Circulaire 2017/C/45 betreffende de belastingvermindering voor dakisolatie
Regionalisering van de belastingvermindering voor dakisolatie. Opheffing van de belastingvermindering voor in het Vlaamse Gewest gelokaliseerde belastingplichtigen vanaf aanslagjaar 2018. Overgangsbepaling. Aanpassing van de R-waarde voor in het Vlaamse Gewest gelokaliseerde belastingplichtigen voor aanslagjaar 2018.
Energiebesparende uitgave ; vermindering voor dakisolatie ; Vlaamse Gewest ; inkomstenbelasting ; personenbelasting ; belasting niet-inwoners
FOD Financiën, 13.07.2017
Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Personenbelasting
Inhoudstafel
I. Inleiding
II. Bespreking van de wijzigingen betreffende de vermindering voor dakisolatie
A. Opheffing van de belastingvermindering voor dakisolatie - overgangsmaatregel (aj. 2018)
B. Vereiste thermische weerstand (aj. 2018)
C. Bepaling van het bevoegde gewest
D. Voorbeelden (aj. 2018)
III. Modelattest (aj. 2018)
IV. Inwerkingtreding
I. Inleiding
1. Deze circulaire geeft toelichting bij de belastingvermindering verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald voor de isolatie van het dak van een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder is (1).
(1) Art. 145^47, WIB 92.
2. Vanaf aanslagjaar 2015 zijn de gewesten exclusief bevoegd voor een reeks van belastingverminderingen, waaronder de belastingvermindering voor dakisolatie (2).
(2) Zie nr. 56 en 69 van de circulaire AAFisc nr. 29/2014, Ci.RH.331/633.424 van 07.07.2014.
3. Het Vlaamse Gewest heeft de belastingvermindering voor dakisolatie opgeheven vanaf aanslagjaar 2018, maar heeft wel een overgangsmaatregel voorzien (3). Belastingplichtigen kunnen de belastingvermindering nog krijgen voor uitgaven voor dakisolatie betaald in 2017, als zij aan bepaalde voorwaarden voldoen (zie nummer 6).
(3) Art. 46 en 48 van het decreet van 23.12.2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2017 (BS 29.12.2016, Ed. 2).
4. Daarnaast heeft het Vlaamse Gewest voor aanslagjaar 2018 de vereiste thermische weerstand ('R-waarde') verhoogd naar 4,5 vierkante meter Kelvin per watt (4).
(4) Art. 1 en 49 van het besluit van 15.07.2016 van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het Energiebesluit van 19.11.2010, wat betreft diverse bepalingen inzake energie-efficiëntie (BS 15.09.2016).
5. Deze circulaire bespreekt voornamelijk beide voorgaande maatregelen van het Vlaamse Gewest, nl. de wijzigingen aangebracht aan art. 145^47, WIB 92 (opheffing en overgangsbepaling) en aan art. 63^18/15, KB/WIB 92 (vereiste thermische weerstand).
II. Bespreking van de wijzigingen betreffende de vermindering voor dakisolatie
A. Opheffing van de belastingvermindering voor dakisolatie - overgangsmaatregel (aj. 2018)
6. Het Vlaamse Gewest heeft de belastingvermindering voor dakisolatie opgeheven vanaf aanslagjaar 2018, maar er is een overgangsbepaling voorzien.
De belastingvermindering blijft namelijk behouden voor de uitgaven die tijdens het belastbaar tijdperk zijn betaald, voor zover:
- de uitgaven uiterlijk op 31.12.2017 werkelijk zijn betaald
- en betrekking hebben op werken die worden verricht in het kader van een overeenkomst die uiterlijk 31.12.2016 werd gesloten
- en waarvoor uiterlijk 31.12.2016 een voorschot werd betaald (5).
(5) Art. 145^47, WIB 92, zoals het werd gewijzigd door art. 46 van het Vlaamse decreet van 23.12.2016.
7. Een loutere offerte volstaat niet om aan de voorwaarde met betrekking tot de aannemingsovereenkomst te voldoen. Een gehandtekende bestelbon of een schriftelijke bevestiging van een offerte geldt als bewijs.
