Aanschrijving nr. 8 dd. 27.08.1997

AANSCHRIJVING 97/008

Aanschrijving nr. 8 dd. 27.08.1997


Kortingbonnen

Voorwerp.

1. In het Arrest van 24 oktober 1996, zaak C-317/94, ELIDA GIBBS Ltd (Z. BTW-Revue 128/449), heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen uitspraak gedaan inzake de impact van het uitreiken van korting- en geld-terug bonnen op de maatstaf van heffing van de BTW bij de levering van producten naar aanleiding waarvan genoemde bonnen worden uitgereikt.

Het beschikkend gedeelte van bovengenoemd arrest luidt als volgt:

"1) Artikel 11 A, lid 1, sub a, en C, lid 1, van de Zesde Richtlijn (Omgezet in artikel 26 en artikel 77, § 1, 2°, van het BTW-Wetboek) (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, moet aldus worden uitgelegd, dat wanneer een fabrikant kortingbonnen uitgeeft, die voor het daarop aangegeven bedrag door of voor rekening van de fabrikant ten gunste van de detailhandelaar kunnen worden vergoed; de bonnen, die in het kader van een reclamecampagne aan potentiële klanten worden verstrekt, door de detailhandelaar kunnen worden aangenomen wanneer de klant bij hem een bepaald artikel koopt; de fabrikant dat bepaalde artikel tegen fabrieksprijs aan de detailhandelaar of aan een groothandelaar heeft verkocht, en de detailhandelaar bij verkoop van dat artikel aan de klant de bon aanneemt, bij de fabrikant inlevert en het erop aangegeven bedrag ontvangt, de maatstaf van heffing gelijk is aan de verkoopprijs van de fabrikant, minus het op de bon aangegeven en vergoede bedrag. Dit is ook het geval wanneer de fabrikant de goederen eerst aan een groothandelaar heeft geleverd in plaats van rechtstreeks aan een detailhandelaar.

2) Artikel 11 A, lid 1, sub a, en C, lid 1, van de Zesde Richtlijn (Z. BTW-Revue 128/449) moet aldus worden uitgelegd, dat wanneer een fabrikant in het kader van een reclameactie goederen tegen "fabrieksprijs" rechtstreeks aan de detailhandelaar verkoopt; op de verpakking van die goederen een "geld terug"-bon voor een bepaald bedrag is gedrukt, die aan de klant die het bewijs van aankoop van dat artikel levert en aan de andere op de bon vermelde voorwaarden voldoet, het recht geeft de bon voor het aangegeven bedrag bij de fabrikant in te wisselen, en de klant het betrokken artikel bij de detailhandelaar koopt, de bon bij de fabrikant inlevert en het aangegeven bedrag ontvangt, de maatstaf van heffing gelijk is aan de verkoopprijs van de fabrikant, minus het op de bon aangegeven en terugbetaalde bedrag. Dit is ook het geval wanneer de fabrikant de goederen eerst aan een groothandelaar heeft geleverd in plaats van rechtstreeks aan een detailhandelaar."

2. Deze aanschrijving heeft tot doel de draagwijdte en de gevolgen van bovengenoemd arrest op het stuk van de BTW toe te lichten,

HOOFDSTUK I.
Door het E. GIBBS Ltd-arrest beoogde bonnen.



I.Kortingbonnen.
3. De door het E. GIBBS Ltd-arrest beoogde kortingbonnen hebben tot doel voor een bepaald of bepaalde door een fabrikant verkochte producten, gedurende een bepaalde periode, een reclameactie te voeren. Op elke bon is de nominale waarde vermeld alsmede een tekst waarin de consument erop wordt gewezen welk product of welke producten er gedeeltelijk mee kunnen worden betaald. Overigens wordt zowel in de relatie tussen de fabrikant en de groothandelaar als in de relatie tussen deze laatste en de kleinhandelaar of in de rechtstreekse relatie tussen de fabrikant en de kleinhandelaar naargelang het geval, de normale groot- of kleinhandelsprijs toegepast.

4. De door de consument bij de kleinhandelaar daaronder begrepen de kleinhandelscentrale ingeruilde kortingbonnen, waarvan de nominale waarde in mindering wordt gebracht van de normale winkelprijs, worden door laatstgenoemde in de regel zelf of door tussenkomst van een kleinhandelscentrale aan de fabrikant (in voorkomend geval aan een gespecialiseerd telorganisme) toegezonden die de nominale waarde van de ingeruilde bonnen aan de kleinhandelaar terugbetaalt.

