Circulaire 2018/C/99 betreffende de gevolgen van het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 van 22.03.2018
Deze circulaire licht de gevolgen toe van het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 van 22.03.2018. Dit arrest vernietigt de artikelen 29 tot 34 van de programmawet van 01.07.2016, die de btw-vrijstelling voor online kans- en geldspelen, andere dan loterijen, opheft. Deze circulaire vervangt de circulaire AAFisc nr. 32/2016 (nr. E.T.130.082) van 30.11.2016.
loterijen en andere kans- en geldspelen ; vrijstelling ; herzieningen
FOD Financiën, 20.07.2018
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waare
1. Inleiding
2. Handhaving van de gevolgen van de vernietigde bepalingen
3. Recht op aftrek
3.1. Principes
3.2. Herziening van de aftrek ten aanzien van andere belasting dan die geheven van bedrijfsmiddelen
3.3. Herziening van de aftrek ten aanzien van belasting geheven van bedrijfsmiddelen
3.4. Indiening van staat van bedrijfsmiddelen voor de belastingplichtige die elk recht op aftrek verliest
4.1.1. De belastingplichtige verricht naast vrijgestelde activiteiten ook activiteiten onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde
4.1.2. De belastingplichtige verricht in België geen andere uitgaande handelingen dan deze die door
4.1.3. De belastingplichtige verricht in België geen andere uitgaande handelingen dan deze die door
4.2. Gebruik van het btw-identificatienummer
4.3. Periodieke aangifte
4.4. Dagontvangstenboek
1. Inleiding
Van 01.01.1993 tot 01.07.2016, stelde het artikel 44, § 3, 13° van het Btw-Wetboek, de weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen, al dan niet verstrekt langs elektronische weg, vrij van de belasting, onder voorbehoud van de toepassing van voorwaarden en beperkingen vastgesteld door de koning. Deze bepaling werd uitgevoerd middels het koninklijk besluit nr. 45 van 14.04.1993 met betrekking tot de vrijstelling op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de kans- en geldspelen.
Op 01.07.2016 hebben de artikelen 29 tot 34 van de programmawet van 01.07.2016 (Belgisch Staatsblad van 04.07.2016) de btw-vrijstelling opgeheven met betrekking tot de kans- en geldspelen, andere dan loterijen, verstrekt langs elektronische weg.
Voornoemde bepalingen hebben inderdaad onder meer artikel 44, § 3, 13° van het Btw-Wetboek gewijzigd in de zin dat de btw-vrijstelling voor de kans- en geldspelen slechts van toepassing is, enerzijds op 'loterijen' en anderzijds op 'andere kans- en geldspelen, met uitzondering van degene die langs elektronische weg worden verstrekt zoals bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek'.
Deze bepalingen hebben eveneens definities van de termen 'kans- en geldspelen' en 'loterijen' ingevoegd in het Wetboek (zie artikel 1, § 14, van het Btw-Wetboek). Aangezien de definitie van het begrip 'kans- en geldspelen' in het Wetboek was opgenomen, hebben voornoemde bepalingen eveneens het koninklijk besluit nr. 45 dat betrekking had op deze definitie opgeheven.
Deze wetswijzigingen werden toegelicht in de circulaire AAFisc nr. 32/2016 (nr. E.T.130.082) van 30.11.2016. Bij beslissing van de Minister van Financiën, zijn ze daadwerkelijk in werking getreden op 01.08.2016.
Het Grondwettelijk Hof, dat werd gevat door een vordering tot vernietiging, heeft de artikelen 29 tot 34 van de programmawet van 01.07.2016 middels zijn arrest nr. 34/2018 van 22.03.2018 vernietigd. Het hof heeft geoordeeld dat de Federale Wetgever, door deze bepalingen aan te nemen, de regels inzake bevoegdheidsverdeling tussen het federale en het regionale niveau niet heeft gerespecteerd. Het hof erkent enerzijds dat de btw-maatregel niet rechtstreeks ingrijpt op de belastbare materie van de gewestelijke belasting op de spelen en weddenschappen. Anderzijds vindt het hof dat de maatregel genomen die belastbare materie vermindert door het aanbieden van spelen en weddenschappen duurder en daardoor minder aantrekkelijk te maken. En dat laatste is voor het hof voldoende om van een schending van de bevoegdheid te spreken.
