Circulaire nr. Ci.RH.241/516.532 dd. 01.04.1999

CIRC 01.04.99/1

Circulaire nr. Ci.RH.241/516.532 dd. 01.04.1999


Bull. nr. 792, pag. 1143

OPENBARE DIENST
Voertuig van een openbare dienst.

VERKEERSBELASTING
Voertuig van een openbare dienst.

VOORDEEL VAN ALLE AARD
Forfaitaire raming van de voordelen van alle aard.
Kosteloze beschikking over een autovoertuig.
Voertuig van een openbare dienst.


Waardering van de voordelen van alle aard die voortvloeien uit het persoonlijk gebruik van voertuigen van openbare diensten door titularissen van openbare ambten, mandaten en betrekkingen.

Aan al de ambtenaren

INHOUDSTAFEL

I. Inleiding
II. Draagwijdte
III. Commentaar



A. Doel
B. Betrokken belastingplichtigen
C. Betrokken voertuigen
D. Vaststelling van het voordeel van alle aard



IV. Nieuwe bedragen
V. Loonfiche en aangifte PB
VI. Inwerkingtreding


I. INLEIDING

1. Onderhavige circulaire heeft betrekking op de waardering van de voordelen van alle aard die voortvloeien uit het persoonlijk gebruik van voertuigen van openbare diensten. Die richtlijnen gelden voor de titularissen van openbare ambten, mandaten of betrekkingen. Zij hebben inzonderheid betrekking op het onderscheid tussen het persoonlijk en het functioneel gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld dienstvoertuig, al dan niet met bestuurder, en op het vermelden van de voordelen van alle aard op de loonfiches 281.10 en de samenvattende opgaven 325,10.

Tevens worden de nieuwe bedragen medegedeeld die van toepassing zijn op de vanaf 1.1.1997 toegekende voordelen van alle aard wegens het persoonlijk gebruik van een gratis ter beschikking gesteld voertuig (KB 7.12.1998 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de voordelen van alle aard - BS 23.12.1998 - V 2626 - Bull. 790).

II. DRAAGWIJDTE



2.Die richtlijnen zijn de volgende :
  • het voordeel behaald uit het persoonlijk gebruik van voertuigen van openbare diensten wordt forfaitair geraamd overeenkomstig de bepalingen van art. 36, 2de lid, WIB 92 en art. 18, §3, punt 9, KB/WIB 92;
  • het functioneel gebruik van kosteloos ter beschikking gestelde dienstwagens, al dan niet met bestuurder, wordt niet beschouwd als een voordeel van alle aard in zoverre dat gebruik verband houdt met verplaatsingen gedaan uit hoofde van zijn of haar functie, inbegrepen de verplaatsingen die vertrekken uit of eindigen in de woonplaats van de betrokkene;
  • louter occasioneel gebruik van een dienstwagen voor een korte verplaatsing is vrijgesteld als sociaal voordeel (cf. nr 38/27, 13°, Com.IB 92);
  • wat de leden van de ministeriële kabinetten betreft zal de Minister of zijn gedelegeerde, ongeacht het personeelsstatuut waarin de betrokkene is tewerkgesteld, voor ieder lid dat de beschikking heeft gehad over een kabinetswagen een individuele fiche 281.10 opmaken waarop het belastbaar voordeel van alle aard wegens het persoonlijk gebruik van de kabinetswagen wordt vermeld. Daartoe attesteert de Minister of zijn gedelegeerde, op individuele basis, jaarlijks het aantal voor persoonlijk gebruik afgelegde kilometers, dit wil zeggen de verplaatsingen voor persoonlijk woon- werkverkeer of voor persoonlijk verkeer tijdens weekend- of verlofperiodes. Deze fiche zal naar het bevoegde Documentatiecentrum-Bedrijfsvoorheffing worden toegezonden. Tevens zal de Minister of zijn gedelegeerde een jaarlijkse opgave mededelen aan het Hoofdbestuur der directe belastingen met de identiteit van de gebruikers van de kabinetswagens en het bedrag van het weerhouden belastbaar voordeel,
  • de Ministers zullen zelf aan de hand van de voormelde regels het voordeel van alle aard in hun aangifte in de personenbelasting vermelden.


III. COMMENTAAR

A. Doel

3. De voormelde richtlijnen verschillen wezenlijk niet van de richtlijnen die gelden voor werknemers of bedrijfsleiders die persoonlijk een voertuig gebruiken dat hen kosteloos of tegen een bijdrage door hun werkgever of vennootschap ter beschikking is gesteld. Zij beogen alleen een eenvormige toepassing van de berekening van het belastbare voordeel van alle aard bij titularissen van openbare ambten, mandaten of betrekkingen die voor persoonlijke doeleinden kilometers afleggen met voertuigen van openbare diensten, rekening gehouden met de specifieke omstandigheden waarin zij een dienstvoertuig gebruiken.

