Circulaire nr. Ci.RH.624/450.416 van 11.09.1995


CIRC 11.09.95/1
Bull. nr. 753, pag. 2638
BELASTING VAN NIET-INWONERS
Aftrekbare uitgave.
Berekening van de belasting.
Tehuis in België.

Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.

INHOUDSTABEL

I. Inleiding

II. Wetteksten

A. Wettelijke bepalingen inzake BNI/nat.pers. die van toepassing zijn voor aj. 1991

1. Aftrekbare bestedingen

2. Berekening van de belasting

B. Wettelijke bepalingen inzake BNI/nat.pers. die van toepassing zijn voor aj. 1992

1. Aftrekbare bestedingen

2. Berekening van de belasting

C. Wettelijke bepalingen inzake BNI/nat.pers. die van toepassing zijn voor de aj. 1993 en 1994

1. Aftrekbare bestedingen

2. Berekening van de belasting

D. Wettelijke bepalingen inzake BNI/nat.pers. die van toepassing zijn voor aj. 1995

1. Aftrekbare bestedingen

2. Berekening van de belasting

III. De verschillende categorieen van niet-inwoners

A. Algemeen

B. Begrip "tehuis in België"

C. Niet-inwoners met tehuis

D. Niet-inwoners zonder tehuis

E. Met niet-inwoners met tehuis gelijkgestelden

1. Algemeen

2. "Bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis

3. Niet-inwoners zonder tehuis die op grond van de aard en het bedrag van hun in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare inkomsten worden gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis

a) Algemeen

b) Arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991

c) Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

d) W 28.12.1992

e) Arrest van het Arbitragehof nr. 34/94 van 26.4.1994

f) Toestand na het arrest van het Arbitragehof nr. 34/94 van 26.4.1994

1° Nieuwe voorwaarde voor de gelijkstelling

2° Omschrijving van de maatregel

3° Bedoelde inkomsten

4° Voorwaarde voor de gelijkstelling : de 75 %-regel

Omschrijving

Netto-inkomsten

Echtgenoten

Vermelding op de aangifte

Bijzonder geval : buitenlandse kaderleden, vorsers en bestuurders zonder tehuis

Opmerking inzake de "bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis

5° Gevolgen van de gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis

6° Weerslag van het arrest van het Arbitragehof van 26.4.1994 op reeds gevestigde aanslagen

IV. Aftrekbare bestedingen

A. Vorige toestand (aj. 1991 en 1992)

1. Algemeen

2. Door niet-inwoners zonder tehuis aftrekbare bestedingen

3. Door niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden aftrekbare bestedingen

B. Nieuwe toestand (aj. 1991 en 1992)

1. Algemeen

2. Niet-inwoners zonder tehuis

3. Niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden

C. Wijzigingen die in werking treden met ingang van aj. 1993

1. W 28.7.1992

a) Algemeen

b) Draagwijdte

2. W 6.7.1994

a) Algemeen

b) Draagwijdte

D. Wijzigingen die in werking treden met ingang van aj. 1995

1. Algemeen

2. Draagwijdte

V. Berekening van de belasting

A. Vorige toestand (aj. 1991 en 1992)

1. Algemeen

2. De hervorming van de BNI (W 22.12.1989)

a) Algemeen

b) Categorieën van niet-inwoners

c) Niet-inwoners met tehuis

d) Bevoorrechte niet-inwoners zonder tehuis

e) Gewone niet-inwoners zonder tehuis

3. W 28.12.1990

4. Arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991

5. Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

B. Nieuwe toestand (aj. 1991 en 1992)

1. Algemeen

2. Wijzigingen ingevolge de W 28.12.1992 en de W 6.7.1994

a) Algemeen

b) Wijzigingen m.b.t. niet-inwoners zonder tehuis

c) Wijzigingen m.b.t. niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden

1° Algemeen

2° Aanslag van echtgenoten en hun kinderen

Aj. 1991

Aj. 1992

3° In aanmerking te nemen inkomsten bij de vaststelling van het meewerkinkomen, het huwelijksquotiënt en de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten

Algemeen

Administratieve werkwijze

Bekrachtiging

Toepassingsmodaliteiten

Huwelijksquotiënt

Meewerkinkomen

Belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten

Toepassingsvoorbeeld (aj. 1992)

Aangifte in de BNI/nat.pers

d) Wijzigingen m.b.t. gehuwde niet-inwoners met of zonder tehuis

1° Belasting als alleenstaanden

Omschrijving van de maatregel

Ratio legis

Bedoelde belastingplichtigen

Voorwaarden voor het belasten als alleenstaanden

Gevolgen van het belasten als alleenstaanden

2° Toeslagen op de belastingvrije som wegens gezinslasten

Omschrijving

Bedoelde toeslagen op de belastingvrije som

Voorwaarde voor het verlenen van de toeslagen op de belastingvrije som

3° Toepassingsvoorbeeld (aj. 1992)