5. De onder dit punt beoogde kortingbonnen worden onder het publiek verspreid :

a) hetzij door de fabrikant rechtstreeks of als uitknipstrook in verscheidene publicaties (tijdschriften, kranten, reclamefolders enz.). Die bonnen bevatten in regel aanwijzingen voor de kleinhandelaar, hoe en binnen welke termijn hij de bon ter vergoeding aan de fabrikant moet aanbieden;

b) hetzij door de kleinhandelaar die in dit geval de kortingbonnen zelf drukt of laat drukken na met de fabrikant een overeenkomst te hebben gesloten omtrent de door eerstgenoemde gevoerde winkelactie. Op die bonnen staat overigens de naam van de kleinhandelaar in wiens winkel(s) de bonnen kunnen worden ingeruild.



II.Geld-terug bonnen.
6. De "geld-terug" bonnen die beoogd worden in het E. GIBBS Ltd-arrest zijn die welke meestal op de verpakking van een product van een bepaald fabrikant worden gedrukt en als zodanig ook als bewijs van aankoop van het betreffende product gelden. Soms worden die "geld-terug" bonnen ook op andere manieren verspreid. In dat geval moet de consument dan het door de fabrikant gevraagde bewijs van aankoop (bv. verpakking) van het betreffende product leveren.

7. Op die bonnen gaat de fabrikant de verbintenis aan onder bepaalde voorwaarden een deel van de door de consument aan de kleinhandelaar betaalde aankoopprijs terug te betalen, nl. de nominale waarde van de bon. De consument stuurt de bon(nen) in voorkomend geval samen met het bewijs van aankoop rechtstreeks naar de fabrikant of een door deze laatste vermeld telorganisme die vervolgens het beloofde bedrag terugbetaalt. Vermits in dit geval de bon niet bij de kleinhandelaar wordt ingeruild, kan deze laatste uiteraard de nominale waarde van de bon niet in mindering brengen van de normale winkelprijs.

HOOFDSTUK II.
Impact van het E. GIBBS Ltd-arrest.



I.Toepasselijke BTW-regeling.
A.Kortingbonnen.
Aan te geven omzet door de kleinhandelaar.
8. In hoofde van de kleinhandelaar is de omzet (incl. BTW) met betrekking tot de levering van de producten in verband waarmee kortingbonnen worden verspreid, zoals dat overigens ook reeds in het verleden het geval was, gelijk aan het bedrag betaald door de consument verhoogd met het bedrag van de nominale waarde van de door laatstgenoemde ingeruilde kortingbonnen,

9. Vermits in de regel zowel de door de consument betaalde prijs als de nominale waarde van de kortingbonnen bedragen zijn inclusief BTW, bedraagt de door de kleinhandelaar in zijn periodieke BTW-aangifte op te nemen maatstaf van heffing: A x 100 --------- 100 + t waarbij A = de som van de door de consument betaalde prijs en het bedrag van de nominale waarde van de kortingbonnen t = tarief van de geleverde goederen.

10. Kleinhandelaars die aan de forfaitaire regeling bepaald in artikel 56, § 1, van het Wetboek zijn onderworpen en hun omzet aldus forfaitair vaststellen, moeten derhalve het bedrag van de nominale waarde van de ontvangen kortingbonnen niet aan hun omzet toevoegen. Anderzijds kan de forfaitair berekende omzet evenmin met de nominale waarde van die bonnen worden verminderd.



Teruggaaf in hoofde van de fabrikant.
a.Principe.
11. Volgens het beschikkend gedeelte van het E. GIBBS Ltd-arrest is in hoofde van de fabrikant de maatstaf van heffing ten aanzien van de levering van producten met betrekking waarmee kortingbonnen door of voor rekening van laatstgenoemde worden uitgegeven gelijk aan de verkoopprijs van de fabrikant verminderd met het op de bon aangegeven én terugbetaalde bedrag.

