Aanschrijving nr. 17/1999 d.d. 31.08.1999

Registratierechten
Protesten
Vrijstelling van de registratieformaliteit
AFZ/97-0817 - Dos. 49-7
In het Belgisch Staatsblad van 12 december 1998 werden bekendgemaakt:
  • het koninklijk besluit van 24 november 1998 tot uitvoering van artikel 8bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten betreffende het vrijstellen van een bepaalde categorie van akten van de registratieformaliteit;
  • het koninklijk besluit van 26 november 1998 tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 september 1997 tot uitvoering van de protestwet van 3 juni 1997, tot vaststelling van de inwerkingtreding van de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten en tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 1957 betreffende de uitvoering van artikel 38, tweede lid, en van artikel 42 van de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en orderbriefjes.
Deze aanschrijving bevat een korte commentaar betreffende de nieuwe bepalingen. De teksten van de koninklijke besluiten van 24 november 1998 en van 26 november 1998 gaan in de bijlagen 1 en 2.
1. Context van de nieuwe bepalingen.
De koninklijke besluiten van 24 en 26 november 1998 vormen een tweede fase in de hervorming van de regelgeving in verband met de protesten. De eerste fase van die hervorming ligt vervat in :
1. De Protestwet van 3 juni 1997 (B.S. van 19 juli 1997) (zie bijlage 3);
2. De wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten (B.S. van 19 juli 1997) (zie bijlage 4);
3. Het koninklijk besluit van 15 september 1997 tot uitvoering van de protestwet van 3 juni 1997, tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten en tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 1957 betreffende de uitvoering van artikel 38, tweede lid, en van artikel 42 van de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en orderbriefjes (B.S. van 23 september 1997) (zie bijlage 5);
4. Wet van 8 juni 1998 tot wijziging, wat de openbaarmaking van protestinformatie betreft, van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord, de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten en de wet van 1 maart 1961 betreffende de invoering in de nationale wetgeving van de eenvormige wet op de cheque en de inwerkingtreding van deze wet (B.S. van 17 juli 1998) (zie bijlage 6);
5. Wet van 22 juni 1998 tot wijziging van de protestwet van 3 juni 1997 (B.S. van 18 juli 1998) (zie bijlage 7).
De krachtlijnen van de eerste fase van de hervorming waren:
  • exclusieve bevoegdheid van de gerechtsdeurwaarders om protestakten op te maken (de ambtenaren van De Post zijn daartoe voortaan niet meer bevoegd);
  • centralisatie bij de "centrale depositaris" (opdracht toegewezen aan het Herdisconterings- en Waarborginstituut) van alle in het Rijk opgemaakte Protestakten;
  • verplichting voor de centrale depositaris een repertorium van de protestakten te houden;
  • afschaffing van het gebruik van een soucheboekje voor het opstellen van de protesten, aangezien dit voortaan op geïnformatiseerde wijze mag geschieden;
  • verschuiving van de gerechtsdeurwaarders naar de centrale depositaris van de verplichting om protestakten aan de registratieformaliteit aan te bieden en om de erop verschuldigde rechten te betalen;
  • centralisatie van de registratie van protestakten en van de inning van de desbetreffende rechten bij het achtste registratiekantoor van Brussel, zijnde het kantoor binnen wiens ambtsgebied de centrale depositaris zijn zetel heeft;
  • verschuiving van de ontvanger naar de centrale depositaris van de verplichting tot opstelling en mededeling aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van de tabel van de protesten van de tijdens de voorbije maand geregistreerde en niet-betaalde wisselbrieven en orderbriefjes.
Deze nieuwe regelgeving werd voor het eerst toegepast op handelspapier dat vanaf 23 september 1997 ter betaling werd aangeboden.
In de eerste fase van de hervorming van de regelgeving met betrekking tot de protesten was de centrale depositaris dus nog verplicht de protestakten ter formaliteit van de registratie aan te bieden (artikel 5, 2° van de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten - artikel 35, 2° W.Reg.). In de tweede fase van de hervorming werd die verplichting opgeheven (K.B. van 24 november 1998) en is de functie van centrale depositaris overgegaan van het Herdisconterings- en Waarborginstituut op de Nationale Bank van België (K.B. van 26 november 1998)