Teneinde rekening te houden met de budgettaire en administratieve moeilijkheden die de terugbetaling van de reeds betaalde belastingen zou teweegbrengen, heeft het hof beslist dat de gevolgen van de vernietigde bepalingen definitief dienen te worden gehandhaafd tot op de datum van de publicatie van het arrest in het Belgisch Staatsblad (toepassing van artikel 8 van de bijzondere wet van 06.01.1989 op het Grondwettelijk Hof).
Arresten van het Grondwettelijk Hof hebben een absoluut gezag van gewijsde vanaf hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad (artikel 9, § 1, van de bijzondere wet van 06.01.1989 op het Grondwettelijk Hof).
Het arrest van het Grondwettelijk Hof werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 22.05.20018. Vanaf die publicatie stelt artikel 44, § 3, 13°, van het Btw-Wetboek daarom de weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen, al dan niet verstrekt langs elektronische weg, vrij van de belasting, zoals die bepaling van toepassing was voor haar wijziging door de programmawet van 01.07.2016.
De gevolgen van de vernietigde bepalingen worden definitief gehandhaafd voor de periode van 01.08.2016 tot en met 21.05.2018.
De circulaire AAFisc nr. 32/2016 van 30.11.2016 behoudt voor deze periode haar belang, in het bijzonder inzake de plaatsbepalingsregels, het begrip 'kans- en geldspelen verstrekt langs elektronische weg', het bepalen van de maatstaf van heffing, de regels inzake opeisbaarheid, het uitoefenen van het recht op aftrek, enz.
De circulaire nr. 6 van 09.03.1994, met betrekking tot de weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen, en automaten, blijft van toepassing.
2. Handhaving van de gevolgen van de vernietigde bepalingen
Om te bepalen of een handeling al dan niet aan de belasting is onderworpen overeenkomstig de artikelen 29 tot 34 van de programmawet van 01.07.2016, moet het tijdstip bepaald worden waarop de belasting opeisbaar wordt. Voor bijkomende toelichtingen bij het bepalen van het tijdstip waarop de btw inzake kans- en geldspelen, andere dan loterijen, die langs elektronische weg worden verstrekt, opeisbaar wordt, wordt verwezen naar de circulaire AAFisc nr. 32/2016 van 30.11.2016.
De kans- en geldspelen die langs elektronische weg worden verstrekt:
- zijn overeenkomstig de artikelen 29 tot 34 van de programmawet van 01.07.2016 belast wanneer een oorzaak van opeisbarheid zich heeft voorgedaan tijdens de periode van 01.08.2016 tot en met 21.05.2018, tot beloop van de belasting die in die periode opeisbaar is geworden;
- zijn vrijgesteld van de belasting overeenkomstig het artikel 44, § 3, 13° van het Btw-Wetboek, zoals die bepaling van kracht was voor haar wijziging door de programmawet van 01.07.2016, wanneer een oorzaak van opeisbaarheid zich voordoet na 21.05.2018, tot beloop van de belasting die na die datum opeisbaar is geworden.
Wanneer de organisator van kans- en geldspelen de juridische verplichting heeft, van welke aard dan ook, om een gedeelte van de inzetten van de spelers als winst uit te keren, wordt de maatstaf van heffing bepaald aan de hand van de werkelijke brutomarge (zie circulaire AAFisc nr. 32/2016, nrs. 27 e.v.). Deze marge bestaat uit de inzetten van de spelers, verminderd met de winsten die werkelijk uitgekeerd zijn aan de spelers.