C. Wijzigingen die in werking treden met ingang van aj. 1993 (of aj. 1994)

1. Algemeen

2. Draagwijdte

D. Wijziging die in werking treedt met ingang van aj. 1994

1. Algemeen

2. Aanvullende crisisbijdrage (ACB)

E. Wijzigingen die in werking treden met ingang van aj. 1995

1. Algemeen

2. Draagwijdte

a) Belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten

1° Niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden

2° Niet-inwoners zonder tehuis

b) Belastingvermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen

VI. Bijzondere termijn voor bezwaar en ambtshalve ontheffing, ingesteld door art. 28, § 6, W 28.12.1992 (aj. 1991)

A. Algemeen

B. Uiterste datum voor het indienen van een bezwaarschrift of voor het bekendmaken van de overbelastingen

C. Bevoegde Gewestelijke directeur der belastingen

D. Toepassingsgebied

E. Geen moratoriuminteresten

Bijlagen

1. Wetteksten inzake BNI/nat.pers. (gerangschikt per wet)

2. Maximumbelastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten (aj. 1991 tot 1995)

3. Vergelijkende tabellen (per aanslagjaar)

I. INLEIDING
1. De (vóór de W 28.12.1992) voor aj. 1991 (Vóór de W 28.12.1992 voor aj. 1991 inzake BNI/nat.pers. geldende bepalingen m.b.t. de aftrekbare bestedingen en de berekening van de belasting :
  • art. 149, WIB, zoals gewijzigd door art. 314, W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (BS 29.12.1989 - V 2019, Bull. 691) en het arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991 (BS 14.12.1991);
  • art. 150, WIB, zoals gewijzigd door art. 314, W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (BS 29.12.1989 - V 2019, Bull. 691), art. 10, W 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (BS 29.12.1990 - V 2073, Bull. 702) en het arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991 (BS 14.12.1991)) en vanaf aj. 1992
(Vóór de W 28.12.1992 voor aj. 1992 inzake BNI/nat.pers. geldende bepalingen m.b.t. de aftrekbare bestedingen en de berekening van de belasting : de art. 241 tot 244, WIB 92, ingevoegd door KB 10.4.1992 tot coördinatie van de wettelijke bepalingen inzake inkomstenbelastingen (BS 30.7.1992 - V 2175, Bull. 719) en bekrachtigd door de W 12.6.1992 tot bekrachtiging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (BS 30.7.1992 - V 2184, Bull. 719)) inzake BNI/nat.pers. geldende bepalingen op het vlak van de van het totale bedrag van de samengevoegde netto-inkomsten aftrekbare bestedingen en de berekening van de belasting, zijn tijdens de jaren 1992 tot 1994 nog herhaaldelijk gewijzigd, namelijk door :
  • de W 28.7.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (BS 31.7.1992 - V 2185, Bull. 719);
  • de W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (BS 31.12.1992, derde uitgave - V 2212, Bull. 725);
  • de W 30.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit (BS 31.3.1994 - V 2297, Bull. 739);
  • het arrest van het Arbitragehof nr. 34/94 van 26.4.1994 (BS 17.5.1994);
  • de W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen (BS 16.7.1994 - V 2323, Bull. 742);
  • de W 21.12.1994 houdende sociale en diverse bepalingen (BS 23.12.1994 - V 2350, Bull. 746).
2. Benevens de voor de aj. 1991 en 1992 geldende wijzigingen, bevatten sommige sub 1 vermelde wetten ook wijzigingen m.b.t. de aftrekbare bestedingen in de BNI/nat.pers. en de berekening van de BNI/nat.pers. die met ingang van aj. 1993 of aj. 1995 in werking treden.
3. De op de aftrekbare bestedingen in de BNI/nat.pers. en de berekening van de BNI/nat.pers. betrekking hebbende teksten van die wetten (alsmede het beschikkend gedeelte van het arrest van het Arbitragehof nr. 34/94 van 26.4.1994) zijn - in chronologische volgorde - bijgevoegd als bijlage 1.
4. Met het oog op een rationele voorstelling van de stof, wordt de bespreking van het belastingstelsel van de niet-inwoners ingedeeld in drie delen, nl. :
  • de diverse categorieën van niet-inwoners, te weten :
  • de niet-inwoners met tehuis;
  • de "gewone" niet-inwoners zonder tehuis;
  • de "bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis die op het vlak van de berekening van de belasting worden gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis;
  • de niet-inwoners zonder tehuis die - wegens de aard en het bedrag van hun in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare inkomsten - op het vlak van de aftrekbare bestedingen en de berekening van de belasting worden gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis;
  • de verschillende bestedingen die van het totale bedrag van de samengevoegde netto-inkomsten mogen worden afgetrokken door enerzijds de gewone niet-inwoners zonder tehuis en anderzijds de niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden;
  • de berekening van de belasting voor enerzijds de gewone niet-inwoners zonder tehuis en anderzijds de niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden.
5. In elk deel wordt vooreerst beknopt de vóór de W 28.12.1992 bestaande toestand besproken voor de aj. 1991 en 1992, vervolgens de nieuwe toestand voor de aj. 1991 en 1992 ingevolge de W 28.12.1992 en het arrest van het Arbitragehof nr. 34/94 van 26.4.1994, en tenslotte de wijzigingen die met ingang van aj. 1993 of aj. 1995 van toepassing zijn.
Voor de duidelijkheid zijn de voor de aj. 1991 tot 1995 inzake BNI/nat.pers. van toepassing zijnde teksten van de W 28.12.1992 en van het WIB 92, op het vlak van de aftrekbare bestedingen en de berekening van de belasting, telkens per aanslagjaar opgenomen (zie rubriek II hierna).
6. Om duidelijk het onderscheid te kunnen maken tussen de bepalingen van de BNI/nat.pers. die van toepassing zijn op niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden, gewone niet-inwoners zonder tehuis en bevoorrechte niet-inwoners zonder tehuis, zijn als bijlage 3 vergelijkende tabellen opgenomen voor aj. 1991, aj. 1992, de aj. 1993 en 1994, en aj. 1995.
II. WETTEKSTEN
7. A. WETTELIJKE BEPALINGEN INZAKE BNI/NAT.PERS. DIE VAN TOEPASSING ZIJN VOOR AJ. 1991
1.
Aftrekbare bestedingen
Art. 27, W 28.12.1992 (Art. 27, W 28.12.1992 is een van art. 149, WIB, afwijkende bepaling die alleen voor aj. 1991 geldt).
§ 1. In afwijking van artikel 149 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen worden de van het totaal van de netto-inkomsten aftrekbare uitgaven voor niet-verblijfhouders die natuurlijke personen zijn, voor het aanslagjaar 1991 overeenkomstig de §§ 2 en 3 bepaald.
§ 2. Van het totaal van de in artikel 143 bedoelde netto-inkomsten zijn alleen aftrekbaar :
de tachtig honderdsten van de in artikel 71, § 1, 3°, vermelde uitkeringen tot onderhoud of als zodanig geldende kapitalen, voor zover de verkrijger van de uitkering een rijksinwoner is;
de giften betaald aan de Belgische instellingen vermeld in artikel 71, § 1, 4°, a tot h, 5° en 10°;
de in artikel 71, § 1, 6°, vermelde termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten, voor zover de sommen betrekking hebben op een in het land gelegen onroerend goed.
§ 3. Wanneer een in artikel 139, 1°, vermelde belastingplichtige in België een tehuis heeft behouden gedurende het volledige belastbare tijdperk, zijn de uitgaven bedoeld in titel II, hoofdstuk II, afdeling VI, in afwijking van het bepaalde onder § 2 (zoals gewijzigd door art. 86, W 6.7.1994), aftrekbaar, met uitzondering van die vermeld :
a)
in artikel 71, § 1, 3°, wanneer de verkrijger van de uitkering geen rijksinwoner is;
b)
in artikel 71, § 1, 6°, wanneer het recht van erfpacht of van opstal of enig ander gelijkaardig onroerend recht betrekking heeft op in het buitenland gelegen onroerende goederen.
..... (Art. 27, § 3, tweede lid, W 28.12.1992, werd vernietigd door het Arbitragehof bij arrest nr. 34/94 van 26.4.1994).
§ 4. De in dit artikel vermelde artikelen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen zijn de artikelen zoals zij van toepassing waren voor het aanslagjaar 1991.
2. Berekening van de belasting
Art. 28, W 28.12.1992 (Art. 28, W 28.12.1992, is een van art. 150, WIB, afwijkende bepaling die alleen voor aj. 1991 geldt).
§ 1. In afwijking van artikel 150 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen wordt de belasting der niet-verblijfhouders voor natuurlijke personen voor het aanslagjaar 1991 overeenkomstig de §§ 2 tot 5 berekend.
§ 2. In gevallen als vermeld in artikel 143 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen wordt de belasting berekend volgens de belastingschaal vermeld in de artikelen 7, § 1, en 8 van de wet van 7 december 1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen.
Op de aldus berekende belasting worden de in artikel 87ter van hetzelfde Wetboek vermelde verminderingen toegestaan binnen de perken en onder de voorwaarden gesteld in deze bepaling, met dien verstande dat de ermede verband houdende belasting eveneens overeenkomstig het eerste lid wordt berekend.
Die verminderingen worden voor beide echtgenoten slechts éénmaal verleend en worden vastgesteld met inachtneming van het geheel van de inkomsten, met inbegrip van de buitenlandse inkomsten.
De artikelen 73, 75, 92 en 93 van hetzelfde Wetboek en de artikelen 1 en 2 van de wet van 7 december 1988 zijn eveneens van toepassing.
§ 3. In afwijking van de bepalingen van § 2, wordt de belasting berekend volgens de regels bepaald in de artikelen 73 tot 76, in titel II, hoofdstuk III, van hetzelfde Wetboek en in de artikelen 1 tot 8 van de wet van 7 december 1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen, wanneer de belastingplichtige gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis heeft behouden, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 87ter van hetzelfde Wetboek en van de artikelen 3 tot 5 van de wet van 7 december 1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen, het geheel van de binnenlandse en buitenlandse inkomsten in aanmerking wordt genomen (Zoals gewijzigd door art. 87, 1°, W 6.7.1994).
..... (Art. 28, § 3, tweede lid, W 28.12.1992, werd vernietigd door het Arbitragehof bij arrest nr. 34/94 van 26.4.1994).
§ 4.Voor de toepassing van de §§ 2 en 3 worden gehuwde personen niet als echtgenoten maar als alleenstaanden aangemerkt wanneer slechts één van de echtgenoten in België aan de belasting onderworpen inkomsten verkrijgt en de andere echtgenoot binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld (Zoals gewijzigd door art. 87, 2°, W 6.7.1994 of buitenlandse beroepsinkomsten heeft van meer dan 270.000 frank.
De toeslagen voor personen ten laste die vermeld zijn in artikel 6, § 1, 3° en § 2 van de wet van 7 december 1988, worden slechts verleend wanneer de aan de belasting onderworpen echtgenoot de meeste beroepsinkomsten heeft.
§ 5. De belasting gevestigd ingevolge de §§ 2 tot 4 wordt verhoogd met zes opcentiemen ten bate van de Staat, berekend op de wijze als bepaald in artikel 353 van hetzelfde Wetboek.
§ 6. De directeur der belastingen of de door hem gedelegeerde ambtenaar verleent ontheffing van de aanslagen die in strijd met de bepalingen van § 1 zijn gevestigd, hetzij ambtshalve wanneer de overbelastingen door de administratie zijn vastgesteld of door de belastingschuldige aan de administratie zijn bekendgemaakt binnen een termijn van één jaar vanaf de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, hetzij ingevolge een gemotiveerd bezwaarschrift ingediend binnen dezelfde termijn bij de directeur der belastingen van de provincie of het gewest in wiens ambtsgebied de aanslag is gevestigd.
Geen moratoriuminteresten worden toegekend bij teruggave van belasting overeenkomstig het eerste lid.
§ 7. De in dit artikel vermelde artikelen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen zijn de artikelen zoals zij van toepassing waren voor het aanslagjaar 1991.
8. B. WETTELIJKE BEPALINGEN INZAKE BNI/NAT.PERS. DIE VAN TOEPASSING ZIJN VOOR AJ. 1992
1.
Aftrekbare bestedingen
Art. 241, WIB 92 (Art. 241, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92, bij de coördinatie door KB 10.4.1992).
Van het totale bedrag van de in artikel 232 vermelde netto-inkomsten zijn alleen aftrekbaar :
80 % van de in artikel 104, eerste lid, 1° en 2°, vermelde onderhoudsuitkeringen of als zodanig geldende kapitalen, voor zover de verkrijger van de uitkering een rijksinwoner is;
giften betaald aan de Belgische instellingen vermeld in artikel 104, eerste lid, 3°, a tot h, 4° en 5°;
in artikel 104, eerste lid, 11°, vermelde termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten, voor zover de bestedingen betrekking hebben op een in het land gelegen onroerend goed.
Art. 242, WIB 92 (Art. 242, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92, bij de coördinatie door KB 10.4.1992).
Wanneer een in artikel 227, 1°, vermelde belastingplichtige in België gedurende het gehele belastbare tijdperk een tehuis heeft behouden zijn de uitgaven vermeld in titel II, hoofdstuk II, afdeling VI, in afwijking van artikel 241 aftrekbaar, met uitzondering van die vermeld in artikel 104, eerste lid, 1° en 2°, wanneer de verkrijger van de uitkering geen rijksinwoner is en van die vermeld in artikel 104, eerste lid, 11°, wanneer het recht van erfpacht of van opstal of enig ander gelijkaardig onroerend recht betrekking heeft op in het buitenland gelegen onroerende goederen.
..... (Het Arbitragehof heeft art. 11, W 28.12.1992, dat art. 242, tweede lid, WIB 92, heeft vervangen, vernietigd bij arrest nr. 34/94 van 26.4.1994).
2.
Berekening van de belasting
Art. 29, W 28.12.1992 (Art. 29, W 28.12.1992, is een van art. 243, WIB 92, afwijkende bepaling die alleen voor aj. 1992 geldt).
In afwijking van artikel 243 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt de belasting van niet-inwoners voor natuurlijke personen die in België geen tehuis hebben behouden gedurende het volledige belastbare tijdperk, voor het aanslagjaar 1992 overeenkomstig het tweede tot het vierde lid berekend.
In gevallen vermeld in artikel 232 vinden de artikelen 86 tot 89 geen toepassing en wordt de belasting berekend volgens de belastingschaal vermeld in artikel 130.
Op de overeenkomstig het vorige lid berekende belasting worden de verminderingen ingevolge de artikelen 146 tot 154 verleend binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald in die artikelen en met inachtneming van het geheel van de binnenlandse en de buitenlandse inkomsten, met dien verstande dat de ermee overeenstemmende belasting eveneens overeenkomstig het vorige lid wordt vastgesteld. Die verminderingen worden voor beide echtgenoten slechts éénmaal verleend.
De artikelen 126 tot 129, 169, 171 tot 174 en 178 zijn eveneens van toepassing.
Art. 244, WIB 92 (Art. 244, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92, bij de coördinatie door KB 10.4.1992 en vervangen door art. 12, W 28.12.1992).
In afwijking van artikel 243 wordt de belasting berekend volgens de regels bepaald in titel II, hoofdstuk III en met inachtneming van de artikelen 86 tot 89 en 126 tot 129, wanneer de belastingplichtige gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis heeft behouden, met dien verstande dat voor de toepassing van de artikelen 86 tot 89 en 146 tot 154 het geheel van de binnenlandse en buitenlandse inkomsten in aanmerking wordt genomen.
..... (Het Arbitragehof heeft art. 12, W 28.12.1992, in zoverre het betrekking heeft op het tweede lid van art. 244, WIB 92, vernietigd bij arrest nr. 34/94 van 26.4.1994).
Art. 244bis, WIB 92 (Art. 244bis, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 13, W 28.12.1992, en gewijzigd door art. 37, W 6.7.1994).
Voor de toepassing van de artikelen 243 en 244 worden gehuwde personen niet als echtgenoten maar als alleenstaanden aangemerkt wanneer slechts één van de echtgenoten in België aan de belasting onderworpen inkomsten verkrijgt en de andere echtgenoot binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld of buitenlandse beroepsinkomsten heeft van meer dan 270.000 frank.
De toeslagen voor personen ten laste die vermeld zijn in de artikelen 132 en 133, worden slechts verleend wanneer de aan de belasting onderworpen echtgenoot de meeste beroepsinkomens (lees beroepsinkomsten) heeft.
Art. 245, WIB 92 (Art. 245, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92, bij coördinatie door KB 10.4.1992).
De belasting gevestigd ingevolge de artikelen 243 en 244 wordt verhoogd met zes opcentiemen ten bate van de Staat, berekend op de wijze als bepaald in artikel 466.
9. C. WETTELIJKE BEPALINGEN INZAKE BNI/NAT.PERS. DIE VAN TOEPASSING ZIJN VOOR DE AJ. 1993 EN 1994
1.
Aftrekbare bestedingen
Art. 241, WIB 92 (Art. 241, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92, bij de coördinatie door KB 10.4.1992).
Van het totale bedrag van de in artikel 232 vermelde netto-inkomsten zijn alleen aftrekbaar :
80 pct. van de in artikel 104, eerste lid, 1° en 2°, vermelde onderhoudsuitkeringen of als zodanig geldende kapitalen, voor zover de verkrijger van de uitkering een rijksinwoner is;
giften betaald aan de Belgische instellingen vermeld in artikel 104, eerste lid, 3°, a tot h, 4° en 5°;
in artikel 104, eerste lid, 11°, vermelde termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten, voor zover de bestedingen betrekking hebben op een in het land gelegen onroerend goed.
Art. 242, WIB 92 (Art. 242, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92, bij de coördinatie door KB 10.4.1992 en gewijzigd door art. 30, W 28.7.1992 en art. 35, 2°, W 6.7.1994).
§ 1. Wanneer een in artikel 227, 1°, vermelde belastingplichtige in België gedurende het gehele belastbare tijdperk een tehuis heeft behouden zijn de uitgaven vermeld in titel II, hoofdstuk II, afdeling VI, in afwijking van artikel 241 aftrekbaar, met uitzondering van die vermeld in artikel 104, eerste lid, 1° en 2°, wanneer de verkrijger van de uitkering geen rijksinwoner is en van die vermeld in artikel 104, eerste lid, 11°, wanneer het recht van erfpacht of van opstal of enig ander gelijkaardig onroerend recht betrekking heeft op in het buitenland gelegen onroerende goederen.
..... (Het Arbitragehof heeft art. 11, W 28.12.1992, dat art. 242, § 1, tweede lid, WIB 92, heeft ingevoegd, vernietigd bij arrest nr. 34/94 van 26.4.1994).
§ 2. De in artikel 241 en in § 1 vermelde uitgaven zijn slechts aftrekbaar onder de in de artikelen 104 tot 116 bepaalde voorwaarden en grenzen.
2.
Berekening van de belasting
Art. 243, WIB 92 (Art. 243, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92, bij de coördinatie door KB 10.4.1992 en gewijzigd door art. 31, W 28.7.1992 en art. 36, W 6.7.1994).
In gevallen vermeld in artikel 232 vinden de bepalingen van de artikelen 86 tot 89 geen toepassing en wordt de belasting berekend volgens de belastingschaal vermeld in artikel 130.
