Circulaire nr. Ci.RH.242/529.351 d.d. 07.04.2000
LOONFICHE
Fiche 281.10
SAMENVATTENDE OPGAVE
Opgave 325.10
VERGOEDING
Vrijgestelde vergoeding
Vrijwillige brandweerman
Vrijwilliger van de Civiele Bescherming
De vrijstelling tot 60.000 BEF van de vergoedingen aan vrijwilligers van de brandweer en van de Civiele bescherming is ook van toepassing op de vanaf 1999 betaalde of toegekende uittredingsvergoedingen.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+, 2 en 3.
In zijn antwoord op de mondelinge parlementaire vraag nr. 686 van Volksvertegenwoordiger Jozef Van Eetvelt (Bull. 802) heeft de Minister van Financiën beslist dat de vergoedingen die bij de uitdiensttreding aan vrijwilligers van de openbare brandweerkorpsen van de Civiele Bescherming worden betaald of toegekend eveneens vrijgesteld zijn op grond van artikel 38, eerste lid, 12°, WIB 92.
Die vrijstelling tot het beloop van 60.000 BEF (67.000 BEF of 1660,89 EUR voor aanslagjaar 2000), is van toepassing op de vanaf 1999 betaalde of toegekende vergoedingen mits en in de mate die vrijstelling niet op de vergoedingen en premies voor enigerlei prestaties is toegepast.
Een afschrift van het bericht aan de schuldenaars van vergoedingen van de betrokken vrijwilligers dat ingevolge die beslissing in het BS van 16.03.2000 is gepubliceerd, is als bijlage toegevoegd.
De nrs. 31/78 en 38/33.1 Com.IB 92 zullen in de voormelde zin worden aangepast.
BIJLAGE
Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit.
Directe belastingen.
Bericht aan de schuldenaars van vergoedingen van de vrijwilligers van de openbare brandweerkorpsen en van de Civiele Bescherming.
De Minister van Financiën heeft beslist dat de vergoedingen die bij de uitdiensttreding aan vrijwilligers van de openbare brandweerkorpsen en van de Civiele Bescherming worden betaald of toegekend ook in aanmerking komen voor vrijstelling van belasting op grond van artikel 38, eerste lid, 12° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
Die vrijstelling is van toepassing op de vanaf 1999 betaalde of toegekende vergoedingen, ongeacht de benaming (erkentelijkheids-, getrouwheids-, afscheids-, uittredings-, of waarderingspremie) en is beperkt tot 60.000 BEF (67.000 BEF of 1660,89 EUR voor aanslagjaar 2000).
Wanneer voormelde vergoedingen bij uitdiensttreding en de vergoedingen en premies voor enigerlei prestaties (prestatievergoedingen) tezamen het bedrag van 67.000 BEF (1660,89 EUR) voor het jaar 1999 overtreffen, moet dus alleen het gedeelte van het totaal bedrag van die vergoedingen dat het bedrag van 67.000 BEF (1660,89 EUR) overschrijdt als een belastbare bezoldiging worden aangemerkt en op een individuele fiche nr. 281.10 tegenover kenletter "T" en op de samenvattende opgave nr. 325.10 worden vermeld. De bedrijfsvoorheffing die in 1999 in verband met de voormelde uittredingsvergoedingen zou zijn aangegeven en gestort, moet echter voor zover ze niet zijn teruggevorderd integraal op die fiches en opgaven worden vermeld. Wat de mededelingen van de fiches 281.10 en de opgaven 325.10 op magnetische informatiedrager - project BELCOTAX - betreft, wordt de aandacht gevestigd op de richtlijnen die terzake zijn opgenomen op blz. 33 tegenover zone nr. 2.32 van de brochure BELCOTAX - inkomsten 1999.
Aangezien de voormelde vrijstelling slechts éénmaal en op het totaal bedrag van de uittredingsvergoedingen en prestatievergoedingen tezamen wordt verleend, mag de schuldenaar van de uittredingsvergoedingen (bijvoorbeeld een verzekeringsmaatschappij), inzonderheid voor het jaar van uitdiensttreding, die vrijstelling bij het opstellen van de fiches 281.10 en opgaven 325.10 maar toepassen, mits en in de mate dat de schuldenaar van de prestatievergoedingen (bijvoorbeeld de gemeente) die vrijstelling niet bij het opstellen van de fiches 281.10 en opgaven 325.10 heeft toegepast.
(De pers wordt verzocht dit bericht over te nemen).