De maatstaf van heffing moet in principe voor elke handeling, afzonderlijk beschouwd, worden bepaald (zie circulaire AAFisc nr. 32/2016, nr. 32). De administratie aanvaardt dat de organisator de maatstaf voor de berekening van de btw vaststelt overeenkomstig dezelfde periodiciteit die geldt inzake de regionale wetgeving met betrekking tot de belasting op de spelen en weddenschappen (zie circulaire AAFisc nr. 32/2016, nr. 34).
De organisator moet daarbij rekening houden met alle inzetten van de betreffende periode, verminderd met alle winsten die gedurende dezelfde periode zijn uitgekeerd, in uitvoering van de juridische verplichting waartoe hij gehouden is.
Wanneer een dergelijke verplichting bestaat moet wat de periode betreft van 16.05.2018 tot 31.05.2018 volgend onderscheid gemaakt worden:
- het bedrag van de inzetten die ingelegd zijn vanaf 16.05.2018 tot en met 21.05.2018 worden belast en mogen verminderd worden met de aan de spelers uitgekeerde winsten met betrekking tot de periode voorafgaand aan 22.05.2018
- het bedrag van de inzetten die ingelegd zijn vanaf 22.05.2018 worden vrijgesteld van de belasting (de uitgekeerde winsten vanaf die datum hebben geen invloed op de berekening van de verschuldigde btw).
Voorbeeld
Veronderstel dat een organisator van online kans- en geldspelen de mogelijkheid geeft om te wedden op de selectie van een speler voor deelname aan het toernooi in het kader van de FIFA World Cup 2018 in Rusland. Het inzetten is toegestaan vanaf 20.04.2018 tot en met 04.06.2018, zijnde de datum waarop de selectie wordt meegedeeld en waarop de eventuele winsten uitgekeerd zullen worden.
Inzetten | Uitgekeerde winsten | ||
Datum van de inzet | Maken zij deel uit van een werkelijke bruto winstmarge? | Maken zij deel uit van een werkelijke bruto winstmarge? | |
Speler 1 | 11.05.2018 | Ja, de marge m.b.t. de periode gaande van 01.05.2018 tot en met 15.05.2018 | Ja, winstuitkeringen van andere weddenschappen in de periode gaande van 01.05.2018 tot en met 15.05.2018 |
Speler 2 | 19.05.2018 | Ja, de marge m.b.t. de periode gaande van 16.05.2018 tot en met 21.05.2018 | Ja, winstuitkeringen van andere weddenschappen in de periode gaande van 16.05.2018 tot en met 21.05.2018 |
Speler 3 | 22.05.2018 | Neen | Neen, winstuitkeringen van alle weddenschappen vanaf 22.05.2018 |
3. Recht op aftrek
3.1. Principes
Voor de belasting geheven van goederen en diensten die worden verstrekt aan een belastingplichtige, ontstaat het recht op aftrek op de datum waarop de btw opeisbaar wordt krachtens de artikelen 16, § 1, 17, 22, § 1 en 22bis van het Btw-Wetboek (artikel 2, 1°, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10.12.1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde).
De datum van opeisbaarheid van de btw geheven van de goederen en diensten die worden verstrekt aan een belastingplichtige bepaalt of deze al dan niet een recht op aftrek heeft:
- van 01.08.2016 tot en met 21.05.2018, waren de online kans- en geldspelen, andere dan loterijen, die plaatsvonden in België onderworpen aan de belasting met recht op aftrek (artikel 45, § 1 van het Btw-Wetboek).
De online kans- en geldspelen, andere dan loterijen, die geacht werden plaats te vinden in een andere lidstaat of in een derde land deden eveneens een recht op aftrek ontstaan. Inderdaad, elke belastingplichtige mag van de belasting die hij verschuldigd is in aftrek brengen, de btw geheven van de aan hem geleverde goederen en diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van handelingen die plaatsvinden in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou zijn ontstaan indien ze in het binnenland zouden hebben plaatsgevonden (artikel 45, § 1, 3° van het Btw-Wetboek).