12. Derhalve heeft de fabrikant die bij de levering van zijn producten de BTW heeft aangerekend over de normale verkoopprijs, ongeacht of die prijs werd aangerekend aan een groot- dan wel aan een kleinhandelaar, rekening houdend met bovengenoemd arrest, op grond van artikel 77, § 1, 1°, van het Wetboek, recht op teruggaaf van de BTW begrepen in het bedrag van de nominale waarde van de kortingbonnen die effectief hetzij door hemzelf, hetzij door bemiddeling van een telorganisme aan de kleinhandelaar werden terugbetaald. De terug te geven belasting wordt berekend tegen het tarief dat geldt voor de producten waarvoor kortingbonnen worden verspreid.



b.Ontstaan en uitoefening van het recht op teruggaaf.
13. Het recht op teruggaaf in hoefde van de fabrikant ontstaat op het tijdstip dat laatstgenoemde met betrekking tot de terug te betalen kortingbonnen een schulderkentenis onder de vorm van een verbeterend stuk onderschrijft ten bate van de kleinhandelaar of de consument. Indien de fabrikant beroep doet op een telorganisme voor de verwerking en de uitbetaling van de kortingbonnen, ontstaat zijn recht op teruggaaf op het tijdstip dat hij de hem door het tussenkomend telorganisme toegestuurde gedetailleerde afrekening heeft goedgekeurd met opdracht tot uitbetaling aan de kleinhandelaar of consument.

14. Het recht op teruggaaf kan evenwel slechts worden uitgeoefend in de periodieke BTW-aangifte die betrekking heeft op de periode waarin de effectieve terugbetaling van de kortingbonnen aan de kleinhandelaar heeft plaatsgevonden of wanneer, in voorkomend geval, de toerekening op de prijs van geleverde of te leveren goederen heeft plaatsgevonden. De teruggaaf vindt plaats door opneming van het terug te geven bedrag in rooster C. b) van kader IV van de hiervoor genoemde periodieke BTW-aangifte.

De uitoefening van het recht op teruggaaf van de BTW begrepen in het bedrag van de nominale waarde van de kortingbonnen is slechts rechtsgeldig indien de fabrikant het bewijs levert van de effectieve terugbetaling of verrekening van de waarde van de kortingbonnen.



e.Modaliteiten van de teruggaaf. - Formaliteiten.
15. De fabrikant die bovenbedoelde teruggaaf uitoefent moet in het bezit zijn van het hiervoor beoogd verbeterend stuk waarop volgende vermeldingen moeten voorkomen:

  • identiteit en BTW-identificatienummer van de kleinhandelaar;
  • datum van uitreiking en volgnummer van inschrijving in het teruggaafregister;
  • oorzaak van de teruggaaf;
  • aard van de goederen in verband waarmee de terugbetaalde kortingbonnen werden uitgereikt;
  • per BTW-tarief, de totale waarde van de terugbetaalde kortingbonnen, inclusief en exclusief BTW, het bedrag van de BTW. Die BTW moet uiteraard door de kleinhandelaar niet aan de Schatkist worden teruggestort;
  • het totale bedrag van de voor teruggaaf vatbare BTW.
In voorkomend geval kunnen de hiervoor vermelde gegevens worden opgenomen in staten die bij het verbeterend stuk als bijlage wordt gevoegd.

Een afrekening opgesteld door een gespecialiseerd telorganisme ontslaat de fabrikant er niet van om een verbeterend stuk op te maken. In dat geval dient de afrekening van het telorganisme als bijlage bij het verbeterend stuk te worden gevoegd.

16. Voor zover het telorganisme jaarlijks een gedetailleerde staat per kleinhandelaar opstelt, volstaat het dat de wekelijkse of maandelijkse door het telorganisme ten bate van de fabrikant, per kleinhandelaar opgestelde staten (afrekeningen), de volgende gegevens bevatten:

  • naam kleinhandelaar en BTW-identificatienummer;
  • de totale waarde van de terugbetaalde kortingbonnen, inclusief en exclusief BTW en het BTW-bedrag;
  • het aantal kortingbonnen waarvoor terugbetaling wordt gevraagd.
De jaarlijks per kleinhandelaar opgestelde staat bevat de volgende gegevens:

  • wekelijkse of maandelijkse staat, aangevuld met het adres van de kleinhandelaar en de opsplitsing per BTW-tarief;
  • aard van de goederen in verband waarmee de terugbetaalde kortingbonnen werden uitgereikt;
  • het totale bedrag van de voor teruggaaf vatbare BTW.


d.Bewaringsplicht.
17. Ten aanzien van de bewaringsplicht van de verbeterende stukken en in voorkomend geval van de afrekening opgesteld door het telorganisme samen met de bijlage (z. nr. 15, tweede lid) gelden de bepalingen van artikel 60, van het Wetboek.

