Aanschrijving nr. 22 (E.T.675.5) dd. 21.08.2002

AANSCHRIJVING 02/022

Aanschrijving nr. 22 (E.T.675.5) dd. 21.08.2002


Addendum dd. 06.11.2003 (E.T.105.428)
Addendum dd. 06.01.2005 (E.T.108.543)
AANSCHRIJVING NR. 3/1973 (bijwerking 2002)

INVERBRUIKSTELLING

INVOER

VERLEGGING VAN DE BETALING

VOLDOENING VAN DE BELASTING


Aan alle diensten (sector BTW)

Er werd beslist een nieuwe uitgave van de aanschrijving nr. 3 van 11 januari 1973 (bijwerking 1988) te publiceren. Deze nieuwe uitgave, waarvan een exemplaar hierbij gaat, draagt onder titel de vermelding "bijwerking 2002".

De toepassingsmodaliteiten van de bijzondere wijze van betalen van de bij invoer verschuldigde BTW die in deze aanschrijving zijn beschreven, ondergaan geen fundamentele wijzigingen ten opzichte van de bestaande regeling. De bijwerking 2002 is voornamelijk het gevolg van de invoering van de euro en de bezorgdheid om de vorige aanschrijving en haar addenda in één enkele bijgewerkte tekst op te nemen.

Deze aanschrijving vervangt de in 1988 bijgewerkte aanschrijving nr. 3 van 11 januari 1973 (zie aanschrijving nr. 10 van 24 november 1988) zoals die werd gewijzigd bij de aanschrijving nr. 14 van 22 september 1992 en de addenda van 10 december 1992 en van 1 februari 1995.

NAMENS DE MINISTER :

De Directeur-generaal,

R. SUCAET



Inhoudstafel
A. VOORWERP
B. ALGEMEENHEDEN
Personen die de bijzondere wijze van betalen bij invoer kunnen aanvragen
Invoeren waarop deze wijze van betalen betrekking heeft
C. VERGUNNING
Indiening van de aanvraag
Weigering van de aanvraag
Inwerkingtreding van de vergunning
Duur van de vergunning
Afzien van de vergunning
Wijziging of intrekking van de vergunning
Ambtshalve verval van de vergunning
D. VOORUIT TE BETALEN BTW
Bedrag van de vooruitbetaling bij de aanvraag
Wijze van betaling van de vooruit te betalen belasting
Herziening van het bedrag van de vooruit te betalen belasting
Teruggaaf van de vooruitbetaalde belasting
E. BIJ DE INVOER TE VERVULLEN FORMALITEITEN
Invoerdocument
F. BOEKHOUDKUNDIGE VERPLICHTINGEN
Bijlage I : AANVRAAG OM VERGUNNING

Bijlage II : HERZIENING VAN DE VOORUITBETALING
Bijlage III : VERZAKING AAN DE VERGUNNING
Bijlage IV : VOORBEELDEN


Brussel, 11 januari 1973

Invoer - Bijzondere wijze van betalen

A. VOORWERP

1. Artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 m.b.t. de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, machtigt de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde, aan belastingplichtigen die de in artikel 53, eerste lid, 3° van het Wetboek bedoelde periodieke aangifte indienen, met uitsluiting van de belastingplichtigen bedoeld in artikel 55, § 1, laatste lid van het Wetboek, een vergunning te verlenen om onder de daarin gestelde voorwaarden de wegens invoer verschuldigde BTW niet te voldoen op het tijdstip van de aangifte ten verbruik, mits die belasting als verschuldigde BTW wordt opgenomen in de vorenbedoelde periodieke aangifte.

Deze bepaling voert dus een regeling in waarbij de betaling van de bij invoer van goederen verschuldigde BTW wordt verlegd naar de periodieke BTW-aangifte zodat die belasting niet meer aan de douane moet worden betaald.

B. ALGEMEENHEDEN

2. De vergunning wordt toegekend onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de begunstigde zich ertoe verbindt de bepalingen van deze aanschrijving, die de toepassingsmodaliteiten van deze bijzondere wijze van betalen vastlegt, na te leven.

3. De belastingplichtigen die een vergunning wensen, moeten vooraf, als BTW die over hun invoeren wordt vooruitbetaald, een bedrag storten dat gelijk is aan één vierentwintigste van de BTW die ze het voorgaande jaar volgens de normale wijze van betalen van deze belasting bij invoer hebben voldaan.

