Circulaire nr. Ci.RH.26/466.662 dd. 16.02.1995
CIRC 16.02.95/1
Circulaire nr. Ci.RH.26/466.662 dd. 16.02.1995
Bull. nr. 748, pag. 1029
AFTREKBARE BESTEDING
Onderhoudsuitkering.
Vrijgestelde gift.
BEREKENING VAN DE BELASTING
Aanrekening van de aftrekbare besteding.
ONDERHOUDSUITKERING
Voorwaarde van aftrekbaarheid van een onderhoudsuitkering.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2. INHOUDSTABEL
I. WETTEKSTEN
II. COMMENTAAR
I. WETTEKSTEN
Art. 16, W 6.7.1994
1. In artikel 104 van hetzelfde Wetboek (WIB 92), gewijzigd bij artikel 81 van de wet van 28 december 1992 en bij artikel 18 van de wet van 18 juni 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art. 17, W 6.7.1994
In artikel 105 van hetzelfde Wetboek (WIB 92), gewijzigd bij artikel 82 van de wet van 28 december 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Art. 91, W 6.7.1994
...
(tweede lid)
De artikelen ... 16, 1°, 17, 3°, ... hebben uitwerking met ingang van het aanslagjaar 1992.
...
(negende lid)
De artikelen ... 16, 4°, 17, 1° en 2°, ... zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 1995.
...
II. COMMENTAAR
A. Doelstelling
2. Deze circulaire betreft de wijzigingen die door de art. 16, 1° tot 3° en 17, W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen (BS 16.7.1994 - V 2323 - Bull. 742) in de art. 104 en 105, WIB 92 zijn aangebracht.
B. Aftrekbare giften in geld
3. Het Nationaal Studiefonds dat door de W 19.7.1971 betreffende de toekenning van studietoelagen en studieleningen (BS 16.10.1971) werd ontbonden, was nog bij name in art. 104, 1ste lid, 3°, a, WIB 92 aangeduid, als instelling die gemachtigd is om giften in geld te ontvangen die aftrekbaar zijn van de belastbare netto-inkomsten van de schenker.
Art. 16, 1°, W 6.7.1994 actualiseert die bepaling door de verwijzing naar dit Fonds te schrappen.
Deze wijziging treedt in werking met ingang van het aj. 1992 (art. 91, 2de lid, W 6.7.1994). Het gaat evenwel om een tekstverbetering zonder enige practische weerslag.
4. De W 5.8.1992 houdende bepalingen betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (BS 8.10.1992) heeft de mogelijkheid tot oprichting van intercommunale openbare centra voor maatschappelijk welzijn geschrapt.
Art. 16, 2° en 3°, W 6.7.1994 heeft de tekst van art. 104, 1ste lid, 3°, c, en 5°, WIB 92 bijgevolg aangepast zodat de aftrek van giften die aan dit soort van instellingen ofwel in geld, ofwel onder bepaalde voorwaarden in de vorm van kunstwerken zijn gedaan, niet meer mogelijk is.
Deze aanpassing treedt in werking de tiende dag na de publicatie van de W 6.7.1994 in het BS van 16.7.1994, d.w.z. op 27.7.1994. Deze maatregel brengt geen toepassingsprobleem teweeg.
C. Omslag tussen de echtgenoten van in art. 104, WIB 92 bedoelde uitgaven
5. Wanneer de aanslag in de PB op naam van beide echtgenoten wordt gevestigd, moeten de van hun totaal netto-inkomen aftrekbare bestedingen op de inkomsten van elke echtgenoot worden aangerekend op de wijze en in de volgorde zoals bepaald in art. 105, WIB 92. Art. 17, W 6.7.1994 brengt enkele aanpassingen in dit artikel aan.
6. Art. 4, W 6.7.1994 heeft de wijze van aftrek van de termijnen en van de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht van erfpacht, van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten gevoelig gewijzigd. Deze uitgaven worden voortaan van de onroerende inkomsten en niet meer van het totale netto-inkomen afgetrokken. Deze wijziging, die het voorwerp van een afzonderlijke circulaire is, heeft geleid tot de opheffing van art. 104, 1ste lid, 11°, en 2de lid, WIB 92 (art. 16, 4°, W 6.7.1994).
Art. 17, 1° en 2°, W 6.7.1994 heeft enkel tot doel de tekst van art. 105, WIB 92 dienovereenkomstig aan te passen.