Op de overeenkomstig het vorige lid berekende belasting worden de verminderingen ingevolge de artikelen 146 tot 154 verleend binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald in die artikelen en met inachtneming van het geheel van de binnenlandse en de buitenlandse inkomsten, met dien verstande dat de ermede overeenstemmende belasting eveneens overeenkomstig het vorige lid wordt vastgesteld. Die verminderingen worden voor beide echtgenoten slechts éénmaal verleend.
De artikelen 126 tot 129, 145/1, 1° tot 4°, 145/2 tot 145/7, 145/17 tot 145/20, 157 tot 169 en 171 tot 178 zijn eveneens van toepassing.
Art. 244, WIB 92 (Art. 244, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92, bij de coördinatie door KB 10.4.1992 en vervangen door art. 12, W 28.12.1992).
In afwijking van artikel 243 wordt de belasting berekend volgens de regels bepaald in titel II, hoofdstuk III en met inachtneming van de artikelen 86 tot 89 en 126 tot 129, wanneer de belastingplichtige gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis heeft behouden, met dien verstande dat voor de toepassing van de artikelen 86 tot 89 en 146 tot 154 het geheel van de binnenlandse en buitenlandse inkomsten in aanmerking wordt genomen.
..... (Het Arbitragehof heeft art. 12, W 28.12.1992, in zoverre het betrekking heeft op het tweede lid van art. 244, WIB 92, vernietigd bij arrest nr. 34/94 van 26.4.1994).
Art. 244bis, WIB 92 (Art. 244bis, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 13, W 28.12.1992 en gewijzigd door art. 37, W 6.7.1994).
Voor de toepassing van de artikelen 243 en 244 worden gehuwde personen niet als echtgenoten maar als alleenstaanden aangemerkt wanneer slechts één van de echtgenoten in België aan de belasting onderworpen inkomsten verkrijgt en de andere echtgenoot binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld of buitenlandse beroepsinkomsten heeft van meer dan 270.000 frank.
De toeslagen voor personen ten laste die vermeld zijn in de artikelen 132 en 133, worden slechts verleend wanneer de aan de belasting onderworpen echtgenoot de meeste beroepsinkomens (lees beroepsinkomsten) heeft.
Art. 245, WIB 92 (Art. 245, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92, bij de coördinatie door KB 10.4.1992).
De belasting gevestigd ingevolge de artikelen 243 en 244 wordt verhoogd met zes opcentiemen ten bate van de Staat, berekend op de wijze als bepaald in artikel 466.
10. D. WETTELIJKE BEPALINGEN INZAKE BNI/NAT.PERS. DIE VAN TOEPASSING ZIJN VOOR AJ. 1995
1.
Aftrekbare bestedingen
Art. 241, WIB 92 (Art. 241, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92, bij de coördinatie door KB 10.4.1992 en gewijzigd door de art. 34 en 85, W 6.7.1994).
Van het totale bedrag van de in artikel 232 vermelde netto-inkomsten zijn alleen aftrekbaar :
80 pct. van de in artikel 104, 1° en 2°, vermelde onderhoudsuitkeringen of als zodanig geldende kapitalen, voor zover de verkrijger van de uitkering een rijksinwoner is;
giften betaald aan de Belgische instellingen vermeld in artikel 104, 3°, a tot h, 4° en 5°.
.....
Art. 242, WIB 92 (Art. 242, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92, bij de coördinatie door KB 10.4.1992 en gewijzigd door art. 30, W 28.7.1992, art. 35, 2°, W 6.7.1994 en art. 35, 1°, W 6.7.1994).
§ 1. Wanneer een in artikel 227, 1°, vermelde belastingplichtige in België gedurende het gehele belastbare tijdperk een tehuis heeft behouden zijn de uitgaven vermeld in titel II, hoofdstuk II, afdeling VI, in afwijking van artikel 241 aftrekbaar, met uitzondering van die vermeld in artikel 104, 1° en 2°, wanneer de verkrijger van de uitkering geen rijksinwoner is.
..... (Het Arbitragehof heeft art. 11, W 28.12.1992, dat art. 242, § 1, tweede lid, WIB 92, heeft ingevoegd, vernietigd bij arrest nr. 34/94 van 26.4.1994).
§ 2. De in artikel 241 en in § 1 vermelde uitgaven zijn slechts aftrekbaar onder de in de artikelen 104 tot 116 bepaalde voorwaarden en grenzen.
2.
Berekening van de belasting
Art. 243, WIB 92 (Art. 243, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92, bij de coördinatie door KB 10.4.1992 en gewijzigd door art. 31, W 28.7.1992, art. 17, W 30.3.1994, art. 36, W 6.7.1994 en art. 97, W 21.12.1994).
In gevallen vermeld in artikel 232 vinden de bepalingen van de artikelen 86 tot 89 geen toepassing en wordt de belasting berekend volgens de belastingschaal vermeld in artikel 130.
Op de overeenkomstig het vorige lid berekende belasting worden de verminderingen ingevolge de artikelen 146 tot 154 verleend binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald in die artikelen en met inachtneming van het geheel van de binnenlandse en de buitenlandse inkomsten, met dien verstande dat de in artikel 147, 1°, vermelde bedragen worden vervangen door het bedrag van 96.520 frank, de in artikel 147, 3°, vermelde bedragen door het bedrag van 140.495 frank en de in artikel 147, 7°, vermelde bedragen door het bedrag van 111.907 frank. Die verminderingen worden voor beide echtgenoten samen slechts éénmaal verleend.
De artikelen 126 tot 129, 145/1, 1° tot 4°, 145/2 tot 145/7, 145/17 tot 145/23, 157 tot 169 en 171 tot 178 zijn eveneens van toepassing.
Art. 244, WIB 92 (Art. 244, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92, bij de coördinatie door KB 10.4.1992 en vervangen door art. 12, W 28.12.1992).
In afwijking van artikel 243 wordt de belasting berekend volgens de regels bepaald in titel II, hoofdstuk III en met inachtneming van de artikelen 86 tot 89 en 126 tot 129, wanneer de belastingplichtige gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis heeft behouden, met dien verstande dat voor de toepassing van de artikelen 86 tot 89 en 146 tot 154 het geheel van de binnenlandse en buitenlandse inkomsten in aanmerking wordt genomen.
..... (Het Arbitragehof heeft art. 12, W 28.12.1992, in zoverre het betrekking heeft op het tweede lid van art. 244, WIB 92, vernietigd bij arrest nr. 34/94 van 26.4.1994).
Art. 244bis, WIB 92 (Art. 244bis, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 13, W 28.12.1992 en gewijzigd door art. 37, W 6.7.1994).
Voor de toepassing van de artikelen 243 en 244 worden gehuwde personen niet als echtgenoten maar als alleenstaanden aangemerkt wanneer slechts één van de echtgenoten in België aan de belasting onderworpen inkomsten verkrijgt en de andere echtgenoot binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld of buitenlandse beroepsinkomsten heeft van meer dan 270.000 frank.
De toeslagen voor personen ten laste die vermeld zijn in de artikelen 132 en 133, worden slechts verleend wanneer de aan de belasting onderworpen echtgenoot de meeste beroepsinkomens (lees beroepsinkomsten) heeft.
Art. 245, WIB 92 (Art. 245, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92, bij de coördinatie door KB 10.4.1992).
De belasting gevestigd ingevolge de artikelen 243 en 244 wordt verhoogd met zes opcentiemen ten bate van de Staat, berekend op de wijze als bepaald in artikel 466.
III. DE VERSCHILLENDE CATEGORIEEN VAN NIET-INWONERS
A. ALGEMEEN
11. Sinds de hervorming van de BNI door de W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen is er een onderscheid ingevoerd tussen twee categorieën van niet-inwoners, te weten :
  • de niet-inwonende belastingplichtigen die in België geen tehuis hebben behouden gedurende het volledig belastbare tijdperk (hierna niet-inwoners zonder tehuis genoemd);
  • de niet-inwonende belastingplichtigen die in België een tehuis hebben behouden gedurende het volledige belastbare tijdperk (hierna niet-inwoners met tehuis genoemd).
12. De fiscale behandeling van die niet-inwoners verschilt op drie vlakken, namelijk :
  • de toepassing van de woningaftrek waarvan sprake in art. 10, WIB (aj. 1991) en art. 16, WIB 92 (vanaf aj. 1992) die overeenkomstig art. 146, 1°, WIB (aj. 1991) en art. 235, 1°, WIB 92 (vanaf aj. 1992) niet geldt voor niet-inwoners zonder tehuis;
  • de aftrekbare bestedingen, zijnde de verschillende uitgaven die mogen worden afgetrokken van het totale bedrag van de samengevoegde netto-inkomsten op grond van art. 149, WIB (aj. 1991) en de art. 241 en 242, WIB 92 (vanaf aj. 1992);
  • de berekening van de belasting overeenkomstig art. 150, WIB (aj. 1991) en de art. 243 en 244, WIB 92 (vanaf aj. 1992).
13. Onder bepaalde voorwaarden worden sommige niet-inwoners zonder tehuis echter gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis. Die gelijkgestelden zijn :
  • de zogenaamde "bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis;
  • de niet-inwoners zonder tehuis die - op grond van de aard en het bedrag van hun in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare inkomsten - als niet-inwoners met tehuis worden beschouwd.
14. Wat die laatste categorie betreft, volgde die gelijkstelling met niet- inwoners met tehuis oorspronkelijk uit het arrest nr. 34/91 van 21.11.1991 van het Arbitragehof. Ze werd later ingeschreven in het WIB 92, dan gewijzigd door de W 28.12.1992 en nogmaals aangepast ingevolge het arrest nr. 34/94 van 26.4.1994 van het Arbitragehof.
B. BEGRIP "TEHUIS IN BELGIE"
15. Het begrip "tehuis in België" kan worden omschreven als de plaats waar een niet-rijksinwoner zich - in voorkomend geval met zijn gezin - in België heeft gevestigd in omstandigheden waaruit blijkt dat hij zijn woonplaats of de zetel van zijn fortuin, in de zin van art. 3, § 1, 1°, WIB 92, niet heeft overgedragen in het land (cf. Senaat, Verslag Commissie voor de Financiën, Stuk 806/3, blz. 115).
16. Het moet met andere woorden gaan om een werkelijke (gezins)vestiging in België, met name de plaats in België waar de betrokkene normaal en samen met zijn gezin verblijft, maar toch zodanig dat nog kan worden beschouwd dat het verblijf in België van tijdelijke en niet van duurzame aard is, maar toch bepaalde kosten meebrengt die op het belastbare inkomen drukken.
17. Niet-rijksinwoners die zich alleen tijdens de werkdagen in België ophouden en in het weekend naar hun in het buitenland gelegen woonplaats en aldaar gevestigd gezin terugkeren, voldoen niet aan de voorwaarde dat zij een tehuis in België moeten hebben (behouden).
Het loutere feit dat een niet-rijksinwoner eigenaar is van een woning in België (die eventueel te zijner beschikking is voorbehouden), of huurder is van een huis, een appartement, een studio enz. in België of nog tijdelijk in een Belgische hotelkamer verblijft, is op zichzelf onvoldoende om de betrokkene als een niet-rijksinwoner met tehuis aan te merken (cf. PV nr. 137, 4.3.1991, Sen. Vanderborght, Bull. 709, blz. 2364 en PV nr. 231, 22.9.1992, Volksv. de Clippele, Bull. 724, blz. 339).
C. NIET-INWONERS MET TEHUIS
18.
Tot de categorie van de niet-inwoners met tehuis behoren :
  • de in België woonachtige buitenlandse kaderleden en vorsers die de hoedanigheid van niet-inwoner hebben en op wie het bijzondere aanslagstelsel uiteengezet in de circ. van 8.8.1983, Ci.RH.624/325.294 (Bull. 620, blz. 2061) van toepassing is;
  • de in art. 4, WIB (92), bedoelde personen (buitenlandse diplomatieke ambtenaren en consulaire beroepsambtenaren, alsmede diplomatiek en consulair personeel enz.);
  • de buitenlandse ambtenaren, met exceptie van fiscale woonplaats, van in België gevestigde internationale organisaties.
19. Het belastingstelsel van de niet-inwoners met tehuis stemt grotendeels overeen met het belastingstelsel van de rijksinwoners (PB), met evenwel enige particulariteiten die eigen zijn aan de BNI/nat.pers. (zie rubrieken IV en V).
D. NIET-INWONERS ZONDER TEHUIS
20. De "gewone" niet-inwoners zonder tehuis zijn de niet-inwoners die in België geen tehuis hebben behouden gedurende het volledige belastbare tijdperk en die de voorwaarden niet vervullen om te kunnen worden gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis, d.w.z. de andere niet-inwoners zonder tehuis dan die :
  • welke zich kunnen beroepen op een gunstiger non-discriminatiebepaling in een door België gesloten dubbelbelastingverdrag dan die bepaald in art. 24, OESO-modelverdrag 1977 ("bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis);
  • van wie de in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten ten minste 75 % van hun "wereld"-beroepsinkomsten bedragen.
21. In vergelijking met de PB, wordt het belastingstelsel van de "gewone" niet-inwoners zonder tehuis gekenmerkt door :
  • de niet-toepassing van de woningaftrek (zie nr. 12);
  • de beperking van de door hen aftrekbare bestedingen (zie rubriek IV);
  • de depersonalisering (of verzakelijking) van de belasting (zie rubriek V).
E. MET NIET-INWONERS MET TEHUIS GELIJKGESTELDEN
1.
Algemeen
22. Twee categorieën van niet-inwoners zonder tehuis worden fiscaal gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis, namelijk :
  • de "bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis;
  • sommige niet-inwoners zonder tehuis op grond van de aard en het bedrag van hun in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare inkomsten.
23. De gelijkstelling van die niet-inwoners zonder tehuis met niet-inwoners met tehuis is evenwel niet op alle vlakken gelijk; voor de "bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis bestaat ze alleen op het vlak van de berekening van de belasting, terwijl voor de andere categorie de gelijkstelling geldt voor de aftrekbare bestedingen en de berekening van de belasting.
2.
"Bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis
24. De non-discriminatiebepaling in de meeste door België gesloten overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting is ontleend aan de bepalingen van art. 24, § 1, van het OESO-modelverdrag 1977, dat slechts discriminaties gebaseerd op de nationaliteit verbiedt.
Hoewel in bepaalde gevallen belastingplichtigen die inwoner zijn en belastingplichtigen die niet-inwoner zijn verschillend worden behandeld, is het zo dat die verschillen in behandeling geenszins gebaseerd zijn op de nationaliteit van de belastingplichtigen, doch slechts voortvloeien uit de toepassing van een criterium van woonplaats en dus niet kunnen worden geacht in strijd te zijn met de overeenkomsten die ter zake het OESO-modelverdrag volgen (cf. PV nr. 228, 31.5.1991, Sen. de Clippele, Bull. 710, blz. 2735).
25. Anderzijds brengt de non-discriminatiebepaling ten behoeve van vaste inrichtingen (art. 24, § 4, OESO-modelverdrag 1977) niet mee dat een verdragsstaat verplicht zou zijn aan inwoners van de andere verdragsstaat bij de belastingheffing de persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen uit hoofde van de gezinstoestand of gezinslasten te verlenen die hij aan zijn eigen inwoners verleent.
Sommige dubbelbelastingverdragen bevatten evenwel een non-discriminatiebepaling die gunstiger is dan die bepaald in art. 24, OESO-modelverdrag 1977. Aldus bevatten de met sommige Staten (Canada, Griekenland, Marokko, Nederland en de vroegere Sovjet-Unie) gesloten overeenkomsten een non-discriminatiebepaling die in feite inhoudt dat aan inwoners van die Staten een analoge of praktisch analoge behandeling wordt gegarandeerd als die welke van toepassing is op inwoners van België die zich in een identieke situatie bevinden (cf. PV nr. 228, 31.5.1991, Sen. de Clippele, Bull. 710, blz. 2735).
26. Behoren derhalve tot de categorie van de "bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis : de inwoners van Canada, Griekenland, Marokko, Nederland en de vroegere Sovjet-Unie, voor zover zij beantwoorden aan de voorwaarden die in het desbetreffende dubbelbelastingverdrag zijn gesteld (zie ter zake Com.Ov. 24/31 en 24/33 en circ. nr. Ci.R9.USSR/433.344 van 28.10.1994 - Bull. 744, blz. 3304).
3.
Niet-inwoners zonder tehuis die op grond van de aard en het bedrag van hun in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare inkomsten worden gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis
a)
Algemeen
27. De verschillende fiscale behandeling van de twee categorieën van niet-inwoners en inzonderheid de soms onredelijke gevolgen van de depersonalisering van de belasting voor niet-inwoners zonder tehuis (en de vele reacties daarop) hebben geleid tot een aantal correcties, in die zin dat achtereenvolgens bepaalde categorieën van niet-inwoners zonder tehuis - soms onder bepaalde voorwaarden - werden gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis :
  • ingevolge het arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991;
  • door het WIB 92, gecoördineerd bij KB 10.4.1992 en bekrachtigd door de W 12.6.1992;
  • door de W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen;
  • ingevolge het arrest van het Arbitragehof nr. 34/94 van 26.4.1994.
28. De "evolutie" op het vlak van de gelijkstelling van sommige niet-inwoners zonder tehuis met niet-inwoners met tehuis wordt hierna beknopt uiteengezet.
b)
Arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991
29. Het arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991 (BS 14.12.1991) heeft de art. 149 en 150, WIB, zoals gewijzigd door art. 314, W 28.12.1989 houdende fiscale bepalingen vernietigd "in zoverre de niet-verblijfhoudende Belgische pensioengerechtigden die geen tehuis in België hebben behouden belast worden conform de paragrafen 1 van die twee artikelen".
30. Ingevolge dat arrest van het Arbitragehof, dat de facto terugwerkt tot de inwerkingtreding van de (gedeeltelijk) vernietigde bepalingen (m.a.w. tot aj. 1991), werden niet-inwonende gerechtigden op Belgische pensioenen zonder tehuis vanaf aj. 1991 voor de aftrek van de van het totale bedrag van de samengevoegde netto-inkomsten aftrekbare bestedingen en voor de berekening van de belasting gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis.
31. Er wordt aangestipt dat bij het Arbitragehof eveneens een beroep werd ingediend tot vernietiging van de art. 10 en 32, § 1, W 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (BS 29.12.1990). Bij arrest nr. 46/92 van 18.6.1992 (BS 17.7.1992) heeft het Arbitragehof beslist dat dit beroep zonder voorwerp was wegens de terugwerkende kracht van de vernietiging van de art. 149 en 150, WIB, door het arrest van 21.11.1991.
Ook het beroep tot vernietiging van de W 12.6.1992 tot bekrachtiging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in zoverre zij de art. 242, tweede lid, en 244, tweede lid, WIB 92, bekrachtigt, is door het Arbitragehof zonder voorwerp verklaard (arrest nr. 58/93 van 14.7.1993 - BS 22.9.1993).
c)
Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
32. Bij de invoering van het WIB 92, gecoördineerd bij KB 10.4.1992 en bekrachtigd door de W 12.6.1992, werd de gelijkstelling van niet-inwonende Belgische pensioengerechtigden zonder tehuis met niet-inwoners met tehuis in de wet ingeschreven (cf. art. 242, tweede lid, WIB 92, inzake de aftrekbare bestedingen en art. 244, tweede lid, WIB 92, inzake de berekening van de belasting).
d)
W 28.12.1992
