Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 dd. 08.08.1994 - 23e aflevering
Bull. nr. 741, pag. 1837
DRUKWERK 247 SP.
Aanmaning.
DRUKWERK 295.1BIS
Verzoek tot betalen vóór de vervolgingen.
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Invordering.
INVORDERING
Feitelijke scheiding.
Vervolging.
INHOUDSTAFEL Nrs. I. WETTEKST V/301 II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE V/302 III. COMMENTAAR A. Inwerkingtreding V/303 B. Toepassingsgebied 1. Bedoelde schuldenaars V/304 2. Bedoelde belastingen V/305 3. Bedoelde aanslagjaren V/306 C. Procedure 1. Indiening van het verzoek V/307 2. Onderzoek van het verzoek V/309 3. Beslissing van de bevoegde overheid V/311 4. Uitstel van de invordering V/315 I. WETTEKST
Art. 394bis, WIB 92
(Ingevoegd door art. 37, W 28.7.1992, V 2185, BS 31.7.1992)
V/301
"De directeur der belastingen of de door hem gedelegeerde ambtenaar kan ten aanzien van de echtgenoot die feitelijk gescheiden leeft, op gemotiveerd verzoek van deze laatste, de invordering van de belasting betreffende de inkomsten van de andere echtgenoot beperken tot wat deze verschuldigd zou zijn geweest indien hij al zijn rechten van bezwaar en van ontheffing van ambtswege, vermeld in de artikelen 366 en 376, uitgeoefend zou hebben.
Het verzoek moet op straffe van verval schriftelijk worden ingediend bij de directeur der belastingen van de provincie of het gewest in wiens ambtsgebied de aanslag is gevestigd, binnen zes maanden na het verzenden van de aanmaning tot betalen door de ontvanger.
In afwachting van de beslissing kan de directeur der belastingen ten aanzien van de verzoeker de invordering doen uitstellen in de mate en onder de voorwaarden door hem te bepalen".
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
V/302
De voormelde wettelijke bepaling verleent aan de feitelijk gescheiden echtgenoot een administratief verhaal tegen de invordering te zijnen laste van een belastingaanslag die is ingekohierd op naam van de andere echtgenoot of tegen de invordering van het gedeelte van een belastingaanslag op naam van beide echtgenoten dat betrekking heeft op de inkomsten van de andere echtgenoot.
Het doel dat de wetgever met deze bepaling nastreeft is vermeld in de memorie van toelichting bij de wet : "Door een strikte toepassing van de regelen van het Burgerlijk Wetboek en de bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen gebeurt het dat een echtgenoot die gescheiden leeft, wordt aangesproken om belastingschulden te vereffenen die het gevolg zijn van aanslagen die ten name van de andere echtgenoot werden gevestigd ...
Dit bleek reeds herhaaldelijk de oorzaak van dramatische situaties.
Om dergelijke situaties te voorkomen is het aangewezen om de gescheiden echtgenoot de mogelijkheid te bieden, wanneer blijkt dat de in het kohier opgenomen belastingplichtige niet al zijn rechten van bezwaar of ontheffing van ambtswege heeft uitgeoefend, de gewestelijke directeur te verzoeken om de ten aanzien van hem invorderbare sommen te beperken tot wat zou verschuldigd zijn wanneer al die rechten werden uitgeoefend (art. 33 (lees 37), Ontwerp van wet houdende fiscale en financiële bepalingen, Memorie van toelichting, Parl. st., Kamer, B.Z. 1991-1992, nr. 444/1, p. 27).
III. COMMENTAAR
A. Inwerkingtreding
V/303
De W 28.7.1992 bevat geen bijzondere bepaling over de datum van inwerkingtreding van art. 394bis, WIB 92. Bijgevolg is art. 394bis, WIB 92 in werking getreden op 10.8.1992, de tiende dag na de bekendmaking, krachtens art. 4, W 31.5.1961 betreffende het inwerkingtreden van wetten en verordeningen.
