Circulaire nr. Ci.RH.331/586.900 (AOIF 29/2008) dd. 05.09.2008
Circulaire nr. Ci.RH.331/586.900 (AOIF 29/2008) dd. 05.09.2008
BEREKENING VAN DE PB
Belastingvrije som
Toeslag op de belastingvrije som
GEZINSLAST
Gehandicapt kind
Kind ten laste
PERSONENBELASTING
Berekening van de PB
Gezinslast
Kinderen ten laste - Toeslag op de belastingvrije som - Handicap - Fiscale gevolgen van de wijzigingen die in het stelsel van de verhoogde kinderbijslagen voor gehandicapte kinderen zijn aangebracht
Aan alle ambtenaren.
1. De vraag werd gesteld welke de fiscale gevolgen zijn van de wijzigingen die door de art. 85 tot 88 van de programmawet (I) van 24.12.2002 zijn aangebracht inzake de verhoogde kinderbijslagen voor gehandicapte kinderen.
HET STELSEL VAN KINDERBIJSLAGEN VOOR GEHANDICAPTE KINDEREN
2. Sedert de programmawet (I) van 24.12.2002 (BS 31.12.2002), zijn er inzake de verhoogde kinderbijslagen voor gehandicapte kinderen twee naast elkaar bestaande stelsels.
Oud stelsel
3. In het oude stelsel openen de kinderen het recht op de verhoogde kinderbijslagen voor gehandicapte kinderen indien zij tot ten minste 66 % getroffen zijn door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid wegens één of meer aandoeningen.
4. In de huidige stand van zaken blijft dit stelsel van toepassing voor de kinderen die geboren zijn vóór 1.1.1993 (1).
[(1) Het nieuwe stelsel, in werking getreden vanaf 1.5.2003 (cf. art. 28, KB 28.3.2003 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet (I) van 24.12.2002 - BS 23.4.2003), had oorspronkelijk alleen betrekking op de kinderen die geboren zijn na 1.1.1996. Het KB van 29.1.2007 tot wijziging van de artikelen 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van het KB van 28.3.2003 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet (I) van 24 december 2002 (BS 16.3.2007) heeft de toepassing van het nieuwe stelsel uitgebreid tot de kinderen die geboren zijn na 31.12.1992.]
Nieuw stelsel
5. In het nieuwe stelsel is de voorwaarde van de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % weggelaten.
De aandoening van het kind wordt beoordeeld op basis van 3 pijlers :
6. Dit nieuwe stelsel is in principe van toepassing voor de kinderen die geboren zijn vanaf 1.1.1993. Er gelden echter overgangsmaatregelen voor de kinderen die geboren zijn in het tijdperk van 1.1.1993 tot 1.1.1996.
GEVOLGEN OP FISCAAL VLAK
7. Overeenkomstig art. 135, eerste lid, 2°, WIB 92, wordt een kind dat voor ten minste 66 % getroffen is door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens een of meer aandoeningen als gehandicapt aangemerkt.
Kinderen die aanspraak kunnen maken op de verhoogde kinderbijslag voor gehandicapte kinderen in het oude stelsel
8. Die kinderen beantwoorden aan de voorwaarde met betrekking tot een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % (zie nr. 3) en wor-den bijgevolg fiscaal als zwaar gehandicapt aangemerkt.
Kinderen die aanspraak kunnen maken op de verhoogde kinderbijslag voor gehandicapte kinderen in het nieuwe stelsel
9. De kinderen die de verhoogde kinderbijslagen in het nieuwe stelsel genieten, beantwoorden niet noodzakelijk aan de voorwaarde met betrekking tot een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % en worden bijgevolg fiscaal niet noodzakelijk als zwaar gehandicapt aangemerkt.
10. Die kinderen zullen als zwaar gehandicapt worden aangemerkt voor de toepassing van art. 132, tweede lid, WIB 92 (verdubbeling voor zware handicap) indien zij ten minste 4 punten hebben behaald in de eerste pijler, en dit ongeacht het totale aantal punten dat zij hebben behaald voor het totaal van de 3 pijlers.
11. De door de kinderbijslagfondsen uitgereikte documenten geven duidelijk aan of het kind al dan niet ten minste 4 punten heeft behaald in de eerste pijler en of het al dan niet erkend is als ten minste 66 % lichamelijk of geestelijk gehandicapt.
