Circulaire nr. Ci.RH.624/450.416 van 11.09.1995
CIRC 11.09.95/1
Aftrekbare uitgave.
Berekening van de belasting.
Tehuis in België.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
INHOUDSTABEL
I. Inleiding
II. Wetteksten
A. Wettelijke bepalingen inzake BNI/nat.pers. die van toepassing zijn voor aj. 1991
1. Aftrekbare bestedingen
2. Berekening van de belasting
B. Wettelijke bepalingen inzake BNI/nat.pers. die van toepassing zijn voor aj. 1992
1. Aftrekbare bestedingen
2. Berekening van de belasting
C. Wettelijke bepalingen inzake BNI/nat.pers. die van toepassing zijn voor de aj. 1993 en 1994
1. Aftrekbare bestedingen
2. Berekening van de belasting
D. Wettelijke bepalingen inzake BNI/nat.pers. die van toepassing zijn voor aj. 1995
1. Aftrekbare bestedingen
2. Berekening van de belasting
III. De verschillende categorieen van niet-inwoners
A. Algemeen
B. Begrip "tehuis in België"
C. Niet-inwoners met tehuis
D. Niet-inwoners zonder tehuis
E. Met niet-inwoners met tehuis gelijkgestelden
1. Algemeen
2. "Bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis
3. Niet-inwoners zonder tehuis die op grond van de aard en het bedrag van hun in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare inkomsten worden gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis
a) Algemeen
b) Arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991
c) Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
d) W 28.12.1992
e) Arrest van het Arbitragehof nr. 34/94 van 26.4.1994
f) Toestand na het arrest van het Arbitragehof nr. 34/94 van 26.4.1994
1° Nieuwe voorwaarde voor de gelijkstelling
2° Omschrijving van de maatregel
3° Bedoelde inkomsten
4° Voorwaarde voor de gelijkstelling : de 75 %-regel
Omschrijving
Netto-inkomsten
Echtgenoten
Vermelding op de aangifte
Bijzonder geval : buitenlandse kaderleden, vorsers en bestuurders zonder tehuis
Opmerking inzake de "bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis
5° Gevolgen van de gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis
6° Weerslag van het arrest van het Arbitragehof van 26.4.1994 op reeds gevestigde aanslagen
IV. Aftrekbare bestedingen
A. Vorige toestand (aj. 1991 en 1992)
1. Algemeen
2. Door niet-inwoners zonder tehuis aftrekbare bestedingen
3. Door niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden aftrekbare bestedingen
B. Nieuwe toestand (aj. 1991 en 1992)
1. Algemeen
2. Niet-inwoners zonder tehuis
3. Niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden
C. Wijzigingen die in werking treden met ingang van aj. 1993
1. W 28.7.1992
a) Algemeen
b) Draagwijdte
2. W 6.7.1994
a) Algemeen
b) Draagwijdte
D. Wijzigingen die in werking treden met ingang van aj. 1995
1. Algemeen
2. Draagwijdte
V. Berekening van de belasting
A. Vorige toestand (aj. 1991 en 1992)
1. Algemeen
2. De hervorming van de BNI (W 22.12.1989)
a) Algemeen
b) Categorieën van niet-inwoners
c) Niet-inwoners met tehuis
d) Bevoorrechte niet-inwoners zonder tehuis
e) Gewone niet-inwoners zonder tehuis
3. W 28.12.1990
4. Arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991
5. Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
B. Nieuwe toestand (aj. 1991 en 1992)
1. Algemeen
2. Wijzigingen ingevolge de W 28.12.1992 en de W 6.7.1994
a) Algemeen
b) Wijzigingen m.b.t. niet-inwoners zonder tehuis
c) Wijzigingen m.b.t. niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden
1° Algemeen
2° Aanslag van echtgenoten en hun kinderen
Aj. 1991
Aj. 1992
3° In aanmerking te nemen inkomsten bij de vaststelling van het meewerkinkomen, het huwelijksquotiënt en de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten
Algemeen
Administratieve werkwijze
Bekrachtiging
Toepassingsmodaliteiten
Huwelijksquotiënt
Meewerkinkomen
Belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten
Toepassingsvoorbeeld (aj. 1992)
Aangifte in de BNI/nat.pers
d) Wijzigingen m.b.t. gehuwde niet-inwoners met of zonder tehuis
1° Belasting als alleenstaanden
Omschrijving van de maatregel
Ratio legis
Bedoelde belastingplichtigen
Voorwaarden voor het belasten als alleenstaanden
Gevolgen van het belasten als alleenstaanden
2° Toeslagen op de belastingvrije som wegens gezinslasten
Omschrijving
Bedoelde toeslagen op de belastingvrije som
Voorwaarde voor het verlenen van de toeslagen op de belastingvrije som
3° Toepassingsvoorbeeld (aj. 1992)
C. Wijzigingen die in werking treden met ingang van aj. 1993 (of aj. 1994)
1. Algemeen
2. Draagwijdte
D. Wijziging die in werking treedt met ingang van aj. 1994
1. Algemeen
2. Aanvullende crisisbijdrage (ACB)
E. Wijzigingen die in werking treden met ingang van aj. 1995
1. Algemeen
2. Draagwijdte
a) Belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten
1° Niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden
2° Niet-inwoners zonder tehuis
b) Belastingvermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen
VI. Bijzondere termijn voor bezwaar en ambtshalve ontheffing, ingesteld door art. 28, § 6, W 28.12.1992 (aj. 1991)
A. Algemeen
B. Uiterste datum voor het indienen van een bezwaarschrift of voor het bekendmaken van de overbelastingen
C. Bevoegde Gewestelijke directeur der belastingen
D. Toepassingsgebied
E. Geen moratoriuminteresten
Bijlagen
1. Wetteksten inzake BNI/nat.pers. (gerangschikt per wet)
2. Maximumbelastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten (aj. 1991 tot 1995)
3. Vergelijkende tabellen (per aanslagjaar)
- art. 149, WIB, zoals gewijzigd door art. 314, W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (BS 29.12.1989 - V 2019, Bull. 691) en het arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991 (BS 14.12.1991);
- art. 150, WIB, zoals gewijzigd door art. 314, W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (BS 29.12.1989 - V 2019, Bull. 691), art. 10, W 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen (BS 29.12.1990 - V 2073, Bull. 702) en het arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991 (BS 14.12.1991)) en vanaf aj. 1992
- de W 28.7.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (BS 31.7.1992 - V 2185, Bull. 719);
- de W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (BS 31.12.1992, derde uitgave - V 2212, Bull. 725);
- de W 30.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit (BS 31.3.1994 - V 2297, Bull. 739);
- het arrest van het Arbitragehof nr. 34/94 van 26.4.1994 (BS 17.5.1994);
- de W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen (BS 16.7.1994 - V 2323, Bull. 742);
- de W 21.12.1994 houdende sociale en diverse bepalingen (BS 23.12.1994 - V 2350, Bull. 746).