Fiche 281.10
SAMENVATTENDE OPGAVE
Opgave 325.10
VERGOEDING
Vrijgestelde vergoeding
Vrijwillige brandweerman
Vrijwilliger van de Civiele Bescherming
De vrijstelling tot 60.000 BEF van de vergoedingen aan vrijwilligers van de brandweer en van de Civiele bescherming is ook van toepassing op de vanaf 1999 betaalde of toegekende uittredingsvergoedingen.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+, 2 en 3.
In zijn antwoord op de mondelinge parlementaire vraag nr. 686 van Volksvertegenwoordiger Jozef Van Eetvelt (Bull. 802) heeft de Minister van Financiën beslist dat de vergoedingen die bij de uitdiensttreding aan vrijwilligers van de openbare brandweerkorpsen van de Civiele Bescherming worden betaald of toegekend eveneens vrijgesteld zijn op grond van artikel 38, eerste lid, 12°, WIB 92.
Die vrijstelling tot het beloop van 60.000 BEF (67.000 BEF of 1660,89 EUR voor aanslagjaar 2000), is van toepassing op de vanaf 1999 betaalde of toegekende vergoedingen mits en in de mate die vrijstelling niet op de vergoedingen en premies voor enigerlei prestaties is toegepast.
Een afschrift van het bericht aan de schuldenaars van vergoedingen van de betrokken vrijwilligers dat ingevolge die beslissing in het BS van 16.03.2000 is gepubliceerd, is als bijlage toegevoegd.
De nrs. 31/78 en 38/33.1 Com.IB 92 zullen in de voormelde zin worden aangepast.
Voor de Directeur-generaal:
De Directeur.
S. QUINTENS.
BIJLAGE
Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit.
Directe belastingen.
Bericht aan de schuldenaars van vergoedingen van de vrijwilligers van de openbare brandweerkorpsen en van de Civiele Bescherming.
De Minister van Financiën heeft beslist dat de vergoedingen die bij de uitdiensttreding aan vrijwilligers van de openbare brandweerkorpsen en van de Civiele Bescherming worden betaald of toegekend ook in aanmerking komen voor vrijstelling van belasting op grond van artikel 38, eerste lid, 12° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
Die vrijstelling is van toepassing op de vanaf 1999 betaalde of toegekende vergoedingen, ongeacht de benaming (erkentelijkheids-, getrouwheids-, afscheids-, uittredings-, of waarderingspremie) en is beperkt tot 60.000 BEF (67.000 BEF of 1660,89 EUR voor aanslagjaar 2000).
Wanneer voormelde vergoedingen bij uitdiensttreding en de vergoedingen en premies voor enigerlei prestaties (prestatievergoedingen) tezamen het bedrag van 67.000 BEF (1660,89 EUR) voor het jaar 1999 overtreffen, moet dus alleen het gedeelte van het totaal bedrag van die vergoedingen dat het bedrag van 67.000 BEF (1660,89 EUR) overschrijdt als een belastbare bezoldiging worden aangemerkt en op een individuele fiche nr. 281.10 tegenover kenletter "T" en op de samenvattende opgave nr. 325.10 worden vermeld. De bedrijfsvoorheffing die in 1999 in verband met de voormelde uittredingsvergoedingen zou zijn aangegeven en gestort, moet echter voor zover ze niet zijn teruggevorderd integraal op die fiches en opgaven worden vermeld. Wat de mededelingen van de fiches 281.10 en de opgaven 325.10 op magnetische informatiedrager - project BELCOTAX - betreft, wordt de aandacht gevestigd op de richtlijnen die terzake zijn opgenomen op blz. 33 tegenover zone nr. 2.32 van de brochure BELCOTAX - inkomsten 1999.
Aangezien de voormelde vrijstelling slechts éénmaal en op het totaal bedrag van de uittredingsvergoedingen en prestatievergoedingen tezamen wordt verleend, mag de schuldenaar van de uittredingsvergoedingen (bijvoorbeeld een verzekeringsmaatschappij), inzonderheid voor het jaar van uitdiensttreding, die vrijstelling bij het opstellen van de fiches 281.10 en opgaven 325.10 maar toepassen, mits en in de mate dat de schuldenaar van de prestatievergoedingen (bijvoorbeeld de gemeente) die vrijstelling niet bij het opstellen van de fiches 281.10 en opgaven 325.10 heeft toegepast.
(De pers wordt verzocht dit bericht over te nemen).
Bron: FisconetPlus
