28.04.2016 - Omzendbrief D.I. 627 - D.T. 302.778

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN

Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen

Omzendbrief D.I. 627 - D.T. 302.778

28.04.2016

Gunstige tariefbehandelingen: bijzondere bestemmingen

Bepalingen inzake vergunningen

INLEIDING

1. Als conclusie van een audit in mei 2014 over de regeling "bijzondere bestemmingen" hebben de Europese auditeurs de Belgische douaneautoriteiten onder andere gevraagd om aan de instructie "Gunstige tariefbehandelingen" (D.I. 627) de nodige wijzigingen en aanvullingen aan te brengen, om enerzijds de jongste amendementen in de regelgeving te weerspiegelen en anderzijds hun aanbevelingen te implementeren.

Gelet op de recente herstructurering van onze Algemene administratie en overwegende dat de uitvoeringsbepalingen van het douanewetboek van de Unie op Europees niveau nog steeds in onderzoek zijn, lijkt het niet opportuun om, in dit stadium en wegens de urgentie, over te gaan tot een volledige hernieuwing van de instructie.

2. In afwachting van deze vernieuwing heeft deze omzendbrief enkel tot doel om op een aantal maatregelen te wijzen die vanaf nu strikt dienen te worden toegepast.

Deze maatregelen kunnen als volgt bondig worden samengevat:

  • het uitvoeren van een audit, voorafgaand aan de afgifte van een vergunning (Belgische of enkelvoudige);

  • een meer realistische schatting van de reglementaire vereisten tijdens de behandeling van de vergunningsaanvraag;

  • de vermelding van het exacte tijdstip waarop de goederen voor de eerste keer de voorgeschreven bijzondere bestemming verkrijgen;

  • de regelmatige opvolging van de vergunningen.

Aangezien deze specifieke maatregelen deel uitmaken van een reeks van opeenvolgende processen, worden ze hieronder om-schreven volgens hun chronologische volgorde van uitvoering.

I. Gegevens voor de vergunningsaanvraag

3. De aanvraag tot het verkrijgen van een Belgische of een enkelvoudige Europese vergunning moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • ze moet alle informatie bevatten zoals vereist in het aanvraagformulier van bijlage 67 van het CTW (zie bijlage III bij de instructie);

  • ze dient te worden gedateerd en ondertekend door de aanvrager;

  • alle documenten en bewijsstukken moeten bij de aanvraag worden bijgevoegd zodat de douane kan beoordelen of de aanvraag ontvankelijk is: naam van de aangever, voorziene vereenvoudigde procedures, gebruikte douaneregelingen (douane-entrepot, enz.), verklarende documenten over zijn boekhouding, documenten/plannen over de verwerkingsverrichtingen, bewijs van opbrengstpercentages ...;

  • ze moet vergezeld zijn van een verbintenis (artikel 293 § 1, b) van het CTW) (opgenomen in bijlage), gedateerd en ondertekend door de aanvrager.

II. Onderzoek van de vergunningsaanvraag

4. Na ontvangst van de aanvraag, brengt de regionale (voor een Belgische vergunning) of de centrale dienst (voor een enkelvoudige Europese vergunning), belast met het verlenen van de vergunning, de datum van ontvangst aan en verifieert de ontvankelijkheid ervan:

  • de aanvraag wordt ingediend op een formulier overeenkomstig bijlage III van de instructie "Gunstige tariefbehandelingen" (D.I. 627);

  • het formulier is volledig ingevuld, zo niet moet hij naar bijlagen verwijzen;

  • het formulier is gedateerd en ondertekend;

  • de aanvrager is gevestigd in het douanegebied van de Unie: nazien van het adres, BTW-nr., EORI-nr. ...);

  • de aanvrager werd nooit veroordeeld wegens ernstige strafrechtelijke overtredingen die verband houden met zijn economische activiteit,

  • de verbintenis, gedateerd en ondertekend, is bij de aanvraag gevoegd.