- de diverse categorieën van niet-inwoners, te weten :
- de niet-inwoners met tehuis;
- de "gewone" niet-inwoners zonder tehuis;
- de "bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis die op het vlak van de berekening van de belasting worden gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis;
- de niet-inwoners zonder tehuis die - wegens de aard en het bedrag van hun in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare inkomsten - op het vlak van de aftrekbare bestedingen en de berekening van de belasting worden gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis;
- de verschillende bestedingen die van het totale bedrag van de samengevoegde netto-inkomsten mogen worden afgetrokken door enerzijds de gewone niet-inwoners zonder tehuis en anderzijds de niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden;
- de berekening van de belasting voor enerzijds de gewone niet-inwoners zonder tehuis en anderzijds de niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden.
| 1. | Aftrekbare bestedingen |
| 1° | de tachtig honderdsten van de in artikel 71, § 1, 3°, vermelde uitkeringen tot onderhoud of als zodanig geldende kapitalen, voor zover de verkrijger van de uitkering een rijksinwoner is; |
| 2° | de giften betaald aan de Belgische instellingen vermeld in artikel 71, § 1, 4°, a tot h, 5° en 10°; |
| 3° | de in artikel 71, § 1, 6°, vermelde termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten, voor zover de sommen betrekking hebben op een in het land gelegen onroerend goed. |
| a) | in artikel 71, § 1, 3°, wanneer de verkrijger van de uitkering geen rijksinwoner is; |
| b) | in artikel 71, § 1, 6°, wanneer het recht van erfpacht of van opstal of enig ander gelijkaardig onroerend recht betrekking heeft op in het buitenland gelegen onroerende goederen. |
| 1. | Aftrekbare bestedingen |
| 1° | 80 % van de in artikel 104, eerste lid, 1° en 2°, vermelde onderhoudsuitkeringen of als zodanig geldende kapitalen, voor zover de verkrijger van de uitkering een rijksinwoner is; |
| 2° | giften betaald aan de Belgische instellingen vermeld in artikel 104, eerste lid, 3°, a tot h, 4° en 5°; |
| 3° | in artikel 104, eerste lid, 11°, vermelde termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten, voor zover de bestedingen betrekking hebben op een in het land gelegen onroerend goed. |
| 2. | Berekening van de belasting |
| 1. | Aftrekbare bestedingen |
| 1° | 80 pct. van de in artikel 104, eerste lid, 1° en 2°, vermelde onderhoudsuitkeringen of als zodanig geldende kapitalen, voor zover de verkrijger van de uitkering een rijksinwoner is; |
| 2° | giften betaald aan de Belgische instellingen vermeld in artikel 104, eerste lid, 3°, a tot h, 4° en 5°; |
| 3° | in artikel 104, eerste lid, 11°, vermelde termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten, voor zover de bestedingen betrekking hebben op een in het land gelegen onroerend goed. |
| 2. | Berekening van de belasting |
| 1. | Aftrekbare bestedingen |
| 1° | 80 pct. van de in artikel 104, 1° en 2°, vermelde onderhoudsuitkeringen of als zodanig geldende kapitalen, voor zover de verkrijger van de uitkering een rijksinwoner is; |
| 2° | giften betaald aan de Belgische instellingen vermeld in artikel 104, 3°, a tot h, 4° en 5°. |
| 3° | ..... |
| 2. | Berekening van de belasting |
- de niet-inwonende belastingplichtigen die in België geen tehuis hebben behouden gedurende het volledig belastbare tijdperk (hierna niet-inwoners zonder tehuis genoemd);
- de niet-inwonende belastingplichtigen die in België een tehuis hebben behouden gedurende het volledige belastbare tijdperk (hierna niet-inwoners met tehuis genoemd).
- de toepassing van de woningaftrek waarvan sprake in art. 10, WIB (aj. 1991) en art. 16, WIB 92 (vanaf aj. 1992) die overeenkomstig art. 146, 1°, WIB (aj. 1991) en art. 235, 1°, WIB 92 (vanaf aj. 1992) niet geldt voor niet-inwoners zonder tehuis;
- de aftrekbare bestedingen, zijnde de verschillende uitgaven die mogen worden afgetrokken van het totale bedrag van de samengevoegde netto-inkomsten op grond van art. 149, WIB (aj. 1991) en de art. 241 en 242, WIB 92 (vanaf aj. 1992);
- de berekening van de belasting overeenkomstig art. 150, WIB (aj. 1991) en de art. 243 en 244, WIB 92 (vanaf aj. 1992).
- de zogenaamde "bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis;
- de niet-inwoners zonder tehuis die - op grond van de aard en het bedrag van hun in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare inkomsten - als niet-inwoners met tehuis worden beschouwd.
| 18. | Tot de categorie van de niet-inwoners met tehuis behoren : |
- de in België woonachtige buitenlandse kaderleden en vorsers die de hoedanigheid van niet-inwoner hebben en op wie het bijzondere aanslagstelsel uiteengezet in de circ. van 8.8.1983, Ci.RH.624/325.294 (Bull. 620, blz. 2061) van toepassing is;
- de in art. 4, WIB (92), bedoelde personen (buitenlandse diplomatieke ambtenaren en consulaire beroepsambtenaren, alsmede diplomatiek en consulair personeel enz.);
- de buitenlandse ambtenaren, met exceptie van fiscale woonplaats, van in België gevestigde internationale organisaties.
- welke zich kunnen beroepen op een gunstiger non-discriminatiebepaling in een door België gesloten dubbelbelastingverdrag dan die bepaald in art. 24, OESO-modelverdrag 1977 ("bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis);
- van wie de in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten ten minste 75 % van hun "wereld"-beroepsinkomsten bedragen.