4. In de logische gedachtegang van die regeling ontslaat de vooruitbetaling de belastingplichtige niet van de verplichting in rooster 57 van de maand- of kwartaalaangifte, als verschuldigde belasting, een bedrag op te nemen dat overeenstemt met het bedrag van de BTW dat voorkomt op de documenten die tijdens die maand of dat kwartaal werden gevalideerd voor de invoeren welke in de loop van die periode werden gedaan.

5. De belastingplichtigen die de verlegging van betaling toepassen moeten ieder jaar het vooruitbetaalde bedrag herzien. Die herziening gebeurt op basis van de belasting die ze hebben voldaan voor de invoeren gedaan tijdens het voorgaande kalenderjaar.

Wanneer die herziening een bedrag geeft dat groter is dan hetgeen effectief bij wijze van vooruitbetaling werd gestort, moet een bijkomende betaling worden gedaan. In het tegenovergestelde geval wordt het te veel betaalde teruggegeven.

6. Wanneer, om gelijk welke reden, een einde wordt gesteld aan de bijzondere wijze van betalen, moet de belastingplichtige de belasting bij invoer voldoen volgens de normale regeling bedoeld in artikel 7, § 1, van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992, met name door de voldoening ervan aan de douane. Hij kan evenwel teruggaaf bekomen van de BTW die hij als vooruitbetaling heeft gestort.

Personen die de bijzondere wijze van betalen bij invoer kunnen aanvragen

7. De bijzondere wijze van betalen, bedoeld in deze aanschrijving, kan worden aangevraagd door alle belastingplichtigen die de in artikel 53, eerste lid, 3° van het BTW-Wetboek bedoelde BTW maand- of kwartaalaangiften indienen, met uitsluiting van de belastingplichtigen bedoeld in artikel 55, § 1, laatste lid van het Wetboek.

Komen derhalve in aanmerking :

  1. de in België gevestigde belastingplichtigen, die periodieke aangiften indienen en die handelingen verrichten waarvoor recht op aftrek is ontstaan;
  2. de niet in België gevestigde belastingplichtigen, die periodieke aangiften indienen en die handelingen verrichten waarvoor recht op aftrek is ontstaan. Het feit dat die belastingplichtige al dan niet een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen speelt daarbij geen rol.
Zijn daarentegen uitgesloten van de regeling de niet in België gevestigde belastingplichtigen die in België niet over een individueel BTW-identificatienummer beschikken, doch die voor de invoeren die zij verrichten worden vertegenwoordigd door een persoon die vooraf is erkend (globaal BTW-nummer met beginkenmerk BE 796.5), op grond van het bepaalde in artikel 55, § 1, laatste lid van het Wetboek.

Invoeren waarop deze wijze van betalen betrekking heeft

8. De bijzondere wijze van betalen bedoeld in deze aanschrijving is toepasselijk op de invoeren van goederen die in België plaatsvinden in de zin van artikel 23 van het Wetboek en die de BTW opeisbaar maken.

Met de invoer van een goed wordt bedoeld het binnenkomen in het BTW-gebied van de Gemeenschap van een goed uit een derde land of een derdelands gebied.

Onder derde landen en derdelandsgebieden wordt verstaan de Staten die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap alsmede de hierna bedoelde nationale gebieden van bepaalde Lid-Staten :

  • Koninkrijk Denemarken :
  • de Faeröer-eilanden;
  • Groenland;
  • Bondsrepubliek Duitsland :
  • het eiland Helgoland;
  • het grondgebied van Büsingen;
  • Koninkrijk Spanje :
  • Ceuta;
  • Melilla;
  • de Canarische eilanden;
  • Italiaanse Republiek :
  • Livigno;
  • Campione d'Italia;
  • de nationale wateren van het meer van Lugano;
  • Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland :
  • De overzeese gebieden;
  • Gibraltar;
  • de Anglo-Normandische eilanden;
  • Franse Republiek :
  • de overzeese gebieden;
  • het eiland Mayotte;
  • het eiland St. Pierre en Miquelon;
  • de overzeese departementen;
  • Helleense Republiek :
  • de Berg Athos;
  • Republiek Finland :
  • de Åland-Eilanden;
  • Koninkrijk der Nederlanden :
  • de overzeese gebieden.
Er wordt evenwel opgemerkt dat voor de toepassing van de BTW het Vorstendom Monaco geacht wordt deel uit te maken van het nationale grondgebied van de Franse Republiek en het eiland Man van het nationale grondgebied van het Verenigd-Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Een invoer vindt plaats in België wanneer een goed het BTW-gebied van de Gemeenschap binnenkomt via België of in België onttrokken wordt aan één van de opschortende regelingen bedoeld in artikel 23, §§ 4 en 5 van het BTW-Wetboek.