- op 22.05.2018, werden de artikelen 29 tot 34 van de programmawet van 01.07.2016 vernietigd zodat de diensten inzake online kans- en geldspelen, andere dan loterijen, opnieuw vrijgesteld zijn vanaf die datum waarvoor geen recht op aftrek is (artikel 45, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek).
De oorspronkelijk verrichte aftrek is slechts definitief indien de aftrek juist is en wanneer geen latere gebeurtenis de eerste bestemming die de belastingplichtige aan de goederen en diensten had gegeven, geheel of gedeeltelijk wijzigt.
Er moet bijgevolg een herziening gebeuren van de aftrek met betrekking tot de belasting geheven van de goederen en diensten bestemd voor diensten inzake online kans- en geldspelen, andere dan loterijen.
In dat verband maakt het koninklijk besluit nr. 3 een onderscheid tussen herziening van de aftrek ten aanzien van andere belasting dan die geheven van bedrijfsmiddelen en herziening van de aftrek ten aanzien van belasting geheven van bedrijfsmiddelen. Enkel laatstbedoelde zijn onderworpen aan een herzieningstijdvak van 5 of 15 jaar, krachtens artikel 48, § 2, van het Btw-Wetboek.
3.2. Herziening van de aftrek ten aanzien van andere belasting dan die geheven van bedrijfsmiddelen
De belastingplichtige moet, wat de andere belasting dan die geheven van bedrijfsmiddelen betreft, een herziening van de oorspronkelijk verrichte aftrek doen overeenkomstig artikel 5, § 1 van het koninklijk besluit nr. 3 van 10.12.1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.
De belastingplichtige die tijdens het tijdvak van 01.08.2016 tot en met 21.05.2018 een dienst heeft verricht inzake online kans- en geldspelen, andere dan loterijen, zal een herziening van de aftrek moeten verrichten, ingevolge de vernietiging van de artikelen 29 tot 34 van de programmawet van 01.07.2016:
- hetzij overeenkomstig artikel 5, § 1, 3° van het koninklijk besluit nr. 3, omdat zich wijzigingen voordoen in de factoren die aan de berekening van de gedane aftrek ten grondslag liggen;
Het gaat bijvoorbeeld om een belastingplichtige die uitsluitend belaste handelingen verrichtte en die vanaf 22.05.2018 eveneens vrijgestelde handelingen verricht of nog om een gemengde belastingplichtige die zowel vrijgestelde als belaste handelingen verricht, maar in een andere verhouding onder meer ingevolge de opheffing van de belastingheffing over online spelen- en weddenschapen (bv. een belastingplichtige met een algemeen verhoudingsgetal van 80 % zal voortaan slechts zijn aftrek kunnen uitoefenen op basis van een algemeen verhoudingsgetal van 10 %).
- hetzij overeenkomstig artikel 5, § 1, 4° van het koninklijk besluit nr. 3, indien de belastingplichtige elk recht op aftrek verliest. In dat geval moet de belastingplichtige een herziening verrichten van de oorspronkelijk verrichte aftrek voor de roerende lichamelijke goederen (andere dan bedrijfsmiddelen) die hij nog niet heeft gebruikt of heeft overgedragen en voor de nog niet verbruikte diensten (bv. telefoonkosten) op het tijdstip dat het recht op aftrek verloren is gegaan.
Het betreft bijvoorbeeld een belastingplichtige met een volledig of gedeeltelijk recht op aftrek die ingevolge de toepassing van het arrest een volledig vrijgestelde belastingplichtige wordt, zonder recht op aftrek.
In principe wordt de herziening opgenomen in de aangifte met betrekking tot de periode waarin de wijziging van de oorspronkelijke bestemming plaatsvindt. Echter, wanneer de herziening voortvloeit uit een wijziging van het algemeen verhoudingsgetal, wordt ze opgenomen in de aangifte in te dienen in april van het volgende jaar.