5. Wanneer de aanvraag niet kan worden aanvaard op basis van het 4e of 5e streepje hierboven, dient de aanvrager onverwijld per behoorlijk gemotiveerde aangetekende brief te worden ingelicht. Op de gebruikelijke manier kan hij een administratief beroep indienen tegen deze betekening van niet-ontvankelijkheid. Indien de aanvraag onvolledig is of de verstrekte informatie ontoereikend is, moet de aanvrager daar eveneens onmiddellijk over worden ingelicht. Deze laatste moet dan binnen de week de bijkomende gegevens bezorgen. Het spreekt voor zich dat de reglementaire termijn voor de afgifte van de vergunning slechts begint te lopen vanaf de ontvangst van de gevraagde informatie.

6. Zodra een ontvankelijke aanvraag ontvangen is, wordt ze door de voor de afgifte van de vergunning bevoegde regionale dienst onmiddellijk gestuurd aan de dienst die verantwoordelijk zal zijn voor de opvolging en de controle van de bestemming. In geval van een aanvraag voor een enkelvoudige vergunning stuurt de centrale dienst, belast met het verlenen van die vergunning, de aanvraag aan de regionale diensten, die zij aan de bevoegde controledienst doorgeven.

7. Deze controledienst is verantwoordelijk voor het uitvoeren van een audit bij de firma, voorafgaand aan de afgifte van de vergunning, en verzekert dat de bepalingen van artikel 293 § 1 van het CTW worden gerespecteerd, in het bijzonder:

  • Het bestaan van een economische behoefte moet aan-getoond worden: het bedrijf heeft reeds overeenkomsten afgesloten, beschikt over een gepaste structuur voor de overwogen verwerking, het gaat niet over een afzonderlijke transactie, ...

  • De bedoelde activiteiten passen in het kader van de doelstelling van de voorgeschreven bijzondere bestemming en beantwoorden aan de bepalingen inzake overdracht van de goederen onder dat stelsel.

  • De aanvrager biedt alle noodzakelijke waarborgen voor het goede verloop van de te verrichten handelingen (geen faillissement, geen schulden, geen geschillen, ...).

  • Een doeltreffend douanetoezicht kan verzekerd worden en de administratieve regelingen die door de controledienst moeten genomen worden zijn niet disproportioneel met de economische behoeften; indien bijzondere maatregelen moeten genomen worden, dienen die te worden geëvalueerd en vermeld in het verslag bedoeld onder punt 8 hierna.

  • Een adequate en betrouwbare administratie moet gehouden en bewaard worden, welke een duidelijk zicht moet geven op:

    • de plaatsing van de goederen onder de regeling "bijzondere bestemmingen";

    • het gebruik/de verwerking van de betrokken goederen;

    • alle mogelijke bewegingen van de goederen (overdracht onder bijzondere bestemming, verkoop, uitvoer, vernietiging, ...).

  • In functie van de aard van de bewerkingen en/of de wijze waarop die zijn uitgevoerd, moeten eventuele bijzondere voorwaarden voor de controle duidelijk worden vastgesteld.

  • De goederen die onder de regeling worden geplaatst, vallen onder tarief onderverdelingen die in een bijzondere bestemming voorzien; in dit geval moet het worden nagezien in TARBEL (2e kolom van het scherm "Maatregelen") of er voor de TARIC-code van de betrokken goederen een maatregeltype bestaat, aangeduid door één van de volgende acroniemen:

    • APPEU (Niet-preferentieel recht onder het stelsel bijzondere bestemming),

    • KEU (Niet-preferentieel tariefcontingent onder het stelsel bijzondere bestemming),

    • PRKEU (Preferentieel tariefcontingent onder het stelsel bijzondere bestemming),

    • PRFEU (Tariefpreferentie onder het stelsel bijzondere bestemming), of

    • REU (aangifte van plaatsing onderworpen aan de bepalingen van de bijzondere bestemming);

  • De goederen die onder de regeling worden geplaatst moeten geïdentificeerd worden en correct in de tariefnomenclatuur worden ingedeeld:

    • Indien de indeling ervan een zeer precieze kennis van hun samenstelling vereist, wordt een monster genomen en overgemaakt aan het laboratorium voor analyse.