Deze zuivere vormaanpassing treedt in werking vanaf het aj. 1995 (art. 91, 9de lid, W 6.7.1994).
7. M.b.t. de personaliseerbare uitgaven, in de praktijk zijn dat de onderhoudsuitkeringen die persoonlijk door één van de echtgenoten verschuldigd zijn, bepaalde art. 105, WIB 92 dat zij bij voorrang werden aangerekend op het inkomensdeel van de echtgenoot die de uitgaven heeft gedaan.
Teneinde de draagwijdte van die bepaling beter weer te geven, heeft art. 17, 3°, W 6.7.1994 de woorden "die de uitgaven heeft gedaan" vervangen door de woorden "die de uitgaven verschuldigd is". De nieuwe tekst wijst erop "dat de fiscale aftrek slechts mag geschieden voor zover de uitgave is gedaan en de belastingplichtige die de betaling verricht, de uitgave verschuldigd is" (Parl.st. 1119-2, 1993-1994, blz. 19).
In feite betreft het hier een tekstaanpassing om een onvolmaaktheid te wijten aan de coördinatie van het WIB 92, te verbeteren en terug in overeenstemming te brengen met de bewoordingen van art. 17, 2de lid, hervormingswet 1988. De administratieve bepalingen ter zake (zie inzonderheid de nrs. 104/361, 362 en 364, Com.IB 92) hielden er reeds rekening mee en blijven derhalve op dat punt van toepassing.
Deze wijziging treedt in werking met ingang van het aj. 1992 (art. 91, 2de lid, W 6.7.1994).
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,
V. KINDT.
Circulaire nr. Ci.RH.26/466.662 dd. 16.02.1995
Bull. nr. 748, pag. 1029
AFTREKBARE BESTEDING
Onderhoudsuitkering.
Vrijgestelde gift.
BEREKENING VAN DE BELASTING
Aanrekening van de aftrekbare besteding.
ONDERHOUDSUITKERING
Voorwaarde van aftrekbaarheid van een onderhoudsuitkering.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2. INHOUDSTABEL
I. WETTEKSTEN
II. COMMENTAAR
A. Doelstelling
B. Aftrekbare giften in geld
C. Omslag tussen de echtgenoten van de in art. 104, WIB 92 bedoelde uitgaven
I. WETTEKSTEN
Art. 16, W 6.7.1994
1. In artikel 104 van hetzelfde Wetboek (WIB 92), gewijzigd bij artikel 81 van de wet van 28 december 1992 en bij artikel 18 van de wet van 18 juni 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
| 1° | in het eerste lid, 3°, a, worden de woorden ", en aan het Nationaal Studiefonds" geschrapt; |
| 2° | in het eerste lid, 3°, c, worden de woorden "en aan de intercommunale openbare centra voor maatschappelijk welzijn" geschrapt; |
| 3° | in de inleidende zin van het eerste lid, 5°, worden de woorden "gemeentelijke en intercommunale" geschrapt; |
| 4° | het eerste lid, 11°, en het tweede lid worden opgeheven. |
In artikel 105 van hetzelfde Wetboek (WIB 92), gewijzigd bij artikel 82 van de wet van 28 december 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
| 1° | de woorden "Ingevolge artikel 104, eerste lid, 3° tot 9° en 11°" worden vervangen door de woorden "ingevolge artikel 104, 3° tot 9°, "; |
| 2° | de woorden "in het eerste lid 1° en 2° van dat artikel" worden vervangen door de woorden "in 1° en 2° van dat artikel"; |
| 3° | de woorden "die de uitgaven heeft gedaan" worden vervangen door de woorden "die de uitgaven verschuldigd is". |
...
(tweede lid)
De artikelen ... 16, 1°, 17, 3°, ... hebben uitwerking met ingang van het aanslagjaar 1992.
...
(negende lid)
De artikelen ... 16, 4°, 17, 1° en 2°, ... zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 1995.
...
II. COMMENTAAR
A. Doelstelling
2. Deze circulaire betreft de wijzigingen die door de art. 16, 1° tot 3° en 17, W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen (BS 16.7.1994 - V 2323 - Bull. 742) in de art. 104 en 105, WIB 92 zijn aangebracht.
