Circulaire 7/1997 (E.D. 8094 - E.D. 314316 - E.E./L.40) d.d. 20.08.1997
N.V. van publiek recht HST-Fin.
Bevoegdheid tot verlijden authentieke akten
Vrijstelling van registratierecht
In het Belgisch Staatsblad van 2 april 1997, blz. 7667 e.v., verscheen de Wet van 17 maart 1997 betreffende de financiering van het HST-project (zie bijlage).
De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen en de Federale Participatiemaatschappij worden bij deze wet gelast om een naamloze vennootschap van publiek recht "HST-Fin" genaamd, op te richten, welke tot doel zal hebben deel te nemen in het kapitaal van de N.M.B.S. teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de infrastructuur en de aanschaffing van rollend materieel noodzakelijk voor de exploitatie van de lijnen voor de hoge snelheidstrein.
De oprichtingsakte van HST-Fin werd voor ons ambt verleden op 24 april laatstleden.
De aandacht wordt gevestigd op volgende artikels van voormelde Wet:
In artikel 161, 1° van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wordt tussen het eerste en tweede lid volgende bepaling ingevoegd:
"De akten in der minne verleden met name of ten bate van de naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin".
De naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin geniet dus vrijstelling van registratierecht.
"De inspecteur-generaal van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, de registratie en domeinen, of zijn afgevaardigde kan authenticiteit verlenen aan alle akten in der minne verleden ten name of ten bate van HST-Fin".
De bij dit artikel verleende bevoegdheid tot authentificeren dient te worden beschouwd als een bevoegdheid tot optreden als instrumenterende derde. Het betreft veeleer een loutere mogelijkheid en dus geen verplichting om de akten door de auditeur-generaal of zijn gerechtigde te laten verlijden.
Bij de desbetreffende akten dient de naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin te worden vertegenwoordigd door de statutair daartoe bevoegde organen of door de drager van een authentieke volmacht.
De bevoegdheid tot het authentificeren van de mutatieve akten van onroerende goederen, andere dan inbreng in de naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin, wordt bij deze gedelegeerd aan de voorzitter van het aankoopcomité binnen wiens ambtsgebied de betrokken goederen gelegen zijn.
Zo de betrokken goederen gelegen zijn binnen het ressort van meerdere aankoopcomités zal, geval per geval, door de auditeur-generaal, hoofd van de dienst der domeinen, worden aangeduid, wie de desbetreffende akte zal verlijden.
In de aanhef van de desbetreffende akten zal worden verwezen naar voormeld artikel 13 en naar de huidige aanschrijving.
MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR
17 maart 1997. - Wet betreffende de financiering van het HST-project (B.S. 2 april 1997, blz. 7667).
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
Artikel 1. Deze wet regelt de aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2. De Federale Participatiemaatschappij (de "FPM") en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (de "NMBS") worden gelast om, binnen zestig dagen na de datum van inwerkingtreding van deze wet, een naamloze vennootschap van publiek recht "HST-Fin" genaamd, op te richten, welke ten doel zal hebben deel te nemen in het kapitaal van de NMBS teneinde in het openbaar belang bij te dragen tot de verwezenlijking van de infrastructuur en de aanschaffing van het rollend materieel noodzakelijk voor de exploitatie van de lijnen voor de hoge snelheidstrein ("HST") op het Belgisch grondgebied.
Art. 3. § 1. Met het oog op de in artikel 2 bepaalde doelstelling zal ST-Fin inschrijven of preferente aandelen zonder stemrecht, uit te geven door de NMBS ten belope van een totaalbedrag van 125 miljard frank. De inschrijving en stortingen op deze aandelen geschieden overeenkomstig het tijdschema vastgelegd in het beheersprotocol bedoeld in artikel 10.
§ 2. De NMBS zal de door HST-Fin ingebrachte middelen bestemmen voor de verwezenlijking van de in artikel 2 bedoelde investeringen, onverminderd de mogelijkheid van de NMBS om, op haar verantwoordelijkheid, deze middelen voorlopig voor andere doeleinden aan te wenden in afwachting van de effectieve betaling van de betrokken investeringsuitgaven.
De Koning zal, bij in Ministerraad overlegd besluit, de nodige maatregelen nemen om de transparantie van de aanwending van de fondsen door de NMBS en de controle van hun finale bestemming voor de in artikel 2 bedoelde investeringen te verzekeren.