2. Inhoud van het koninklijk besluit van 24 november 1998.
Gelet op de centralisatie van de protestakten bij de centrale depositaris onder de vorm van een geïnformatiseerd repertorium (artikel 9 van de Protestwet van 3 juni 1997) en op de verplichting van de centrale depositaris om de op de protesten verschuldigde registratierechten te betalen (artikel 5, 2° van de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten - artikel 35, 2°, W.Reg.) was het mogelijk om in uitvoering van artikel 8bis van het W.Reg. de verplichting in hoofde van de centrale depositaris om de protesten ter registratie aan te bieden, op te heffen. Dit is geschied bij het koninklijk besluit van 24 november 1998. Dit koninklijk besluit bepaalt aldus:
  • de vrijstelling van de protestakten van de formaliteit van de registratie, zonder dat die vrijstelling ontheffing van de op deze akten verschuldigde rechten meebrengt (artikel 1 van het K.B.);
  • de voorschriften die de centrale depositaris als schuldenaar van de rechten en voor de controle van de juiste heffing moet naleven, alsook de sancties ingeval hij die niet naleeft (artikel 2, van het K.B.);
  • de voorschriften inzake het door de centrale depositaris te houden repertorium der protestakten en het inzagerecht van de Administratie in dat repertorium, evenals de ermee verband houdende sancties (artikelen 3 en 4 van het K.B.) .
Hier dient inzonderheid de aandacht op artikel 5 van het koninklijk besluit te worden gevestigd in verband met de inschrijvingen in het repertorium van de instrumenterende gerechtsdeurwaarder (artikel 176 W.Reg.). De regeling komt hierop neer:
  • moeten, in afwijking van artikel 176 W.Reg., niet meer ingeschreven worden in het repertorium: de door de instrumenterende gerechtsdeurwaarders bij de centrale depositaris opgemaakte protestakten;
Het betreft de protesten wegens niet-betaling van wisselbrieven en orderbriefjes die in de Verrekeningskamer worden aangeboden (m.a.w. protesten betreffende handelspapier dat bij een bank is gedomicilieerd)
  • moeten, in toepassing van artikel 176 W.Reg. nog altijd worden ingeschreven in het repertorium van de instrumenterende gerechtsdeurwaarder: de protesten die ter domicilie van de tot betaling gehouden persoon worden opgemaakt.
Het betreft protesten betreffende handelspapier dat niet in de Verrekeningskamer wordt aangeboden (m.a.w. handelspapier dat niet bij een bank is gedomicilieerd).
In dat geval moet de instrumenterende gerechtsdeurwaarder in zijn repertorium in plaats van de vermelding van de registratie voorgeschreven door artikel 177, eerste lid, 5°, van het Wetboek, het inschrijvingsnummer in het repertorium van de centrale depositaris vermelden.
3. Inhoud van het koninklijk besluit van 26 november 1998.
Voornoemd koninklijk besluit van 26 november 1998 heeft de hoedanigheid van centrale depositaris overgedragen van het Herdisconterings- en Waarborginstituut naar de Nationale Bank van België.
4. Inwerkingtreding
Het koninklijk besluit van 24 november 1998 is van toepassing op het handelspapier dat vanaf 1 januari 1999 ter betaling wordt aangeboden. Het koninklijk besluit van 26 november 1998 is in werking getreden op 1 januari 1999.
5. Beslissing in uitvoering van het koninklijk besluit van 24 november 1998.
Bijlage 8 van deze aanschrijving bevat de beslissing van 20 augustus 1999 van de Directeur-generaal van de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen, genomen in uitvoering van het koninklijk besluit van 24 november 1998 tot uitvoering van artikel 8bis van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten betreffende het vrijstellen van een bepaalde categorie van akten van de registratieformaliteit.
In uitvoering van artikel 2, §§ 2 en 3 van het K.B. van 24 november 1998, bepaalt die beslissing:
  • het model van de verklaring betreffende alle protestakten die in het repertorium van de Centrale Depositaris zijn ingeschreven sinds de vorige verklaring;
  • het model van het uittreksel uit het repertorium van de protestakten waarop de verklaring betrekking heeft;
  • de magnetische informatiedrager waarop het uittreksel uit het repertorium van de protestakten moet worden opgesteld.
Namens de Minister:
De Adjunct Administrateur-generaal van de belastingen,
J.-M. DELPORTE
----------
BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 12 december 1998
MINISTERIE VAN FINANCIEN
24 NOVEMBER 1998 - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 8bis van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten betreffende het vrijstellen van een bepaalde categorie van akten van de registratieformaliteit.
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Hebben Wij besloten en besluiten wij:
Artikel 1. In toepassing van artikel 8bis van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten worden de protestakten bedoeld in artikel 19, 1° van hetzelfde Wetboek vrijgesteld van de registratieformaliteit zonder dat deze vrijstelling de ontheffing van de op deze akten toepasselijke rechten meebrengt.