18. Wat de kortingbonnen zelf betreft, deze mogen om reden van materiële aard (opslag van de bonnen) en om dubbel gebruik te voorkomen, worden vernietigd.

De fabrikant of het door de fabrikant aangewezen telorganisme mag derhalve op eigen initiatief overgaan tot de vernietiging van de bonnen. Aan de BTW-hoofdcontroleur van het ambtsgebied waarin de fabrikant die de bonnen heeft uitgegeven zal evenwel een stuk worden toegezonden met opgaaf van de aard en de hoeveelheid van de vernietigde bonnen en de periode waarop de vernietigde bonnen betrekking hebben of met verwijzing naar de staten die door het telorganisme worden uitgereikt en die door de fabrikant bij het verbeterend stuk worden gevoegd. Die lijst zal hetzij door de fabrikant, hetzij door het telorganisme aan de hiervoor genoemde hoofdcontroleur worden toegezonden tijdens de maand die volgt op het kwartaal tijdens hetwelk de vernietiging heeft plaatsgevonden.



B.Geld-terug bonnen.
Aan te geven omzet door de kleinhandelaar.
19. In tegenstelling met de kortingbonnen, worden de "geld-terug" bonnen door de consument rechtstreeks hetzij naar de fabrikant, hetzij naar een door de fabrikant vermeld telorganisme toegezonden.

20. Aangezien in dat geval die "geld-terug" bonnen niet bij de kleinhandelaar worden ingeruild noch de nominale waarde ervan door of voor rekening van de fabrikant aan de kleinhandelaar worden terugbetaald, spreekt het vanzelf dat de prijs die bij de levering van producten in verband waarmee geld-terug bonnen werden verspreid, door de consument wordt betaald niet wordt verminderd met de nominale waarde vermeld op die bonnen.



Teruggaaf in hoofde van de fabrikant.
21. Met betrekking tot de teruggaaf van de BTW begrepen in de nominale waarde van de "geld-terug" bonnen gelden dezelfde regels en voorwaarden als die welke van toepassing zijn bij de teruggaaf van de BTW begrepen in de nominale waarde van de kortingbonnen (z. punt I.2° hiervoor).



II.Terugwerkende kracht van het E. GIBBS Ltd-arrest.
A.Principe.
22. Aangezien het E. GIBBS Ltd-arrest een interpretatie inhoudt van artikel 11, A, lid 1, sub a en C, lid 1, van de Zesde Richtlijn en dientengevolge van de artikelen 26 en 28, 2°, van het Wetboek, kan het door de Administratie in onderhavige problematiek, in het verleden ingenomen standpunt als dient de terugbetaling door de fabrikant aan de kleinhandelaar van de nominale waarde van de terzake bedoelde kortingbonnen als gedeeltelijke betaling van de prijs door een derde te worden beschouwd, niet langer worden weerhouden. Bovendien kunnen de uitgevers van de in het E. GIBBS Ltd-arrest beoogde bonnen, in casu de fabrikanten op grond van artikel 77, § 1, 1°, van het Wetboek teruggaaf vragen van de in het verleden te veel aan de Schatkist betaalde BTW, rekening houdend met de gestelde verjaringstermijn (z. W. BTW, art. 82) (z. H.v.J., 6 juli 1995, zaak C-62/93, BP Soupergaz/Griekse Staat).



B.Voorwaarden van de teruggaaf. - Formaliteiten.
23. De teruggaaf van de BTW begrepen in de nominale waarde van de korting- en "geld-terug" bonnen kan door de fabrikanten worden uitgeoefend onder dezelfde regels als die bepaald onder punt 1, A, 2° en B, 2°, hiervoor. Zo zal de fabrikant een verbeterend stuk moeten opstellen met als bijlage een gedetailleerde staat en zal hij inzonderheid het bewijs moeten leveren van de daadwerkelijke terugbetaling van de nominale waarde van de kortingbonnen aan de kleinhandelaar en van de "geld-terug" bonnen aan de consument.

De hiervoor bedoelde gedetailleerde staat moet niet noodzakelijk per kleinhandelaar worden opgesteld. Anderzijds moet de fabrikant wel in staat zijn, op ieder verzoek van de hoofdcontroleur van het ambtsgebied waarin hij is gevestigd een lijst van de terugbetalingen aan een bepaalde kleinhandelaar samen te stellen.