§ 3. Tot het totaalbedrag van de door HST-Fin ingebrachte middelen kunnen de in artikel 2 bedoelde investeringen geen voorwerp uitmaken van een subsidie die rechtstreeks of onrechtstreeks ten laste van de Staat is, noch van enige nieuwe bijkomende financiering die geheel of gedeeltelijk de Staatswaarborg geniet.
1° zijn aandelen zonder stemrecht in de zin van artikel 48 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen;
2° verlenen recht op de volgende dividenden:
a) voor elk boekjaar voorafgaand aan het boekjaar 2006, een preferent dividend van 5,90 %;
b) voor elk van de boekjaren 2006 tot en met 2020, een eerste preferent dividend van 3,98 % en een tweede preferent dividend gelijk aan 10 % van het deel van de omzet dat de NMBS als vervoerder verwezenlijkt bij de exploitatie van de HST (na toepassing van de internationale ticketverkoopovereenkomsten);
c) voor de boekjaren vanaf 2021, een dividend evenredig aan datgene dat, in voorkomend geval, wordt toegekend aan de gewone aandelen van de NMBS.
met dien verstande dat:
4° verlenen, in geval van vereffening van de NMBS, recht op de terugbetaling van het gestorte bedrag bij voorrang op de gewone aandelen, evenals op een evenredig deel van het vereffeningssaldo.
§ 2. Met inachtneming van de bepalingen van § 1 worden de uitgiftevoorwaarden van de betrokken preferente aandelen geregeld in het beheersprotocol bedoeld in artikel 10 en worden deze van de achtergestelde obligaties bedoeld in § 1, 3°, vóór het jaar 2021 bepaald bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
Artikel 40 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven en de artikelen 34bis, 48, § 1, lid 2, 1°, 52bis, § 1, en 71 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen zijn niet van toepassing op de uitgifte van de preferente aandelen of op hun omruiling in obligaties.
Art. 5. § 1. De NMBS mag de in artikel 4, § 1, 2°, a) en b) bedoelde preferente dividenden uitkeren zonder te zijn gebonden door de beperkingen bepaald in de artikelen 77bis en 77ter van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.
§ 2. De eventuele financiële kosten verbonden aan de betaling van de in § 1 bedoelde dividenden mogen in de rekeningen van de NMBS worden opgenomen in de aanschaffingswaarde van de materiële vaste activa voortvloeiend uit de in artikel 2 bedoelde investeringen, voor zover deze kosten betrekking hebben op de periode tot 31 december 2005.
§ 3. Artikel 10 van de wet van 23 juli 1926 tot oprichting van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen wordt opgeheven.
Art. 6. § 1. Bij de oprichting van HST-Fin zal de FPM op het kapitaal van HST-Fin inschrijven ten bedrage van 22 miljard frank. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit de FPM machtigen om deel te nemen aan kapitaalverhogingen van HST-Fin ten belope van een totaal bedrag van 8 miljard frak.
§ 2. Bij de oprichting van HST-Fin zal de NMBS op het kapitaal van HST-Fin inschrijven ten bedrage van 10 miljard frank. Hiertoe zal zij onroerende goederen uit haar privaat domein inbrengen. Op de aandelen waarop de NMBS inschrijft, moet ten minste 10 % worden gestort vanaf de oprichting van HST-Fin en vervolgens ten minste 20 % tijdens elk van de jaren 1997, 1998 en 1999, met storting van het eventuele saldo ten laatste in 2000. De betreffende onroerende goederen worden gewaardeerd, en maken het voorwerp uit van de verslagen bedoeld in artikel 29bis van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, naarmate zij effectief worden overgedragen aan HST-Fin bij wijze van storting op de aandelen waarop de NMBS heeft ingeschreven.
Art. 7. De FPM, de NMBS en de andere instellingen van publiek recht die van de Staat afhangen en daartoe zijn erkend door de minister die het vervoer onder zijn bevoegdheid heeft, moeten op elk ogenblik méér dan 50 % van de stemrechten door HST-Fin, aanhouden. De effecten in het bezit van deze instellingen zijn op naam.
