Circulaire nr. Ci.R.9 F/596.979 (AOIF Nr. 11/2009) dd. 05.03.2009
Circulaire nr. Ci.R.9 F/596.979 (AOIF Nr. 11/2009) dd 05.03.2009
Dubbelbelastingverdrag.
Frankrijk.
Heffingsbevoegdheid.
Bezoldiging betaald of toegekend door de overheid.
Akkoord tussen België en Frankrijk, op basis van het Belgisch-Frans dubbelbelastingverdrag van 10.3.1964, over het regime dat van toepassing is op openbare beloningen betaald door een Staat aan een inwoner van de andere Staat, die uitsluitend de nationaliteit van die andere Staat bezit.
Aan al de ambtenaren.
1. Het doel van deze circulaire is, ten aanzien van het Belgisch-Frans verdrag ter vermijding van dubbele belasting van 10.3.1964 (hierna "het verdrag"), het verdragsrechtelijk regime te verduidelijken dat van toepassing is op openbare beloningen betaald door een staat aan een inwoner en onderdaan van een andere staat, zonder dat deze de nationaliteit van de eerstgenoemde staat bezit.
2. Deze beloningen vallen onder het toepassingsgebied van artikel 11 van het verdrag, vermits ze op basis van artikel 10, (3) uitgesloten zijn van artikel 10, (1); derhalve zijn deze inkomsten in principe belastbaar in de staat op het grondgebied waarvan de activiteit, waar de beloning tegenover staat, werd uitgeoefend.
3. Een arrest in Frankrijk van de "Conseil d'Etat" verplicht de Franse fiscale administratie om de inkomsten waarvan sprake aan artikel 18 van het verdrag toe te wijzen. Dit restartikel kent de heffingsbevoegdheid toe aan de woonstaat van de genieter.
4. De toepassing van de verschillende verdragsbepalingen in beide staten kan leiden tot :
a) een dubbele vrijstelling in het geval de beloningen betaald worden door de Franse Staat (of door een Franse publiekrechtelijke rechtspersoon die zich niet bezighoudt met nijverheids- of handelsactiviteiten) aan een inwoner van België, die de Belgische nationaliteit bezit en die zijn activiteit uitoefent op Frans grondgebied (niet onderworpen aan het grensarbeiderregime);
b) een dubbele belasting in het geval de beloningen betaald worden door de Belgische Staat (of door een Belgisch publiekrechtelijk rechtspersoon die zich niet bezighoudt met nijverheids- of handelsactiviteiten) aan een inwoner van Frankrijk, die de Franse nationaliteit bezit en die zijn activiteit uitoefent op Belgisch grondgebied (niet onderworpen aan het grensarbeiderregime).
5. Naar aanleiding van bovenstaande situaties, die onverzoenbaar zijn met de objectieven van het verdrag, hebben de Franse en de Belgische bevoegde autoriteiten op basis van de procedure zoals voorzien in artikel 24 van dit verdrag, overleg gepleegd. Tijdens dit overleg hebben de bevoegde autoriteiten een formeel akkoord bereikt - waarvan de tekst in bijlage. Volgens dit akkoord zijn de beloningen zoals beschreven onder punt 1 uitsluitend belastbaar in de woonstaat van de genieter. Let wel, dit akkoord is niet van toepassing op inwoners en onderdanen van een staat die eveneens de nationaliteit van de andere staat bezitten. Beloningen betaald aan deze personen vallen, zoals voordien, onder het toepassingsgebied van artikel 10, 1 van het verdrag, waardoor de uitbetalende staat heffingsbevoegd is over deze inkomsten.
6. Het akkoord treedt in werking op 1.1.2007. Alle hangende bezwaarprocedures of procedures tot onderling overleg dienen in die zin te worden onderzocht en opgelost, ook indien de belasting gevestigd werd voor 1.1.2007.
7. Voor meer informatie kan u zich richten tot het volgende adres :
international@minfin.fed.be.
Voor de administrateur
Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
Sandra Knaepen
Eerste Attaché van Financiën
Akkoord tussen de Belgische en Franse autoriteiten over de toepassing van artikel 10 paragraaf 3 van het Belgisch-Frans Verdrag ter vermijding van dubbele belasting van 10 maart 1964.
Gelet op artikel 10, (1) van het Belgisch-Frans verdrag dat stelt dat "De bezoldigingen in de vorm van salarissen, lonen, wedden, soldijen en pensioenen toegekend door één van de verdragsluitende Staten of door een publiekrechtelijke rechtspersoon van deze Staat, die geen nijverheids- of handelsactiviteit uitoefent, zijn uitsluitend in deze Staat belastbaar."
Gelet op paragraaf 3 van dit artikel "Nochtans vinden de voorafgaande bepalingen geen toepassing wanneer de bezoldiging worden betaald aan verblijfhouders van de andere Staat, die de nationaliteit van deze Staat hebben."
In toepassing van de procedure tot overleg zoals voorzien in artikel 24 van het verdrag komen de Belgische en Franse autoriteiten overeen dat de bezoldigingen, die door toepassing van artikel 10.3 uitgesloten zijn uit het toepassingsgebied van artikel 10.1, uitsluitend belastbaar zijn in de Woonstraat van de genieter.
Dit akkoord is niet van toepassing op inwoners van een Staat die gelijktijdig de nationaliteit van deze staat en de nationaliteit van de uitbetalende Staat bezitten. De bezoldigingen die uitgekeerd worden aan deze personen blijven, zoals in het verleden, onder artikel 10, (1) vallen.
Voor de Franse administratie, Voor de Belgische administratie,
Carole le Boursicaud Sandra KNAEPEN
Adjointe au Chef de Bureau Eerste Attaché van Financiën