8. Aan het begrip 'betalen' moet de betekenis worden gegeven die is bepaald in de artikelen 1235 tot 1248 van het Burgerlijk Wetboek. Dit betekent in het bijzonder dat wanneer door de belastingplichtige een voorschot is gestort aan de aannemer, er een onderscheid moet worden gemaakt naargelang dit voorschot, op grond van de specifieke bepalingen van het aannemingscontract, al dan niet door de aannemer definitief is verworven. Het voorschot moet worden beschouwd als betaald op het moment dat het definitief is verworven door de aannemer.
9. Om te bepalen of het voorschot uiterlijk op 31.12.2016 werd betaald, wordt gekeken naar de datum waarop de belastingplichtige de bedoelde betaling heeft uitgevoerd en niet de datum waarop de bankinstelling van de begunstigde deze bedragen effectief ontvangt of deze effectief ter beschikking stelt van deze laatste.
In geval van betaling met een bankoverschrijving is het dus de datum waarop deze betaling effectief in mindering is gebracht van de rekening van de belastingplichtige die in aanmerking moet worden genomen. In geval van een verschil tussen de werkelijke debetdatum en de 'valutadatum; moet de werkelijke debetdatum genomen worden.
10. Het voorschot dat uiterlijk op 31.12.2016 werd betaald, komt in aanmerking voor de belastingvermindering voor aanslagjaar 2017 (uitgaven van het jaar 2016), op voorwaarde dat het op dat ogenblik definitief is verworven door de aannemer en op voorwaarde dat de werken zijn uitgevoerd op het ogenblik van de indiening van de aangifte in de inkomstenbelastingen. Indien de werken op dat ogenblik nog niet zijn uitgevoerd, mag de belastingplichtige in zijn aangifte geen belastingvermindering vragen. Hij kan evenwel nadat de werken zijn uitgevoerd en de bijlage met verplichte vermeldingen (6) werd opgesteld en uitgereikt, een rechtzetting van zijn aangifte vragen. Een dergelijke rechtzetting kan evenwel slechts gebeuren binnen de bezwaartermijnen die zijn opgenomen in het WIB 92.
(6) Als bedoeld in art. 63^18/15, KB/WIB 92.
11. Wanneer de belastingplichtige in 2016 een overeenkomst sluit en een voorschot betaalt aan aannemer A, maar hij de werken uiteindelijk laat uitvoeren door aannemer B, waarmee hij pas in 2017 een overeenkomst heeft gesloten, zijn de voorwaarden van de overgangsbepaling niet vervuld.
Voorbeeld:
Een belastingplichtige sluit op 06.12.2016 een overeenkomst af met aannemer A en betaalt op diezelfde dag een voorschot. Nadien blijkt evenwel dat aannemer A de werken niet in 2017 zal kunnen uitvoeren. De belastingplichtige sluit op 16.01.2017 een nieuwe overeenkomst met aannemer B en betaalt op die dag ook een voorschot. De werken worden door aannemer B uitgevoerd in april 2017. Het saldo wordt betaald in mei 2017.
De voorwaarden van de overgangsbepaling zijn in dit geval niet vervuld. De uitgaven die in 2017 werden betaald, hebben geen betrekking op werken die worden verricht in het kader van een overeenkomst die uiterlijk 31.12.2016 werd gesloten (de overeenkomst met aannemer B werd gesloten op 16.01.2017). Voor deze werken werd evenmin uiterlijk 31.12.2016 een voorschot betaald (het voorschot aan aannemer B werd betaald op 16.01.2017).
12. In het Vlaamse Gewest wordt de belastingvermindering voor aanslagjaar 2018 dus enkel nog verleend als overgangsmaatregel. Vanaf aanslagjaar 2019 wordt de belastingvermindering niet meer verleend.
13. Er wordt nog meegegeven dat de belastingvermindering voor dakisolatie door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest al vanaf aanslagjaar 2017 werd opgeheven (7). Deze belastingvermindering is wel nog van toepassing in het Waalse Gewest (8).
(7) Art. 13 en 24 van de ordonnantie van 18.12.2015 houdende het eerste deel van de fiscale hervorming (BS 30.12.2015, Ed. 2).
(8) Art. 145^47, WIB 92, zoals van toepassing voor het Waalse Gewest.