Art. 8. § 1. De FPM zal voorafgaandelijk haar kapitaal verminderen, door terugbetaling aan de Staat, ten belope van het totaalbedrag van de inbrengen die zij gelast is te verrichten in toepassing van artikel 6, § 1. Dit bedrag zal ter beschikking van de FPM worden gesteld in de vorm van een renteloze lening, teneinde haar in staat te stellen de taak die haar door deze wet is opgedragen, voor rekening van de Staat, uit de voeren. Deze lening zal tot 31 december 2021 lopen en kan op de vervaldag worden terugbetaald door overdracht aan de Staat van de aandelen die de FPM in het kapitaal van HST-Fin bezit, of van effecten van de NMBS die aan de FPM zouden zijn toegekend bij de vereffening van HST-Fin. Elke som die de FPM vóór 31 december 2021 ontvangt ingevolge een overdracht of terugbetaling van deze aandelen of effecten zal onmiddellijk aan de Staat worden betaald tot aflossing van de lening.
§ 2. De schuld jegens de Staat ingevolge de in § 1 bedoelde lening wordt in de rekeningen van de FPM verminderd ten belope van de waardeverminderingen of minderwaarden die de FPM dient te boeken op haar aandelen van HST-Fin, en vermeerderd met elke meerwaarde die zij uitdrukt of verwezenlijkt op diezelfde aandelen, noch de betreffende waardeverminderingen, minderwaarden of meerwaarden, noch de overeenstemmende vermindering of vermeerdering van de schuld zullen de resultatenrekening van de FPM beïnvloeden.
Art. 9. § 1. De obligatie- of andere leningen die HST-Fin aangaat en waarvan de voorwaarden vooraf zijn goedgekeurd door de minister van Financiën, genieten de Staatswaarborg voor hun hoofdsom interesten en andere lasten en kosten. Het totaalbedrag van deze leningen, in nog uitstaande hoofdsom, mag op geen enkel ogenblik 100 miljard frank overschrijden.
§ 2. De verbintenissen van HST-Fin krachtens overeenkomsten die ertoe strekken de risico's te dekken verbonden aan de in § 1 bedoelde leningen ten gevolge van fluctuaties van interestvoeten of wisselkoersen, genieten eveneens de Staatswaarborg, voor zover de bepalingen van deze overeenkomsten vooraf zijn goedgekeurd door de minister van Financiën.
§ 3. In de mate dat het uitstaande bedrag van haar leningen onder Staatswaarborg een totaalbedrag van 75 miljard frank overschrijdt, zal HST-Fin op het excedent aan de Staat een garantiepremie betalen waarvan het bedrag en de berekeningswijze door de Koning worden bepaald.
Art. 10. Een beheersprotocol afgesloten tussen de Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën en de minister die het vervoer onder zijn bevoegdheid heeft, enerzijds, en HST-Fin, de FPM en de NMBS, anderzijds, regelt nader de voorwaarden volgens welke HST- Fin, in voorkomend geval met de technische bijstand van deskundigen, de in artikel 2 bedoelde opdracht zal vervuilen en ten dien einde de onroerende goederen bedoeld in artikel 6, § 2, zal verkopen. Dit protocol en de wijzigingen ervan hebben slechts uitwerking na goedkeuring door een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
Art. 11. HST-Fin is onderworpen aan de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen in de mate dat deze wet er niet van afwijkt.
De eerste statuten van HST-Fin worden vóór haar oprichting vastgesteld door een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. Elke statutenwijziging heeft slechts uitwerking na goedkeuring door een dergelijk besluit.
Art. 12. § 1. HST-Fin is onderworpen aan de controle van de minister van Financiën en de minister die het vervoer onder zijn bevoegdheid heeft (hierna de "ministers"). Deze controle wordt uitgeoefend door tussenkomst van een regeringscommissaris die waakt over de naleving van de wet, de statuten en het beheersprotocol bedoeld in artikel 10. De regeringscommissaris wordt benoemd en ontslagen door de Koning op gezamenlijke voordracht van de ministers.
§ 2. De regeringscommissaris wordt uitgenodigd op alle vergaderingen van de bestuursorganen van HST-Fin en zetelt er met raadgevende stem. Hij kan op elk ogenblik, zonder verplaatsing, kennis nemen van alle boeken en documenten van HST-Fin. Hij kan aan haar bestuurders, agenten en aangestelden alle inlichtingen vragen en kan alle verificaties uitvoeren die hem nuttig lijken. Elk trimester overhandigt de raad van bestuur hem een boekhoudkundige staat die is opgesteld overeenkomstig het schema van de balans en de resultatenrekening.
