Circulaire 2017/C/30 betreffende de artikelen 45 t.e.m. 50 van de programmawet van 01.07.2016

Samenvatting

Deze circulaire bespreekt de door de programmawet van 01.07.2016 (BS 04.07.2016 – Ed. 2) gewijzigde en nieuwe artikels op het vlak van procedure.

Commentaar op de artikelen 45 t.e.m. 50 van de programmawet van 01.07.2016 (BS 04.07.2016, Ed. 2).

Inkomstenbelasting ; vestiging van de belasting – voorlegging van boeken en bescheiden – geautomatiseerde boekhouding ; vestiging van de belasting – recht om derden te horen – geautomatiseerde boekhouding ; onderzoekstermijn van 2 jaar ; bijzondere aanslagtermijn ; administratieve boete – bedrag en toepassingsgebied administratieve boete

FOD Financiën, 09.05.2017
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Taxatieprocedure en verplichtingen

Inhoudstafel

I. Wettelijke bepalingen – Programmawet van 01.07.2016 (BS 04.07.2016 – Ed. 2)
II. Gewijzigde en nieuwe artikels op het vlak van procedure

A. Wijziging artikel 315bis, WIB 92 (artikel 45, PW)

1. Gecoördineerde wettekst
2. Bespreking
3. Inwerkingtreding

B. Wijziging artikel 323bis, WIB 92 (artikel 46, PW)

1. Gecoördineerde wettekst
2. Bespreking
3. Inwerkingtreding

C. Nieuw artikel 333/2, WIB 92 (artikel 47, PW)

1. Gecoördineerde wettekst
2. Bespreking

a. Algemeen
b. Bedoelde inkomsten
c. Termijn waarbinnen de onderzoeken moeten worden gevoerd
d. Bijzonderheid in geval van fraude

3. Inwerkingtreding

D. Wijziging artikel 358, WIB 92 (artikel 48, PW)

1. Gecoördineerde wettekst
2. Bespreking

2.1. Het bekomen van inlichtingen uit het buitenland

a. Algemeen
b. Bedoelde inkomsten
c. Bedoelde inlichtingen
d. Bedoelde rechtsgronden
e. Bijzonderheid in geval van fraude
f. Aanslagtermijn van 24 maanden

2.2. Nog verschuldigde belastingen na een procedure van onderling overleg of na een procedure in toepassing van de Arbitrageovereenkomst van 23.07.1990.

a. Algemeen
b. Bedoelde situatie en doel
c. Periode waarop de aanslag betrekking heeft
d. Aanslagtermijn van 12 maanden

3. Inwerkingtreding

E. Wijziging artikel 445, WIB 92 (artikel 49 en 50, PW)

1. Gecoördineerde wettekst
2. Bespreking

2.1. De administratieve boete in het kader van de aangifteverplichting met betrekking tot het bestaan van de juridische constructies

a. De aangifteverplichting met betrekking tot het bestaan van de juridische constructies
b. Nieuwe maatregel: een specifieke administratieve boete
c. Inwerkingtreding

2.2. De administratieve boete in het kader van de rapporteringsverplichting inzake de verrekenprijzen

I. Wettelijke bepalingen – Programmawet van 01.07.2016 (BS 04.07.2016 – Ed. 2)

Art. 45. In artikel 315bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd door de wet van 22 december 2008 worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in het eerste lid worden de woorden "een computersysteem" vervangen door "een informaticasysteem of elk ander elektronisch apparaat";

2° in het vierde lid wordt het woord "computersystemen" vervangen door de woorden "informaticasystemen of elk ander elektronisch apparaat";

3° er wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende :

"De in dit artikel vermelde verplichtingen gelden eveneens wanneer de gegevens waar de administratie om verzoekt, zich digitaal in België of in het buitenland bevinden.".

Art. 46. In artikel 323bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 juli 1994, wordt het woord "computersystemen" vervangen door de woorden "informaticasystemen of elk ander elektronisch apparaat".

Art. 47. In titel VII, hoofdstuk III, afdeling IV van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 333/2 ingevoegd, luidende :

"Art. 333/2. Onverminderd de toepassing van artikel 333, kan de administratie binnen de aanslagtermijn van artikel 358, § 3, de in dit hoofdstuk bedoelde onderzoekingen verrichten voor de in artikel 358, § 1, 2°, vermelde jaren.".