B. Toepassingsgebied
1. Bedoelde schuldenaars
V/304
De bepaling bedoelt "de echtgenoot die feitelijk gescheiden leeft". Art. 394bis, WIB 92 geldt dus zowel voor aanslagen die op naam van beide echtgenoten zijn ingekohierd krachtens art. 126, WIB 92, als voor aanslagen die afzonderlijk zijn ingekohierd overeenkomstig art. 128, WIB 92.
De nieuwe bepaling is uiteraard enkel van toepassing op de gescheiden schuldenaars die krachtens art. 394, WIB 92 kunnen aangesproken worden voor de belasting die betrekking heeft op de inkomsten van de andere echtgenoot.
De nieuwe bepaling vindt geen toepassing indien de echtgenoot die aan de oorsprong ligt van het belastbare feit, al zijn rechten van bezwaar en van ontheffing van ambtswege daadwerkelijk heeft uitgeoefend.
2. Bedoelde belastingen
V/305
Het gaat om "de belasting betreffende de inkomsten van de andere echtgenoot". De andere echtgenoot moet dus aan de oorsprong liggen van het belastbare feit of het belastbare inkomen.
Art. 394bis, WIB 92 wijzigt geenszins de regels die gelden voor de invordering ten laste van de feitelijk gescheiden echtgenoot van diens aandeel in de belastingaanslag.
Art. 394bis, WIB 92 is van toepassing op belastingen die betrekking hebben op de inkomsten van de echtgenoten, dus op PB, PB/gem., PB/agg., BNI en OV, en dit ongeacht het aangenomen huwelijksvermogensstelsel.
Art. 394bis, WIB 92 is bijgevolg niet van toepassing op BV, op RV en op de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.
3. Bedoelde aanslagjaren
V/306
De wetgever heeft niet gepreciseerd vanaf welk aj. de bepaling van toepassing is. Daaruit moet afgeleid worden dat art. 394bis, WIB 92 vanaf zijn inwerkingtreding van toepassing is op alle nog onbetaalde aanslagen waarvoor nog een aanmaning moet worden verzonden aan de feitelijk gescheiden echtgenoot die niet aan de oorsprong ligt van het belastbare inkomen of waarvoor die aanmaning sinds minder dan zes maanden is verzonden, ongeacht het aj. waaraan die aanslagen verbonden zijn.
C. Procedure
1. Indiening van het verzoek
a) Wijze waarop het verzoek wordt ingediend
V/307
De echtgenoot die feitelijk gescheiden leeft, moet schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij de directeur der belastingen.
Vermits het hier gaat om een maatregel die ertoe strekt de invordering van een belasting te beperken, moet het verzoekschrift worden ingediend bij de gewestelijk directeur invordering in wiens ambtsgebied de belasting gevestigd is.
Het verzoekschrift moet een aanvaardbare motivering bevatten die doet vermoeden dat er een overbelasting is van de inkomsten van de andere echtgenoot.
b) Termijn
V/308
Op straffe van verval moet het verzoekschrift worden ingediend binnen zes maanden na het verzenden van de aanmaning tot betalen door de ontvanger.
De aanmaning is het bevel aan een schuldenaar of de ingebrekestelling van een schuldenaar om een schuld te betalen.
In het kader van de thans geldende richtlijnen kunnen ten aanzien van de feitelijk gescheiden echtgenoot als aanmaning worden aangezien : de aanmaning "247", het betalingsverzoek "295.1bis" en, in voorkomend geval, het dwangbevel.
Voortaan zal in het kader van de hier besproken wetsbepaling enkel nog de aanmaning "247sp." als aanmaning gelden voor de aanslagen op naam van beide echtgenoten en het bericht "295.1bis" voor de aanslagen op naam van slechts één der echtgenoten.
De termijn begint te lopen daags na de datum waarop de Ontv. de aanmaning aan de feitelijk gescheiden echtgenoot toezendt. Het gaat om een vaste termijn : de termijn raakt de openbare orde en geldt "op straffe van verval". Hij kan niet verlengd worden en ook niet ingekort.