3.3. Herziening van de aftrek ten aanzien van belasting geheven van bedrijfsmiddelen
Gelet op hun duurzaam karakter kunnen bedrijfsmiddelen tijdens hun gebruiksduur een variabele of verschillende bestemming krijgen. Een bedrijfsmiddel dat initieel uitsluitend voor een belaste activiteit wordt gebruikt kan aldus vervolgens gebruikt worden voor een economische activiteit die geen recht op aftrek verleent.
Om die reden voorziet artikel 48, § 2 van het Btw-Wetboek dat het recht op aftrek van belasting geheven van bedrijfsmiddelen onderworpen is aan een herziening gedurende vijf of vijftien jaar.
Krachtens artikel 9, § 1, van het koninklijk besluit nr. 3, vangt de herzieningsperiode aan op 1 januari van het jaar waarin het recht op aftrek ontstaat (zie artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 3), dit wil zeggen van het jaar waarin de belasting geheven van het bedrijfsmiddel opeisbaar wordt. Het jaar waarin het recht op aftrek ontstaat geldt bijgevolg als een volledig jaar.
Het herzieningstijdvak eindigt, naargelang het geval, bij het verstrijken van het vierde of het veertiende jaar dat volgt op het jaar waarin het recht op aftrek is ontstaan.
De herziening voorzien door artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 3 moet worden verricht in het geval tijdens het herzieningstijdvak beoogd door dat artikel, het bedrijfsmiddel door de belastingplichtige wordt bestemd om, geheel of gedeeltelijk, te worden gebruikt voor het verwezenlijken van handelingen die geen recht op aftrek verlenen (artikel 10, § 1, 1° van het Btw-Wetboek).
Om deze herziening te doen moet men een onderscheid maken naargelang het goed volledig of gedeeltelijk wordt bestemd voor het realiseren van handelingen die geen recht op aftrek verlenen:
- Wanneer het goed slechts gedeeltelijk wordt gebruikt voor het verrichten van handelingen die geen recht op aftrek verlenen, dan wordt de herziening, die wordt berekend op de wijze bepaald in artikel 1, § 2 van het koninklijk besluit nr. 3, verricht tot beloop van een vijfde of een vijftiende, volgens de aard van het goed, van het bedrag van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting voor ieder jaar waarin een wijziging in het gebruik intreedt (koninklijk besluit nr. 3, artikel 11, § 1, eerste zin). De herziening wordt verricht in de aangifte in te dienen in de loop van de maand april van het jaar dat volgt op het jaar waarin de wijziging in het gebruik heeft plaatsgevonden.
- Wanneer het goed volledig wordt gebruikt voor het verrichten van handelingen die geen recht op aftrek verlenen, dan wordt de herziening in één keer verricht, zowel voor het jaar waarin de wijziging in het gebruik intreedt als voor de nog te lopen jaren van het herzieningstijdvak (koninklijk besluit nr. 3, artikel 11, § 1, tweede zin). De herziening wordt in principe verricht in de aangifte die betrekking heeft op de periode waarin de wijziging in het gebruik is opgetreden.
3.4. Indiening van staat van bedrijfsmiddelen voor de belastingplichtige die elk recht op aftrek verliest
Voor de belastingplichtige die elk recht op aftrek verliest, is de overgang voor het geheel van zijn activiteit naar een regeling van vrijgestelde belastingplichtige, gelijk aan het verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige beoogd in artikel 49, 3° van het Btw-Wetboek.
Het terug te storten bedrag aan belastingen wordt berekend op basis van een inventaris van de voorraad op het tijdstip van de wijziging in belastingregeling en een tabel van de op dat tijdstip nog bruikbare bedrijfsmiddelen
Deze documenten worden ingediend bij het team beheer van de FOD Financiën waarvan de belastingplichtige afhangt in de maand van de wijziging in belastingregeling.