    • Indien de tariefindeling het naleven van voorwaarden in verband met de prijs en/of de hoeveelheid vereist (bijvoorbeeld: tabak bedoeld bij TARIC-post 2401 1035 91: tabak light air cured, met een douanewaarde van niet minder dan 450 Euro per 100 kg netto, bestemd om als ...), dienen de hoeveelheden en waarden van de goederen – in vak 7 van het aanvraagformulier vermeld -, die onder de regeling zullen worden geplaatst, te voldoen aan deze drempelwaarden in verhouding tot de hoeveelheid.

  • De verwerkingsprocessen om de bijzondere bestemming te kunnen krijgen zijn voldoende toegelicht en gedocumenteerd.

  • Het opbrengstpercentage is duidelijk omschreven in de vergunningsaanvraag en mag zich niet beperken tot een eenvoudige verwijzing naar de boekhouding van de onderneming. Het opbrengstpercentage moet accuraat bepaald worden in functie van de verwerkingsprocessen. In voorkomend geval, zal het laboratorium om advies worden gevraagd. Het opbrengstpercentage moet gekend zijn vóór de afgifte van de vergunning, want deze is noodzakelijk voor het uitvoeren van een doeltreffende controle.

  • Het moment waarop de goederen voor de eerste keer de bijzondere bestemming verkrijgen, dient uitdrukkelijk te worden bepaald en in de verstrekte uitleg over de processen verwerking/gebruik te zijn vermeld. De controledienst moet goed ingelicht zijn over dit moment, gezien het feit dat het eerste gebruik van de goederen of de uiteindelijke verwerking ervan een beëindiging van het douanetoezicht toelaat, of integendeel een voortzetting, in het geval dat de goederen bestemd zijn voor herhaald gebruik, ervan inhoudt.

  • Wanneer overdrachten tussen vergunninghouders werden overwogen, dient de toepassing van vereenvoudigde regelingen in overleg met de onderneming te worden onderzocht.

  • Het magazijnregister moet opgesteld worden op een betrouwbare wijze. In geen geval is het toegelaten om wijzigingen aan de gegevens aan te brengen die voor de douane niet zichtbaar zouden zijn. Een magazijnregister op basis van bestaande applicaties (Word, Excel, ...) of via specifieke software biedt niet altijd dergelijke garanties.

  • Om een mogelijke douaneschuld te dekken, wordt de noodzaak voor een borg alsook het bepalen van het bedrag beoordeeld enerzijds op basis van het risico inherent aan het bedrijf zelf (niet-naleving van de voorwaarden en/of verplichtingen van het stelsel) en anderzijds door het verschil van de douanerechten die van toepassing zijn op goederen onder bijzondere bestemmingen en die voor identieke goederen waarvoor de regeling bijzondere bestemmingen niet geldt. Indien uit de audit blijkt dat bepaalde informatie onvoldoende of incorrect is, dient de controledienst aanvullende of juiste informatie te eisen.

8. De controledienst maakt een verslag op van haar voorafgaande audit, waarbij de analyse van alle bovenstaande punten alsmede alle ontvangen documenten/aanvullende gegevens worden gevoegd. Dit wordt overgemaakt aan de dienst die verantwoordelijk is voor de afgifte van de vergunning, samen met zijn advies inzake de afgifte van de vergunning.

9. Bij iedere vergunningsaanvraag stelt de afgevende dienst een dossier samen bevattende:

  • de aanvraag zelf;

  • de bijlagen bij deze;

  • de verbintenis;

  • het verslag, samen met bijlagen, van de voorafgaande audit door de controledienst.

10. Als de controledienst een gunstig advies voor een enkelvoudige vergunning verleent, maakt de centrale dienst, belast met het verlenen van de vergunning, een ontwerpvergunning op basis van het formulier "Vergunning bijzondere bestemmingen" weergegeven in bijlage III bij de instructie op en legt deze ter goedkeuring voor aan de bevoegde douaneautoriteiten van de andere lidsta(a)t(en) die met de vergunningsaanvraag betrokken zijn.