De termijn is van dezelfde aard als de bezwaartermijn; de nrs. 272/12 tot 18, 272/28 en 29 en 272/31, Com. IB kunnen dan ook als inspiratiebron dienen voor de oplossing van eventuele toepassingsmoeilijkheden in verband met deze termijn.
De verzending van de aanmaning doet geenszins afbreuk aan de wettelijke termijnen waarbinnen het bezwaarschrift en het verzoek om ambtshalve ontheffing moeten worden ingediend.
2. Onderzoek van het verzoek
a) Bevoegde overheid
V/309
De beperking van de invordering gebeurt noodzakelijkerwijze op basis van elementen die verband houden met de vestiging van de belasting. Indien de gewestelijk directeur invordering het verzoekschrift ontvankelijk acht, zendt hij het door aan de bevoegde gewestelijk directeur taxatie, met het verzoek om te bepalen tot welk bedrag de invordering kan worden beperkt ten voordele van de verzoekende echtgenoot.
b) Procedure
V/310
De bevoegde overheid kan de invordering van de belasting betreffende de inkomsten van de andere echtgenoot beperken tot wat deze verschuldigd zou zijn geweest indien hij al zijn rechten van bezwaar en van ontheffing van ambtswege uitgeoefend zou hebben.
De gewestelijk directeur taxatie bepaalt derhalve het bedrag van de belasting in verband met de inkomsten van de andere echtgenoot dat niet kon worden ontheven ingevolge bezwaar of ontheffing van ambtswege, met aanduiding van de motivering.
De mogelijkheid om de stukken in te zin waarin art. 374, laatste lid, WIB 92 voorziet, is hier niet van toepassing vermits het verzoek op grond van art. 394bis, WIB 92 geen bezwaar is.
3. Beslissing van de bevoegde overheid
a) Bevoegde ambtenaar
V/311
De gewestelijk directeur invordering, zijn plaatsvervanger of de door hem gedelegeerde ambtenaar is bevoegd om de beslissing te treffen.
b) Voorwerp en vorm van de beslissing
V/312
De gewestelijk directeur invordering doet uitspraak over het verzoek met overname van de motivering van de bevoegde gewestelijk directeur taxatie. Bij de overname van die motivering in de definitieve beslissing moet de gewestelijk directeur invordering evenwel rekening houden met Com. IB 92, nr. 337/24. Elk precies gegeven in verband met de inkomsten van de echtgenoot van de verzoeker moet dan ook uit de motivering geweerd worden.
De beslissing van de bevoegde overheid is een bestuurshandeling die moet gemotiveerd worden krachtens de W 29.7.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (zie circ. 14.2.1992, Ci.R.14/438.580 en circ. 27.7.1992, Ci.RH.81/439.496).
V/313
De beslissing die wordt genomen op grond van art. 394bis, WIB 92, situeert zich volledig op het administratieve vlak en laat de formele belastingschuld steeds integraal bestaan.
De bezwaarprocedure en de procedure van ontheffing van ambtswege zijn geenszins gewijzigd (zie Parl. st., Kamer, B.Z. 1991-1992, nr. 444/1, p. 27).
c) Kennisgeving van de beslissing
V/314
De beslissing wordt toegezonden aan de verzoek(st)er en meegedeeld aan de Ontv. zoals inzake vrijstelling van NI.
4. Uitstel van invordering
a) Begrip
V/315
Art. 394bis, derde lid, WIB 92 bepaalt "in afwachting van de beslissing kan de directeur der belastingen ten aanzien van de verzoeker de invordering doen uitstellen in de mate en onder de voorwaarden door hem te bepalen".
De directeur invordering kan dus in bijzondere gevallen steeds de invordering doen uitstellen van de belasting betreffende de inkomsten van de andere echtgenoot, in de mate en onder de voorwaarden die hij bepaalt, rekening houdend met de bijzondere omstandigheden eigen aan de zaak.
b) Aard van de beslissing
V/316
De beslissing om de invordering te doen uitstellen is eveneens een bestuurshandeling bedoeld in de W 29.7.1991. De beslissing moet dan ook uitdrukkelijk gemotiveerd worden.