De betaling van het recht overeenkomstig de modaliteiten van dit besluit geldt als registratie van het protest in de zin van artikel 6 van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijke akkoord.
Art. 2. § 1. De op de protestakten verschuldigde rechten worden betaald binnen de termijn voorzien in artikel 32, 8° van hetzelfde Wetboek.
§ 2. De rechten worden betaald door storting of overschrijving op de postrekening-courant van het bevoegde registratiekantoor. De betaling gaat gepaard met de neerlegging van een verklaring die betrekking heeft op alle protestakten die in het repertorium van de protestakten werden ingeschreven sinds de vorige verklaring. Het model van de verklaring wordt bepaald door de Directeur-generaal van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen.
De verklaring wordt opgesteld in drie exemplaren.
Een exemplaar wordt bewaard door de centrale depositaris. De beide andere exemplaren worden overhandigd aan de ontvanger der registratie. De ontvanger bezorgt de centrale depositaris een exemplaar nadat hij er een vermelding heeft op aangebracht dat de rechten in ontvangst werden genomen.
§ 3. Een uittreksel uit het repertorium van de protestakten waarop de verklaring betrekking heeft, wordt door de centrale depositaris aan een van de exemplaren van de verklaring gehecht en door de ontvanger der registratie bewaard.
Het uittreksel uit het repertorium van de protestakten wordt daarenboven opgesteld op een magnetische informatiedrager die wordt bepaald door de Directeur-generaal van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen.
§ 4. Als de verschuldigde rechten niet zijn betaald binnen de in § 1 bepaalde termijn, is de wettelijke interest van rechtswege verschuldigd te rekenen vanaf de dag dat de betaling moest zijn geschied.
Het niet-tijdig indienen van de verklaring of van het uittreksel uit het repertorium van de protestakten wordt bestraft met een boete van 1.000 frank per dag vertraging.
Iedere onjuistheid en iedere weglating die wordt vastgesteld in de verklaring wordt bestraft met een boete gelijk aan tien maal de ontdoken rechten.
Art 3. In het repertorium van de protestakten dat wordt gehouden door de centrale depositaris, overeenkomstig artikel 9 van de protestwet van 3 juni 1997 worden alle protestakten die in het Rijk worden opgemaakt dagelijks en volgens een gestructureerde en eenduidige nummerreeks ingeschreven. Iedere inschrijving bevat de gegevens vermeld in de artikelen 3 of 6 van de protestwet van 3 juni 1997.
Iedere onregelmatigheid in het houden van het repertorium van de protestakten wordt bestraft met een boete van 1.000 frank.
Art. 4. De centrale depositaris is gehouden van het repertorium van de protestakten en de protestakten die bij hem worden gedeponeerd, zonder verplaatsing, inzage te verlenen aan de ambtenaren van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen die erom verzoeken.
Iedere weigering van inzageverlening wordt bestraft met een boete van 10.000 frank.
Art. 5. § 1. In afwijking van artikel 176 van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten worden de protestakten opgemaakt bij de centrale depositaris overeenkomstig artikel 2 van de protestwet van 3 juni 1997, niet meer ingeschreven in het repertorium van de gerechtsdeurwaarder.
§ 2. In afwijking van artikel 177, 1ste lid, 5°, van hetzelfde wetboek wordt, wat de protestakten betreft, de vermelding van de registratie vervangen door het inschrijvingsnummer in het repertorium van de protestakten.
§ 3. de centrale depositaris deelt in de loop van de maand januari van ieder jaar aan de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, het aantal protestakten mee dat iedere gerechtsdeurwaarder bij de centrale depositaris heeft opgemaakt tijdens het vorige jaar.
Art. 6. Dit besluit is van toepassing op de protestakten betreffende de handelseffecten die ter betaling worden aangeboden vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Art. 7. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 24 november 1998.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Financiën,
J.-J. VISEUR
BIJLAGE 2
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 12 december 1998
26 NOVEMBER 1998. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 september 1997 tot uitvoering van de protestwet van 3 juni 1997, tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten en tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 1957 betreffende de uitvoering van artikel 38, tweede lid, en van artikel 42 van de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en orderbriefjes.
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Hebben Wij besloten en besluiten Wij
Artikel 1. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 15 september 1997 tot uitvoering van de protestwet van 3 juni 1997, tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten en tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 1957 betreffende de uitvoering van artikel 38, tweede lid, en van artikel 42 van de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en orderbriefjes wordt vervangen door de volgende bepaling:
"Art. 2. De centrale depositaris bedoeld in artikel 2 van de wet is de Nationale Bank van België, onderworpen aan de wet van 24 augustus 1939 op de Nationale Bank van België en aan de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België.