- de niet-toepassing van de woningaftrek (zie nr. 12);
- de beperking van de door hen aftrekbare bestedingen (zie rubriek IV);
- de depersonalisering (of verzakelijking) van de belasting (zie rubriek V).
| 1. | Algemeen |
- de "bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis;
- sommige niet-inwoners zonder tehuis op grond van de aard en het bedrag van hun in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare inkomsten.
| 2. | "Bevoorrechte" niet-inwoners zonder tehuis |
| 3. | Niet-inwoners zonder tehuis die op grond van de aard en het bedrag van hun in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare inkomsten worden gelijkgesteld met niet-inwoners met tehuis |
| a) | Algemeen |
- ingevolge het arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991;
- door het WIB 92, gecoördineerd bij KB 10.4.1992 en bekrachtigd door de W 12.6.1992;
- door de W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen;
- ingevolge het arrest van het Arbitragehof nr. 34/94 van 26.4.1994.
| b) | Arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991 |
| c) | Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 |
| d) | W 28.12.1992 |
- inwoners van Frankrijk of Duitsland die in België een bezoldigde beroepswerkzaamheid uitoefenden, maar die niet onder de grensarbeidersregeling vielen, alsmede inwoners van het Groothertogdom Luxemburg met in België verkregen bezoldigingen;
- inwoners van een verdragsstaat die bezoldigingen verkregen ten laste van de Belgische Staat, Gemeenschappen, Gewesten, provincies, gemeenten enz. (die bezoldigingen zijn op grond van het dubbelbelastingverdrag in België belastbaar).
- de duur van de in België uitgeoefende beroepswerkzaamheid die bezoldigingen opleverde of de duur van de periode waarover in België pensioenen werden verkregen : die duur moest ten minste 9 volle maanden van het belastbare tijdperk (dit is in de regel het kalenderjaar) bedragen;
- het aandeel van de in de BNI/nat.pers. belastbare bezoldigingen en pensioenen in het geheel van de binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten : ten minste 75 % van de totale beroepsinkomsten (vrijgestelde en belastbare, binnenlandse en buitenlandse) moesten in de BNI/nat.pers. belastbare bezoldigingen of pensioenen zijn.
| e) | Arrest van het Arbitragehof nr. 34/94 van 26.4.1994 |
- art. 11 (dat art. 242, § 1, tweede lid, WIB 92, heeft vervangen);
- art. 27, § 3, tweede lid;
- art. 12 (dat art. 244, WIB 92, heeft vervangen), in zoverre het betrekking heeft op het tweede lid van art. 244, WIB 92;
- art. 28, § 3, tweede lid;
- art. 30, § 1, in zoverre het de inwerkingtreding regelt van de bepalingen van de art. 11 en 12 die betrekking hebben op de art. 242, § 1, tweede lid en 244, tweede lid, WIB 92.
- de uitsluiting van de belastingplichtigen met een zelfstandige beroepswerkzaamheid van het voordeel van de gelijkstelling is niet verantwoord;
- het criterium van "ten minste 9 volle maanden" moet niet worden toegevoegd aan het criterium van de 75 %.
| f) | Toestand na het arrest van het Arbitragehof nr. 34/94 van 26.4.1994 |
| 1° | Nieuwe voorwaarde voor de gelijkstelling |
- de "discriminatie" tussen, enerzijds, bezoldigden en gepensioneerden en, anderzijds, handelaars, industriëlen enz. en beoefenaars van vrije beroepen enz, weg te werken door de gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis die door de W 28.12.1992 is ingesteld voor bezoldigde en gepensioneerde niet-inwoners zonder tehuis uit te breiden tot niet-inwoners zonder tehuis die in België winst of baten verkrijgen;
- voor de beoordeling van de voorwaarde dat de betrokken belastingplichtigen uitsluitend of hoofdzakelijk in België belastbare beroepsinkomsten moeten hebben behaald of verkregen, nog slechts te eisen dat de in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten ten minste 75 % moeten bedragen van het geheel van hun binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten (de termijn van "9 volle maanden" vervalt dus).
| 2° | Omschrijving van de maatregel |
- die in België geen tehuis hebben behouden gedurende het volledige belastbare tijdperk (niet-inwoners zonder tehuis),
- en die in België belastbare beroepsinkomsten als vermeld in art. 140, § 2, 3°, a en e en 4° tot 7°, WIB (aj. 1991) en art. 228, § 2, 3°, a en e en 4° tot 7°, WIB 92 (vanaf aj. 1992) hebben behaald of verkregen,
- in zover die inkomsten ten minste 75 % bedragen van het geheel van hun binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten.
| 3° | Bedoelde inkomsten |
- winst opgebracht door bemiddeling van Belgische inrichtingen als vermeld in art. 141, WIB (aj. 1991) en art. 229, WIB 92 (vanaf aj. 1992) [met inbegrip van de vastgestelde of verwezenlijkte meerwaarden op zulke inrichtingen of op hun activabestanddelen] (De tussen [] geplaatste tekst geldt slechts met ingang van aj. 1993);
- winst die, zonder bemiddeling van Belgische inrichtingen, voortkomt uit de vervreemding of de verhuring van in België gelegen onroerende goederen of uit de vestiging [of de overdracht] (de tussen [] geplaatste tekst geldt slechts met ingang van aj. 1993) van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten;
- winst die, zonder bemiddeling van Belgische inrichtingen, voortkomt uit de hoedanigheid van vennoot in een burgerlijke vennootschap of een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid als vermeld in art. 25, § 1, tweede lid, WIB (aj. 1991) en art. 29, § 2, WIB 92 (vanaf aj. 1992);
- baten als vermeld in art. 20, 3°, WIB (aj. 1991) en art. 23, § 1, 2°, WIB 92 (vanaf aj. 1992) die voortkomen uit een in België uitgeoefende werkzaamheid;
- winst en baten die betrekking hebben op een vorige zelfstandige beroepswerkzaamheid die in België werd uitgeoefend door de verkrijger of door de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is;
- in art. 20, 2° en 5°, WIB (aj. 1991) en art. 23, § 1, 4° en 5°, WIB 92 (vanaf aj. 1992) vermelde bezoldigingen, pensioenen, renten en toelagen, ten laste :
| 1° | van een rijksinwoner; |
| 2° | van een binnenlandse vennootschap of van een vereniging, instelling of lichaam met maatschappelijke zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer in België; |
| 3° | van de Belgische Staat, Gemeenschappen, Gewesten, provincies, agglomeraties, federaties van gemeenten en gemeenten; |
| 4° | van een inrichting waarover een in art. 139, WIB (aj. 1991) en art. 227, WIB 92 (vanaf aj. 1992) bedoelde niet-inwoner in België beschikt; |
- bezoldigingen als vermeld in art. 20, 2°, WIB (aj. 1991) en art. 23, § 1, 4°, WIB 92 (vanaf aj. 1992) ten laste van een in art. 139, WIB (aj. 1991) en art. 227, WIB 92 (vanaf aj. 1992) bedoelde niet-inwoner uit hoofde van een in België uitgeoefende werkzaamheid door een verkrijger die er in een belastbaar tijdperk gedurende meer dan 183 dagen verblijft.