Art. 48. In artikel 358 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in paragraaf 1, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :

"2° ofwel het bekomen van inlichtingen uit het buitenland, waarvoor een rechtsgrond bestaat die het uitwisselen van inlichtingen regelt in verband met een belasting waarop die rechtsgrond van toepassing is, ofwel het in artikel 333/2 bedoelde onderzoek ten gevolge van het bekomen van dergelijke inlichtingen uitwijst dat belastbare inkomsten in België niet werden aangegeven :

a) in de loop van één der vijf jaren vóór het jaar waarin de inlichtingen ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht;

b) ingeval van bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, in de loop van één der zeven jaren vóór het jaar waarin de inlichtingen ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht;";

2° in paragraaf 3 worden de woorden " de resultaten van de controle of het onderzoek bedoeld in § 1, 2°. " vervangen door de woorden "de inlichtingen bedoeld in § 1, 2°. ".

Art. 49. Artikel 445 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 maart 2016 waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :

" § 2. In afwijking van § 1, eerste lid, legt de door de bevoegde adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar een geldboete op van 6 250 EUR wanneer niet voldaan is aan de in artikel 307, § 1, vierde, negende en tiende lid, bedoelde verplichting.

De voormelde geldboete wordt opgelegd per jaar en per niet gemelde juridische constructie”.

Art. 50.Artikel 49 treedt in werking op de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

Hierna volgt een bespreking van de voormelde wijzigingen ingevolge de programmawet van 01.07.2016 (hierna PW).

II. Gewijzigde en nieuwe artikels op het vlak van procedure

A. Wijziging artikel 315bis, WIB 92 (artikel 45, PW)

1. Gecoördineerde wettekst

Art. 315bis. - De natuurlijke personen en rechtspersonen die een beroep doen op een informaticasysteem of elk ander elektronisch apparaat om de boeken en bescheiden waarvan de voorlegging is voorgeschreven door artikel 315, geheel of ten dele, te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren, zijn eveneens verplicht, op verzoek van de administratie, ter plaatse, de dossiers met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem, alsook de informatiedragers en alle gegevens die zij bevatten, ter inzage voor te leggen.

De op de informatiedragers geplaatste gegevens moeten in een leesbare en verstaanbare vorm ter inzage worden voorgelegd.

Wanneer de administratie hen erom verzoekt, zijn de in het eerste lid bedoelde personen verplicht op hun uitrusting en in bijzijn van de ambtenaren van de administratie, kopies te maken in de door die ambtenaren gewenste vorm van het geheel of een deel van voormelde gegevens, alsook de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht om het bedrag van de belastbare inkomsten te bepalen.

De bepalingen van artikel 315, derde lid, zijn van toepassing op de bewaring van de dossiers met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem, alsook op de informatiedragers en alle gegevens die zij bevatten. In afwijking van deze bepalingen verstrijkt de bewaartermijn, ten aanzien van de gegevens met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van informaticasystemen of elk ander elektronisch apparaat, op het einde van het zevende jaar of boekjaar volgend op het belastbaar tijdperk waarin het in die gegevens omschreven systeem werd gebruikt.

De in dit artikel vermelde verplichtingen gelden eveneens wanneer de gegevens waar de administratie om verzoekt, zich digitaal in België of in het buitenland bevinden.

2. Bespreking

a. Door art. 45, 1° en 2°, van voormelde programmawet worden in art. 315bis, WIB 92, de woorden 'een computersysteem' vervangen door 'een informaticasysteem of elk ander elektronisch apparaat'. Verder voegt art. 45, 3°, van diezelfde programmawet aan art. 315bis, WIB 92, een vijfde lid toe waardoor de verplichtingen van art. 315bis, WIB 92, ook van toepassing zijn op gegevens die zich digitaal in België of in het buitenland bevinden.

b. Het is zo dat art. 315bis, WIB 92, een aantal bijkomende verplichtingen oplegt in het geval de belastingplichtige zijn boekhoudkundige gegevens op een andere wijze dan op 'papier' opstelt, verzendt en bewaart. Tegenwoordig is er de tendens om gegevens op externe servers te bewaren, in de zogenaamde cloud. Deze servers kunnen zich zowel in België als in het buitenland bevinden. Door voormelde wijziging wordt art. 315bis, WIB 92, aangepast aan de technologische ontwikkelingen en is de toegang tot boeken en bescheiden die zich op externe servers (in de cloud) bevinden, gegarandeerd.

3. Inwerkingtreding

De nieuwe bepaling treedt in werking vanaf 14.07.2016.

B. Wijziging artikel 323bis, WIB 92 (artikel 46, PW)

1. Gecoördineerde wettekst

Art. 323bis.- De bepalingen van artikel 315bis zijn van toepassing op verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid alsook op derden waarop een beroep wordt gedaan om de boeken en bescheiden, waarvan de voorlegging is voorgeschreven door artikel 315, geheel of gedeeltelijk te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren door middel van informaticasystemen of elk ander elektronisch apparaat.

2. Bespreking

Naar analogie met het nieuwe art. 315bis (zie A hiervoor), vervangt art. 46 van voormelde programmawet in art. 323bis, WIB 92, het woord 'computersystemen' door de woorden 'informaticasystemen of elk ander elektronisch apparaat'.

3. Inwerkingtreding

De nieuwe bepaling treedt in werking vanaf 14.07.2016.

C. Nieuw artikel 333/2, WIB 92 (artikel 47, PW)

1. Gecoördineerde wettekst

Onverminderd de toepassing van artikel 333, kan de administratie binnen de aanslagtermijn van artikel 358, § 3, de in dit hoofdstuk bedoelde onderzoekingen verrichten voor de in artikel 358, § 1, 2°, vermelde jaren.

2. Bespreking

a. Algemeen

Vóór de inwerkingtreding van de programmawet van 01.07.2016, veronderstelde het gebruik van de aanslagtermijn van 24 maanden van artikel 358, §3, WIB 92, dat de uit het buitenland verkregen inlichtingen volstonden om een aanslag te vestigen zonder het verrichten van bijkomende onderzoekdaden. Aangezien heel wat buitenlandse inlichtingen momenteel het resultaat zijn van een automatische gegevensuitwisseling waaraan geen enkel onderzoek is voorafgegaan, is het noodzakelijk van de bestaande aanslagtermijn voor buitenlandse inlichtingen van 24 maanden eveneens een onderzoekstermijn te maken, zodat er, indien nodig, bijkomende onderzoekdaden kunnen worden verricht, zelfs als de gewone onderzoekstermijn van 3 jaar reeds verlopen is (Memorie van toelichting, Parl. Stukken, Kamer, 2015-2016, nr. 54-1875/001, blz. 33).

Aan de bijzondere aanslagtermijn van artikel 358, § 1, 2° en § 3, WIB 92, wordt nu een bijzondere onderzoekstermijn toegevoegd. Bijgevolg openen de van een buitenlandse administratie ontvangen inlichtingen tegelijkertijd deze twee termijnen.

b. Bedoelde inkomsten

De in toepassing van artikel 333/2, WIB 92, uitgevoerde onderzoeken betreffen de jaren vermeld in artikel 358, § 1, 2°, WIB 92. Dit artikel beoogt de gevallen waarin inkomsten niet zijn aangegeven in de loop van één der vijf of zeven jaren vóór het jaar waarin de inlichtingen ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht.
De taxatieagent zal dus zijn onderzoeken kunnen voeren voor het geheel van de 5 of 7 betrokken jaren, voor zover de onderzoeken het gevolg zijn van de uit het buitenland ontvangen gegevens.

Voorbeeld: inlichtingen volgens dewelke een belastingplichtige natuurlijk persoon titularis is van een buitenlands bankrekeningnummer, zijn bekomen in september 2016. De niet aangegeven inkomsten voor de aanslagjaren 2011 tot 2015 kunnen worden onderzocht. De inkomsten met betrekking tot de aanslagjaren 2009 en 2010 kunnen hieraan worden toegevoegd ingeval van bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden.

c. Termijn waarbinnen de onderzoeken moeten worden gevoerd

De onderzoeken moeten worden uitgevoerd binnen de termijn van 24 maanden vanaf het bekomen van de inlichtingen van de buitenlandse fiscus.

