Aanschrijving nr. 22 dd. 03.01.1978
AANSCHRIJVING 78/022
Aanschrijving nr. 22 dd. 03.01.1978
Vrijstelling art.42
Vrijstelling
Invoer
Diplomatieke vrijstelling
Internationale instelling
Consulaire post
Diplomatieke zending
Levering van een goed
Dienst
Persoonlijk gebruik
Officieel gebruik
Diplomaat
Onroerend werk
Aanschrijving 1/1978
Aanschrijving 2/1978
Bijwerking van aanschrijving 1 en 2 van 1978.
In het Belgisch Staatsblad van 9 juni 1978 (z. ook Belgisch Staatsblad van 13 juli 1978) werd de wet van 3 april 1978 bekendgemaakt, houdende goedkeuring van het Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Intergouvernementele Commissie voor Europese Migratie inzake de voorrechten en immuniteiten van deze internationale organisatie in België, ondertekend te Genève op 2 juli 1973.
Luidens de voornoemde wet van 3 april 1978 hebben de bepalingen van het Akkoord uitwerking met ingang van 1 juli 1970 (art. 2) en gaat de verjaring van de vorderingen tot terugbetaling, die verantwoord zijn wegens de terugwerkende kracht die de genoemde wet aan de fiscale bepalingen van het Akkoord toekent, in op de dag waarop die wet in werking treedt (art. 3).
Artikel 32 van het Akkoord bepaalt dat het Akkoord in werking zal treden "vijftien dagen na de neerlegging bij de ICEM van de bekrachtigingsoorkonde van België". De bekrachtigingsoorkonde werd neergelegd op 22 mei 1978. Het Akkoord is bijgevolg in werking getreden op 6 juni 1978.
De regeling die inzake belasting over de toegevoegde waarde van toepassing is op de "ICEM", op het hoofd van het Bureau van de "ICEM" in België en op de personeelsleden van het Bureau van de "ICEM" in België, maakt het voorwerp uit van de bijlage bij deze aanschrijving, die als § 15(2) moet worden ingevoegd in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 2. De inhoudstabel van deze laatste aanschrijving moet worden aangevuld met de woorden : "§ 15(2). Intergouvernementele Commissie voor Europese Migratie ("ICEM")", na § 15. Interamerikaanse Ontwikkelingsbank".
De bijlage VI bij de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, moet worden aangevuld met de volgende woorden, onder de rubriek "Organisaties" : "Intergouvernementele Commissie voor Europese Migratie (ICEM)", en met de woorden "Het hoofd van het Bureau van de ICEM in België", onder de rubriek "Ambtenaren".
De termijn van twee jaar met betrekking tot de verjaring van de vorderingen tot terugbetaling van de belasting over de toegevoegde waarde, die voortvloeien uit de terugwerkende kracht tot 1 juli 1970 van de bepalingen van het Akkoord van 2 juli 1973, is ingegaan op 19 juni 1978 (datum waarop de wet houdende goedkeuring van het Akkoord in werking getreden is).
Namens de Minister : De Directeur-generaal,
A. BARBE
§ 15(2). INTERGOUVERNEMENTELE COMMISSIE VOOR EUROPESE MIGRATIE (ICEM).
De Intergouvernementele Commissie voor Europese Migratie, "de ICEM" genoemd, bezit rechtspersoonlijkheid en heeft een bureau in België.
Grondslag van de voorrechten.
Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Intergouvernementele Commissie voor Europese Migratie inzake de voorrechten en immuniteiten van deze internationale organisatie in België, ondertekend te Genève op 2 juli 1973 en goedgekeurd door de wet van 3 april 1978 (Belgisch Staatsblad van 9 juni en 13 juli 1978).
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
Luidens artikel 8 van het Akkoord "wanneer de ICEM belangrijke aankopen doet van roerende of onroerende goederen of belangrijke diensten laat verrichten, die voor de uitoefening van haar officiële werkzaamheden strikt noodzakelijk zijn en waarvan de prijs de indirecte belastingen of de belastingen op de verkoop omvatten, worden, telkens wanneer dit mogelijk is, passende maatregelen tot kwijtschelding of teruggave van het bedrag van zodanige belastingen getroffen".