B. Aftrekbare giften in geld
3. Het Nationaal Studiefonds dat door de W 19.7.1971 betreffende de toekenning van studietoelagen en studieleningen (BS 16.10.1971) werd ontbonden, was nog bij name in art. 104, 1ste lid, 3°, a, WIB 92 aangeduid, als instelling die gemachtigd is om giften in geld te ontvangen die aftrekbaar zijn van de belastbare netto-inkomsten van de schenker.
Art. 16, 1°, W 6.7.1994 actualiseert die bepaling door de verwijzing naar dit Fonds te schrappen.
Deze wijziging treedt in werking met ingang van het aj. 1992 (art. 91, 2de lid, W 6.7.1994). Het gaat evenwel om een tekstverbetering zonder enige practische weerslag.
4. De W 5.8.1992 houdende bepalingen betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (BS 8.10.1992) heeft de mogelijkheid tot oprichting van intercommunale openbare centra voor maatschappelijk welzijn geschrapt.
Art. 16, 2° en 3°, W 6.7.1994 heeft de tekst van art. 104, 1ste lid, 3°, c, en 5°, WIB 92 bijgevolg aangepast zodat de aftrek van giften die aan dit soort van instellingen ofwel in geld, ofwel onder bepaalde voorwaarden in de vorm van kunstwerken zijn gedaan, niet meer mogelijk is.
Deze aanpassing treedt in werking de tiende dag na de publicatie van de W 6.7.1994 in het BS van 16.7.1994, d.w.z. op 27.7.1994. Deze maatregel brengt geen toepassingsprobleem teweeg.
C. Omslag tussen de echtgenoten van in art. 104, WIB 92 bedoelde uitgaven
5. Wanneer de aanslag in de PB op naam van beide echtgenoten wordt gevestigd, moeten de van hun totaal netto-inkomen aftrekbare bestedingen op de inkomsten van elke echtgenoot worden aangerekend op de wijze en in de volgorde zoals bepaald in art. 105, WIB 92. Art. 17, W 6.7.1994 brengt enkele aanpassingen in dit artikel aan.
6. Art. 4, W 6.7.1994 heeft de wijze van aftrek van de termijnen en van de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht van erfpacht, van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten gevoelig gewijzigd. Deze uitgaven worden voortaan van de onroerende inkomsten en niet meer van het totale netto-inkomen afgetrokken. Deze wijziging, die het voorwerp van een afzonderlijke circulaire is, heeft geleid tot de opheffing van art. 104, 1ste lid, 11°, en 2de lid, WIB 92 (art. 16, 4°, W 6.7.1994).
Art. 17, 1° en 2°, W 6.7.1994 heeft enkel tot doel de tekst van art. 105, WIB 92 dienovereenkomstig aan te passen.
Deze zuivere vormaanpassing treedt in werking vanaf het aj. 1995 (art. 91, 9de lid, W 6.7.1994).
7. M.b.t. de personaliseerbare uitgaven, in de praktijk zijn dat de onderhoudsuitkeringen die persoonlijk door één van de echtgenoten verschuldigd zijn, bepaalde art. 105, WIB 92 dat zij bij voorrang werden aangerekend op het inkomensdeel van de echtgenoot die de uitgaven heeft gedaan.
Teneinde de draagwijdte van die bepaling beter weer te geven, heeft art. 17, 3°, W 6.7.1994 de woorden "die de uitgaven heeft gedaan" vervangen door de woorden "die de uitgaven verschuldigd is". De nieuwe tekst wijst erop "dat de fiscale aftrek slechts mag geschieden voor zover de uitgave is gedaan en de belastingplichtige die de betaling verricht, de uitgave verschuldigd is" (Parl.st. 1119-2, 1993-1994, blz. 19).
In feite betreft het hier een tekstaanpassing om een onvolmaaktheid te wijten aan de coördinatie van het WIB 92, te verbeteren en terug in overeenstemming te brengen met de bewoordingen van art. 17, 2de lid, hervormingswet 1988. De administratieve bepalingen ter zake (zie inzonderheid de nrs. 104/361, 362 en 364, Com.IB 92) hielden er reeds rekening mee en blijven derhalve op dat punt van toepassing.
Deze wijziging treedt in werking met ingang van het aj. 1992 (art. 91, 2de lid, W 6.7.1994).
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,
V. KINDT.
Bron: FisconetPlus
