.81.16

BRUSSEL NL

Orde van Advocaten bij de balie te Brussel
Gerechtsgebouw, Poelaertplein
1000 Brussel
Tel: 02/508.67.62

CHARLEROI

Ordre des Avocats du barreau de Charleroi
Palais de Justice, Av. Gén. Michel 2
6000 Charleroi
Tél: 071/23.65.42

DENDERMONDE

Orde van Advocaten bij de balie te Dendermonde
Gerechtsgebouw, Justitieplein 1
9200 Dendermonde
Tel: 052/21.56.48

DINANT

Ordre des Avocats du barreau de Dinant
Palais de Justice, Rue en Rhée 33
5500 Dinant
Tél: 082/22.78.42

EUPEN

Ordre des Avocats du barreau d'Eupen
Heckingstrasse 10
4780 Saint-Vith
Tél: 080/28.09.01

GENT

Orde van Advocaten bij de balie te Gent
Gerechtsgebouw, Koophandelsplein 23
9000 Gent
Tel: 09/267.41.43
Website: www.balie-gent.be

HASSELT

Orde van Advocaten bij de balie te Hasselt
Gerechtsgebouw, Havermarkt 10
3500 Hasselt
Tel: 011/22.24.99

HUY

Ordre des Avocats du barreau de Huy
Palais de Justice, Quai d'Arona 4
4500 Huy
Tél: 085/25.55.88

IEPER

Orde van Advocaten bij de balie te Ieper
Secr: Burg. Bertenplein 31
8970 Poperinge
Tel: 057/33.38.28

KORTRIJK

Orde van Advocaten bij de balie te Kortrijk
Gerechtsgebouw, Burg. Nolfstraat 10 A
8500 Kortrijk
Tel: 056/26.95.55

LIEGE

Ordre des Avocats du barreau de Liège
Palais de Justice - Bte 2
4000 Liège
Tél: 04/32.51.11

LEUVEN

Orde van Advocaten bij de balie te Leuven
Gerechtsgebouw, Smoldersplein 5
3000 Leuven
Tel: 016/27.20.48
Website: www.balieleuven.be

MARCHE-EN-FAMENNE

Ordre des Avocats du barreau de Marche-en-Famenne
Place de l'Etang 11
6900 Marche-en-Famenne
Tél: 084/41.13.89

MECHELEN

Orde van Advocaten bij de balie te Mechelen
Gerechtshof, Keizerstraat 20
2800 Mechelen
Tel: 015/20.90.63

MONS

Ordre des Avocats du barreau de Mons
Maison Losseau - Rue de Nimy 35
7000 Mons
Tél: 065/40.20.01

NAMUR

Ordre des Avocats du barreau de Namur
Palais de Justice
5000 Namur
Tél: 081/25.17.25

NEUFCHATEAU

Ordre des Avocats du barreau de Neufchâteau
Secr.: Avenue de la Victoire 31
6840 Neufchâteau
Tél: 061/27.86.05

NIVELLES

Ordre des Avocats du barreau de Nivelles
Palais de Justice, Place Albert Ier BP3
1400 Nivelles
Tél: 067/21.47.96

OUDENAARDE

Orde van Advocaten bij de balie te Oudenaarde
Gerechtshof, Bourgondiëstraat 5
9700 Oudenaarde
Tel: 055/33.16.49

TONGEREN

Orde van Advocaten bij de balie te Tongeren
Kielenstraat 20
3700 Tongeren
Tel: 012/23.63.13

TOURNAI

Ordre des Avocats du barreau de Tournai
Palais de Justice, Place du Palais de Justice
7500 Tournai
Tél: 069/22.10.43

TURNHOUT

Orde van Advocaten bij de balie te Turnhout
Gerechtshof, Kasteelplein 1
2300 Turnhout
Tel: 014/42.22.77

VERVIERS

Ordre des Avocats du barreau de Verviers
Palais de Justice, Rue du Tribunal 4
4800 Verviers

VEURNE

Orde van Advocaten bij de balie te Veurne
Gerechtsgebouw, P. Benoîtlaan 2
8630 Veurne
Tel: 056/50.35.64

Bijlage 5



Bijlage 6

Federale Overheidsdienst
FINANCIEN

Administratie van de ondernemings-
en inkomensfiscaliteit

Advocaat




Uw contactpersoon :



Tel. :
Fax :
E-mail :

__



UW BRIEF VAN UW KENMERKONS KENMERKBIJLAGE(N)
1


Onderwerp :
Rechtbank van Eerste Aanleg te
… tegen de Belgische Staat
Rolnummer :
Inleidende zitting op





Geachte meester,



De behandeling van voormelde zaak wordt toevertrouwd aan de ambtenaar waarvan de coördinaten bovenaan worden vermeld.

Aangezien deze zaak niet van die aard is om te worden gepleit op de inleidende zitting, verzoek ik u mij het bijgevoegde document voor akkoord terug te sturen.

In het geval dat u van mening bent dat de verschijning in persoon van de ambtenaar die het dossier behandelt noodzakelijk is op de inleidende zitting, verzoek ik u deze persoon hiervan zo spoedig mogelijk in te lichten.

Hoogachtend,



De


Bijlage 7

Federale Overheidsdienst
FINANCIEN





Administratie van de ondernemings-
en inkomensfiscaliteit

Aan de Voorzitter van de Rechtbank van
Eerste Aanleg te
Kamer n°




Uw contactpersoon :



Tel. :
Fax :
E-mail :

__



UW BRIEF VAN UW KENMERKONS KENMERKBIJLAGE(N)


Onderwerp :
Zaak … tegen de Belgische Staat
Rolnummer :





Mevrouw, Mijnheer de Voorzitter,



De Belgische Staat werd verzocht te verschijnen op de inleidende zitting van de … kamer, op … om…, met betrekking tot bovenvermelde zaak.

Ik verzoek u deze zaak naar de rol te verwijzen daar het noodzakelijk is om bijkomende onderzoeksdaden te verrichten.

Deze brief kan worden beschouwd als een gemeenschappelijke verklaring tot aanmelding met verzoek de zaak naar de rol te verwijzen. De advocaat van tegenpartij verklaart hiermede vrijwillig akkoord te gaan door zijn handtekening links onderaan deze brief.

Hoogachtend,



MeesterDe