9. De belastingplichtigen die de vergunning hebben verkregen om de bijzondere wijze van betalen toe te passen, moeten de in deze aanschrijving voorgeschreven regels naleven voor alle invoeren die zij verrichten en waarvoor de BTW opeisbaar is bij het indienen van de aangifte ten verbruik. Zij mogen dus de normale wijze van betalen van de bij invoer verschuldigde BTW, waarbij die belasting aan de douane wordt betaald, niet meer toepassen.

C. VERGUNNING

Indiening van de aanvraag

10. Om de bijzondere wijze van betalen te mogen toepassen moet de belastingplichtige een aanvraag richten aan de centrale administratie van de A.O.I.F. gevestigd op volgend adres :

Ministerie van Financiën
Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit
Sector BTW
Dienst I - Directie 9
Rijksadministratief Centrum
Financietoren - Bus 61
Kruidtuinlaan 50
1010 BRUSSEL

11. De aanvraag moet in drievoud worden ingediend op briefpapier van de aanvrager en volgens het model in bijlage I van onderhavige aanschrijving.

Weigering van de aanvraag

12. De administratie weigert de vergunning te verlenen wanneer de op het spel zijnde belangen miniem zijn. De vergunning wordt derhalve hoe dan ook niet uitgereikt wanneer het bedrag dat overeenkomstig het bepaalde in nr. 20 als BTW moet worden vooruitbetaald, minder bedraagt dan 250 EUR.

Zij reikt de vergunning evenmin uit wanneer blijkt dat de betrokkene zijn verplichtingen inzake BTW niet nauwgezet naleeft, onder meer wat betreft het indienen van zijn periodieke aangiften en het betalen van de belasting waarvan de opeisbaarheid uit die aangiften blijkt binnen de termijnen gesteld bij het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 of wanneer inbreuken werden vastgesteld op de BTW-wetgeving of op de ter uitvoering ervan gegeven regelen.

13. De toepassing van de regeling vereist bovendien het bestaan van een regelmatige invoeractiviteit. De occasionele invoer van investeringsgoederen bijvoorbeeld, laat niet toe een gunstig gevolg te geven aan de aanvraag.

Inwerkingtreding van de vergunning

14. De vergunning is toepasselijk vanaf de datum waarop ze werd verleend voor alle invoeren van goederen in België die de belasting opeisbaar maken.

Duur van de vergunning

15. De vergunning wordt verleend voor onbepaalde duur.

Afzien van de vergunning

16. De vergunninghouder mag op ieder ogenblik afzien van de vergunning. In dat geval moet hij dit melden aan de administratie. Hij stelt daartoe een brief ter verzaking op, conform aan het model in bijlage III bij deze aanschrijving. Deze verzaking stuurt hij in twee exemplaren per aangetekend schrijven aan het controlekantoor waaronder hij ressorteert.

Het afzien van de vergunning is in principe definitief en doet het recht ontstaan op teruggaaf van de reeds vooruitbetaalde belasting (zie nr. 30 e.v.).

Wijziging of intrekking van de vergunning

17. De Minister van Financiën of zijn afgevaardigde behoudt zich het recht voor om op gelijk welk tijdstip de voorwaarden of de formaliteiten waarvan de vergunning afhankelijk werd gesteld geheel of gedeeltelijk te wijzigen of om de vergunning in te trekken. Zo zal de vergunning worden ingetrokken indien de houder de opgelegde toepassingsvoorwaarden niet naleeft.

Onverminderd, in voorkomend geval, de bij de wet uitgevaardigde straffen, zal de vergunning onmiddellijk worden ontnomen aan iedere persoon die er misbruik van maakt of tracht te maken of die op gelijk welke wijze de controleopdracht van de ambtenaren van de administratie belemmert.

De vergunning kan tevens worden ingetrokken wanneer de vergunninghouder de bepalingen van het BTW-Wetboek of van de ter uitvoering ervan gegeven regels niet naleeft.

Iedere intrekking van vergunning wordt grondig gemotiveerd en per aangetekende brief aan de belastingplichtige genotificeerd door de eerstaanwezend inspecteur van het controlekantoor waaronder hij ressorteert. Het afgeven van de brief aan de post geldt als notificatie vanaf de volgende dag.

Vanaf de dag die op deze notificatie volgt kan van de vergunning geen gebruik meer worden gemaakt.

