Circulaire 2017/C/9 betreffende nieuwe bepalingen inzake ambtshalve ontheffing en bezwaarprocedure

Deze circulaire geeft uitleg over de wetswijziging betreffende de te veel betaalde belasting na een procedure van onderling overleg in toepassing van een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of arbitrageverdrag, en de ontvankelijkheid van bezwaarschriften die werden ingediend bij een andere ambtenaar dan de adviseur-generaal (wetten van 1 juli en 3 augustus 2016).

inkomstenbelastingen ; administratief beroep ; bezwaarschrift ; ontvankelijkheid ; ambtshalve ontheffing ; overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting

FOD Financi�n, 01.03.2017

Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Geschillen

1. Inleiding

1.1. Artikel 62 van de programmawet van 01.07.2016 (BS 04.07.2016) heeft art. 376, § 3, aangevuld met een 3° punt dat als volgt luidt:

'3° van de teveel betaalde belasting die werd vastgesteld na een procedure van onderling overleg in toepassing van een internationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of na een procedure in toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (90/436/EEG) van 23 juli 1990.'

Deze bepaling heeft uitwerking vanaf het aanslagjaar 2017 (artikel 64 van de programmawet).

1.2. Artikel 2 van de wet van 03.08.2016 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 heeft, wat het indienen van een bezwaarschrift betreft, het tweede en derde lid van artikel 366, WIB 92, vervangen door volgende tekst:

'Wanneer het bezwaarschrift is gericht aan een andere ambtenaar van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen dan deze bedoeld in het eerste lid, of aan een ambtenaar van de administratie belast met de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen, blijft het bewaarschrift geldig ingediend vanaf de datum van ontvangst door die ambtenaar.
De in het tweede lid bedoelde ambtenaar zendt het bezwaarschrift onmiddellijk door aan de in het eerste lid bedoelde adviseur-generaal en stelt de bezwaarindiener hiervan in kennis.'

Deze bepaling heeft uitwerking vanaf de tiende dag die volgt op de publicatie in het Belgisch Staatsblad (BS 11.08.2016- Ed. 2), meer bepaald vanaf 21.08.2016.

2. Draagwijdte van de wijziging van artikel 376, WIB 92

2.1. De procedures die worden voorzien door een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting (procedure onderling overleg) of door het Europees verdrag van 23.07.1990 ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen kunnen soms meerdere jaren duren. Zij worden altijd in werking gesteld op vraag van de belastingplichtige wanneer hij oordeelt dat er een dubbele belasting heeft plaats gevonden. Ze gebeuren steeds tussen de bevoegde autoriteiten (zie memorie van toelichting, DOC Kamer 54 1875/001).

De wetgever heeft willen tussenkomen door artikel 358, WIB 92 (artikel 62 van de programmawet van 01.07.2016) te wijzigen waardoor deze bepaling wordt uitgebreid met een bijzondere aanslagtermijn die toepasselijk is wanneer beroep werd gedaan op de procedure van onderling overleg zoals bepaald in de overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of op de procedure bepaald door het Europees verdrag van 23.07.1990 ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen. Daarnaast wordt een ambtshalve ontheffing, zoals bepaald in artikel 376, WIB 92, toegelaten wanneer naar aanleiding van een procedure van onderling overleg of een arbitrageprocedure blijkt dat België ten onrechte belastingen heeft geïnd.

Beide bepalingen hebben een administratieve vereenvoudiging van de bestaande procedures tot doel en treden in werking vanaf het aanslagjaar 2017.

2.2. Niettegenstaande deze bepaling (evenals de wijziging van artikel 358, WIB 92, artikel 62 programmawet) is opgenomen onder afdeling 3 (met als titel 'verrekenprijzen') van Hoofdstuk 3 - 'Vestiging en invordering van de belastingen', is ze evenwel toepasselijk op elke ontheffing die voortkomt uit de uitvoering van het akkoord tussen de bevoegde autoriteiten als gevolg van een procedure van onderling overleg of arbitrage.

2.3. Deze bepaling heeft uitwerking vanaf het aanslagjaar 2017. Voor de voorgaande aanslagjaren moeten de ontheffingen die voortkomen uit de procedures zoals bepaald in het nieuwe artikel 376, § 3, 3°, WIB 92, worden toegekend in uitvoering van voormelde verdragen.

3. Draagwijdte van het (nieuwe) artikel 366, WIB 92

3.1. Elk bezwaarschrift, dat regelmatig is naar vorm, termijn en gebruik van de taal in bestuurszaken, is ontvankelijk wanneer het wordt ingediend bij een ambtenaar van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen (Algemene Administratie van de Fiscaliteit of de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie, afgekort AAFisc of AA BBI), of bij een ambtenaar van de administratie belast met de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen (Algemene Administratie van de Inning en Invordering, afgekort AAII).