- de beroepsinkomsten die vrijgesteld zijn op grond van art. 142, WIB (aj. 1991) en de art. 230 en 231, WIB 92 (vanaf aj. 1992) of krachtens een door België gesloten dubbelbelastingverdrag;
- de beroepsinkomsten die niet aan een regularisatie in de BNI/nat.pers. onderworpen zijn, nl. :
- de in art. 140, § 2, 3°, b en c, WIB (aj. 1991) en art. 228, § 2, 3°, b en c, WIB 92 (vanaf aj. 1992)(Vanaf aj. 1993 is de voorheen in art. 228, § 2, 3°, c, WIB 92, vermelde winst begrepen in de in art. 228, § 2, 8°, WIB 92, opgenomen inkomsten die voortkomen uit een in België door een podiumkunstenaar of een sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid. Die inkomsten zijn geen beroepsinkomsten en komen dus niet in aanmerking voor de beoordeling van de gelijkstelling) vermelde winst;
- de winst of de baten van niet-inwonende vennoten of leden van een (binnenlandse of buitenlandse) burgerlijke vennootschap of vereniging zonder rechtspersoonlijkheid als vermeld in art. 229, § 3, WIB 92, voor zover art. 248, tweede lid, 1°, WIB 92, daadwerkelijk wordt toegepast (de belasting op die winst of baten is dan gelijk aan de erop betrekking hebbende BV en er is geen regularisatie in de BNI/nat.pers.) (van toepassing vanaf aj. 1993).
| 4° | Voorwaarde voor de gelijkstelling : de 75 % regel |
-
eerste term :het totale bedrag van de in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten;
-
tweede term :het totale bedrag van de in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten, van de binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en van de buitenlandse beroepsinkomsten.
| 50.1° |
De Heer en Mevrouw Zondervan, inwoners van Luxemburg, waren in 1994 beiden als bediende tewerkgesteld in een Belgische onderneming. De man heeft een nettobezoldiging van 800.000 F verkregen (overeenstemmend met een werkzaamheid gedurende het volledige jaar 1994).
De vrouw heeft een nettobezoldiging van 500.000 F verkregen (overeenstemmend met een volledige tewerkstelling van 1.1.1994 tot en met 30.6.1994).
Tijdens de periode van 1.7.1994 tot 31.12.1994 werkte zij voor een Luxemburgse onderneming waarvoor zij een nettobezoldiging van 400.000 F heeft ontvangen.
Beoordeling van de voorwaarde voor de gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis :
|
| . | de man vervult de voorwaarde m.b.t. de 75 %; |
| . | de vrouw vervult de voorwaarde m.b.t. de 75 % echter niet want 500.000 F is immers lager dan 675.000 F (900.000 F x 75 %); |
| . | beide echtgenoten samen vervullen evenwel de voorwaarde m.b.t. de 75 %. Immers 1.300.000 F (800.000 F + 500.000 F) is hoger dan 1.700.000 F (800.000 F + 500.000 F + 400.000 F) x 75 %, zijnde 1.275.000 F. |
| 51.2° |
De Heer en Mevrouw Quesquater, inwoners van Frankrijk, hebben in 1994 de volgende beroepsinkomsten verkregen :
Man : Belgisch overheidspensioen : 1.050.000 F (12m);
Vrouw :
|
- Belgisch overheidspensioen : 150.000 F (12 m);
- Belgisch privé-pensioen : 580.000 F (12 m).
- de man vervult de 75 %-voorwaarde;
- de vrouw vervult de 75 %-voorwaarde evenwel niet (150.000 F is lager dan 730.000 F x 75 %, zijnde 547.500 F);
-
beide echtgenoten samen vervullen evenmin de 75 %-voorwaarde (immers 1.050.000 F + 150.000 F = 1.200.000 F is lager dan 75 % van 1.050.000 F + 150.000 F + 580.000 F of 75 % van 1.780.000 F, zijnde 1.335.000 F).Vermits de voorwaarde voor de gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis niet vervuld is, zullen de echtgenoten in de BNI/nat.pers. worden belast als "gewone" niet-inwoners zonder tehuis (d.w.z. overeenkomstig art. 243, WIB 92).
- in de eerste term van de vergelijking worden de bezoldigingen als kaderlid enz. die betrekking hebben op de in België uitgeoefende beroepswerkzaamheid (in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare bezoldigingen) alsmede de eventuele andere in de BNI/nat.pers. belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten opgenomen;
- in de tweede term van de vergelijking komen voor:
- het totale bedrag van de bezoldigingen als kaderlid enz. (met inbegrip van die welke verband houden met de in het buitenland uitgeoefende beroepswerkzaamheid);
- de eventuele andere in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten, de binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en de buitenlandse beroepsinkomsten.
| 5° | Gevolgen van de gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis |
- de betrokken belastingplichtigen recht hebben op de aftrek van dezelfde bestedingen als de niet-inwoners met tehuis, d.w.z. dat de bepalingen van art. 27, § 1, eerste lid, W 28.12.1992 (voor aj. 1991) en van art. 242, § 1, eerste lid, WIB 92 (voor aj. 1992 en volgende aj.) op hen van toepassing zijn;
- voor de betrokken belastingplichtigen bij de berekening van de BNI/nat.pers. dezelfde bepalingen gelden als voor niet-inwoners met tehuis, d.w.z. dat de regels die opgenomen zijn in art. 28, § 3, eerste lid, W. 28.12.1992 (voor aj. 1991) en in art. 244, eerste lid, WIB 92 (voor aj. 1992 en volgende aj.) op hen van toepassing zijn.
- bezoldigde of gepensioneerde (Zie evenwel nr. 37 voor de gepensioneerde niet-inwoners zonder tehuis) niet-inwoners zonder tehuis aan wie de gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis werd geweigerd, omdat zij de voorwaarde van de "9 volle maanden" niet vervulden (doch wel de huidige voorwaarde, in casu de 75%-regel);
- niet-inwoners zonder tehuis die in art. 228, § 2, 3°, a en e, 4° en 5°, WIB 92, bedoelde beroepsinkomsten (winst van nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen, baten van vrije beroepen enz. of winst en baten m.b.t. een vorige in België uitgeoefende zelfstandige beroepswerkzaamheid) hebben verkregen, en die - wegens de beperking van die gelijkstelling tot bezoldigden en gepensioneerden - van de gelijkstelling met niet-inwoners met tehuis waren uitgesloten.