33. Hoewel het principe van de depersonalisering van de belasting reeds was afgezwakt door art. 10, W 28.12.1990 en de rechtspraak van het Arbitragehof, waren er nog sommige niet-inwoners zonder tehuis die op een onredelijke manier "getroffen" werden door de depersonalisering van de BNI/nat.pers., namelijk de niet-inwoners die geen tehuis in België hadden, maar die uitsluitend of hoofdzakelijk beroepsinkomsten (bezoldigingen of pensioenen) verkregen die in België in de BNI/nat.pers. belastbaar waren.
Die belastingplichtigen konden immers in het land waar zij hun fiscale woonplaats hadden geen aanspraak maken op enigerlei vermindering of vrijstelling in verband met hun persoonlijke of gezinstoestand, omdat zij aldaar geen of slechts geringe inkomsten behaalden.
34. Meestal betrof het :
  • inwoners van Frankrijk of Duitsland die in België een bezoldigde beroepswerkzaamheid uitoefenden, maar die niet onder de grensarbeidersregeling vielen, alsmede inwoners van het Groothertogdom Luxemburg met in België verkregen bezoldigingen;
  • inwoners van een verdragsstaat die bezoldigingen verkregen ten laste van de Belgische Staat, Gemeenschappen, Gewesten, provincies, gemeenten enz. (die bezoldigingen zijn op grond van het dubbelbelastingverdrag in België belastbaar).
35. Ter zake wordt opgemerkt dat inwoners van Nederland zonder tehuis in België (b.v. bezoldigden die aan de BNI/nat.pers. zijn onderworpen omdat zij niet onder de grensarbeidersregeling vallen) reeds - op het vlak van de berekening van de belasting - als "bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis zijn gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis (zie nr. 26).
36. De W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen heeft - met ingang van aj. 1991 - sommige bezoldigde en gepensioneerde niet-inwoners zonder tehuis gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis op het vlak van de aftrekbare bestedingen en de berekening van de belasting (cf. art. 11, 12, 27 en 28, W 28.12.1992).
Die gelijkstelling was evenwel afhankelijk van de voorwaarde dat de betrokken niet-inwoners uitsluitend of hoofdzakelijk in de BNI/nat.pers. belastbare bezoldigingen of pensioenen moesten verkrijgen die verband hielden met een in België (voorheen) uitgeoefende beroepswerkzaamheid.
Die voorwaarde werd geconcretiseerd in art. 27, § 3, tweede lid, en art. 28, § 3, tweede lid, W 28.12.1992 (aj. 1991) en in art. 242, § 1, tweede lid, WIB 92 - zoals vervangen door art. 11, W 28.12.1992 - en art. 244, tweede lid, WIB 92 -zoals vervangen door art. 12, W 28.12.1992 (vanaf aj. 1992) - aan de hand van twee criteria die samen vervuld moesten zijn, nl. :
  • de duur van de in België uitgeoefende beroepswerkzaamheid die bezoldigingen opleverde of de duur van de periode waarover in België pensioenen werden verkregen : die duur moest ten minste 9 volle maanden van het belastbare tijdperk (dit is in de regel het kalenderjaar) bedragen;
  • het aandeel van de in de BNI/nat.pers. belastbare bezoldigingen en pensioenen in het geheel van de binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten : ten minste 75 % van de totale beroepsinkomsten (vrijgestelde en belastbare, binnenlandse en buitenlandse) moesten in de BNI/nat.pers. belastbare bezoldigingen of pensioenen zijn.
37. De door de W 28.12.1992 bewerkstelligde gelijkstelling van gepensioneerde niet-inwoners zonder tehuis met niet-inwoners met tehuis maakte het arrest van het Arbitragehof van 21.11.1991 (zie nr. 29) zonder voorwerp.
De in het voormelde arrest bedoelde niet-inwonende gerechtigden op Belgische pensioenen die geen tehuis in België hadden behouden, maakten immers deel uit van de nieuwe categorie van met niet-inwoners met tehuis gelijkgestelden, voor zover zij uiteraard de in de W 28.12.1992 opgenomen nieuwe voorwaarden vervulden.
Om praktische redenen moest de belastingtoestand van de betrokkenen echter niet meer worden herzien voor de aj. 1991 en 1992, wanneer de voor die aj. op hun naam gevestigde aanslagen in de BNI/nat.pers. overeenkomstig het arrest van het Arbitragehof van 21.11.1991 werden gevestigd.
e)
Arrest van het Arbitragehof nr. 34/94 van 26.4.1994
38. Bij arrest nr. 34/94 van 26.4.1994 (BS 17.5.1994) heeft het Arbitragehof de volgende artikelen van de W 28.12.1992 vernietigd :
  • art. 11 (dat art. 242, § 1, tweede lid, WIB 92, heeft vervangen);
  • art. 27, § 3, tweede lid;
  • art. 12 (dat art. 244, WIB 92, heeft vervangen), in zoverre het betrekking heeft op het tweede lid van art. 244, WIB 92;
  • art. 28, § 3, tweede lid;
  • art. 30, § 1, in zoverre het de inwerkingtreding regelt van de bepalingen van de art. 11 en 12 die betrekking hebben op de art. 242, § 1, tweede lid en 244, tweede lid, WIB 92.
39. De vernietiging van de voormelde artikelen van de W 28.12.1992, die terugwerkt tot de datum van inwerkingtreding van de vernietigde bepalingen, was gegrond op de volgende overwegingen :
  • de uitsluiting van de belastingplichtigen met een zelfstandige beroepswerkzaamheid van het voordeel van de gelijkstelling is niet verantwoord;
  • het criterium van "ten minste 9 volle maanden" moet niet worden toegevoegd aan het criterium van de 75 %.
f)
Toestand na het arrest van het Arbitragehof nr. 34/94 van 26.4.1994
Nieuwe voorwaarde voor de gelijkstelling
40. In afwachting van een regeling langs wetgevende weg en met inachtneming van enerzijds de motieven die aan de grondslag lagen van het arrest van het Arbitragehof en anderzijds de aanbeveling van 21.12.1993 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende belastingen op bepaalde inkomsten die door niet-ingezetenen verworven zijn in een andere Lidstaat dan die waarvan zij ingezetene zijn, is er beslist :
  • de "discriminatie" tussen, enerzijds, bezoldigden en gepensioneerden en, anderzijds, handelaars, industriëlen enz. en beoefenaars van vrije beroepen enz, weg te werken door de gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis die door de W 28.12.1992 is ingesteld voor bezoldigde en gepensioneerde niet-inwoners zonder tehuis uit te breiden tot niet-inwoners zonder tehuis die in België winst of baten verkrijgen;
  • voor de beoordeling van de voorwaarde dat de betrokken belastingplichtigen uitsluitend of hoofdzakelijk in België belastbare beroepsinkomsten moeten hebben behaald of verkregen, nog slechts te eisen dat de in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten ten minste 75 % moeten bedragen van het geheel van hun binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten (de termijn van "9 volle maanden" vervalt dus).
Die beslissing is van toepassing op de vanaf aj. 1991 in de BNI/nat.pers. gevestigde aanslagen.
Omschrijving van de maatregel
41. Worden - op het vlak van de aftrekbare bestedingen en de berekening van de belasting - gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis, de niet-inwoners :
  • die in België geen tehuis hebben behouden gedurende het volledige belastbare tijdperk (niet-inwoners zonder tehuis),
  • en die in België belastbare beroepsinkomsten als vermeld in art. 140, § 2, 3°, a en e en 4° tot 7°, WIB (aj. 1991) en art. 228, § 2, 3°, a en e en 4° tot 7°, WIB 92 (vanaf aj. 1992) hebben behaald of verkregen,
  • in zover die inkomsten ten minste 75 % bedragen van het geheel van hun binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten.
Bedoelde inkomsten
42. Voor de gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis komen de niet-inwoners zonder tehuis in aanmerking die in België de hiernavermelde in de BNI/nat.pers. belastbare (en regulariseerbare) beroepsinkomsten (De opsomming betreft de in art. 228, WIB 92, vermelde beroepsinkomsten. De redaktie van art. 140, WIB, wijkt soms af van die van art. 228, WIB 92, doch inhoudelijk stemmen de teksten grotendeels overeen) behalen of verkrijgen :
  • winst opgebracht door bemiddeling van Belgische inrichtingen als vermeld in art. 141, WIB (aj. 1991) en art. 229, WIB 92 (vanaf aj. 1992) [met inbegrip van de vastgestelde of verwezenlijkte meerwaarden op zulke inrichtingen of op hun activabestanddelen] (De tussen [] geplaatste tekst geldt slechts met ingang van aj. 1993);
  • winst die, zonder bemiddeling van Belgische inrichtingen, voortkomt uit de vervreemding of de verhuring van in België gelegen onroerende goederen of uit de vestiging [of de overdracht] (de tussen [] geplaatste tekst geldt slechts met ingang van aj. 1993) van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten;
  • winst die, zonder bemiddeling van Belgische inrichtingen, voortkomt uit de hoedanigheid van vennoot in een burgerlijke vennootschap of een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid als vermeld in art. 25, § 1, tweede lid, WIB (aj. 1991) en art. 29, § 2, WIB 92 (vanaf aj. 1992);
  • baten als vermeld in art. 20, 3°, WIB (aj. 1991) en art. 23, § 1, 2°, WIB 92 (vanaf aj. 1992) die voortkomen uit een in België uitgeoefende werkzaamheid;
  • winst en baten die betrekking hebben op een vorige zelfstandige beroepswerkzaamheid die in België werd uitgeoefend door de verkrijger of door de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is;
  • in art. 20, 2° en 5°, WIB (aj. 1991) en art. 23, § 1, 4° en 5°, WIB 92 (vanaf aj. 1992) vermelde bezoldigingen, pensioenen, renten en toelagen, ten laste :
van een rijksinwoner;
van een binnenlandse vennootschap of van een vereniging, instelling of lichaam met maatschappelijke zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer in België;
van de Belgische Staat, Gemeenschappen, Gewesten, provincies, agglomeraties, federaties van gemeenten en gemeenten;
van een inrichting waarover een in art. 139, WIB (aj. 1991) en art. 227, WIB 92 (vanaf aj. 1992) bedoelde niet-inwoner in België beschikt;
  • bezoldigingen als vermeld in art. 20, 2°, WIB (aj. 1991) en art. 23, § 1, 4°, WIB 92 (vanaf aj. 1992) ten laste van een in art. 139, WIB (aj. 1991) en art. 227, WIB 92 (vanaf aj. 1992) bedoelde niet-inwoner uit hoofde van een in België uitgeoefende werkzaamheid door een verkrijger die er in een belastbaar tijdperk gedurende meer dan 183 dagen verblijft.
43. Het betreft hier alleen de beroepsinkomsten die overeenkomstig art. 143, 2°, b, WIB (aj. 1991) en art. 232, 2°, b, WIB 92 (vanaf aj. 1992) aan een regularisatie (= vestiging van een aanslag) in de BNI/nat.pers. onderworpen zijn.
Uitgesloten zijn derhalve :
  • de beroepsinkomsten die vrijgesteld zijn op grond van art. 142, WIB (aj. 1991) en de art. 230 en 231, WIB 92 (vanaf aj. 1992) of krachtens een door België gesloten dubbelbelastingverdrag;
  • de beroepsinkomsten die niet aan een regularisatie in de BNI/nat.pers. onderworpen zijn, nl. :
  • de in art. 140, § 2, 3°, b en c, WIB (aj. 1991) en art. 228, § 2, 3°, b en c, WIB 92 (vanaf aj. 1992)(Vanaf aj. 1993 is de voorheen in art. 228, § 2, 3°, c, WIB 92, vermelde winst begrepen in de in art. 228, § 2, 8°, WIB 92, opgenomen inkomsten die voortkomen uit een in België door een podiumkunstenaar of een sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid. Die inkomsten zijn geen beroepsinkomsten en komen dus niet in aanmerking voor de beoordeling van de gelijkstelling) vermelde winst;
  • de winst of de baten van niet-inwonende vennoten of leden van een (binnenlandse of buitenlandse) burgerlijke vennootschap of vereniging zonder rechtspersoonlijkheid als vermeld in art. 229, § 3, WIB 92, voor zover art. 248, tweede lid, 1°, WIB 92, daadwerkelijk wordt toegepast (de belasting op die winst of baten is dan gelijk aan de erop betrekking hebbende BV en er is geen regularisatie in de BNI/nat.pers.) (van toepassing vanaf aj. 1993).
Voorwaarde voor de gelijkstelling : de 75 % regel
Omschrijving
44. De voorwaarde dat de in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten ten minste 75 % moeten bedragen van het geheel van de binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten van de belastingplichtige, wordt nagegaan door de vergelijking te maken tussen de volgende twee termen :
  • eerste term :
    het totale bedrag van de in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten;
  • tweede term :
    het totale bedrag van de in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten, van de binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en van de buitenlandse beroepsinkomsten.
De gelijkstelling met een niet-inwoner met tehuis wordt toegestaan wanneer de eerste term ten minste gelijk is aan 75 % van de tweede term.
45. De andere inkomsten dan beroepsinkomsten van de belastingplichtigen worden buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van de 75 %-regel.
Netto-inkomsten
46. Alle in de eerste en de tweede term beoogde beroepsinkomsten zijn steeds nettoberoepsinkomsten (d.w.z. na aftrek van de werkelijke of forfaitaire beroepskosten, met inbegrip van de buitenlandse belastingen).
Echtgenoten
47. Voor echtgenoten moet inzake de 75 %-regel een onderscheid worden gemaakt naargelang slechts één van hen of beiden in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten hebben behaald of verkregen.
48. Eerste geval : slechts één van de echtgenoten heeft in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten behaald of verkregen.
Alleen de beroepsinkomsten van de echtgenoot die in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten heeft behaald of verkregen worden in aanmerking genomen bij de vergelijking van de beroepsinkomsten. De eventuele binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en buitenlandse beroepsinkomsten van de andere echtgenoot blijven dus buiten beschouwing.
49. Tweede geval : beide echtgenoten hebben in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten behaald of verkregen.
In dit geval moet de 75 %-regel worden beoordeeld voor beide echtgenoten samen; dat betekent dat de in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten van de beide echtgenoten samen ten minste 75 % moeten bedragen van het geheel van de in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten, de binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en de buitenlandse beroepsinkomsten van beide echtgenoten.
Het is dus ter zake zonder belang dat één van de echtgenoten, op zichzelf beschouwd, niet aan de 75 %-regel voldoet.
Voorbeelden (aj. 1995)
50.1°
De Heer en Mevrouw Zondervan, inwoners van Luxemburg, waren in 1994 beiden als bediende tewerkgesteld in een Belgische onderneming. De man heeft een nettobezoldiging van 800.000 F verkregen (overeenstemmend met een werkzaamheid gedurende het volledige jaar 1994).
De vrouw heeft een nettobezoldiging van 500.000 F verkregen (overeenstemmend met een volledige tewerkstelling van 1.1.1994 tot en met 30.6.1994).
Tijdens de periode van 1.7.1994 tot 31.12.1994 werkte zij voor een Luxemburgse onderneming waarvoor zij een nettobezoldiging van 400.000 F heeft ontvangen.
Beoordeling van de voorwaarde voor de gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis :
.
de man vervult de voorwaarde m.b.t. de 75 %;
.
de vrouw vervult de voorwaarde m.b.t. de 75 % echter niet want 500.000 F is immers lager dan 675.000 F (900.000 F x 75 %);
.
beide echtgenoten samen vervullen evenwel de voorwaarde m.b.t. de 75 %. Immers 1.300.000 F (800.000 F + 500.000 F) is hoger dan 1.700.000 F (800.000 F + 500.000 F + 400.000 F) x 75 %, zijnde 1.275.000 F.
51.2°
De Heer en Mevrouw Quesquater, inwoners van Frankrijk, hebben in 1994 de volgende beroepsinkomsten verkregen :
Man : Belgisch overheidspensioen : 1.050.000 F (12m);
Vrouw :
  • Belgisch overheidspensioen : 150.000 F (12 m);
  • Belgisch privé-pensioen : 580.000 F (12 m).
Voorwaarde voor gelijkstelling :
  • de man vervult de 75 %-voorwaarde;
  • de vrouw vervult de 75 %-voorwaarde evenwel niet (150.000 F is lager dan 730.000 F x 75 %, zijnde 547.500 F);
  • beide echtgenoten samen vervullen evenmin de 75 %-voorwaarde (immers 1.050.000 F + 150.000 F = 1.200.000 F is lager dan 75 % van 1.050.000 F + 150.000 F + 580.000 F of 75 % van 1.780.000 F, zijnde 1.335.000 F).
    Vermits de voorwaarde voor de gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis niet vervuld is, zullen de echtgenoten in de BNI/nat.pers. worden belast als "gewone" niet-inwoners zonder tehuis (d.w.z. overeenkomstig art. 243, WIB 92).
Vermelding op de aangifte
52. De binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en de buitenlandse beroepsinkomsten van beide echtgenoten moeten in de aangifte in de BNI/nat.pers. worden vermeld (in vak IV voor aj. 1992 en in vak V voor de aj. 1993 tot 1995).
53. De belastingplichtige kan het bedrag van die beroepsinkomsten aantonen door alle bewijsmiddelen van het gemeen recht met uitzondering van de eed. Het spreekt vanzelf dat een bewijsstuk afgeleverd door een buitenlandse fiscale overheid (b.v. aanslagbiljet of gelijkaardig document) als bewijsmiddel de voorkeur verdient.
Bijzonder geval : buitenlandse kaderleden, vorsers en bestuurders zonder tehuis
54. Voor de buitenlandse kaderleden, vorsers en bestuurders (niet-inwoners) die in het buitenland blijven wonen, maar in België gedetacheerd of tewerkgesteld zijn onder omstandigheden die toelaten aanspraak te maken op het bijzonder aanslagstelsel als bedoeld in de circ. van 8.8.1983, Ci.RH.624/325.294 (Bull. 620. blz. 2061) wordt de 75 %-regel als volgt toegepast :
  • in de eerste term van de vergelijking worden de bezoldigingen als kaderlid enz. die betrekking hebben op de in België uitgeoefende beroepswerkzaamheid (in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare bezoldigingen) alsmede de eventuele andere in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten opgenomen;
  • in de tweede term van de vergelijking komen voor:
  • het totale bedrag van de bezoldigingen als kaderlid enz. (met inbegrip van die welke verband houden met de in het buitenland uitgeoefende beroepswerkzaamheid);
  • de eventuele andere in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten, de binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en de buitenlandse beroepsinkomsten.
55. De vergoedingen die als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever kunnen worden aangenomen, blijven uiteraard buiten beschouwing.
56. De gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis kan slechts worden toegestaan, mits de in de eerste term opgenomen beroepsinkomsten ten minste 75 % bedragen van de in de tweede term vermelde beroepsinkomsten.
57. Voor het overige zijn voor de buitenlandse kaderleden enz. de in de nrs. 44 tot 53 uiteengezette regels eveneens van toepassing.
Opmerking inzake de "bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis
58. Voor niet-inwoners zonder tehuis die op grond van een gunstiger non-discriminatiebepaling dan art. 24 van het Oeso-modelverdrag 1977 in een door België gesloten dubbelbelastingverdrag gelijkgesteld worden met niet-inwoners met tehuis ("bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis - b.v. inwoners van Nederland - zie nr. 26) moet normaliter niet worden nagegaan of de voorwaarde voor de gelijkstelling (75 %-regel) vervuld is.
