Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 dd. 25.08.1992
CIRC 25.08.92/1
Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 dd. 25.08.1992 (30ste afl.)
Bull. nr. 720, pag. 2611
FISCALE BEPALINGEN 1989
Intercommunale
INTERCOMMUNALE
Belastingstelsel
RECHTSPERSONENBELASTING
Aanslagvoet
Belastbaarheid
Belastbaar inkomen
Belastingtarief
Belastingvermeerdering
Berekening van de belasting
Commentaar op de art. 291 tot 293 en 333, § 1, 3°, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen en op de art. 39 tot 41, W. 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen m.b.t. :
INHOUDSTAFEL I. WETTEKSTEN III/1 II. ALGEMEEN III/2 - III/3 III. UITGEKEERDE INKOMSTEN VAN INTERCOMMUNALES A. Bedoelde belastingplichtigen III/4 B. Belastbare inkomsten III/5 - III/7 C. Berekening van de belasting III/8 IV. PENSIOENEN EN PENSIOENBIJDRAGEN III/9 I. WETTEKSTEN III/1
Art. 291, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen, heeft art. 137, WIB aangevuld met een § 4, die als volgt luidt :
"§ 4. De intercommunales bedoeld in artikel 94, tweede lid, a, zijn eveneens belastbaar op het totaal bedrag van de sommen verleend of toegekend als dividenden of vergelijkbare of soortgelijke uitkeringen aan om het even welke vennootschap, vereniging, inrichting of instelling die rechtspersoonlijkheid bezit, met uitzondering van die verleend of toegekend aan de Staat, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten, de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de intercommunale openbare centra voor maatschappelijk welzijn, alsmede aan andere intercommunales bedoeld in artikel 94, tweede lid, a."
Art. 292, 2°, W. 22.12.1989 heeft in art. 138, 2e lid, 5°, WIB het tarief van 43 % vervangen door :
Art. 40, § 1, 2°, W. 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (V. 2073 - B. 702) heeft in art. 138, 2e lid, WIB, een nieuw 6° ingevoegd, luidend als volgt :
"6° tegen het tarief van 11 %, wat betreft de in artikel 137, § 4, bedoelde dividenden."
"§ 2. In afwijking van het bepaalde in § 1, 2°, zal het tarief van 11 % vanaf het aanslagjaar 1992 15 % bedragen".
Voorts heeft art. 293, W. 22.12.1989 een art. 138bis, WIB ingevoegd, dat luidt als volgt :
"De belasting op de sommen bedoeld in artikel 137, § 4, wordt eventueel verhoogd zoals bepaald in de artikelen 89 tot 91 ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen als bedoeld in die artikelen werden gedaan."
Tenslotte bepaalt art. 39, W. 28.12.1990 het volgende :
"De bepalingen ingelast in het Wetboek van de inkomstenbelastingen krachtens de artikelen 291, 292, 1° en 293 van de wet van 22 december 1989 houdende fiscale bepalingen zijn niet van toepassing op intercommunale verenigingen wat betreft hun activiteiten onderworpen aan de bijzondere aanslag, evenals hun activiteiten op het vlak van openbare verdeling van elektriciteit."
II. ALGEMEEN
III/2
De in art. 94, 2e lid, a, WIB, bedoelde intercommunales zijn, met ingang van het aj. 1991, onderworpen aan een aanslag in de RPB op de inkomsten die ze aan hun privé-aandeelhouders uitkeren (art. 137, § 4, WIB). Deze aanslag is verschuldigd tegen het tarief van 11 % voor het aj. 1991 en van 15 % vanaf het aj. 1992 (art. 138, 2e lid, 6°, WIB). De aanslag ondergaat de vermeerdering bij gebrek aan of wegens ontoereikende voorafbetalingen (art. 138bis, WIB).
III/3
Het tarief van de afzonderlijke aanslag in de RPB die verschuldigd is op sommige pensioenen en pensioenbijdragen, werd in overeenstemming gebracht met het basistarief van de Ven.B.
III. UITGEKEERDE INKOMSTEN VAN INTERCOMMUNALES
A. Bedoelde belastingplichtigen
III/4
De afzonderlijke aanslag in de RPB is in principe verschuldigd door de intercommunales bedoeld in art. 94, 2e lid, a, WIB, d.w.z. door de intercommunales beheerst door de W. 22.12.1986 (V. 1908 - B. 664).