Art. 2. In de artikelen 6, 7 en 8 van het voormeld koninklijk besluit van 15 september 1997 alsook in de bijlagen bij dat besluit, worden de woorden "Herdiscontering- en Waarborginstituut" en de afkorting "HWI" respectievelijk vervangen door "Nationale Bank van België" en "NBB".
Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1999.
Art. 4. Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Financiën zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 26 november 1998.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie
T. VAN PARYS
De Minister van Financiën,
J.-J. VISEUR
BIJLAGE 3
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 19 juli 1997
3 JUNI 1997. - Protestwet
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid zoals bepaald in artikel 77 van de Grondwet.
TITEL I. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 1. - Protesten wegens niet-betaling van wisselbrieven en orderbriefjes die in de Verrekeningskamer aangeboden worden
Art. 2. De protesten wegens niet-betaling van wisselbrieven en orderbriefjes die in de Verrekeningskamer aangeboden worden, overeenkomstig artikelen 38, tweede lid, en 42, van de gecoördineerde wetten op de wisselbrief en het orderbriefje worden opgemaakt door de gerechtsdeurwaarders bij een door de Koning te dien einde aangewezen instelling, die "centrale depositaris" wordt genoemd.
Art. 3. De overeenkomstig artikel 2 opgemaakte protestakte bevat:
1° plaats, datum en aard van het protest;
2° het soort handelspapier waarop het protest betrekking heeft;
3° de naam en voornamen, firma of bijzondere benaming van de begunstigde van het orderbriefje of van de trekker van de wisselbrief, alsook zijn woonplaats of zetel en zijn nummer van inschrijving in het register van de belasting over de toegevoegde waarde, indien hij in die belastingheffing betrekbaar is;
4° de naam en voornamen, firma of bijzondere benaming van de ondertekenaar van het orderbriefje of van de betrokkene van de wisselbrief, alsook de vermelding of hij de wisselbrief al dan niet geaccepteerd heeft, zijn woonplaats of zetel en zijn nummer van inschrijving in het register van de belasting over de toegevoegde waarde, indien hij in die belastingheffing betrekbaar is;
5° de vervaldag;
6° het bedrag van het handelspapier en, indien dat zou verschillen, het bedrag waarvoor het protest werd opgemaakt;
7° de reden van de weigering die aanleiding geeft tot het protest;
8° de gedetailleerde kosten van de akte;
9° de naam en voornamen van de persoon die de protestakte heeft opgemaakt;
10° de firma van de kredietinstelling die het protest heeft aangevraagd, alsook die van de kredietinstelling aan wie het handelspapier ter betaling aangeboden is.
Art. 4. De centrale depositaris bewaart de protestakte; binnen de vier dagen vanaf de dagtekening van het protest bezorgt hij de kredietinstellingen bedoeld in artikel 3, 10°, een bericht dat de essentiële gegevens van die akte en van het geprotesteerde handelspapier bevat.
Wanneer op de laatste dag van de in eerste lid bedoelde termijn de kantoren van de centrale depositaris gesloten zijn, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende dag waarop de kantoren geopend zijn.
HOOFDSTUK II. - Andere protesten wegens niet-betaling en protesten wegens niet-acceptatie
Art. 5. § 1. De protesten wegens niet-acceptatie of wegens niet-betaling andere dan die bedoeld in artikel 2, worden door de gerechtsdeurwaarders opgemaakt.
§ 2. De protesten worden opgemaakt:
1° aan de woonplaats of zetel aangewezen op het handelspapier, en bij ontbreken van aanwijzing, aan de laatste bekende woonplaats of zetel van de debiteur;
2° aan de woonplaats of zetel van de personen die op het handelspapier, hetzij door de trekker, hetzij door de endossant zijn aangewezen om zo nodig het handelspapier te betalen;
3° aan de woonplaats of zetel van de derde die bij tussenkomst heeft geaccepteerd.
In geval van een valse of onjuiste aanwijzing van de woonplaats of zetel, stelt de gerechtsdeurwaarder in de akte vast dat de debiteur niet is gevonden.
Art. 6. De protestakte bevat de volgende vermeldingen, in zoverre ze verenigbaar zijn met het soort handelspapier waarop het protest betrekking heeft:
1° de vermeldingen opgesomd in artikel 3, 1° tot 9°;
2° de naam van de verzoeker;
3° de aan- of afwezigheid van degene die moet betalen;
4° de naam van de persoon aan wie het in artikel 7 bedoelde bericht is overhandigd.