59. Evenwel kunnen de betrokkenen er soms belang bij hebben gelijkgesteld te worden met niet-inwoners met tehuis op grond van de aard van het bedrag van hun in de BNI/nat.pers. belastbare inkomsten i.p.v. als "bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis. Dit is inzonderheid het geval wanneer de belanghebbenden bestedingen hebben gedaan die van het totale bedrag van hun samengevoegde netto-inkomsten aftrekbaar zijn. Die belastingplichtigen moeten dan uiteraard wel de voorwaarde vervullen om in aanmerking te komen voor de gelijkstelling (75 %-regel).
Gevolgen van de gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis
60. De gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis van niet-inwoners zonder tehuis die voldoen aan de ter zake gestelde voorwaarde (75 %-regel) houdt in dat :
  • de betrokken belastingplichtigen recht hebben op de aftrek van dezelfde bestedingen als de niet-inwoners met tehuis, d.w.z. dat de bepalingen van art. 27, § 1, eerste lid, W 28.12.1992 (voor aj. 1991) en van art. 242, § 1, eerste lid, WIB 92 (voor aj. 1992 en volgende aj.) op hen van toepassing zijn;
  • voor de betrokken belastingplichtigen bij de berekening van de BNI/nat.pers. dezelfde bepalingen gelden als voor niet-inwoners met tehuis, d.w.z. dat de regels die opgenomen zijn in art. 28, § 3, eerste lid, W. 28.12.1992 (voor aj. 1991) en in art. 244, eerste lid, WIB 92 (voor aj. 1992 en volgende aj.) op hen van toepassing zijn.
Voor de bespreking van de bepalingen die van toepassing zijn op het vlak van de aftrekbare bestedingen en de berekening van de belasting, wordt verwezen naar de rubrieken IV en V.
61. In feite is het enige verschil tussen de "eigenlijke" niet-inwoners met tehuis en de - op grond van de aard en het bedrag van hun inkomsten - ermede gelijkgestelde niet-inwoners zonder tehuis, dat die laatste categorie van niet-inwoners geen recht heeft op de woningaftrek als bedoeld in art. 10, WIB (aj. 1991) en art. 16, WIB 92 (vanaf aj. 1992) vermits de gelijkstelling niet is doorgetrokken tot art. 146, 1°, WIB (aj. 1991) en art. 235, 1°, WIB 92 (vanaf aj. 1992).
6° Weerslag van het arrest van het Arbitragehof van 26.4.1994 op reeds gevestigde aanslagen
62. De vernietiging van de art. 11, 12 (ten dele), 27, § 3, tweede lid, 28, § 3, tweede lid en 30, § 1 (ten dele), W 28.12.1992 door het arrest van het Arbitragehof nr. 34/94 van 26.4.1994 (BS 17.5.1994), maakt de herziening noodzakelijk van de voor de aj. 1991 tot 1994 in de BNI/nat.pers. gevestigde aanslagen op naam van :
  • bezoldigde of gepensioneerde (Zie evenwel nr. 37 voor de gepensioneerde niet-inwoners zonder tehuis) niet-inwoners zonder tehuis aan wie de gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis werd geweigerd, omdat zij de voorwaarde van de "9 volle maanden" niet vervulden (doch wel de huidige voorwaarde, in casu de 75%-regel);
  • niet-inwoners zonder tehuis die in art. 228, § 2, 3°, a en e, 4° en 5°, WIB 92, bedoelde beroepsinkomsten (winst van nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen, baten van vrije beroepen enz. of winst en baten m.b.t. een vorige in België uitgeoefende zelfstandige beroepswerkzaamheid) hebben verkregen, en die - wegens de beperking van die gelijkstelling tot bezoldigden en gepensioneerden - van de gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis waren uitgesloten.
63. De belastingtoestand van de betrokken niet-inwoners zonder tehuis kan worden herzien :
  • ingevolge een tijdig en gemotiveerd bezwaarschrift;
  • ambtshalve op grond van art. 376, WIB 92.
De afhandeling van de reeds ingediende bezwaarschriften en verzoeken tot ontheffing van ambtswege moet echter in beraad worden gehouden tot na de wettelijke bekrachtiging van de in de nrs. 40 en 41 vermelde maatregel.
Overigens zal die wet normaliter een bepaling bevatten die de bezwaartermijnen en de termijnen voor ontheffing van ambtswege heropent.
IV. AFTREKBARE BESTEDINGEN
A. VORIGE TOESTAND (AJ. 1991 EN 1992)
1.
Algemeen
64. In de BNI/nat.pers. mag het totale bedrag van de samengevoegde netto-inkomsten (De samen te voegen (= aan een regularisatie in de BNI/nat.pers. onderworpen) inkomsten zijn vermeld in art. 143, WIB (aj. 1991) en art. 232, WIB 92 (vanaf aj. 1992))(Het nettobedrag van de belastbare inkomsten wordt vastgesteld overeenkomstig de art. 146 en 147, WIB (aj. 1991) en de art. 235 tot 238, WIB 92 (vanaf aj. 1992) nog worden verminderd met bepaalde uitgaven of bestedingen ingevolge art. 149, WIB (aj. 1991) en de art. 241 en 242, WIB 92 (vanaf aj. 1992).
65. Ingevolge de hervorming van de BNI (cf. art. 314, W 22.12.1989) moet ter zake echter een onderscheid worden gemaakt tussen de niet-inwoners zonder tehuis en de niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden.
66. Voor de omschrijving van de begrippen "niet-inwoners met tehuis" en "niet-inwoners zonder tehuis" wordt verwezen naar de nrs. 18 en 20. Wat betreft de met niet-inwoners met tehuis gelijkgestelde niet-inwoners zonder tehuis : zie nr. 40.
67. Er wordt aan herinnerd dat de "bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis (zie nrs. 24 tot 26) op het vlak van de aftrekbare bestedingen niet gelijkgesteld zijn met niet-inwoners met tehuis en dat derhalve de in de nrs. 68 en 69 vermelde regels op hen van toepassing zijn.
2.
Door niet-inwoners zonder tehuis aftrekbare bestedingen
68. Krachtens art. 149, § 1, WIB (aj. 1991) en art. 241, WIB 92 (vanaf aj. 1992) kunnen niet-inwoners zonder tehuis alleen de hiernavolgende uitgaven of bestedingen aftrekken van het totale bedrag van hun samengevoegde netto-inkomsten :
  • 80 % van de onderhoudsuitkeringen of als zodanig geldende kapitalen als vermeld in art. 71, § 1, 3°, WIB (aj. 1991) en art. 104, eerste lid, 1° en 2°, WIB 92 (vanaf aj. 1992)(In art. 104, eerste lid, 2°, WIB 92, zijn bedoeld : de onderhoudsuitkeringen of de aanvullende onderhoudsuitkeringen die de belastingplichtige verschuldigd is, doch die na het belastbare tijdperk waarop zij betrekking hebben betaald worden ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing waarbij het bedrag ervan met terugwerkende kracht wordt vastgesteld of verhoogd (terugwerkend gedeelte van de onderhoudsuitkeringen) (van toepassing vanaf aj. 1992), voor zover de verkrijger van de uitkering een rijksinwoner is;
  • giften betaald aan de Belgische instellingen als vermeld in art. 71, § 1, 4°, a tot h, 5° en 10°, WIB (aj. 1991) en art. 104, eerste lid, 3°, a tot h, 4° en 5°, WIB 92 (vanaf aj. 1992);
  • de termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten (met uitsluiting van onroerende leasing) als vermeld in art. 71, § 1, 6°, WIB (aj. 1991) en art. 104, eerste lid, 11°, WIB 92 (vanaf aj. 1992), voor zover die sommen of bestedingen betrekking hebben op een in België gelegen onroerend goed.
69. Die uitgaven of bestedingen zijn - zoals in de PB - aftrekbaar onder de in art. 71, WIB (aj. 1991) en de art. 104 tot 125, WIB 92 (vanaf aj. 1992) bepaalde voorwaarden en grenzen.
Voor meer bijzonderheden ter zake wordt verwezen naar de commentaar op art. 71, WIB, en art. 104, WIB 92.
3. Door niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden aftrekbare bestedingen
70. Overeenkomstig art. 149, § 2, WIB (aj. 1991) en art. 242, WIB 92 (vanaf aj. 1992) kunnen niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden (Zie nrs. 40 en 41 voor de omschrijving van de thans met niet-inwoners met tehuis gelijkgestelden. Wat de evolutie inzake die gelijkstelling betreft, wordt verwezen naar de nrs. 27 tot 39) aanspraak maken op de aftrek van alle in de art. 71 en 72, WIB (aj. 1991) vermelde uitgaven en alle in de art. 104 tot 125, WIB 92 (vanaf aj. 1992) vermelde bestedingen, met uitzondering van :
  • de onderhoudsuitkeringen en als zodanig geldende kapitalen als vermeld in art. 71, § 1, 3°, WIB (aj. 1991) en art. 104, eerste lid, 1° en 2°, WIB 92 (vanaf aj. 1992), wanneer de verkrijger van de uitkering (of van het kapitaal) geen rijksinwoner is;
  • de termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten als vermeld in art. 71, § 1, 6°, WIB (aj. 1991) en art. 104, eerste lid, 11°, WIB 92 (vanaf aj. 1992), wanneer het recht van erfpacht of van opstal of enig ander gelijkaardig onroerend recht betrekking heeft op in het buitenland gelegen onroerende goederen.
71. De volgende uitgaven (bestedingen) kunnen dus worden afgetrokken door niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden :
80 % van de onderhoudsuitkeringen of van de kapitalen die zulke uitkeringen vervangen (cf. art. 71, § 1, 3°, WIB voor aj. 1991 en art. 104, eerste lid, 1° en 2°, WIB 92, vanaf aj. 1992), op voorwaarde dat de verkrijger van de uitkering (of van het kapitaal) een rijksinwoner is;
giften (cf. art. 71, § 1, 4°, 5° en 10°, § 2, derde en vierde lid en § 3ter, WIB, voor aj. 1991 en de art. 104, eerste lid, 3° tot 5° en 107 tot 111, WIB 92, vanaf aj. 1992);
50 % van de bezoldigingen van een huisbediende (cf. art. 71, § 1, 7° en § 2bis, WIB, voor aj. 1991 en de art. 104, eerste lid, 6° en 112, WIB 92, vanaf aj. 1992);
80 % van de uitgaven voor kinderoppas (cf. art. 104, eerste lid, 7°, 113 en 114, WIB 92, vanaf aj. 1992) (Voor aj. 1991 kunnen de uitgaven voor kinderoppas (cf. art. 15, W 7.12.1988) niet worden afgetrokken door niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden, omdat art. 149, § 2, WIB, slechts de in titel II, hoofdstuk II, afdeling VI van het WIB (d.w.z. de art. 71 en 72, WIB) vermelde uitgaven beoogt en niet art. 15, W 7.12.1988 dat de aftrek van die uitgaven heeft ingevoerd, vanaf aj. 1992 is die aftrek wel mogelijk omdat art. 242, WIB 92, de in titel II, Hoofdstuk II, afdeling VI van het WIB 92 (d.w.z. de art. 104 tot 125, WIB 92) vermelde uitgaven beoogt die de uitgaven voor kinderoppas als bedoeld in de art. 104, eerste lid, 7°, 113 en 114, WIB 92, omvatten);
de helft tot ten hoogste 250.000 F (te indexeren bedrag) van het niet door subsidies gedekt gedeelte van de uitgaven voor onderhoud en restauratie van beschermde onroerende goederen (cf. art. 71, § 1, 9°, WIB, voor aj. 1991 en art. 104, eerste lid, 8°, WIB 92, vanaf aj. 1992);
interest van vanaf 1.5.1986 gesloten hypothecaire leningen met een looptijd van ten minste 10 jaar voor het bouwen of in nieuwe staat verwerven van een in België gelegen enige woning (cf. art. 71, § 1, 11° en § 2ter, WIB, voor aj. 1991 en de art. 104, eerste lid, 9°, 115 en 116, WIB 92, vanaf aj. 1992);
de termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten, met uitsluiting van onroerende leasing (cf. art. 71, § 1, 6° en § 2, eerste lid, WIB, voor aj. 1991 en art. 104, eerste lid, 11°, en tweede lid, WIB 92, vanaf aj. 1992), op voorwaarde dat die bestedingen betrekking hebben op een in België gelegen onroerend goed;
betalingen voor het pensioensparen (cf. art. 72, WIB, voor aj. 1991 en de art. 104, eerste lid, 10° en 117 tot 125, WIB 92, voor aj. 1992) met dien verstande dat die betalingen alleen mogen worden afgetrokken door een niet-inwoner met tehuis of ermede gelijkgestelde persoon die op 31 december van het jaar waarin de spaarrekening is geopend of de spaarverzekering is aangegaan, de hoedanigheid van rijksinwoner had (zie 104/312 en 321, Com.IB).
72. De hierboven vermelde aftrekbare bestedingen zijn dezelfde als die welke in de PB van toepassing zijn (zie evenwel de bijkomende voorwaarde m.b.t. de in nr. 71, 1° en 7°, vermelde bestedingen) en zij kunnen worden afgetrokken overeenkomstig de in de art. 71 en 72, WIB (aj. 1991) en de art. 104 tot 125, WIB 92 (vanaf aj. 1992) bepaalde voorwaarden, grenzen en andere regels. Voor meer bijzonderheden dienaangaande wordt verwezen naar de commentaar op de art. 71 en 72 WIB, en op art. 104, WIB 92.
B. NIEUWE TOESTAND (AJ. 1991 EN 1992)
1.
Algemeen
73. De voor de aj. 1991 en 1992 inzake BNI/nat.pers. geldende wetsbepalingen m.b.t. de aftrekbare bestedingen (nl. art. 149, WIB, voor het aj. 1991 en de art. 241 en 242, WIB 92, vanaf aj. 1992) zijn gewijzigd door :
  • de W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen;
  • het arrest nr. 34/94 van 26.4.1994 van het Arbitragehof;
  • de W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen.
2.
Niet-inwoners zonder tehuis
74. Wat betreft de door niet-inwoners zonder tehuis van het totale bedrag van de samengevoegde netto-inkomsten aftrekbare bestedingen, heeft de W 28.12.1992 geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht. De in de nrs. 68 en 69 vermelde richtlijnen blijven derhalve van toepassing.
75. De enige wijziging bestaat erin dat voor aj. 1991 de voorheen in art. 149, § 1, WIB, vermelde aftrekbare uitgaven voortaan zijn opgenomen in art. 27, § 2, W 28.12.1992 (een van art. 149, § 1, WIB, afwijkende bepaling die alleen voor aj. 1991 geldt).
3.
Niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden
76. Ingevolge de W 28.12.1992 zijn de door niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden van het totale bedrag van de samengevoegde netto-inkomsten aftrekbare bestedingen voortaan opgenomen :
1° voor de niet-inwoners met tehuis :
  • in art. 27, § 3, eerste lid, W 28.12.1992 (een van art. 149, § 2, WIB, afwijkende bepaling die alleen voor aj. 1991 geldt) (De door art. 86, W 6.7.1994 in art. 27, § 3, eerste lid, W 28.12.1992 aangebrachte wijziging betreft alleen de rechtzetting van een materiële vergissing (verwijzing naar § 2 i.p.v. naar § 1 van art. 27, W 28.12.1992);
  • in art. 242, § 1, eerste lid, WIB 92, vanaf aj. 1992 (die bepaling is niet gewijzigd door de W 28.12.1992);
2° voor de met niet-inwoners met tehuis gelijkgestelden :
  • in art. 27, § 3, tweede lid, W 28.12.1992 (een van art. 149, § 2, WIB, afwijkende bepaling die alleen voor aj. 1991 geldt);
  • in art. 242, § 1, tweede lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 11, W 28.12.1992, vanaf aj. 1992.
77. De art. 27, § 3, tweede lid, W 28.12.1992 (aj. 1991) en 242, § 1, tweede lid, WIB 92 (vanaf aj. 1992) strekken ertoe de bezoldigde en gepensioneerde niet-inwoners zonder tehuis gelijk te stellen met niet-inwoners met tehuis indien zij gedurende ten minste 9 volle maanden van het belastbare tijdperk in België een beroepswerkzaamheid hebben uitgeoefend waaruit in de BNI/nat.pers. belastbare bezoldigingen voortvloeien of over dezelfde periode in de BNI/nat.pers. belastbare pensioenen hebben verkregen en in zoverre die inkomsten ten minste 75 % bedragen van het geheel van hun binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten.
Die categorie van niet-inwoners zonder tehuis komt in de plaats van de door het arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991 met niet-inwoners met tehuis gelijkgestelden (niet-inwonende Belgische pensioengerechtigden die geen tehuis in België hebben behouden). Zie ter zake nrs. 29 en 30.
78. De art. 11 en 27, § 3, tweede lid, W 28.12.1992, zijn echter vernietigd door het Arbitragehof bij arrest nr. 34/94 van 26.4.1994 (zie nr. 38); in afwachting van een regeling langs wetgevende weg is er beslist dat - met ingang van aj. 1991 -de niet-inwoners zonder tehuis die in België in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten behalen of verkrijgen die ten minste 75 % bedragen van het geheel van hun binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten gelijk te stellen met niet-inwoners met tehuis. De voorwaarde voor die gelijkstelling is besproken in de nrs. 44 tot 61.
79. Wat betreft de aftrekbare bestedingen zelf en de voorwaarden voor de aftrek ervan, heeft de W 28.12.1992 echter geen enkele inhoudelijke wijziging aangebracht; de in de nrs. 70 tot 72 vermelde uitgaven of bestedingen blijven dus aftrekbaar voor de aj. 1991 en 1992.
C. WIJZIGINGEN DIE IN WERKING TREDEN MET INGANG VAN AJ. 1993
1.
W 28.7.1992
a)
Algemeen
80. Art. 30, W 28.7.1992 heeft art. 242, WIB 92, waarvan de vorige tekst thans § 1 vormt, aangevuld met een § 2 die bepaalt dat de in art. 241, WIB 92, en in art. 242, § 1, WIB 92, vermelde uitgaven slechts aftrekbaar zijn onder de in de art. 104 tot 125, WIB 92, bepaalde voorwaarden en grenzen.
b)
Draagwijdte
81. Om elke twijfel uit te sluiten nopens de voorwaarden en grenzen die gelden inzake de aftrek van de bestedingen die aftrekbaar zijn van het totale bedrag van de in de BNI/nat.pers. belastbare samengevoegde netto-inkomsten is - met ingang van aj. 1993 - uitdrukkelijk in de wet bepaald dat die aftrek gebeurt onder de in de art. 104 tot 125, WIB 92, vastgestelde voorwaarden en grenzen, d.w.z. de inzake PB van toepassing zijnde voorwaarden en grenzen voor de aftrek van de in de voormelde wetsbepalingen vermelde bestedingen. Daardoor wordt de reeds door de administratie toegepaste regel (zie nrs. 69 en 72) bekrachtigd.
Voor meer bijzonderheden inzake de voorwaarden, grenzen en andere regels m.b.t. de aftrek van de bedoelde bestedingen : zie commentaar op art. 104, WIB 92.
2.
W 6.7.1994
a)
Algemeen
82. Art. 35, 2°, W 6.7.1994 heeft art. 242, § 2, WIB 92, gewijzigd in die zin dat de verwijzing naar de art. 104 tot 125, WIB 92 - met ingang van aj. 1993 -wordt vervangen door een verwijzing naar de art. 104 tot 116, WIB 92.
b)
Draagwijdte
83. De betalingen voor het pensioensparen door niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden (zie nr. 71, 8°) zijn met ingang van aj. 1993 niet meer aftrekbaar van het totale bedrag van de samengevoegde netto-inkomsten, maar geven aanleiding tot een belastingvermindering voor het lange termijnsparen (zie nrs. 157 en 158).
Vermits de art. 117 tot 125, WIB 92, zijn opgeheven met ingang van aj. 1993 door art. 85, W 28.12.1992, was een aanpassing van art. 242, § 2, WIB 92, noodzakelijk.
D. WIJZIGINGEN DIE IN WERKING TREDEN MET INGANG VAN AJ. 1995
1.
Algemeen
84. De W 6.7.1994 heeft drie wijzigingen aangebracht in de art. 241 en 242, WIB 92, die met ingang van aj. 1995 van toepassing zijn.
Die wijzigingen hebben hoofdzakelijk betrekking op de aftrek van de termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten waarvan sprake in art. 241, 3°, WIB 92 (niet-inwoners zonder tehuis) en art. 242, § 1, WIB 92 (niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden).
85. Ter zake is art. 241, 3°, WIB 92, opgeheven door art. 34, W 6.7.1994 en is art. 242, § 1, eerste lid, WIB 92, gewijzigd door art. 35, 1°, W 6.7.1994.
86. Voorts brengt art. 85, W 6.7.1994 een vormwijziging aan in art. 241, 1° en 2°, WIB 92; ingevolge de opheffing van art. 104, tweede lid, WIB 92, door art. 16, 4°, W 6.7.1994, worden de verwijzingen naar art. 104, eerste lid, WIB 92, vervangen door verwijzingen naar art. 104, WIB 92, dat met ingang van aj. 1995 nog maar één lid bevat.
2.
Draagwijdte
87. In de BNI/nat.pers. waren de termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten (met uitsluiting van onroerende leasing) tot en met aj. 1994 aftrekbaar van het totale bedrag van de samengevoegde netto-inkomsten op grond van art. 241, 3°, WIB 92 (niet-inwoners zonder tehuis) of art. 242, § 1, WIB 92 (niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden), op voorwaarde dat die bestedingen betrekking hadden op een in België gelegen onroerend goed.
