Circulaire nr. Ci.RH.421/483.131 dd. 26.06.1996
CIRC 26.06.96/1
Circulaire nr. Ci.RH.421/483.131 dd. 26.06.1996
Bull. nr. 763, pag. 1461
HUISVESTINGSMAATSCHAPPIJ
Meerwaarde op gebouwd onroerend goed.
MEERWAARDE
Meerwaarde op gebouwd onroerend goed.
1. Onderhavige circulaire heeft betrekking op de administratieve vrijstelling inzake de reserve voor wederopbouw bij huisvestingsmaatschappijen, vrijstelling die voorheen was opgenomen in het nr 96/15, 2°, c, Com.IB - oud. Ingevolge die vrijstelling werden voor maatschappijen voor sociale woningen de toewijzigingen op de rekening "reserve voor wederopbouw" die voortkwamen van meerwaarden bij de verkoop van woningen, uit de belastbare winst gesloten voor zover die meerwaarden onaangetast in het vermogen van de onderneming bleven.
2. De onderhavige vrijstelling vindt zijn oorsprong in de omzendbrief nr 59.302 van 15 oktober 1929 gericht aan de toenmalige Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen en Woonvertrekken (sedert W 27.6.1956, de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting).
Bij KB 27.7.1990 werden de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting en de Nationale Landmaatschappij ontbonden en werden hun taken aan het Vlaamse Gewest, aan het Waalse Gewest en aan de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij overgedragen en dit met behoud van de door de nationale maatschappijen, alsook hun erkende vennootschappen, genoten "fiscale voordelen en vrijstellingen".
3. De Administratie is, na een grondig onderzoek, de mening toegedaan dat zelfs indien zou verondersteld worden dat de hiervoor bedoelde "fiscale voordelen en vrijstellingen" ondermeer betrekking hebben op de administratieve vrijstelling inzake "reserve voor wederopbouw", deze vrijstelling bij gebrek aan een geldige reden niet langer kon worden behouden.
Voortaan kunnen de huisvestingsmaatschappijen enkel nog aanspraak maken op de bestaande wettelijke bepalingen inzake de eventuele vrijstelling van meerwaarden, verwezenlijkt bij de overdracht van gebouwde onroerende goederen (inz. het gespreid belasten van meerwaarden overeenkomstig art. 47, WIB 92).
4. Dit gewijzigde standpunt is van toepassing met ingang van het belastbaar tijdperk verbonden aan het aj. 1997. De met ingang van dat belastbaar tijdperk aangelegde "reserves voor wederopbouw" dienen m.a.w. als gewone meerwaarden te worden behandeld.
5. De bewuste reserves die voor de aj. 1996 en vorige werden aangelegd, blijven vrijgesteld voor zover de voorwaarden die voorheen golden, nageleefd blijven (inzonderheid de onaantastbaarheidsvoorwaarde).
Circulaire nr. Ci.RH.421/483.131 dd. 26.06.1996
Bull. nr. 763, pag. 1461
HUISVESTINGSMAATSCHAPPIJ
Meerwaarde op gebouwd onroerend goed.
MEERWAARDE
Meerwaarde op gebouwd onroerend goed.
1. Onderhavige circulaire heeft betrekking op de administratieve vrijstelling inzake de reserve voor wederopbouw bij huisvestingsmaatschappijen, vrijstelling die voorheen was opgenomen in het nr 96/15, 2°, c, Com.IB - oud. Ingevolge die vrijstelling werden voor maatschappijen voor sociale woningen de toewijzigingen op de rekening "reserve voor wederopbouw" die voortkwamen van meerwaarden bij de verkoop van woningen, uit de belastbare winst gesloten voor zover die meerwaarden onaangetast in het vermogen van de onderneming bleven.
2. De onderhavige vrijstelling vindt zijn oorsprong in de omzendbrief nr 59.302 van 15 oktober 1929 gericht aan de toenmalige Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen en Woonvertrekken (sedert W 27.6.1956, de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting).
Bij KB 27.7.1990 werden de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting en de Nationale Landmaatschappij ontbonden en werden hun taken aan het Vlaamse Gewest, aan het Waalse Gewest en aan de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij overgedragen en dit met behoud van de door de nationale maatschappijen, alsook hun erkende vennootschappen, genoten "fiscale voordelen en vrijstellingen".
3. De Administratie is, na een grondig onderzoek, de mening toegedaan dat zelfs indien zou verondersteld worden dat de hiervoor bedoelde "fiscale voordelen en vrijstellingen" ondermeer betrekking hebben op de administratieve vrijstelling inzake "reserve voor wederopbouw", deze vrijstelling bij gebrek aan een geldige reden niet langer kon worden behouden.
Voortaan kunnen de huisvestingsmaatschappijen enkel nog aanspraak maken op de bestaande wettelijke bepalingen inzake de eventuele vrijstelling van meerwaarden, verwezenlijkt bij de overdracht van gebouwde onroerende goederen (inz. het gespreid belasten van meerwaarden overeenkomstig art. 47, WIB 92).
4. Dit gewijzigde standpunt is van toepassing met ingang van het belastbaar tijdperk verbonden aan het aj. 1997. De met ingang van dat belastbaar tijdperk aangelegde "reserves voor wederopbouw" dienen m.a.w. als gewone meerwaarden te worden behandeld.
5. De bewuste reserves die voor de aj. 1996 en vorige werden aangelegd, blijven vrijgesteld voor zover de voorwaarden die voorheen golden, nageleefd blijven (inzonderheid de onaantastbaarheidsvoorwaarde).
Bron: FisconetPlus
