Circulaire nr. Ci.RH.331/574.461 (AOIF 8/2006) van 03.02.2006
BELASTINGVERMINDERING VOOR HET LANGE TERMIJNSPAREN
Pensioensparen
PENSIOENSPAREN
Aftrekbaar bedrag
TAKS OP HET LANGE TERMIJNSPAREN
Pensioensparen
Pensioensparen
PENSIOENSPAREN
Aftrekbaar bedrag
TAKS OP HET LANGE TERMIJNSPAREN
Pensioensparen
Vanaf aj. 2006 wordt het maximumbedrag voor pensioensparen met 25 % verhoogd van 500 euro tot 625 euro (geïndexeerd maximumbedrag 780 euro).
Aan alle ambtenaren.
Artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 november 2005 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van pensioensparen (Belgisch Staatsblad 18 november 2005 - 3de editie) heeft in het KB/WIB 92 een artikel 63^4bis ingelast. Hiermede wordt van de in artikel 145^8, 2de lid, in fine, WIB 92, verleende machtiging gebruik gemaakt om het maxi-mumbedrag dat voor de belastingvermindering voor pensioensparen in aanmerking komt, te verhogen van 500 euro naar 625 euro. Deze verhoging stemt overeen met 25 % van het basisbedrag en is krachtens artikel 2 van voormeld koninklijk besluit van toepassing vanaf aanslagjaar 2006.
Na indexering overeenkomstig artikel 178, § 3, 2de lid, WIB 92, bedraagt het aldus voor aanslagjaar 2006 in aanmerking te nemen maximumbedrag 780 euro.
De verhogingen van de sommen in het kader van pensioensparen door een persoon die de leeftijd van 55 jaar of meer heeft bereikt, worden overeenkomstig artikel 184, § 3, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen in principe als een "nieuw contract" aangemerkt.
De Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën, sector registratie, neemt evenwel aan dat de aanpassing van het maximumbedrag vermeld in artikel 145^8, 2de lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 dat voor belastingvermindering in het kader van het pensioensparen in aanmerking komt, geen verhoging uitmaakt in de zin van artikel 184, § 3, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.
Het voormelde artikel 184, § 3, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, blijft evenwel van toepassing voor de gevallen waarop het in het verleden ook reeds werd toegepast.
De verhoging van de verzekeringspremies of de stortingen verricht in het kader van het pensioensparen mag aldus 25 % niet overschrijden om niet beschouwd te worden als een verhoging in de zin van voornoemd artikel 184, § 3.
De Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit sluit zich bij dit standpunt aan. Wanneer de verhoging van de premies voortvloeit uit de aanpassing van het maximumbedrag in de hierboven beschreven zin, moet die verhoging bijgevolg niet met een "nieuw contract" worden gelijkgesteld.
Daarenboven mag het bedrag van de met 25 % verhoogde premie of storting worden geïndexeerd en afgerond overeenkomstig artikel 178, § 2, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Directeur,
S. QUINTENS
Bron: FisconetPlus