Ambtshalve verval van de vergunning

18. De vergunning vervalt ambtshalve wanneer de vergunninghouder :

  • geen BTW maand- of kwartaalaangiften bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3° van het Wetboek meer indient (stopzetting van activiteit, faillissement, …);
  • de vooruitbetaling volledig heeft teruggevorderd.
D. VOORUIT TE BETALEN BTW

19. De toepassing van de regeling inzake de verlegging van de betaling van de bij invoer verschuldigde BTW is afhankelijk van de vooruitbetaling van een bedrag als BTW.

Bedrag van de vooruitbetaling bij de aanvraag

20. Het bedrag van de vooruitbetaling moet bij de aanvraag om vergunning (1) door de aanvrager zelf berekend worden. Dat bedrag is gelijk aan één vierentwintigste van de belasting die verschuldigd is (2) over de invoeren die de belastingplichtige gedaan heeft gedurende de vier kalenderkwartalen die de aanvraag om vergunning voorafgaan (z. eerste voorbeeld in bijlage IV).

[(1) De regels die uiteengezet zijn in het nr. 20 zijn niet van toepassing bij de jaarlijkse herziening van de vooruit te betalen som (zie hiervoor nrs. 25 en volgende.)
(2) Het betreft de verschuldigde belasting die voorkomt in het vak 47 van de aangiften ten verbruik die tijdens voornoemde periode werden gevalideerd. Er wordt dus geen rekening gehouden met goederen die zich onder een douaneregeling bevinden bedoeld in artikel 23, §§ 4 of 5, van het Wetboek of die een vrijstelling van de belasting hebben genoten.]

Wanneer de aanvrager tijdens de voornoemde periode geen invoeren heeft verricht of wanneer zijn invoeractiviteit zich niet uitstrekt over de vier kalenderkwartalen voorafgaand aan zijn aanvraag, vermeldt hij de bedragen van de invoeren die hij, volgens zijn vooruitzichten, zal doen tijdens de volgende twaalf maanden; op de aanvraag moet uitdrukkelijk worden vermeld dat het vooruitzichten betreft (z. tweede voorbeeld in bijlage IV). In dit geval dient de aanvraag te zijn vergezeld van een bijlage waarin een beschrijving wordt gegeven van de goederen, het toepasselijk BTW-tarief alsmede de vermoedelijke frekwentie van de invoeren.

Wijze van betaling van de vooruit te betalen belasting

21. Het bedrag van de vooruit te betalen belasting moet volledig worden gestort op het BTW-ontvangkantoor waarvan de benaming en het rekeningnummer aan betrokkene worden medegedeeld na goedkeuring van de aanvraag tot verkrijging van de vergunning. Het mag in geen geval gestort worden op rekening nr. 679-2003000-47 van de BTW-ontvangsten te Brussel.

22. De storting moet ontvangen zijn binnen de drie maanden na het verzenden van de brief waarbij de administratie de belastingplichtige uitnodigt de vooruitbetaling te doen.

23. De vooruit te betalen som vertegenwoordigt de BTW die op voorhand wordt betaald. Zij heeft dus niet het karakter van een garantie of van een borg en kan bijgevolg nooit worden vervangen door een gelijkaardige akte of door een pand (bijvoorbeeld een bankgarantie).

24. Het betalingsdocument moet de volgende gegevens bevatten : naam en adres van de belastingplichtige, zijn BTW-identificatienummer, evenals een referte die wordt medegedeeld in de brief waarin de administratie de belastingplichtige verzoekt de eerste vooruitbetaling te doen.

Herziening van het bedrag van de vooruit te betalen belasting

25. De houder van de vergunning is ertoe gehouden ieder jaar uiterlijk op 20 april het bedrag van de vooruitbetaalde belasting te herzien en de administratie op de hoogte te brengen van het resultaat van die herziening. Wanneer de vergunning werd verleend tussen 1 januari en 20 april, moet de eerste herziening evenwel slechts gebeuren in de loop van het daaropvolgende jaar, uiterlijk op 20 april.

26. De berekening wordt verricht op basis van het vierentwintigste deel van het totale bedrag aan BTW dat verschuldigd was wegens de invoeren verricht tijdens het verlopen kalenderjaar (3).