De programmawet van 27.12.2004, die in werking is getreden op 01.01.2005, heeft artikel 366, WIB 92, gewijzigd waardoor een bezwaarschrift dat werd ingediend bij een andere dan de territoriaal bevoegde directeur der belastingen (thans adviseur-generaal) ontvankelijk is. Deze uitbreiding was het gevolg van een algemene aanbeveling van de federale ombudsman van 2003.

3.2. Het administratief beroep dat werd ingediend binnen de wettelijke termijn van artikel 371, WIB 92, wordt voortaan als een geldig bezwaarschrift in de zin van artikel 366, WIB 92, wanneer het werd ingediend bij de diensten van de AAII (bvb. innings- of invorderingsteam), bij de diensten van de AAFisc (centrum P, KMO of GO, centrale diensten) of bij een dienst van de BBI.

Deze wetswijziging heeft belangrijke gevolgen voor de berekening van de verlenging van de aanslagtermijn zoals bepaald in art. 354, lid 4, WIB 92, en de daarmee samenhangende onderzoekstermijn (artikel 333, tweede lid, WIB 92), voor de opschorting van de nalatigheidsintresten op het bedrag dat hoger is dan het onbetwist verschuldigde gedeelte wanneer er geen beslissing is genomen binnen de termijn van 6 maanden (artikel 414, § 2, WIB 92) en voor de berekening van de termijn van 6 of 9 maanden waarna de belastingplichtige een vordering kan instellen bij de rechtbank van eerste aanleg (artikel 1385undecies Ger.W).

Ter herinnering: ongeacht het type van administratief beroep (bezwaarschrift of ontheffing van ambtswege) heeft de indiening van een dergelijk beroep tot gevolg dat het onbetwist verschuldigde gedeelte moet worden bepaald (artikel 410, WIB 92) en dat de verjaring van de invordering wordt geschorst (artikel 443ter, WIB 92). Het is dan ook noodzakelijk dat het bevoegde team Invordering zo snel mogelijk wordt verwittigd van de indiening van het administratief beroep en dat snel het onbetwist verschuldigde gedeelte wordt vastgesteld.

3.4. Wanneer een bezwaarschrift werd verzonden op één van de wijzen die worden bepaald in artikel 2281, van het Burgerlijk Wetboek (zie circ. AAFisc nr. 5/2016 (nr. Ci.704.063) d.d. 03.02.2016, fisconetplus), is dit ontvankelijk wanneer het werd gezonden naar het mailadres (of fax) van de bevoegde adviseur-generaal - centrumdirecteur, naar het mailadres (of fax) van een ambtenaar (die niet adviseur-generaal is) van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen, of naar het mailadres (of fax) van een ambtenaar van de administratie belast met de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen (punt 11 van voormelde circulaire moet dan ook in die zin worden gelezen).

3.5.De derde paragraaf van het nieuwe artikel 366, WIB 92, is een wettelijke verplichting voor de ambtenaar van de taxatie- of invorderingsdienst (die niet de bevoegde adviseur-generaal is) die het bezwaarschrift heeft ontvangen, om dit onmiddellijk door te zenden aan de bevoegde adviseur-generaal.

Het is noodzakelijk dat het bezwaarschrift zonder uitstel aan de bevoegde adviseur-generaal wordt gezonden. De datum van ontvangst van het bezwaarschrift door de ambtenaar aan wie de brief, mail of fax, werd gezonden, doet immers de termijn van 6 of 9 maanden lopen waarbinnen een beslissing over het bezwaarschrift moet worden genomen. Bij niet naleving van deze termijn kan de belastingplichtige het geschil inleiden voor de rechtbank van eerste aanleg (toepassing van artikel 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek).

De ambtenaar die het bezwaarschrift heeft ontvangen moet onmiddellijk de belastingplichtige in kennis stellen dat het bezwaarschrift werd doorgezonden aan de bevoegde adviseur-generaal. Een ontvangstmelding zal aan de belastingplichtige worden gezonden door het orderbureau van de adviseur-generaal, centrumdirecteur die bevoegd is om het onderzoek uit te voeren en een beslissing te nemen.

3.6. De bezwaarschriften die werden ingediend vóór de inwerkingtreding van artikel 2 van de voornoemde wet van 03.08.2016 bij een ambtenaar die geen adviseur-generaal is, zijn niet ontvankelijk op grond van artikel 366, WIB 92, zoals dit van toepassing was vóór 21.08.2016. Deze moeten behandeld worden als een vraag tot ambtshalve ontheffing en onderzocht op grond van artikel 376, WIB 92.

NAMENS DE MINISTER:

De Administrateur Particulieren,
Didier LEEMANS

De Administrateur Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
Satoko NAKAYAMA

De Adviseur-generaal - Centrumdirecteur, tijdelijk belast met de leiding van de Administratie Grote Ondernemingen,
Robert De Mulder

Interne ref.: 707.918