Circulaire nr. Ci.RH.332/383.417 dd. 17.07.1987

CIRC 17.07.87/2

Circulaire nr. Ci.RH.332/383.417 dd. 17.07.1987


Bull.nr. 664, pag. 1773

LEVENSVERZEKERING
Kapitalen, vergoedingen in kapitaal of afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten
Levensverzekering
Vrijstelling van de aflossingen van leningen gewaarborgd door een schuldsaldoverzekering
Levensverzekering
Vrijstelling van de premies


De thans in 54/82.2, Com.IB voorkomende richtlijnen worden vervangen door die welke in de bijlage aan deze circulaire zijn opgenomen.

Deze nieuwe richtlijnen zullen bij een volgende bijwerking in de Com.IB worden ingelast.

BIJLAGE

(54/82.2) c) Hypothecaire lening aangegaan TER VERVANGING van een gelijkaardige lening.

Eerste geval: het contract van de oorspronkelijke hypothecaire lening is gewaarborgd door een schuldsaldoverzekering.

Eerste veronderstelling: de belastingplichtige sluit een nieuwe hypothecaire lening af die gewaarborgd is door een schuldsaldoverzekering.

De sommen besteed tot de aflossing of de herstelling van de nieuwe lening kunnen onder de volgende voorwaarden belastingvrijstelling genieten:

1° de oorspronkelijke hypothecaire lening moet gediend hebben tot één van de bij het artikel 54, 3°, WIB bepaalde doeleinden (het bouwen, het verwerven of het verbouwen van een gebouwd onroerend goed);

2° het bedrag van de nieuwe hypothecaire lening mag niet meer bedragen dan het nog verschuldigd blijvend saldo van de oorspronkelijke hypothecaire lening, eventueel verhoogd met de nieuwe levensverzekeringspremie;

3° de nieuwe hypothecaire lening en de schuldsaldoverzekering gesloten tot waarborg van die lening, dienen al de voorwaarden tot vrijstelling te vervullen bepaald in de art. 54, 3° en 56, WIB met dien verstande dat:

  • de werkelijke duur van het eerste leningscontract en het tijdperk waarop het tweede contract slaat, samen ten minste tien jaar moeten bereiken. Hetzelfde geldt voor de vaststelling van de totale duur van de levensverzekeringscontracten;
  • indien de oorspronkelijke lening betrekking had op een welbepaald type van woning (sociale of daarmee gelijkgestelde woning, middelgrote woning
  • zie 54/72), dan vormt een eventuele vermeerdering van de verkoopwaarde van de woning, ontstaan sinds het afsluiten van de oorspronkelijke lening, geen beletsel voor het toekennen van de vrijstelling op voorwaarde dat dit niet het gevolg is van inmiddels aan het gebouw aangebrachte wijzigingen.
Nochtans wordt onder de voorwaarden en binnen de grenzen bepaald in de art. 56 en 58, § 2, WIB, eveneens vrijstelling verleend voor het door een schuldsaldoverzekering gewaarborgde bedrag van het tweede leningscontract dat het verschuldigd blijvend saldo van het eerste contract, eventueel verhoogd met de nieuwe levensverzekeringspremie, overtreft, indien de aanvullende lening werd aangegaan met het oog op het verbouwen van het gebouwd of aangekocht onroerend goed, waarop het eerste leningscontract betrekking had.

De waarde van de levensverzekeringspremie die werd teruggekocht ingevolge de terugbetaling van de eerste hypothecaire lening, is niet belastbaar wanneer de betalingsoperatie wordt uitgevoerd overeenkomstig art. 183, 2e lid, WIB, d.w.z. door overdracht van die afkoopwaarde hetzij aan een andere verzekeringsmaatschappij, hetzij, wanneer de verzekeraar dezelfde blijft, als een afbetaling op de som die verschuldigd is uit hoofde van het nieuwe levensverzekeringscontract. Hetzelfde geldt wanneer de overdracht rechtstreeks geschiedt aan de geldschieter met het oog op de gedeeltelijke aanzuivering van de nieuwe hypothecaire lening. De aldus overgedragen som komt evenwel niet meer in aanmerking voor vrijstelling op grond van art. 54, 2°, b, of 3°, WIB.