[(3) De vooruitbetaling moet worden berekend over alle gedurende dat jaar gedane invoeren die de belasting opeisbaar hebben gemaakt. Bij de berekening van de eerste herziening dient niet alleen rekening te worden gehouden met de invoeren waarvoor de verlegging van de heffing van de BTW bij invoer werd toegepast maar eveneens met die welke hebben plaatsgevonden met effectieve betaling van de BTW op het douanekantoor van invoer.]

Wanneer de vergunninghouder evenwel slechts in de loop van het kalenderjaar dat de herziening voorafgaat gestart is met invoeren, mag de berekening niet worden verricht op basis van één vierentwintigste, maar dient het totaalbedrag van de BTW dat is verschuldigd voor de invoeren gedaan tijdens het verlopen kalenderjaar (3) te worden gedeeld door het dubbel van het aantal maanden van dat kalenderjaar te rekenen vanaf de maand waarin de eerste invoer heeft plaatsgevonden. Voor de bepaling van deze maand dient geen onderscheid te worden gemaakt tussen invoeren met betaling en invoeren met verlegging van de heffing. Een toepassing van deze berekeningswijze vindt U in het tweede voorbeeld van de bijlage IV.

27. Indien het resultaat van de herziening groter is dan de reeds vooruitbetaalde belasting, moet de belastingplichtige ten laatste op 20 april, op de rekening van het BTW-ontvangkantoor waarvan sprake in het nr. 21, een bijkomend bedrag voldoen gelijk aan het verschil tussen beide bedragen. Het betalingsdocument moet de volgende gegevens bevatten : naam en adres van de belastingplichtige, zijn BTW-identificatienummer, evenals de volgende vermelding : "vooruitbetaling E.T. 14.000/….." (aangevuld door het nummer van de vergunning).

Hij moet bovendien, op dat ogenblik, aan het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert een brief met kennisgeving van de herziening zenden, in twee exemplaren, conform het model van bijlage II.

28. Indien het resultaat van de herziening kleiner is dan het bedrag van de reeds vooruitbetaalde belasting, dan heeft de belastingplichtige de keuze om al of niet teruggaaf te vragen van het overschot.

Wanneer hij geen teruggaaf vraagt van het overschot, om welke reden ook, dan zendt hij uiterlijk op 20 april aan de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert een brief in twee exemplaren conform het model van bijlage II.

Wanneer hij de teruggaaf vraagt, moet hij handelen op de wijze als uiteengezet in de nrs. 30 en volgende.

29. Voorbeelden van de herzieningen van de vooruit te betalen belasting zijn opgenomen in bijlage IV.

Teruggaaf van de vooruitbetaalde belasting

30. De vooruitbetaalde belasting wordt geheel of gedeeltelijk aan de belastingplichtige teruggegeven wanneer :

  1. hij van de vergunning afziet (z. nr. 16);
  2. de vergunning wordt ingetrokken (z. nr. 17);
  3. teveel werd betaald (z. nr. 28);
  4. de vergunninghouder om welke reden ook geen BTW maand- of kwartaalaangiften meer indient (z. nr. 18).
31. De teruggaaf van de vooruitbetaalde belasting is een terugbetaling van een als BTW ontvangen bedrag, dat groter is dan het wettelijk verschuldigde zoals bedoeld in artikel 77, § 1bis, 1°, van het BTW-Wetboek. De teruggaaf wordt gedaan met inachtneming van het bepaalde in het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde.

De belastingplichtige bekomt teruggaaf door toerekening; hij neemt de voor teruggaaf vatbare belasting op in rooster 62 van zijn periodieke maand- of kwartaalaangifte, die betrekking heeft op de periode waarin het recht op teruggaaf is ontstaan.

De oorzaak van teruggaaf van de vooruitbetaalde belasting doet zich voor en het recht op teruggaaf ontstaat :

  • op 1 januari van het jaar waarin de herziening van het vooruitbetaalde bedrag uitwijst dat er teveel werd betaald;
  • op de datum waarop de belastingplichtige aan de vergunning verzaakt;
  • op de datum waarop de vergunning wordt ingetrokken;
  • op de datum waarop van de vergunning geen gebruik meer mag worden gemaakt, dat is inzonderheid het geval wanneer de houder van de vergunning geen BTW maand- of kwartaalaangiften meer indient.
32. Om zijn vordering tot teruggaaf te kunnen uitoefenen moet de belastingplichtige, overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969, een document opstellen dat overeenstemt met het in bijlage II van de onderhavige aanschrijving gegeven model. Dat document moet worden ingeschreven in het register van teruggaaf.