§ 3. De regeringscommissaris kan iedere beslissing van de bestuursorganen van HST-Fin die hij strijdig acht met de wet, de statuten of het beheersprotocol, schorsen en ter kennis van de ministers brengen. Hij beschikt daartoe over een termijn van vier vrije dagen vanaf de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voor zover hij daartoe regelmatig werd opgeroepen, en, in het tegenovergestelde geval, vanaf de dag waarop hij ervan kennis heeft gekregen. De betrokken beslissing kan alleen worden uitgevoerd indien geen van de ministers er zich heeft tegen verzet binnen acht dagen na de schorsing.
Art. 13. De inspecteur-generaal van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, de registratie en domeinen, of zijn afgevaardigde kan authenticiteit verlenen aan alle akten in der minne verleden ten name of ten bate van HST-Fin.
Art. 14. In artikel 161, 1°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd:
"De akten in der minne verleden ten name of ten bate van de naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin".
Art. 15. § 1. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, alle nuttige maatregelen nemen tot regeling van de terbeschikkingstelling aan de NMBS van de som die het Koninkrijk der Nederlanden aan de Staat zou betalen tot de verwezenlijking van het traject van het HST-project tussen Antwerpen en de Nederlandse grens volgens het zogenaamde E19-tracé.
§ 2. Het in § 1 bedoelde besluit kan de geldende wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.
De in dit artikel aan de Koning verleende bevoegdheden verstrijken op 31 juli 1998. Na deze datum kan het besluit, genomen krachtens deze bevoegdheden, slechts bij wet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 17 maart 1997. ALBERT Van Koningswege: De Vice-Eerste Minister
en Minister van Financiën en Buitenlandse Handel,
Ph. MAYSTADT De Minister van Vervoer,
M. DAERDEN met 's Lands zegel gezegeld De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
Bevoegdheid tot verlijden authentieke akten
Vrijstelling van registratierecht
In het Belgisch Staatsblad van 2 april 1997, blz. 7667 e.v., verscheen de Wet van 17 maart 1997 betreffende de financiering van het HST-project (zie bijlage).
De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen en de Federale Participatiemaatschappij worden bij deze wet gelast om een naamloze vennootschap van publiek recht "HST-Fin" genaamd, op te richten, welke tot doel zal hebben deel te nemen in het kapitaal van de N.M.B.S. teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de infrastructuur en de aanschaffing van rollend materieel noodzakelijk voor de exploitatie van de lijnen voor de hoge snelheidstrein.
De oprichtingsakte van HST-Fin werd voor ons ambt verleden op 24 april laatstleden.
De aandacht wordt gevestigd op volgende artikels van voormelde Wet:
| a) | Artikel 14 |
"De akten in der minne verleden met name of ten bate van de naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin".
De naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin geniet dus vrijstelling van registratierecht.
| b) | artikel 13 |
De bij dit artikel verleende bevoegdheid tot authentificeren dient te worden beschouwd als een bevoegdheid tot optreden als instrumenterende derde. Het betreft veeleer een loutere mogelijkheid en dus geen verplichting om de akten door de auditeur-generaal of zijn gerechtigde te laten verlijden.
Bij de desbetreffende akten dient de naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin te worden vertegenwoordigd door de statutair daartoe bevoegde organen of door de drager van een authentieke volmacht.
De bevoegdheid tot het authentificeren van de mutatieve akten van onroerende goederen, andere dan inbreng in de naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin, wordt bij deze gedelegeerd aan de voorzitter van het aankoopcomité binnen wiens ambtsgebied de betrokken goederen gelegen zijn.
Zo de betrokken goederen gelegen zijn binnen het ressort van meerdere aankoopcomités zal, geval per geval, door de auditeur-generaal, hoofd van de dienst der domeinen, worden aangeduid, wie de desbetreffende akte zal verlijden.
In de aanhef van de desbetreffende akten zal worden verwezen naar voormeld artikel 13 en naar de huidige aanschrijving.
De Auditeur-generaal,
BIJLAGED. DE BRONE
MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR
17 maart 1997. - Wet betreffende de financiering van het HST-project (B.S. 2 april 1997, blz. 7667).