III. Gegevens van de vergunning (Artikel 293, § 3 CTW)

11. De vergunning omvat de volgende elementen, tenzij deze gegevens niet noodzakelijk worden geacht. Deze elementen maken het voorwerp uit van een voorafgaande audit door de bevoegde controledienst (zie punt 7 hiervoor) en het is op basis van het rapport van deze audit dat de vergunning zal worden opgesteld:

  • volledige identificatie van de vergunninghouder (naam, adres, BTW-nr., EORI-nr.);

  • de GN-code(s) of de TARIC-code(s) van de goederen die onder de regeling worden geplaatst, evenals van de verwerkte goederen;

  • het type en de benaming van de onder de regeling te plaatsen goederen, alsmede van de verwerkte goederen;

  • activiteiten waarbij de bijzondere bestemming wordt verkregen en de bepalingen met betrekking tot het opbrengstpercentage; de werkzaamheden/handelingen voor de bijzondere bestemming dienen te worden uitgelegd en gedetailleerd te worden weergegeven en het opbrengstpercentage moet eveneens duidelijk en precies worden vermeld. Een verwijzing naar de voorraadadministratie is niet toegestaan;

  • de middelen en de identificatie- en douanecontrolemethoden, met inbegrip van de modaliteiten van:

    • de gezamenlijke opslag, waarop het bepaalde in artikel 534, leden 2 en 3, van overeenkomstige toepassing is,

    • de gemengde opslag van producten van de hoofdstukken 27 en 29 van de gecombineerde nomenclatuur die aan toezicht op de bijzondere bestemming zijn onderworpen of van dergelijke producten samen met ruwe aardolie van de GN-code 2709 00;

    Deze rubriek omvat alle specifieke of niet specifieke bepalingen inzake douanecontrole, bepaald op basis van de voorafgaande audit door de controledienst.

  • de termijn waarbinnen de goederen moeten worden toegewezen aan de voorgeschreven bijzondere bestemming; deze termijn werd bepaald in de vergunningsaanvraag in functie van de economische activiteit in kwestie.

    Dit is dus een gemiddelde termijn die te rekenen is vanaf de ontvangst van de goederen door de vergunninghouder en die moet een weerspiegeling zijn van het monteren of verwerkingsproces, tenzij een bepaalde termijn worden voorgeschreven door een specifieke communautaire bepaling.

  • de douanekantoren waar de goederen worden aangegeven voor het vrije verkeer en de kantoren die het stelsel controleren;

  • de plaatsen waar de goederen de voorgeschreven bijzondere bestemming moeten bereiken;

  • de eventueel te stellen waarborg;

  • de geldigheidsduur van de vergunning; dit moet worden geëvalueerd in functie van de geplande economische activiteiten (contracten, vooruitzichten van de onderneming, etc.), en mag niet langer zijn dan drie jaar behoudens gegronde redenen;

  • de mogelijkheid tot overdracht;

  • de wijze van gegevensuitwisseling, dit betekent de manier waarop de firma de controledienst inlicht dat zij goederen onder het stelsel van bijzondere bestemmingen heeft ontvangen;

    en indien van toepassing de vermelding van:

  • de vereenvoudigde regelingen voor de overdracht van de goederen en

  • de vereenvoudigde procedures die zijn toegestaan (nummer van de vergunning van domiciliëring, nummer van de vergunning van vereenvoudigde aangifte).

12. De vergunning kan daarnaast elke maatregel, voorwaarde of verplichting bevatten die noodzakelijk wordt geacht om het werkelijke gebruik van de goederen vast te stellen. In de vergunning wordt trouwens klaar en duidelijk vermeld op welk moment de goederen de bijzondere bestemming krijgen.

Voor goederen waarvoor de bestemming pas bereikt is na herhaaldelijk gebruik, kan het douanetoezicht plaatsvinden gedurende een periode van maximaal twee jaar na de datum waarop de goederen voor de eerste maal de voorziene bijzondere bestemming hebben verkregen. Het is daarom van essentieel belang om dit initiële tijdstip te bepalen.

Indien de vakken van de vergunning te klein zijn voor de te verstrekken gegevens, kunnen deze worden opgenomen in vak 16.

Tenslotte moet de (regionale of centrale) instantie van afgifte tekenen, de datum van de vergunning en de dienststempel aanbrengen.