Het betreft de termijn vastgesteld door 358, § 3, WIB 92.

Niet alleen dienen de onderzoeken binnen deze termijn te worden beëindigd, maar ook het kohier dat de aanslag bevat, dient uiterlijk de laatst nuttige dag van de termijn uitvoerbaar verklaard te zijn.

d. Bijzonderheid in geval van fraude

In geval van bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden zijn de inkomsten die kunnen belast worden binnen de bijzondere termijn van 24 maanden deze die niet werden aangegeven gedurende één van de 7 jaren (en niet 5 jaren) vóór het jaar waarin de inlichtingen ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht. Dit heeft als logisch gevolg dat de onderzoeken die worden gevoerd met het oog op het belasten van de inkomsten ontvangen in de loop van deze 2 bijkomende jaren door een kennisgeving van aanwijzingen van fraude moeten worden voorafgegaan, zoals dit het geval is voor onderzoeken gevoerd in het kader van artikel 333, 3de lid, WIB 92.

Hiervoor wordt verwezen naar artikel 333, WIB 92 en de commentaar hierop.

3. Inwerkingtreding

Bij afwezigheid van een specifieke overgangsbepaling is artikel 333/2 van toepassing vanaf 14.07.2016, hetzij tien dagen na de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad.

Dit betekent dat enkel de vanaf 14.07.2016 uit het buitenland ontvangen inlichtingen de nieuwe onderzoekstermijn openen.

D. Wijziging artikel 358, WIB 92 (artikel 48, PW)

1. Gecoördineerde wettekst

§ 1. De belasting of de aanvullende belasting mag worden gevestigd, zelfs nadat de in artikel 354 bedoelde bepaalde termijn is verstreken ingeval:

1° een controle of een onderzoek in verband met de toepassing van de inkomstenbelastingen ten name van een welbepaalde belastingplichtige uitwijst, dat die belastingplichtige de bepalingen van dit Wetboek of van ter uitvoering ervan genomen besluiten inzake roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing heeft overtreden, in de loop van één der vijf jaren vóór het jaar van de vaststelling van de inbreuk;
2° ofwel het bekomen van inlichtingen uit het buitenland, waarvoor een rechtsgrond bestaat die het uitwisselen van inlichtingen regelt in verband met een belasting waarop die rechtsgrond van toepassing is, ofwel het in artikel 333/2 bedoelde onderzoek ten gevolge van het bekomen van dergelijke inlichtingen uitwijst dat belastbare inkomsten in België niet werden aangegeven:

a) in de loop van één der vijf jaren vóór het jaar waarin de inlichtingen ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht;
b) ingeval van bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, in de loop van één der zeven jaren vóór het jaar waarin de inlichtingen ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht;

3° een rechtsvordering uitwijst dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in één der vijf jaren vóór het jaar waarin de vordering is ingesteld;
4° bewijskrachtige gegevens uitwijzen dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in de loop van één der vijf jaren vóór het jaar waarin de Administratie kennis krijgt van die gegevens;
5° er na een procedure van onderling overleg in toepassing van een internationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of na een procedure in toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (90/436/EEG) van 23 juli 1990, nog belastingen verschuldigd zijn.

§ 2. In de gevallen bedoeld in § 1, 1°, 3°, 4° en 5°, moet de belasting of de aanvullende belasting worden gevestigd binnen de twaalf maanden te rekenen vanaf de datum:

1° waarop de in § 1, 1°, bedoelde inbreuk werd vastgesteld;
2° waarop tegen de beslissing over de in § 1, 3°, genoemde rechtsvordering geen verzet of voorziening meer kan worden ingediend;
3° waarop de administratie kennis krijgt van de in § 1, 4°, vermelde bewijskrachtige gegevens;
4° waarop de procedure bedoeld in § 1, 5°, is beëindigd.