Twee exemplaren ervan moeten worden toegezonden aan het BTW-controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert vóór het verstrijken van de wettelijk voorziene termijn betreffende de indiening van de periodieke aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de belastingplichtige zijn recht op teruggaaf uitoefent.

33. Wanneer, in het geval bedoeld in nr. 30, 4., de betrokkene geen teruggaaf door toerekening heeft bekomen in de laatste periodieke aangifte die hij heeft ingediend, dan kan hij, vóór het verstrijken van de verjaringstermijn van zijn vordering tot teruggaaf, een aanvraag tot teruggaaf indienen bij de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert.

E. BIJ DE INVOER TE VERVULLEN FORMALITEITEN

Invoerdocument

34. De belastingplichtigen die een vergunning hebben verkregen moeten, voor elke invoer waarvoor de BTW opeisbaar is, op het douanekantoor van invoer een Enig document overleggen dat als aangifte ten verbruik wordt gebezigd (4).

[(4) Voor de regeld die bij het gebruik van het Enig document moeten worden in acht genomen wordt verwezen naar de Instructie ENig document - 1999 (D.I. 530.11) van de Administratie der douane en accijnzen.]

De aangever moet op eigen verantwoordelijkheid de code "G" aanbrengen in de kolom "WB" (wijze van betaling) van vak 47 van het Enig document. Bovendien moet vak 48 van dat document worden aangevuld met het nummer van de uitgereikte vergunning

F. BOEKHOUDKUNDIGE VERPLICHTINGEN

35. De als aangiften ten verbruik gebezigde Enige documenten moeten worden ingeschreven in het boek voor inkomende facturen.

36. Het bedrag van de BTW, waarvan het als aangifte ten verbruik gebezigde Enig document de verschuldigdheid vaststelt en voorkomt in vak 47 moet worden opgenomen in rooster 57 van de maand- of kwartaalaangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de aangifte ten verbruik van de ingevoerde goederen werd geldig gemaakt.

Dat zelfde bedrag mag worden opgenomen in rooster 59 van dezelfde aangifte, voor het gedeelte waarvan de aftrek bij toepassing van de artikelen 45 en 46 van het BTW-Wetboek is toegestaan.

Het rooster 57 mag niet verminderd worden met een bedrag van de belasting met betrekking tot invoeren waarvoor een creditnota werd ontvangen.

De overeenkomstig artikel 34 van het BTW-Wetboek bepaalde maatstaf van heffing bij invoer die voorkomt in het vak 47 van het Enig document, wordt opgenomen in rooster 87 van de periodieke BTW-aangifte alsook, naargelang de aard der ingevoerde goederen, in rooster 81, 82 of 83.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal,



R. SUCAET



Bijlage I

AANVRAAG OM VERGUNNING

in drievoud in te dienen op briefpapier van de aanvrager bij de Centrale diensten van de A.O.I.F. (adres zie nr. 10)

De ondergetekende

Naam
Adres
BTW-identificatienummer

vraagt de vergunning aan om de belasting over de toegevoegde waarde, verschuldigd terzake van de invoer van goederen, te voldoen volgens de wijze van betalen ingesteld door de aanschrijving van 11 januari 1973, nr. 3 (bijwerking 2002).

Hij verbindt zich er toe de voorwaarden van die vergunning na te leven en onder meer jaarlijks het bedrag te herzien van de als BTW vooruit te betalen som.

Hij verklaart :

a) dat het totaal van de maatstaven van heffing van de BTW betreffende de invoeren bedoeld in de aanschrijving
- gedaan tijdens de vier voorbije kalenderkwartalen (1)
- volgens de vooruitzichten voor de volgende twaalf maanden (1)(2)

................................................................................... .................................................................
...................................................................................... ...........................EUR (3) bedraagt;

b) dat het overeenkomstig bedrag aan BTW

................................................................................... .................................................................
...................................................................................... ...........................EUR (3) bedraagt;

c) dat de vooruit te betalen som

................................................................................... .................................................................
...................................................................................... ...........................EUR (3) bedraagt;

Opgemaakt in drie exemplaren,

te...................................., .......................................................

(Handtekening, naam en hoedanigheid) (4)

----------
(1) Alleen de passende melding kopiëren, zie het onderscheid gemaakt in nr. 20.
(2) Bij de opgave van vooruitzichten dient een beschrijving te worden gevoegd (zie nr. 20).
(3) Voluit geschreven
(4) Wanneer de ondertekenaar handelt als lasthebber van de aanvrager, dient bij de aanvraag een fotokopie van de volmacht te worden gevoegd, die het mandaat bevestigt en er de draagwijdte van bepaalt. In ieder geval moet de ondertekenaar gemachtigd zijn de belastingplichtige financieel te verbinden voor onbeperkte bedragen.