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
Artikel 1. Deze wet regelt de aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2. De Federale Participatiemaatschappij (de "FPM") en de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (de "NMBS") worden gelast om, binnen zestig dagen na de datum van inwerkingtreding van deze wet, een naamloze vennootschap van publiek recht "HST-Fin" genaamd, op te richten, welke ten doel zal hebben deel te nemen in het kapitaal van de NMBS teneinde in het openbaar belang bij te dragen tot de verwezenlijking van de infrastructuur en de aanschaffing van het rollend materieel noodzakelijk voor de exploitatie van de lijnen voor de hoge snelheidstrein ("HST") op het Belgisch grondgebied.
Art. 3. § 1. Met het oog op de in artikel 2 bepaalde doelstelling zal ST-Fin inschrijven of preferente aandelen zonder stemrecht, uit te geven door de NMBS ten belope van een totaalbedrag van 125 miljard frank. De inschrijving en stortingen op deze aandelen geschieden overeenkomstig het tijdschema vastgelegd in het beheersprotocol bedoeld in artikel 10.
§ 2. De NMBS zal de door HST-Fin ingebrachte middelen bestemmen voor de verwezenlijking van de in artikel 2 bedoelde investeringen, onverminderd de mogelijkheid van de NMBS om, op haar verantwoordelijkheid, deze middelen voorlopig voor andere doeleinden aan te wenden in afwachting van de effectieve betaling van de betrokken investeringsuitgaven.
De Koning zal, bij in Ministerraad overlegd besluit, de nodige maatregelen nemen om de transparantie van de aanwending van de fondsen door de NMBS en de controle van hun finale bestemming voor de in artikel 2 bedoelde investeringen te verzekeren.
§ 3. Tot het totaalbedrag van de door HST-Fin ingebrachte middelen kunnen de in artikel 2 bedoelde investeringen geen voorwerp uitmaken van een subsidie die rechtstreeks of onrechtstreeks ten laste van de Staat is, noch van enige nieuwe bijkomende financiering die geheel of gedeeltelijk de Staatswaarborg geniet.
| Art. | 4. § 1. de preferente aandelen bedoeld in artikel 3, § 1: |
2° verlenen recht op de volgende dividenden:
a) voor elk boekjaar voorafgaand aan het boekjaar 2006, een preferent dividend van 5,90 %;
b) voor elk van de boekjaren 2006 tot en met 2020, een eerste preferent dividend van 3,98 % en een tweede preferent dividend gelijk aan 10 % van het deel van de omzet dat de NMBS als vervoerder verwezenlijkt bij de exploitatie van de HST (na toepassing van de internationale ticketverkoopovereenkomsten);
c) voor de boekjaren vanaf 2021, een dividend evenredig aan datgene dat, in voorkomend geval, wordt toegekend aan de gewone aandelen van de NMBS.
met dien verstande dat:
- de preferente dividenden bedoeld in de punten a) en b) opwaarts of neerwaarts kunnen worden aangepast volgens de nadere regels bepaald bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, inzonderheid rekeninghoudend met de evolutie van de condities op de financiële markten en van de omzet die de NMBS verwezenlijkt bij de exploitatie van de HST;
- de bepalingen van dit 2° geen afbreuk doen aan de bevoegdheid van de algemene vergadering van de NMBS om, in haar discretie, aan de preferente aandelen bijkomende dividenden toe te kennen uit het beschikbare winstoverschot of, tot het boekjaar eindigend op 31 december 2005, door afneming op het kapitaal bedoeld in artikel 56 van de wet van 20 december 1995 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen;
4° verlenen, in geval van vereffening van de NMBS, recht op de terugbetaling van het gestorte bedrag bij voorrang op de gewone aandelen, evenals op een evenredig deel van het vereffeningssaldo.
§ 2. Met inachtneming van de bepalingen van § 1 worden de uitgiftevoorwaarden van de betrokken preferente aandelen geregeld in het beheersprotocol bedoeld in artikel 10 en worden deze van de achtergestelde obligaties bedoeld in § 1, 3°, vóór het jaar 2021 bepaald bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
Artikel 40 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven en de artikelen 34bis, 48, § 1, lid 2, 1°, 52bis, § 1, en 71 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen zijn niet van toepassing op de uitgifte van de preferente aandelen of op hun omruiling in obligaties.