Bij toepassing van die bepaling :
a) zijn de leveringen van gebouwen, verricht in de voorzieningen van artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, aan de "ICEM", voor haar officiële werkzaamheden, vrijgesteld van die belasting, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toestaat, geldt ook voor de vrijstelling van de BTW voor de vervreemde gebouwen. Die beslissing wordt ter kennis gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert.
De factuur, die de belastingplichtige uitreikt aan de "ICEM", moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42 § 3, 3, van het Wetboek";
b) genieten de leveringen van roerende goederen en diensten aan de "ICEM': en die strikt noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar officiële werkzaamheden, vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde, op voorwaarde dat het bedrag per levering tenminste 5.000 F bereikt, BTW niet inbegrepen.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of de dienstverrichter, van een bestelbon door de "ICEM". Die bestelbon, waarop het stempel van de "ICEM" is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze, de naam er het adres van de leverancier of van de dienstverrichter, de aard en de hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik van de "ICEM". Op de bestelbon moet door degene die daartoe gemachtigd is door de "ICEM" een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of de verstrekte diensten. De bon moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard bij zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging voor het niet voldoen van de belasting over de toegevoegde waarde
De factuur, die de leverancier van de goederen of de dienstverrichter uitreikt aan de "ICEM" moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
2. Invoer.
Artikel 10 van het Akkoord bepaalt dat de ICEM vrijstelling geniet van alle douanerechten, belastingen en andere daarmee verband houdende heffingen met betrekking tot goederen die door haar of in haar naam voor officieel gebruik worden in- of uitgevoerd".
Artikel 11 van het Akkoord bepaalt dat de 'ICEM" vrijstelling geniet "van alle douanerechten, belastingen en andere daarmee verband houdende heffingen met betrekking tot de publikaties die voor haar zijn bestemd of die zij naar het buitenland verzendt".
Op grond van voornoemde bepalingen is de invoer van goederen en van publikaties verricht door de "ICEM" voor de uitoefening van haar officiële werkzaamheden, vrijgesteld van de BTW.
Deze vrijstelling bij invoer wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW Artikel 42, § 3, 30, van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling
Artikel 12 van het Akkoord bepaalt : "De eigendommen en goederen welke aan de ICEM toebehoren, mogen in België niet worden overgedragen tenzij volgens de bepalingen van de Belgische wetten en voorschriften".
3. Personeelsleden van het Bureau van de "ICEM" in België.
3.1.Invoer.
Artikel 23 van het Akkoord luidt als volgt : "Binnen de perken van de wettelijke en reglementaire bepalingen hebben de personeelsleden van het Bureau van de ICEM in België het recht, ineens of in meerdere keren, hun huisraad en goederen, alsmede een motorvoertuig vrij van rechten in te voeren wanneer zij zich voor de eerste maal in België installeren, of wanneer zij naar België terugkeren na een afwezigheid van tenminste drie jaar, en ze weer vrij van rechten uit te voeren wanneer hun taak in België beëindigd is".
De vrijstellingen bedoeld in voornoemd artikel 23 gelden ook voor de belasting over de toegevoegde waarde.
De vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden: "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek". De voornoemde vrijstelling is niet van toepassing voor invoeren verricht door personeelsleden van het Bureau van de "ICEM" die Belgische onderdanen zijn of in België duurzaam verblijf houden (artikel 24 van het Akkoord).
3.2. Binnenlandse verrichtingen.
De personeelsleden van het bureau van de "ICEM" in België genieten geen enkele vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de leveringen van goederen en de diensten die hen hier te lande worden verstrekt.
4. Diplomatieke regeling.
Het Hoofd van het Bureau van de "ICEM" in België geniet dezelfde voordelen als de leden van het diplomatiek personeel der diplomatieke zendingen. De echtgenoot van het Hoofd van de "ICEM" in België alsmede zijn inwonende minderjarige kinderen genieten dezelfde voordelen als de echtgenoot en de minderjarige kinderen van leden van het diplomatiek personeel (artikel 17 van het Akkoord).
De regeling inzake belasting over de toegevoegde waarde uiteengezet in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, is in dit geval toepasselijk (*).
(*) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de BTW binnen de voorziene perken en op voorwaarde dat zij geen Belgische onderdaan zijn, noch in België duurzaam verblijf houden, noch er een eigen winstgevende activiteit uitoefenen.