Art. 7. Hij die het protest heeft opgemaakt, laat op de in artikel 5, 2, bedoelde woonplaats of zetel een bericht na, met volgende vermeldingen:
1° de naam en het adres van de houder die om het protest verzocht heeft;
2° de naam van degene die het protest heeft opgemaakt;
3° het bedrag van het geprotesteerde handelspapier.
Indien niemand wordt aangetroffen aan de bedoelde woonplaats of zetel, vermeldt de protestakte dit feit en wordt geen bericht nagelaten.
Art. 8. Uiterlijk de eerste werkdag na de dagtekening van het protest maakt de gerechtsdeurwaarder een eensluidend verklaard afschrift van de protestakte over aan de centrale depositaris.
Wordt het geprotesteerde handelspapier geheel of gedeeltelijk betaald voordat de in artikel 443 van de wet van 18 april 1851 betreffende het faillissement, de bankbreuk en het uitstel van betaling, genoemde tabel wordt verzonden, dan zendt de gerechtsdeurwaarder onverwijld een attest over die betaling aan de centrale depositaris.
De Koning regelt de wijze waarop deze documenten overgemaakt worden.
HOOFDSTUK III. - Repertorium van de protestakten
Art. 9. Een door de centrale depositaris gehouden repertorium vermeldt alle protestakten. Dit repertorium kan de vorm van een computerbestand aannemen.
HOOFDSTUK IV. - Diverse en strafbepalingen
Art. 10. § 1. De Koning bepaalt de vergoeding van de centrale depositaris voor zijn prestaties die voortvloeien uit het opmaken, de registratie en de bekendmaking van de protesten.
§ 2. De Koning bepaalt de vorm van de protestakten bedoeld in de artikelen 3 en 6 en van de berichten bedoeld in de artikelen 4 en 7.
Art. 11. Met de straf bepaald in artikel 38 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, wordt de centrale depositaris, zijn aangestelde of zijn lasthebber bestraft, wanneer hij persoonsgegevens die verband houden met het geprotesteerde handelspapier waarvan het protest nog niet werd bekendgemaakt zoals bepaald in artikel 443 van de wet van 18 april 1851 betreffende het faillissement, de bankbreuk en het uitstel van betaling, meedeelt aan om het even welke persoon die niet gerechtigd is ze te ontvangen.
Art. 12. Deze wet treedt in werking op dezelfde dag als de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 3 juni 1997.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
Met 's Lands zegel gezegeld:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
BIJLAGE 4
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 19 juli 1997
10 JUNI 1997. - Wet houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
TITEL I. - Fiscale bepalingen
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
Art. 2. Artikel 19, eerste lid, 6°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, vervangen door de wet van 13 augustus 1947, wordt opgeheven.
Art. 3. Artikel 22 van hetzelfde wetboek wordt opgeheven.
Art. 4. Aan artikel 32 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 2°, gewijzigd door de wet van 5 juli 1963, worden tussen de woorden "gerechtsdeurwaarders" en "vier dagen" de woorden "andere dan protesten" ingevoegd;
2° het 8° wordt vervangen door de volgende bepaling: "8° voor protesten, acht dagen te rekenen vanaf de datum van inschrijving van het protest in het door de centrale depositaris overeenkomstig artikel 9 van de protestwet van 3 juni 1997 gehouden repertorium".
Art. 5. Aan artikel 35, eerste lid, van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het 1°, gewijzigd door de wet van 5 juli 1963, wordt aangevuld met de woorden "andere dan de protesten";
2° het 2°, opgeheven door de wet van 19 juni 1986, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing: "2° op de centrale depositaris bedoeld in artikel 2 van de protestwet van 3 juni 1997, ten aanzien van de protesten";
3° het 7° wordt opgeheven.
Art. 6. Aan artikel 39 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het 1°, gewijzigd door de wet van 5 juli 1963, worden tussen de woorden "gerechtsdeurwaarders" en ", ten registratiekantoren" de woorden "andere dan de protesten" ingevoegd;
2° er wordt een 1°bis ingevoegd, luidend als volgt: "1°bis de protesten, ten kantore in welk gebied de zetel van de centrale depositaris bedoeld in artikel 2 van de protestwet van 3 juni 1997 gelegen is";
Art. 7. Artikel 157 van hetzelfde wetboek, gewijzigd door de wet van 22 december 1989, wordt vervangen door de volgende bepaling: "Art. 157. Op de akten van protest wordt een recht van 200 frank geheven".
Art. 8. Artikel 158 van hetzelfde wetboek wordt opgeheven.