In zover ze fiscaal relevant zijn kunnen de voornaamste kenmerken en verplichtingen van die intercommunales als volgt worden samengevat (tussen haakjes het betreffende art. van de W. 22.12.1986) :
III/5
Luidens art. 137, § 4, WIB, is de aanslag verschuldigd op de sommen "verleend of toegekend als dividenden of vergelijkbare of soortgelijke uitkeringen".
Bij ontstentenis van nadere verduidelijkingen in de wet of in de desbetreffende parlementaire bescheiden is dat begrip te interpreteren in de gewone fiscale betekenis van uitgekeerde inkomsten. Bedoeld zijn derhalve :
De voormelde dividenden of inkomsten van belegde kapitalen zijn evenwel niet aan de aanslag in de RPB onderworpen indien ze worden verleend of toegekend aan :
In feite is de aanslag dan ook enkel verschuldigd door gemengde intercommunales (waarvan ook privaatrechtelijke personen deel uitmaken) en dit dan enkel op de dividenden of inkomsten van belegde kapitalen die ze aan hun privé-aandeelhouders of -vennoten (d.w.z. de andere aandeelhouders of vennoten dan die bedoeld in het eerste lid) toekennen.
III/7
De aanslag op de door de intercommunales uitgekeerde inkomsten is bovendien niet van toepassing wat betreft (zie art. 39, W. 28.12.1990) :
Voor de toepassing van die afzonderlijke aanslag moeten de intercommunales in drie categorieën worden ingedeeld :
1. intercommunales waarvan de activiteit uitsluitend bestaat uit verdeling en/of produktie van elektriciteit : deze zijn in genen dele aan de aanslag onderworpen;
2. intercommunales die zich bezighouden enerzijds met activiteiten inzake de verdeling en/of de produktie van elektriciteit en anderzijds met andere activiteiten : deze zijn belastbaar op het gedeelte van de aan de privé-aandeelhouders of -vennoten toegekende inkomsten dat geacht wordt van die andere activiteiten voort te komen;
3. intercommunales die zich uitsluitend bezighouden met andere activiteiten dan de verdeling en/of de produktie van elektriciteit : hier is het totaal bedrag van de aan de privé-aandeelhouders of -vennoten toegekende inkomsten belastbaar.
De onder 2 hiervoor bedoelde intercommunales moeten hun uitgekeerde inkomsten op een verantwoorde wijze uitsplitsen volgens hun oorsprong (elektriciteitssector of andere) en, per oorsprong, volgens hun bestemming (al dan niet privé-aandeelhouders of -vennoten).
De dossiers waarin twijfels rijzen omtrent de juistheid van die uitsplitsing mogen langs de hiërarchische weg aan het hoofdbestuur (directie II/1) worden voorgelegd.
C. Berekening van de belasting
III/8
De belasting wordt berekend tegen :
IV. PENSIOENEN EN PENSIOENBIJDRAGEN
III/9
Het tarief van de in art. 137, § 3, 3°, WIB, bedoelde afzonderlijke aanslag op de pensioenen en pensioenbijdragen bedraagt :
Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 dd. 25.08.1992 (30ste afl.)
Bull. nr. 720, pag. 2611
FISCALE BEPALINGEN 1989
Intercommunale
INTERCOMMUNALE
Belastingstelsel
RECHTSPERSONENBELASTING
Aanslagvoet
Belastbaarheid
Belastbaar inkomen
Belastingtarief
Belastingvermeerdering
Berekening van de belasting
Commentaar op de art. 291 tot 293 en 333, § 1, 3°, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen en op de art. 39 tot 41, W. 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen m.b.t. :
- de afzonderlijke aanslag op bepaalde door de intracommunales uitgekeerde sommen;
- het tarief van de afzonderlijke aanslag op pensioenen en pensioenbijdragen.