- ingevolge een tijdig en gemotiveerd bezwaarschrift;
- ambtshalve op grond van art. 376, WIB 92.
| 1. | Algemeen |
| 2. | Door niet-inwoners zonder tehuis aftrekbare bestedingen |
- 80 % van de onderhoudsuitkeringen of als zodanig geldende kapitalen als vermeld in art. 71, § 1, 3°, WIB (aj. 1991) en art. 104, eerste lid, 1° en 2°, WIB 92 (vanaf aj. 1992)(In art. 104, eerste lid, 2°, WIB 92, zijn bedoeld : de onderhoudsuitkeringen of de aanvullende onderhoudsuitkeringen die de belastingplichtige verschuldigd is, doch die na het belastbare tijdperk waarop zij betrekking hebben betaald worden ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing waarbij het bedrag ervan met terugwerkende kracht wordt vastgesteld of verhoogd (terugwerkend gedeelte van de onderhoudsuitkeringen) (van toepassing vanaf aj. 1992), voor zover de verkrijger van de uitkering een rijksinwoner is;
- giften betaald aan de Belgische instellingen als vermeld in art. 71, § 1, 4°, a tot h, 5° en 10°, WIB (aj. 1991) en art. 104, eerste lid, 3°, a tot h, 4° en 5°, WIB 92 (vanaf aj. 1992);
- de termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten (met uitsluiting van onroerende leasing) als vermeld in art. 71, § 1, 6°, WIB (aj. 1991) en art. 104, eerste lid, 11°, WIB 92 (vanaf aj. 1992), voor zover die sommen of bestedingen betrekking hebben op een in België gelegen onroerend goed.
- de onderhoudsuitkeringen en als zodanig geldende kapitalen als vermeld in art. 71, § 1, 3°, WIB (aj. 1991) en art. 104, eerste lid, 1° en 2°, WIB 92 (vanaf aj. 1992), wanneer de verkrijger van de uitkering (of van het kapitaal) geen rijksinwoner is;
- de termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten als vermeld in art. 71, § 1, 6°, WIB (aj. 1991) en art. 104, eerste lid, 11°, WIB 92 (vanaf aj. 1992), wanneer het recht van erfpacht of van opstal of enig ander gelijkaardig onroerend recht betrekking heeft op in het buitenland gelegen onroerende goederen.
| 1° | 80 % van de onderhoudsuitkeringen of van de kapitalen die zulke uitkeringen vervangen (cf. art. 71, § 1, 3°, WIB voor aj. 1991 en art. 104, eerste lid, 1° en 2°, WIB 92, vanaf aj. 1992), op voorwaarde dat de verkrijger van de uitkering (of van het kapitaal) een rijksinwoner is; |
| 2° | giften (cf. art. 71, § 1, 4°, 5° en 10°, § 2, derde en vierde lid en § 3ter, WIB, voor aj. 1991 en de art. 104, eerste lid, 3° tot 5° en 107 tot 111, WIB 92, vanaf aj. 1992); |
| 3° |
| 4° | 80 % van de uitgaven voor kinderoppas (cf. art. 104, eerste lid, 7°, 113 en 114, WIB 92, vanaf aj. 1992) (Voor aj. 1991 kunnen de uitgaven voor kinderoppas (cf. art. 15, W 7.12.1988) niet worden afgetrokken door niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden, omdat art. 149, § 2, WIB, slechts de in titel II, hoofdstuk II, afdeling VI van het WIB (d.w.z. de art. 71 en 72, WIB) vermelde uitgaven beoogt en niet art. 15, W 7.12.1988 dat de aftrek van die uitgaven heeft ingevoerd, vanaf aj. 1992 is die aftrek wel mogelijk omdat art. 242, WIB 92, de in titel II, Hoofdstuk II, afdeling VI van het WIB 92 (d.w.z. de art. 104 tot 125, WIB 92) vermelde uitgaven beoogt die de uitgaven voor kinderoppas als bedoeld in de art. 104, eerste lid, 7°, 113 en 114, WIB 92, omvatten); |
| 5° | de helft tot ten hoogste 250.000 F (te indexeren bedrag) van het niet door subsidies gedekt gedeelte van de uitgaven voor onderhoud en restauratie van beschermde onroerende goederen (cf. art. 71, § 1, 9°, WIB, voor aj. 1991 en art. 104, eerste lid, 8°, WIB 92, vanaf aj. 1992); |
| 6° | interest van vanaf 1.5.1986 gesloten hypothecaire leningen met een looptijd van ten minste 10 jaar voor het bouwen of in nieuwe staat verwerven van een in België gelegen enige woning (cf. art. 71, § 1, 11° en § 2ter, WIB, voor aj. 1991 en de art. 104, eerste lid, 9°, 115 en 116, WIB 92, vanaf aj. 1992); |
| 7° | de termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten, met uitsluiting van onroerende leasing (cf. art. 71, § 1, 6° en § 2, eerste lid, WIB, voor aj. 1991 en art. 104, eerste lid, 11°, en tweede lid, WIB 92, vanaf aj. 1992), op voorwaarde dat die bestedingen betrekking hebben op een in België gelegen onroerend goed; |
| 8° | betalingen voor het pensioensparen (cf. art. 72, WIB, voor aj. 1991 en de art. 104, eerste lid, 10° en 117 tot 125, WIB 92, voor aj. 1992) met dien verstande dat die betalingen alleen mogen worden afgetrokken door een niet-inwoner met tehuis of ermede gelijkgestelde persoon die op 31 december van het jaar waarin de spaarrekening is geopend of de spaarverzekering is aangegaan, de hoedanigheid van rijksinwoner had (zie 104/312 en 321, Com.IB). |
| 1. | Algemeen |
- de W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen;
- het arrest nr. 34/94 van 26.4.1994 van het Arbitragehof;
- de W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen.
| 2. | Niet-inwoners zonder tehuis |
| 3. | Niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden |
- in art. 27, § 3, eerste lid, W 28.12.1992 (een van art. 149, § 2, WIB, afwijkende bepaling die alleen voor aj. 1991 geldt) (De door art. 86, W 6.7.1994 in art. 27, § 3, eerste lid, W 28.12.1992 aangebrachte wijziging betreft alleen de rechtzetting van een materiële vergissing (verwijzing naar § 2 i.p.v. naar § 1 van art. 27, W 28.12.1992);
- in art. 242, § 1, eerste lid, WIB 92, vanaf aj. 1992 (die bepaling is niet gewijzigd door de W 28.12.1992);
- in art. 27, § 3, tweede lid, W 28.12.1992 (een van art. 149, § 2, WIB, afwijkende bepaling die alleen voor aj. 1991 geldt);
- in art. 242, § 1, tweede lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 11, W 28.12.1992, vanaf aj. 1992.
| 1. | W 28.7.1992 |
| a) | Algemeen |
| b) | Draagwijdte |
| 2. | W 6.7.1994 |
| a) | Algemeen |
| b) | Draagwijdte |
| 1. | Algemeen |
| 2. | Draagwijdte |
| 1. | Algemeen |
- art. 314, W 22.12.1989 houdende fiscale bepalingen (van toepassing met ingang van aj. 1991);
- art. 10, W 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet fiscale bepalingen (van toepassing met ingang van aj. 1991);
- het arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991 (van toepassing vanaf aj. 1991);
- het WIB 92, gecoördineerd bij KB 10.4.1992 en bekrachtigd door de W 12.6.1992 (van toepassing met ingang van aj. 1992).