Aanschrijving nr. 22 dd. 03.01.1978
Vrijstelling art.42
Vrijstelling
Invoer
Diplomatieke vrijstelling
Internationale instelling
Consulaire post
Diplomatieke zending
Levering van een goed
Dienst
Persoonlijk gebruik
Officieel gebruik
Diplomaat
Onroerend werk
Aanschrijving 1/1978
Aanschrijving 2/1978
Bijwerking van aanschrijving 1 en 2 van 1978.
In het Belgisch Staatsblad van 9 juni 1978 (z. ook Belgisch Staatsblad van 13 juli 1978) werd de wet van 3 april 1978 bekendgemaakt, houdende goedkeuring van het Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Intergouvernementele Commissie voor Europese Migratie inzake de voorrechten en immuniteiten van deze internationale organisatie in België, ondertekend te Genève op 2 juli 1973.
Luidens de voornoemde wet van 3 april 1978 hebben de bepalingen van het Akkoord uitwerking met ingang van 1 juli 1970 (art. 2) en gaat de verjaring van de vorderingen tot terugbetaling, die verantwoord zijn wegens de terugwerkende kracht die de genoemde wet aan de fiscale bepalingen van het Akkoord toekent, in op de dag waarop die wet in werking treedt (art. 3).
Artikel 32 van het Akkoord bepaalt dat het Akkoord in werking zal treden "vijftien dagen na de neerlegging bij de ICEM van de bekrachtigingsoorkonde van België". De bekrachtigingsoorkonde werd neergelegd op 22 mei 1978. Het Akkoord is bijgevolg in werking getreden op 6 juni 1978.
De regeling die inzake belasting over de toegevoegde waarde van toepassing is op de "ICEM", op het hoofd van het Bureau van de "ICEM" in België en op de personeelsleden van het Bureau van de "ICEM" in België, maakt het voorwerp uit van de bijlage bij deze aanschrijving, die als § 15(2) moet worden ingevoegd in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 2. De inhoudstabel van deze laatste aanschrijving moet worden aangevuld met de woorden : "§ 15(2). Intergouvernementele Commissie voor Europese Migratie ("ICEM")", na § 15. Interamerikaanse Ontwikkelingsbank".
De bijlage VI bij de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, moet worden aangevuld met de volgende woorden, onder de rubriek "Organisaties" : "Intergouvernementele Commissie voor Europese Migratie (ICEM)", en met de woorden "Het hoofd van het Bureau van de ICEM in België", onder de rubriek "Ambtenaren".
De termijn van twee jaar met betrekking tot de verjaring van de vorderingen tot terugbetaling van de belasting over de toegevoegde waarde, die voortvloeien uit de terugwerkende kracht tot 1 juli 1970 van de bepalingen van het Akkoord van 2 juli 1973, is ingegaan op 19 juni 1978 (datum waarop de wet houdende goedkeuring van het Akkoord in werking getreden is).
Namens de Minister : De Directeur-generaal,
A. BARBE
§ 15(2). INTERGOUVERNEMENTELE COMMISSIE VOOR EUROPESE MIGRATIE (ICEM).
De Intergouvernementele Commissie voor Europese Migratie, "de ICEM" genoemd, bezit rechtspersoonlijkheid en heeft een bureau in België.
Grondslag van de voorrechten.
Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Intergouvernementele Commissie voor Europese Migratie inzake de voorrechten en immuniteiten van deze internationale organisatie in België, ondertekend te Genève op 2 juli 1973 en goedgekeurd door de wet van 3 april 1978 (Belgisch Staatsblad van 9 juni en 13 juli 1978).
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
Luidens artikel 8 van het Akkoord "wanneer de ICEM belangrijke aankopen doet van roerende of onroerende goederen of belangrijke diensten laat verrichten, die voor de uitoefening van haar officiële werkzaamheden strikt noodzakelijk zijn en waarvan de prijs de indirecte belastingen of de belastingen op de verkoop omvatten, worden, telkens wanneer dit mogelijk is, passende maatregelen tot kwijtschelding of teruggave van het bedrag van zodanige belastingen getroffen".