INHOUDSTAFEL I. WETTEKSTEN III/1 II. ALGEMEEN III/2 - III/3 III. UITGEKEERDE INKOMSTEN VAN INTERCOMMUNALES A. Bedoelde belastingplichtigen III/4 B. Belastbare inkomsten III/5 - III/7 C. Berekening van de belasting III/8 IV. PENSIOENEN EN PENSIOENBIJDRAGEN III/9 I. WETTEKSTEN III/1
Art. 291, W. 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen, heeft art. 137, WIB aangevuld met een § 4, die als volgt luidt :
"§ 4. De intercommunales bedoeld in artikel 94, tweede lid, a, zijn eveneens belastbaar op het totaal bedrag van de sommen verleend of toegekend als dividenden of vergelijkbare of soortgelijke uitkeringen aan om het even welke vennootschap, vereniging, inrichting of instelling die rechtspersoonlijkheid bezit, met uitzondering van die verleend of toegekend aan de Staat, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten, de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de intercommunale openbare centra voor maatschappelijk welzijn, alsmede aan andere intercommunales bedoeld in artikel 94, tweede lid, a."
Art. 292, 2°, W. 22.12.1989 heeft in art. 138, 2e lid, 5°, WIB het tarief van 43 % vervangen door :
- 41 % voor het aanslagjaar 1991;
- 39 % vanaf het aanslagjaar 1992 (*).
Art. 40, § 1, 2°, W. 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (V. 2073 - B. 702) heeft in art. 138, 2e lid, WIB, een nieuw 6° ingevoegd, luidend als volgt :
"6° tegen het tarief van 11 %, wat betreft de in artikel 137, § 4, bedoelde dividenden."
| Art. | 40, § 2, W. 28.12.1990, bepaalt evenwel : |
Voorts heeft art. 293, W. 22.12.1989 een art. 138bis, WIB ingevoegd, dat luidt als volgt :
"De belasting op de sommen bedoeld in artikel 137, § 4, wordt eventueel verhoogd zoals bepaald in de artikelen 89 tot 91 ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen als bedoeld in die artikelen werden gedaan."
Tenslotte bepaalt art. 39, W. 28.12.1990 het volgende :
"De bepalingen ingelast in het Wetboek van de inkomstenbelastingen krachtens de artikelen 291, 292, 1° en 293 van de wet van 22 december 1989 houdende fiscale bepalingen zijn niet van toepassing op intercommunale verenigingen wat betreft hun activiteiten onderworpen aan de bijzondere aanslag, evenals hun activiteiten op het vlak van openbare verdeling van elektriciteit."
II. ALGEMEEN
III/2
De in art. 94, 2e lid, a, WIB, bedoelde intercommunales zijn, met ingang van het aj. 1991, onderworpen aan een aanslag in de RPB op de inkomsten die ze aan hun privé-aandeelhouders uitkeren (art. 137, § 4, WIB). Deze aanslag is verschuldigd tegen het tarief van 11 % voor het aj. 1991 en van 15 % vanaf het aj. 1992 (art. 138, 2e lid, 6°, WIB). De aanslag ondergaat de vermeerdering bij gebrek aan of wegens ontoereikende voorafbetalingen (art. 138bis, WIB).
III/3
Het tarief van de afzonderlijke aanslag in de RPB die verschuldigd is op sommige pensioenen en pensioenbijdragen, werd in overeenstemming gebracht met het basistarief van de Ven.B.
III. UITGEKEERDE INKOMSTEN VAN INTERCOMMUNALES
A. Bedoelde belastingplichtigen
III/4
De afzonderlijke aanslag in de RPB is in principe verschuldigd door de intercommunales bedoeld in art. 94, 2e lid, a, WIB, d.w.z. door de intercommunales beheerst door de W. 22.12.1986 (V. 1908 - B. 664).
In zover ze fiscaal relevant zijn kunnen de voornaamste kenmerken en verplichtingen van die intercommunales als volgt worden samengevat (tussen haakjes het betreffende art. van de W. 22.12.1986) :
- de intercommunales zijn verenigingen die door verscheidene gemeenten worden opgericht met welbepaalde oogmerken van gemeentelijk belang (art. 1);
- buiten de gemeenten mogen eveneens andere publiekrechtelijke personen alsmede privaatrechtelijke personen van de intercommunales deel uitmaken (art. 2);
- de intercommunales hebben de rechtsvorm van N.V., van C.V. of van V.Z.W.; de als V.Z.W. opgerichte intercommunales mogen in geen geval nijverheids- of handelszaken drijven of trachten een stoffelijk voordeel aan hun leden te verschaffen (art. 5);
- de boekhouding van de intercommunales moet worden gevoerd volgens de wetgeving op de boekhouding van de ondernemingen (art. 24).