DRUKWERK 247 SP.
Aanmaning.
DRUKWERK 295.1BIS
Verzoek tot betalen vóór de vervolgingen.
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Invordering.
INVORDERING
Feitelijke scheiding.
Vervolging.
INHOUDSTAFEL Nrs. I. WETTEKST V/301 II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE V/302 III. COMMENTAAR A. Inwerkingtreding V/303 B. Toepassingsgebied 1. Bedoelde schuldenaars V/304 2. Bedoelde belastingen V/305 3. Bedoelde aanslagjaren V/306 C. Procedure 1. Indiening van het verzoek V/307 2. Onderzoek van het verzoek V/309 3. Beslissing van de bevoegde overheid V/311 4. Uitstel van de invordering V/315 I. WETTEKST
Art. 394bis, WIB 92
(Ingevoegd door art. 37, W 28.7.1992, V 2185, BS 31.7.1992)
V/301
"De directeur der belastingen of de door hem gedelegeerde ambtenaar kan ten aanzien van de echtgenoot die feitelijk gescheiden leeft, op gemotiveerd verzoek van deze laatste, de invordering van de belasting betreffende de inkomsten van de andere echtgenoot beperken tot wat deze verschuldigd zou zijn geweest indien hij al zijn rechten van bezwaar en van ontheffing van ambtswege, vermeld in de artikelen 366 en 376, uitgeoefend zou hebben.
Het verzoek moet op straffe van verval schriftelijk worden ingediend bij de directeur der belastingen van de provincie of het gewest in wiens ambtsgebied de aanslag is gevestigd, binnen zes maanden na het verzenden van de aanmaning tot betalen door de ontvanger.
In afwachting van de beslissing kan de directeur der belastingen ten aanzien van de verzoeker de invordering doen uitstellen in de mate en onder de voorwaarden door hem te bepalen".
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
V/302
De voormelde wettelijke bepaling verleent aan de feitelijk gescheiden echtgenoot een administratief verhaal tegen de invordering te zijnen laste van een belastingaanslag die is ingekohierd op naam van de andere echtgenoot of tegen de invordering van het gedeelte van een belastingaanslag op naam van beide echtgenoten dat betrekking heeft op de inkomsten van de andere echtgenoot.
Het doel dat de wetgever met deze bepaling nastreeft is vermeld in de memorie van toelichting bij de wet : "Door een strikte toepassing van de regelen van het Burgerlijk Wetboek en de bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen gebeurt het dat een echtgenoot die gescheiden leeft, wordt aangesproken om belastingschulden te vereffenen die het gevolg zijn van aanslagen die ten name van de andere echtgenoot werden gevestigd ...
Dit bleek reeds herhaaldelijk de oorzaak van dramatische situaties.
Om dergelijke situaties te voorkomen is het aangewezen om de gescheiden echtgenoot de mogelijkheid te bieden, wanneer blijkt dat de in het kohier opgenomen belastingplichtige niet al zijn rechten van bezwaar of ontheffing van ambtswege heeft uitgeoefend, de gewestelijke directeur te verzoeken om de ten aanzien van hem invorderbare sommen te beperken tot wat zou verschuldigd zijn wanneer al die rechten werden uitgeoefend (art. 33 (lees 37), Ontwerp van wet houdende fiscale en financiële bepalingen, Memorie van toelichting, Parl. st., Kamer, B.Z. 1991-1992, nr. 444/1, p. 27).
III. COMMENTAAR
A. Inwerkingtreding
V/303
De W 28.7.1992 bevat geen bijzondere bepaling over de datum van inwerkingtreding van art. 394bis, WIB 92. Bijgevolg is art. 394bis, WIB 92 in werking getreden op 10.8.1992, de tiende dag na de bekendmaking, krachtens art. 4, W 31.5.1961 betreffende het inwerkingtreden van wetten en verordeningen.