Bij toepassing van die bepaling :
a) zijn de leveringen van gebouwen, verricht in de voorzieningen van artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, aan de "ICEM", voor haar officiële werkzaamheden, vrijgesteld van die belasting, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toestaat, geldt ook voor de vrijstelling van de BTW voor de vervreemde gebouwen. Die beslissing wordt ter kennis gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert.
De factuur, die de belastingplichtige uitreikt aan de "ICEM", moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42 § 3, 3, van het Wetboek";
b) genieten de leveringen van roerende goederen en diensten aan de "ICEM': en die strikt noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar officiële werkzaamheden, vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde, op voorwaarde dat het bedrag per levering tenminste 5.000 F bereikt, BTW niet inbegrepen.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of de dienstverrichter, van een bestelbon door de "ICEM". Die bestelbon, waarop het stempel van de "ICEM" is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze, de naam er het adres van de leverancier of van de dienstverrichter, de aard en de hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik van de "ICEM". Op de bestelbon moet door degene die daartoe gemachtigd is door de "ICEM" een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of de verstrekte diensten. De bon moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard bij zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging voor het niet voldoen van de belasting over de toegevoegde waarde
De factuur, die de leverancier van de goederen of de dienstverrichter uitreikt aan de "ICEM" moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
2. Invoer.
Artikel 10 van het Akkoord bepaalt dat de ICEM vrijstelling geniet van alle douanerechten, belastingen en andere daarmee verband houdende heffingen met betrekking tot goederen die door haar of in haar naam voor officieel gebruik worden in- of uitgevoerd".
Artikel 11 van het Akkoord bepaalt dat de 'ICEM" vrijstelling geniet "van alle douanerechten, belastingen en andere daarmee verband houdende heffingen met betrekking tot de publikaties die voor haar zijn bestemd of die zij naar het buitenland verzendt".
Op grond van voornoemde bepalingen is de invoer van goederen en van publikaties verricht door de "ICEM" voor de uitoefening van haar officiële werkzaamheden, vrijgesteld van de BTW.
Deze vrijstelling bij invoer wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW Artikel 42, § 3, 30, van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling
Artikel 12 van het Akkoord bepaalt : "De eigendommen en goederen welke aan de ICEM toebehoren, mogen in België niet worden overgedragen tenzij volgens de bepalingen van de Belgische wetten en voorschriften".
3. Personeelsleden van het Bureau van de "ICEM" in België.
3.1.Invoer.
Artikel 23 van het Akkoord luidt als volgt : "Binnen de perken van de wettelijke en reglementaire bepalingen hebben de personeelsleden van het Bureau van de ICEM in België het recht, ineens of in meerdere keren, hun huisraad en goederen, alsmede een motorvoertuig vrij van rechten in te voeren wanneer zij zich voor de eerste maal in België installeren, of wanneer zij naar België terugkeren na een afwezigheid van tenminste drie jaar, en ze weer vrij van rechten uit te voeren wanneer hun taak in België beëindigd is".
De vrijstellingen bedoeld in voornoemd artikel 23 gelden ook voor de belasting over de toegevoegde waarde.
De vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden: "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek". De voornoemde vrijstelling is niet van toepassing voor invoeren verricht door personeelsleden van het Bureau van de "ICEM" die Belgische onderdanen zijn of in België duurzaam verblijf houden (artikel 24 van het Akkoord).
3.2. Binnenlandse verrichtingen.
De personeelsleden van het bureau van de "ICEM" in België genieten geen enkele vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de leveringen van goederen en de diensten die hen hier te lande worden verstrekt.
4. Diplomatieke regeling.
Het Hoofd van het Bureau van de "ICEM" in België geniet dezelfde voordelen als de leden van het diplomatiek personeel der diplomatieke zendingen. De echtgenoot van het Hoofd van de "ICEM" in België alsmede zijn inwonende minderjarige kinderen genieten dezelfde voordelen als de echtgenoot en de minderjarige kinderen van leden van het diplomatiek personeel (artikel 17 van het Akkoord).
De regeling inzake belasting over de toegevoegde waarde uiteengezet in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, is in dit geval toepasselijk (*).
(*) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de BTW binnen de voorziene perken en op voorwaarde dat zij geen Belgische onderdaan zijn, noch in België duurzaam verblijf houden, noch er een eigen winstgevende activiteit uitoefenen.
Bron: FisconetPlus