Art. 5. § 1. De NMBS mag de in artikel 4, § 1, 2°, a) en b) bedoelde preferente dividenden uitkeren zonder te zijn gebonden door de beperkingen bepaald in de artikelen 77bis en 77ter van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen.
§ 2. De eventuele financiële kosten verbonden aan de betaling van de in § 1 bedoelde dividenden mogen in de rekeningen van de NMBS worden opgenomen in de aanschaffingswaarde van de materiële vaste activa voortvloeiend uit de in artikel 2 bedoelde investeringen, voor zover deze kosten betrekking hebben op de periode tot 31 december 2005.
§ 3. Artikel 10 van de wet van 23 juli 1926 tot oprichting van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen wordt opgeheven.
Art. 6. § 1. Bij de oprichting van HST-Fin zal de FPM op het kapitaal van HST-Fin inschrijven ten bedrage van 22 miljard frank. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit de FPM machtigen om deel te nemen aan kapitaalverhogingen van HST-Fin ten belope van een totaal bedrag van 8 miljard frak.
§ 2. Bij de oprichting van HST-Fin zal de NMBS op het kapitaal van HST-Fin inschrijven ten bedrage van 10 miljard frank. Hiertoe zal zij onroerende goederen uit haar privaat domein inbrengen. Op de aandelen waarop de NMBS inschrijft, moet ten minste 10 % worden gestort vanaf de oprichting van HST-Fin en vervolgens ten minste 20 % tijdens elk van de jaren 1997, 1998 en 1999, met storting van het eventuele saldo ten laatste in 2000. De betreffende onroerende goederen worden gewaardeerd, en maken het voorwerp uit van de verslagen bedoeld in artikel 29bis van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, naarmate zij effectief worden overgedragen aan HST-Fin bij wijze van storting op de aandelen waarop de NMBS heeft ingeschreven.
Art. 7. De FPM, de NMBS en de andere instellingen van publiek recht die van de Staat afhangen en daartoe zijn erkend door de minister die het vervoer onder zijn bevoegdheid heeft, moeten op elk ogenblik méér dan 50 % van de stemrechten door HST-Fin, aanhouden. De effecten in het bezit van deze instellingen zijn op naam.
Art. 8. § 1. De FPM zal voorafgaandelijk haar kapitaal verminderen, door terugbetaling aan de Staat, ten belope van het totaalbedrag van de inbrengen die zij gelast is te verrichten in toepassing van artikel 6, § 1. Dit bedrag zal ter beschikking van de FPM worden gesteld in de vorm van een renteloze lening, teneinde haar in staat te stellen de taak die haar door deze wet is opgedragen, voor rekening van de Staat, uit de voeren. Deze lening zal tot 31 december 2021 lopen en kan op de vervaldag worden terugbetaald door overdracht aan de Staat van de aandelen die de FPM in het kapitaal van HST-Fin bezit, of van effecten van de NMBS die aan de FPM zouden zijn toegekend bij de vereffening van HST-Fin. Elke som die de FPM vóór 31 december 2021 ontvangt ingevolge een overdracht of terugbetaling van deze aandelen of effecten zal onmiddellijk aan de Staat worden betaald tot aflossing van de lening.
§ 2. De schuld jegens de Staat ingevolge de in § 1 bedoelde lening wordt in de rekeningen van de FPM verminderd ten belope van de waardeverminderingen of minderwaarden die de FPM dient te boeken op haar aandelen van HST-Fin, en vermeerderd met elke meerwaarde die zij uitdrukt of verwezenlijkt op diezelfde aandelen, noch de betreffende waardeverminderingen, minderwaarden of meerwaarden, noch de overeenstemmende vermindering of vermeerdering van de schuld zullen de resultatenrekening van de FPM beïnvloeden.
Art. 9. § 1. De obligatie- of andere leningen die HST-Fin aangaat en waarvan de voorwaarden vooraf zijn goedgekeurd door de minister van Financiën, genieten de Staatswaarborg voor hun hoofdsom interesten en andere lasten en kosten. Het totaalbedrag van deze leningen, in nog uitstaande hoofdsom, mag op geen enkel ogenblik 100 miljard frank overschrijden.