Voor de administrateur Kleine en
Middelgrote Ondernemingen :
De Directeur,
S. QUINTENS
BEREKENING VAN DE PB
Belastingvrije som
Toeslag op de belastingvrije som
GEZINSLAST
Gehandicapt kind
Kind ten laste
PERSONENBELASTING
Berekening van de PB
Gezinslast
Kinderen ten laste - Toeslag op de belastingvrije som - Handicap - Fiscale gevolgen van de wijzigingen die in het stelsel van de verhoogde kinderbijslagen voor gehandicapte kinderen zijn aangebracht
Aan alle ambtenaren.
1. De vraag werd gesteld welke de fiscale gevolgen zijn van de wijzigingen die door de art. 85 tot 88 van de programmawet (I) van 24.12.2002 zijn aangebracht inzake de verhoogde kinderbijslagen voor gehandicapte kinderen.
HET STELSEL VAN KINDERBIJSLAGEN VOOR GEHANDICAPTE KINDEREN
2. Sedert de programmawet (I) van 24.12.2002 (BS 31.12.2002), zijn er inzake de verhoogde kinderbijslagen voor gehandicapte kinderen twee naast elkaar bestaande stelsels.
Oud stelsel
3. In het oude stelsel openen de kinderen het recht op de verhoogde kinderbijslagen voor gehandicapte kinderen indien zij tot ten minste 66 % getroffen zijn door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid wegens één of meer aandoeningen.
4. In de huidige stand van zaken blijft dit stelsel van toepassing voor de kinderen die geboren zijn vóór 1.1.1993 (1).
[(1) Het nieuwe stelsel, in werking getreden vanaf 1.5.2003 (cf. art. 28, KB 28.3.2003 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet (I) van 24.12.2002 - BS 23.4.2003), had oorspronkelijk alleen betrekking op de kinderen die geboren zijn na 1.1.1996. Het KB van 29.1.2007 tot wijziging van de artikelen 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van het KB van 28.3.2003 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet (I) van 24 december 2002 (BS 16.3.2007) heeft de toepassing van het nieuwe stelsel uitgebreid tot de kinderen die geboren zijn na 31.12.1992.]
Nieuw stelsel
5. In het nieuwe stelsel is de voorwaarde van de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % weggelaten.
De aandoening van het kind wordt beoordeeld op basis van 3 pijlers :
- de gevolgen op lichamelijk en psychisch vlak (1e pijler);
- de gevolgen op het vlak van de activiteit en de participatie van het kind (2e pijler);
- de gevolgen voor de familiale omgeving (3e pijler).
6. Dit nieuwe stelsel is in principe van toepassing voor de kinderen die geboren zijn vanaf 1.1.1993. Er gelden echter overgangsmaatregelen voor de kinderen die geboren zijn in het tijdperk van 1.1.1993 tot 1.1.1996.
GEVOLGEN OP FISCAAL VLAK
7. Overeenkomstig art. 135, eerste lid, 2°, WIB 92, wordt een kind dat voor ten minste 66 % getroffen is door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens een of meer aandoeningen als gehandicapt aangemerkt.
Kinderen die aanspraak kunnen maken op de verhoogde kinderbijslag voor gehandicapte kinderen in het oude stelsel
8. Die kinderen beantwoorden aan de voorwaarde met betrekking tot een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % (zie nr. 3) en wor-den bijgevolg fiscaal als zwaar gehandicapt aangemerkt.
Kinderen die aanspraak kunnen maken op de verhoogde kinderbijslag voor gehandicapte kinderen in het nieuwe stelsel
9. De kinderen die de verhoogde kinderbijslagen in het nieuwe stelsel genieten, beantwoorden niet noodzakelijk aan de voorwaarde met betrekking tot een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % en worden bijgevolg fiscaal niet noodzakelijk als zwaar gehandicapt aangemerkt.
10. Die kinderen zullen als zwaar gehandicapt worden aangemerkt voor de toepassing van art. 132, tweede lid, WIB 92 (verdubbeling voor zware handicap) indien zij ten minste 4 punten hebben behaald in de eerste pijler, en dit ongeacht het totale aantal punten dat zij hebben behaald voor het totaal van de 3 pijlers.
11. De door de kinderbijslagfondsen uitgereikte documenten geven duidelijk aan of het kind al dan niet ten minste 4 punten heeft behaald in de eerste pijler en of het al dan niet erkend is als ten minste 66 % lichamelijk of geestelijk gehandicapt.
Voor de administrateur Kleine en
Middelgrote Ondernemingen :
De Directeur,
S. QUINTENS
Bron: FisconetPlus
