Circulaire nr. Ci.RH.241/569.821 (AOIF 12/2005) van 04.04.2005

CIRC 04.04.05/2
AFTREKBARE BESTEDING
Uitgave voor kinderoppas

GEZINSLAST
Kind ten laste

UITGAVE VOOR KINDEROPPAS
Aftrekbaar bedrag
Fiscaal attest
Uitgave betaald aan kleuter- en lagere scholen
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de uitgaven voor kinderoppas
Aftrek van de oppaskosten van kinderen van minder dan 12 jaar.
Aan alle ambtenaren.
I. WETTELIJKE BEPALINGEN
1. Artikel 2 van de Wet van 6 juli 2004 tot wijziging van artikel 113 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de aftrek van opvangkosten van kinderen die de leeftijd van 12 jaar niet hebben bereikt (Belgisch Staatsblad van 5 augustus 2004) heeft artikel 113, § 1, WIB 92 als volgt gewijzigd :
1° het 1° wordt vervangen als volgt :
"1° de uitgaven zijn gedaan voor kinderen die de leeftijd van 12 jaar niet hebben bereikt";

2° het 3° wordt vervangen als volgt :
"3° de uitgaven zijn betaald :
  • ofwel aan instellingen die erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd worden door Kind en Gezin, door het "Office de la Naissance et de l'Enfance" of door de Executieve van de Duitstalige Gemeenschap;
  • ofwel aan kinderdagverblijven of zelfstandige opvanggezinnen die onder toezicht staan van de voormelde instellingen;
  • ofwel aan kleuter- of lagere scholen."
Deze bepalingen zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2006.

II. DRAAGWIJDTE
2. Concreet houdt de wetswijziging in dat de leeftijd van kinderen is opgetrokken van 3 jaar naar 12 jaar en dat ook uitgaven betaald aan kleuter- of lagere scholen in aanmerking worden genomen voor de aftrek van opvangkosten voor kinderen.
III. BETROKKEN BELASTINGPLICHTIGEN
3. Om aanspraak te hebben op de aftrek van de uitgaven voor kinderopvang moeten de belanghebbende belastingplichtigen aan de twee hiernavolgende voorwaarden voldoen in het tijdperk waarin die uitgaven zijn betaald :
1° beroepsinkomsten verkrijgen als vermeld in artikel 23, § 1, WIB 92;
2° één of meer kinderen van minder dan 12 jaar ten laste hebben.
IV. IN AANMERKING TE NEMEN KINDEREN
4.1 De kinderen waarvoor de belastingplichtige aanspraak kan maken op de aftrek van de betaalde uitgaven voor hun opvang, moeten aan de twee hierna volgende voorwaarden beantwoorden :
1° ten laste zijn van de belastingplichtige;
2° minder dan 12 jaar oud zijn.
4.2 Als kinderen ten laste kunnen worden aangemerkt :
  • de afstammelingen van de belastingplichtige (kinderen of geadopteerde kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van de alleenstaande belastingplichtige, van beide echtgenoten of van één van hen);
  • de kinderen die de belastingplichtige volledig of hoofdzakelijk ten laste heeft (b.v. kinderen van wie de ouders uit de ouderlijke macht zijn ontzet, andere kinderen dan zijn eigen kinderen, zelfs indien zij niet ouderloos zijn).
4.3 Om op fiscaal vlak als ten laste te worden aangemerkt moeten de volgende algemene voorwaarden zijn vervuld :
  • deel uitmaken van het gezin van de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar;
  • persoonlijk in het belastbare tijdperk geen bestaansmiddelen hebben gehad die meer dan 1.800 EUR netto bedragen. Het maximumbedrag van de netto-bestaansmiddelen bedraagt echter 2.600 EUR voor kinderen ten laste van een alleenstaande, en 3.300 EUR voor gehandicapte kinderen ten laste van een alleenstaande. Deze drie bedragen worden overeenkomstig art. 178, WIB 92 geïndexeerd en bedragen voor aanslagjaar 2006 respectievelijk 2.540 EUR, 3.670 EUR en 4.650 EUR.