Tweede veronderstelling: de belastingplichtige sluit een nieuwe hypothecaire lening af die gewaarborgd is door een gemengde levensverzekering.

De nieuwe lening kan niet vrijgesteld worden op grond van art. 54, 3°, WIB. De aftrek van de premies van de gemengde levensverzekering is evenwel mogelijk, maar mits naleving van de voorwaarden en binnen de grenzen voorzien in de art. 54, 2°, b, 55 en 57 tot 59, WIB.

Indien de schuldsaldoverzekering blijft bestaan, komen de premies ervan, onder dezelfde voorwaarden en grenzen zoals die gelden voor de hierboven bedoelde gemengde verzekering, eventueel eveneens voor aftrek in aanmerking.

Indien die schuldsaldoverzekering wordt omgezet in een gemengde levensverzekering, of indien de afkoopwaarde ervan wordt overgedragen naar een "gemengd" contract, dan zijn de richtlijnen onder 32bis/11 van toepassing.

Tweede geval: het contract van de oorspronkelijke hypothecaire lening is gewaarborgd door een gemengde levensverzekering waarvan de premies volledig of gedeeltelijk werden afgetrokken op grond van art. 54, 2°, b, WIB.

Eerste veronderstelling: de belastingplichtige sluit een nieuwe hypothecaire lening af die gewaarborgd is door een gemengde levensverzekering.

Indien het contract van de gemengde levensverzekering dat de oorspronkelijke lening waarborgt wordt gereduceerd, dan worden er geen premies meer betaald voor dit contract, waarvan de uitkeringen nochtans zullen worden belast op de vervaldag of op het tijdstip van de toekenning van de afkoopwaarde (zie 32bis/8 en volgende).

Wanneer de afkoopwaarde van het oorspronkelijke contract van de gemengde levensverzekering daarentegen wordt overgedragen naar een soortgelijk nieuw contract, dan zijn de bepalingen van het art. 183, 2e lid, WIB van toepassing.

De aftrek van de premies met betrekking tot dit nieuw contract is enkel toegelaten voor zover voldaan wordt aan de in art. 54, 2°, b, 55 en 57 tot 59, WIB voorziene voorwaarden (Om te bepalen of de minimumlooptijd bereikt is, moet er rekening gehouden worden met de werkelijke looptijd van het oorspronkelijke contract die zal worden samengevoegd met de voorziene looptijd van het nieuwe contract.).

Tweede veronderstelling: de belastingplichtige sluit een nieuwe hypothecaire lening af die gewaarborgd is door een schuldsaldoverzekering.

De sommen besteed tot de aflossing of de herstelling van de nieuwe hypothecaire lening, zijn slechts aftrekbaar voor zover er voldaan wordt aan de voorwaarden gesteld in het art. 56, § 1, WIB (Om te bepalen of de minimumlooptijd van 10 jaar bereikt is, moet er rekening gehouden worden met de werkelijke looptijd van de oorspronkelijke contracten (lening en verzekering) die zal worden samengevoegd met de voorziene looptijd van de nieuwe contracten.) op de datum van het afsluiten van de tweede lening en aan de voorwaarden bepaald bij het art. 56, § 2, WIB op de datum van het afsluiten van de oorspronkelijke lening.

Indien het contract van de gemengde levensverzekering dat de oorspronkelijke lening waarborgt, wordt gereduceerd, dan worden geen premies meer betaald voor dit contract waarvan de uitkeringen nochtans zullen worden belast op de vervaldag of op het tijdstip van de toekenning van de afkoopwaarde (zie 32bis/8 en volgende).

Er moet worden beschouwd dat deze afkoopwaarde is toegekend indien ze wordt aangewend tot de gehele of gedeeltelijke aflossing van de nieuwe lening.