Bijlage II

HERZIENING VAN DE VOORUITBETALING

In tweevoud toe te sturen aan het BTW-controlekantoor

De ondergetekende

Naam
Adres
BTW-identificatienummer

brengt U ter kennis dat de herziening van de BTW die vooruit werd betaald op grond van de vergunning die mij werd uitgereikt op......................................, onder het nr. E.T. 14.000/….., als volgt plaatsvindt.

Ik verklaar dat deze herziening gebaseerd is op alle invoeren bedoeld in de aanschrijving nr. 3/1973 (bijwerking 2002) gedaan tijdens het kalenderjaar ...... Het bedrag van de verschuldigde belasting over deze invoeren bedraagt : ………….EUR.





Vooruit te betalen belasting voor het jaar ... :....................EUR
Reeds vooruitbetaalde belasting :....................EUR
Verschil :....................EUR




(1) Ik betaal ................…..EUR, op ................., op rekeningnr. 679-200....-.. van het BTW-ontvangkantoor

(1) Ik vraag geen teruggaaf van dit verschil.

(1) Ik heb het bedrag van ..........................EUR opgenomen in rooster 62 van mijn maand/kwartaalaangifte met betrekking tot de handelingen van de maand/het kwartaal .....

Te ...................................., ............................................................

(Handtekening, naam en hoedanigheid)

----------
(1) Alleen de passende melding kopiëren, zie het onderscheid gemaakt in nr. 20.



Bijlage III

VERZAKING AAN DE VERGUNNING

In tweevoud toe te sturen aan het BTW-controlekantoor





AANGETEKEND



De ondergetekende

Naam
Adres
BTW-identificatienummer





brengt U ter kennis dat hij verzaakt aan de vergunning die hem werd uitgereikt op......................................, onder het nr. E.T. 14.000/…...

Ik heb het bedrag van ..........................EUR opgenomen in rooster 62 van mijn maand/kwartaalaangifte met betrekking tot de handelingen van de maand/het kwartaal .....





Te ...................................., ...............................................................

(Handtekening, naam en hoedanigheid)



Bijlage IV

VOORBEELDEN

1ste voorbeeld

Peeters, een in België gevestigde belastingplichtige, gehouden tot het indienen van maandelijkse BTW-aangiften, vraagt op 5 april 2001 de regeling aan van de verlegging van de heffing van de BTW bij invoer.

Voor de invoeren die hij heeft gedaan tijdens de vier kwartalen die zijn aanvraag voorafgaan (periode vanaf 1 april 2000 tot 31 maart 2001) heeft Peeters 108.000 EUR aan BTW voldaan.

Theoretisch schema van de door Peeters in de loop van de jaren 2001, 2002 en 2003 gedane handelingen.

05.04.2001


17.04.2001

29.04.2001


07.05.2001
10.04.2002





13.04.2002
12.04.2003






20.04.2003
Aanvraag om vergunning toegestuurd in drie exemplaren aan de centrale administratie van de A.O.I.F. Berekening door de
belastingplichtige van de vooruit te betalen som 108.000 EUR : 24 = 4.500 EUR.

De centrale administratie nodigt Peeters uit het bedrag van de vooruitbetaling te storten.

Betaling door Peeters van de som van 4.500 EUR op de rekening van het BTW-ontvangkantoor medegedeeld door de centrale
administratie.

Uitreiking van de vergunning door de centrale administratie. Peeters dient vanaf nu zijn goederen in te voeren volgens de wijze van
betalen ingesteld door deze aanschrijving. Peeters herziet het bedrag van de vooruitbetaalde som.
Gedurende het kalenderjaar 2001 heeft Peeters invoeren gedaan bedoeld in de aanschrijving en heeft hij 120.000 EUR
BTW over deze invoeren voldaan, waarvan 20.000 EUR aan de douane (vóór de uitreiking van de vergunning) en
100.000 EUR in rooster 57 van zijn maandaangiften (vanaf de uitreiking van de vergunning).
Vooruit te betalen belasting voor het jaar 2002 : 120.000 EUR : 24 = 5.000 EUR
Reeds vooruitbetaalde belasting : 4.500 EUR
Verschil : 500 EUR

Peeters betaalt de som van 500 EUR op de rekening van het BTW-ontvangkantoor en stuurt de bijlage II in twee
exemplaren aan zijn bevoegd BTW-controlekantoor.

