Circulaire nr. Ci.RH.243/379.832 dd. 30.11.1989

CIRC 30.11.89/1

Circulaire nr. Ci.RH.243/379.832 dd. 30.11.1989


Bull. nr. 690, pag. 85

SOCIALE VOORDELEN
Sociale hoofdmaaltijden aan het personeel.
Vervoer van personeel.


Niet-aftrekbaarheid van uitgaven om sociale voordelen te verstrekken : richtlijnen voor de aj. 1987 tot 1989.

Inhoudsopgave Nrs. I. ALGEMEEN ....................................... 1 en 2 II. DRAAGWIJDTE VAN ART. 50, 7°, WIB ............ 3 tot 6 III. TOEPASSING A. - Kosteloos collectief vervoer van personeel 7 tot 11 B. - Verstrekken van sociale hoofdmaaltijden (kosteloos of tegen verminderde prijs) aan het personeel ............................ 12 en 13 I. ALGEMEEN

1. Krachtens art. 50, 7°, WIB (1), worden de in art. 41, § 4, WIB bedoelde sociale voordelen met ingang van het aj. 1987 in principe niet meer als bedrijfsuitgaven aangemerkt (2).



(1)Ingevoegd door art. 10, 2°, W. 04.08.1986 houdende fiscale bepalingen (V. 1852 - B. 653).
(2)Met uitzondering van de sociale voordelen opgesomd in de in het B.S. van 28.11.1986 gepubliceerde lijst (zie bijlage), en de onder bepaalde voorwaarden uitgereikte cultuurchecks (zie parlementaire vraag nr. 31 van 09.11.1988 van Senator Lafosse, Bulletin "Vragen en Antwoorden", nr. 12 van 27.12.1988, Senaat, Zitting 1988 - 1989, blz. 563 - B; 685, blz. 1561).
2. Bij de toepassing van de wetsbepaling voor de aj. 1987 tot 1989 moeten de volgende richtlijnen in acht worden genomen.

II. DRAAGWIJDTE VAN ART. 50, 7°, WIB

3. Ingevolge de formulering van art. 50, 7°, WIB is het niet mogelijk de bedrijfsuitgaven en -lasten steeds te verminderen met de totaliteiten van de kosten die zijn gedaan om sociale voordelen te verstrekken.

Daar in die wetsbepaling uitsluitend sprake is van de sociale voordelen zelf, moet worden besloten dat slechts het deel van de uitgaven en lasten wordt beoogd dat overeenstemt met het in geld gewaardeerde bedrag van het voordeel dat bij de verkrijger in beginsel belastbaar is krachtens art. 32ter, WIB wordt vrijgesteld. Is de werkelijke uitgave of last hoger dan bedoeld bedrag, dan blijft het verschil aftrekbaar volgens de algemene regels van art. 44, WIB

4. Daar anderzijds aan de winst van de werkgever nooit meer kan worden toegevoegd dan de werkelijke uitgave of last van de sociale voordelen die in zijn bedrijfsuitgaven en -lasten begrepen is, zal het bedrag van de bij de werkgever te verwerpen uitgave worden beperkt tot de laagste van de volgende twee waarden :

  • ofwel de werkelijk door de werkgever gedane kosten;
  • ofwel de waarde van het voordeel zoals die waarde volgens de gewone waarderingsregels ten name van de verkrijger wordt vastgesteld (zie o.m. Com.IB 32ter/1 en volgende en 41/37 tot 48).


5. Voor een aantal voorzieningen waarvoor de verstrekking van het voordeel ook in belangrijke mate onontbeerlijk is voor de goede werking van het bedrijf, kan worden aanvaard dat voor het personeel deze verstrekking quasi een verplichting is, zodat het voordeel van de werknemer kan worden geacht gelijk te zijn aan zijn persoonlijke besparing, ongeacht de werkelijke kostprijs voor de werkgever (zie Com.IB, 32ter/6).

Dit impliceert dat een aantal van de bedoelde kosten moeten worden uitgesplitst in "sociale voordelen" en "aftrekbare uitgaven" (inzonderheid de kosten van bedrijfsrestaurants en busvervoer).