§ 3. In het geval bedoeld in § 1, 2°, moet de belasting of de aanvullende belasting worden gevestigd binnen de vierentwintig maanden te rekenen vanaf de datum waarop de Belgische administratie kennis draagt van de inlichtingen bedoeld in § 1, 2°.

2. Bespreking

De programmawet van 01.07.2016 heeft het toepassingsgebied van de paragraaf 1, 2°, van artikel 358, WIB 92, aanzienlijk uitgebreid, meer bepaald met betrekking tot het bekomen van inlichtingen uit het buitenland en de toevoeging aan dezelfde paragraaf van een vijfde punt teneinde belastingen te vestigen die verschuldigd zouden zijn ten gevolge van een procedure van onderling overleg in toepassing van een internationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of na een procedure in toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (90/436/EEG) van 23.07.1990 (hierna Arbitrageovereenkomst).

2.1. Het bekomen van inlichtingen uit het buitenland
a. Algemeen

De bijzondere aanslagtermijn van 24 maanden is voortaan van toepassing ingeval:

- ofwel van het bekomen van inlichtingen uit het buitenland, waarvoor een rechtsgrond bestaat die het uitwisselen van inlichtingen regelt in verband met een belasting waarop die rechtsgrond van toepassing is,

- ofwel het gevoerde onderzoek ten gevolge van het bekomen van dergelijke inlichtingen,

uitwijst dat belastbare inkomsten in België niet werden aangegeven in de loop van één der 5 jaren - 7 jaren ingeval van bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden - vóór het jaar waarin de inlichtingen ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht.

Vóór deze wijziging was de termijn van 24 maanden enkel van toepassing wanneer een controle of een onderzoek door de bevoegde autoriteit van een land, waarmee België een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting heeft gesloten, uitwees dat belastbare inkomsten in België niet werden aangegeven in de loop van één der 5 jaren vóór het jaar waarin de resultaten van deze controle of van dit onderzoek ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht.

b. Bedoelde inkomsten

De bijzondere aanslagtermijn van 24 maanden laat toe om inkomsten te belasten die in België niet werden aangegeven in de loop van één der 5 jaren - 7 jaren ingeval van bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden - vóór het jaar waarin de inlichtingen afkomstig van het buitenland ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht.

Deze inkomsten komen hetzij onmiddellijk aan het licht wanneer de inlichtingen op zich voldoende zijn hetzij ingevolge bijkomende onderzoeken die worden uitgevoerd krachtens het nieuw artikel 333/2, WIB 92, wanneer deze inlichtingen niet volstaan. In het laatste geval dienen zowel de onderzoeken als het vestigen van de aanslag te worden uitgevoerd binnen de termijn van 24 maanden.

c. Bedoelde inlichtingen

Het gaat niet alleen meer over inlichtingen gebaseerd op een controle of onderzoek door de bevoegde autoriteit van een ander land. De 'buitenlandse inlichtingen' omvatten alle inlichtingen ontvangen vanuit het buitenland, zoals de spontane, de verplichte, de automatische, de gestructureerde internationale uitwisselingen evenals de inlichtingen gebaseerd op een controle door de bevoegde autoriteit van een buitenlandse staat (Memorie van toelichting, Parl. Stukken, Kamer, 2015-2016, nr. 54-1875/001, blz. 34). Het betreft ook de uitwisselingen op verzoek.

d. Bedoelde rechtsgronden

De rechtsgronden van de uitwisseling zijn voortaan niet meer beperkt tot de overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting. De wettekst beoogt nu het bekomen van inlichtingen uit het buitenland waarvoor een rechtsgrond bestaat die het uitwisselen van inlichtingen regelt in verband met een belasting waarop die rechtsgrond van toepassing is. Zijn dus nu ook bedoeld:

- het Multilaterale Verdrag OESO/Raad van Europa inzake wederzijdse administratieve bijstand in fiscale aangelegenheden;

- de TIEA’s (Tax Information Exchange Agreements);

- de Richtlijn 2011/16/EU van 15.02.2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG;

- de Richtlijn 2014/107/EU van 09.12.2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied;

- de Richtlijn (EU) 2015/2376 van 08.12.2015 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied;

- de Richtlijn (EU) 2016/881 van de Raad van 25.05.2016 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied;