B. Vereiste thermische weerstand (aj. 2018)
14. Het Vlaamse Gewest verhoogt vanaf aanslagjaar 2018 de vereiste thermische weerstand van het isolatiemateriaal. Concreet betekent dit dat de isolatienorm wordt gewijzigd voor de toepassing van de overgangsbepaling, maar dan enkel voor de uitgaven gedaan in 2017. Het in 2016 betaalde voorschot ontsnapt aan deze strengere isolatienorm.
De aannemer moet waarborgen dat het voor de isolatie van het dak nieuw geplaatste isolatiemateriaal een thermische weerstand R heeft die gelijk is aan of groter is dan 4,5 vierkante meter Kelvin per watt (9).
(9) Art. 63^18/15, § 1, KB/WIB 92, zoals het werd gewijzigd door art. 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 15.07.2016 houdende wijziging van het Energiebesluit van 19.11.2010, wat betreft diverse bepalingen inzake energie-efficiëntie (BS 15.09.2016).
15. De R-waarde van 4,5 vierkante meter Kelvin per watt geldt voor het nieuw geplaatste isolatiemateriaal en dus niet voor de bestaande en nieuwe isolatie samen.
Voorheen volstond het dat de nieuwe en bestaande isolatie samen een R-waarde van 2,5 vierkante meter Kelvin per watt hadden (10). Dit is trouwens nog steeds het geval voor het Waalse Gewest (11).
(10) Zie randnummer 86 van de circulaire nr. Ci.RH.331/605.643 (AAFisc nr. 11/2011) van 22.02.2011.
(11) Art. 63^18/15, KB/WIB 92, zoals van toepassing voor het Waalse Gewest.
16. Voor aanslagjaar 2017 was de vereiste R-waarde 2,5 vierkante meter Kelvin per watt (nieuwe en bestaande isolatie samen). Voor aanslagjaar 2018 is de vereiste R-waarde in het Vlaamse Gewest 4,5 vierkante meter Kelvin per watt (nieuw geplaatste isolatie).
In verband met het contract gesloten uiterlijk op 31.12.2016 kunnen zich volgende situaties voordoen:
Situatie 1: In 2016 werd een contract gesloten en een voorschot betaald. Het contract vermeldt een R-waarde van 2,5 vierkante meter Kelvin per watt voor de nieuw te plaatsen isolatie. Het contract wordt op die manier uitgevoerd en in 2017 wordt het saldo van de factuur betaald.
Aangezien de R-waarde voor het nieuw geplaatste isolatiemateriaal voor aanslagjaar 2018 4,5 vierkante meter Kelvin per watt moet zijn, heeft de belastingplichtige geen recht op de belastingvermindering voor zijn betaling in 2017. De aannemer mag dan enkel voor het voorschot betaald in 2016 attesteren (voor de uitgaven gedaan in 2016 is de vereiste R-waarde 2,5).
Situatie 2: In 2016 werd een contract gesloten en een voorschot betaald. Het contract vermeldt een R-waarde van 2,5 vierkante meter Kelvin per watt voor de nieuw te plaatsen isolatie. Het contract wordt in 2017 echter aangepast, zodat de R-waarde van de nieuw te plaatsen isolatie wel 4,5 vierkante meter Kelvin per watt is. Het saldo van de factuur wordt in 2017 betaald.
Het oorspronkelijke contract en de aanpassing daaraan worden administratief beschouwd als hetzelfde contract, zodat het voorschot betaald in 2016 effectief kan worden beschouwd als een voorschot van het aangepaste contract. Zowel het voorschot (in 2016) als de betaling van het saldo (in 2017) kunnen in dat geval in aanmerking komen voor de belastingvermindering.
C. Bepaling van het bevoegde gewest
17. Gelet op de verschillen tussen de drie gewesten (zie nummers 13 en 15), is de vaststelling welk gewest bevoegd is voor het verlenen van de belastingvermindering, cruciaal. De regel om het bevoegde gewest te bepalen, verschilt naargelang men rijksinwoner of niet-rijksinwoner is (12).
(12) Respectievelijk belastbaar in de personenbelasting (PB) of de belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen (BNI/nat.pers.).