| 2. | De hervorming van de BNI (W 22.12.1989) |
| a) | Algemeen |
| b) | Categorieën van niet-inwoners |
- niet-inwoners die gedurende het volledige belastbare tijdperk een tehuis in België hebben behouden (niet-inwoners met tehuis);
- niet-inwoners die gedurende het volledige belastbare tijdperk in België geen tehuis hebben behouden (niet-inwoners zonder tehuis).
| c) | Niet-inwoners met tehuis |
| d) | Bevoorrechte niet-inwoners zonder tehuis |
| e) | Gewone niet-inwoners zonder tehuis |
- de belastingvrije sommen en de toeslagen erop wegens gezinslasten (art. 6, W 7.12.1988 - thans art. 131 tot 145, WIB 92);
- de belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten (art. 87ter, WIB en art. 18, W 7.12.1988 - thans art. 146 tot 154, WIB 92);
- de vermeerdering en bonificatie inzake voorafbetalingen (art. 89 tot 91 en 93bis, WIB - thans art. 157 tot 168 en 175 tot 177, WIB 92);
- de beperkte onderwerping aan de Belgische belasting van deze personen houdt in dat zij in principe geen recht hebben op de woningaftrek en er bij de berekening van de belasting geen vermindering dient te worden toegekend i.v.m. hun persoonlijke toestand of hun gezinstoestand;
- het komt toe aan de woonplaatsstaat waar de niet-inwoner onderworpen is aan een belasting op zijn wereldinkomen om analoge aftrekken toe te staan; er moet worden vermeden dat verminderingen van die aard tweemaal, dit is in de woonplaatsstaat en in de bronstaat, worden toegekend;
- het in de art. 7, § 1 en 8, hervormingswet 1988 vastgelegde PB-barema wordt toegepast vanaf het moment dat deze belastingplichtigen in België een inkomen verkrijgen of behalen, hoe klein ook (d.w.z. zonder vrijgestelde som); het vloeit logischerwijze voort uit het feit dat in tegenstelling met de rijksinwoners enkel een, soms weinig belangrijk, gedeelte van hun inkomsten in België wordt belast (cf. Senaat, Zitting 1989-1990, Memorie van Toelichting, Stuk 806/1, blz. 85).
| 3. | W 28.12.1990 |
- de art. 73 en 75, WIB en de art. 1 en 2, W 7.12.1988 (thans art. 126 tot 128, WIB 92) eveneens van toepassing zijn op niet-inwoners zonder tehuis; dit houdt m.a.w. in dat de in de PB geldende regels i.v.m. de samenvoeging van andere inkomsten dan beroepsinkomsten van echtgenoten en van de inkomsten van de kinderen met die van hun ouders alsmede de vestiging van de aanslag op naam van beide echtgenoten (art. 73, WIB - thans art. 126, WIB 92), de afzondering van de beroepsinkomsten van echtgenoten (art. 2, W 7.12.1988 - thans art. 127, WIB 92) en de kwalificatie van gehuwde personen als alleenstaanden voor het jaar van huwelijk, ontbinding van het huwelijk enz. (art. 75, WIB - thans art. 128, WIB 92) eveneens gelden voor de berekening van de BNI/nat.pers. bij niet-inwoners zonder tehuis;
- de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten eveneens worden verleend aan niet-inwoners zonder tehuis, doch berekend worden volgens bijzondere regels die afwijken van die welke gelden inzake PB (zie ter zake de nrs. 4 tot 9, circ. 25.7.1991, Ci.RH.331/425.436, Bull. 708, blz. 1959 voor de belastingverminderingen van aj. 1991 en de nrs. 5 tot 22, circ. 7.7.1992, Ci.RH.331/438.115, Bull. 719, blz. 2155 voor de belastingverminderingen van aj. 1992) (De voor de aj. 1991 tot 1995 geldende maximumbedragen van de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten voor niet-inwoners zonder tehuis zijn opgenomen in bijlage 2, II).
| 4. | Arrest van het Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991 |
| 5. | Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 |
- art. 243, WIB 92 (oorsprong : art. 150, § 1, WIB, gewijzigd bij art. 314, W 22.12.1989 en bij art. 10, W 28.12.1990);
- art. 244, lid 1, WIB 92 (oorsprong : art. 150, § 2, WIB, gewijzigd bij art. 314, W 22.12.1989);
- art. 244, lid 2, WIB 92 (oorsprong : arrest Arbitragehof nr. 34/91 van 21.11.1991 - BS 14.12.1991);
- art. 245, WIB 92 (oorsprong : art. 150, § 3, WIB, gewijzigd bij art. 314, W 22.12.1989).
| 1. | Algemeen |
- aj. 1991 : art. 28, §§ 1, 2, 4 en 7, W 28.12.1992 (een van art. 150, § 1, WIB, afwijkende bepaling die alleen voor aj. 1991 geldt), zoals gewijzigd door art. 87, W 6.7.1994;
- aj. 1992 :
- art. 29, W 28.12.1992 (een van art. 243, WIB 92, afwijkende bepaling die alleen voor aj. 1992 geldt);
- art. 244bis, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 13, W 28.12.1992 en gewijzigd door art. 37, W 6.7.1994;
- art. 245, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92 bij de coördinatie door KB 10.4.1992.
- aj. 1991 : art. 28, §§ 1, 3, 4 en 7, W 28.12.1992 (een van art. 150, § 2, WIB, afwijkende bepaling die alleen voor aj. 1991 geldt), dat echter gedeeltelijk is vernietigd door het Arbitragehof bij arrest nr. 34/94 van 26.4.1994;
- aj. 1992 :
- art. 244, WIB 92, zoals vervangen door art. 12, W 28.12.1992, dat echter gedeeltelijk is vernietigd door het Arbitragehof bij arrest nr. 34/94 van 26.4.1994;
- art. 244bis, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 13, W 28.12.1992 en gewijzigd door art. 37, W 6.7.1994;
- art. 245, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92 bij de coördinatie door KB 10.4.1992.
| 2. | Wijzigingen ingevolge de W 28.12.1992 en de W 6.7.1994 |
| a) | Algemeen |
- wijzigingen die betrekking hebben op niet-inwoners zonder tehuis;
- wijzigingen die betrekking hebben op niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden;
- wijzigingen die slaan op gehuwde niet-inwoners (met of zonder tehuis).