Peeters herziet het bedrag van de vooruitbetaalde som.
Gedurende het kalenderjaar 2002 heeft Peeters in de aanschrijving bedoelde invoeren gedaan, waarvoor hij in rooster 57
van zijn maandaangiften 84.000 EUR BTW heeft voldaan.
Vooruit te betalen belasting voor het jaar 2003 : 84.000 EUR : 24 = 3.500 EUR
Reeds vooruitbetaalde belasting : 5.000 EUR
Verschil : 1.500 EUR

Peeters mag het bedrag van 1.500 EUR opnemen in het rooster 62 van zijn aangifte met betrekking tot de handelingen van
de maand maart 2003 en dient het document in bijlage II in twee exemplaren toe te sturen aan zijn bevoegd BTW-controlekantoor.

2de voorbeeld

Janssens, een in België gevestigde belastingplichtige, gehouden tot het indienen van kwartaal BTW-aangiften, vraagt op 12 juli 2001 de regeling aan van de verlegging van de heffing van de BTW bij invoer.
Aangezien Janssens pas in de loop van de maand mei 2001 gestart is met invoeren kan hij zich bij de aanvraag niet baseren op zijn invoeren gedaan tijdens de vier voorbij kalenderkwartalen, maar dient hij zijn invoervooruitzichten op te geven voor de komende twaalf maanden.
Janssens geeft in zijn aanvraag een maatstaf van heffing op van 260.000 EUR waarover 21 pct. BTW verschuldigd is, nl. 54.600 EUR.

Theoretisch schema van de door Janssens in de loop van de jaren 2001, 2002 en 2003 gedane handelingen

12.07.2001


25.07.2001

10.08.2001


15.08.2001


10.04.2002










11.04.2002
12.04.2003







14.04.2003
Aanvraag om vergunning toegestuurd in drie exemplaren aan de centrale administratie van de A.O.I.F.
Berekening door de belastingplichtige van de vooruit te betalen som 54.600 EUR : 24 = 2.275 EUR

De centrale administratie nodigt Janssens uit het bedrag van de vooruitbetaling te storten.

Betaling door Janssens van de som van 2.275 EUR op de rekening van het BTW-ontvangkantoor medegedeeld door de
centrale administratie.

Uitreiking van de vergunning door de centrale administratie. Janssens moet vanaf nu zijn goederen invoeren volgens de wijze
van betalen ingesteld door deze aanschrijving. Janssens herziet het bedrag van de vooruitbetaalde som.
Gedurende het kalenderjaar 2001 heeft Janssens invoeren gedaan bedoeld in de aanschrijving en heeft hij 50.400 EUR BTW
voldaan over deze invoeren, waarvan 10.400 EUR aan de douane (vóór de uitreiking van de vergunning) en 40.000 EUR in
roos-ter 57 van zijn kwartaalaangiften (vanaf de uitreiking van de vergunning).
Aangezien Janssens slechts gestart is met invoeren in mei 2001 mag hij de verschuldigde BTW niet delen door vierentwintig maar
door het dubbel van het aantal maanden te rekenen vanaf de maand waarin zijn eerste invoer heeft plaatsgevonden.
Dit is 8 maanden x 2 = 16.
Vooruit te betalen belasting voor het jaar 2002 : 50.400 EUR : 16 = 3.150 EUR
Reeds vooruitbetaalde belasting : 2.275 EUR
Verschil : 875 EUR

Janssens betaalt de som van 875 EUR op de rekening van het BTW-ontvangkantoor en stuurt de bijlage II in twee
exemplaren aan zijn bevoegd BTW-controlekantoor. Janssens herziet het bedrag van de vooruitbetaalde som.
Gedurende het kalenderjaar 2002 heeft Janssens in de aanschrijving bedoelde invoeren gedaan, waarvoor hij in rooster 57 van zijn
kwartaalaangiften 108.000 EUR BTW heeft voldaan.
Voortaan kan Janssens zijn vooruitbetaling berekenen volgens de gewone regels.
Vooruit te betalen belasting voor het jaar 2003 : 108.000 EUR : 24 = 4.500 EUR
Reeds vooruitbetaalde belasting : 3.150 EUR
Verschil : 1.350 EUR

Janssens betaalt de som van 1.350 EUR op de rekening van het BTW-ontvangkantoor en stuurt de bijlage II in twee
exemplaren aan zijn bevoegd BTW-controlekantoor.