6.Die uitsplitsing is echter in de volgende gevallen overbodig :
a)als de kosten geen waardeerbaar of slechts een te veronachtzamen voordeel opleveren, zoals BV het toevallig gebruik van een of ander lokaal door een personeelsgroep;
b)als het voordeel voor de werknemer reëel is, doch geen uitgave of last (eventueel wel een winstderving) voor de werkgever veroorzaakt, zoals bij afstand tegen kostprijs van een courant gebruiksvoorwerp als bedoeld in nr. 18 van Com.IB, 41/43 (de toepassing van art. 50, 7°, WIB is onmogelijk daar er geen uitgave is bij de werkgever);
c)als het bedrag van het voordeel zonder meer gelijk is aan de uitgaven van het bedrijf (BV terugbetaling van studiekosten aan een personeelslid dat individueel een aanvullende cursus volgt, geldelijke hulp in noodsituaties, enz.).
III. TOEPASSINGEN.

A. - Kosteloos collectief vervoer van personeel

7. De waarde van het sociaal voordeel bij kosteloos collectief vervoer, genoodzaakt door bedrijfseconomische omstandigheden, is gelijk aan de persoonlijke besparing van het personeelslid (zie nr. 5).

Met inachtneming van de gemiddelde kostprijs van het sociaal abonnement N.M.B.S. (± 1,2 F/km) min de tegemoetkoming van de werkgever (= 50 pct. van de prijs), wordt het voordeel van de werknemer voor de besproken periode forfaitair op 0,60 F per afgelegde kilometer bepaald.

8. De te verwerpen uitgave van de werkgever is dus, per vervoerde werknemer, eveneens gelijk aan 0,60 F per kilometer. Het totale bedrag ervan wordt als volgt bepaald : het aantal gewerkte dagen volgens de R.S.Z.-staten x de afstand in km tussen de opstapplaats en de werkplaats x 2 x 0,60 F.

9. Als in nr. 7 bedoelde bedrijfseconomische omstandigheden kunnen inzonderheid worden aanvaard : de ongunstige ligging van het bedrijf t.a.v. het openbaar vervoer, het werken in ploegen, de omstandigheid dat het pendelen met eigen wagen in verhouding tot zijn loon een ondraaglijke last voor de werknemer zou betekenen.

10. In de bouwsector mag zonder meer worden aangenomen dat de kosten van vervoer van de arbeiders naar de werken, wegens de veranderlijkheid van die werken, eigen kosten zijn dan ook volledig aftrekbaar als bedrijfsuitgave.

11. In de niet hierboven bedoelde gevallen moet het gratis vervoer van de werknemers als een belastbaar voordeel worden aangemerkt (1) zodat de werkgever de uitgave alleen kan aftrekken indien hij het overeenstemmende voordeel op de loonfiches van de begunstigden vermeldt.



(1)Onder voorbehoud van de vrijstelling van 5.000 F ingevolge art. 41, § 2, 1°, WIB
B. - Verstrekken van sociale hoofdmaaltijden (kosteloos of tegen verminderde prijs) aan het personeel

12. Het deel van de kosten, dat ter zake bij de werkgever moet worden verworpen, is gelijk aan : 44 F (2) min de werknemersbijdrage vermenigvuldigd met het aantal verstrekte maaltijden.



(2)Dit bedrag wordt voor de desbetreffende periode geacht de persoonlijke besparing van de werknemer te zijn indien de maaltijd gratis verstrekt wordt.




13.In feite doen zich de volgende twee gevallen voor :
a) de werknemer betaalt 44 F of meer :


zijn persoonlijke besparing wordt geacht gelijk te zijn aan nul, zodat de
ermede verband houdende kosten van de werkgever volledig aftrekbaar zijn;

b) de werknemer betaalt minder dan 44 F :


het bij de werkgever te verwerpen gedeelte van de kosten bedraagt per
verstrekte maaltijd 44 F min de werknemersbijdrage.

BIJLAGE

Officiële mededeling


(Belgisch Staatsblad van 28 november 1986)

Beperkende lijst van uitgaven die bij de onderneming aftrekbaar en bij de genieters niet belastbaar zijn

  • gezelschapsreizen van maximaal 1 dag voor het personeel;
  • organisatiekosten en geringe geschenken ter gelegenheid van St.-Niklaas, Kerst- of Nieuwjaarsfeesten voor het personeel;
  • bedeling van soep, koffie, thee, bier of frisdranken tijdens de werkuren;
  • voordeel uit de verplichte deelneming, in uitvoering van een arbeidsreglement, aan een economaat of in een kledingsfonds of uit de aansluiting bij een medische of farmaceutische dienst;
  • geringe geschenken in natura en deelneming aan feestelijkheden bij de overhandiging van eretekens aan personeelsleden en bij hun pensionering.