B. Toepassingsgebied
1. Bedoelde schuldenaars
V/304
De bepaling bedoelt "de echtgenoot die feitelijk gescheiden leeft". Art. 394bis, WIB 92 geldt dus zowel voor aanslagen die op naam van beide echtgenoten zijn ingekohierd krachtens art. 126, WIB 92, als voor aanslagen die afzonderlijk zijn ingekohierd overeenkomstig art. 128, WIB 92.
De nieuwe bepaling is uiteraard enkel van toepassing op de gescheiden schuldenaars die krachtens art. 394, WIB 92 kunnen aangesproken worden voor de belasting die betrekking heeft op de inkomsten van de andere echtgenoot.
De nieuwe bepaling vindt geen toepassing indien de echtgenoot die aan de oorsprong ligt van het belastbare feit, al zijn rechten van bezwaar en van ontheffing van ambtswege daadwerkelijk heeft uitgeoefend.
2. Bedoelde belastingen
V/305
Het gaat om "de belasting betreffende de inkomsten van de andere echtgenoot". De andere echtgenoot moet dus aan de oorsprong liggen van het belastbare feit of het belastbare inkomen.
Art. 394bis, WIB 92 wijzigt geenszins de regels die gelden voor de invordering ten laste van de feitelijk gescheiden echtgenoot van diens aandeel in de belastingaanslag.
Art. 394bis, WIB 92 is van toepassing op belastingen die betrekking hebben op de inkomsten van de echtgenoten, dus op PB, PB/gem., PB/agg., BNI en OV, en dit ongeacht het aangenomen huwelijksvermogensstelsel.
Art. 394bis, WIB 92 is bijgevolg niet van toepassing op BV, op RV en op de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.
3. Bedoelde aanslagjaren
V/306
De wetgever heeft niet gepreciseerd vanaf welk aj. de bepaling van toepassing is. Daaruit moet afgeleid worden dat art. 394bis, WIB 92 vanaf zijn inwerkingtreding van toepassing is op alle nog onbetaalde aanslagen waarvoor nog een aanmaning moet worden verzonden aan de feitelijk gescheiden echtgenoot die niet aan de oorsprong ligt van het belastbare inkomen of waarvoor die aanmaning sinds minder dan zes maanden is verzonden, ongeacht het aj. waaraan die aanslagen verbonden zijn.
C. Procedure
1. Indiening van het verzoek
a) Wijze waarop het verzoek wordt ingediend
V/307
De echtgenoot die feitelijk gescheiden leeft, moet schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij de directeur der belastingen.
Vermits het hier gaat om een maatregel die ertoe strekt de invordering van een belasting te beperken, moet het verzoekschrift worden ingediend bij de gewestelijk directeur invordering in wiens ambtsgebied de belasting gevestigd is.
Het verzoekschrift moet een aanvaardbare motivering bevatten die doet vermoeden dat er een overbelasting is van de inkomsten van de andere echtgenoot.
b) Termijn
V/308
Op straffe van verval moet het verzoekschrift worden ingediend binnen zes maanden na het verzenden van de aanmaning tot betalen door de ontvanger.
De aanmaning is het bevel aan een schuldenaar of de ingebrekestelling van een schuldenaar om een schuld te betalen.
In het kader van de thans geldende richtlijnen kunnen ten aanzien van de feitelijk gescheiden echtgenoot als aanmaning worden aangezien : de aanmaning "247", het betalingsverzoek "295.1bis" en, in voorkomend geval, het dwangbevel.
Voortaan zal in het kader van de hier besproken wetsbepaling enkel nog de aanmaning "247sp." als aanmaning gelden voor de aanslagen op naam van beide echtgenoten en het bericht "295.1bis" voor de aanslagen op naam van slechts één der echtgenoten.
De termijn begint te lopen daags na de datum waarop de Ontv. de aanmaning aan de feitelijk gescheiden echtgenoot toezendt. Het gaat om een vaste termijn : de termijn raakt de openbare orde en geldt "op straffe van verval". Hij kan niet verlengd worden en ook niet ingekort.