Gezien de toleranties betreffende de indiening van het formulier van wijziging van activiteit (formulier 604B) (zie punt 4.1., hierna) en de indiening van periodieke aangiften (zie punt 4.3., hierna), aanvaardt de administratie dat de staat van de bedrijfsmiddelen, in voorkomend geval, pas ingediend worden uiterlijk 20.10.2018.
4. Verplichtingen
4.1. Wijziging van activiteit
De organisator van online kans- en geldspelen andere dan loterijen die onderworpen waren aan de btw tussen 01.08.2016 en 21.05.2018, moet het bevoegde team beheer van de FOD Financiën informeren van zijn wijziging in belastingregeling, in principe binnen de termijn van een maand (artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 10), via een aangifte van wijziging van een btw-identificatie (document 604B).
Bij wijze van tolerantie, aanvaardt de administratie dat dit document wordt ingediend uiterlijk 20.10.2018.
Drie situaties worden beoogd:
4.1.1. De belastingplichtige verricht naast vrijgestelde activiteiten ook activiteiten onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde
De organisator van online kans- en geldspelen andere dan loterijen, die andere activiteiten onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde verricht, blijft geïdentificeerd voor de btw en gehouden tot de indiening van periodieke aangiften.
Gezien de activiteiten van online kans- en geldspelen andere dan loterijen opnieuw vrijgesteld zijn, moet de belastingplichtige via kader III, punt D, van de aangifte tot wijziging van een btw-identificatie (604B), melden dat hij gedeeltelijk handelingen beoogd door artikel 44 van het Btw-Wetboek zal verrichten die hem geen enkel recht op aftrek verlenen en gedeeltelijk andere handelingen zal verrichten die hem recht op aftrek verlenen (hij wordt gemengde belastingplichtige met gedeeltelijk recht op aftrek) door het gepaste vak aan te kruisen.
4.1.2. De belastingplichtige verricht in België geen andere uitgaande handelingen dan deze die door artikel 44 van het Btw-Wetboek vrijgesteld zijn maar moet zijn btw-identificatienummer behouden
De organisator van online kans- en geldspelen andere dan loterijen, die in België geen andere uitgaande handelingen verricht dan deze die door artikel 44 van het Btw-Wetboek vrijgesteld zijn, moet geïdentificeerd blijven voor de btw, maar is niet langer gehouden tot de indiening van periodieke aangiften in de volgende situaties:
- wanneer hij intracommunautaire verwervingen van goederen verricht waarvoor hij schuldenaar is, hetzij omdat hij de drempel van 11.200 euro beoogd in artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, eerste lid, b), van het Btw-Wetboek, heeft overschreden, hetzij omdat hij geopteerd heeft voor hun taxatie overeenkomstig artikel 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, van het Btw-Wetboek;
- wanneer hij een dienst ontvangt die plaatsvindt in België overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek, die hem verschaft wordt door een niet in België gevestigde dienstverrichter, waarvoor hij schuldenaar is van de btw overeenkomstig artikel 51, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek;
- wanneer hij diensten van online kans- en geldspelen andere dan loterijen organiseert voor niet-belastingplichtigen, die plaatsvinden en effectief belast worden in een andere lidstaat (artikel 21bis, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek) voor dewelke hij geregistreerd is in het Mini enig loket systeem, met name de 'Mini One Stop Shop' (MOSS).
De belastingplichtige moet dus via kader III, punt D, van de aangifte tot wijziging van een btw-identificatie (604B) melden dat hij enkel handelingen zal verrichten beoogd door artikel 44 van het Btw-Wetboek, die hem geen enkel recht op aftrek verlenen (hij wordt vrijgestelde belastingplichtige zonder recht op aftrek voor het geheel van zijn economische btw-activiteit) door het gepaste vak aan te kruisen.
De belastingplichtige is niet langer gehouden tot het indienen van periodieke aangiften en moet zijn intracommunautaire verwervingen en de ontvangst van diensten waarvoor hij schuldenaar is, aangeven via de indiening van bijzondere aangiften.
