Circulaire nr. Ci.RH.243/599.122 (AOIF Nr. 44/2009) d.d. 28.09.2009
Personenbelasting
Beroepskosten.
Sociaal voordeel aan het personeel.
Maaltijdcheque.
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten.
Commentaar op de wijziging van art. 53, 14°, WIB 92, door art. 7 en 8 van de Economische Herstelwet van 27 maart 2009 (BS 7.4.2009). - Aftrekbaarheid ten belope van maximum 1 EUR per maaltijdcheque van de tussenkomst van de werkgever of de vennootschap in de maaltijdcheque.
Aan alle ambtenarenvan de niveaus A tot C.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt de artikelen 7 en 8 van de Economische Herstelwet van 27 maart 2009 (BS 7.4.2009).
Die artikelen hebben betrekking op de vervanging van het bepaalde in 14° van artikel 53, WIB 92.
II. WETTEKST
2. Ingevolge de door voormeld artikel 7 aangebrachte wijziging luidt artikel 53, 14°, WIB 92, als volgt (de wijzigingen zijn in vet aangeduid) :
Art. 53, 14°, WIB 92
Als beroepskosten worden niet aangemerkt :
…
14° sociale voordelen die zijn toegekend aan werknemers, gewezen werknemers of hun rechtverkrijgenden en ten name van de verkrijgers zijn vrijgesteld ingevolge artikel 38, § 1, eerste lid, 11°, met uitzondering van de in voorkomend geval tot 1 euro per maaltijdcheque beperkte tussenkomst van de werkgever of de onderneming in de maaltijdcheques wanneer die tussenkomst een sociaal voordeel uitmaakt. Het voornoemde bedrag wordt niet geïndexeerd overeenkomstig artikel 178;
…
3. Krachtens artikel 8 van de voornoemde Herstelwet heeft die bepaling uitwerking met ingang van 1 februari 2009.
III. COMMENTAAR
a) Sociale voordelen
4. Eén van de voorwaarden om de tussenkomst in de maaltijdcheques op sociaal vlak niet als loon te beschouwen en ze op fiscaal vlak in hoofde van de werknemers vrij te stellen als een sociaal voordeel in de zin van artikel 38, § 1, eerste lid, 11°, WIB 92, bestaat erin dat de tussenkomst van de werkgever in het bedrag van de maaltijdcheque een bepaald bedrag niet mag overschrijden.
Tot 31 december 2008 was dat maximumbedrag vastgelegd op 4,91 EUR.
Op sociaal vlak heeft het koninklijk besluit van 13 februari 2009 tot wijziging van artikel 19, artikel 19bis en artikel 55, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (Belgisch Staatsblad van 12 maart 2009, 2de editie) die maximale tussenkomst van de werkgever in het bedrag van de maaltijdcheque verhoogd met 1 EUR (d.w.z. tot 5,91 EUR), en dit met ingang van 1 januari 2009.
5. Ten einde het parallellisme tussen de sociale en de fiscale wetgeving inzake maaltijdcheques te behouden, wordt deze verhoging met ingang van
1 januari 2009 eveneens op fiscaal vlak toegepast, althans wat de vrijstelling van de sociale voordelen betreft, en dit zowel ten name van werknemers als van zelfstandige bedrijfsleiders (cf. bericht aan de werkgevers en aan de vennootschappen in het Belgisch Staatsblad van 19 mei 2009).
In hoofde van de werknemer of de zelfstandige bedrijfsleider is de in artikel 38, § 1, eerste lid, 11°, WIB 92, beoogde vrijstelling dus van toepassing indien de tussenkomst van de werkgever of de vennootschap in het bedrag van de maaltijdcheque vanaf 1 januari 2009 niet meer dan 5,91 EUR per maaltijdcheque bedraagt, en voor zover uiteraard aan alle andere ter zake gestelde voorwaarden is voldaan.
Dienaangaande wordt eraan herinnerd dat indien bij de toekenning van maaltijdcheques niet terzelfder tijd aan alle voorwaarden is voldaan om de tussenkomst als een vrijgesteld sociaal voordeel in de zin van artikel 38, § 1, eerste lid, 11°, WIB 92, te kunnen beschouwen, de totaliteit van de toegekende voordelen belastbaar is als een voordeel van alle aard in de zin van artikel 31, 2de lid, 2°, of 32, 2de lid, 2°, WIB 92.
b) Beroepskosten
6. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 53, 14°, WIB 92, zoals het van toepassing was vóór het werd gewijzigd door artikel 7 van de Economische Herstelwet van 27 maart 2009, en het bepaalde in artikel 195, § 1, eerste lid, WIB 92, kon de tussenkomst van de werkgever of de vennootschap in de maaltijdcheques, voor het integrale bedrag van die tussenkomst, niet als een aftrekbare beroepskost in hoofde van die werkgever of vennootschap worden aangemerkt, indien die tussenkomst in hoofde van de werknemers of bedrijfsleiders als een sociaal voordeel werd vrijgesteld op grond van het bepaalde in artikel 38, § 1, eerste lid, 11°, WIB 92.