De termijn is van dezelfde aard als de bezwaartermijn; de nrs. 272/12 tot 18, 272/28 en 29 en 272/31, Com. IB kunnen dan ook als inspiratiebron dienen voor de oplossing van eventuele toepassingsmoeilijkheden in verband met deze termijn.
De verzending van de aanmaning doet geenszins afbreuk aan de wettelijke termijnen waarbinnen het bezwaarschrift en het verzoek om ambtshalve ontheffing moeten worden ingediend.
2. Onderzoek van het verzoek
a) Bevoegde overheid
V/309
De beperking van de invordering gebeurt noodzakelijkerwijze op basis van elementen die verband houden met de vestiging van de belasting. Indien de gewestelijk directeur invordering het verzoekschrift ontvankelijk acht, zendt hij het door aan de bevoegde gewestelijk directeur taxatie, met het verzoek om te bepalen tot welk bedrag de invordering kan worden beperkt ten voordele van de verzoekende echtgenoot.
b) Procedure
V/310
De bevoegde overheid kan de invordering van de belasting betreffende de inkomsten van de andere echtgenoot beperken tot wat deze verschuldigd zou zijn geweest indien hij al zijn rechten van bezwaar en van ontheffing van ambtswege uitgeoefend zou hebben.
De gewestelijk directeur taxatie bepaalt derhalve het bedrag van de belasting in verband met de inkomsten van de andere echtgenoot dat niet kon worden ontheven ingevolge bezwaar of ontheffing van ambtswege, met aanduiding van de motivering.
De mogelijkheid om de stukken in te zin waarin art. 374, laatste lid, WIB 92 voorziet, is hier niet van toepassing vermits het verzoek op grond van art. 394bis, WIB 92 geen bezwaar is.
3. Beslissing van de bevoegde overheid
a) Bevoegde ambtenaar
V/311
De gewestelijk directeur invordering, zijn plaatsvervanger of de door hem gedelegeerde ambtenaar is bevoegd om de beslissing te treffen.
b) Voorwerp en vorm van de beslissing
V/312
De gewestelijk directeur invordering doet uitspraak over het verzoek met overname van de motivering van de bevoegde gewestelijk directeur taxatie. Bij de overname van die motivering in de definitieve beslissing moet de gewestelijk directeur invordering evenwel rekening houden met Com. IB 92, nr. 337/24. Elk precies gegeven in verband met de inkomsten van de echtgenoot van de verzoeker moet dan ook uit de motivering geweerd worden.
De beslissing van de bevoegde overheid is een bestuurshandeling die moet gemotiveerd worden krachtens de W 29.7.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (zie circ. 14.2.1992, Ci.R.14/438.580 en circ. 27.7.1992, Ci.RH.81/439.496).
V/313
De beslissing die wordt genomen op grond van art. 394bis, WIB 92, situeert zich volledig op het administratieve vlak en laat de formele belastingschuld steeds integraal bestaan.
De bezwaarprocedure en de procedure van ontheffing van ambtswege zijn geenszins gewijzigd (zie Parl. st., Kamer, B.Z. 1991-1992, nr. 444/1, p. 27).
c) Kennisgeving van de beslissing
V/314
De beslissing wordt toegezonden aan de verzoek(st)er en meegedeeld aan de Ontv. zoals inzake vrijstelling van NI.
4. Uitstel van invordering
a) Begrip
V/315
Art. 394bis, derde lid, WIB 92 bepaalt "in afwachting van de beslissing kan de directeur der belastingen ten aanzien van de verzoeker de invordering doen uitstellen in de mate en onder de voorwaarden door hem te bepalen".
De directeur invordering kan dus in bijzondere gevallen steeds de invordering doen uitstellen van de belasting betreffende de inkomsten van de andere echtgenoot, in de mate en onder de voorwaarden die hij bepaalt, rekening houdend met de bijzondere omstandigheden eigen aan de zaak.
b) Aard van de beslissing
V/316
De beslissing om de invordering te doen uitstellen is eveneens een bestuurshandeling bedoeld in de W 29.7.1991. De beslissing moet dan ook uitdrukkelijk gemotiveerd worden.
Bron: FisconetPlus