In de PB waren die termijnen en waarde van ermee gelijkgestelde lasten tot en met aj. 1994 aftrekbaar van het totale netto-inkomen krachtens art. 104, eerste lid, 11° en tweede lid, WIB 92.
88. Met ingang van aj. 1995 is in de PB de aftrek van die bestedingen van het totale netto-inkomen afgeschaft (art. 104, eerste lid, 11° en tweede lid, WIB 92, is opgeheven door art. 16, 4°, W 6.7.1994) en vervangen door de rechtstreekse aftrek van die bestedingen van de inkomsten van onroerende goederen op grond van art. 14, eerste lid, 2°, WIB 92, zoals vervangen door art. 4, W 6.7.1994.
89. Dezelfde wijziging (aftrek van de inkomsten van onroerende goederen i.p.v. aftrek van het totale bedrag van de samengevoegde netto-inkomsten) is doorgevoerd in de BNI/nat.pers. Ter zake bepaalt art. 235bis, WIB 92, ingevoegd door art. 33, W 6.7.1994, dat de termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten als vermeld in art. 14, eerste lid, 2°, WIB 92, enkel aftrekbaar zijn (van de inkomsten van onroerende goederen) voor zover ze betrekking hebben op een in België gelegen onroerend goed.
De opheffing van art. 241, 3°, WIB 92, en de wijziging van art. 242, § 1, eerste lid, WIB 92, vloeien voort uit die gewijzigde aftrekregeling.
90. Ook de wijziging in art. 241, 1° en 2°, WIB 92 (verwijzing naar art. 104, WIB 92, i.p.v. naar art. 104, eerste lid, WIB 92) is een gevolg van die nieuwe aftrekregeling.
V. BEREKENING VAN DE BELASTING
A. VORIGE TOESTAND (AJ. 1991 EN 1992)
1.
Algemeen
91. De wettelijke bepalingen m.b.t. de berekening van de BNI/nat.pers. (art. 150, WIB, voor aj. 1991 en de art. 243, 244 en 244bis, WIB 92, vanaf aj. 1992) zijn achtereenvolgens gewijzigd, vervangen of ingevoegd door :
  • art. 314, W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (van toepassing met ingang van aj. 1991);
  • art. 10, W 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet fiscale bepalingen (van toepassing met ingang van aj. 1991);
  • het arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991 (van toepassing vanaf aj. 1991);
  • het WIB 92, gecoördineerd bij KB 10.4.1992 en bekrachtigd door de W 12.6.1992 (van toepassing met ingang van aj. 1992).
92. Voor een goed begrip van de opeenvolgende wijzigingen, wordt hierna een beknopt overzicht gegeven van de in die verschillende wetten en dat arrest opgenomen bepalingen m.b.t. de berekening van de belasting.
2.
De hervorming van de BNI (W 22.12.1989)
a)
Algemeen
93. Art. 314, W 22.12.1989, dat de art. 139 tot 152, WIB (thans art. 227 tot 248, WIB 92) heeft gewijzigd, heeft het belastingstelsel van de niet-inwoners met ingang van aj. 1991 grondig aangepast.
b)
Categorieën van niet-inwoners
94. Sinds de hervorming van de BNI zijn niet-inwoners (natuurlijke personen) o.m. voor de berekening van de belasting ingedeeld in twee categorieën, namelijk :
  • niet-inwoners die gedurende het volledige belastbare tijdperk een tehuis in België hebben behouden (niet-inwoners met tehuis);
  • niet-inwoners die gedurende het volledige belastbare tijdperk in België geen tehuis hebben behouden (niet-inwoners zonder tehuis).
Voor de omschrijving van de begrippen "niet-inwoners met tehuis" en "niet-inwoners zonder tehuis" wordt verwezen naar rubriek III (nrs. 18 en 20).
c)
Niet-inwoners met tehuis
95. De belasting die verschuldigd is op de in de BNI/nat.pers. regulariseerbare inkomsten van niet-inwoners met tehuis (zie nr. 18) wordt berekend overeenkomstig de bepalingen van art. 150, § 2, WIB (thans art. 244, WIB 92) dat verwijst naar de regels die gelden voor de aan de PB onderworpen rijksinwoners (titel II, Hoofdstuk III van het WIB, zijnde de art. 77 tot 93bis, WIB, en de art. 1 tot 8, W 7.12.1988 - thans de art. 86 tot 89, WIB 92, en titel II, Hoofdstuk III van het WIB 92, zijnde de art. 130 tot 178, WIB 92).
96. Ter zake wordt de aandacht er in het bijzonder op gevestigd dat de verminderingen voor inkomsten uit het buitenland (art. 87quater en 88, WIB - thans art. 155 en 156, WIB 92) niet van toepassing zijn bij de berekening van de BNI/nat.pers. voor niet-inwoners met tehuis, niettegenstaande de voormelde artikelen begrepen zijn in titel II, hoofdstuk III van het WIB (92) waarnaar art. 150, § 2, WIB (thans art. 244, eerste lid, WIB 92) verwijst.
De toepassing van die verminderingen is echter zonder voorwerp in de BNI/nat.pers. die alleen betrekking heeft op de inkomsten van Belgische oorsprong.
d)
Bevoorrechte niet-inwoners zonder tehuis
97. Voor de berekening van de belasting worden niet-inwoners zonder tehuis die op grond van een non-discriminatiebepaling uit een door België gesloten dubbelbelastingverdrag aanspraak hebben op alle regels m.b.t. persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en belastingverminderingen uit hoofde van hun gezinstoestand of gezinslasten gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis ("bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis- zie nrs. 24 tot 26).
e)
Gewone niet-inwoners zonder tehuis
98. Daarentegen wordt het aanslagstelsel (cf. art. 150, § 1, WIB - thans art. 243, WIB 92) van de "gewone" niet-inwoners zonder tehuis (zie nr. 20) gekenmerkt door een verregaand depersonaliseren of verzakelijken van de belasting, in die zin dat de belasting wordt berekend volgens de belastingschaal vermeld in de art. 7, § 1, en 8, W 7.12.1988 (thans art. 130, WIB 92), maar dat de betrokken belastingplichtigen geen aanspraak hebben op :
  • de belastingvrije sommen en de toeslagen erop wegens gezinslasten (art. 6, W 7.12.1988 - thans art. 131 tot 145, WIB 92);
  • het huwelijksquotiënt (art. 4, W 7.12.1988 - thans art. 87 tot 89, WIB 92);
  • de belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten (art. 87ter, WIB en art. 18, W 7.12.1988 - thans art. 146 tot 154, WIB 92);
  • de vermeerdering en bonificatie inzake voorafbetalingen (art. 89 tot 91 en 93bis, WIB - thans art. 157 tot 168 en 175 tot 177, WIB 92);
  • de bijzondere aanslagstelsels (art. 92 tot 93, WIB - thans art. 169 tot 174, WIB 92).
99. Die depersonalisering van de belasting voor niet-inwoners zonder tehuis werd inzonderheid verantwoord door de volgende overwegingen :
  • de beperkte onderwerping aan de Belgische belasting van deze personen houdt in dat zij in principe geen recht hebben op de woningaftrek en er bij de berekening van de belasting geen vermindering dient te worden toegekend i.v.m. hun persoonlijke toestand of hun gezinstoestand;
  • het komt toe aan de woonplaatsstaat waar de niet-inwoner onderworpen is aan een belasting op zijn wereldinkomen om analoge aftrekken toe te staan; er moet worden vermeden dat verminderingen van die aard tweemaal, dit is in de woonplaatsstaat en in de bronstaat, worden toegekend;
  • het in de art. 7, § 1 en 8, hervormingswet 1988 vastgelegde PB-barema wordt toegepast vanaf het moment dat deze belastingplichtigen in België een inkomen verkrijgen of behalen, hoe klein ook (d.w.z. zonder vrijgestelde som); het vloeit logischerwijze voort uit het feit dat in tegenstelling met de rijksinwoners enkel een, soms weinig belangrijk, gedeelte van hun inkomsten in België wordt belast (cf. Senaat, Zitting 1989-1990, Memorie van Toelichting, Stuk 806/1, blz. 85).
3.
W 28.12.1990
100. Art. 10, W 28.12.1990, heeft art. 150, § 1, WIB (thans art. 243, WIB 92) gewijzigd met ingang van aj. 1991, in die zin dat :
  • de art. 73 en 75, WIB en de art. 1 en 2, W 7.12.1988 (thans art. 126 tot 128, WIB 92) eveneens van toepassing zijn op niet-inwoners zonder tehuis; dit houdt m.a.w. in dat de in de PB geldende regels i.v.m. de samenvoeging van andere inkomsten dan beroepsinkomsten van echtgenoten en van de inkomsten van de kinderen met die van hun ouders alsmede de vestiging van de aanslag op naam van beide echtgenoten (art. 73, WIB - thans art. 126, WIB 92), de afzondering van de beroepsinkomsten van echtgenoten (art. 2, W 7.12.1988 - thans art. 127, WIB 92) en de kwalificatie van gehuwde personen als alleenstaanden voor het jaar van huwelijk, ontbinding van het huwelijk enz. (art. 75, WIB - thans art. 128, WIB 92) eveneens gelden voor de berekening van de BNI/nat.pers. bij niet-inwoners zonder tehuis;
  • de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten eveneens worden verleend aan niet-inwoners zonder tehuis, doch berekend worden volgens bijzondere regels die afwijken van die welke gelden inzake PB (zie ter zake de nrs. 4 tot 9, circ. 25.7.1991, Ci.RH.331/425.436, Bull. 708, blz. 1959 voor de belastingverminderingen van aj. 1991 en de nrs. 5 tot 22, circ. 7.7.1992, Ci.RH.331/438.115, Bull. 719, blz. 2155 voor de belastingverminderingen van aj. 1992) (De voor de aj. 1991 tot 1995 geldende maximumbedragen van de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten voor niet-inwoners zonder tehuis zijn opgenomen in bijlage 2, II).
4.
Arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991
101. Het arrest nr. 34/91 van 21.11.1991 (BS 14.12.1991) van het Arbitragehof heeft de art. 149 en 150, WIB, zoals gewijzigd bij art. 314, W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen vernietigd "in zoverre de niet-verblijfhoudende Belgische pensioengerechtigden die geen tehuis in België hebben behouden belast worden conform de paragrafen 1 van die twee artikelen".
Ingevolge dat arrest van het Arbitragehof, dat de facto terugwerkt tot de inwerkingtreding van de (gedeeltelijk) vernietigde bepalingen (m.a.w. tot aj. 1991) worden niet-inwonende gerechtigden op Belgische pensioenen zonder tehuis in België vanaf aj. 1991 o.m. voor de berekening van de belasting gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis.
5.
Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
102. Ingevolge de invoering van het WIB 92, gecoördineerd bij KB 10.4.1992 en bekrachtigd door de W 12.6.1992, gelden vanaf aj. 1992 voor de berekening van de BNI/nat.pers. de volgende artikelen van het WIB 92 :
  • art. 243, WIB 92 (oorsprong : art. 150, § 1, WIB, gewijzigd bij art. 314, W 22.12.1989 en bij art. 10, W 28.12.1990);
  • art. 244, lid 1, WIB 92 (oorsprong : art. 150, § 2, WIB, gewijzigd bij art. 314, W 22.12.1989);
  • art. 244, lid 2, WIB 92 (oorsprong : arrest Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991 - BS 14.12.1991);
  • art. 245, WIB 92 (oorsprong : art. 150, § 3, WIB, gewijzigd bij art. 314, W 22.12.1989).
103. Ingevolge art. 244, tweede lid, WIB 92, zijn de niet-inwonende Belgische pensioengerechtigden die geen tehuis in België hebben behouden dus wettelijk gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis.
B. NIEUWE TOESTAND (AJ. 1991 EN 1992)
1.
Algemeen
104. Ingevolge de W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen, het arrest nr. 34/94 van 26.4.1994 van het Arbitragehof en de W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen zijn de volgende wettelijke bepalingen van toepassing inzake de berekening van de belasting :
1° met betrekking tot niet-inwoners zonder tehuis :
  • aj. 1991 : art. 28, §§ 1, 2, 4 en 7, W 28.12.1992 (een van art. 150, § 1, WIB, afwijkende bepaling die alleen voor aj. 1991 geldt), zoals gewijzigd door art. 87, W 6.7.1994;
  • aj. 1992 :
  • art. 29, W 28.12.1992 (een van art. 243, WIB 92, afwijkende bepaling die alleen voor aj. 1992 geldt);
  • art. 244bis, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 13, W 28.12.1992 en gewijzigd door art. 37, W 6.7.1994;
  • art. 245, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92 bij de coördinatie door KB 10.4.1992.
2° met betrekking tot niet-inwoners met tehuis en ermee gelijkgestelden :
  • aj. 1991 : art. 28, §§ 1, 3, 4 en 7, W 28.12.1992 (een van art. 150, § 2, WIB, afwijkende bepaling die alleen voor aj. 1991 geldt), dat echter gedeeltelijk is vernietigd door het Arbitragehof bij arrest nr. 34/94 van 26.4.1994;
  • aj. 1992 :
  • art. 244, WIB 92, zoals vervangen door art. 12, W 28.12.1992, dat echter gedeeltelijk is vernietigd door het Arbitragehof bij arrest nr. 34/94 van 26.4.1994;
  • art. 244bis, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 13, W 28.12.1992 en gewijzigd door art. 37, W 6.7.1994;
  • art. 245, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92 bij de coördinatie door KB 10.4.1992.
2.
Wijzigingen ingevolge de W 28.12.1992 en de W 6.7.1994
a)
Algemeen
105. De wijzigingen die door de W 28.12.1992 en de W 6.7.1994 worden gebracht aan de regels m.b.t. de berekening van de belasting voor de aan de BNI/nat.pers. onderworpen belastingplichtigen betreffen zowel niet-inwoners met tehuis als niet-inwoners zonder tehuis en werken terug tot aj. 1991 of tot aj. 1992.
106. De bespreking van die wijzigingen is onderverdeeld in drie punten, namelijk :
  • wijzigingen die betrekking hebben op niet-inwoners zonder tehuis;
  • wijzigingen die betrekking hebben op niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden;
  • wijzigingen die slaan op gehuwde niet-inwoners (met of zonder tehuis).
b)
Wijzigingen m.b.t. niet-inwoners zonder tehuis
107. Ingevolge de hervorming van de BNI (cf. art. 314, W 22.12.1989) werden bij de berekening van de belasting voor niet-inwoners zonder tehuis (cf. art. 150, § 1, WIB - thans art. 243, WIB 92 - zie nr. 98) de bijzondere stelsels van aanslag (omzetting van sommige kapitalen, vergoedingen en afkoopwaarden in lijfrente als bedoeld in art. 92, WIB - thans art. 169, WIB 92 - en de afzonderlijke aanslag van sommige inkomsten als bedoeld in art. 93, WIB - thans art. 171 tot 174, WIB 92) niet toegepast.
Derhalve werden de in de voormelde artikelen vermelde inkomsten voor de aj. 1991 en 1992 in principe gezamenlijk met de andere inkomsten van de belastingplichtige belast.
108. Ter zake wordt evenwel aangestipt dat - wegens praktische redenen - art. 92, WIB (thans art. 169, WIB 92) toch werd toegepast voor de aj. 1991 en 1992.
109. Vermits de bijzondere stelsels van aanslag in feite niets te zien hadden met het principe van de "depersonalisering" van de belasting, werd in de W 28.12.1992 van de gelegenheid gebruik gemaakt om de bepalingen van art. 92, WIB (thans art. 169, WIB 92) en art. 93, WIB (thans art. 171 tot 174, WIB 92) eveneens van toepassing te maken voor de aj. 1991 en 1992 (cf. art. 28, § 2, vierde lid, W 28.12.1992, dat van toepassing is voor aj. 1991 en art. 29, vierde lid, W 28.12.1992, dat geldt voor aj. 1992) (Vanaf aj. 1993 zijn de bijzondere stelsels van aanslag (art. 169en 171 tot 174, WIB 92) van toepassing in de BNI/nat.pers. voor niet-inwoners zonder tehuis krachtens art. 243, derde lid, WIB 92 (zie nr. 156)).
110. Opgemerkt wordt dat de voormelde artikelen 92 en 93, WIB, de artikelen zijn zoals zij van toepassing waren voor aj. 1991 (cf. art. 28, § 7, W 28.12.1992).
111. Art. 92bis, WIB, is niet opgenomen in art. 28, § 2, vierde lid, W 28.12.1992 (aj. 1991) en art. 170, WIB 92, is niet opgenomen in art. 29, vierde lid, W 28.12.1992 (aj. 1992) en dit om reden dat de onderhoudsuitkeringen en de kapitalen ter vervanging van zulke uitkeringen diverse inkomsten zijn (cf. art. 90, 3° en 228, § 2, 9°, c, WIB 92) die in de BNI/nat.pers. niet worden geregulariseerd op grond van art. 232, WIB 92. Ter zake is de belasting voor niet-inwoners zonder tehuis gelijk aan de bedrijfsvoorheffing die op die inkomsten betrekking heeft (cf. art. 248, eerste lid, WIB 92) (Voor niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden is art. 92bis, WIB (thans art. 170, WIB 92), in de praktijk - en om dezelfde reden - eveneens zonder voorwerp).
112. Tenslotte wordt de aandacht er op gevestigd dat art. 129, WIB 92 (aanrekening van de verliezen van de ene echtgenoot op de inkomsten van de andere echtgenoot) voor aj. 1992 eveneens van toepassing is voor niet-inwoners zonder tehuis (cf. art. 29, vierde lid, in fine, W 28.12.1992).
Bij gebrek aan een verwijzing naar art. 76, WIB, in art. 28, § 2, vierde lid, W 28.12.1992, is die bepaling echter niet van toepassing voor aj. 1991.
c) Wijzigingen m.b.t. niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden
Algemeen
113. Wat betreft de niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden, heeft de W 28.12.1992 drie wijzigingen aangebracht inzake de berekening van de belasting, die betrekking hebben op :
  • de aanslag van echtgenoten en hun kinderen;
  • de toekenning en de toerekening van een deel van de beroepsinkomsten aan de andere echtgenoot en de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten;
  • de gelijkstelling van sommige bezoldigde en gepensioneerde niet-inwoners zonder tehuis met niet-inwoners met tehuis (ter zake wordt verwezen naar rubriek III, zie nrs. 33 tot 37).
Aanslag van echtgenoten en hun kinderen
Aj.
1991
114. Ingevolge de hervorming van de BNI door art. 314, W 22.12.1989, werd de BNI/nat.pers. voor niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden met ingang van aj. 1991 berekend volgens de in de art. 77 tot 93bis, WIB, en de art. 1 tot 8, W 7.12.1988 bepaalde regels (cf. art. 150, § 2, WIB).
115. Ter zake werd steeds aangenomen dat, niettegenstaande zij niet vermeld werden in art. 150, § 2, WIB, de art. 73 tot 76, WIB, eveneens van toepassing waren voor niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden, daar anders de verwijzing in art. 150, § 2, WIB, naar de art. 1 tot 5, W 7.12.1988 geen enkele zin had.
116. Aldus werden de volgende bepalingen geacht van toepassing te zijn voor niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden :
  • de principiële samenvoeging van de belastbare inkomsten van de echtgenoten en van de inkomsten van de kinderen met die van hun ouders wanneer de ouders het wettelijk genot van die inkomsten hebben, zomede de vestiging van de aanslag op naam van beide echtgenoten (art. 73, WIB);
  • de afzondering van de beroepsinkomsten van de echtgenoot die het minst zulke inkomsten heeft (art. 2 en 5, W 7.12.1988);
  • de toekenning van een meewerkinkomen (art. 63, § 2, WIB, en de art. 3 en 5, W 7.12.1988);
  • de toerekening van het huwelijksquotiënt (art. 4 en 5, W 7.12.1988);
  • de afzonderlijke vaststelling en vestiging van de belasting voor iedere echtgenoot in het jaar van huwelijk, ontbinding van het huwelijk enz. (art. 75, WIB);
  • de aanrekening van de verliezen van een echtgenoot op de inkomsten van de andere echtgenoot (art. 76, WIB).
117. Om ter zake elke mogelijke twijfel te vermijden werd in art. 28, § 3, eerste lid, W 28.12.1992 (een autonome bepaling die afwijkt van art. 150, WIB, en uitsluitend geldt voor aj. 1991) derhalve uitdrukkelijk naar de art. 73 tot 76, WIB, verwezen.
Aj.
1992
118. In het WIB 92, gecoördineerd bij KB 10.4.1992 en bekrachtigd door de W 12.6.1992, zijn de wettelijke bepalingen m.b.t. de aanslag van echtgenoten en hun kinderen (voorheen de art. 73 tot 76, WIB) opgenomen in de art. 126 tot 129, WIB 92.