Aangezien de in het derde lid van nr. 4 hiervoor bedoelde maatregel kadert in een interprofessioneel akkoord dat tussen de sociale partners werd afgesloten met het oog op het verhogen van de koopkracht van de werknemers, heeft de regering zich bereid verklaard de verhoging met 1 EUR in de maximale tussenkomst in het bedrag van de maaltijdcheque niet volledig ten laste van de werkgever of de vennootschap in kwestie te leggen en een dienovereenkomstige uitzondering op het principe van de niet aftrekbaarheid inzake sociale voordelen toe te staan.
Daartoe werd artikel 53, 14°, WIB 92, door artikel 7 van de voornoemde Herstelwet in die zin gewijzigd dat, voor wat de maaltijdcheques betreft waarvan de tussenkomst van de werkgever of de vennootschap in de kostprijs ervan voor de genieter ervan een vrijgesteld sociaal voordeel uitmaakt, die werkgever of vennootschap voortaan een bedrag gelijk aan maximaal 1 EUR per maaltijdcheque als een aftrekbare beroepskost in mindering mag brengen, zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan de vrijstelling als sociaal voordeel in hoofde van de werknemer of de zelfstandige bedrijfsleider.
7. Tenslotte wordt er nog op gewezen dat :
- de aftrekbaarheid van de tussenkomst ten belope van maximaal 1 EUR per maaltijdcheque steeds van toepassing is en m.a.w. niet afhangt van het feit of de tussenkomst van de werkgever of de vennootschap in de kostprijs van de maaltijdcheque effectief met maximaal 1 EUR per maaltijdcheque werd verhoogd ten opzichte van vroeger (van zodra de tussenkomst per maaltijdcheque 1 EUR of meer bedraagt, mag, in de hier beoogde gevallen, per maaltijdcheque steeds 1 EUR als beroepskost in mindering worden gebracht);
- de maatregel inzake de aftrekbaarheid als beroepskost pas in werking treedt met ingang van 1 februari 2009 en dus niet, zoals inzake de vrijgestelde sociale voordelen, met ingang van 1 januari 2009 (cf. artikel 8 van de hoger vernoemde Herstelwet);
- het bedrag van 1 EUR niet wordt geïndexeerd overeenkomstig artikel 178, WIB 92 (cf. artikel 53, 14°, in fine, WIB 92).
IV. OPMERKINGEN
8. In een arrest van 6 november 2008 heeft het Hof van Beroep van Brussel gesteld dat de tussenkomsten in maaltijdcheques voordelen van alle aard en geen sociale voordelen zijn omdat zij niet in de in artikel 38, § 1, eerste lid, 11°, WIB 92, vermelde categorieën vallen. Het Hof voegt er weliswaar aan toe dat dit bij de werkgever slechts tot de aftrekbaarheid als beroepskosten kan leiden, indien hij overeenkomstig artikel 57, 2°, WIB 92, de nodige individuele fiches en samenvattende opgave opmaakt.
Uit de door de Economische Herstelwet doorgevoerde aanpassing van artikel 53, 14°, WIB 92, kan afgeleid worden dat het ontegensprekelijk de bedoeling van de wetgever is geweest om voor maaltijdcheques die op sociaal vlak niet als "loon" worden aangemerkt, zowel de vrijstelling van het (al dan niet "sociaal") voordeel ten name van de werknemers en zelfstandige bedrijfsleiders als de principiële niet-aftrekbaarheid van dit voordeel ten aanzien van de werkgever of de vennootschap te behouden. In afwachting van een meer expliciete wetswijziging blijven de op dit vlak geldende administratieve onderrichtingen dan ook onverminderd van toepassing.
9. Ten overvloede wordt er nog op gewezen dat in het geval waarvan sprake is in het derde lid van nr. 5 hiervoor, het ten name van de werknemer of bedrijfsleider belastbare voordeel bij de werkgever of vennootschap uiteraard wel als een aftrekbare beroepskost in de zin van art. 52, 3°, WIB 92, kan worden aangemerkt, voor zover het bedrag ervan overeenkomstig art. 57, 2°, WIB 92, op de passende individuele fiches en samenvattende opgave wordt opgenomen.
V. INWERKINGTREDING
10. Zoals reeds aangegeven onder nr. 7, is het gewijzigde artikel 53, 14°, WIB 92, krachtens artikel 8 van de Economische Herstelwet van 27 maart 2009, van toepassing met ingang van 1 februari 2009.
Dit houdt in dat de aftrek als beroepskost van maximaal 1 EUR per maaltijdcheque van toepassing is op tussenkomsten in het bedrag van de maaltijdcheques die door de werkgever of de vennootschap zijn gedaan met ingang van 1 februari 2009.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur
Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
J. VANHOUTTE
Directeur