B. Betrokken belastingplichtigen

4. De richtlijnen zijn van toepassing op de titularissen van ambten, mandaten of betrekkingen en op ambtenaren en personeelsleden van openbare overheden, inzonderheid van de federale overheid en van de overheden van gemeenschappen, gemeenschapscommissies, gewesten, provincies, agglomeratie en gemeenten. Bedoeld zijn dus onder meer ministers, kabinetsleden, gouverneurs, bestendige afgevaardigden, burgemeesters, schepenen, ambtenaren-generaal, enz.

C. Betrokken voertuigen

5. De betrokken voertuigen zijn personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen, zowel nieuw als tweedehands, die worden aangewend voor een openbare dienst van de voormelde overheden, namelijk voor diensten die plaatsvinden in het algemeen belang van de burgers en die van nut zijn voor de maatschappij (zie evenwel punt 6 hierna).

D. Vaststelling van het voordeel van alle aard

6. Alhoewel de voormelde notie "openbare dienst" in principe een privé-gebruik van het voertuig uitsluit, moet er voor de gebruiker in de praktijk toch een onderscheid worden gemaakt tussen persoonlijk gebruik, functioneel gebruik en louter occasioneel gebruik van voertuigen van openbare diensten.

7. Het louter toevallig gebruik van een dienstwagen voor een korte privé-verplaatsing, wordt bij voortduur als een niet belastbaar sociaal voordeel aangemerkt (cf. nr 38/27, 13°, Com.IB 92).

8. Het functioneel gebruik van een dienstvoertuig geeft evenmin aanleiding tot belastingheffing voor zover het betreft verplaatsingen gedaan uit hoofde van zijn of haar functie, met inbegrip van de dienstverplaatsingen die vertrekken uit of eindigen in de woonplaats van de betrokkene.

Wat de verplaatsingen van en naar de woonplaats betreft, worden terzake alleen de verplaatsingen die eindigen in, respectievelijk vertrekken uit een niet-vaste plaats van tewerkstelling (bijvoorbeeld een congres, een occasionele of niet-periodieke vergadering, enz.) als dienstverplaatsing of functioneel gebruik aangemerkt.

9. De verplaatsingen tussen de woonplaats en een vaste plaats van tewerkstelling (zoals de standplaats of het kabinet) worden daarentegen niet als functioneel gebruik beschouwd, maar als persoonlijk woon-werkverkeer waarvoor een voordeel van alle aard in aanmerking moet worden genomen (zie punt 10 hierna).

10. Het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld dienstvoertuig geeft aanleiding tot een belastbaar voordeel van alle aard.

Het persoonlijk gebruik van een dienstvoertuig slaat zowel op de verplaatsingen tussen de woonplaats en de vaste plaats van tewerkstelling (het zogenaamd persoonlijk woon-werkverkeer) als op de andere privé-verplaatsingen (verplaatsingen om privé-aankopen te doen, tijdens de weekends, om op vakantie te gaan, enz.).

0pmerking

11. Het persoonlijk gebruik van een dienstvoertuig voor andere verplaatsingen dan het traject tussen de woonplaas en de vaste plaats van tewerkstelling impliceert bovendien dat die voertuigen aanleiding geven tot VB aangezien zij dan niet meer uitsluitend voor een openbare dienst worden aangewend (cf. nrs 7 tot 9 van de circ. 28.10.1996, Ci.A.7/482.245, Bull. 766, blz. 2.479).

IV. NIEUWE BEDRAGEN

12. Het belastbaar voordeel voor al de belastingplichtigen (dus niet alleen voor de sub 4 bedoelde personen) is gelijk aan het aantal voor persoonlijk gebruik afgelegde kilometers, met een minimum van 5.000 per jaar, vermenigvuldigd met het bedrag per afgelegde kilometer dat, rekening houdend met de belastbare kracht van het voertuig inzake VB, aangegeven is in de hiernavolgende tabellen (art. 18, § 3, punt 9, KB/WIB 92, zoals gewijzigd door KB 7.12.1998 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de voordelen van alle aard - BS 31.12.1998 - V 2626 - Bull. 790) :

  • M.b.t. de voor het iaar 1997 toegekende voordelen van alle aard


+ -----------------------------------------------------------------------+ ¦Belastbare kracht in PK ¦ Voordeel in BEF per afgelegde kilometer ¦ ¦-----------------------------+-----------------------------------------¦ ¦ 4 ¦ 5,48 ¦ ¦ 5 ¦ 6,41 ¦ ¦ 6 ¦ 7,11 ¦ ¦ 7 ¦ 7,84 ¦ ¦ 8 ¦ 8,57 ¦ ¦ 9 ¦ 9,30 ¦ ¦ 10 ¦ 10,30 ¦ ¦ 11 ¦ 11,26 ¦ ¦ 12 ¦ 11,96 ¦ ¦ 13 ¦ 12,69 ¦ ¦ 14 ¦ 13,19 ¦ ¦ 15 ¦ 13,72 ¦ ¦ 16 ¦ 14,12 ¦ ¦ 17 ¦ 14,42 ¦ ¦ 18 ¦ 14,75 ¦ ¦ 19 en meer ¦ 15,05 ¦ +-----------------------------------------------------------------------+
  • M.b.t. de voor de jaren 1998 en 1999 toegekende voordelen van alle aard


