Aanschrijving nr. 7 d.d. 27.03.1991

Aanschrijving nr. 7 d.d. 27.03.1991

Jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten

MINISTERIE VAN FINANCIEN

Brussel, 27 maart 1991

-----

Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen

-----

Sector registratie

-----

E.T.T. 654

-----

AANSCHRIJVING Nr. 7

Artikel 15 van het koninklijk besluit van 5 juli 1985 betreffende de levensverzekeringsactiviteit voorziet dat de polis vermeldt dat, ongeacht de periodiciteit van de premie, de betaling van deze of van een fractie ervan niet verplicht is.

Deze bepaling, in werking getreden op 1 januari 1986, maakt het noodzakelijk om de regels betreffende de oorzaak van opeisbaarheid van de jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten inzake levensverzekeringen, die werden uiteengezet in de aanschrijving nr. 3 van 23 februari 1983 (punt II), te herzien.

De huidige aanschrijving vervangt de voormelde aanschrijving nr. 3 en preciseert opnieuw op welk ogenblik de oorzaak van opeisbaarheid van de hoger bedoelde taks zich voordoet (met dien verstande dat er slechts wijzigingen zijn inzake levensverzekeringen).

I. Verzekeringscontract ander dan een levensverzekeringscontract

1. Opdat de jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten andere dan levensverzekeringscontracten zou verschuldigd zijn, is vereist, zoals blijkt uit artikel 176^1, 1ste lid, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, dat het contract in uitvoering is gedurende het jaar waarop de heffing slaat. Dit is slechts het geval wanneer een premie gedurende dit jaar vervalt.

2. Over het algemeen is de premie jaarlijks betaalbaar en is de taks verschuldigd, elk jaar, over de som welke door de verzekerde dient betaald. Wanneer het verzekeringscontract of aanhangsel bij dat contract stipuleert dat, bij afwijking van de gebruikelijke voorwaarde, de jaarlijkse premie betaalbaar is per maand, per trimester of semester, ontstaat de oorzaak van opeisbaarheid van de taks op elkeen der vervaldagen van de premie. De oplossing is niet verschillend wanneer de verzekeringspolis of het aanhangsel de som aanwijst die opeisbaar zou geweest zijn indien de premie jaarlijks betaalbaar ware geweest in plaats van per maand, per trimester of per semester.

3. Wanneer een globale premie werd bedongen voor gans de duur van het verzekeringscontract, ontstaat de oorzaak van opeisbaarheid gedurende het jaar waarin de premie opeisbaar is en de taks is vorderbaar over het globale bedrag ervan.

4. Vermits het vervallen van de premie tijdens het belastingjaar de oorzaak uitmaakt van de opeisbaarheid van de taks, is en blijft deze verschuldigd niettegenstaande het feit dat de verzekerde de premie niet betaalt.

De omstandigheid dat de door de verzekeraar te leveren waarborg voor het risico krachtens de bepalingen van het verzekeringscontract zou opgeschort zijn ten gevolge van het niet betalen van de premie, heeft niet voor gevolg dat de opeisbaarheid van de taks zou uitgeschakeld worden, gegeven dat het contract blijft bestaan, dat de premie verschuldigd blijft en dat de verzekeraar de invordering ervan kan vervolgen (Van Eeckhout, Le droit des assurances terrestres, 2e druk, nr. 102; Répertoire pratique du droit belge, V° Assurances terrestres, nr. 65).

5, . Evenwel in een brede interpretatie van de artikelen 176^1, 177, 1°, 179^1, 1ste lid en 181 van voormeld Wetboek, wordt aangenomen dat de jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten voor teruggaaf vatbaar is wanneer de premie van een verzekeringscontract, ander dan een levens-verzekeringscontract, niet betaald werd en wanneer het vaststaat:

1° dat de verzekeraar alle verhaalmiddelen op de verzekerde heeft uitgeput en dat het verlies van de schuldvordering op deze laatste derhalve zeker is;

2° dat de verzekeraar het bedrag van de onbetaalde premie op de resultatenrekening (de vroegere verlies- en winstrekening) heeft geboekt;

3° dat de verzekeraar aan de in gebreke zijnde verzekerde betekend heeft dat het verzekeringscontract dat hij met hem heeft gesloten opgezegd is vanaf het vervallen van de onbetaalde premie en dat het geen enkele uitwerking meer kan hebben vanaf die datum.

II. Levensverzekeringscontract

A. Premies vervallen v56r 1 januari 1986

6. Inzake levensverzekeringen is de kwijting van de eerste premie verplicht vanaf de ondertekening van het contract. Daarentegen is de betaling van de daaropvolgende premies in het algemeen facultatief voor de verzekerde (Van Eeckhout, op. cit., nrs. 300 en 301; Rép. prat. dr. b., V° Assurances terrestres, nrs. 264 tot 266).

7. In die omstandigheden ontstaat de oorzaak van opeisbaarheid van de taks tijdens het jaar waarin de eerste (verplichte) premie vervalt en, voor de daaropvolgende premies, in de loop van het jaar tijdens hetwelk de betaling van de genoemde premies door de verzekerde wordt verricht.

B. Premies vervallen vanaf 1 januari 1986

8. Inzake levensverzekeringen is de betaling van de premie (inbegrepen de eerste premie) of van een fractie ervan niet verplicht (art. 15 van het koninklijk besluit van 5 juli 1985 betreffende de levensverzekeringsactiviteit. J./Ernault, Le droit de l'assurance vie, 1987, nrs. 47, 145 en volgende).

9. In die omstandigheden ontstaat de oorzaak van opeisbaarheid van de taks in de loop van het jaar tijdens hetwelk de betaling van de premie (zowel de eerste premie als de daaropvolgende premies) door de verzekerde werd gedaan.

10. In elke veronderstelling verzet niets zich ertegen dat een verzekeringsmaatschappij de taks berekent bij het vervallen van de premie of bij de boekhoudkundige inschrijving ervan en hem aan de Schatkist betaalt voordat de verzekerde zelf de premie aan de maatschappij heeft betaald. Doch in dat geval dringt zich een regularisatie van de heffing van de taks op indien zich tussen het tijdstip van de berekening van de taks door de maatschappij en de betaling van de premie door de verzekerde wijzigingen hebben voorgedaan hetzij in de in overweging te nemen elementen voor de berekening van de taks, hetzij in het tarief daarvan.

11. Uit het voorgaande volgt dat, inzake levensverzekeringen, teruggaaf van de taks mogelijk is, indien de premie door de verzekerde niet werd betaald.

Namens de Minister : De Directeur-generaal,

F. QUAGHEBEUR