24. Indien in het verleden gedurende de reclameactie voor bepaalde producten in verband waarmee kortingbonnen werden uitgereikt, het toepasselijk BTW-tarief met betrekking tot die producten werd gewijzigd (bv. tariefverhoging) en het, in voorkomend geval voor de fabrikant niet meer mogelijk is om de nominale waarde van de aan hem teruggestuurde kortingbonnen te splitsen in functie van het toepasselijke BTW-tarief, aanvaardt de Administratie dat voor de berekening van de in de nominale waarde van die bonnen begrepen BTW, die uitsplitsing wordt gemaakt naar verhouding van de gedurende de reclameactie gerealiseerde omzet per toepasselijk BTW-tarief van de producten waarvoor de bonnen werden uitgereikt.



C.Verjaring.
25. Het recht op teruggaaf kan worden uitgeoefend in één van de periodieke BTW-aangiften ingediend binnen vijf jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de vordering tot teruggaaf is ontstaan (z. art. 5, § 2 van het kon. besl. nr. 4, van 29 december 1969). Dit tijdstip valt in casu samen met het tijdstip waarop de nominale waarde van de kortingbonnen effectief aan de kleinhandelaar of aan de consument werd terugbetaald. Dit komt erop neer dat de teruggaaf ten laatste kan uitgeoefend worden in de periodieke BTW-aangifte die uiterlijk moet ingediend worden vijf jaar na het tijdstip waarop de periodieke BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de vordering tot teruggaaf is ontstaan, uiterlijk moet ingediend worden.

Voorbeeld

De kortingbonnen die een fabrikant ter gelegenheid van een reclameactie met betrekking tot een bepaald product gedurende liet eerste kwartaal van het jaar 1992 heeft verspreid, werden alle terugbetaald gedurende de maand april daaropvolgend.

De aanvraag tot teruggaaf van de BTW begrepen in de nominale waarde van die bonnen moet ten laatste uitgeoefend worden in de periodieke BTW-aangifte die uiterlijk op 20 mei 1997 of 20 juli 1997 moet ingediend worden alnaargelang die fabrikant maand- of kwartaalaangiften indient.

HOOFDSTUK III. - Toestand van de klant van de kleinhandelaar.



I.Beoogde toestanden.
26. Hoewel volgens het E. GIBBS Ltd-arrest de teruggaaf in hoofde van de fabrikant omwille van het aftrekmechanisme van de BTW geen correcties vergt in de tussenschakels van de distributieketen, is het evenwel zo dat inzonderheid bij de "geld-terug" bonnen een correctie moet verricht worden wanneer de klant van een kleinhandelaar de bij deze laatste aangekochte goederen gebruikt voor zijn economische activiteit en in voorkomend geval de verschuldigde BTW over de hem gefactureerde levering in aftrek kan brengen.

In dat geval zal de koper van de kleinhandelaar indien eerstgenoemde de hem aangerekende BTW in aftrek heeft gebracht, de BTW begrepen in de nominale waarde van de "geld-terug" bonnen die hem door of voor rekening van de fabrikant wordt terugbetaald, opnieuw recupereren.

27. Hetzelfde doet zich voor bij de kortingbonnen die bij de kleinhandelaar door een BTW-belastingplichtige koper worden ingeruild ter gelegenheid van de aankoop van goederen maar dan slechts in de mate dat de op de uitgereikte factuur aangerekende BTW wordt berekend over de prijs van de geleverde goederen zonder dat de nominale waarde van de ingeruilde bonnen van die prijs wordt afgetrokken.



II.Terug te betalen BTW.
28. In beide hierboven genoemde gevallen is de koper van de kleinhandelaar die de over de gedane aankoop betaalde BTW overeenkomstig de gewone regels in aftrek heeft gebracht, verplicht de BTW begrepen in de nominale waarde van de bovengenoemde kortingbonnen die door de fabrikant werd terugbetaald, aan de Schatkist terug te betalen in de mate waarin hij die BTW oorspronkelijk heeft afgetrokken.

29. Wanneer evenwel in het geval bedoeld in nr. 27 hierboven, de nominale waarde van de ingeruilde kortingbonnen wordt toegerekend op de prijs van de geleverde goederen en de daarver verschuldigde BTW, is de klant van de kleinhandelaar ontslagen van de in het vorige lid bedoelde terugbetaling wanneer slechts de op de factuur aangerekende BTW verminderd met de BTW begrepen in de nominale waarde van de bij de kleinhandelaar ingeruilde bonnen, in aftrek wordt gebracht.

Namens de Minister:
De Directeur-generaal,
F. BURNONVILLE