+ -----------------------------------------------------------------+ ¦Belastbare kracht in ¦ Voordeel per afgelegde kilometer ¦ ¦ PK ¦-------------------------------------------¦ ¦ ¦ Basisbedrag ¦ Geïndexeerd bedrag ¦ ¦ ¦ ¦-----------------------------¦ ¦ ¦ ¦ in BEF ¦ in EUR (*)¦ ¦---------------------+-------------+------------+----------------¦ ¦ 4 ¦ 5,60 ¦ 5,71 ¦ 0,141547 ¦ ¦ 5 ¦ 6,55 ¦ 6,68 ¦ 0,165593 ¦ ¦ 6 ¦ 7,25 ¦ 7,40 ¦ 0,183441 ¦ ¦ 7 ¦ 8,00 ¦ 8,16 ¦ 0,202281 ¦ ¦ 8 ¦ 8,75 ¦ 8,93 ¦ 0,221369 ¦ ¦ 9 ¦ 9,50 ¦ 9,69 ¦ 0,240209 ¦ ¦ 10 ¦ 10,50 ¦ 10,71 ¦ 0,265494 ¦ ¦ 11 ¦ 11,50 ¦ 11,73 ¦ 0,290779 ¦ ¦ 12 ¦ 12,20 ¦ 12,44 ¦ 0,308380 ¦ ¦ 13 ¦ 12,95 ¦ 13,21 ¦ 0,327467 ¦ ¦ 14 ¦ 13,45 ¦ 13,72 ¦ 0,340110 ¦ ¦ 15 ¦ 14,00 ¦ 14,28 ¦ 0,353992 ¦ ¦ 16 ¦ 14,40 ¦ 14,69 ¦ 0,364156 ¦ ¦ 17 ¦ 14,70 ¦ 14,99 ¦ 0,371592 ¦ ¦ 18 ¦ 15,05 ¦ 15,35 ¦ 0,380517 ¦ ¦ 19 en meer ¦ 15,35 ¦ 15,66 ¦ 0,388201 ¦ ¦-----------------------------------------------------------------¦ ¦ (*) De bedragen in euro gelden alleen m.b.t. de voor het jaar ¦ ¦ 1999 toegekende voordelen van alle aard. ¦ +-----------------------------------------------------------------+ 13. De basisbedragen vermeld in kolom 2 van de voormelde tabel worden gekoppeld aan de spilindex 99,14. De geïndexeerde bedragen zullen van toepassing zijn vanaf 1 januari van het jaar volgend op dat waarin de spilindex wordt overschreden.

Het geïndexeerde bedrag wordt afgerond tot het hogere of lagere honderdste naargelang het cijfer van het duizendste al of niet 5 bereikt.

14. Aangezien tijdens het jaar 1998 de voormelde spilindex niet is overschreden, is de tabel m.b.t. de voor het jaar 1998 toegekende voordelen van alle aard eveneens van toepassing op de voor het jaar 1999 toegekende voordelen van alle aard.

V. LOONFICHE EN AANGIFTE PB

15. De schuldenaar van de aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen voordelen van alle aard die voortvloeien uit het persoonlijk gebruik van een dienstvoertuig moet het bedrag van die voordelen vermelden op een individuele fiche 281 . 10, respectievelijk in vak 9, litt. c en e (tegenover kenletter "T") en in vak 13, c en d (tegenover kenletter "V"), naargelang die voordelen niet of wel op het woon-werkverkeer met een dienstwagen betrekking hebben, en op een samenvattende opgave 325.10.

Bijzonderheden

16. De voordelen van alle aard die voor de leden van de ministeriële kabinetten voortvloeien uit het persoonlijk gebruik van een dienstvoertuig, worden door de Minister of zijn gedelegeerde medegedeeld :

  • enerzijds aan het bevoegde Documentatiecentrum-Bedrijfsvoorheffing door middel van een individuele fiche 281.10 en een samenvattende opgave 325.10 (zie punt 15 hiervoor), en;
  • anderzijds aan het Hoofdbestuur der directe belastingen door middel van een jaarlijkse opgave met vermelding van de identiteit van de gebruikers van de kabinetswagens en het bedrag van het in aanmerking te nemen belastbare voordeel.


17. De voordelen van alle aard die voor de Ministers voortvloeien uit het persoonlijk gebruik van een dienstvoertuig worden door de Ministers zelf in hun aangifte in de PB vermeld.

VI. INWERKINGTREDING



18.De voormelde richtlijnen treden in werking vanaf aj. 1999.
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal van financiën,


J.E. VANDENBOSCH.