Voor zijn handelingen van belaste elektronische diensten aan particulieren, die plaatsvinden in een andere Lidstaat, behoudt hij zijn registratie in de MOSS.
4.1.3. De belastingplichtige verricht in België geen andere uitgaande handelingen dan deze die door artikel 44 van het Btw-Wetboek vrijgesteld zijn en moet zijn btw-identificatienummer niet behouden
De organisator van online kans- en geldspelen andere dan loterijen, die in België geen andere uitgaande handelingen verricht dan deze die door artikel 44 van het Btw-Wetboek vrijgesteld zijn en die niet beoogd is door de gevallen vermeld in punt 4.1.2., wordt vrijgestelde belastingplichtige voor zijn gehele activiteit en is niet langer gehouden tot het indienen van periodieke aangiften.
De belastingplichtige moet dus via kader III, punt D, van de aangifte tot wijziging van een btw-identificatie (604B) melden dat hij enkel handelingen zal verrichten beoogd door artikel 44 van het Btw-Wetboek, die hem geen enkel recht op aftrek verlenen (hij wordt vrijgestelde belastingplichtige zonder recht op aftrek voor het geheel van zijn economische btw-activiteit) door het gepaste vak aan te kruisen.
De administratie schrapt het btw-identificatienummer van deze belastingplichtige.
4.2. Gebruik van het btw-identificatienummer
De organisator van online kans- en geldspelen andere dan loterijen, die in België geen andere uitgaande handelingen verricht dan deze die door artikel 44 van het Btw-Wetboek vrijgesteld zijn, maar zijn identificatienummer moet behouden (zie de gevallen vermeld in punt 4.1.2.) moet dit nummer niet meer meedelen aan zijn leveranciers en klanten (artikel 53quater, § 1, van het Btw-Wetboek).
Het is aangewezen deze laatsten die het nummer reeds in hun bezit hebben, ervan te informeren dat het btw-identificatienummer niet meer moet worden opgenomen op contracten, facturen, bestelbonnen, verzendingsbonnen en andere documenten met betrekking tot de economische activiteit.
De betrokken organisator blijft er echter wel toe gehouden zijn btw-identificatienummer mee te delen aan zijn buitenlandse leveranciers en dienstverrichters aangezien hij schuldenaar is van de btw voor zijn intracommunautaire verwervingen van goederen en voor de diensten die hem worden verschaft overeenkomstig de artikelen 51, § 1, 2°, en 51, § 2, eerste lid, 1° van het Btw-Wetboek (artikel 53quater, § 2 van het Btw-Wetboek).
4.3. Periodieke aangifte
De organisator van online kans- en geldspelen andere dan loterijen, moet in principe geen periodieke aangiften meer indienen voor de handelingen met betrekking tot de periode waarin hij enkel nog uitgaande handelingen verricht die door artikel 44 van het Btw-Wetboek zijn vrijgesteld (respectievelijk de aangifte van juni 2018 en de aangifte van het derde kwartaal 2018).
Om hem echter toe te staan, in voorkomend geval, de nodige regularisaties te verrichten, aanvaardt de administratie dat hij nog periodieke aangiften kan indienen voor de handelingen tot de maand september 2018 indien hij gehouden is tot indiening van maandaangiften of tot het derde kwartaal 2018 indien hij gehouden is tot indiening van kwartaalaangiften (beide in te dienen uiterlijk 20.10.2018).
De door artikel 44, van het Btw-Wetboek, vrijgestelde handelingen, gerealiseerd tijdens deze periode, zullen opgenomen worden in rooster 00 van de periodieke aangifte.
Indien hij ervoor kiest deze tolerantie toe te passen, zal hij het formulier 604B moeten indienen uiterlijk 20.10.2018 (zie punt 4.1., hiervoor).
4.4. Dagontvangstenboek
De organisator van kans- en geldspelen andere dan loterijen, die geen enkele andere activiteit onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde verricht, moet geen dagontvangstenboek meer houden.
Interne ref.: 133.771