Rijksinwoners (PB)
18. Wat de personenbelasting betreft, is het gewest waarvan de bepalingen zullen worden toegepast, het gewest waar de belastingplichtige zijn fiscale woonplaats heeft op 1 januari van het aanslagjaar (13).
(13) Art. 5/1, § 2, van de bijzondere wet van 16.01.1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten.
Voor de toepassing van voormelde bepaling zal een belastingplichtige geacht worden zijn fiscale woonplaats te hebben in het gewest waar hij zijn woonplaats, of bij gebrek aan woonplaats in België, zijn zetel van fortuin heeft gevestigd op 1 januari van het aanslagjaar (14).
(14) Voor bijkomende uitleg over dit onderwerp, zie nr. 32 tot 36 van de circulaire AAFisc nr. 29/2014 (nr. Ci.RH.331/633.424) van 07.07.2014 over de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting en wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners ingevolge de uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten in het kader van de zesde staatshervorming.
19. Het is bijgevolg niet determinerend waar de woning waaraan de werken worden uitgevoerd, gelegen is.
Niet-rijksinwoners (BNI/nat.pers.)
20. Voor niet-inwoners gelden specifieke lokalisatieregels. Zo hangt het bevoegde gewest bijvoorbeeld af van de hoogte van de beroepsinkomsten die in een gewest werden verkregen (15).
(15) Voor bijkomende uitleg over dit onderwerp, zie nr. 63 tot 67 van de circulaire AAFisc nr. 29/2014 (nr. Ci.RH.331/633.424) van 07.07.2014 over de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting en wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners ingevolge de uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten in het kader van de zesde staatshervorming.
21. Het is bijgevolg niet determinerend waar de woning waaraan de werken worden uitgevoerd, gelegen is.
Voorbeeld
Een aan de personenbelasting onderworpen belastingplichtige heeft het dak van zijn woning in Schaarbeek laten isoleren. Hij is op 1 januari van het aanslagjaar gelokaliseerd in het Vlaamse Gewest.
Het zijn de regels van toepassing in het Vlaamse Gewest die zullen bepalen of hij voor die uitgevoerde werken recht heeft op de belastingvermindering voor dakisolatie.
D. Voorbeelden (aj. 2018)
22. Voorbeeld 1
Een belastingplichtige sluit op 15.12.2016 een overeenkomst af voor de isolatie van het dak van zijn woning gelegen in Vlaanderen en van zijn woning gelegen in de Ardennen (R-waarde van het nieuw geplaatste isolatiemateriaal = 4,5 vierkante meter Kelvin per watt). Voor beide werken heeft hij, eveneens op 15.12.2016, een voorschot betaald.
In 2017 betaalt hij het saldo van beide facturen.
Hij is gelokaliseerd (voor de lokalisatieregels, zie nummers 17 tot 21):
- In het Vlaamse Gewest: hij kan voor de betalingen gedaan in 2017 aanspraak maken op de belastingvermindering voor dakisolatie (overgangsbepaling Vlaamse Gewest).
- In het Waalse Gewest: hij kan voor de betalingen gedaan in 2017 aanspraak maken op de belastingvermindering voor dakisolatie (belastingvermindering Waalse Gewest).
- In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: hij kan geen aanspraak maken op de belastingvermindering (opgeheven vanaf 2016 (aj. 2017) door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest).
23. Voorbeeld 2
Een belastingplichtige sluit op 15.12.2016 een overeenkomst af voor de isolatie van het dak van zijn woning gelegen in Vlaanderen en van zijn woning gelegen in de Ardennen (R-waarde van het nieuw geplaatste isolatiemateriaal = 2,5 vierkante meter Kelvin per watt). Voor beide werken heeft hij, eveneens op 15.12.2016, een voorschot betaald.
In 2017 worden de werken uitgevoerd (R-waarde 2,5) en betaalt hij het saldo van beide facturen.
Hij is gelokaliseerd (voor de lokalisatieregels, zie nummers 17 tot 21):
- In het Vlaamse Gewest: hij kan voor de betalingen gedaan in 2017 geen aanspraak maken op de belastingvermindering voor dakisolatie. De vereiste R-waarde van 4,5 vierkante meter Kelvin per watt voor de nieuw geplaatste isolatie wordt immers niet bereikt.