§ 2. De verbintenissen van HST-Fin krachtens overeenkomsten die ertoe strekken de risico's te dekken verbonden aan de in § 1 bedoelde leningen ten gevolge van fluctuaties van interestvoeten of wisselkoersen, genieten eveneens de Staatswaarborg, voor zover de bepalingen van deze overeenkomsten vooraf zijn goedgekeurd door de minister van Financiën.
§ 3. In de mate dat het uitstaande bedrag van haar leningen onder Staatswaarborg een totaalbedrag van 75 miljard frank overschrijdt, zal HST-Fin op het excedent aan de Staat een garantiepremie betalen waarvan het bedrag en de berekeningswijze door de Koning worden bepaald.
Art. 10. Een beheersprotocol afgesloten tussen de Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën en de minister die het vervoer onder zijn bevoegdheid heeft, enerzijds, en HST-Fin, de FPM en de NMBS, anderzijds, regelt nader de voorwaarden volgens welke HST- Fin, in voorkomend geval met de technische bijstand van deskundigen, de in artikel 2 bedoelde opdracht zal vervuilen en ten dien einde de onroerende goederen bedoeld in artikel 6, § 2, zal verkopen. Dit protocol en de wijzigingen ervan hebben slechts uitwerking na goedkeuring door een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
Art. 11. HST-Fin is onderworpen aan de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen in de mate dat deze wet er niet van afwijkt.
De eerste statuten van HST-Fin worden vóór haar oprichting vastgesteld door een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. Elke statutenwijziging heeft slechts uitwerking na goedkeuring door een dergelijk besluit.
Art. 12. § 1. HST-Fin is onderworpen aan de controle van de minister van Financiën en de minister die het vervoer onder zijn bevoegdheid heeft (hierna de "ministers"). Deze controle wordt uitgeoefend door tussenkomst van een regeringscommissaris die waakt over de naleving van de wet, de statuten en het beheersprotocol bedoeld in artikel 10. De regeringscommissaris wordt benoemd en ontslagen door de Koning op gezamenlijke voordracht van de ministers.
§ 2. De regeringscommissaris wordt uitgenodigd op alle vergaderingen van de bestuursorganen van HST-Fin en zetelt er met raadgevende stem. Hij kan op elk ogenblik, zonder verplaatsing, kennis nemen van alle boeken en documenten van HST-Fin. Hij kan aan haar bestuurders, agenten en aangestelden alle inlichtingen vragen en kan alle verificaties uitvoeren die hem nuttig lijken. Elk trimester overhandigt de raad van bestuur hem een boekhoudkundige staat die is opgesteld overeenkomstig het schema van de balans en de resultatenrekening.
§ 3. De regeringscommissaris kan iedere beslissing van de bestuursorganen van HST-Fin die hij strijdig acht met de wet, de statuten of het beheersprotocol, schorsen en ter kennis van de ministers brengen. Hij beschikt daartoe over een termijn van vier vrije dagen vanaf de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voor zover hij daartoe regelmatig werd opgeroepen, en, in het tegenovergestelde geval, vanaf de dag waarop hij ervan kennis heeft gekregen. De betrokken beslissing kan alleen worden uitgevoerd indien geen van de ministers er zich heeft tegen verzet binnen acht dagen na de schorsing.
Art. 13. De inspecteur-generaal van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, de registratie en domeinen, of zijn afgevaardigde kan authenticiteit verlenen aan alle akten in der minne verleden ten name of ten bate van HST-Fin.
Art. 14. In artikel 161, 1°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd:
"De akten in der minne verleden ten name of ten bate van de naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin".
Art. 15. § 1. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, alle nuttige maatregelen nemen tot regeling van de terbeschikkingstelling aan de NMBS van de som die het Koninkrijk der Nederlanden aan de Staat zou betalen tot de verwezenlijking van het traject van het HST-project tussen Antwerpen en de Nederlandse grens volgens het zogenaamde E19-tracé.
§ 2. Het in § 1 bedoelde besluit kan de geldende wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.
De in dit artikel aan de Koning verleende bevoegdheden verstrijken op 31 juli 1998. Na deze datum kan het besluit, genomen krachtens deze bevoegdheden, slechts bij wet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 17 maart 1997. ALBERT Van Koningswege: De Vice-Eerste Minister
en Minister van Financiën en Buitenlandse Handel,
Ph. MAYSTADT De Minister van Vervoer,
M. DAERDEN met 's Lands zegel gezegeld De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
Bron: FisconetPlus