Art. 9. Artikel 162, 32°, van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het Wetboek der zegelrechten
Art. 10. Artikel 10 van het Wetboek der zegelrechten, gewijzigd door het koninklijk besluit van 16 januari 1975, wordt opgeheven.
Art. 11. Artikel 37 van hetzelfde wetboek, gewijzigd door de wet van 5 juli 1963, wordt opgeheven.
Art. 12. Artikel 59/1, 37°, van hetzelfde wetboek, opgeheven door de wet van 12 juli 1960, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing: "37° de protesten";
Art. 13. Artikel 68, eerste lid, 4°, van hetzelfde wetboek, gewijzigd door de wet van 14 juli 1951, wordt opgeheven.
TITEL Il. - Diverse bepalingen en inwerkingtreding
Art. 14. Artikel 443 van de wet van 18 april 1851 betreffende het faillissement, de bankbreuk en het uitstel van betaling wordt vervangen door de volgende bepaling: "Art. 443. Binnen de eerste tien dagen van elke maand zendt de centrale depositaris naar de voorzitter van de rechtbank van koophandel van de woonplaats of, indien het een rechtspersoon betreft, van de zetel van de debiteur van het handelspapier, een tabel met de protesten van de geaccepteerde wisselbrieven en van de orderbriefjes die in de loop van de vorige maand werden geregistreerd en waarvoor de betaling nog niet werd vastgesteld door de centrale depositaris of hem nog niet werd medegedeeld. Deze tabel bevat de vermeldingen bedoeld in artikel 3, 1° tot 7°, van de protestwet van 3 juni 1997. De tabel wordt neergelegd bij de griffie van voornoemde rechtbank, waar eenieder er kennis van kan nemen".
Art. 15. De protestwet van 10 juli 1877 wordt opgeheven.
Art. 16. In artikel 44, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en orderbriefjes, gecoördineerd op 31 december 1955, wordt de tweede zin geschrapt.
Art. 17. In artikel 3, c), van de wet van 26 december 1956 op de postdienst, gewijzigd bij de wet van 21 maart 1991, worden de woorden "en, in voorkomend geval, de desbetreffende protestformaliteiten te vervullen" geschrapt.
Art. 18. De Koning bepaalt de datum waarop deze wet in werking treedt.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 10 juni 1997.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
Met 's Lands zegel gezegeld:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
BIJLAGE 5
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 23 september 1997
15 SEPTEMBER 1997. Koninklijk besluit tot uitvoering van de protestwet van 3 juni 1997, tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten en tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 1957 betreffende de uitvoering van artikel 38, tweede lid, en van artikel 42 van de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en orderbriefjes.
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Hebben Wij besloten en besluiten Wij:
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit dient men onder "wet" te verstaan, de protestwet van 3 juni 1997.
Art. 2. De centrale depositaris bedoeld in artikel 2 van de wet, is het Herdiscontering- en Waarborginstituut, opgericht bij het koninklijk besluit nr. 175 van 13 juni 1935 houdende instelling van een Herdiscontering- en Waarborginstituut.
Art. 3. De protestakte bedoeld in artikel 3 van de wet wordt opgemaakt overeenkomstig het voorbeeld van bijlage I bij dit besluit.
Art. 4. De protestakte bedoeld in artikel 6 van de wet wordt opgemaakt overeenkomstig het voorbeeld van bijlage II bij dit besluit.
Art. 5. Het bericht bedoeld in artikel 4 van de wet wordt opgesteld overeenkomstig het voorbeeld bij bijlage III bij dit besluit. Dit bericht kan langs elektronische weg worden bezorgd. Het bericht bedoeld in artikel 7 van de wet wordt opgesteld overeenkomstig het voorbeeld bij bijlage IV bij dit besluit.
Art. 6. De mededeling bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet geschiedt door een door de gerechtsdeurwaarder eensluidend verklaard afschrift van de protestakte aangetekend toe te zenden aan het Herdiscontering- en Waarborginstituut.
De inschrijving door het Herdiscontering- en Waarborginstituut in het repertorium bedoeld in artikel 9 van de wet geschiedt na ontvangst van die zending en onder voorbehoud van betaling, door middel van een gekruiste cheque op naam van het Herdiscontering- en Waarborginstituut, van de bijdrage vastgelegd in artikel 8, eerste lid, van dit besluit en van de registratierechten vastgelegd in artikel 157 van het Wetboek der Registratie, Hypotheek- en Griffierechten.
Het Herdiscontering- en Waarborginstituut deelt binnen veertien dagen na de inschrijving waarvan sprake is in het vorige lid aan de gerechtsdeurwaarder het aan de protestakte toegewezen repertoriumnummer mee. De gerechtsdeurwaarder schrijft dit nummer op de originele protestakte.