IV. Interne mededeling met betrekking tot de vergunningen

13. De dienst "Gegevensbeheer Intelligentie" (G) stelt voor onze diensten een applicatie voor alle vergunningen van bijzondere bestemmingen ter beschikking. Deze applicatie kan worden geraadpleegd op de website http://gida/index.php, menu "Algemene website G", "Operatoren", "Bijzondere bestemmingen" waarbij alle geldige vergunningen per regio kunnen worden geraadpleegd.

De door andere lidstaten afgegeven enkelvoudige vergunningen, waarbij de Belgische douane is betrokken, zijn te raadplegen via "Europese vergunningen".

Enkelvoudige vergunningen, afgegeven door de Belgische centrale dienst, zijn te raadplegen via "C.A./A.C".

Deze databank stelt de controlediensten in staat om de geldigheid van een door andere regionale diensten verleende vergunning na te gaan en om te controleren of de aangegeven goederen daadwerkelijk onder de regeling bijzondere bestemmingen mogen worden geplaatst.

14. Teneinde deze databank up-to-date te houden, moet iedere dienst bij de afgifte van een vergunning een kopie per e-mail sturen aan de dienst G (da.oeo.gi.ca@minfin.fed.be) (in PDF-formaat). Elke gewijzigde of hernieuwde vergunning dient eveneens te worden medegedeeld aan de dienst G voor het bijwerken van deze databank.

V. Opvolging van de vergunning

15. De voorwaarden en criteria voor het verlenen van vergunningen en de juiste uitwerking ervan moeten periodiek opnieuw gecontroleerd worden tijdens follow-up audits. In het bijzonder moet het bestaan van economische behoeften opnieuw worden geëvalueerd.

Bovendien dienen de (centrale of regionale) afgevende instanties de vergunningen waarover ze bevoegd zijn regelmatig te controleren:

  • indien de onderneming van de vergunning niet failliet is of haar activiteiten niet heeft gestaakt;

  • of de regeling nog regelmatig wordt gebruikt door de vergunninghouder (bestaan van aangiften voor het vrije verkeer, overdrachten, ...);

  • of de nomenclatuur niet werd gewijzigd voor de in de vergunning bedoelde producten.

Deze laatste drie criteria zijn niet limitatief en hun controle moet het voorwerp uitmaken van een overleg tussen de centrale of regionale dienst van afgifte van de vergunning en de bevoegde controlediensten voor de betrokken vergunning.

SLOTBEPALINGEN

16. Bovenstaande maatregelen zullen binnenkort worden opgenomen in een instructie "Gunstige tariefbehandeling" (D.I. 627) welke een volledige herwerking zal ondergaan teneinde de uitvoeringsbepalingen van het Douanewetboek van de Unie op te nemen.

Voor de Administrateur-generaal Douane en Accijnzen :

Adviseur-generaal – Auditeur generaal van financiën,

B. LEROY


BIJLAGE

VERBINTENIS

Ondergetekende (naam en voornaam van de persoon die de aanvraag voor de vergunning ondertekent) bevoegd om (naam van de verzoekende rechtspersoon) rechtsgeldig te vertegenwoordigen verklaart dat, in geval van afgifte van de gevraagde vergunning, de titularis er zich toe verbindt:

  • om geheel of gedeeltelijk de goederen toe te wijzen aan de voorgeschreven bijzondere bestemming of over te dragen en om het bewijs van deze bestemming of overdracht te leveren in overeenstemming met de geldende bepalingen;

  • om zich te onthouden van iedere handeling die onverenigbaar is met het beoogde economische doel van de voorgeschreven bijzondere bestemming;

  • om de douaneautoriteiten inzage te verlenen in zijn administratie (boekhouding, documenten, briefwisseling, register, enz.);

  • om de bevoegde douaneautoriteiten alle elementen te verschaffen die de vergunning zou kunnen beïnvloeden;

  • om het bedrag van de niet-geïnde douanerechten te betalen, indien de bijzondere bestemming niet wordt gevolgd.

Te (plaats):

Datum:

Handtekening: