14.03.1980 - Omzendbrief D.I. 595.30 - D.L. 3/45.080
DOUANEPROCEDURES
Brussel, 14 maart 1980.
HOOFDSTUK I. - WETTELIJKE BEPALINGEN
1.- Bij de wet op de riviervisserij van 1 juli 1954 (Belgisch Staatsblad van 29 juli 1954) en het koninklijk besluit van 13 decem- ber 1954 (Belgisch Staatsblad van 16 december 1954), o.m. gewij- zigd door de koninklijke besluiten van 27 november 1970 (Belgisch Staatsblad van 8 december 1970), 1 juni 1972 (Belgisch Staatsblad
van 3 juni 1972) en 15 juni 1976 (Belgisch Staatsblad van 29 juni 1976) werden maatregelen getroffen ter bescherming van sommige vissoorten.
HOOFDSTUK II. - BEOOGDE PRODUCTEN EN BEWEGINGEN
2.- Krachtens voornoemde wettelijke bepalingen is het verboden de hierna opgesomde soorten van vis en kreeft, levend of dood, te vervoeren indien ze niet minstens de daarnaast vermelde lengte hebben :
a) snoek : 45 cm
b) snoekbaars en zalm : 40 cm
c) barbeel : 30 cm
d) omber 28 cm
e) karper en zeelt : 25 cm
f) forel : 22 cm
g) molenaar en black-bass : 18 cm Bon O.S.D. nr. 102/80
h) baars : 15 cm (1)
i) gewone voorn en rietvoorn : 12 cm (1)
j) rivierkreeft : 10 cm.
De lengte van de vis wordt gemeten van de punt van de snuit tot het uiteinde van de staartvin, de lengte van de kreeft van het oog tot het uiteinde van de ontplooide staart.
HOOFDSTUK III. - ROL VAN DE DOUANE
3.- Uit het in § 2 bedoelde vervoerverbod volgt dat de ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen zich dienen te verzetten tegen de invoer en de uitvoer van producten die niet voldoen aan de gestelde voorwaarden.
4.- Wat betreft de verzendingen in doorvoer moet de douane geen rekening houden met de in § 2 voorgeschreven beperkingen. Bij afzien van de doorvoer moeten de producten echter beantwoorden aan de voor invoer gestelde voorwaarden.
HOOFDSTUK IV. - UITZONDERINGEN
5.- Benevens in geval van doorvoer (zie § 4) is de regeling niet toepasselijk op :
a) ondermaatse voorn en rietvoorn die aangegeven worden als zijnde bestemd voor het vangen van paling, snoek, baars en sander en vervoerd worden van de zaterdag die de tweede zondag van juni voorafgaat tot en met 31 januari;
(1) Deze afmeting is voor baars op 18 cm en voor gewone voorn en rietvoorn op 15 cm geacht indien ze gevist worden in de Samber of in de Maas, of in het door deze twee waterlopen begrensde zuidelijke gedeelte van het land.
b) gezouten, gerookte of anderszins verduurzaamde vis en kreeft :
c) vis en kreeft die vergezeld gaan van een door het Ministerie van Landbouw (Bestuur van Waters en Bossen) afgeleverde machtiging. Vooraleer dit stuk aan de belanghebbende terug te geven, vermeldt de douane daarop de aard, de datum en het nummer van het douanedocument en eventueel de samenstelling van de opeenvolgende transporten; op het douanedocument vermeldt zij de datum en het nummer van de machtiging alsmede de dienst van afgifte.
HOOFDSTUK V. - BETREKKINGEN MET DE BENELUXLANDEN
6.- In de betrekkingen tussen de Beneluxlanden past de douane vorenstaande regeling niet toe op vis en kreeft die zich in Benelux in het vrije verkeer bevinden.
De Regeling is ook niet toepasselijk op de zendingen die vanuit niet-Beneluxlanden via België worden verzonden naar Nederland of Luxemburg, of omgekeerd, voor zover in België geen invoer- of uitvoeraangifte worden gedaan en het vervoer op een van de volgende wijzen plaatsvindt :
1° per spoor (zelfs met overlading in de haven van aankomst of van inscheping, volgens het geval);
2° met een carnet TIR; 3° met een T-document.
Indien de doortocht over België op een andere wijze plaatsvindt, moeten de bij invoer en bij uitvoer geldende regels worden nageleefd.
HOOFDSTUK VI. - MISDRIJVEN
7.- De overtredingen inzake in- of uitvoer van de in deze regeling bedoelde producten worden bestraft overeenkomstig art. 16 van de wet van 1 juli 1954. Zij verjaren na zes maanden te rekenen van de dag van het misdrijf.
Zij mogen door de ambtenaren der douane en accijnzen worden vastgesteld. Hun processen-verbaal hebben bewijskracht tot tegenbewijs indien ze zijn opgemaakt door twee ambtenaren of gestaafd met een tweede getuigenis. Zij worden opgesteld ten verzoeke van het Bestuur van waters en Bossen en, door bemiddeling van de controleur, toegezonden aan de procureur des Konings.
Daar geen verbeurdverklaring van de vis of kreeft wordt opgelopen, mogen deze niet in beslag worden genomen tenzij wegens een douanemisdrijf dat de inbeslagneming rechtvaardigt.
In voorkomend geval worden de samenhangende douane- misdrijven volgens de gewone regels afgehandeld.
HOOFDSTUK VII. - ALLERLEI
8.- Vorenstaande bepalingen laten de andere maatregelen (economische regelingen, enz.) onverkort bestaan.
- - Vragen in verband met de toepassing van deze instructie moeten uitsluitend aan het Ministerie van Financiën - Afdeling Douane (Wetgeving III) - onderworpen worden langs hiërarchische weg of wel rechtstreeks in spoedeisende gevallen. De douane ontvangt uitsluitend langs dezelfde weg de algemene of bijzondere onderrichtingen waarvan zij de uitvoering moet verzekeren.
*
* *
Deze instructie vervangt die van 23 mei 1972, nr. D.L. 3/16.340 (D.I. 595.220).
*
* *
De gewestelijke directeurs zullen :
a) voor de collectie van het personeel, een exemplaar van deze instructie verzenden aan alle adjunct-directeurs, inspecteurs, hoofdcontroleurs, controleurs, adjunct-controleurs, ontvangers, adjunct-ontvangers, hulpontvangers, verificateurs, adjunct-verifica- teurs, opstellers, luitenants en posthoofden der douane;
b) voor de collectie van de officies en volgens dezer behoeften, een of meer exemplaren van deze instructie toezenden aan de inspecties, controles, kantoren, hulpkantoren, luitenantschappen en brigades.
Voor de Directeur-generaal : De Eerste adviseur,
R. DE MESEL