| b) | Wijzigingen m.b.t. niet-inwoners zonder tehuis |
| 1° | Algemeen |
- de aanslag van echtgenoten en hun kinderen;
- de toekenning en de toerekening van een deel van de beroepsinkomsten aan de andere echtgenoot en de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten;
- de gelijkstelling van sommige bezoldigde en gepensioneerde niet-inwoners zonder tehuis met niet-inwoners met tehuis (ter zake wordt verwezen naar rubriek III, zie nrs. 33 tot 37).
| 2° | Aanslag van echtgenoten en hun kinderen |
| Aj. | 1991 |
- de principiële samenvoeging van de belastbare inkomsten van de echtgenoten en van de inkomsten van de kinderen met die van hun ouders wanneer de ouders het wettelijk genot van die inkomsten hebben, zomede de vestiging van de aanslag op naam van beide echtgenoten (art. 73, WIB);
- de afzondering van de beroepsinkomsten van de echtgenoot die het minst zulke inkomsten heeft (art. 2 en 5, W 7.12.1988);
- de toekenning van een meewerkinkomen (art. 63, § 2, WIB, en de art. 3 en 5, W 7.12.1988);
- de toerekening van het huwelijksquotiënt (art. 4 en 5, W 7.12.1988);
- de afzonderlijke vaststelling en vestiging van de belasting voor iedere echtgenoot in het jaar van huwelijk, ontbinding van het huwelijk enz. (art. 75, WIB);
- de aanrekening van de verliezen van een echtgenoot op de inkomsten van de andere echtgenoot (art. 76, WIB).
| Aj. | 1992 |
- de toekenning van een meewerkinkomen, d.w.z. dat een deel van de winst, de baten en de bezoldigingen van werkende vennoten wordt toegekend aan de echtgenoot die de andere echtgenoot werkelijk helpt in het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid (cf. art. 63, § 2, WIB, en de art. 3 en 5, W 7.12.1988 voor aj. 1991 en de art. 86 en 89, WIB 92, vanaf aj. 1992);
- de toerekening van een huwelijksquotiënt, d.w.z. dat een deel van de beroepsinkomsten van de ene echtgenoot wordt toegerekend aan de andere echtgenoot die geen of slechts geringe beroepsinkomsten heeft (cf. art. 4 en 5, W 7.12.1988 voor aj. 1991 en art. 87, 88 en 89, WIB 92, vanaf aj. 1992);
- de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten zoals die inzake PB gelden (cf. art. 87ter, WIB, en art. 18, W 7.12.1988 voor aj. 1991 en de art. 146 tot 154, WIB 92, vanaf aj. 1992).
| 123. | Die administratieve praktijk werd bekrachtigd : |
| 1° |
voor aj. 1991 :
door art. 87, 1°, W 6.7.1994 dat art. 28, § 3, eerste lid, W 28.12.1992, aanvult met een zinsnede waarin is gesteld dat voor de toepassing van art. 87ter, WIB, en van de art. 3 tot 5, W 7.12.1988 (m.a.w. voor de vaststelling van de belastingverminderingen voor pensioenen, vervangingsinkomsten, brugpensioenen, werkloosheidsuitkeringen en wettelijke ZIV-vergoedingen, de toekenning van een meewerkinkomen en de toerekening van het huwelijksquotiënt) het geheel van de binnenlandse en buitenlandse (beroeps)inkomsten (in voorkomend geval van beide echtgenoten) in aanmerking wordt genomen;
|
| 2° |
vanaf aj. 1992 :
door art. 12, W 28.12.1992 dat art. 244, eerste lid, WIB 92, aanvult met een zinsnede waarin is gesteld dat voor de toepassing van de art. 86 tot 89 en 146 tot 154, WIB 92 (m.a.w. voor de toekenning van een meewerkinkomen, de toerekening van het huwelijksquotiënt en de vaststelling van de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten) het geheel van de binnenlandse en buitenlandse (beroeps) inkomsten (in voorkomend geval van beide echtgenoten) in aanmerking wordt genomen.
|
- een deel van de beroepsinkomsten aan de andere echtgenoot toegerekend (30 % met een maximum van 270.000 F - te indexeren bedrag);
- een zodanig deel van de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot toegerekend aan de echtgenoot met de laagste beroepsinkomsten dat de som van zijn eigen beroepsinkomsten en het toegerekende deel 30 % van dat totale bedrag bereikt met een maximum van 270.000 F (te indexeren bedrag).
- 278.000 F voor aj. 1991;
- 288.000 F voor aj. 1992 (Voor de aj. 1993 tot 1995 is het geïndexeerde basisbedrag van 270.000 F gelijk aan 297.000 F).
- alleen de in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten van de echtgenoten komen in aanmerking om te bepalen aan wie van de echtgenoten het huwelijksquotiënt wordt toegerekend (d.w.z. aan de echtgenoot met de laagste in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten) en om het bedrag van de beroepsinkomsten te bepalen dat aanleiding geeft tot de toerekening van het huwelijksquotiënt (d.w.z. de in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten van één der echtgenoten of van de beide echtgenoten);
- om vast te stellen of de eigen beroepsinkomsten van de echtgenoot aan wie het huwelijksquotiënt eventueel kan worden toegerekend het grensbedrag van 270.000 F (te indexeren bedrag) bereiken, worden zowel de in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten, de binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld, als de buitenlandse beroepsinkomsten van die echtgenoot in aanmerking genomen;
- van het bedrag van het toegerekende huwelijksquotiënt (30 % van de in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten van de andere echtgenoot of 30 % van de in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten van beide echtgenoten, verminderd met de eigen in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten van de echtgenoot met de laagste beroepsinkomsten) worden dan nog de binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en de buitenlandse beroepsinkomsten van de echtgenoot met de laagste beroepsinkomsten afgetrokken.
- 361.000 F voor aj. 1991;
- 373.000 F voor aj. 1992 (Voor de aj. 1993 tot 1995 is het geïndexeerde basisbedrag van 350.000 F gelijk aan 385.000 F).
- de in de BNI/nat.pers. belastbare beroepsinkomsten van die echtgenoot;
- de binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld van die echtgenoot;
- de buitenlandse beroepsinkomsten van die echtgenoot.
- verkrijger van het huwelijksquotiënt : de echtgenote (haar- vrijgestelde-beroepsinkomsten van 180.000 F zijn immers lager dan het grensbedrag van 288.000 F);
- grondslag van het huwelijksquotiënt : 750.000 F;
- bedrag van het huwelijkquotiënt : 750.000 F x 30 % = 225.000 F;
- vermindering van het huwelijksquotiënt : 225.000 F - 180.000 F = 45.000 F.