4.4 De aftrek van de kosten voor kinderopvang is beperkt tot de uitgaven voor de opvang van kinderen die de leeftijd van 12 jaar niet hebben bereikt. Er moet dus rekening worden gehouden met de werkelijke leeftijd van het kind en niet met zijn leeftijd op 1 januari van het aanslagjaar. Wanneer de 12 de verjaardag van het kind in het belastbare tijdperk valt, zijn dus alleen de uitgaven voor kinderopvang met betrekking tot het gedeelte van dat tijdperk dat aan de verjaardag voorafgaat, aftrekbaar.
V. OPVANGINSTELLINGEN
5.1 Overeenkomstig art. 113, § 1, 3°, WIB 92, kunnen de uitgaven voor kinderopvang slechts worden afgetrokken wanneer zij zijn betaald :
a) ofwel aan instellingen die zijn erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door "Kind en Gezin", het "Office de la Naissance et de l'Enfance" (ONE) of door de Executieve van de Duitstalige Gemeenschap;
b) ofwel aan kinderdagverblijven of zelfstandige opvanggezinnen die onder toezicht staan van de voormelde instellingen;
c) ofwel aan kleuter- of lagere scholen.

5.2 Wat de kleuter- of lagere scholen betreft, zijn er geen specifieke voorwaarden inzake de erkenning, subsidie, controle of toezicht gesteld. Dit heeft tot gevolg dat er geen voorwaarden zijn met betrekking tot de persoon of dienst die de opvang voor de school uitvoert.
Zo kunnen o.a. personen met een arbeidscontract, opvangdiensten of ook vrijwilligers de opvang in opdracht van de school verzekeren. De scholen, die opvang organiseren, hebben door hun verbintenis t.o.v. de ouders de verantwoordelijkheid om personen of diensten aan te stellen die bekwaam zijn om de opvang uit te voeren.
VI. BETALING
6.1 Wat de kleuter- of lagere scholen betreft moeten de oppaskosten aan de school zijn betaald om aftrekbaar te zijn. Onder betaling moet terzake worden verstaan : het voldoen van een schuld die voortvloeit uit een (stilzwijgende) overeenkomst tussen de school en de ouders, waarbij de school zich tegenover de ouders verbindt om de opvang van hun kind(eren) te organiseren en waarbij de ouders hiervoor een bedrag betalen. De ontvangen bedragen worden bijgevolg als een eigen inkomen van de school aangemerkt. Het is dan ook absoluut noodzakelijk dat de betrokken bedragen aan de kleuter- en lagere scholen zelf worden betaald.
6.2 De betaling aan andere opvangdiensten, -instellingen of opvanggezinnen die niet zijn erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door of niet onder toezicht staan van Kind en Gezin, het "Office de la Naissance et de l'Enfance" of de Executieve van de Duitstalige Gemeenschap, zijn niet aftrekbaar, zelfs niet als de opvang door deze diensten, instellingen of opvanggezinnen in een kleuter- of lagere school wordt georganiseerd.
VII. AFTREKBAAR BEDRAG
7. De aftrek van de kosten van kinderopvang is begrensd tot 11,20 EUR per opvangdag en per kind. Dit bedrag geldt per opvangdag, ongeacht de duur van de opvang.
VIII. AARD VAN DE OPVANG MET BETREKKING TOT DE KLEUTER- EN LAGERE SCHOLEN
8.1 Enkel de opvang "buiten" de normale schooldagen en schooluren wordt in aanmerking genomen.
Volgende vormen van opvang worden o.a. bedoeld :
  • voor- en naschoolse opvang;
  • opvang op woensdagnamiddagen;
  • opvang op vrije dagen;
  • opvang tijdens schoolvakanties;
  • eventuele opvang tijdens middagpauzes.
8.2 Bepaalde uitgaven komen evenwel niet voor de aftrek in aanmerking omdat ze bijvoorbeeld activiteiten vergoeden die verbonden zijn aan de onderwijsdoelstellingen van de school, opgenomen zijn in het studieaanbod of lessenpakket en doorgaans dan ook tijdens de normale schooldagen en schooluren worden georganiseerd. Het betreft hier bijvoorbeeld uitgaven in het kader van :
  • schoolexcursies, -reizen, -uitstappen, hoe dan ook genaamd;
  • culturele uitstappen;
  • openlucht-, bos-, en/of zeeklassen;
  • sportkampen;
  • buitenlandse reizen.