Art. 7. Het toezenden van de attesten van betaling bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet geschiedt door een aangetekende zending aan het Herdiscontering- en Waarborginstituut.
Het attest van betaling wordt geregistreerd na ontvangst van de zending en onder voorbehoud van betaling, door middel van een gekruiste cheque op naam van het Herdiscontering- en Waarborginstituut, van de bijdrage vastgelegd in artikel 8, tweede lid.
Art. 8. Voor iedere protestakte opgemaakt overeenkomstig de wet, is een bijdrage van 527 frank verschuldigd aan het Herdiscontering- en Waarborginstituut.
Telkens als een protest niet wordt bijgeschreven op de tabel met de protesten van de geaccepteerde wisselbrieven en van de orderbriefjes, bedoeld in artikel 443 van de wet van 18 april 1851 op het faillissement, bankbreuk en de opschorting van betaling, doordat het Herdiscontering- en Waarborginstituut de betaling van het geprotesteerde effect heeft vastgesteld of ervan op de hoogte is gesteld, is aan de laatstgenoemde een bijdrage van 280 frank verschuldigd.
Met ingang van 1 januari 1998, worden deze bedragen op 1 januari van elk jaar gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Het gewijzigde bedrag wordt verkregen met volgende formule: de bijdrage wordt vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller het rekenkundig gemiddelde is van de indexcijfers van de consumptieprijzen van de maanden augustus tot en met november van het voorgaande jaar en waarvan de noemer het rekenkundig gemiddelde is van de indexcijfers van de consumptieprijzen van de maanden augustus tot en met november van het jaar van inwerkingtreding van dit besluit.
Bij de vaststelling van het bedrag van de bijdragen worden de frankgedeelten naar boven of beneden afgerond tot op één frank naargelang de tienden al dan niet vijf bereiken.
De in het eerste en tweede lid vastgestelde bijdragen dienen betaald te worden in handen van het Herdiscontering- en Waarborginstituut of worden, voor wat de protesten betreft opgemaakt overeenkomstig hoofdstuk II van de wet, aan het Instituut bezorgd door de gerechtsdeurwaarder.
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 1957 betreffende de uitvoering van artikel 38, tweede lid en van artikel 42 van de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en orderbriefjes
Art. 9. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 juli 1957 betreffende de uitvoering van artikel 38, tweede lid, en van artikel 42 van de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en orderbriefjes wordt vervangen door volgende bepaling: "De instelling waar wisselbrieven en orderbriefjes geldig kunnen worden aangeboden overeenkomstig artikel 38, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en orderbriefjes is de Verrekeningskamer gevestigd bij de Nationale Bank van België, voor zover de hiernavolgende voorwaarden vervuld zijn.
De aanduiding op een wisselbrief of een orderbriefje van een bankrekeningnummer, geopend op naam van de debiteur in de boeken van een kredietinstelling die lid is van de Verrekeningskamer bij de Nationale Bank van België of die erin vertegenwoordigd is, maakt dit effect uitsluitend betaalbaar in de Verrekeningskamer.
De aanbieding ter betaling moet gebeuren door of door toedoen van een lid van de Verrekeningskamer."
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen
Art. 10. De wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten, met uitzondering van artikel 14 ervan, alsmede dit besluit treden in werking voor de effecten die ter betaling worden aangeboden vanaf 23 september 1997.
Artikel 14 van de wet van 10 juni 1997 is voor de eerste maal van toepassing op de protesten die geregistreerd worden in oktober 1997.
Art. 11. Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Financiën worden belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 15 september 1997.
ALBERT
Van Koningswege:
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Buitenlandse Handel,
Ph. MAYSTADT
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
Opmerking:
De bijlagen bij het K.B. van 15 september 1997 zijn in deze aanschrijving niet opgenomen.
BIJLAGE 6
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 17 juli 1998
8 JUNI 1998. - Wet tot wijziging, wat de openbaarmaking van protestinformatie betreft, van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord, de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten en de wet van 1 maart 1961 betreffende de invoering in de nationale wetgeving van de eenvormige wet op de cheque en de inwerkingtreding van deze wet.