- maximumbelastingvermindering voor echtgenoten : 64.994 F;
- evenredige berekening van de belastingvermindering : 64.994 F x [750.000/850.000 + 180.000 + 60.000] = 44.721 F;
-
afbouw van de belastingvermindering : 44.721 F x 1/3 + 44.721 x 2/3 x [1.320.000 - 1.090.000/660.000]= 14.907 F + 10.390 F = 25.297 F.
| d) | Wijzigingen m.b.t. gehuwde niet-inwoners met of zonder tehuis |
| 1° | Belasting als alleenstaanden |
- de belastingvrije som voor echtgenoten steeds tweemaal moest worden toegekend, zelfs indien geen huwelijksquotiënt werd verleend;
- de toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste steeds moesten worden toegekend aan de echtgenoot die de in de BNI/nat.pers. belastbare inkomsten verkreeg, zelfs wanneer gelijkaardige belastingverminderingen in de woonstaat werden verleend aan de andere echtgenoot.
- een gehuwde belastingplichtige (niet-inwoner met of zonder tehuis) van wie de echtgenoot geen in de BNI/nat.pers. belastbare inkomsten verkrijgt, als alleenstaande wordt belast, wanneer die echtgenoot buitenlandse beroepsinkomsten of binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld verkrijgt die meer dan 270.000 F (te indexeren bedrag) bedragen;
- de toeslagen op de belastingvrije som wegens gezinslasten slechts worden verleend wanneer de beroepsinkomsten van de aan de BNI/nat.pers. onderworpen echtgenoot hoger zijn dan de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot.
- slechts één van de echtgenoten in België aan de BNI/nat.pers. onderworpen inkomsten verkrijgt; en
- de andere echtgenoot binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld of buitenlandse beroepsinkomsten verkrijgt van meer dan 270.000 F (te indexeren bedrag).
- binnenlandse beroepsinkomsten die in België evenwel bij overeenkomst zijn vrijgesteld;
- buitenlandse beroepsinkomsten.
- 278.000 F voor aj. 1991;
- 288.000 F voor aj. 1992 (Voor de aj. 1993 tot 1995 is het geïndexeerde basisbedrag van 270.000 F gelijk aan 297.000 F).
- geen huwelijksquotiënt kan worden toegerekend en geen meewerkinkomen kan worden toegekend;
- de (éénmalige) belastingvrije som van alleenstaande (165.000 F) wordt verleend (dat bedrag wordt geïndexeerd overeenkomstig art. 8, W 7.12.1988 en art. 178, WIB 92);
- de regels i.v.m. de aanslag van echtgenoten zonder voorwerp worden (de aanslag in de BNI/ nat.pers. moet worden gevestigd op naam van de echtgenoot die in de BNI/nat.pers. belastbare inkomsten heeft verkregen);
- bij de berekening van de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten alleen acht wordt geslagen op de inkomsten van de aan de BNI/nat.pers. onderworpen echtgenoot.
| 2° | Toeslagen op de belastingvrije som wegens gezinslasten |
- de toeslagen voor kinderen ten laste;
- de bijkomende toeslag van 10.000 F (te indexeren bedrag) voor ieder kind dat de leeftijd van 3 jaar niet heeft bereikt op 1.1 van het aj. en voor wie geen uitgaven voor kinderoppas zijn afgetrokken;
- de toeslag voor andere personen ten laste;
- de toeslag voor de gehandicapte belastingplichtige;
- de toeslag voor gehandicapte personen ten laste.
| 3° | Toepassingsvoorbeeld (aj. 1992) |
| 1. | Algemeen |
| 2. | Draagwijdte |
- de art. 157 tot 168, WIB 92 (vermeerdering van de belasting ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan);
- de art. 145/1, 1° tot 4°, 145/2 tot 145/7 en 145/17 tot 145/20, WIB 92 (belastingverminderingen voor het lange termijnsparen en voor het bouwsparen, met uitsluiting van de belastingvermindering verleend op betalingen voor het pensioensparen).
| 1. | Algemeen |
| 2. | Aanvullende crisisbijdrage (ACB) |
| 1. | Algemeen |
- art. 243, tweede lid, WIB 92, wordt vervangen door een nieuwe bepaling (cf. art. 17, W 30.3.1994); die wijziging heeft betrekking op de belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten ter zake van de BNI/nat.pers. voor niet-inwoners zonder tehuis;
- art. 243, derde lid, WIB 92, wordt aangevuld met een verwijzing naar de art. 145/21 tot 145/23, WIB 92 (cf. art. 97, W 21.12.1994); die aanpassing betreft de belastingvermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen, die dus ook in de BNI/nat.pers. voor niet-inwoners zonder tehuis geldt.
| 2. | Draagwijdte |
| a) | Belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten |
| 1° | Niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden |
| 2° | Niet-inwoners zonder tehuis |
- voor niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden op grond van art. 244, WIB 92, dat verwijst naar de regels bepaald in titel II, hoofdstuk III van het WIB 92, dat de art. 145/21 tot 145/23, WIB 92, omvat;
- voor niet-inwoners zonder tehuis op grond van art. 243, derde lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 97, W 21.12.1994 : de verwijzing naar de art. 145/21 tot 145/23, WIB 92, is thans opgenomen in art. 243, derde lid, WIB 92.
- ofwel ambtshalve wanneer de overbelastingen door de administratie zijn vastgesteld of door de belastingplichtige aan de administratie zijn bekendgemaakt binnen een termijn van één jaar vanaf de bekendmaking van de W 28.12.1992 in het Belgisch Staatsblad;
- ofwel ingevolge een gemotiveerd bezwaarschrift ingediend binnen dezelfde termijn bij de directeur der belastingen van de provincie of het gewest in wiens ambtsgebied de aanslag is gevestigd.
| 1° | m.b.t. niet-inwoners zonder tehuis : wanneer de belastingplichtige inkomsten heeft behaald of verkregen die gezamenlijk zijn belast, maar die overeenkomstig art. 93, WIB, in principe afzonderlijk moeten worden belast (tenzij de volledige globalisatie voordeliger is voor de belastingplichtige), zoals opzegvergoedingen, achterstallige bezoldigingen enz. (cf. art. 28, § 2, vierde lid, W 28.12.1992). |
| 2° | m.b.t. niet-inwoners met tehuis en ermede gelijkgestelden : wanneer een niet-inwoner zonder tehuis is belast overeenkomstig de regels van art. 150, § 1, WIB, doch de voorwaarden vervult om gelijkgesteld te worden met een niet-inwoner met tehuis. |
NAMENS DE MINISTER :Voor de Directeur-generaal :De Auditeur-generaal,
M. CHERPION.