- In het Waalse Gewest: hij kan voor de betalingen gedaan in 2017 aanspraak maken op de belastingvermindering voor dakisolatie (belastingvermindering Waalse Gewest). De vereiste R-waarde van 2,5 vierkante meter Kelvin per watt voor het Waalse Gewest is gerespecteerd.
- In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: hij kan geen aanspraak maken op de belastingvermindering (opgeheven vanaf 2016 (aj. 2017) door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest).
24. Voorbeeld 3
Een belastingplichtige sluit op 15.12.2016 een overeenkomst af voor de isolatie van het dak van zijn woning gelegen in Vlaanderen en van zijn woning gelegen in de Ardennen (R-waarde van het nieuw geplaatste isolatiemateriaal = 2,5 vierkante meter Kelvin per watt). Voor beide werken heeft hij, eveneens op 15.12.2016, een voorschot betaald.
In 2017 wordt het contract aangepast naar R-waarde 4,5 vierkante meter Kelvin per watt. De werken worden uitgevoerd (R-waarde 4,5) en hij betaalt het saldo van beide facturen.
Hij is gelokaliseerd (voor de lokalisatieregels, zie nummers 17 tot 21):
- In het Vlaamse Gewest: hij kan voor de betalingen gedaan in 2017 aanspraak maken op de belastingvermindering voor dakisolatie (overgangsbepaling Vlaamse Gewest).
- In het Waalse Gewest: hij kan voor de betalingen gedaan in 2017 aanspraak maken op de belastingvermindering voor dakisolatie (belastingvermindering Waalse Gewest).
- In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: hij kan geen aanspraak maken op de belastingvermindering (opgeheven vanaf 2016 (aj. 2017) door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest).
25. Voorbeeld 4
Een belastingplichtige sluit op 15.12.2016 een overeenkomst af voor de isolatie van het dak van zijn woning gelegen in Vlaanderen (R-waarde van het nieuw geplaatste isolatiemateriaal = 1,5 vierkante meter Kelvin per watt; R-waarde van de nieuwe en bestaande isolatie samen = 4,5 vierkante meter Kelvin per watt). Hij heeft hiervoor, eveneens op 15.12.2016, een voorschot betaald.
In 2017 betaalt hij het saldo van de factuur.
Hij is gelokaliseerd (voor de lokalisatieregels, zie nummers 17 tot 21):
- In het Vlaamse Gewest: hij kan voor de betalingen gedaan in 2017 geen aanspraak maken op de belastingvermindering voor dakisolatie. De R-waarde van het nieuw geplaatste isolatiemateriaal bedraagt immers geen 4,5 vierkante meter Kelvin per watt. Het in 2016 betaalde voorschot komt wel in aanmerking voor de belastingvermindering in 2016, aj. 2017.
- In het Waalse Gewest: hij kan voor de betalingen gedaan in 2017 aanspraak maken op de belastingvermindering voor dakisolatie (belastingvermindering Waalse Gewest). De R-waarde van de nieuwe en bestaande isolatie samen bedraagt immers 4,5 vierkante meter Kelvin per watt (vereist: 2,5 vierkante meter Kelvin per watt).
- In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: hij kan geen aanspraak maken op de belastingvermindering (opgeheven vanaf 2016 (aj. 2017) door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest).
III. Modelattest (aj. 2018)
26. Voor aanslagjaar 2018 gelden andere vereisten inzake thermische weerstand (R-waarde) in het Vlaamse en Waalse Gewest (zie ook de nummers 14 en 15).
27. De aannemer moet voor aanslagjaar 2018 attesteren:
- Voor klanten gelokaliseerd in het Vlaamse Gewest: dat het voor de isolatie van het dak nieuw geplaatste isolatiemateriaal een thermische weerstand R heeft die gelijk is aan of groter is dan 4,5 vierkante meter Kelvin per watt.
- Voor klanten gelokaliseerd in het Waalse Gewest: dat het voor de isolatie van het dak gebruikte isolatiemateriaal een thermische weerstand R heeft die gelijk is aan of groter is dan 2,5 vierkante meter Kelvin per watt.