119. Overeenkomstig art. 244, WIB 92, wordt de belasting voor niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden berekend volgens de regels bepaald in de art. 86 tot 89, WIB 92 (d.w.z. toepassing van meewerkinkomen en huwelijksquotiënt) en in titel II, hoofdstuk III - zijnde de art. 130 tot 178, WIB 92 (d.w.z. toepassing van de regels voor de berekening van de belasting die in de PB gelden).
Er werd evenwel geen melding gemaakt van de art. 126 tot 129, WIB 92.
120. Die vergetelheid is rechtgezet door art. 12, W 28.12.1992, dat art. 244, eerste lid, WIB 92, heeft aangevuld met een verwijzing naar de art. 126 tot 129, WIB 92 (van toepassing met ingang van aj. 1992).
3° In aanmerking te nemen inkomsten bij de vaststelling van het meewerkinkomen, het huwelijksquotiënt en de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten
Algemeen
121. Overeenkomstig art. 28, § 3, W 28.12.1992 (aj. 1991) en art. 244, WIB 92 (vanaf aj. 1992) kunnen niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden aanspraak maken op :
  • de toekenning van een meewerkinkomen, d.w.z. dat een deel van de winst, de baten en de bezoldigingen van werkende vennoten wordt toegekend aan de echtgenoot die de andere echtgenoot werkelijk helpt in het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid (cf. art. 63, § 2, WIB, en de art. 3 en 5, W 7.12.1988 voor aj. 1991 en de art. 86 en 89, WIB 92, vanaf aj. 1992);
  • de toerekening van een huwelijksquotiënt, d.w.z. dat een deel van de beroepsinkomsten van de ene echtgenoot wordt toegerekend aan de andere echtgenoot die geen of slechts geringe beroepsinkomsten heeft (cf. art. 4 en 5, W 7.12.1988 voor aj. 1991 en art. 87, 88 en 89, WIB 92, vanaf aj. 1992);
  • de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten zoals die inzake PB gelden (cf. art. 87ter, WIB, en art. 18, W 7.12.1988 voor aj. 1991 en de art. 146 tot 154, WIB 92, vanaf aj. 1992).
Administratieve werkwijze
122. Bij de berekening van het huwelijksquotiënt, het vaststellen van het (te indexeren) jaarbedrag van 350.000 F van de toegelaten eigen beroepsinkomsten van de echtgenoot waarboven geen meewerkinkomen mag worden toegekend en de evenredige berekening en geleidelijke afbouw van de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten, werd vanaf aj. 1991 in de BNI/nat.pers. voor niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden steeds rekening gehouden met het geheel van de binnenlandse en buitenlandse (beroeps)inkomsten - in voorkomend geval van beide echtgenoten (d.w.z. zowel de in de BNI/nat.pers. belastbare (beroeps)inkomsten als de binnenlandse (beroeps)inkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en de buitenlandse (beroeps)inkomsten van de echtgenoten worden ter zake in aanmerking genomen).
De reden die aan de basis lag van die administratieve werkwijze, was dat niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden niet gunstiger mochten behandeld worden dan rijksinwoners die zich in dezelfde omstandigheden bevonden.
Bekrachtiging
123.
Die administratieve praktijk werd bekrachtigd :
voor aj. 1991 :
door art. 87, 1°, W 6.7.1994 dat art. 28, § 3, eerste lid, W 28.12.1992, aanvult met een zinsnede waarin is gesteld dat voor de toepassing van art. 87ter, WIB, en van de art. 3 tot 5, W 7.12.1988 (m.a.w. voor de vaststelling van de belastingverminderingen voor pensioenen, vervangingsinkomsten, brugpensioenen, werkloosheidsuitkeringen en wettelijke ZIV-vergoedingen, de toekenning van een meewerkinkomen en de toerekening van het huwelijksquotiënt) het geheel van de binnenlandse en buitenlandse (beroeps)inkomsten (in voorkomend geval van beide echtgenoten) in aanmerking wordt genomen;
vanaf aj. 1992 :
door art. 12, W 28.12.1992 dat art. 244, eerste lid, WIB 92, aanvult met een zinsnede waarin is gesteld dat voor de toepassing van de art. 86 tot 89 en 146 tot 154, WIB 92 (m.a.w. voor de toekenning van een meewerkinkomen, de toerekening van het huwelijksquotiënt en de vaststelling van de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten) het geheel van de binnenlandse en buitenlandse (beroeps) inkomsten (in voorkomend geval van beide echtgenoten) in aanmerking wordt genomen.
Toepassingsmodaliteiten
Huwelijksquotiënt
124. Overeenkomstig art. 4, W 7.12.1988 (aj. 1991) en de art. 87 en 88, WIB 92 (vanaf aj. 1992), wordt, wanneer de aanslag op naam van beide echtgenoten wordt gevestigd, en wanneer slechts één van de echtgenoten beroepsinkomsten heeft verkregen of de beroepsinkomsten van één echtgenoot minder bedragen dan 30 % van het totale bedrag van de beroepsinkomsten van beide echtgenoten, respectievelijk :
  • een deel van de beroepsinkomsten aan de andere echtgenoot toegerekend (30 % met een maximum van 270.000 F - te indexeren bedrag);
  • een zodanig deel van de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot toegerekend aan de echtgenoot met de laagste beroepsinkomsten dat de som van zijn eigen beroepsinkomsten en het toegerekende deel 30 % van dat totale bedrag bereikt met een maximum van 270.000 F (te indexeren bedrag).
Wanneer de eigen beroepsinkomsten van de echtgenoot met de laagste beroepsinkomsten ten minste gelijk zijn aan 270.000 F (te indexeren bedrag), kan er dus geen huwelijksquotiënt worden toegerekend.
125. Het basisbedrag van 270.000 F bedraagt ingevolge indexatie (cf. art. 8, W 7.12.1988 en art. 178, WIB 92) :
  • 278.000 F voor aj. 1991;
  • 288.000 F voor aj. 1992 (Voor de aj. 1993 tot 1995 is het geïndexeerde basisbedrag van 270.000 F gelijk aan 297.000 F).
126. In de BNI/nat.pers. worden voor niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden de volgende regels toegepast bij de vaststelling van het toe te rekenen huwelijksquotiënt :
  • alleen de in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten van de echtgenoten komen in aanmerking om te bepalen aan wie van de echtgenoten het huwelijksquotiënt wordt toegerekend (d.w.z. aan de echtgenoot met de laagste in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten) en om het bedrag van de beroepsinkomsten te bepalen dat aanleiding geeft tot de toerekening van het huwelijksquotiënt (d.w.z. de in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten van één der echtgenoten of van de beide echtgenoten);
  • om vast te stellen of de eigen beroepsinkomsten van de echtgenoot aan wie het huwelijksquotiënt eventueel kan worden toegerekend het grensbedrag van 270.000 F (te indexeren bedrag) bereiken, worden zowel de in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten, de binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld, als de buitenlandse beroepsinkomsten van die echtgenoot in aanmerking genomen;
  • van het bedrag van het toegerekende huwelijksquotiënt (30 % van de in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten van de andere echtgenoot of 30 % van de in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten van beide echtgenoten, verminderd met de eigen in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten van de echtgenoot met de laagste beroepsinkomsten) worden dan nog de binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en de buitenlandse beroepsinkomsten van de echtgenoot met de laagste beroepsinkomsten afgetrokken.
127. Ter zake wordt steeds rekening gehouden met netto-beroepsinkomsten (d.w.z. na aftrek van de werkelijke of forfaitaire beroepskosten en van de eventuele buitenlandse belastingen).
Meewerkinkomen
128. Krachtens art. 63, § 2, WIB, en art. 3, W 7.12.1988 (aj. 1991) en art. 86, eerste lid, WIB 92 (vanaf aj. 1992) mag, wanneer de aanslag op naam van beide echtgenoten wordt gevestigd, een deel van de winst, de baten en de bezoldigingen van werkende vennoten als meewerkinkomen worden toegekend aan de echtgenoot die de andere echtgenoot in het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid werkelijk helpt en die uit hoofde van een afzonderlijke werkzaamheid tijdens het belastbare tijdperk zelf niet meer dan 350.000 F (te indexeren bedrag) aan beroepsinkomsten heeft verkregen.
129. Dit bedrag van 350.000 F bedraagt ingevolge indexatie (cf. art. 8, W 7.12.1988 en art. 178, WIB 92) :
  • 361.000 F voor aj. 1991;
  • 373.000 F voor aj. 1992 (Voor de aj. 1993 tot 1995 is het geïndexeerde basisbedrag van 350.000 F gelijk aan 385.000 F).
130. In de BNI/nat.pers. wordt voor niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden bij de beoordeling of het grensbedrag van 350.000 F (te indexeren bedrag) van de toegelaten eigen beroepsinkomsten van de echtgenoot waarboven geen meewerkinkomen mag worden toegekend, al dan niet is overschreden, rekening gehouden met :
  • de in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten van die echtgenoot;
  • de binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld van die echtgenoot;
  • de buitenlandse beroepsinkomsten van die echtgenoot.
131. Wanneer het totale bedrag van de eigen binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten van de echtgenoot meer dan 350.000 F (te indexeren bedrag) bereikt, mag hem geen meewerkinkomen worden toegekend.
Ter zake wordt steeds rekening gehouden met netto-beroepsinkomsten (d.w.z. na aftrek van de werkelijke of forfaitaire beroepskosten en van de eventuele buitenlandse belastingen).
Belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten
132. De belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten die inzake PB gelden (cf. art. 87ter, WIB, voor aj. 1991 en de art. 146 tot 154, WIB 92, vanaf aj. 1992) zijn eveneens van toepassing in de BNI/nat.pers. voor niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden op grond van art. 28, § 3, W 28.12.1992 (aj. 1991) en art. 244, WIB 92 (vanaf aj. 1992).
133. De voor de aj. 1991 tot 1995 geldende maximumbedragen van die belastingverminderingen zijn opgenomen in bijlage 2, I.
134. Voor de berekening van de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten in de BNI/nat.pers. voor niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden zijn dezelfde principes en regels als in de PB van toepassing (zie commentaar op art. 146, WIB 92), met dien verstande evenwel dat in de BNI/nat.pers. bij de evenredige berekening en de afbouw van de belastingverminderingen zowel rekening wordt gehouden met de in de BNI/nat.pers. belastbare inkomsten als met de netto-inkomsten van buitenlandse oorsprong en de binnenlandse netto-inkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld (in voorkomend geval van beide echtgenoten).
Toepassingsvoorbeeld (aj. 1992)
135. Een gehuwde gepensioneerde Belgische staatsambtenaar, die inwoner van Spanje is, heeft in 1991 een Belgisch overheidspensioen van 750.000 F verkregen.
Zijn echtgenote verkrijgt een Belgisch pensioen uit een vroegere dienstbetrekking in de particuliere sector van 180.000 F, dat is vrijgesteld in België op grond van het Belgisch-Spaans dubbelbelastingverdrag.
De echtgenoten bezitten een in België gelegen onroerend goed met een (geïndexeerd) KI van 100.000 F en een in Spanje gelegen onroerend goed met een netto-huurwaarde van 60.000 F.
Berekening van het huwelijksquotiënt
  • verkrijger van het huwelijksquotiënt : de echtgenote (haar- vrijgestelde-beroepsinkomsten van 180.000 F zijn immers lager dan het grensbedrag van 288.000 F);
  • grondslag van het huwelijksquotiënt : 750.000 F;
  • bedrag van het huwelijkquotiënt : 750.000 F x 30 % = 225.000 F;
  • vermindering van het huwelijksquotiënt : 225.000 F - 180.000 F = 45.000 F.
Vaststelling van het gezamenlijk belastbaar inkomen
Man Vrouw Totaal Inkomsten van onroerende goederen : 100.000 F - 100.000 F Beroepsinkomsten : Pensioen (750.000 F) - huwelijksquotiënt (45.000 F) : 705.000 F 45.000 F 750.000 F --------- -------- --------- GBI : 805.000 F 45.000 F 850.000 F
Berekening van de belastingvermindering voor pensioenen
  • maximumbelastingvermindering voor echtgenoten : 64.994 F;
  • evenredige berekening van de belastingvermindering : 64.994 F x [750.000/850.000 + 180.000 + 60.000] = 44.721 F;
  • afbouw van de belastingvermindering : 44.721 F x 1/3 + 44.721 x 2/3 x [1.320.000 - 1.090.000/660.000]
    = 14.907 F + 10.390 F = 25.297 F.
Aangifte in de BNI/nat.pers.
136. Met het oog op een correcte toepassing van de regels m.b.t. de berekening van het huwelijksquotiënt, het meewerkinkomen en de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten zijn de belastingplichtigen verplicht hun binnenlandse (beroeps)inkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en hun buitenlandse (beroeps)inkomsten - in voorkomend geval van beide echtgenoten - in hun aangifte in de BNI/nat. pers. te vermelden (vak IV van de aangifte van aj. 1992 en vak V van de aangifte van de aj. 1993 tot 1995).
137. Buitenlandse inkomsten die dezelfde aard hebben als binnenlandse inkomsten welke geen aanleiding geven tot regularisatie in de BNI/nat.pers. (b.v. roerende en sommige diverse inkomsten) mogen echter buiten beschouwing worden gelaten.
d)
Wijzigingen m.b.t. gehuwde niet-inwoners met of zonder tehuis
Belasting als alleenstaanden
Omschrijving van de maatregel
138. Overeenkomstig art. 28, § 4, eerste lid, W 28.12.1992 zoals gewijzigd door art. 87, 2°, W 6.7.1994 (geldend voor aj. 1991) en art. 244bis, eerste lid, WIB 92, ingevoegd door art. 13, W 28.12.1992 en gewijzigd door art. 37, W 6.7.1994 (van toepassing met ingang van aj. 1992) worden niet-inwonende gehuwde personen voor de berekening van de BNI/nat.pers. niet als echtgenoten maar wel als alleenstaanden aangemerkt wanneer slechts één van de echtgenoten in België in de BNI/nat.pers. belastbare inkomsten verkrijgt en de andere echtgenoot binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld of buitenlandse beroepsinkomsten heeft van meer dan 270.000 F (te indexeren bedrag).
Ratio Legis
139. Wanneer slechts één van de echtgenoten inkomsten verkreeg die in de BNI/nat.pers. belastbaar waren, terwijl de andere echtgenoot bij overeenkomst vrijgestelde binnenlandse inkomsten en/of buitenlandse inkomsten had, kon er onder de W 22.12.1989 een situatie ontstaan die - in gelijke omstandigheden - voor gehuwde niet-inwoners gunstiger was dan voor gehuwde rijksinwoners omdat :
  • de belastingvrije som voor echtgenoten steeds tweemaal moest worden toegekend, zelfs indien geen huwelijksquotiënt werd verleend;
  • de toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste steeds moesten worden toegekend aan de echtgenoot die de in de BNI/nat.pers. belastbare inkomsten verkreeg, zelfs wanneer gelijkaardige belastingverminderingen in de woonstaat werden verleend aan de andere echtgenoot.
140. Om gehuwde niet-inwoners niet voordeliger te behandelen dan gehuwde rijksinwoners, werd het belastingstelsel van niet-inwoners dermate gewijzigd, dat voortaan bij de berekening van de belasting rekening wordt gehouden met de beroepsinkomsten die niet belastbaar zijn in de BNI/nat.pers.
141. Daarom wordt in art. 28, § 4, W 28.12.1992 (aj. 1991) en in art. 244bis, WIB 92 (vanaf aj. 1992) bepaald dat :
  • een gehuwde belastingplichtige (niet-inwoner met of zonder tehuis) van wie de echtgenoot geen in de BNI/nat.pers. belastbare inkomsten verkrijgt, als alleenstaande wordt belast, wanneer die echtgenoot buitenlandse beroepsinkomsten of binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld verkrijgt die meer dan 270.000 F (te indexeren bedrag) bedragen;
  • de toeslagen op de belastingvrije som wegens gezinslasten slechts worden verleend wanneer de beroepsinkomsten van de aan de BNI/nat.pers. onderworpen echtgenoot hoger zijn dan de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot.
Bedoelde belastingplichtigen
142. De nieuwe maatregel heeft betrekking op niet-inwonende gehuwde belastingplichtigen, ongeacht of zij behoren tot de categorie van de niet-inwoners met tehuis (b.v. in België woonachtige buitenlandse kaderleden), tot de categorie van de met niet-inwoners met tehuis gelijkgestelden ("bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis en op grond van de aard en het bedrag van hun inkomsten gelijkgestelde niet-inwoners zonder tehuis) of tot de categorie van de gewone niet-inwoners zonder tehuis.
Voorwaarden voor het belasten als alleenstaanden
143. Niet-inwonende gehuwde belastingplichtigen worden als alleenstaanden aangemerkt voor de berekening van de belasting wanneer :
  • slechts één van de echtgenoten in België aan de BNI/nat.pers. onderworpen inkomsten verkrijgt; en
  • de andere echtgenoot binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld of buitenlandse beroepsinkomsten verkrijgt van meer dan 270.000 F (te indexeren bedrag).
Eerste voorwaarde : slechts één van de echtgenoten mag in de BNI/ nat.pers. belastbare inkomsten verkrijgen
144. Die voorwaarde houdt in dat zodra beide echtgenoten inkomsten hebben verkregen die in de BNI/nat.pers. worden belast, de betrokkenen bij de regularisatie van hun fiscale toestand als echtgenoten aan de belasting worden onderworpen, ongeacht de aard en de omvang van die inkomsten.
145. Dit zal b.v. het geval zijn wanneer de echtgenoten in de BNI/nat.pers. belastbare inkomsten behalen uit een in België gelegen onroerend goed.
Tweede voorwaarde : de andere echtgenoot heeft binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en/of buitenlandse beroepsinkomsten van meer dan 270.000 F
146. De echtgenoot die als enige in de BNI/nat.pers. belastbare inkomsten heeft verkregen, wordt als alleenstaande aan de BNI/nat.pers. onderworpen wanneer de andere echtgenoot meer dan 270.000 F (te indexeren bedrag) beroepsinkomsten heeft verkregen van een of van beide hierna opgesomde categorieën :
  • binnenlandse beroepsinkomsten die in België evenwel bij overeenkomst zijn vrijgesteld;
  • buitenlandse beroepsinkomsten.
147. Wanneer de andere echtgenoot in het geheel geen beroepsinkomsten heeft of beroepsinkomsten die minder dan 270.000 F bedragen, worden de betrokkenen evenwel als echtgenoten aan de belasting onderworpen.
148. Het basisbedrag van 270.000 F wordt geïndexeerd (cf. art. 8, W 7.12.1988 en art. 178, WIB 92) en bedraagt :
  • 278.000 F voor aj. 1991;
  • 288.000 F voor aj. 1992 (Voor de aj. 1993 tot 1995 is het geïndexeerde basisbedrag van 270.000 F gelijk aan 297.000 F).
Bij de beoordeling van het grensbedrag worden steeds netto-beroepsinkomsten in aanmerking genomen, d.w.z. die welke overblijven na aftrek van de werkelijke of forfaitaire beroepskosten met inbegrip van de buitenlandse belastingen.
149. In de aangifte in de BNI/nat.pers. moeten de binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en de buitenlandse beroepsinkomsten van de echtgenoten worden vermeld in vak IV (aj. 1992) of in vak V (aj. 1993 tot 1995). Het bedrag van die beroepsinkomsten kan worden aangetoond door alle bewijsmiddelen van het gemeen recht, uitgezonderd de eed (b.v. een aanslagbiljet of een bewijsstuk afgeleverd door een buitenlandse fiscale administratie).
Gevolgen van het belasten als alleenstaanden
