Circulaire nr. Ci.RH.243/361.327 dd. 08.08.1989
CIRC 08.08.89/1
Circulaire nr. Ci.RH.243/361.327 dd. 08.08.1989
Bull. nr. 686, pag. 1741
HYPOTHECAIRE LENING
Vrijstelling van kapitaalaflossingen.
Kapitaalaflossingen van een hypothecaire lening, hoofdelijk en onverdeeld aangegaan door beide echtgenoten : verduidelijking van de Circ. 09.07.1985, zelfde nummer.
1. Het hoofdbestuur heeft vastgesteld dat er misverstanden bestaan omtrent de draagwijdte van de onderrichtingen die voortvloeien uit de toepassing van het Cassatiearrest van 22.09.1983, inzake ORBAN Edgard-Jules (circ. 09.07.1985, zelfde nr. - B. 642, blz. 1874).
2. Er wordt op gewezen dat in de gevallen waarin een voor belastingvrijstelling in aanmerking komende hypothecaire lening, bestemd voor het bouwen, het verwerven of verbouwen van een gebouwd onroerend goed toebehorend aan de huwelijksgemeenschap, hoofdelijk en onverdeeld door beide echtgenoten is aangegaan, de in art. 54, 3°, WIB, bedoelde aftrek van de kapitaalaflossingen steeds mag gebeuren volgens de door hen vastgestelde wijze van omdeling.
3. De omstandigheid dat beide echtgenoten elk afzonderlijk een schuldsaldoverzekering ten belope van een gedeelte van de hypothecaire lening hebben gesloten, vormt geen beletsel voor de toepassing van de vorenbedoelde regel.
Circulaire nr. Ci.RH.243/361.327 dd. 08.08.1989
Bull. nr. 686, pag. 1741
HYPOTHECAIRE LENING
Vrijstelling van kapitaalaflossingen.
Kapitaalaflossingen van een hypothecaire lening, hoofdelijk en onverdeeld aangegaan door beide echtgenoten : verduidelijking van de Circ. 09.07.1985, zelfde nummer.
1. Het hoofdbestuur heeft vastgesteld dat er misverstanden bestaan omtrent de draagwijdte van de onderrichtingen die voortvloeien uit de toepassing van het Cassatiearrest van 22.09.1983, inzake ORBAN Edgard-Jules (circ. 09.07.1985, zelfde nr. - B. 642, blz. 1874).
2. Er wordt op gewezen dat in de gevallen waarin een voor belastingvrijstelling in aanmerking komende hypothecaire lening, bestemd voor het bouwen, het verwerven of verbouwen van een gebouwd onroerend goed toebehorend aan de huwelijksgemeenschap, hoofdelijk en onverdeeld door beide echtgenoten is aangegaan, de in art. 54, 3°, WIB, bedoelde aftrek van de kapitaalaflossingen steeds mag gebeuren volgens de door hen vastgestelde wijze van omdeling.
3. De omstandigheid dat beide echtgenoten elk afzonderlijk een schuldsaldoverzekering ten belope van een gedeelte van de hypothecaire lening hebben gesloten, vormt geen beletsel voor de toepassing van de vorenbedoelde regel.
Bron: FisconetPlus