- het multilateraal akkoord tussen de bevoegde autoriteiten betreffende de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen (die de Common Reporting Standard (CRS) toepassen);

- het multilaterale 'Competent Authority Agreement' (CAA);

- het akkoord van 23.04.2014 tussen België en de Verenigde Staten in het kader van FATCA (Foreign Account Tax Compliance Act);

- de bilaterale akkoorden tussen de bevoegde autoriteiten in het algemeen.

e. Bijzonderheid in geval van fraude

Ingeval van bedrieglijk opzet of het oogmerk tot schaden kunnen de inkomsten, die niet werden aangegeven in de loop van het zesde en/of zevende jaar vóór het jaar waarin de inlichtingen ter kennis zijn gebracht van de Belgische administratie, belast worden gedurende de termijn van 24 maanden.

f. Aanslagtermijn van 24 maanden

De belasting of de aanvullende belasting moet worden gevestigd binnen de 24 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de Belgische administratie kennis draagt van de inlichtingen uit het buitenland (artikel 358, § 3, WIB 92).

2.2. Nog verschuldigde belastingen na een procedure van onderling overleg of na een procedure in toepassing van de Arbitrageovereenkomst van 23.07.1990.
a. Algemeen

Een nieuw toepassingsgeval van de bijzondere aanslagtermijn van 12 maand is voortaan voorzien in het geval waar nog belastingen verschuldigd zijn ten gevolge van een procedure van onderling overleg in toepassing van een internationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of van een procedure in toepassing van de Arbitrageovereenkomst.

b. Bedoelde situatie en doel

Deze nieuwe bijzondere aanslagtermijn is van toepassing wanneer een beroep wordt gedaan op een procedure van onderling overleg in toepassing van een internationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of na een procedure voorzien in de Arbitrageovereenkomst.

Vermits deze procedures soms meerdere jaren kunnen duren, is het nodig om hiermee rekening te houden in de aanslagtermijnen. Door deze wijziging kan, indien binnen deze procedures wordt overeengekomen dat België een bepaalde belasting kan heffen, de fiscale administratie deze alsnog vestigen (Memorie van toelichting, Parl. Stukken, Kamer, 2015-2016, nr. 54-1875/001, blz. 53).

c. Periode waarop de aanslag betrekking heeft

De aanslag kan worden gevestigd ongeacht het aanslagjaar waarop de inkomsten betrekking hebben.

d. Aanslagtermijn van 12 maanden

De belasting of de aanvullende belasting dient gevestigd te worden binnen 12 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de procedure van onderling overleg of de procedure in het kader van de correctheid van de verrekenprijzen, is beëindigd (artikel 358, § 2, 4°, WIB 92).

3. Inwerkingtreding

Bij gebrek aan een specifieke overgangsbepaling zijn de bepalingen van artikel 358, § 1, 2°, en § 3, WIB 92 (bekomen van inlichtingen uit het buitenland) van toepassing vanaf 14.07.2016, met name 10 dagen na de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad.

Er wordt benadrukt dat deze nieuwe bepalingen van toepassing zijn op de inlichtingen die vanaf 14.07.2016 bekomen zijn uit het buitenland. Voor de inlichtingen die vóór deze datum zijn bekomen, dient rekening te worden gehouden met de oude bepalingen van art. 358, § 1, 2°, en § 3, WIB 92.

De bepalingen met betrekking tot artikel 358, § 1, 5°, WIB 92, (nog verschuldigde belastingen na een procedure) zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2017.

E. Wijziging artikel 445, WIB 92 (artikel 49 en 50, PW)

1. Gecoördineerde wettekst

§ 1. De door de adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar kan een geldboete van 50 EUR tot 1.250 EUR opleggen voor iedere overtreding van de bepalingen van dit Wetboek, evenals van de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

De Koning legt de schaal van de administratieve geldboetes vast en regelt hun toepassingsmodaliteiten.

Deze geldboete wordt gevestigd en ingevorderd volgens de regelen die van toepassing zijn inzake personenbelasting.

In afwijking van het tweede lid, wordt de geldboete, die samen met de voorheffing waarop zij betrekking heeft wordt ingekohierd, gevestigd en ingevorderd volgens de regels die van toepassing zijn inzake roerende voorheffing en bedrijfsvoorheffing.

Geen boete wordt toegepast, wanneer:

- de belastingplichtige aantoont dat het bedrag van de kosten, vermeld in artikel 57, of van de voordelen van alle aard als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, begrepen is in een door de verkrijger overeenkomstig artikel 305 ingediende aangifte of in een door de verkrijger in het buitenland ingediende gelijkaardige aangifte;

- in de artikelen 219 en 233, tweede lid, bedoelde verdoken meerwinsten, binnen de in datzelfde artikel 219, vierde lid, bedoelde voorwaarden, terug in de boekhouding worden opgenomen in een later boekjaar dan het boekjaar tijdens hetwelk de meerwinst werd verwezenlijkt.

§ 2. In afwijking van § 1, eerste lid, legt de door de bevoegde adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar een geldboete op van 6 250 EUR wanneer niet voldaan is aan de in artikel 307, § 1, vierde, negende en tiende lid, bedoelde verplichting.

De voormelde geldboete wordt opgelegd per jaar en per niet gemelde juridische constructie.

§ 3. In afwijking van § 1, eerste lid, kan de door de bevoegde adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar voor een overtreding van de bepalingen van de artikelen 321/1 tot 321/6, evenals van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, een boete opleggen van 1 250 EUR tot 25 000 EUR vanaf de tweede overtreding.

De Koning legt de schaal van de administratieve geldboetes vast en regelt hun toepassingsmodaliteiten.

2. Bespreking

2.1. De administratieve boete in het kader van de aangifteverplichting met betrekking tot het bestaan van de juridische constructies
a. De aangifteverplichting met betrekking tot het bestaan van de juridische constructies

De jaarlijkse aangifte in de personenbelasting moet het bestaan vermelden van een juridische constructie waarvan de belastingplichtige, zijn echtgenote of de kinderen waarover hij het ouderlijk gezag uitoefent, hetzij een oprichter, hetzij een derde begunstigde is (art. 307, § 1, vierde lid, WIB 92).

Ook de jaarlijkse aangifte in de rechtspersonenbelasting moet het bestaan vermelden van een juridische constructie waarvan de belastingplichtige een oprichter of een derde begunstigde is (art. 307, § 1, negende lid, WIB 92).

Wanneer in de aangifte in de personenbelasting of de rechtspersonenbelasting het bestaan wordt vermeld van een juridische constructie door de oprichter of derde begunstigde van deze juridische constructie, schrijft artikel 307, § 1, tiende lid, WIB 92, voor dat ook de volgende gegevens worden vermeld:

- de volledige naam, de rechtsvorm, het adres en in voorkomend geval het identificatienummer van de juridische constructie;

- de naam en het adres van de beheerder van deze juridische constructie, in het geval het een in artikel 2, § 1, 13°, a), WIB 92, bedoelde juridische constructie betreft.

De juridische constructies waarop de aangifteverplichtingen van art. 307, § 1, vierde, negende en tiende lid, WIB 92, van toepassing zijn, moeten elk jaar opnieuw worden aangegeven (Kamer, DOC 54 1875/001, blz. 35).

Voor de definitie van de begrippen juridische constructie, oprichter en derde begunstigde wordt verwezen naar respectievelijk art. 2, § 1, 13° en 13°/1, 14° en 14°/1, WIB 92.

b. Nieuwe maatregel: een specifieke administratieve boete

In een context waar een belangrijk deel van de fiscale ontwijking gerealiseerd wordt via juridische constructies, is het belangrijk erop toe te zien dat de aangifteverplichting beschreven onder punt 1 wordt gerespecteerd.

Om deze verplichting effectief te maken, wordt er een specifieke sanctie ingevoerd: de ambtenaar gemachtigd door de adviseur-generaal legt een geldboete op van 6 250 euro wanneer niet voldaan is aan de verplichtingen bedoeld in artikel 307, § 1, vierde, negende en tiende lid, WIB 92, zoals hiervoor beschreven onder punt 1.

Deze geldboete wordt opgelegd per jaar en per niet gemelde juridische constructie.

Deze boete is niet enkel van toepassing wanneer het bestaan zelf van de juridische constructie niet wordt vermeld op de aangifte in de personenbelasting of in de rechtspersonenbelasting, maar ook wanneer de bijkomende gegevens voorgeschreven door art. 307, § 1, tiende lid, WIB 92, niet zijn vermeld op de aangifte.

De programmawet voert hiermee een specifieke administratieve boete in (art. 445, § 2, WIB 92), die afwijkt van de algemene administratieve boete die kan worden opgelegd voor overtredingen van de bepalingen van het WIB 92 en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten (art. 445, § 1, WIB 92).

Deze specifieke administratieve boete betreft enkel de overtreding voor het niet melden van een juridische constructie en doet geen afbreuk aan de eventuele belastingverhoging met betrekking tot niet aangegeven inkomsten uit dergelijke constructie (Kamer, 2015-2016, DOC 54 1875/001, blz. 35).

c. Inwerkingtreding

Voormelde maatregel treedt in werking op de datum van de publicatie van de programmawet in het Belgisch Staatsblad, zijnde 04.07.2016.

De sanctie voorzien door art. 445, § 2, WIB 92, is dan ook van toepassing voor de overtredingen bedoeld in dat artikel, begaan vanaf 04.07.2016. De datum waarop de overtreding is begaan is de datum waarop de aangifte wordt ingediend waarop het bestaan van de juridische constructie en/of de bijhorende gegevens niet werden vermeld.

In het geval waarin de belastingplichtige het bestaan van een juridische constructie en de bijhorende gegevens moet vermelden op zijn aangifte in de personenbelasting of in de rechtspersonenbelasting, maar geen aangifte indient, is de datum van overtreding de datum waarop de indieningstermijn van de aangifte verstrijkt.

Voorbeeld

Mijnheer X, rijksinwoner en oprichter van een juridische constructie, vermeldde het bestaan van deze constructie noch op zijn aangifte in de personenbelasting aanslagjaar 2015, noch op zijn aangifte in de personenbelasting aanslagjaar 2016.

- 1ste hypothese:

De aangifte aanslagjaar 2015 werd ingediend in juni 2015 en de aangifte aanslagjaar 2016 werd ingediend in juni 2016.

De specifieke administratieve boete van art. 445, § 2, WIB 92, kan niet worden toegepast. De overtreding van de aangifteplicht met betrekking tot het bestaan van de juridische constructie, is begaan vóór 04.07.2016 en dit zowel wat betreft de aangifte aanslagjaar 2015 als de aangifte aanslagjaar 2016.

Deze overtredingen kunnen gesanctioneerd worden met een algemene boete op basis van art. 445, § 1, WIB 92, wegens schending van art. 307, § 1, vierde lid (aanslagjaar 2015) en van art. 307, § 1, vierde en tiende lid (aanslagjaar 2016).

- 2de hypothese:

De aangifte aanslagjaar 2015 werd ingediend in september 2015 en de aangifte aanslagjaar 2016 werd ingediend in september 2016.

Aangezien de overtreding op de aangifteplicht van art. 307, § 1, vierde lid, WIB 92, met betrekking tot de aangifte aanslagjaar 2015 werd begaan vóór 04.07.2016, kan deze overtreding gesanctioneerd worden op basis van art. 445, § 1, WIB 92.

De overtreding op de aangifteplicht van art. 307, § 1, vierde en tiende lid, WIB 92, met betrekking tot de aangifte aanslagjaar 2016 werd begaan na de inwerkingtreding van de programmawet, met name 04.07.2016. Deze overtreding moet dus gesanctioneerd worden met de specifieke administratieve boete van art. 445, § 2, WIB 92.

2.2. De administratieve boete in het kader van de rapporteringsverplichting inzake de verrekenprijzen

De verplichtingen, opgenomen in de nieuwe artikelen 321/1 tot en met 321/7, WIB 92, zullen worden besproken in een afzonderlijke circulaire.

De sanctie ingevoerd door artikel 63, PW en opgenomen als een derde paragraaf in artikel 445, WIB 92, zal ook in deze afzonderlijke circulaire worden besproken.

Interne ref.: 708.071