Circulaire nr. Ci.RH.243/488.906 d.d. 17.12.1996
Bull. nr. 768, pag. 166
BEROEPSKOSTEN
Werkgeversbijdrage voor groepsverzekering.
GROEPSVERZEKERING
Werkgeversbijdrage
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
1. In antwoord op de parlementaire vraag nr. 663 dd. 10.08.1993 van Volksvertegenwoordiger DUPRE (Bull. 736, blz. 645) werd gesteld dat de in art. 59, 1ste lid, WIB 92 vastgelegde beperking van 80 % eveneens van toepassing is met betrekking tot de pensioenen die door een onderneming aan de rechtverkrijgenden van de in art. 60 WIB 92 vermelde personen worden toegekend.
Dat antwoord heeft in de praktijk blijkbaar aanleiding gegeven tot uiteenlopende interpretaties.
Ten einde dienaangaande mogelijke misverstanden te vermijden, volgen hierna de passende verduidelijkingen.
2. Om uit te maken of de beperking van 80 % van toepassing is op de pensioenen, renten of kapitalen die een onderneming aan de rechtverkrijgenden van in art. 60, WIB 92 vermelde personen toekent, dient een onderscheid te worden gemaakt tussen :
3. In de eerste hypothese (toepassing van de overdraagbaarheidsclausule), kunnen de aan de overlevende echtgenoot toegekende pensioenen of renten slechts als beroepskosten van de onderneming worden aangemerkt in de mate dat de naar aanleiding van de pensionering van de overledene toegekende (wettelijke en extra-wettelijke) pensioenen of renten niet meer bedroegen dan 80 % van zijn laatste normale brutojaarbezoldiging (art. 35, § 2, 2°, KB/WIB 92), en voor zover de ten gunste van de overlevende echtgenoot bedongen overdraagbaarheidscoëfficiënt van die pensioenen of renten niet meer bedraagt dan het in art. 35, § 1, 5°, KB/WIB 92 gestelde maximum van 80 %.
4. In de tweede hypothese (rechtstreekse toekenning aan de rechtverkrijgenden), zijn de aan de rechtverkrijgenden van de overledene toegekende pensioenen, renten of kapitalen, daarentegen niet aan de bedoelde beperking van 80 % onderworpen.
BEROEPSKOSTEN
Werkgeversbijdrage voor groepsverzekering.
GROEPSVERZEKERING
Werkgeversbijdrage
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.
1. In antwoord op de parlementaire vraag nr. 663 dd. 10.08.1993 van Volksvertegenwoordiger DUPRE (Bull. 736, blz. 645) werd gesteld dat de in art. 59, 1ste lid, WIB 92 vastgelegde beperking van 80 % eveneens van toepassing is met betrekking tot de pensioenen die door een onderneming aan de rechtverkrijgenden van de in art. 60 WIB 92 vermelde personen worden toegekend.
Dat antwoord heeft in de praktijk blijkbaar aanleiding gegeven tot uiteenlopende interpretaties.
Ten einde dienaangaande mogelijke misverstanden te vermijden, volgen hierna de passende verduidelijkingen.
2. Om uit te maken of de beperking van 80 % van toepassing is op de pensioenen, renten of kapitalen die een onderneming aan de rechtverkrijgenden van in art. 60, WIB 92 vermelde personen toekent, dient een onderscheid te worden gemaakt tussen :
- enerzijds, de pensioenen of renten die een onderneming aan de overlevende echtgenoot toekent ter uitvoering van een contractueel vastgelegde overdraagbaarheidsclausule (Wat inhoudt dat: - het overlijden van de verzekerde plaatsheeft nadat de uitkering van de rente reeds is begonnen; - die rente, naar aanleiding van het overlijden, geheel of gedeeltelijk aan de langstlevende echtgenoot wordt overgedragen), en
- anderzijds, de pensioenen, renten of kapitalen die de onderneming, ten gevolge van het overlijden van de bezoldigde, onmiddellijk aan de rechtverkrijgenden toekent (dus niet ter uitvoering van een overdraagbaarheidsclausule).
3. In de eerste hypothese (toepassing van de overdraagbaarheidsclausule), kunnen de aan de overlevende echtgenoot toegekende pensioenen of renten slechts als beroepskosten van de onderneming worden aangemerkt in de mate dat de naar aanleiding van de pensionering van de overledene toegekende (wettelijke en extra-wettelijke) pensioenen of renten niet meer bedroegen dan 80 % van zijn laatste normale brutojaarbezoldiging (art. 35, § 2, 2°, KB/WIB 92), en voor zover de ten gunste van de overlevende echtgenoot bedongen overdraagbaarheidscoëfficiënt van die pensioenen of renten niet meer bedraagt dan het in art. 35, § 1, 5°, KB/WIB 92 gestelde maximum van 80 %.
4. In de tweede hypothese (rechtstreekse toekenning aan de rechtverkrijgenden), zijn de aan de rechtverkrijgenden van de overledene toegekende pensioenen, renten of kapitalen, daarentegen niet aan de bedoelde beperking van 80 % onderworpen.
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Directeur-generaal:
De Auditeur-generaal,
V. KINDT.
Bron: FisconetPlus