IX. AARD VAN DE KOSTEN
9.1 Alleen de eigenlijke oppaskosten zijn aftrekbaar. Dit betekent dat eventueel bijkomende kosten zoals maaltijdkosten, kosten voor kledij, kosten voor knutselgerief, enz. niet in aanmerking komen.
9.2 De aftrekbare opvangkosten omvatten :
  • de bezoldigingen van het personeel belast met de opvang;
  • de gewone kosten van verbruik gegenereerd door de opvangorganisatie (verwarming, elektriciteit, enz.).
Er zal bijgevolg een onderscheid moeten worden gemaakt tussen de aftrekbare oppaskosten en de niet aftrekbare kosten.
X. ATTEST
10.1 Ingevolge artikel 113, § 1, 4°, WIB 92 zijn de uitgaven voor kinderopvang slechts aftrekbaar op voorwaarde dat de belastingplichtige de echtheid en het bedrag ervan verantwoordt door bewijsstukken die bij de aangifte in de personenbelasting moeten worden gevoegd.
Bovendien zijn de uitgaven voor kinderopvang slechts aftrekbaar indien zij zijn betaald aan een inrichting, oppasgezin, kinderdagverblijf of aan een kleuter- of lagere school (zie nr. 5.1).
In het verleden werd reeds door de administratie, in overleg met Kind en Gezin en het "Office de la Naissance et de l'Enfance", een model van attest opgesteld. Door dat attest bij de aangifte in de personenbelasting bij te voegen, werd tegelijkertijd aan voormelde voorwaarden voldaan.
Om ook nu een overvloed aan documenten te vermijden, heeft de administratie het bestaand attest aangepast. Dit modelattest is toegevoegd als bijlage.
10.2 Vak I van het attest moet alleen worden ingevuld indien de oppas wordt betaald aan een in nr. 5.1, a of b bedoelde instelling, kinderdagverblijf of opvanggezin en niet indien de oppaskosten aan een kleuter- of lagere school zijn betaald (nr. 5.1, c). Vak II moet echter steeds worden ingevuld (dus in de gevallen nr. 5.1, a, b en c).
10.3 Voor kleuter- en lagere scholen moet het dagtarief om redenen van vereenvoudiging echter alleen worden vermeld indien het per oppasdag en per kind meer bedraagt dan 11,20 EUR.
10.4 Het aldus ingevulde attest, dat slechts in één enkel exemplaar per kind moet worden opgesteld, moet in principe ten laatste op 1 maart van het jaar na dat waarin de kosten van kinderoppas zijn betaald, worden overhandigd aan de schuldenaar van de oppaskosten. Zodoende wordt de betrokken belastingplichtige in staat gesteld het attest bij zijn aangifte in de personenbelasting te voegen en de oppaskosten waarvan hij de aftrek vraagt te verantwoorden.
10.5 Aangezien de organisatie van de scholen gebaseerd is op schooljaren en niet op kalenderjaren, kan worden toegestaan dat die scholen per kalenderjaar twee attesten opstellen; één voor de periode van 1 januari tot 31 augustus en een ander voor de periode van 1 september tot 31 december.
10.6 Het attest is echter niet op "straffe van verval" voorgeschreven. Bij eventuele ontstentenis van dergelijk attest mag bijgevolg rekening worden gehouden met afdoende bewijsstukken die de belastingplichtige na de indiening van zijn aangifte in de personenbelasting aan zijn belastingdienst zou toezenden.
10.7 Op het attest mogen enkel de uitgaven voor kinderopvang worden vermeld die daadwerkelijk zijn betaald in het jaar waarvoor het attest wordt uitgereikt.
Zo kunnen voor het jaar 2005 (aanslagjaar 2006) alleen de uitgaven worden afgetrokken die effectief in 2005 zijn betaald.
XI. WEERSLAG OP DE BELASTINGVRIJE SOM
11. De wijziging van artikel 113, WIB 92, heeft geen invloed op de leeftijdsgrens van drie jaar opgenomen in artikel 132, eerste lid, 6°, WIB 92. Op de belastingvrije som wordt dus een bijkomende toeslag van 325 EUR (460 EUR geïndexeerd voor aanslagjaar 2006) verleend voor ieder kind van jonger dan drie jaar dat ten laste is en voor wie geen aftrek van uitgaven voor kinderoppas wordt gevraagd. Voor kinderen die ouder zijn dan 3 jaar is die bijkomende toeslag dus niet mogelijk, ook niet wanneer ze de leeftijd van 12 jaar niet hebben bereikt en wanneer voor die kinderen geen aanspraak wordt gemaakt op de aftrek van de oppaskosten.
XII. INWERKINGTREDING
12. De richtlijnen opgenomen in deze circulaire zijn van toepassing vanaf 1 januari 2005 (aanslagjaar 2006).
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
Stany QUINTENS
Directeur
BIJLAGE
ATTEST INZAKE UITGAVEN VOOR DE OPVANG VAN KINDEREN VAN
MINDER DAN 12 JAAR (1)
Vak I (2) (enkel in te vullen door Kind en Gezin)
Ondergetekende bevestigt dat :
.................................................................................. ...................................................................................... ............................(3)
................................................................................. ...................................................................................... .............................
.................................................................................. ...................................................................................... ............................(4)
is erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door of onder toezicht staat van Kind en Gezin, Hallepoortlaan 27 te 1060 Brussel, in de zin van art. 113, § 1, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Onderhavig attest is geldig voor het tijdperk van .../…/20… tot …/ …/20…
Gedaan te Brussel, …/ …/20…
(Naam, hoedanigheid en handtekening van de verant-
woordelijke vertegenwoordiger van Kind en Gezin)
________________
(1) Dit attest, dat slechts in één exemplaar moet worden ingevuld, moet worden uitgereikt aan de schul­denaar van de uitgaven, die het bij zijn aangifte in de personenbelasting zal voegen.
(2) Vak I moet niet worden ingevuld indien de oppaskosten aan een kleuter- of lagere school zijn betaald.
(3) Naam of benaming van de instelling, het onthaalgezin of het kinderdagverblijf.
(4) Volledig adres van de instelling, het onthaalgezin of het kinderdagverblijf.
Vak II (in te vullen door de instelling, het oppasgezin, het kinderdagverblijf, de kleuter- of lagere school)
1. Volgnummer van het attest :
2. Naam, voornaam en adres van de schuldenaar van de uitgaven voor kinderopvang :
................................................................................. ...................................................................................... ...........................
................................................................................. ...................................................................................... ...........................
3. Naam en voornaam van het kind : ................................................................................. .......................................................
4. Geboortedatum van het kind : ................................................................................. .............................................................
5. Periode waarin het kind is opgevangen (1) :
van …/…/20 … tot …/ …/20… van …/ …/20 …tot …/ …/20…
van …/…/20 … tot …/ …/20… van …/ …/20 …tot …/ …/20…
6. Aantal opvangdagen : ................................................................................. ...........................................................................
7. Dagtarief (2) : .................................... EUR
8. Totaal ontvangen bedrag : .................................... EUR
Ondergetekende bevestigt de juistheid van de hierboven vermelde inlichtingen.
Gedaan te, .......................................…/ …/20..
(Naam, hoedanigheid en handtekening van de per-
soon die gemachtigd is inrichting, onthaalgezin
of -instelling, of onderwijsinstelling te verbinden)
Onderwijsinstelling (3) : ................................................................................. ...............................................................................
Adres (4) : ................................................................................. ...................................................................................... ..............
................................................................................. ...................................................................................... ................................
________________
(1) De op het attest vermelde gegevens mogen slechts betrekking hebben op het gedeelte van het jaar dat de twaalfde verjaardag van het kind voorafgaat.
(2) Voor oppaskosten betaald aan kleuter- of lagere scholen moet het dagtarief alleen worden ingevuld indien het maximum van 11,20 EUR per oppasdag wordt overschreden.
Indien meerdere tarieven van toepassing zijn, moet een detail van het aantal opvangdagen per tarief worden verstrekt.
(3)Naam of benaming van de kleuter- of lagere school.
(4) Volledig adres van de kleuter- of lagere school.