III/5
Luidens art. 137, § 4, WIB, is de aanslag verschuldigd op de sommen "verleend of toegekend als dividenden of vergelijkbare of soortgelijke uitkeringen".
Bij ontstentenis van nadere verduidelijkingen in de wet of in de desbetreffende parlementaire bescheiden is dat begrip te interpreteren in de gewone fiscale betekenis van uitgekeerde inkomsten. Bedoeld zijn derhalve :
- de door de als N.V. opgerichte intercommunales uitgekeerde dividenden (of de inkomsten die, in strijd met de wet 22.12.1986, zouden worden uitgekeerd door de als V.Z.W. opgerichte intercommunales);
- de door de als C.V. opgerichte intercommunales uitgekeerde inkomsten van belegde kapitalen, met inbegrip van de in art. 15, 2e lid, 2°, WIB, bedoelde interesten uit door de vennoten toegestane voorschotten.
De voormelde dividenden of inkomsten van belegde kapitalen zijn evenwel niet aan de aanslag in de RPB onderworpen indien ze worden verleend of toegekend aan :
- de Staat;
- de provincies;
- de agglomeraties;
- de federaties van gemeenten;
- de gemeenten;
- de O.C.M.W.'s;
- de intercommunale O.C.M.W.'s;
- de andere intercommunales bedoeld in art. 94, 2e lid, a, WIB
In feite is de aanslag dan ook enkel verschuldigd door gemengde intercommunales (waarvan ook privaatrechtelijke personen deel uitmaken) en dit dan enkel op de dividenden of inkomsten van belegde kapitalen die ze aan hun privé-aandeelhouders of -vennoten (d.w.z. de andere aandeelhouders of vennoten dan die bedoeld in het eerste lid) toekennen.
III/7
De aanslag op de door de intercommunales uitgekeerde inkomsten is bovendien niet van toepassing wat betreft (zie art. 39, W. 28.12.1990) :
- hun activiteiten die onderworpen zijn aan de forfaitaire aanslag gevestigd ten name van de zgn. "elektriciteitsproducenten" (*)
- evenals hun activiteiten op het vlak van de openbare verdeling van elektriciteit.
Voor de toepassing van die afzonderlijke aanslag moeten de intercommunales in drie categorieën worden ingedeeld :
1. intercommunales waarvan de activiteit uitsluitend bestaat uit verdeling en/of produktie van elektriciteit : deze zijn in genen dele aan de aanslag onderworpen;
2. intercommunales die zich bezighouden enerzijds met activiteiten inzake de verdeling en/of de produktie van elektriciteit en anderzijds met andere activiteiten : deze zijn belastbaar op het gedeelte van de aan de privé-aandeelhouders of -vennoten toegekende inkomsten dat geacht wordt van die andere activiteiten voort te komen;
3. intercommunales die zich uitsluitend bezighouden met andere activiteiten dan de verdeling en/of de produktie van elektriciteit : hier is het totaal bedrag van de aan de privé-aandeelhouders of -vennoten toegekende inkomsten belastbaar.
De onder 2 hiervoor bedoelde intercommunales moeten hun uitgekeerde inkomsten op een verantwoorde wijze uitsplitsen volgens hun oorsprong (elektriciteitssector of andere) en, per oorsprong, volgens hun bestemming (al dan niet privé-aandeelhouders of -vennoten).
De dossiers waarin twijfels rijzen omtrent de juistheid van die uitsplitsing mogen langs de hiërarchische weg aan het hoofdbestuur (directie II/1) worden voorgelegd.
C. Berekening van de belasting
III/8
De belasting wordt berekend tegen :
- 11 % voor het aj. 1991;
- 15 % vanaf het aj. 1992.
- de berekeningsbasis moet worden opgevoerd tot 106 %;
- de vermeerdering slecht voor 90 % in aanmerking komt.
IV. PENSIOENEN EN PENSIOENBIJDRAGEN
III/9
Het tarief van de in art. 137, § 3, 3°, WIB, bedoelde afzonderlijke aanslag op de pensioenen en pensioenbijdragen bedraagt :
- voor het aj. 1991 : 41 %;
- vanaf het aj. 1992 : 39 %.
Bron: FisconetPlus