150. Het aanmerken van een gehuwde belastingplichtige als alleenstaande voor de berekening van de BNI/nat.pers. heeft tot gevolg dat :
  • geen huwelijksquotiënt kan worden toegerekend en geen meewerkinkomen kan worden toegekend;
  • de (éénmalige) belastingvrije som van alleenstaande (165.000 F) wordt verleend (dat bedrag wordt geïndexeerd overeenkomstig art. 8, W 7.12.1988 en art. 178, WIB 92);
  • de regels i.v.m. de aanslag van echtgenoten zonder voorwerp worden (de aanslag in de BNI/ nat.pers. moet worden gevestigd op naam van de echtgenoot die in de BNI/nat.pers. belastbare inkomsten heeft verkregen);
  • bij de berekening van de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten alleen acht wordt geslagen op de inkomsten van de aan de BNI/nat.pers. onderworpen echtgenoot.
De voormelde gevolgen zullen vooral optreden bij niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden. Wat betreft niet-inwoners zonder tehuis heeft die regeling in de praktijk minder belang omdat zij sowieso geen recht hebben op huwelijksquotiënt, meewerkinkomen en belastingvrije som.
Toeslagen op de belastingvrije som wegens gezinslasten
Omschrijving
151. Krachtens art. 28, § 4, tweede lid, W 28.12.1992 (geldend voor aj. 1991) en art. 244bis, tweede lid, WIB 92 (ingevoegd door art. 13, W 28.12.1992 en van toepassing vanaf aj. 1992) worden de toeslagen op de belastingvrije som voor personen ten laste (cf. art. 6, § 1, 3°, en § 2, W 7.12.1988 - thans art. 132 en 133, WIB 92) nog slechts verleend wanneer de aan de BNI/nat.pers. onderworpen echtgenoot de meeste beroepsinkomsten heeft.
In de praktijk is die bepaling uitsluitend van toepassing op niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden, daar niet-inwoners zonder tehuis geen aanspraak hebben op toeslagen op de belastingvrije som.
Bedoelde toeslagen op de belastingvrije som
152. Ter zake zijn alleen bedoeld de toeslagen op de belastingvrije som waarop een alleenstaande recht heeft, namelijk :
  • de toeslagen voor kinderen ten laste;
  • de bijkomende toeslag van 10.000 F (te indexeren bedrag) voor ieder kind dat de leeftijd van 3 jaar niet heeft bereikt op 1.1 van het aj. en voor wie geen uitgaven voor kinderoppas zijn afgetrokken;
  • de toeslag voor andere personen ten laste;
  • de toeslag voor de gehandicapte belastingplichtige;
  • de toeslag voor gehandicapte personen ten laste.
Voorwaarde voor het verlenen van de toeslagen op de belastingvrije som
153. Aan een in de BNI/nat.pers. belastbare gehuwde belastingplichtige die als alleenstaande wordt belast, worden de toeslagen op de belastingvrije som wegens gezinslasten nog slechts verleend mits het totale bedrag van zijn beroepsinkomsten hoger is dan het totale bedrag van de beroepsinkomsten van zijn echtgenoot (voor beiden wordt rekening gehouden met de binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en met de buitenlandse beroepsinkomsten).
154. Bij de vergelijking van de beroepsinkomsten van de echtgenoten wordt steeds rekening gehouden met netto-beroepsinkomsten (d.w.z. na aftrek van de werkelijke of forfaitaire beroepskosten, met inbegrip van de buitenlandse belastingen).
Toepassingsvoorbeeld (aj. 1992)
155. Het echtpaar François (inwoners van Frankrijk) met 3 kinderen ten laste, heeft in 1991 de volgende inkomsten verkregen :
Man :
nettowinst (na belasting) uit een in Frankrijk gelegen garage : 750.000 F;
Vrouw :
nettobezoldiging als ambtenaar bij een Belgische gemeente : 800.000 F (voor het ganse kalenderjaar).
De vrouw vervult de voorwaarde om gelijkgesteld te worden met een niet-inwoner met tehuis en zal als alleenstaande in de BNI/nat.pers. worden belast op grond van de art. 244 en 244bis, WIB 92, vermits haar echtgenoot (buitenlandse) beroepsinkomsten heeft van meer dan 288.000 F. Zij heeft dus recht op de belastingvrije som van 176.000 F en op de toeslag op de belastingvrije som voor 3 kinderen ten laste van 216.000 F (haar netto-beroepsinkomsten zijn immers hoger dan die van haar echtgenoot).
C. WIJZIGINGEN DIE IN WERKING TREDEN MET INGANG VAN AJ. 1993 (OF AJ. 1994)
1.
Algemeen
156. Met ingang van aj. 1993 wordt de BNI/nat.pers. voor niet-inwoners zonder tehuis berekend overeenkomstig art. 243, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 31, W 28.7.1992 en art. 36, W 6.7.1994 (Voor de aj. 1991 en 1992 wordt de BNI/nat.pers. voor niet-inwoners zonder tehuis respectievelijk berekend overeenkomstig art. 28, §§ 1, 2 en 4 tot 7, W 28.12.1992 en art. 29, W 28.12.1992).
Ter zake werd art. 243, WIB 92, ingevoegd in het WIB 92 bij de coördinatie door KB 10.4.1992, aangevuld met een derde lid (ingevoegd door art. 31, 2°, W 28.7.1992 en later vervangen door art. 36, W 6.7.1994) dat bepaalt dat de art. 126 tot 129, 145/1, 1° tot 4°, 145/2 tot 145/7, 145/17 tot 145/20, 157 tot 169 en 171 tot 178, WIB 92, eveneens van toepassing zijn voor de berekening van de BNI/nat.pers. ten name van niet-inwoners zonder tehuis.
2.
Draagwijdte
157. In vergelijking met de voor aj. 1992 geldende bepaling inzake de berekening van de belasting voor niet-inwoners zonder tehuis (art. 29, W 28.12.1992 - een van art. 243, WIB 92, afwijkende bepaling die alleen voor aj. 1992 geldt) zijn met ingang van aj. 1993 (of van aj. 1994 - zie nr. 159, tweede lid) de hierna vermelde bepalingen voor het eerst van toepassing :
  • de art. 157 tot 168, WIB 92 (vermeerdering van de belasting ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan);
  • de art. 175 tot 177, WIB 92 (bonificatie wegens voorafbetaling van de belasting);
  • de art. 145/1, 1° tot 4°, 145/2 tot 145/7 en 145/17 tot 145/20, WIB 92 (belastingverminderingen voor het lange termijnsparen en voor het bouwsparen, met uitsluiting van de belastingvermindering verleend op betalingen voor het pensioensparen).
Wat betreft de toepassingsmodaliteiten en - voorwaarden van die bepalingen, wordt verwezen naar de commentaar op de desbetreffende artikelen.
158. De inlassing van de verwijzing naar de art. 145/1, 1° tot 4°, 145/2 tot 145/7 en 145/17 tot 145/20, WIB 92, in art. 243, derde lid, WIB 92, is uiteraard het gevolg van de vervanging van de aftrek van de persoonlijke bijdragen voor een groepsverzekering of aan een pensioenfonds, de premies van individuele levensverzekeringen, de kapitaalaflossingen van sommige hypothecaire leningen en de betalingen in geld voor de aanschaffing van aandelen van de vennootschap-werkgeefster op grond van art. 52, 9°, WIB 92, en de art. 81 tot 85, WIB 92) door de toekenning van een belastingvermindering voor het lange termijnsparen of voor het bouwsparen.
159. De art. 1451, 2° tot 4° en 145/2 (in zoverre het de toepassing van de art. 145/1, 2° tot 4°, 145/4 tot 145/7 en 145/17 tot 145/20, WIB 92, betreft), 145/4 tot 145/7 en 145/17 tot 145/20, WIB 92 (d.w.z. de belastingvermindering verleend op de premies van individuele levensverzekeringen, kapitaalaflossingen van sommige hypothecaire leningen en betalingen in geld voor de aanschaffing van aandelen van de vennootschap-werkgeefster), zijn van toepassing met ingang van aj. 1993.
De art. 145/1, 1°, 145/2 (in zoverre het de art. 145/1, 1° en 145/3, WIB 92, betreft) en 145/3, WIB 92 (d.w.z. de belastingvermindering verleend op de persoonlijke bijdragen voor een groepsverzekering of aan een pensioenfonds), zijn van toepassing met ingang van aj. 1994.
De betalingen voor het pensioensparen (cf. art. 145/1, 5° en 145/8 tot 145/16, WIB 92), komen niet in aanmerking voor de toepassing van de belastingvermindering voor niet-inwoners zonder tehuis (net zoals zij die betalingen niet konden aftrekken van het totale bedrag van hun samengevoegde netto-inkomsten).
D. WIJZIGING DIE IN WERKING TREEDT MET INGANG VAN AJ. 1994
1.
Algemeen
160. Art. 463bis, WIB 92, ingevoegd door art. 22, W 22.7.1993 houdende fiscale en financiële bepalingen (V 2253 - Bull. 731) en gewijzigd door art. 25, W 30.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit (V 2297 - Bull. 739), heeft - met ingang van aj. 1994 - een aanvullende crisisbijdrage (ACB) ingesteld in de vorm van 3 opcentiemen op o.m. de BNI/nat.pers.
2.
Aanvullende crisisbijdrage (ACB)
161. De ACB is vanaf aj. 1994 in principe van toepassing op de belasting (Onder belasting moet niet alleen de belasting m.b.t. de volgens het gemeen recht belastbare inkomsten worden verstaan (b.v. de op de gezamenlijk belastbare inkomsten berekende belasting in de BNI/nat.pers.), maar ook de belasting die volgens bijzondere regels afzonderlijk is berekend) die wordt gevestigd ten name van belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de BNI/nat.pers., ongeacht de categorie van niet-inwoners waartoe die belastingplichtigen behoren. Zoals de BNI/nat.pers. zelf, is de ACB niet als beroepskost aftrekbaar.
162. De ACB wordt gelijkgesteld met de belasting (of de voorheffing) waarop zij wordt berekend, zodat zij onderworpen is aan alle fiscale bepalingen die op die belasting (of voorheffing) toepasselijk zijn, met inbegrip van de regels inzake verrekening van de voorheffingen en de beperking ervan.
Voor meer bijzonderheden wordt verwezen naar de circ. van 31.10.1994, nr. Ci.RH.243/462.311 (Bull. 744).
E. WIJZIGINGEN DIE IN WERKING TREDEN MET INGANG VAN AJ. 1995
1.
Algemeen
163. Met ingang van aj. 1995 worden twee wijzigingen aangebracht in art. 243, WIB 92, nl. :
  • art. 243, tweede lid, WIB 92, wordt vervangen door een nieuwe bepaling (cf. art. 17, W 30.3.1994); die wijziging heeft betrekking op de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten ter zake van de BNI/nat.pers. voor niet-inwoners zonder tehuis;
  • art. 243, derde lid, WIB 92, wordt aangevuld met een verwijzing naar de art. 145/21 tot 145/23, WIB 92 (cf. art. 97, W 21.12.1994); die aanpassing betreft de belastingvermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen, die dus ook in de BNI/nat.pers. voor niet-inwoners zonder tehuis geldt.
2.
Draagwijdte
a)
Belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten
Niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden
164. Wat betreft de niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden, zijn ingevolge art. 244, WIB 92 (Art. 244, WIB 92, verwijst immers naar de regels bepaald in titel II, hoofdstuk III van het WIB 92, dat de art. 146 tot 154, WIB 92 omvat), in de BNI/nat.pers. dezelfde belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten van toepassing als in de PB (cf. art. 146 tot 154, WIB 92), met dien verstande dat voor de toepassing van de art. 146 tot 154, WIB 92, het geheel van de binnenlandse en buitenlandse inkomsten in aanmerking wordt genomen.
165. Inzake PB (en inzake BNI/nat.pers. voor niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden) worden de bedragen van de verschillende belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten vanaf aj. 1995 rechtstreeks in het WIB 92, ingeschreven, nl. in art. 147, WIB 92, zoals vervangen door art. 11, W 30.3.1994, zodat ze eveneens door de voorlopige opschorting van de indexatie, die voor de aj. 1994 tot 1997 van toepassing is (cf. art. 178, § 3, WIB 92), worden getroffen.
166. Door de inschrijving van de basisbedragen van de verschillende belastingverminderingen in art. 147, WIB 92, moeten de maximumbelastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten dus niet meer jaarlijks worden berekend, zoals tot en met aj. 1994 het geval was.
167. De in art. 147, WIB 92, ingeschreven bedragen zijn basisbedragen die nog moeten worden geïndexeerd. Ingevolge de opschorting van de indexatie is de coëfficiënt 1,0998 van toepassing voor de aj. 1994 tot 1997; bij die indexatie wordt afgerond tot de hogere of lagere frank naargelang het cijfer van de tienden al dan niet vijf bereikt (cf. art. 178, § 2, derde lid, WIB 92).
De geïndexeerde maximumbelastingverminderingen voor niet-rijksinwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden voor de aj. 1995 tot 1997 zijn bijgevolg dezelfde als die welke voor aj. 1994 gelden. Zij zijn opgenomen in bijlage 2, I.
Niet-inwoners zonder tehuis
168. Naar analogie met de aanpassing van art. 147, WIB 92, worden de bedragen van de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten die in de BNI/nat.pers. van toepassing zijn voor niet-inwoners zonder tehuis vanaf aj. 1995 ook rechtstreeks ingeschreven in het WIB 92, nl. in art. 243, tweede lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 17, W 30.3.1994.
169. De in art. 243, tweede lid, WIB 92, ingeschreven bedragen zijn basisbedragen die nog moeten worden geïndexeerd. Ingevolge de opschorting van de indexatie is de coëfficiënt 1,0998 van toepassing voor de aj. 1994 tot 1997; de afronding gebeurt op dezelfde wijze als voor de in art. 147, WIB 92, vermelde bedragen, nl. tot de hogere of lagere frank naargelang het cijfer van de tienden al dan niet vijf bereikt (cf. art. 178, § 2, derde lid, WIB 92).
170. De geïndexeerde maximumbelastingverminderingen voor niet-inwoners zonder tehuis voor de aj. 1995 tot 1997 zijn dus dezelfde als die welke voor aj. 1994 gelden. Zij zijn opgenomen in bijlage 2, II.
b) Belastingvermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen
171. Met ingang van aj. 1995 wordt in de PB - binnen bepaalde grenzen en onder bepaalde voorwaarden - een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de uitgaven tot ten hoogste 73.000 F (Het bedrag van 73.000 F wordt geïndexeerd overeenkomstig art. 178, WIB 92, en bedraagt aldus 80.000 F voor aj. 1995) die geen beroepskosten zijn en die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor prestaties, te verrichten door een werkloze in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (cf. art. 145/21 tot 145/23, WIB 92, ingevoegd door de art. 7 tot 9, W 30.3.1994 en gewijzigd door art. 94, W 21.12.1994).
172. Die belastingvermindering wordt - met ingang van aj. 1995 - ook verleend in de BNI/nat.pers. :
  • voor niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden op grond van art. 244, WIB 92, dat verwijst naar de regels bepaald in titel II, hoofdstuk III van het WIB 92, dat de art. 145/21 tot 145/23, WIB 92, omvat;
  • voor niet-inwoners zonder tehuis op grond van art. 243, derde lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 97, W 21.12.1994 : de verwijzing naar de art. 145/21 tot 145/23, WIB 92, is thans opgenomen in art. 243, derde lid, WIB 92.
VI. BIJZONDERE TERMIJN VOOR BEZWAAR EN AMBTSHALVE ONTHEFFING, INGESTELD DOOR ART. 28, § 6, W 28.12.1992 (AJ. 1991)
A. Algemeen
173. Art. 28, § 6, eerste lid, W 28.12.1992, bepaalt dat de directeur der belastingen of de door hem gedelegeerde ambtenaar ontheffing verleent van de aanslagen in de BNI/nat.pers. die voor aj. 1991 zijn gevestigd in strijd met de bepalingen die zijn opgenomen in § 1 van hetzelfde artikel :
  • ofwel ambtshalve wanneer de overbelastingen door de administratie zijn vastgesteld of door de belastingplichtige aan de administratie zijn bekendgemaakt binnen een termijn van één jaar vanaf de bekendmaking van de W 28.12.1992 in het Belgisch Staatsblad;
  • ofwel ingevolge een gemotiveerd bezwaarschrift ingediend binnen dezelfde termijn bij de directeur der belastingen van de provincie of het gewest in wiens ambtsgebied de aanslag is gevestigd.
Krachtens art. 28, § 6, tweede lid, W 28.12.1992, worden geen moratoriuminteresten toegekend bij teruggave van belasting overeenkomstig § 6, eerste lid, van hetzelfde art. 28.
B. UITERSTE DATUM VOOR HET INDIENEN VAN EEN BEZWAARSCHRIFT OF VOOR HET BEKENDMAKEN VAN DE OVERBELASTINGEN
174. Vermits de W 28.12.1992 in het Belgisch Staatsblad van 31.12.1992 (derde uitgave) werd bekendgemaakt, was de uiterste datum voor het indienen van een bezwaarschrift of voor het bekendmaken van de overbelastingen aan de administratie op grond van art. 28, § 6, eerste lid, W 28.12.1992, 31.12.1993.
C. BEVOEGDE GEWESTELIJKE DIRECTEUR DER BELASTINGEN
175. De Gewestelijke directeur der directe belastingen die bevoegd is om te beslissen inzake bezwaarschriften en ambtshalve ontheffingen op grond van art. 28, § 6, eerste lid, W 28.12.1992 is de Gewestelijk directeur te Brussel II vennootschappen (of de door hem gedelegeerde ambtenaar).
D. TOEPASSINGSGEBIED
176. De herziening van in de BNI/nat.pers. gevestigde aanslagen voor aj. 1991 op grond van art. 28, § 6, W 28.12.1992 (ofwel ingevolge een gemotiveerd bezwaarschrift, ofwel via een ambtshalve ontheffing), is slechts mogelijk in zoverre die aanslagen gevestigd zijn in strijd met de regels voor de berekening van de BNI/nat.pers. die zijn opgenomen in art. 28, §§ 2 tot 5, W 28.12.1992 (Met dien verstande dat i.p.v. art. 28, § 3, tweede lid, W 28.12.1992 (vernietigd door het Arbitragehof bij arrest nr. 34/94 van 26.4.1994), de in de nrs. 44 tot 61 vermelde regels m.b.t. de voorwaarde voor de gelijkstelling in aanmerking moeten worden genomen). De bijzondere termijn mag dus niet worden ingeroepen voor het geheel van de elementen van taxatie.
177. Concreet zal een voor aj. 1991 in de BNI/nat.pers. gevestigde aanslag kunnen worden herzien in de volgende gevallen :
m.b.t. niet-inwoners zonder tehuis : wanneer de belastingplichtige inkomsten heeft behaald of verkregen die gezamenlijk zijn belast, maar die overeenkomstig art. 93, WIB, in principe afzonderlijk moeten worden belast (tenzij de volledige globalisatie voordeliger is voor de belastingplichtige), zoals opzegvergoedingen, achterstallige bezoldigingen enz. (cf. art. 28, § 2, vierde lid, W 28.12.1992).
Ter zake wordt opgemerkt dat er in beginsel geen herziening zal moeten gebeuren voor aanslagen om de toepassing van art. 92, WIB (omzetting van sommige kapitalen, afkoopwaarden enz. in lijfrente) mogelijk te maken, daar de administratie die omzetting heeft toegepast voor aj. 1991.
m.b.t. niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden : wanneer een niet-inwoner zonder tehuis is belast overeenkomstig de regels van art. 150, § 1, WIB, doch de voorwaarden vervult om gelijkgesteld te worden met een niet-inwoner met tehuis.
Daarentegen kan, indien bij de vestiging van de aanslag in de BNI/nat.pers. voor aj. 1991 op naam van een met een niet-inwoner met tehuis gelijkgestelde niet-inwoner zonder tehuis geen rekening is gehouden met de aftrekbare bestedingen die van toepassing zijn voor niet-inwoners met tehuis, die aanslag niet worden herzien op grond van art. 28, § 6, eerste lid, W 28.12.1992 (het toepassingsveld van de bijzondere termijn is immers beperkt tot de aanslagen die gevestigd zijn in strijd met de regels voor de berekening van de belasting die zijn omschreven in art. 28, §§ 2 tot 5, W 28.12.1992).
E. GEEN MORATORIUMINTERESTEN
178. Art. 28, § 6, tweede lid, W 28.12.1992, bepaalt uitdrukkelijk dat geen moratoriuminteresten worden toegekend bij teruggave van belasting ingevolge een bezwaarschrift of een ambtshalve ontheffing op grond van art. 28, § 6, eerste lid, W 28.12.1992.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,
M. CHERPION.