28. Het is mogelijk dat aannemers zowel voor belastingplichtigen die in het Vlaamse Gewest zijn gelokaliseerd als voor belastingplichtigen die in het Waalse Gewest zijn gelokaliseerd, moeten attesteren, eventueel zelfs voor dezelfde werken (vb. appartementsgebouw aan de kust). Bovendien weet een aannemer niet altijd waar een klant is gelokaliseerd, bijvoorbeeld in het geval van een rijksinwoner, waar deze zijn fiscale woonplaats zal hebben op 1 januari van het aanslagjaar.
Omwille hiervan heeft de administratie een modelattest opgesteld waarop beide vermeldingen voorkomen (zie bijlage 1). De aannemer moet dan aankruisen aan welke thermische weerstand de werken voldoen.
De belastingplichtige moet dan zelf, naargelang het gewest waaronder hij ressorteert (16), beoordelen of hij de belastingvermindering kan vragen.
(16) Zie rubriek C 'Bepaling van het bevoegde gewest'.
29. Voorbeeld:
Een aannemer plaatst in 2017 nieuwe isolatie met een thermische weerstand R van 3,5 vierkante meter Kelvin per watt. Het contract voor deze werken werd gesloten in 2016 en de belastingplichtige heeft in 2016 al een voorschot betaald. Het saldo wordt betaald in 2017.
Na uitvoering van de werken attesteert de aannemer:
- Met betrekking tot het voorschot betaald in 2016 (aanslagjaar 2017): dat het voor de isolatie van het dak gebruikte isolatiemateriaal een thermische weerstand R heeft die gelijk is aan of groter dan 2,5 vierkante meter Kelvin per watt.
- Met betrekking tot het saldo betaald in 2017 (aanslagjaar 2018): dat het voor de isolatie van het dak gebruikte isolatiemateriaal een thermische weerstand R heeft die gelijk is aan of groter dan 2,5 vierkante meter Kelvin per watt. Hij kan daarentegen niet attesteren dat het nieuw geplaatste isolatiemateriaal een thermische weerstand heeft die gelijk is aan of groter is dan 4,5 vierkante meter Kelvin per watt.
M.b.t. het voorschot (aj. 2017)
Indien de belastingplichtige in het Vlaamse Gewest is gelokaliseerd, komt de betaling van het voorschot in 2016 in aanmerking voor de belastingvermindering voor aanslagjaar 2017.
Indien de belastingplichtige in het Waalse Gewest is gelokaliseerd, komt de betaling van het voorschot in 2016 in aanmerking voor de belastingvermindering voor aanslagjaar 2017.
Indien de belastingplichtige in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is gelokaliseerd, heeft hij geen recht op de belastingvermindering voor aanslagjaar 2017 (opgeheven door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vanaf 2016 (aj. 2017)).
M.b.t. het saldo (aj. 2018)
Indien de belastingplichtige in het Vlaamse Gewest is gelokaliseerd, heeft hij geen recht op de belastingvermindering voor de betaling van het saldo in 2017 (aj. 2018) (de R-waarde van het nieuw geplaatste isolatiemateriaal bedraagt immers geen 4,5 vierkante meter Kelvin per watt).
Indien de belastingplichtige in het Waalse Gewest is gelokaliseerd, heeft hij wel recht op de belastingvermindering voor aanslagjaar 2018.
Indien de belastingplichtige in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is gelokaliseerd, heeft hij geen recht op de belastingvermindering voor aanslagjaar 2018 (opgeheven door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sinds 2016 (aj. 2017)).
IV. Inwerkingtreding
30. De opheffing van de belastingvermindering door het Vlaamse Gewest treedt in werking vanaf aanslagjaar 2018 (17).
(17) Art. 48, 3°, van het decreet van 23.12.2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2017 (BS 29.12.2016, Ed. 2).
31. De vereiste dat het voor de isolatie van het dak nieuw geplaatste isolatiemateriaal voor het Vlaamse Gewest een thermische weerstand R heeft die gelijk is aan of groter is dan 4,5 vierkante meter Kelvin per watt, treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2018 (18).
(18) Art. 49, eerste lid, van het besluit van 15.07.2016 van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het Energiebesluit van 19.11.2010, wat betreft diverse bepalingen inzake energie-efficiëntie (BS 15.09.2016).
Interne ref.: 708.833