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2. Artikel 6, eerste lid, van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijke akkoord wordt vervangen door het volgende lid: "Uiterlijk de tiende dag van elke maand zendt de centrale depositaris een lijst van de in de loop van de vorige maand geregistreerde protesten betreffende de geaccepteerde wisselbrieven en de orderbriefjes, waarvoor de betaling nog niet werd vastgesteld door de centrale depositaris of hem nog niet werd medegedeeld, aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van de woonplaats van de schuldenaar, of, indien het een koopman betreft, van de hoofdinrichting van de schuldenaar, of, indien het een rechtspersoon betreft, van de zetel van de schuldenaar van het handelspapier. Deze lijst bevat de vermeldingen bedoeld in artikel 3, 1° tot 7°, van de protestwet van 3 juni 1997".
Art. 3. Artikel 14 van de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten wordt vervangen door de volgende bepaling: "Artikel 14. De centrale depositaris verstrekt aan eenieder die erom verzoekt, in papiervorm of op geautomatiseerde informatiedrager, gegevens uit de lijsten die werden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 6 van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord. De Koning bepaalt de vergoeding die de centrale depositaris hiervoor kan aanrekenen".
Art. 4. In artikel 67 van de wet van 1 maart 1961 betreffende de invoering in de nationale wetgeving van de eenvormige wet op de cheque en de inwerkingtreding van deze wet worden de woorden "de wet van 10 juli 1877 op de protesten" vervangen door de woorden "de protestwet van 3 juni 1997".
Art. 5. Deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1998.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 8 juni 1998.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
Met 's Lands zegel gezegeld:
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
BIJLAGE 7
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 18 juli 1998
22 JUNI 1998. - Wet tot wijziging van de protestwet van 3 juni 1997
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2. In artikel 3, 3° en 4°, van de protestwet van 3 juni 1997 worden de woorden "zijn woonplaats of zetel" telkens vervangen door de woorden "zijn woonplaats of indien het een koopman betreft, zijn hoofdinrichting of, indien het een rechtspersoon betreft, zijn zetel".
Art. 3. In artikel 8, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "de in artikel 443 van de wet van 18 april 1851 betreffende het faillissement, de bankbreuk en het uitstel van betaling, genoemde tabel" vervangen door de woorden "de in artikel 6 van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord bedoelde lijst".
Art. 4. In artikel 11 van dezelfde wet worden de woorden "in artikel 443 van de wet van 18 april 1851 betreffende het faillissement, de bankbreuk en het uitstel van betaling" vervangen door de woorden "in artikel 6 van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord".

Art. 5. Deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1998.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 22 juni 1998.

ALBERT Par Ie Roi:
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
Met 's Lands zegel gezegeld:
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
BIJLAGE 8

Beslissing d.d. 20.08.1999 van de Directeur-generaal van de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen in uitvoering van het koninklijk besluit van 24 november 1998 tot uitvoering van artikel 8bis van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten betreffende het vrijstellen van een bepaalde categorie van akten van de registratieformaliteit.

Gelet op het Koninklijk besluit van 24 november 1998 tot uitvoering van artikel 8bis van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten betreffende het vrijstellen van een bepaalde categorie van akten van de registratieformaliteit, inzonderheid artikel 2, § 2 en § 3.

BESLISSING
Artikel 1. De verklaring betreffende alle protestakten die in het repertorium van de Centrale Depositaris zijn ingeschreven sinds de vorige verklaring, alsmede het uittreksel uit het repertorium van de protestakten waarop deze verklaring betrekking heeft, zoals bedoeld in artikel 2, § 2 en § 3 van het koninklijk besluit van 24 november 1998 tot uitvoering van artikel 8bis van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten betreffende het vrijstellen van een bepaalde categorie van akten van de registratieformaliteit, worden opgesteld respectievelijk naar de modellen 1 en 2 gevoegd in bijlage bij deze beslissing.

Art. 2. De magnetische informatiedrager vermeld in artikel 2, § 3, 2de lid van hetzelfde koninklijk besluit is deze bedoeld in artikel 14 van de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten zoals gewijzigd door artikel 3 van de wet van 8 juni 1998 tot wijziging, wat de openbaarmaking van protestinformatie betreft, van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord, de wet van 10 juni 1997 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de protesten en de wet van 1 maart 1961 betreffende de invoering in de nationale wetgeving van de eenvormige wet op de cheque en de inwerkingtreding van deze wet.

Art. 3. Deze beslissing treedt in werking op 1 januari 1999.
Brussel, 20.08.1999
De Directeur-generaal van het kadaster, de registratie en de domeinen,
D. DE BRONE Bijlage bij de beslissing van 20.08.1999 van de Directeur-generaal van de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen in uitvoering van het koninklijk besluit van 24 november 1998 tot uitvoering van artikel 8bis van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten betreffende het vrijstellen van een bepaalde categorie van akten van de registratieformaliteit.